Gemeenteblad van Meierijstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2025, 498196 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meierijstad | Gemeenteblad 2025, 498196 | beleidsregel |
Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad
In 2018 heeft een harmonisatie van het standplaatsenbeleid plaatsgevonden voor de nieuwe fusiegemeente Meierijstad. In 2019, 2022 en 2025 is het standplaatsenbeleid geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de praktijk en regelgeving. Voorliggend beleidsstuk voorziet in de benodigde kaders voor vergunningverlening.
Onder het begrip standplaats zoals opgenomen in artikel 9.17 van de VFL wordt verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Deze beleidsregels richten zich enkel tot de verschillende soorten standplaatsen buiten de weekmarkt.
Standplaatsen kunnen regulier, incidenteel of seizoensgebonden (zoals oliebollen) van aard zijn. Het verschil heeft te maken met het type product en/of dienst en het tijdstip waarop een product en/of dienst wordt aangeboden. Hieronder een overzicht van de verschillende typen standplaatsen en de belangrijkste definities uit dit beleidsdocument.
Standplaatsen op gemeentegrond (buiten de weekmarkt), waar ondernemers hun goederen aan het publiek trachten te verkopen. Deze standplaatsen zijn het hele jaar beschikbaar op een vaste, aangewezen locatie. De locaties zijn als bijlage opgenomen.
Een incidentele standplaats is een standplaats voor maximaal 5 aaneengeschakelde vastgestelde dagen. Gezien het niet-structurele karakter worden de incidentele standplaatsen niet afhankelijk gesteld van aangewezen standplaatslocaties. De locatie wordt per aanvraag op reguliere wijze beoordeeld en getoetst.
Een seizoenstandplaats is een standplaats waar vergunninghouders gedurende het verkoopseizoen oliebollen mogen verkopen. Het verkoopseizoen van oliebollen is maximaal 4 maanden, te weten 1 oktober tot 1 februari. Seizoenstandplaatsen worden niet afhankelijk gesteld van aangewezen locaties. Buiten en niet direct aan het verkoopseizoen kan een incidentele standplaatsvergunning voor de verkoop van oliebollen worden verstrekt. Daarnaast kan een oliebollenkraam onderdeel uitmaken van een evenementenvergunning. Tot slot is een seizoenstandplaats niet bedoeld als een verlengstuk van de eigen/huidige detailhandelsfunctie.
De centrale doelstelling van het standplaatsenbeleid is een helder toetsingskader creëren op basis waarvan aanvragen voor standplaatsen kunnen worden beoordeeld.
De belangrijkste deelvragen die in dit document beantwoord worden, zijn:
Op standplaatsen is de Dienstenwet van toepassing. In artikel 33 van de Dienstenwet staan de richtlijnen voor het afgeven van vergunningen bij diensten omschreven. Hierin wordt onder andere omschreven dat een vergunning alleen voor een bepaalde duur kan worden verleend als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang en de gebruiksmogelijkheden op basis van het omgevingsplan, zoals bij standplaatsen het geval is. Een standplaatsvergunning kan bij meerdere geïnteresseerden namelijk een schaarse vergunning zijn. Het is dus juridisch gezien alleen mogelijk om vergunningen voor een bepaalde tijd te verlenen. De vergunningen zullen na afloop van de vergunningsperiode worden herverdeeld volgens een objectieve, transparante wijze, die vooraf bekendgemaakt dient te worden zoals opgenomen in artikel 9.6 VFL. Vrijgekomen plaatsen die ontstaan door het opzeggen van een vergunning zullen ook via een procedure als hiervoor bedoeld worden herverdeeld. V.w.b. de vergunningstermijn hanteert gemeente Meierijstad een termijn van 12 jaar.
