Gemeenteblad van Capelle aan den IJssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2025, 498133 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Capelle aan den IJssel | Gemeenteblad 2025, 498133 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Capels Isolatie Plan 2024 - 2030
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
GVvE: gemengde vereniging van eigenaars, zijnde een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich naast één of meer verhurende eigenaars ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt.
slecht geïsoleerde woning: woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen, gelet op de criteria uit bijlage 1 bij deze subsidieregeling, niet of slecht geïsoleerd zijn:
daaronder begrepen een woning die deel uitmaakt van een slecht geïsoleerd gebouw waarvoor een vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bestaat en die grenst aan een slecht geïsoleerd bouwdeel waarvoor een maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, wordt getroffen;
Artikel 1.2. Toepassingsbereik
Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3, eerste lid, bedoelde activiteiten.
Bij verstrekking van een subsidie aan een GVvE wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).
Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een op of na 1 juni 2024 uitgevoerde:
energiebesparende isolatiemaatregel die voldoet aan de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen zoals omschreven in de ISDE. Voor VvE’s en GVvE’s gelden de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen zoals omschreven in de SVVE. Als de energiebesparende isolatiemaatregel bedrijfsmatig wordt uitgevoerd en onder de wetgeving op natuurbescherming valt, moet het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoert de Training Natuurvrij Maken hebben gevolgd en beschikken over het daarbij behorende certificaat; of
energiezuinige ventilatiemaatregel die voor de eerste keer wordt aangelegd. Het gaat om een systeem voor een CO2 gestuurde ventilatie of een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%. Deze maatregel komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze wordt gecombineerd met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel uit onderdeel a.
De subsidie kan maximaal 2 jaar na uitvoering en/of factuurdatum worden aangevraagd.
Artikel 4.1 Prestatieafspraken
Met subsidieontvangers worden in de subsidiebeschikking afzonderlijke afspraken gemaakt over de specifiek te verrichten activiteiten en de in dat kader te leveren exacte prestaties.
Als zij dat willen worden eigenaren van grondgebonden koopwoningen door de ontzorger geadviseerd over en ondersteund bij het isoleren van hun woning. Afhankelijk van de wensen en behoeften van de eigenaar verricht de ontzorger daartoe een of meer van de werkzaamheden genoemd in het tweede lid.
Voor VvE en GVvE besturen kan er namens de gemeente Capelle aan den IJssel een procesadviseur worden ingezet.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen de in redelijkheid gemaakte kosten inclusief btw in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 4. Als de maatregel door een doe-het-zelver wordt uitgevoerd, dan tellen de gemaakte uren niet mee als kosten.
Artikel 6. Hoogte van de subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen bij grondgebonden koopwoningen en ten hoogste € 1.000 per maatregel.
In geval van aantoonbare energiearmoede, door middel van het overleggen van ontvangen energietoeslag bij een grondgebonden koopwoning maximaal € 4.000 per maatregel worden toegekend.
In het geval van een VvE of GVvE bedraagt de subsidie maximaal 50% van de kosten. Hierbij geldt een maximum van €750 per maatregel per appartementsrecht. En geschied basis van de omschreven te nemen maatregelen in een actueel energie maatwerkadvies (EMA). Deze mag niet ouder zijn dan 5 jaar.
De aanvrager van de subsidie hoeft niet aan te geven uit welke tranche subsidie wordt aangevraagd. De eisen voor het aanvragen zijn in alle tranches gelijk getrokken door de Rijksoverheid.
Artikel 8. Wijze van verdeling
De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen die voldoen aan de eisen van de ASV en deze subsidieregeling. Indien op de dag dat het subsidieplafond, zoals bepaald in artikel 7.1, wordt bereikt meer dan één aanvraag wordt ontvangen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.
Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend vanaf 1 juni 2024 tot en met 31 december 2029. Een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid van de ASV, ingediend binnen 24 maanden na uitvoering van de maatregelen, maar uiterlijk 31 december 2029
Artikel 10. Subsidieverlening en beslistermijn
Als de aanvraag wordt ingediend vóór uitvoering van de maatregel, dan wordt een subsidie verleend voor een periode van maximaal 12 maanden, maar uiterlijk tot en met 31 december 2030. In de verleningsbeschikking staan de aanvullende voorwaarden waaraan binnen die periode moet zijn voldaan.
