Subsidieregeling Bestaanszekerheid Ede 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel van 11 november 2025, zaaknummer 499989;

gelet op de artikelen 3, 7 en 8 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017;

besluit vast te stellen de: Subsidieregeling Bestaanszekerheid Ede 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag indient op grond van deze regeling.

  • b.

    ASV: De geldende Algemene subsidieverordening van de gemeente Ede;

  • c.

    bestaanszekerheid: de basisvoorwaarden op orde brengen. Deze voorwaarden zijn de zekerheid van werk, voldoende en voorspelbaar inkomen en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning en van wonen in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening in situaties die de veiligheid bedreigen.

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

  • e.

    v rijwilligersorganisatie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die met enige regelmaat bijeenkomt en/of activiteiten organiseert in het algemeen belang, waarbij alle inkomsten worden ingezet ten gunste van de doelstelling van de organisatie en waarbij de uitvoering van het primaire proces in overwegende mate door vrijwilligers wordt gedaan.

Artikel 2. Doel subsidieregeling

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is het financieel ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de bestaanszekerheid van inwoners in gemeente Ede.

  • 2.

    De initiatieven zijn gericht op het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van ongewenste effecten van armoede, zoals eenzaamheid, isolement en stress.

Artikel 3. Subsidiabele initiatieven

  • 1.

    Het college kan een subsidie verlenen aan initiatieven gericht op inwoners die in een bestaansonzekere situatie dreigen te komen of daarin al verkeren.

  • 2.

    Subsidiabel zijn in ieder geval activiteiten die:

    • a.

      inwoners ondersteunen bij het realiseren van voorwaarden voor bestaanszekerheid;

    • b.

      gericht zijn op het vergroten van maatschappelijke participatie van financieel kwetsbare inwoners;

    • c.

      bijdragen aan het verminderen van negatieve effecten van armoede, zoals stress, eenzaamheid en isolement.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Subsidie wordt slechts verstrekt indien:

    • a.

      de activiteiten vinden plaats in de periode 1 januari 2026 tot 1 januari 2027;

    • b.

      voor de betreffende activiteiten nog geen directe of indirecte financiering is toegekend vanuit andere gemeentelijke regelingen;

    • c.

      per aanvrager maximaal één subsidie wordt verstrekt op grond van deze regeling.

  • 2.

    Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid, onder b en c.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de aard van de aanvrager, de beoogde impact van de activiteit en de mate van vrijwillige inzet.

  • 2.

    Voor activiteiten georganiseerd door natuurlijke personen of vrijwilligersorganisaties geldt een maximaal subsidiebedrag van € 5.000 per aanvraag.

  • 3.

    Het college kan gemotiveerd afwijken van het maximumbedrag bepaald in het tweede lid van dit artikel voor organisaties op basis van beroepsinzet of een landelijk netwerk.

  • 4.

    Het college kan bij de beoordeling rekening houden met:

    • a.

      De mate waarin de activiteit bijdraagt aan het tegengaan van armoede of het versterken van bestaanszekerheid;

    • b.

      De schaal en reikwijdte van de activiteit;

    • c.

      De verhouding tussen kosten en beoogde maatschappelijke opbrengsten.

Artikel 6. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger is verplicht om aantoonbaar samenwerking te zoeken met andere organisaties in de sociale basis in het bijzonder in de buurt, wijk of het dorp waarin de activiteit plaatsvindt.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Alleen daadwerkelijk gemaakte kosten die direct verband houden met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten komen voor subsidie in aanmerking.

  • 2.

    Kosten dienen, naar het oordeel van het college, in verhouding te staan tot de impact van de te realiseren activiteiten.

  • 3.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit;

    • b.

      aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college.

    • d.

      financiële vergoedingen voor vrijwilligers tenzij;

      • i.

        het kosten betreft zoals bedoeld in het vierde lid van dit artikel; of

      • ii.

        deze kosten naar oordeel van het college redelijk en noodzakelijk worden geacht.

  • 4.

    Kosten voor professionele inzet of coördinatie van de gesubsidieerde activiteiten zijn slechts subsidiabel indien de kosten verband houden met één of meerdere van de volgende werkzaamheden;

    • a.

      koppelen/matchen van de juiste vrijwilligers aan de juiste kwetsbare inwoners;

    • b.

      begeleiden, werven en opleiden van vrijwilligers;

    • c.

      directie-taken; werkzaamheden gericht op het ontwikkelen en vaststellen van missie en visie, het extern vertegenwoordigen van de organisatie, het maatschappelijk strategisch positioneren van de organisatie, het bepalen van het beleid en de interne organisatie;

    • d.

      taken betreffende het werkgeverschap van de organisatie.

    • e.

      begeleiden van herstelactiviteiten voor mentale gezondheid door professionele ervaringsdeskundigen.

  • 5.