De basis voor een standplaatsvergunning is artikel 9:18 VFL. Hierin staat dat het verboden is om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen. Een vergunning wordt geweigerd als deze in strijd is met een geldend bestemmingsplan of het omgevingsplan. In aanvulling op de algemeen geldende weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.5 VFL bevat artikel 9:18 VFL aanvullende weigeringsgronden specifiek voor standplaatsvergunningen.
In artikel 3.5 van de VFL staan de algemeen geldende weigeringsgronden voor vergunningen vermeld.
Naast het feit dat een standplaatshouder moet beschikken over een vergunning om een standplaats in te nemen, dient deze zich te houden aan een aantal, in met name de volgende wetten en verordeningen, gestelde eisen:
Om een strategische koers over standplaatsen te bepalen, is het allereerst van belang om te bekijken hoe de kernen momenteel functioneren. In onderstaande tabel gaan we daarom in op de situatie per kern.
*In Olland zijn er geen mogelijkheden voor een standplaats op gemeentelijke grond. Wel zijn er op dinsdagochtend twee standplaatsen uitgegeven op particuliere grond, voor de Loop’r (eigendom van Woonmeij).
3. Het belang van standplaatsen in Meierijstad
Standplaatsen zijn van belang voor de gemeente. Standplaatsen kunnen namelijk een positieve bijdrage aan de (detailhandels)structuur van de gemeente leveren. Allereerst kan het uitgeven van standplaatsen de leefbaarheid in (met name kleine) kernen verhogen. In een aantal kernen waar geen of nauwelijks aanbod is aan reguliere detailhandel (zoals bijvoorbeeld Wijbosch, Boerdonk en Boskant) kan uitgifte van een standplaats bijdragen aan een vergrote leefbaarheid. Daarnaast kan het uitgeven van een standplaats de bestaande detailhandelsstructuur versterken, door het aanbieden van goederen die niet of beperkt aangeboden worden door de bestaande winkels in een kern. Vaak is in kleinere buurten of dorpen, waar onvoldoende draagvlak is voor een (bepaald type) winkel, een standplaats wel haalbaar. Tot slot kunnen standplaatsen een aantrekkende werking hebben, wat resulteert in een levendiger straatbeeld. Hier kan de bestaande detailhandelsstructuur van profiteren.
Tegelijkertijd kan een overaanbod aan standplaatsen ook negatieve gevolgen hebben voor een kern. Zo kan een standplaats concurreren met bestaande detailhandel of de weekmarkt, waardoor deze hun hoofd niet boven water kunnen houden. Van groot belang is echter dat de Dienstenrichtlijn het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in een kern niet toestaat. Dit omdat dat wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten (artikel 14, punt 5 van de Dienstenrichtlijn). Hierop wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Van duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal in de praktijk niet snel sprake zijn. Voor de vraag of een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal ontstaan, komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of voor een overaanbod in het verzorgingsgebied en mogelijke sluiting van bestaande voorzieningen moet worden gevreesd, maar het doorslaggevende criterium is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Bijvoorbeeld ABRvS 13-01-2016, ECLI:NL:RVS:2016:49.
Daarom is het van belang om goed na te denken over een gedegen standplaatsenbeleid, waarbij aandacht is voor de leefbaarheid van de kernen, zonder in strijd te komen met de Dienstenrichtlijn. Met name in de kleinste kernen dient ook rekening gehouden te worden met reguliere ondernemers. In die zin dat inwoners van een bepaald gebied op een aanvaardbare afstand van hun woning moeten kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Tegelijkertijd is het vanuit ruimtelijk-economisch perspectief belangrijk om de juiste locaties te kiezen om standplaatsen mogelijk te maken. Allereerst is het van belang dat de locatie voldoende kansen biedt voor ondernemers om te functioneren en te investeren. Over het algemeen komt dit neer op een centrale ontmoetingsplaats in een kern. Daarnaast moet een locatie geen conflicten opleveren met het bestemmingsplan (Omgevingsplan), het verkeer en bewoners.