De termijn voor subsidieverlening bij grondgebonden koopwoningen kan bij deelname aan een collectief verduurzamingstraject, in schriftelijk overleg met de gemeente Capelle aan den IJssel in worden verlengd. Dit kan alleen op basis van een onderbouwde uitvoeringsplanning die de termijn genoemd in artikel 10 lid 1 overschrijd.
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze regeling indien toepassing van deze regeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard
Artikel 13. Subsidievaststelling
In afwijking van de artikelen 14, 15 en 16, van de ASV wordt de subsidie vastgesteld:
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 07-10-2025;
de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning
Toelichting Subsidieregeling Capels Isolatie Plan 2024 – 2030
Deze regeling strekt ertoe een lokale subsidie mogelijk te maken om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Het betreft daarbij woningen van eigenaar-bewoners en woningen in (gemengde) verenigingen van eigenaars. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie sluiten aan bij de voorwaarden uit de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna: SPUK-regeling), op grond waarvan de gemeente een specifieke uitkering heeft ontvangen. Dit houdt verband met de single information, single audit (SiSa) verantwoordingsplicht van de gemeente voor de op grond van die SPUK-regeling ontvangen specifieke uitkering.
Bij deze regeling zijn de staatssteunregels in acht genomen. Dit is van belang nu deze regeling voorziet in de mogelijkheid van subsidieverlening aan gemengde verenigingen van eigenaars (hierna: GVvE’s). Hier maken naast eigenaar-bewoners, ook verhuurders deel van uit. Die verhuurders zijn ondernemingen in Europeesrechtelijke zin (als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)). Dit betekent dat de Europese staatsteunregels van toepassing zijn. De regeling past daarmee binnen de voorwaarden van het Europees steunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.
Wil er sprake zijn van een bouwbedrijf als bedoeld in deze regeling dan zal het bedrijf als zodanig ingeschreven moeten zijn in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder de categorie Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, Bouwinstallatie, Afwerking van gebouwen, Dakbouw en overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw of onder een vergelijkbare categorie. Inschrijving in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie in het handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ook mogelijk.
De regeling spreekt van een doe-het-zelver als het de aanvrager zelf is die de maatregel uitvoert of laat uitvoeren door een ander die deze activiteit niet blijkens een inschrijving bij de Kamer van Koophandel bedrijfsmatig uitvoert (zie bouwbedrijf).
Iemand die eigenaar is van een woning of appartementsrecht en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben; wordt aangemerkt als eigenaar-bewoner. Dit geldt ook voor een lid van een wooncoöperatie of een woonvereniging, die op grond van zijn lidmaatschap het recht heeft om in een bepaalde woning te wonen en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben (artikel 1, eerste lid, van de SPUK-regeling). Dit betekent dat iemand geen eigenaar-bewoner kan zijn van een tweede woning, omdat het slechts mogelijk is om op één plek hoofdverblijf te hebben (artikel 10, eerste lid, en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Voor een tweede woning wordt dan ook geen subsidie verleend.
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Eigenaar-bewoners kunnen de subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren).
Deze definitie is overgenomen uit de SPUK-regeling. Het zal veelal gaan om oudere woningen. Het is niet waarschijnlijk dat woningen die na 1992 zijn gebouwd aan deze definitie zullen voldoen. Die woningen zouden dan namelijk niet voldoen aan het destijds geldende bouwbesluit.
De Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (hierna: SVVE) is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Een GVvE, vereniging van eigenaars (hierna: VvE), woonvereniging of wooncoöperatie kan de subsidie aanvragen bij de RVO. Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve).
Artikel 2. Doelgroep van de subsidie
Deze bepaling regelt welke doelgroepen voor subsidieverlening op grond van deze regeling in aanmerking komen. Deze doelgroep afbakening sluit aan op de SPUK-regeling.
De maximale WOZ-waarde komt overeen met de waarde genoemd in artikel 6, eerste lid, onder b, onder 1e en bijlage 1 van de SPUK-regeling OF artikel 6, eerste lid, onder b, onder 2e van de SPUK-regeling.
Om te voorkomen dat binnen een VvE of GVvE discussies ontstaan omdat de waarde een beperkt deel van de woningen die deel uitmaken van het gebouw boven de maximale WOZ-waarde grens uitkomen, bevat het tweede lid een uitzondering voor deze situaties.