    Kosten zoals bedoeld in het vierde lid van dit artikel zijn slechts subsidiabel indien deze naar het oordeel van het college voldoen aan minimaal één of meerdere van de volgende voorwaarden;

    • a.

      de professionele kennis en kunde van de medewerker is noodzakelijk om de activiteiten goed uit te kunnen voeren of een goede match te kunnen maken van vrijwilligers met kwetsbare inwoners;

    • b.

      het betreft een faciliterende rol voor het organiseren van de initiatieven door de vrijwilligers;

    • c.

      kosten zijn tijdelijk; noodzakelijk om een initiatief op te starten, vrijwilligers op te leiden of te instrueren en/of noodzakelijk om mogelijke andere inkomsten te genereren.

    • d.

      de activiteiten kunnen zonder bekostiging van coördinatie en/of professionele inzet niet (langer) in de gewenste mate worden voorgezet en het stoppen of verminderen van de activiteiten een aanzienlijke negatieve invloed heeft op het behalen van de door de gemeente beoogde beleidsdoelstellingen.

Artikel 8. Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1.

    Het college stelt voor deze regeling een subsidieplafond vast van €50.000.

  • 2.

    Het college kan het subsidieplafond verhogen.

  • 3.

    Indien het aantal aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen toegekend op volgorde van ontvangst van volledige aanvragen, tot het plafond is bereikt.

  • 4.

    Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en het plafond daardoor wordt overschreden, worden deze aanvragen door middel van loting gerangschikt en op volgorde van loting beoordeeld.

Artikel 9. Aanvragen van subsidie

Aanvragen kunnen gedurende het gehele kalenderjaar 2026 worden ingediend.

Artikel 10. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 9 van de ASV wordt een subsidie geweigerd indien het college van oordeel is dat het initiatief financieel niet haalbaar is.

Artikel 11. Verantwoording

1. In aanvulling op artikel 13 van de ASV geldt voor subsidies tot en met €5.000 dat de subsidieontvanger binnen acht weken na uitvoering van de activiteiten meldt dat het initiatief is uitgevoerd.

2. Bij deze melding wordt een schriftelijke onderbouwing en/of beeldmateriaal aangeleverd.

3. Voor subsidies boven €5.000 gelden de verantwoordingsverplichtingen zoals opgenomen in artikel 14 van de ASV.

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari 2027.

  • 2.

    Deze regeling blijft van toepassing op de afwikkeling van subsidies die voor de vervaldatum op basis van deze regeling zijn verleend en op bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies. Deze regeling blijft eveneens van toepassing op aanvragen om subsidies waarop voor de vervaldatum nog niet is beslist.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Bestaanszekerheid Ede 2026.

     

Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025, zaaknummer 499989.

Het college voornoemd,

drs. M. Schlebusch

de secretaris,

mr. L.J. Verhulst

de burgemeester,

Toelichting

Algemeen

Relatie met de Algemene subsidieverordening (ASV) Ede

De subsidieregeling is een aanvulling op de ASV. De bepalingen uit de ASV zijn derhalve ook van toepassing op deze regeling tenzij deze regeling een aanvulling of uitzondering geeft.

 

Relatie met de Subsidieregeling Initiatieven Bestaanszekerheid Ede 2024-2025

De subsidieregeling is een voortzetting van de subsidieregeling Initiatieven Bestaanszekerheid die van oktober 2024 tot oktober 2025 actief was. De doelstelling is breder geworden, en richt niet uitsluitend op incidentele activiteiten, maar bundelt ook structurele initiatieven die bijdragen aan bestaanszekerheid in Ede. Het blijft een regeling waarmee inwoners en maatschappelijke organisaties een beroep kunnen doen op financiële middelen om initiatieven uit te breiden of nieuwe initiatieven te realiseren.

 

Artikelsgewijze toelichting

Hieronder worden enkele artikelen nader toegelicht.

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

c) bestaanszekerheid: Voor deze begripsbepaling sluiten we aan bij de VNG en Divosa, zoals uitgewerkt in de propositie ‘De winst van het sociaal domein’ (2021). Meer informatie over bestaanszekerheid: https://www.divosa.nl/bestaanszekerheid

 

Artikel 8. Subsidieplafond en wijze van verdeling

Voor deze regeling is een subsidieplafond vastgesteld. Het beschikbare budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst. De aanvraag die als eerst is ontvangen krijgt als eerste subsidie. Als ontvangstdatum geldt de datum dat de aanvraag helemaal compleet is en dus wordt voldaan aan alle bepalingen uit artikel 9 van deze regeling.

 

Artikel 9. Aanvragen van subsidie

Conform artikel 6, tweede lid van de ASV legt de aanvrager in de aanvraag uit hoe de subsidie ingezet wordt. De aanvrager levert de volgende informatie aan:

a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van de subsidieregeling: het ondersteunen van inwoners die dreigen in een bestaansonzekere situatie te komen of daarin al verkeren;

c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten.

 

Naar boven