Vanuit leefbaarheid van de kernen is het wenselijk dat in iedere kern de mogelijkheid bestaat om minstens 2 standplaatsen per week in te kunnen nemen. In grotere kernen kan dit aantal worden uitgebreid. Ook is het van belang dat er in de kleine kernen per week maximaal één standplaats uit dezelfde branche plek in neemt en op de locaties waar maximaal 8 keer per week standplaatsen ingenomen mogen worden er per week maximaal twee standplaatsen uit dezelfde branche plaats mogen nemen.
Ook wanneer een standplaats wordt ingenomen op particulier terrein is, als dat terrein voor publiek openbaar is, een vergunning van het college nodig (thans geregeld in artikel 9.19 van de VFL). Het innemen van een standplaats tijdens een evenement wordt geregeld in de evenementenvergunning conform het evenementenbeleid. Een standplaats op een evenemententerrein dient zich aan de gegeven eisen/richtlijnen te houden, zoals opgenomen in de evenementenvergunning.
Op het moment dat iemand zonder vergunning een standplaats inneemt, dan zal hiertegen opgetreden worden. Dit geldt tevens voor de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat.
De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het verlenen van een standplaatsvergunning. Als eerste zal ingegaan worden op algemene uitgangspunten die gelden voor alle standplaatsvergunningen. Verder zal er onderscheid worden gemaakt tussen reguliere standplaatsen, incidentele standplaatsen, niet-commerciële standplaatsen, de seizoenstandplaatsen oliebollen en de standplaatsen die deel uitmaken van een evenementenvergunning. Ook wordt er aandacht gegeven aan het afgeven en vrijkomen van vergunningen, alsook de randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden bij het ontvangen van een standplaatsvergunning.
4.1. Algemene uitgangspunten (geldend voor alle standplaatsvergunningen)
Ook voor standplaatsen op voor publiek toegankelijk particulier terrein moet een vergunning worden aangevraagd. Indien de aanvrager van de standplaatsvergunning geen eigenaar is van het particulier terrein, moet de vergunningsaanvraag worden vergezeld van een instemmingsverklaring van de eigenaar van het particulier terrein.
In principe draagt de vergunninghouder zelf zorg voor de benodigde elektriciteit en water. Bij gebruik van gemeentelijke elektriciteits- of watervoorzieningen, mits aanwezig, vraagt de gemeente een marktconforme vergoeding. De actuele tarieven zijn te vinden op www.meierijstad.nl onder ‘standplaats aanvragen’.
4.2. Uitgangspunten reguliere standplaatsen
Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden voor reguliere standplaatsen de volgende uitgangspunten:
Per locatie wordt maximaal 1 reguliere vergunning per dagdeel afgegeven, met uitzondering van de aanvullende aanwezigheid van standplaatsen met een seizoenstandplaatsvergunning en met uitzondering van de zaterdag op De Bunders in verband met de minimarkt (maximaal 5 vergunningen) en de shared space locatie in Wijbosch (maximaal 3 vergunningen).
Er kunnen vergunningen afgegeven worden voor een hele dag op het moment dat hier volgens onze beschikbaarheid ruimte voor is. Op dat moment ontvangt de aanvrager 1 verleningsbrief voor 2 dagdelen. Dit kan echter alleen op die locaties waar 2 vergunningen per branche toegestaan zijn en er niet al 1 vergunning voor de desbetreffende branche is afgegeven. Een vergunning voor een hele dag telt als twee vergunningen voor een branche.
*Volksfeesten: traditioneel feest dat door het (gehele) volk wordt gevierd, zoals kermissen, carnavalsoptochten, Sinterklaasintocht, vieringen en herdenkingen (Koningsdag, 4 en 5 mei, lokale Bevrijdingsdagen, dodenherdenking).