Via een GVvE wordt mede subsidie verleend aan verhuurders van woningen binnen de GVvE. Deze selectieve overdracht van staatsmiddelen aan verhuurders voldoet aan de criteria die gelden voor staatssteun, als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is toegestaan omdat deze subsidieregeling toepassing geeft aan het staatssteunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).
Door opname van deze bepaling in de subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan artikel 4, tweede lid, van de ASV van de gemeente, dat verplicht tot opname van een verwijzing naar het Europees steunkader waar toepassing aan wordt gegeven.
Elders in deze regeling wordt hier invulling aan gegeven, door bij de aanvraag een de-minimisverklaring te verplichten (artikel 9, tweede lid) en het niet voldoen aan de uit de de-minimisverordening voortvloeiende eisen als grond voor weigering, lagere of nihil vaststelling of intrekkingsgrond op te nemen (artikel 11, tweede lid).
Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidieregeling is bedoeld als stimulans voor het realiseren van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen. Voor maatregelen die al eerder zijn uitgevoerd is die stimulans niet nodig. Deze komen dan ook niet (achteraf) voor subsidieverlening in aanmerking. [Dit is anders voor maatregelen die zijn uitgevoerd in afwachting van de totstandkoming van deze subsidieregeling.]
Om te kunnen spreken van een daadwerkelijke effectieve bijdrage aan de verduurzaming zijn, in overeenstemming met de SPUK- regeling, een aantal minimale eisen geformuleerd waaraan de maatregelen moeten voldoen. De opgenomen eisen zorgen er ook voor dat de gemeente de besteding van de specifieke uitkering op een juiste wijze kan verantwoorden. Doordat deze eisen overeenstemmen met de eisen uit titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de SVVE, kunnen aanvragers ook een beroep doen op deze subsidieregelingen. Om te bepalen of voldaan zal worden aan de gestelde eisen is het aan te bevelen om vooraf het isolatiemateriaal voor het betreffende bouwdeel of de glaskwaliteit te toetsen aan de hand van de meldcode lijsten van de ISDE (www.rvo.nl/isde).
[Een aantal specifieke isolatiemaatregelen kunnen in conflict komen met de faunabescherming. Denk hierbij aan de gevolgen van het isoleren van de spouwmuur of het dak voor huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen. Daarom geldt bij uitvoering van deze maatregelen de aanvullende eis om voor subsidie in aanmerking te komen dat het bedrijf dat de maatregelen uitvoert is getraind en gecertificeerd door Natuurvriendelijk isoleren (https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/)).]
In het tweede lid is een uitzondering opgenomen op de minimum m2 oppervlakte eis voor zeer kleine woningen. Het gaat hierbij om woningen waarbij vanuit technisch oogpunt niet aan de minimum oppervlakte eis kan worden voldaan.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Niet alle kosten die verbonden kunnen worden aan het treffen van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen komen voor subsidieverlening in aanmerking. Alleen de kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de maatregel kunnen voor subsidieverlening in aanmerking komen. Dan gaat het om materiaalkosten en het door een bouwbedrijf in rekening gebrachte uurloon. Het moet bovendien gaan om redelijke kosten. Dat betekent dat de kosten marktconform moeten zijn. Kosten die niet direct verband houden met het treffen van de maatregelen, zoals kosten voor tijdelijke vervangende woonruimte, komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. Dit geldt ook voor het uurloon van een doe-het-zelver.
Artikel 6. Hoogte van de subsidie
De subsidieregeling is bedoeld als stimulans. Niet alle kosten die op grond van artikel 5 in aanmerking komen voor subsidieverlening worden ook gesubsidieerd. Het gaat om 50% van de kosten. Het subsidiebedrag is gemaximeerd tot 1000 euro oer uitgevoerde maatregel. Bij een VvE of GVvE is dit bedrag per appartementsrecht. Het bedrag sluit aan bij het bedrag dat de gemeente op grond van de SPUK-regeling maximaal vergoed krijgt OF maximaal ontvangt per slecht geïsoleerde woning.
In dit artikel is een subsidieplafond vastgelegd. Het subsidieplafond sluit aan bij de door de gemeente op grond van de SPUK-regeling verkregen uitkering en de daaraan verbonden verantwoordingseisen.
