Gemeenteblad van Dronten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2025, 497122 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dronten | Gemeenteblad 2025, 497122 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Beleidsregels Wet Bibob gemeente Dronten 2025
Het college van de gemeente Dronten en de burgemeester van de gemeente Dronten ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;
de geldende relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Aanbestedingswet, het Burgerlijk Wetboek, de Algemene plaatselijke verordening, de verordening fysieke leefomgeving, de Verordening winkeltijden en de Algemene subsidieverordening;
vast te stellen de volgende Beleidsregel Wet Bibob gemeente Dronten 2025 (Beleidregels Bibob 2025)
Wet Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob -onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob -onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing of subsidie te verlenen, overheidsopdracht te verstrekken of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
De definities in artikel 1, eerste lid, van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing tenzij in lid 2 anders is bepaald.
In deze Beleidsregels Wet Bibob gemeente Dronten 2025 (verder: beleidsregels) wordt verstaan onder:
betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidieontvanger, de vergunninghouder, de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie onderhandeld wordt over een dergelijke transactie;
Artikel 1.2 Toepassing Wet Bibob
Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de toepassing van de Wet Bibob door de rechtspersoon gemeente Dronten en diens bestuursorganen. De beleidsregels laten dus onverlet dat binnen de grenzen van de wet op andere wijze een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming wordt betrokken.
Artikel 1.3 Afwijking van deze beleidsregels
In deze beleidsregels omschrijft de gemeente Dronten in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dit nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob houdt.
Artikel 2.1 Horeca, speelautomaten(hal), exploitatie en seksinrichting
een eigen onderzoek starten indien op grond van:
Artikel 2.2 (Overige) vergunningen als bedoeld in artikel 7 van de Wet
Het bestuursorgaan kan een aanvraag voor een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 7 van de Wet (een gemeentelijke vergunning of ontheffing die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor inrichting of bedrijf) anders dan de situaties als bedoeld in artikel 2.1 van deze beleidsregel, een eigen onderzoek starten indien op grond van:
Het bestuursorgaan kan in geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), een eigen onderzoek starten indien op grond van:
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, start het bestuursorgaan altijd een eigen onderzoek in geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening, indien de aanvraag betrekking heeft op een vechtsportwedstrijd of – gala, zoals bedoeld in artikel 2.24, tweede lid onder f van de Algemene plaatselijke verordening, tenzij deze evenementen onder auspiciën van de landelijke vechtsportbond worden georganiseerd.
Artikel 2.6 Verleende beschikkingen
Het bestuursorgaan kan bij een reeds verleende vergunning een eigen onderzoek starten indien:
Uitvoering van het eigen onderzoek blijft in beginsel achterwege indien de aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die op grond van de Woningwet zijn aangewezen als toegelaten instellingen voor de volkshuisvesting.
Artikel 2.10 Gevolgen van een eigen onderzoek bij aanvragen (tot wijziging) van een vergunning
Het bestuursorgaan zalin beginsel overgaan tot weigering van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning of tot intrekking van een reeds verleende vergunning, indien uit eigen onderzoek of uit een advies van het LBB blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet, dan wel een situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet.
Het bestuursorgaan kan een vergunning of beschikking weigeren of een beschikking intrekken, indien sprake is van mindere mate van gevaar, die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en bovendien de gevolgen van deze weigering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke transacties
De gemeente kan een eigen onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond.
De gemeente moet het de betrokkene laten weten indien zij een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het LBB om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van de onderhandelingen.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie, op basis waarvan kan worden over gegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
Artikel 3.1 Vastgoed- en grondtransacties screening vooraf
Onverminderd het bepaalde in de vorige leden start de gemeente altijd een Bibob-onderzoek alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, als het vastgoedobject of een stuk grond gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan is aangewezen als risicogebied.