4.3. Uitgangspunten incidentele standplaatsvergunningen
Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden de volgende uitgangspunten:
Een incidentele standplaatsvergunning mag maximaal 3 keer per kalenderjaar, voor maximaal 5 aaneengesloten dagen per aanvraag en per aanbieder worden aangevraagd. Ongeacht het wel of niet vergeven maximale aantal dagen van 15. Incidentele vergunningen mogen seizoenstandplaatsvergunning niet direct opvolgen.
*Volksfeesten: traditioneel feest dat door het (gehele) volk wordt gevierd zoals kermissen, carnavalsoptochten, Sinterklaasintocht, vieringen en herdenkingen (Koningsdag, 4 en 5 mei, lokale Bevrijdingsdagen, dodenherdenking).
4.4. Uitgangspunten seizoenstandplaats oliebollen
Naast de onder 4.1. genoemde uitgangspunten gelden de volgende uitgangspunten:
4.5. Uitgangspunten standplaatsen onderdeel uitmakend van een evenement(envergunning)
Als een standplaats op basis van een al eerder afgegeven evenementenvergunning wordt ingenomen, hoeft er geen standplaatsenvergunning separaat te worden aangevraagd. Dit verloopt via de evenementenvergunning. Een standplaats op evenemententerrein dient zich aan de voorschriften te houden zoals opgenomen in de evenementenvergunning. Oliebollenkramen kunnen onderdeel uitmaken van een evenementenvergunning.
4.6. Verlenen, vrijkomen, looptijd, verlenging en overschrijving van vergunningen
Verleende vergunningen blijven van kracht tot de vergunning afloopt. Vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend, blijven gelden tot de vergunning wordt ingetrokken of op het moment dat de vergunninghouder schriftelijk kenbaar maakt dat hij geen gebruik meer wenst te maken van de vergunning en deze wil overschrijven of stopzetten, zoals beschreven in hoofdstuk 9, artikel 9.8 VFL
Nieuwe aanvragen krijgen een vergunning met een looptijd van 12 jaar. Voor deze vergunningen geldt dat de looptijd kan worden bekort als blijkt dat dit noodzakelijk is in verband met hogere regelgeving (Europees of landelijk) dan wel rechterlijke uitspraken.
Bij het vrijkomen van een vergunning publiceert de gemeente dit via de gemeentekanalen (Gemeenteblad Meierijstad en Website gemeente Meierijstad). Voor de toekenning van reguliere én seizoenstandplaatsen op gemeentegrond geldt het uitgifteproces zoals beschreven in hoofdstuk 9, artikel 9.6. VFL.
Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen burgemeester en wethouders de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn. Hiervoor geldt hetzelfde als beschreven in artikel 9.7. uit de VFL.
Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Indien men hiervoor in aanmerking wil komen, geldt hetzelfde als bepaald in artikel 9.8. van de VFL.
4.7. Voorschriften in de vergunning
Aan een standplaatsvergunning worden voorschriften verbonden (plichten en verboden). Deze voorschriften in algemene zin staan hieronder beschreven. Nadere voorschriften kunnen aan een vergunning worden verbonden als dat bij het afgeven van de vergunning noodzakelijk wordt geacht.
Na afloop van de standplaatsactiviteiten dient de directe omgeving door vergunninghouder schoon te worden opgeleverd. Indien dit niet gebeurt, zal de gemeente dit doen op kosten van de vergunninghouder. Dit betekent dat er geen afvalresten meer mogen liggen. Ook mag het afvalwater niet tegen de beplanting worden gegoten om stankoverlast te voorkomen.
De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat de verkoopinrichting en onmiddellijke omgeving daarvan schoon wordt gehouden. Indien etenswaren worden verkocht die ook ter plaatse kunnen worden genuttigd, dient vergunninghouder bij de verkoopinrichting ten minste één afvalemmer te plaatsen en gebruiksklaar te houden. De afvalemmer mag niet in een openbare afvalbak worden geleegd om hiermee stankoverlast te voorkomen. U dient zelf uw afval mee te nemen.
