Gemeenteblad van Waterland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterland | Gemeenteblad 2025, 49710 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waterland | Gemeenteblad 2025, 49710 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Waterland 2025
De raad van de gemeente Waterland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 december 2024;
overwegende dat het wenselijk is om arbeidsinschakeling en door het college noodzakelijk geachte voorziening binnen de kaders van de re-integratieverordening te regelen;
gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, zevende lid, van de Participatiewet;
artikelen 34, 35, 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte en gewezen zelfstandigen,
vast te stellen de: Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Waterland 2025.
Hoofdstuk 2 Beleid en Financiën
Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie
Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen, biedt het college maatwerk. Daarbij wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de voorziening, gelet op de mogelijkheden, capaciteiten en wensen van de belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op arbeidsinschakeling.
Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen
Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;
Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
Artikel 4. Werkervaringsplaats
Het college kan de werkervaringsplaats ondersteunen met een detacheringsovereenkomst. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, zoals bedoeld in lid 4, tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie.
Artikel 7. Werkervaringsplaats
Het college kan de werkervaringsplaats ondersteunen met een detacheringsovereenkomst. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst, zoals bedoeld in lid 4, tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie.
Artikel 8. Scholing en begeleiding
Er zijn drie vormen van scholing/begeleiding:
Het college biedt aan een persoon die in het kader van een participatieplaats werkzaamheden verricht, en niet over een startkwalificatie beschikt, na een periode van zes maanden scholing of opleiding aan. De scholing of opleiding wordt alleen aangeboden nadat in voldoende mate uit onderzoek door het college is gebleken dat de scholing of opleiding een reële bijdrage levert aan de toeleiding naar de arbeidsmarkt.
Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk
Ter uitvoering van de taak genoemd in het vorige lid kan het college naast het zelf, al dan niet via een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie, bieden van een dienstbetrekking, ook werkgevers in staat stellen een dienstbetrekking aan te gaan waarbij de betrokkene in een beschutte omgeving en onder aangepaste omstandigheden werkzaamheden verricht.
Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken kan het college onder andere de volgende ondersteunende voorzieningen inzetten: loonkostensubsidie op grond van artikel 10d, van de Participatiewet, fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur of werkvoorzieningen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschut werkplek omdat het aantal geraamde beschut werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, in beginsel voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.
Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject
Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft:
Artikel 12. Aansprakelijkheid en ongevallen verzekering
Het college kan aan werkgevers een voorziening bieden voor de dekking van aansprakelijkheid en ongevallen tijdens het onbetaalde werk.
Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
Artikel 18. Overige voorzieningen
Het college kan een persoon uit de doelgroep een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke extra kosten die gemaakt worden in het kader van een traject gericht op arbeidsinschakeling.
Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en toepassen van mogelijkheden om de participatie te bevorderen, afwijken van het bepaalde in deze verordening. Bij een experiment worden de effecten onderzocht van nieuwe vormen van ondersteuning, welke niet in of op grond van deze verordening zijn geregeld.
Hoofdstuk 3A Specifieke bepalingen doelgroep Breed Offensief
Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie
Artikel 20a. Specifiek aanvraagproces Loonkostensubsidie
Indien een persoon nog niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort wordt deze melding/aanvraag ook beschouwd als een melding/aanvraag om vast te stellen of deze persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Indien dit verzoek wordt ingediend na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt door middel van de Praktijkroute bepaald of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen
Artikel 20c. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en werkvoorzieningen
Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke onder-steuning bij de overgang van onderwijs naar werk, van werk naar onderwijs en van werk naar werk bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet.
Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk
Artikel 20e. Persoonlijke ondersteuning bij werk
Persoonlijke ondersteuning bij werk is een individuele voorziening waarbij een persoon met een arbeidsbeperking begeleiding krijgt bij het uitvoeren van zijn taken, zonder die ondersteuning zou die persoon niet in staat zijn aan het arbeidsproces deel te nemen. Naast coaching worden ook belemmeringen weggenomen. De persoonlijke begeleiding bij werk is gericht op werk en de combinatie van werk en de thuissituatie. Persoonlijke ondersteuning bij werk heeft als doel dat een werknemer wordt begeleid naar een situatie waarin hij uiteindelijk zonder deze voorziening bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn. Dit betekent dat de werknemer aan het einde van de begeleidingsperiode zelfstandig zijn werk kan uitvoeren en/of de werkgever zelf in staat is hem (verder) te begeleiden op zijn werkplek.
Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor:
een interne jobcoach in dienst van de werkgever of een jobcoach die door de werkgever is ingehuurd. Als het beter is voor de jongere om in de overgang van school naar werk tijdelijk de schooljobcoach in te zetten, dan kan dit met de werkgever en jongere besproken worden. De schooljobcoach / stagejobcoach vanuit het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs van de jongere kan als tijdelijke jobcoach functioneren om de drempel te verlagen van de overgang van school/stage naar werk, of
Artikel 20h. Duur, intensiteit en kosten van de persoonlijke ondersteuning bij werk
Persoonlijke ondersteuning bij werk heeft twee verschillende begeleidingsniveaus, namelijk ‘licht’ en ‘midden ‘. Dit is de intensiteit van de begeleiding van de jobcoach/interne werk-begeleider die de werknemer naar verwachting nodig heeft, uitgedrukt in een maximum te besteden bedrag per jaar. De intensiteit is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de werknemer.
De bedragen zijn op basis van een dienstbetrekking tussen werkgever en werknemer van 24 uur of meer per week. De bedragen zijn all-in (o.a. reistijd/reiskosten) maar exclusief eventuele verschuldigde BTW. Indien de dienstbetrekking minder dan 24 arbeidsuren per week bedraagt, worden de bedragen naar rato verlaagd.
Artikel 20j. Subsidie voor het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk
De subsidie voor de inzet van een interne jobcoach in dienst van de werkgever of een jobcoach die door de werkgever is ingehuurd (zoals bedoeld in artikel 20e, tweede lid onder a) of de interne werkbegeleider (zoals bedoeld in artikel 20e, tweede lid onder b) wordt door de gemeente verstrekt aan de werkgever.
Subsidie voor het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 20e tot en met 20h, worden verleend als de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van persoonlijke ondersteuning bij werk door de werkgever.
Paragraaf 3A.4 Specifieke bepalingen werkvoorzieningen
Artikel 20k. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon, met uitzondering van diegene met een visuele beperking, die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.
Artikel 20l. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij motorische beperking
Artikel 21. Intrekking en overgangsrecht
Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Waterland 2015 die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, blijft in stand voor de periode waarvoor deze voorziening is toegekend, tenzij die voorziening eerder beëindigd moet worden op grond van de ingetrokken verordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-49710.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.