Artikel 8. Wijze van verdeling
Deze regeling beoogt op een effectieve en efficiënte manier bij te dragen aan de het Nationaal Isolatieprogramma. Daarbij is het van belang dat projecten die aan de gestelde criteria voldoen snel gesubsidieerd worden. Een aanvullende weging van aanvragen waarbij de beoogde maatregelen voldoen aan de criteria past niet bij deze uitgangspunten. Deze subsidieregeling kent daarom een verdeling systematiek van wie het eerst komt wie het eerst maalt.
In verband met het gehanteerde subsidieplafond geldt het moment dat de aanvraag daadwerkelijk compleet is ontvangen als het moment van ontvangst. In artikel 9 zijn eisen gesteld aan de compleetheid van de aanvraag. Dit artikel bepaalt welke informatie de aanvraag moet bevatten om te kunnen spreken van een complete aanvraag die beoordeeld kan worden. Dit betekent dat het aanvraagformulier volledig moet zijn ingevuld en voorzien moet zijn van alle noodzakelijke bijlagen. Zolang de stukken nog niet in het bezit van het college zijn, bijvoorbeeld omdat de post vertraagd is, zijn deze niet daadwerkelijk ontvangen.
Als er op een dag meer complete aanvragen zijn ontvangen dan waarvoor binnen het subsidieplafond subsidie beschikbaar is, dan wordt door loting een rangorde bepaald. De aanvraag met de hoogste rangorde wordt eerst gehonoreerd, net zo lang tot het moment dat de beschikbare subsidiegelden op zijn. De overige aanvragen worden (gedeeltelijk) afgewezen op grond van het bereiken van het subsidieplafond.
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 10-10-2025 tot en met 31-12-2030. Aanvragen die buiten deze periode worden ingediend komen niet voor subsidie in aanmerking en worden daarom afgewezen. Een aanvraag kan ook worden ingediend nadat de maatregelen al zijn uitgevoerd. Dit moet dan wel binnen 24 maanden na uitvoering van de maatregelen en uiterlijk 31-12-2030. Dit wijkt af van de in artikel 7, derde lid, van de ASV van de gemeente opgenomen eis dat aanvragen moeten worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Om de aanvraag te kunnen beoordelen moeten de juiste gegevens volledig worden aangeleverd. Het artikel stelt daarom eisen aan de aanvraag. Deze eisen wijken (deels) af van de in artikel 6, van de ASV van de gemeente opgenomen eisen. Voor de overzichtelijkheid zijn alle eisen opgenomen in deze bepaling. De gegevens maken het ook mogelijk voor het college om te voldoen aan de uit de SPUK-regeling voortvloeiende verantwoordingseisen en de uit artikel 6, vierde lid, van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) voortvloeiende vergewisplicht in relatie tot staatssteun.
[Voor het doen van een aanvraag moet gebruik worden gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Dit draagt bij aan het voorkomen van onvolledige aanvragen. Het maakt het beoordelen de ingediende aanvragen ook eenvoudiger, omdat ze allemaal met hetzelfde format worden ingediend.]
Artikel 10. Subsidieverlening en beslistermijn
Als de aanvraag wordt ingediend voordat de te subsidiëren maatregelen zijn uitgevoerd wordt de subsidie voor een periode van twaalf maanden, maar uiterlijk tot en met 31-12-2030 verleend. De aanvrager heeft dan de tijd om de beoogde maatregelen, met gebruikmaking van de verleende subsidie, binnen deze periode uit te voeren. De termijn van 12 wordt hierbij als realistisch beschouwd. In verband met de op grond van de SPUK-regeling af te leggen verantwoording moeten de maatregelen ook voor 31-12-2030 zijn uitgevoerd. In de verleningsbeschikking worden aanvullende voorwaarden opgenomen over de manier waarop de aanvrager aan moet tonen dat hij de maatregelen ook uitgevoerd heeft. Zo kan er een voortgangsrapportage verlangd worden of foto’s van de realisatie van de maatregel. Na afloop van de termijn wordt de subsidie, op basis van de door de aanvrager aangeleverde informatie, vastgesteld. Op het moment dat niet (op tijd) aan de voorwaarden wordt voldaan wordt de subsidie op nihil vastgesteld (zie ook artikel 11).