Artikel 3.4 Gevolgen Bibob-procedure bij vastgoedtransacties
De gemeente kan overgaan tot het afbreken van onderhandelingen, indien uit eigen onderzoek en/of het eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt dat één van onderstaande situaties zich voordoet:
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a, tweede en derde ld, van de Wet gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden, mits de betrokkene gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit gebrek;
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 4, van de Wet gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het LBB zijn gesteld op basis van dit artikel binnen de door het LBB gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden, mits de betrokkene gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit gebrek.
Artikel 3.5 Gevolgen van een beëindigde relatie tussen betrokkene en een derde
Indien de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die, al dan niet vermoedelijk, zijn gepleegd door een derde als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet, dan kan de gemeente de feiten van die derde na het verbreken van de relatie tussen de betrokkene en de derde, gedurende vijf jaren volledig betrekken bij de beoordeling van het gevaar met betrekking tot de vastgoedtransactie.
Voor het bepalen van het moment waarop de relatie tussen de betrokkene en de derde formeel en feitelijk is beëindigd, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van gegevens uit het handelsregister, en/of andere documentatie die naar het oordeel van de gemeente voldoende uitsluitsel geeft over de beëindiging van de relatie.
Indien sprake is van een eigen gevaarsbeoordeling of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zicht terugtrekt vanwege het toepassen van de Wet zal het bestuursorgaan (in geval van beschikkingen en vergunningen) of de gemeente (in geval van vastgoed- of grondtransacties of overheidsopdrachten) hiervan melding maken in het Bibob-register van het LBB, zoals bedoeld in artikel 7a, zevende en achtste lid, van de Wet.
Dronten, 4 november 2025.
De burgemeester van Dronten,
drs. J.P.Gebben
Het college van burgemeester en wethouders van Dronten,
R. Hammenga MA
secretaris
drs. J.P. Gebben
burgemeester
Eén van de conclusies die de Parlementaire Enquête Commissie Van Traa in 1996 trok, was dat de ernst van georganiseerde criminaliteit vooral was gelegen in het grote financiële gewin en de economische macht die daaruit voortvloeit. Die economische macht beperkt zich niet tot de onderwereld, maar dringt in allerlei gedaanten in de bovenwereld door, aldus de commissie.
Criminele personen kunnen met al dat geld infiltreren in het economische leven door bijvoorbeeld gebruik te maken van bestuurlijke faciliteiten, zoals vergunningen, subsidies en vastgoedtransacties. Dit heeft een aantasting van de integriteit van de overheid tot gevolg.
De integriteit van bestuursorganen (bijvoorbeeld een gemeente of een provincie) wordt aangetast als er bij een (verleende) vergunning of bij of een vastgoedtransactie, gebruik wordt gemaakt van ‘crimineel’ geld of wanneer de kans groot is dat een vergunning of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Ter bescherming van hun eigen integriteit, kunnen gemeenten of provincies sinds 1 juni 2003 de Wet toepassen. Deze Wet dient primair ter inschatting van het integriteitsrisico van overheidsorganen. De Wet is dus geen instrument om vermoedelijke criminele gedragingen van personen/organisaties te bestrijden.
Voor de toepassing van de Wet in het algemeen geldt dat het slechts als ultimum remedium, oftewel ‘laatste redmiddel’, dient te worden ingezet. De gemeente is hierdoor verplicht eerst de mogelijkheden na te gaan die de reguliere wetgeving biedt.
Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wet. De Wet is een facultatieve wet. Dat betekent dat een gemeente zelf mag bepalen wanneer dit instrument wel of niet wordt toegepast.
Het invoeren en toepassen van beleidsregels biedt de gemeente meer structuur en zekerheid in haar werkwijze aan zowel de ambtenaren als aan burgers en ondernemingen. Tevens voorkom je als gemeente willekeur in de toepassing van de Wet voor de burger en een onderneming. In de beleidsregels staat namelijk precies aangegeven op welke vergunningen, vastgoedtransacties, subsidies en overheidsopdrachten de Wet van toepassing is en in welke situaties de Wet kan worden toegepast. Tevens geef je als gemeente een nadrukkelijk signaal af voor de bescherming van de eigen integriteit. Dit kan een preventieve werking tot gevolg hebben.
