het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maasgouw,
en
de burgemeester van Maasgouw,
ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op de artikelen 160, eerste lid, onder e, en 171 van de Gemeentewet;
Overwegende dat een groot aantal Brabantse en Limburgse gemeenten een gezamenlijke aanbesteding voor publieke laadpalen in de openbare ruimte wensen te organiseren;
Overwegende dat deze aanbesteding voortvloeit uit het vastgestelde Uitvoeringsagenda Energie 2024-2027, de vastgestelde Energieagenda
2019-2030, Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2 (2024-2030) en de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuid 2024 -2030.
Overwegende dat de Provincie Noord-Brabant voornoemde aanbesteding ten behoeve van de deelnemende gemeenten in het kader van ontzorging organiseert;
Overwegende dat in dit verband het college van B&W resp. de burgemeester mandaat en volmacht wensen te verlenen aan de provincie Noord-Brabant voor het nemen van de benodigde besluiten in het kader van en de gemeente te vertegenwoordigen bij voornoemde aanbesteding;
Overwegende mede dat in dit verband het college van B&W resp. de burgemeester mandaat en volmacht wensen te verlenen aan de provincie Noord-Brabant voor het op zich nemen van contractmanagement in brede zin. Daaronder, maar niet exclusief bedoeld, het uitvoeren van de overeenkomst, controle op de naleving daarvan, inclusief mogelijke aansprakelijkstellingen bij wanprestatie of niet (volledige) nakoming van de overeenkomst. Tot slot de bevoegdheid om de benodigde besluiten te nemen om laadpalen te kunnen (laten) verwijderen.
Besluiten: