HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
|
aanvrager:
|
aanbieder van deelvoertuigen, die een vergunning wenst voor het georganiseerd aanbieden van deelvoertuigen in de openbare ruimte;
|
|
college:
|
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
|
|
deelvoertuig:
|
voertuig dat bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook op of aan de weg of op een andere openbare plaats beschikbaar wordt gesteld voor gebruik in het verkeer;
|
|
deelbakfiets:
|
motorrijtuig op twee of drie wielen, dat met spierkracht via pedalen wordt aangedreven of dat is uitgerust met elektrische trapondersteuning tot een maximumsnelheid van 25 km/u met een bak voorop waarin mensen of goederen vervoerd kunnen worden welke wordt aangeboden als deelvoertuig;
|
|
deelfiets:
|
vervoermiddel met twee wielen, dat met spierkracht via pedalen wordt aangedreven of dat is uitgerust met elektrische trapondersteuning tot een maximumsnelheid van 25 km/u, niet zijnde een deelbakfiets, welke wordt aangeboden als deelvoertuig;
|
|
deelscooter:
|
motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/u (ook wel snorfiets genoemd), al dan niet uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig, welke wordt aangeboden als deelvoertuig;
|
|
vergunning:
|
vergunning als bedoelde in artikel 5:12b van de verordening;
|
|
vergunninghouder:
|
de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie of aan welke op basis van diens aanvraag vergunning wordt verleend;
|
|
verordening:
|
Verordening Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021;
|
|
voertuig:
|
hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 5:12b van de verordening;
|
|
voertuigcategorie:
|
indeling naar eenzelfde soort deelvoertuigen.
|
HOOFDSTUK 2 AANVRAGEN EN WEIGEREN VERGUNNING
Artikel 2.1 Deelvoertuigen
Het college verleent uitsluitend vergunningen voor deelfietsen, deelbakfietsen en deelscooters.
Artikel 2.2 Aanvraagvereisten (toelatingsvoorwaarden) en indieningsprocedure (algemene basisbepaling)
- 1.
De aanvrager dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of bij een gelijkwaardig register in een EU-lidstaat.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het door het college vastgestelde (digitale of schriftelijke) aanvraagformulier.
- 3.
Het digitale of schriftelijke aanvraagformulier is volledig ingevuld en vergezeld van documenten die betrekking hebben op lid 1.
- 4.
De aanvraag is ingediend binnen het door het college opengesteld tijdvak.
- 5.
Indien een aanvraag voor een vergunning onvolledig is, stelt het college de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen.
- 6.
Aanvragen die niet voldoen aan de indieningsvereisten genoemd in het eerste en vierde lid, worden buiten behandeling gesteld.
Artikel 2.3 Beslistermijn
- 1.
Het college beslist binnen acht weken na de uiterste indieningstermijn van het opengesteld tijdvak voor de aanvraag.
- 2.
De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd.
- 3.
Van het besluit in het tweede lid doet het college voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.
Artikel 2.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden, genoemd in artikel 5:12b, tweede lid van de verordening, kan het college een vergunning weigeren of intrekken indien:
- a.
de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen dan bedoeld in artikel 2.1;
- b.
in strijd wordt gehandeld met de aanvraagvereisten;
- c.
in strijd wordt gehandeld met de vergunningsvoorwaarden genoemd in Hoofdstuk 3.
HOOFDSTUK 3 VERGUNNINGSVOORWAARDEN
Artikel 3.1 Vergunningen
- 1.
Het college verleent uitsluitend vergunningen voor de volgende voertuigcategorieën:
Artikel 3.2 Vergunningenplafond voor deel(bak) fietsen en deelscooters
- 1.
Het college verleent twee vergunningen voor deelfietsen.
- 2.
Het college verleent één vergunning voor deelbakfietsen.
- 3.
Het college verleent twee vergunningen voor deelscooters.
- 4.
De vergunning wordt verstrekt voor de periode van ten hoogste drie jaar.