Het is de vergunninghouder niet toegestaan:
De standplaats te exploiteren als de gemeente over de standplaats dient te beschikken, voor werken van openbaar nut, of als de standplaats voor vergunde evenementen- of andere activiteiten dient te worden gebruikt. De vergunninghouder zal hierover tijdig vooraf worden geïnformeerd. Het college kan dan besluiten tot aanwijzing van een andere, tijdelijke, standplaats. Indien aanwijzing van een vervangende standplaats niet mogelijk is en gebruiker als gevolg van genoemde omstandigheden gedurende een periode langer dan een week geen gebruik van het gehuurde kan maken, wordt hiermee bij de berekening van de marktgelden rekening gehouden.
Openbare orde, veiligheid, toezicht en handhaving
De vergunninghouder is verplicht deze vergunning op eerste verzoek van een toezichthoudend ambtenaar, zoals de Buitengewoon Opsporingsambtenaren van de gemeente Meierijstad, belast met de zorg voor de naleving van de voorschriften, ter inzage af te geven. Het is dan ook verplicht om een afschrift van deze vergunning voorhanden te hebben.
Wetgeving en aansprakelijkheid
Vergunninghouder verklaart ermee bekend te zijn dat overige wet- en regelgeving, zoals o.a. de Alcoholwet, Activiteitenbesluit milieubeheer, Verordening Fysieke Leefomgeving en het omgevingsplan onverminderd van kracht blijven. Gebruiker kan aan deze overeenkomst geen rechten ontlenen met betrekking tot het verkrijgen van eventueel vereiste vergunningen of ontheffingen.
Voor het behandelen van aanvragen om een standplaatsvergunning zijn legeskosten verschuldigd. Het tarief is te vinden in de tarieventabel die behoort tot de meest recente legesverordening van de gemeente. Daarnaast is de standplaatshouder die een standplaats inneemt op gemeentegrond een vergoeding verschuldigd aan de gemeente voor het gebruik van haar grond. Dit wordt geregeld via de jaarlijks vast te stellen ‘Verordening Marktgelden Meierijstad’.
Er is op een aantal locaties een stroomvoorziening aanwezig waar standplaatshouders gebruik van kunnen maken. Op deze locaties betaalt de gebruiker een vast bedrag voor het gebruik van ofwel reguliere stroom of krachtstroom. Ook deze tarieven zijn terug te vinden in de ‘Verordening Marktgelden Meierijstad’. Deze kosten worden tegelijk met het marktgeld in rekening gebracht.
In het collegewerkprogramma 2023-2026 ‘Thuis in Meierijstad’, is duurzaamheid een van de leidende thema’s voor alle beleidsterreinen. Zowel lokaal, regionaal, nationaal als mondiaal wordt de druk tot verduurzaming gevoeld.
Door in dit beleid ook aandacht aan duurzaamheid te geven, wil de gemeente standplaatshouders inspireren om met ons aan de slag te gaan voor een duurzaam Meierijstad. Dat doen we om nu en in de toekomst prettig te kunnen blijven wonen, leven en werken. Via onderstaande tips/aandachtspunten kan de standplaatshouder een bijdrage leveren aan een duurzaam Meierijstad:
Meierijstad is voor iedereen, iedereen doet mee. We streven naar een toegankelijke/inclusieve samenleving waar iedereen, zowel met als zonder beperking, mee kan doen. Maar alleen samen kunnen we dat bereiken. Daarom is het van belang aandacht te geven aan dit onderwerp in onze beleidsstukken. Bewustwording van de toegankelijkheid van standplaatsen is een eerste stap. Hierom vragen wij standplaatshouders waar mogelijk zo veel mogelijk rekening te houden en samen aan een toegankelijke/inclusieve samenleving te werken.
Het advies vanuit de Stichting Toegankelijk Meierijstad aan standplaatshouders is rekening te houden met de volgende punten:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-498196.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.