In de gevallen, waarin toepassing van het Bibob-instrument beperkt zal worden tot aangewezen branches/gebieden en daarop toegeschreven risico-indicatoren is het noodzakelijk, dat hierin een zorgvuldige afweging wordt gemaakt.
Gelet hierop gelden voor de gemeente de volgende uitgangspunten:
Het instrument wordt vooral ingezet waar de kans dat zich criminele activiteiten voordoen het grootst is. Door het Bibob instrumentarium risicogericht in te zetten worden de administratieve lasten voor ondernemers zoveel mogelijk beperkt. Ondernemers en markpartijen die te maken kunnen krijgen met een Bibob-onderzoek worden hier in een zo vroeg mogelijk stadium over geïnformeerd.
4. Wetswijzing d.d. 1 oktober 2022
Na de wetswijziging van 1 augustus 2020 (eerste tranche) is op 1 oktober 2022 de Wet wederom gewijzigd (tweede tranche). Het toepassingsbereik is nog verder uitgebreid. Zo is de Wet uitgebreid op vastgoedtransacties en omgevingsvergunningen en vallen diensten als bedoeld in de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning ook onder het bereik van de Wet.
Verder heeft er een verruiming plaatsgevonden in de bevoegdheden tot informatiedeling, onder andere tussen bestuursorganen onderling. Ook kan het bestuursorgaan rechtstreeks informatie vragen aan de Belastingdienst. De verruimde mogelijkheden van de Wet zijn verwerkt in deze beleidsregels.
5. Toepassingsbereik van de Wet
Bestuursorganen kunnen de Wet toepassen op:
Voor gemeenten als privaatrechtelijke partner geldt dat:
5.1 Publiekrechtelijke beschikkingen
In artikel 2.1, eerste lid, van deze beleidsregels zijn de beschikkingen opgenomen, waarbij elke aanvraag om (een wijzing van) een vergunning aan de Wet wordt getoetst. De keuze hiertoe is ingegeven door jarenlange ervaringen in den lande, waarbij gebleken is, dat de onderhavige bedrijfsmatige activiteiten middels deze beschikkingen gekenmerkt worden door:
Daarnaast is een aantal ‘kan’-bepalingen opgenomen in deze beleidsregels. Uitgangspunt daarbij is dat een Bibob-toets niet bij elke aanvraag plaats hoeft te vinden. De toepassing blijft in die zaken beperkt tot de gevallen waarin er sprake is van informatie of van bepaalde signalen waardoor er mogelijk een vergroot risico bestaat op criminele invloeden en dus een grote(re) kans op het schaden van de (eigen) integriteit. Aan de hand van het uitvoeren van een voortoets, waarbij openbare bronnen worden onderzocht en/of indicatorenlijsten wordt besloten om al dan geen Bibob onderzoek toe te passen.
5.2 Privaatrechtelijke transacties
De uitbreiding van de Bibob-wetgeving op dit onderwerp beperkt zich tot de gevallen, waarbij de gemeente middels een privaatrechtelijke transactie partij is. Daarbij is het niet gewenst om bij elke transactie tot inzet van dit instrument te besluiten.
In artikel 3.1 van deze beleidsregels wordt de toepasbaarheid bij vastgoedtransacties omschreven.
Dit betreft een uitbreiding van het Bibob-instrument in een sector, die in zijn algemeenheid als krachtig en betrouwbaar wordt beschouwd. Op onderdelen is echter gebleken dat deze sector erg kwetsbaar kan zijn. Ervaring leert dat de sector ‘vastgoed’ vatbaar is voor criminele inmenging dan wel dat er vaker sprake is van ondoorzichtige financieringsstructuren.
In artikel 3.3 wordt de toepasbaarheid bij overheidsopdrachten omschreven.
Sinds de wetswijzing van 1 augustus 2020 kunnen alle overheidsopdrachten worden getoetst aan de Wet. Per 1 oktober 2022 vallen ook de zogenaamde ‘sociale en andere specifieke diensten’ (SAS-diensten), gericht op zorg (zoals bedoeld in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning), die worden ingekocht door rechtspersonen met een overheidstaak via een (semi-) open house- of toelatingsprocedure, onder het bereik van de Wet (artikel 1 lid 4, sub b).