De beslissing op de aanvraag wordt genomen binnen de in artikel 8, tweede lid, van de ASV van de gemeente genoemde termijn. OF Het tweede lid, bevat een van artikel 8, tweede lid, van de ASV van de gemeente afwijkende beslistermijn. Dit is Als de aanvraag niet compleet is, dan wordt er een mogelijkheid geboden om de aanvraag aan te vullen, waarbij deze beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan worden opgeschort. Wanneer het niet mogelijk is om het besluit binnen de termijn te nemen dan kan de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden verlengd, waarbij de aanvrager schriftelijk over deze verlening wordt geïnformeerd.
Artikel 11. Weigering, lagere vaststelling of intrekking
De subsidieaanvraag wordt afgewezen als niet is voldaan aan de voorwaarden om voor subsidieverlening in aanmerking te komen. In de subsidieverleningsbeschikking kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van de verantwoording van de besteding (zoals het maken van foto’s of het rapporteren over de voortgang). Op het moment dat de aanvraag incompleet is kan de subsidieaanvraag, na een geboden hersteltermijn om de aanvraag alsnog compleet te maken, ook buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht).
Op het moment dat het subsidieplafond is bereikt wordt een aanvraag op deze grond afgewezen (zie de artikelen 7 en 8).
De subsidie voor een bepaalde maatregel wordt slechts eenmaal verstrekt.
De aanvraag en uitvoering moeten ook binnen het opgenomen tijdvak worden gerealiseerd. Dit in verband met de verantwoordingsplicht van de gemeente van de besteding van de op grond van de SPUK-regeling ontvangen uitkering.
De subsidie is niet bedoeld voor het realiseren van een aan- of uitbouw. Dat deze aan- of uitbouw een gunstig effect heeft op de isolatiewaarde van bijvoorbeeld een gevel, maakt niet dat een voorgenomen project op grond van deze regeling voor subsidieverlening in aanmerking komt.
Mocht achteraf blijken dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan volgt intrekking van de verleningsbeschikking of vaststellingsbeschikking.
Omdat bij een GVvE ook verhuurders deel uitmaken van de vereniging gelden hier aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden moeten voorkomen dat de subsidieverlening aan deze verhuurders kan worden aangemerkt als het verlenen van ongeoorloofde staatssteun.
Artikel 12. Subsidievaststelling en beslistermijn
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend voor of nadat de maatregel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is uitgevoerd (zie artikel 9). Deze bepaling regelt de beslistermijnen voor beide situaties.
De subsidie wordt binnen 4 weken na een melding daartoe door de aanvrager of het verstrijken van de in het verleningsbesluit genoemde begunstigingstermijn (de termijn waarbinnen de maatregel uitgevoerd moet worden) ambtshalve vastgesteld.
Op een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd, volgt binnen 4 weken een besluit tot verlening en gelijktijdige vaststelling van de subsidie. Ook in deze situatie zijn de hiervoor genoemde mogelijkheden tot opschorting en verlening van de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
De subsidie wordt in beginsel uitbetaald aan de aanvrager, maar kan op verzoek van de aanvrager ook worden uitbetaald aan het bouwbedrijf dat de maatregel heeft uitgevoerd of zal uitvoeren. De aanvrager blijft altijd, ook bij uitbetaling aan het bouwbedrijf, zelf verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de maatregel.
[Het tweede lid regelt de mogelijkheid om op verzoek een voorschot te verstrekken. De aanvrager hoeft hiermee niet zelf voor voorfinanciering te zorgen van de te treffen maatregel. Vooral bij grotere subsidiebedragen, waar via een VvE of GVvE meerdere woningen betrokken zijn, kan dit belangrijk zijn om de maatregel gerealiseerd te krijgen. Uit het feit dat een voorschot op verzoek kan worden verstrekt volgt dat er een individuele afweging gemaakt wordt tussen de noodzaak van voorschotverlening om de maatregel gerealiseerd te krijgen en het belang dat is gelegen in het voorkomen dat de subsidie wordt uitbetaald zonder dat de maatregel gerealiseerd worden en deze daarom achteraf teruggevorderd moet worden.]
Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning
De in deze bijlage opgenomen waarden zijn overgenomen uit de toelichting bij de SPUK-regeling en bepalen wanneer sprake is van een slecht geïsoleerd bouwdeel (Stcrt. 2023, 3877, p. 29-30).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-498133.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.