- 5.
De vergunningsduur kan worden verlengd met twee keer één jaar.
- 6.
Het college kan besluiten het voertuigplafond te verhogen als de dienstverlening naar tevredenheid verloopt.
- 7.
Indien voor een voertuigencategorie minder aanvragen worden ontvangen dan het vastgestelde vergunningenplafond, kan het college besluiten het volledige voertuigenplafond toe te wijzen aan de aanvrager(s) aan wie een vergunning wordt verleend.
|
Voertuigcategorie
|
Maximumaantal vergunningen (totaal)
|
Maximaal aantal deelvoertuigen per vergunning
|
Looptijd vergunning
|
|
Deelfiets
|
2
|
400
|
3 + 2 × 1 jaar
|
|
Deelbakfiets
|
1
|
50
|
3 + 2 × 1 jaar
|
|
Deelscooter
|
2
|
300
|
3 + 2 × 1 jaar
|
Artikel 3.3 Uitrol
De vergunninghouder is in staat om vanaf het moment van gunning tenminste 25% van het gegunde aantal deelvoertuigen te exploiteren binnen drie maanden en 50% te exploiteren binnen zes maanden.
Artikel 3.4 Efficiënt gebruik deelfietsen en deelscooters
De vergunninghouder draagt zorg voor efficiënt gebruik van de op of aan de weg geplaatste deelfietsen en deelscooters overeenkomstig de volgende normen:
- a.
maximaal 20% van het totale aantal deelvoertuigen dat de vergunninghouder op dat moment op of aan de weg aanbiedt, langer dan 72 uur (3 dagen) ongebruikt op één locatie staat;
- b.
maximaal 5% van het totale aantal deelvoertuigen dat de vergunninghouder op dat moment op of aan de weg aanbiedt, langer dan 168 uur (7 dagen) ongebruikt op één locatie staat;
- c.
geen enkel deelvoertuig langer dan 336 uur (14 dagen) ongebruikt op één locatie staat.
Artikel 3.5 Voorwaarden kwaliteit voor deel(bak)fiets en/of deelscooter
- 1.
De deel(bak)fietsen en/of deelscooters waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoen aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorwaarden.
- 2.
De deel(bak)fietsen en/of deelscooters zijn visueel herkenbaar als deelvoertuig met een merkaanduiding van de aanbieder (dan wel platform) en een contactmogelijkheid.
- 3.
Reclame-uitingen op deel(bak)fietsen en/of deelscooters mogen het functioneel gebruik van die voertuigen niet belemmeren.
- 4.
Deel(bak)fietsen en/of deelscooters in de openbare ruimte die niet meer als zodanig in gebruik zijn bij de vergunninghouder moeten zijn ontdaan van de visuele en virtuele kenmerken als deelvoertuig. Dit betreft in ieder geval de merkaanduiding, de identificatienummers en de contactgegevens.
- 5.
De banden van de deelfietsen mogen een maximale breedte hebben van 50 mm zodat de deelfietsen kunnen worden geparkeerd in de voorhanden zijnde fietsparkeervoorzieningen.
- 6.
De deelscooters zijn zero emissie.
Artikel 3.6 Voorwaarden beschikbaarheid deel(bak)fietsen en/of deelscooters
- 1.
De vergunninghouder stelt de deel(bak)fietsen en/of deelscooters ten minste van 07:00 tot 23:00 beschikbaar aan gebruikers, met uitzondering van bijzondere dagen.
- 2.
Het deelvoertuig dat zich bevindt op of aan de weg, dient tussen 07:00 en 23:00 gemiddeld genomen tenminste 85% van de tijd geschikt te zijn voor gebruik door derden. Dit wordt gemeten over een periode van één jaar, waarbij in gebruik zijn wordt meegerekend als zijnde beschikbare tijd.
- 3.
Het college stelt bijzondere dagen vast waarop de deel(bak)fietsen en/of deelscooters niet of beperkt beschikbaar hoeven te zijn.