Daarbij is het niet de bedoeling om bij elke overheidsopdracht over te gaan tot een Bibob-toets. De toepassing van de Wet wordt beperkt tot die gevallen, waarbij de toepassing gemotiveerd kan worden. Bijvoorbeeld doordat concrete informatie of een signaal daartoe aanleiding geeft.
6. Versterking eigen onderzoek
Bij de uitvoering van het eigen onderzoek, zal de gemeente in eerste aanleg gebruik maken van alle relevante gegevens uit haar eigen informatiehuishouding. Ook worden open bronnen geraadpleegd om te bezien of dat daar relevante informatie over deze zaak voorhanden is. De mogelijkheden tot het doen van eigen onderzoek door gemeenten zijn versterkt met voornoemde wetswijzigingen. Het bestuursorgaan krijgt toegang tot meer justitiële gegevens, niet meer enkel de gegevens van de betrokkene en (indirecte) bestuurders, maar ook van een aantal categorieën derden. Zie hiervoor artikel 15 eerste lid sub b juncto tweede lid van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Verder zijn de RIEC’s bevoegd om het volledige eigen onderzoekdossier van de gemeente als ook het advies van het LBB in te zien. Het RIEC kan de eigen onderzoeksfase van het bestuursorgaan versterken door het verstrekken van relevante informatie van bijvoorbeeld de Belastingdienst. Ook kan het RIEC het eigen onderzoek ondersteunen en in concrete gevallen adviseren om wel/niet over te gaan tot het indienen van een adviesaanvraag bij het Bureau.
Indien de gemeente een advies van het LBB heeft ontvangen, rust daar voor deze gemeente een vergewisplicht op. De beslissing aan het einde van een Bibob-toets blijft uiteindelijk een zelfstandige bevoegdheid voor de gemeente, waarbij zij, in geval van weigering dan wel intrekking, haar besluit afdoende dient te motiveren.
Vervolgens zijn bij de wetswijziging van 1 oktober 2022 de bevoegdheden verruimd met betrekking tot informatiedeling. Bestuursorganen kunnen voor hun eigen onderzoek aan het LBB vragen of een relevante Bibob-relatie eerder heeft bijgedragen aan een ernstig gevaar of aan een mindere mate van gevaar. Dit gebeurt via het raadplegen van het Bibob-register waartoe de Bibob-coördinator van de gemeente toegang heeft. Het was al mogelijk om aan het LBB te vragen of over de betrokkene in de afgelopen 5 jaar advies was uitgebracht en zo ja, met welke gevaarconclusie. Ook kan het bestuursorgaan een LBB advies over een periode van vijf jaar hergebruiken voor een ander besluit. Voorts kunnen bestuursorganen onderling elkaar van informatie voorzien of elkaar tippen en kan er informatie gedeeld worden met de Omgevingsdienst. Ten slotte kan de Belastingdienst gegevens over fiscale vergrijpboetes rechtstreeks aan bestuursorganen verstrekken voor hun eigen onderzoek.
Bij de totstandkoming van deze ‘Beleidsregels toepassing Wet Bibob 2025’ is gebruikgemaakt van het regionaal model Bibob-beleid van het RIEC. Dit sluit ook aan bij de gedachte van de Flevolandse norm, waarbij de intentie is uitgesproken om onder andere beleid en regelgeving met elkaar af te stemmen om zodoende een gelijke aanpak te hanteren tegen ondermijning en om het waterbedeffect zoveel mogelijk te voorkomen.
De kracht van het Bibob-instrument neemt nadrukkelijk toe als de toepassing door zoveel mogelijk gemeenten gebeurt en de onderliggende toepassingscriteria binnen de gemeenten zo veel mogelijk eenduidig zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat te allen tijde de ‘çouleure locale’ wordt betrokken en er wordt gekeken naar de lokale situatie, de risico’s en de haalbaarheid van de uitvoering van deze beleidsregels.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-497122.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.