Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 500007 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 500007 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening toegang woningmarkt
De Raad van de gemeente Rotterdam,
gelezen het herziene raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 17 juni 2025
(raadsvoorstel nr. 25bb004607/25bo006046); 25bb005492;
gelet op artikel 10 en 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Huisvestingswet 2014;
het wenselijk is om ter beperking van overlast en criminaliteit een huisvestingsvergunningplicht in te stellen in door de minister aangewezen straten;
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval de keuken, het toilet en de badkamer als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt;
zelfstandige woonruimte: woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij in ieder geval de keuken, het toilet en de badkamer als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt.
Deze verordening is van toepassing op alle te huur aangeboden zelfstandige en onzelfstandige woonruimten die zijn gelegen in de straten die door de minister op grond van artikel 5 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zijn aangewezen voor de toepassing van artikel 10 van deze wet.
Artikel 4 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Het college verleent de huisvestingsvergunning indien:
Artikel 5 Aanvraag huisvestingsvergunning
De aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte wordt door middel
van een door het college vastgesteld formulier, met inbegrip van de daarop vermelde gegevens en de daarbij gevraagde bescheiden, ingediend bij het college.
Artikel 6 Weigeringsgronden huisvestingsvergunning
Een huisvestingsvergunning wordt geweigerd, indien uit het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van een persoon van 16 jaar en ouder in de betreffende woonruimte, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat.
Artikel 7 Intrekking huisvestingsvergaunning
Een vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken indien:
Artikel 8 Vervallen huisvestingsvergunning
De vergunning vervalt als de personen die op de vergunning staan vermeld, de woonruimte niet meer voor bewoning in gebruik hebben.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college op grond van artikel 33, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 aangewezen ambtenaren.
Artikel 11 Inwerkingtreding en geldigheidsduur van de verordening
Deze verordening vervalt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op huisvestingsvergunningen die krachtens deze verordening zijn verstrekt alsmede op aanvragen om huisvestingsvergunningen die zijn ingediend voor de dag waarop deze verordening vervalt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 en 17 juli 2025.
De griffier,
I.C.M. Broeders
De voorzitter,
C.J. Schouten
Dit Gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Toelichting bij de Verordening toegang woningmarkt
Rotterdam kent straten en buurten met een stapeling aan opgaven. Buurten met sociaal-economische problemen, opgaven ten aanzien van de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving en problemen met de veiligheid. Het zijn kwetsbare, minder veerkrachtige buurten. Buurten waar overlast en criminaliteit niet alleen het recht op het ongestoord woongenot verstoort, maar bovendien door de beperkte veerkracht de leefbaarheid in gevaar brengt.
Rotterdam werkt aan toekomstbestendige en vitale wijken. Wonen is hier een fundamenteel onderdeel van. Het gaat om toekomstbestendige woningen in wijken waar je prettig woont; gezond, inclusief en veilig.
Door de inzet van maatregelen uit de Wet bijzondere maatregelen grootschalige problematiek (Wbmgp), in combinatie met andere genomen maatregelen wordt probleemcumulatie in deze buurten tegengegaan en kan de reeds bestaande problematiek meer effectief te lijf worden gegaan. Uiteindelijke doel is om de beoogde Rotterdamse buurten weer vitaal, veerkrachtig en leefbaarder te maken.
De Wbmgp voorziet in de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening, als bedoeld in de Huisvestingswet 2014, een huisvestingsvergunningplicht op te leggen waarmee eisen kunnen worden gesteld aan woningzoekenden, voor in de verordening bepaalde categorieën van woonruimte, in de door de minister aangewezen complexen, straten of gebieden.
De gemeenteraad acht het noodzakelijk, geschikt en evenredig om gebruik te maken van het instrument van artikel 10 van de Wbmgp.
Tegelijkertijd met het vaststellen van de Verordening toegang woningmarkt heeft de gemeenteraad de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verzocht om aanwijzing van 25 straten, waarvoor screening op overlastverleden en crimineel gedrag van toekomstige bewoners geldt. Door een huisvestingsvergunning verplicht te stellen in deze straten en het verlenen ervan afhankelijk te stellen van een positieve toets aan de registers van de politie, wordt gewerkt aan het doel om de leefbaarheid en veiligheid in die straten te verbeteren.
Deze verordening bevat geen bijzonder overgangsrecht. Op het moment van vaststellen zijn er geen aanvragen waarop niet is beslist.
Vergunningen die onder de eerder geldende regels zijn verstrekt, blijven van kracht op grond van het overgangsrecht dat is opgenomen in de artikel4.2, eerste lid, van de Verordening samenstelling woningvoorraad 2025. In die verordening is de voorganger van de voorliggende verordening, de Verordening toegang woningkmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 ook ingetrokken.
Als categorieën van woonruimte zijn alle te huur aangeboden woonruimten, zowel zelfstandige als onzelfstandige woonruimten, aangewezen. Dat betekent dat geen onderscheid wordt gemaakt in de huurprijs en door wie de woning te huur wordt aangeboden. Ook het in gebruik nemen van een kamer (onzelfstandige woonruimte) valt onder het toepassingsbereik van de verordening.