- 4.
De vergunninghouder dient in de winterperiode tenminste 50% van het in de zomerperiode geplaatste aantal deel(bak)fietsen en/of deelscooters beschikbaar te hebben.
- 5.
De zomerperiode vangt aan op 1 maart, de winterperiode op 1 november.
- 6.
De vergunninghouder kan in bijzondere omstandigheden na overleg met het college tijdelijk afwijken van het eerste lid.
Artikel 3.7 Verwijdering niet gebruiksklare deel(bak)fietsen en/of deelscooters
- 1.
De vergunninghouder verwijdert binnen vijf werkdagen niet gebruiksklare deel(bak)fietsen en/of deelscooters die anderszins niet kunnen worden gebruikt van de openbare weg.
- 2.
In geval van clustering van meerdere deelfietsen en deelscooters, die in grote mate blijft afwijken van de klantvraag en/of die overlast veroorzaken, verdeelt de vergunninghouder de deelvoertuigen binnen 48 uur.
Artikel 3.8 Parkeren
- 1.
De vergunninghouder corrigeert of verplaatst conform de tabel aangegeven uur norm, 90% van gevaarlijk, hinderlijk of onjuist geparkeerde deelvoertuigen alsmede deelvoertuigen die op foutieve wijze worden opgeladen bij de openbare infrastructuur.
|
Voertuigcategorie
|
Gevaarlijk geparkeerd
|
Hinderlijk geparkeerd
|
Onjuist geparkeerd
|
|
Deel(bak)fiets
|
onmiddellijk
|
12
|
24
|
|
Deelscooter
|
onmiddellijk
|
12
|
24
|
- 2.
Het college stelt informatie beschikbaar over wegen en wegvlakken die zijn aangewezen als stallingszones.
- 3.
De vergunninghouder biedt de deel(bak)fietsen en/of deelscooters enkel aan vanaf de daarvoor aangewezen stallingszones.
- 4.
De vergunninghouder wijst een gebruiker van een deel(bak)fiets en/of deelscooter voor aanvang van dat gebruik op specifiek voor dat voertuig in de gemeente geldende parkeerregels en parkeerinstructies, zoals bedoeld in het eerste lid.
- 5.
De vergunninghouder beschikt over een controlemechanisme die er bij klanten op stuurt dat een deel(bak)fiets en/of deelscooter op de juiste manier wordt gestald.
- 6.
De vergunninghouder zorgt ervoor dat het door de gemeente bepaalde maximaal aantal deelvoertuigen per stallingszone niet wordt overschreden.
- 7.
Het college is bevoegd om te allen tijde de stallingszones van de vergunninghouder aan te passen en informeert de vergunninghouder tenminste 10 dagen voor de inwerkingtreding van het voorgenomen wijzigingsbesluit.
Artikel 3.9 Verwijdering bij beëindiging van bedrijfsactiviteiten
- 1.
De vergunninghouder dient bij beëindiging van zijn bedrijfsactiviteiten binnen één maand zijn in de gemeente aanwezige deelvoertuigen te verwijderen.
- 2.
Van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de vergunninghouder is sprake als:
- a.
De vergunninghouder zijn activiteiten binnen de gemeente beëindigt. In dat geval brengt de vergunninghouder de gemeente daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte;
- b.
De vergunninghouder geen noemenswaardige activiteiten meer laat zien;
- c.
De vergunninghouder in surseance van betaling verkeert dan wel failliet is verklaard. De vergunning wordt in dat geval geacht te zijn vervallen vanaf het tijdstip van schriftelijke kennisname door de gemeente;
- d.
De gemeente de vergunning intrekt;
- e.
De vergunningstermijn is verlopen.
- 3.
Indien de vergunninghouder de deelvoertuigen niet adequaat verwijdert, kan het college overgaan tot verwijdering en de daarmee gemoeide kosten in rekening brengen bij de vergunninghouder, alsmede kosten van noodzakelijke herstel van de openbare ruimte in originele staat.
