Gemeenteblad van Cranendonck
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Cranendonck | Gemeenteblad 2025, 500481 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Cranendonck | Gemeenteblad 2025, 500481 | beleidsregel |
Beleidsregels krediethypotheek en pandrecht gemeenten Cranendonck 2025
Een bijstandsuitkering o.g.v. de Participatiewet wordt in de meeste gevallen om niet verstrekt (artikel 48 lid 1 Participatiewet). Dit is anders als de wet dat bepaalt. Zo wordt bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening bij een overwaarde op de eigen woning (artikel 50 participatiewet). Als zekerheid voor de nakoming van de aflossingsverplichtingen verbonden aan een geldlening heeft de gemeente de bevoegdheid om het recht van pand of hypotheek te vestigen op de eigen woning (artikel 48 lid 3 Participatiewet). In deze beleidsregels wordt deze bevoegdheid nader ingekleurd.
Artikel 2: Bevoegdheid tot stellen zekerheid
De gemeente maakt gebruik van haar bevoegdheid van artikel 48 lid 3 Participatiewet om in het geval dat er o.g.v. artikel 50 Participatiewet algemene bijstand in de vorm van een geldlening wordt verstrekt, een hypotheek of stil pandrecht te vestigen ter zekerheidstelling op de nakoming van de aan de geldlening verbonden aflossingsverplichtingen.
Artikel 3: Waardebepaling woning en taxatie
Bij de waardebepaling van de woning zal in beginsel uitgegaan worden van de meest recente WOZ-waarde. Indien de inwoner of de gemeente twijfelt aan de juistheid van deze WOZ-waarde kan hiervan afgeweken worden. In plaats van de WOZ-waarde kan een taxatierapport worden gebruikt dat niet ouder is van 12 maanden.
Artikel 4: Vestiging hypotheek of pandrecht
In de akte dient het maximale bedrag van de krediethypotheek of verpanding worden opgenomen, de aflossingsbepalingen, de gestelde zekerheden, de (eventuele) nadere verplichtingen, de gebruikelijke hypotheekbedingen en de hoofdelijke aansprakelijkheid. Deze akte dient vervolgens inschreven te worden in de registers.
Artikel 5: Herbeoordeling waarde
Als een eerder verstrekte geldlening is volgelopen, dan verstrekt de gemeente in beginsel bijstand om niet. Echter, indien de woning in waarde is gestegen gedurende bijstandsverlening en daarmee de vrijlatingsgrens overschrijdt zal de bijstand opnieuw in de vorm van een geldlening worden verstrekt. Ook bestaat er de mogelijkheid om een nieuwe zekerheid te vestigen. De gemeente beoordeelt de waarde en de gevolgen voor de verstrekkingsvorm zodra de geldlening is volgelopen. De nieuwe geldlening zal niet met terugwerkende kracht worden verstrekt, maar met ingang van de eerste volledige kalendermaand volgende op de beschikking.
Ook als er niet eerder bijstand in de vorm van een geldlening is verstrekt terwijl er wel sprake is van een eigendomswoning, kan een tussentijdse waardestijging aanleiding geven om bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken. Ook kan de gemeente in dit geval een zekerheid vestigen, met toepassing van deze beleidsregels. Deze herbeoordeling vindt elke twee jaar plaats.
De periodieke aflossing van de geldlening vindt plaats zolang de geldlening nog niet volledig is afgelost. De aflossingsperiode is dus niet in duur beperkt, de aflossingstermijn wordt bepaald door de aflossingscapaciteit. Hierbij geldt dat er gestreefd wordt na een aflossing gedurende ten hoogste 10 jaren, verspreidt over 120 termijnen.
De aflossing vangt voor het eerst aan na zes maanden vanaf het moment van beëindiging van de bijstandsuitkering. Tenzij de beëindiging te wijten is aan een schending van de inlichtingenplicht, voor zover het benadelingsbedrag hoger is dan de voor de inwoner van toepassing zijnde bijstandsnorm van een kalendermaand.
De aflossing vindt maandelijks, op uiterlijk de laatste kalenderdag van de maand, plaats. Het aflossingsbedrag wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld. Dit bedrag kan tussentijds zowel lager als hoger worden aangepast als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Indien daartoe aanleiding is kan de aflossingsperiode voor langere periode worden vastgesteld.
De inwoner heeft gedurende de aflossingsperiode éénmalig de mogelijkheid om schriftelijk en gemotiveerd uitstel van betaling aan te vragen als er sprake is van een problematische schuldensituatie. Deze periode duurt maximaal 4 maanden en kan éénmalig met nog eens 4 maanden worden verlengd. Als er uitstel van betaling wordt verleend dan wordt de aflossingstermijn opgeschort.
Artikel 7: Renteloze geldlening
De bijstand in de vorm van een geldlening op grond van artikel 50 Participatiewet zal worden verstrekt als renteloze geldlening.
Artikel 9: Opgave restant schuld
Aan de inwoner wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening.
Artikel 10: Hernieuwde bijstandsaanvraag
Als binnen een periode van 2 jaar na beëindiging van de bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek of pand opnieuw recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek respectievelijk het laatst gevestigde pandrecht. Tenzij de actuele waarde van de woning geen aanleiding meer geeft voor het verstrekken van bijstand in de vorm van een geldlening.
Is de onderbreking langer dan twee jaar, dan wordt deze aangemerkt als een duurzame onderbreking. In dat geval dient (als de actuele waarde van de woning daartoe aanleiding geeft) een nieuwe zekerheid te worden gevestigd en wordt de restant geldlening als een op de woning drukkende schuld in de berekening meegenomen.
Aldus vastgesteld op 10 juni 2025 door het college van burgemeester en wethouders.
De secretaris,
E. Jacobs
De Burgemeester,
F.A.P. van Kessel
Daar waar hierna geen toelichting wordt gegeven worden de beleidsregels voldoende duidelijk geacht.
Het recht op bijstand wordt toegekend binnen de gebruikelijke termijn, maar onder de in deze beleidsregels genoemde nadere voorwaarde waardoor het vestigen van de zekerheid. De daadwerkelijke vestiging van de zekerheid kan ook na de toekenning plaatsvinden. Tijdens de aanvraagperiode zullen ook alle benodigde documenten en informatie voor de vestiging van de zekerheid worden verzameld. De zekerheidsvestiging kan uitgesteld worden indien er sprake is van een objectief concrete (naar oordeel van de gemeente) baankans op zeer korte termijn. Dit met vanuit het oogpunten van kosten reductie.
We kiezen voor een leenbedrag van €8.000, vanwege een kosten reducerend oogpunt. De vestiging van een zekerheid is namelijk relatief kostbaar. Waarbij dit bedrag in beginsel altijd terugbetaald kan worden binnen de in artikel 6 genoemde terugbetalingstermijn. Het bedrag van €8.000 kan analoog worden toegepast bij situaties waarbij objectief (naar oordeel van de gemeente) vast staat dat de geldlening dit bedrag niet te boven zal gaan gedurende de gehele uitkeringsperiode, ondanks dat de overwaarde hoger is. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie dat het een aanvullende uitkering betreft, waarbij de pensioengerechtigde leeftijd binnen zes maanden zal worden bereikt.
De gemeente kiest voor een waard vaststelling van woningen in Nederland op basis van meest recente WOZ-beschikking. De inwoner kan zelf een taxateur aanwijzen. Deze moet wel gecertificeerd zijn en vermeld staan in het taxateursregister NRVT.
In beginsel kan er geen bijstand worden verstrekt voor de kosten van de woningtaxatie. De gemeente is immers van oordeel dat de WOZ-waarde voldoende betrouwbaar is. Hierbij komt de omstandigheid dat de inwoner de mogelijkheid heeft om in bezwaar te gaan tegen deze waarde indien hij van mening is dat deze vastgestelde waarde onjuist is. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan dit anders zijn, waarbij de daadwerkelijke waarde t.o.v. de WOZ-waarde en de reden waarom een inwoner geen bezwaar heeft gemaakt of kon maken (denk aan onverwachte marktwijzigingen) belangrijke gezichtspunten zijn in de beoordeling.
Beide partijen ondertekenen de hypotheekakte in beginsel bij de notaris op kantoor. De inwoner heeft in beginsel de vrije keuze uit de in lid 2 benoemde kantoren, maar kan ook een ander kantoor aanwijzen binnen de gemeentegrenzen. Voor de afgifte van de beschikking op de aanvraag of voortzetting van de bijstand o.g.v. de Participatiewet zal de inwoner de gemeente desgevraagd mededelen waar hij de zekerheid zal willen laten vestigen. Dit kantoor wordt ook als zodanig benoemd in de toekenningsbeschikking. Gelijktijdig met de verzending van de beschikking zal de gemeente zorgdragen voor de vooraankondiging bij de desbetreffende notaris. Voor het vestigen van de zekerheid is de beschikking van belang, dit dient de inwoner te leveren aan de notaris.
De kosten voor de vestiging worden in beginsel voldaan door de inwoner. Als een inwoner daartoe niet in staat is kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. Dit wordt verstrekt ‘om niet’, tenzij er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid of indien sprake is van binnenkort te ontvangen middelen om in het bestaan te voorzien.
De gemeente kiest ervoor om de aflossingstermijn niet in duur te beperken. Toch wordt er gestreefd naar een aflossingstermijn van 10 jaren, deze termijn is bedoeld als een bovengrens voor het aflossingsbedrag. Waarbij de ondergrens bepaald wordt door de financiële draagkracht van een inwoner. Bij een inkomen lager dan 110% kiezen we ervoor om geen aflossing te vergen.
Indien de geldlening niet geheel is terugbetaald via de periodieke aflossing zal het resterende bedrag aan geldlening worden afgerekend op het moment dat de inwoner de woning verkoopt of de woning wordt vererfd.
Het aflossingsbedrag wordt in beginsel jaarlijks onderzocht. Deze periode kan langer zijn als de situatie daartoe, naar oordeel van de gemeente, aanleiding geeft, hierbij denkt de gemeente met name aan de situatie dat de inwoner de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en een stabiel inkomen heeft.
De aflossing vangt voor het eerst aan na zes maanden vanaf het moment van beëindiging van de bijstandsuitkering. Dit is bedoelt om de inwoner in de gelegenheid te stellen om door middel van eventuele meer verdiensten (als gevolg van bijvoorbeeld werken) een schuld of roodstand weg te werken, alvorens hij geconfronteerd wordt met een nieuwe betalingsverplichting. Dit geldt niet bij een schending van de inlichtingenplicht van artikel 17 Participatiewet, voor zover het benadelingsbedrag hoger is dan de voor de inwoner van toepassing zijnde bijstandsnorm van een kalendermaand. Naleven van deze bepaling is van groot belang voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van deze wet, daarom kiest de gemeente voor dit onderscheidt.
Een inwoner kan éénmalig uitstel van betaling krijgen in het geval van een problematische schuldensituatie. Met de periode is aangesloten bij de duur van de stabilisatiefase van schuldhulpverlening. Deze mogelijkheid is dan ook bedoeld om primair schuldenrust te bieden aan inwoners in een schuldhulpverleningstraject. In een uitzonderingsgeval kan deze mogelijkheid ook worden ingeroepen ter voorkoming van een problematische schuldensituatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-500481.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.