Met ‘te huur aangeboden’ woonruimte wordt bedoeld, woningen niet zijnde koopwoningen. Het is hierbij niet van belang of er daadwerkelijk “huur” (in geldelijke vorm) wordt betaald. Bij voorzieningen voor beschermd of begeleid wonen waarin op basis van een indicatiestelling begeleiding met tijdelijk verblijf wordt verleend, is geen sprake van bewoning in te huur aangeboden woonruimte. Voor dergelijk verblijf is geen huisvestingsvergunning vereist.
De verordening geldt alleen voor de categorieën van woonruimten die liggen in de straten die door de minister op verzoek van de gemeenteraad zijn aangewezen.
Om te kunnen achterhalen om welke straten het gaat zonder ook het besluit van de minister te hoeven raadplegen, worden de straten in de bijlage opgenomen. Omdat er op het moment van vaststellen van de verordening nog geen aanwijzingsbesluit van de minister is, worden de door de minister aangewezen straten, na die aanwijzing, door het college in de bijlage opgenomen.
Artikel 3 vergunningvereiste huisvestingsvergunning
Het vergunningvereiste geldt in de eerste plaats voor de degene die de woonruimte in gebruik neemt. Als iemand zich op een later moment bij de vergunninghouder wil vestigen in dezelfde woonruimte, heeft die persoon eveneens een huisvestingsvergunning nodig. De verhuurder heeft niet zelf een vergunning nodig, maar tot hem is wel het verbod gericht dat het in gebruik geven van de woonruimte niet is toegestaan aan het huishouden dat niet over een huisvestingsvergunning beschikt.
Artikel 4 criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Het vergunningvereiste geldt voor iedere persoon van 18 jaar of ouder die de woonruimte in gebruik neemt. Als vier meerderjarige gezinsleden woonruimte in een door de minister aangewezen straat betrekken, geldt de vergunningplicht voor alle vier.
De vergunningplicht geldt ook voor een persoon die jonger is dan 18 jaar en het hoofd is van een huishouden met minderjarige kinderen, bijvoorbeeld een vader of moeder met jonge kinderen.
Eveneens geldt de vergunningplicht voor iedere persoon van 16 jaar of ouder die intrekt bij een huishouden dat al over een vergunning beschikt.
Voor het betrekken van sommige woonruimten is ook een vergunning nodig op grond van de Verordening woonruimtebemiddeling Rotterdam 2025. Dat is bijvoorbeeld het geval als een woning van een woningcorporatie wordt betrokken. De huisvestingsvergunning wordt niet verleend, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een vergunning op grond van de Verordening woonruimtebemiddeling Rotterdam 2025.
Voor zelfstandige woonruimte die is omgezet in woonruimte om kamergewijs te worden bewoond, heeft de eigenaar van die woonruimte (dus niet de huurders) onder voorwaarden een vergunning voor kamerbewoning op grond van de Verordening samenstelling woningvoorraad 2025 nodig.
Als de huisvestingsvergunning wordt aangevraagd voor het bewonen van onzelfstandige woonruimte (een kamer), en de eigenaar beschikt niet over een benodigde vergunning, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd.
In het eerste lid is opgenomen dat een vergunning wordt geweigerd als uit onderzoek op basis van politiegegevens blijkt dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat. Dat onderzoek, op basis van gegevens waarover de politie beschikt, beperkt zich tot gegevens over gedragingen die samenhangen met het ‘wonen’. Bijvoorbeeld gedragingen vanuit of rondom een vorige woning, die hebben geleid tot ernstige geluidsoverlast voor de buurt. In het tweede lid van artikel 6 is opgenomen welke gedragingen uit de politiegegevens in het onderzoek worden betrokken.
In artikel 10b van de Wbmgp is opgenomen dat op basis van het onderzoek door de burgemeester een woonverklaring wordt afgegeven, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden.
Als een woonverklaring met voorschriften wordt afgegeven, worden deze voorschriften altijd als voorschrift aan de huisvestingsvergunning verbonden. Overtreding van een of meer van deze voorschriften kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
Met inachtneming van de kaders van de Huisvestingswet 2014, is in artikel 10 de hoogte van de bestuurlijke boetes vastgesteld die voor overtredingen van voorschriften op grond van de Verordening kunnen worden opgelegd.
Voor de verhuurder/ingebruikgever kan alleen de boete worden opgelegd voor het in gebruik geven van woonruimte zonder dat over een huisvestingsvergunning wordt beschikt. De hoogste boete is eerst gepast en geboden voor notoire recidivisten, terwijl de boete zich verdubbelt bij recidive. Hierbij is rekening gehouden met bedrijfsmatigheid, die is verdisconteert in de oplopende boete bij recidive. Overtreders die bedrijfsmatig handelen worden gelet op de omvang van hun portefeuille sneller geconfronteerd met herhaaldelijke overtredingen.
Recidive van het overtreden van de voorschriften van de huisvestingsvergunning wordt vanwege het particuliere karakter van de overtreder daarom ook niet met een hogere boete bestraft.
Artikel 11 Inwerkingtreding en geldigheidsduur
De verordening treedt niet in werking voordat door de minister is bepaald in welke straten de verordening van toepassing is. Een met redenen omkleed verzoek aan de minister tot het aanwijzen van straten is eerst ingediend op het moment van vaststellen van de verordening. Het moment van inwerkingtreding is dus afhankelijk van het moment waarop de minister het aanwijzingsbesluit neemt.
Omdat de datum van inwerkingtreding concreet bepaalbaar moet zijn, beslist het college, na het aanwijzingsbesluit van de minister, tot een moment van inwerkingtreding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-500007.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.