Artikel 3.10 Communicatie en klachtenprocedure
- 1.
De vergunninghouder biedt één vast Nederlandssprekend aanspreekpunt voor de gemeente, die bevoegd is namens de vergunninghouder afspraken te maken en die telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werkdagen van 09:00 tot 17:00.
- 2.
De vergunninghouder biedt een vast telefoonnummer dat specifiek is bestemd voor medewerkers Handhaving van de gemeente en dat bereikbaar is op werkdagen van 09:00 tot 17:00.
- 3.
De vergunninghouder is voor klanten 24 uur online bereikbaar en telefonisch bereikbaar op werkdagen tussen 09:00 en 17:00. Buiten kantooruren is communicatie in de Engelse taal toegestaan.
- 4.
De vergunninghouder behandelt en registreert klachten en rapporteert het aantal en type klachten aan het college alsmede de wijze van afhandeling in een door de gemeente aangeleverd format.
Artikel 3.11 Informeren gebruiker over gebruiksvoorwaarden
- 1.
De vergunninghouder informeert de gebruiker, voorafgaand aan het gebruik van het deelvoertuig, volledig en transparant in de Nederlandse taal (taalniveau B1) en of in de Engelse taal over de van toepassing zijnde gebruiksvoorwaarden waarbij in ieder geval worden genoemd, de hoogte van de waarborgsom, het eigen risico bij schade aan het deelvoertuig dan wel bij diefstal daarvan, de geldende parkeerregels voor het deelvoertuig, het gevolg van foutparkeren daarvan, en te hard rijden daarmee.
- 2.
De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de verhuur aan een gebruiker die wettelijk bevoegd is voor gebruik van zijn deelvoertuigen.
Artikel 3.12 Dataverkeer gebruik voor evaluatie en monitoring
- 1.
De vergunninghouder doet mee aan de periodieke, landelijke enquête onder gebruikers van de deelmobiliteit, en levert indien van toepassing aan de uitvoerend onderzoekspartij de relevante ruwe, geanonimiseerde enquêteresultaten.
- 2.
De vergunninghouder dient gegevens over haar deelvoertuigen in de gemeente, geautomatiseerd aan te leveren aan de gemeente via het Dashboard Deelmobiliteit, op basis van het Nederlands Profiel Datadelen Deelmobiliteit.
HOOFDSTUK 4 DE VERDELINGSPROCEDURE
Artikel 4.1 Verdelingsprocedure schaarse vergunningen deel(bak)fietsen en/of deelscooters
- 1.
Het college voert een vergelijkende toets uit voor aanvragen die voor deel(bak)fietsen en/of deelscooters, indien er meer aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de aanvraagvereisten (Hoofdstuk 2) en vergunningsvoorwaarden (Hoofdstuk 3) dan het vergunningenplafond dan wel het voertuigenplafond genoemd in artikel 3.2 toelaat.
- 2.
Bij de vergelijkende toets worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van de criteria volgens de systematiek die is beschreven in Bijlage 1.
- 3.
Aan de aanvragen wordt een rangnummer toegekend op volgorde van de hoogte van het aantal punten dat bij de vergelijkende toets aan de aanvragen is toegekend.
- 4.
Per type deelvoertuig worden de vergunningen verleend aan de aanvragers met het hoogste aantal punten.
- 5.
Indien aanvragen een gelijk aantal punten hebben, wordt met loting bepaald welke aanvraag een hogere positie in de rangschikking krijgt.
- 6.
De loting vindt plaats door een van de leden van de beoordelingscommissie bedoeld in het achtste lid.
- 7.
De ingelote aanvragers aan wie volgens de rangorde nog geen vergunning kan worden verstrekt, worden op een wachtlijst geplaatst.
- 8.
De in dit artikel bedoelde vergelijkende toets wordt uitgevoerd door een beoordelingscommissie bestaande uit een oneven aantal van tenminste drie door of namens het college aangewezen personen, van wie er één als voorzitter wordt aangewezen.
- 9.
De beoordelingscommissie maakt een proces-verbaal van de puntentoekenning waarin het toegekende aantal punten per onderdeel per aanvraag wordt opgenomen, alsmede een motivering van de puntentoekenning.
- 10.
In de beslissing op de aanvraag ontvangt iedere aanvrager informatie over het toegekende aantal punten op de verschillende onderdelen.
- 11.
Indien na toekenning van de vergunningen een deel van het beschikbare voertuigenplafond resteert, wordt dat toegedeeld aan de eerstvolgende in de rangorde dan wel kan het college bij het ontbreken daarvan een nieuw aanvraagtijdvak openstellen.
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 5.1 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Artikel 5.2 Intrekken oude regeling
De ‘Nadere regels deelfietsen 2022 gemeente Groningen’ en ‘Nadere regels deelscooters 2023 gemeente Groningen’ worden ingetrokken op de dag dat de ‘Nadere regels deeltweewielers gemeente Groningen 2025’ in werking treden.
Artikel 5.3 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regels deeltweewielers gemeente Groningen 2025.
BIJLAGE 1 DE VERGELIJKENDE TOETS, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4.1 VAN DE NADERE REGELS DEELTWEEWIELERS 2025
Aanvrager dient een Gebruiksplan, een Zorgplichtplan en een MVO-plan in, conform de doelstelling die hieronder is beschreven. De antwoorden in de ingediende plannen worden beoordeeld aan de hand van de 4C’s, waarbij per toetsingscriterium van een plan een wegingsfactor is toegekend.
Om voor gunning in aanmerking te komen, moet de aanvraag minimaal 50% van het maximaal aantal punten (80) behalen. Voldoet uw aanvraag hier niet aan, dan nemen wij deze niet verder in behandeling.
Voorwaarden aan de uitwerkingen van de kwalitatieve gunningscriteria
- •
Het te gebruiken lettertype is algemeen gangbaar, bijvoorbeeld Arial, Calibri of gelijkwaardig in vorm en grootte.
- •
De te hanteren lettergrootte is minimaal 10 met een minimale regelafstand 1.
- •
Elke uitwerking wordt gemaximeerd tot een aantal pagina’s. Levert u meer pagina’s aan? Het teveel aan pagina’s leggen wij ongelezen en onbeoordeeld opzij. Voorbladen en inhoudsopgaven rekenen wij niet tot het maximum zolang hierop geen inhoudelijke uitwerking staat.
Tabel 1 Toetsingscriteria- en wegingsfactor
|
Definities
|
|
|
Compleet:
|
Alle criteria zijn inhoudelijk uitgewerkt.
|
|
Correct:
|
De uitwerking is verifieerbaar en SMART geformuleerd.
|
|
Consistent:
|
De uitwerking heeft een duidelijke samenhang, is onderling niet tegenstrijdig en sluit aan op de vraag
|
|
Convincing (overtuigend):
|
De uitwerking dat de aanpak leidt tot het bereiken van de doelstelling is zeer overtuigend en betrouwbaar voor de beoordelingscommissie.
|
|
Wegingsfactor:
|
Het gewicht dat aan het toetsingscriterium is gekoppeld.
|
Tabel 2 Beschrijving puntentabel
|
Aantal punten
|
Definitie
|
Beschrijving
|
|
0
|
Niet genoemd
|
Toetsingscriterium niet beschreven
|
|
1
|
Onvoldoende
|
Toetsingscriterium voldoet aan één van de 4 C’s
|
|
2
|
Voldoende
|
Toetsingscriterium voldoet aan twee van de 4 C’s
|
|
3
|
Ruim voldoende
|
Toetsingscriterium voldoet aan 3 van de 4 C’s
|
|
4
|
Goed
|
Toetsingscriterium voldoet aan alle 4 C’s
|
Beoordelingselement 1: Gebruiksplan
Het gebruiksplan geeft inzicht hoe de aanvragen zoveel mogelijk passend gebruik biedt voor de doelgroep(en) van deelbakfietsen. Maximaal drie (3) A4-pagina’s.
|
Toetsingscriteria
|
Wegingsfactor
|
Maximaal aantal punten
|
|
A
|
De aanvrager beschrijft de marketing en communicatieacties bij de start en gedurende de vergunningperiode om gebruikers in het algemeen en specifiek gebruikers buiten het centrumgebied te werven, en acties om lage inkomensgroepen te bereiken, zoals Stadjerspashouders.
|
3
|
12
|
|
B
|
De aanvrager beschrijft de marketing en communicatieacties bij de start en gedurende de vergunningperiode om werkgevers, onderwijsinstellingen te werven.
|
2
|
8
|
|
C
|
De aanvrager beschrijft de aanpak om via wederverkopers (zoals MaaS-platforms) een groter publiek te bereiken.
|
1,25
|
5
|
|
|
|
25 totaal
|
Beoordelingselement 2: Zorgplichtplan
Het zorgplichtplan biedt inzicht hoe de aanvrager verantwoordelijkheid neemt voor de klant en/of de bewoner van de gemeente en hen zo goed mogelijk helpt en begeleidt. Maximaal vier (4) A4-pagina’s.
|
Toetsingscriteria
|
Wegingsfactor
|
Maximaal aantal punten
|
|
A
|
De aanvrager beschrijft op welke manier de berijder van het deelvoertuig wordt gestimuleerd nuchter te rijden en zich aan de verkeersregels te houden.
|
1,25
|
5
|
|
B
|
De aanvrager beschrijft op welke manier berijder wordt gestimuleerd om niet foutief te parkeren, waaronder zichtbaarheid van parkeerplekken in de app, informeren over de parkeerrichtlijnen.
|
2
|
8
|
|
C
|
De aanvrager beschrijft op welke manier wordt gezorgd voor het voorkomen van belemmering van doorstroming door overtollig geparkeerde deelvoertuigen, het voorkomen van hinder aan woon- en leefklimaat van omwonenden en het voorkomen van een onevenredig beslag op de openbare ruimte door geparkeerde deelvoertuigen.
|
2
|
8
|
|
D
|
De aanvrager beschrijft op welke manier met klachten van berijders én bewoners wordt omgegaan: hoe kunnen bewoners en berijders klachten indienen, hoe gaat aanvrager zorgvuldig met die klachten om, hoe voorziet aanvrager in een snelle afhandelsnelheid, hoe is de status en voortgang van klachten inzichtelijk voor het management van de aanvrager en voor de klant/bewoner zelf.
|
2,5
|
10
|
|
E
|
De aanvrager beschrijft op welke manier met noodgevallen gemeld oor bewoners of berijders wordt omgegaan.
|
1
|
4
|
|
|
|
35 totaal
|
Beoordelingselement 3: Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)-plan
Het MVO-plan beschrijft hoe de aanvrager met zijn onderneming het maatschappelijk verantwoord ondernemen maximaliseert. Maximaal twee (2) A4-pagina’s.
|
Toetsingscriteria
|
Wegingsfactor
|
Maximaal aantal punten
|
|
A
|
De aanvrager beschrijft hoe de dienst een positieve bijdrage zal leveren aan leefbaarheid en duurzaamheid bijvoorbeeld door circulair te werk te gaan, een emissievrije of klimaatneutrale organisatie, productie, gebruik, transport en afdanking te hebben. De aanvrager beschrijft zijn grondstofgebruik volgens de R-ladder (rvo.nl/onderwerpen/circulaire-economie/r-ladder).
|
3
|
12
|
|
B
|
De aanvrager beschrijft hoe de dienst een positieve bijdrage zal leveren aan lokale (sociale impact) arbeidsmarktinitiatieven en stimulering van regionale werkgelegenheid.
|
2
|
8
|
|
|
|
20 totaal
|