Gemeenteblad van Leusden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2025, 496562 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2025, 496562 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening betaalbare woningbouw Leusden 2025
De raad van de gemeente Leusden;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september, nr. 258115;
Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet én ‘Op weg naar onbezorgd wonen’; Woonvisie Leusden 2025;
Gezien het verslag van de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen van 9 en 16 oktober 2025;
In deze verordening wordt verstaan onder:
Middeldure huurwoning: huurwoningen met een huurprijs tussen de DAEB huurgrens en een huur behorend bij maximaal 186 punten in het woningwaarderingsstelsel. Per 1 juli 2025 behoren woningen met een kale huurprijs tussen € 900,07 en € 1.184,82 per maand tot de middeldure huur. Jaarlijks worden deze prijsgrenzen vastgesteld door de Rijksoverheid;
Pré-mantelzorgwoning: conform nog op te stellen beleid van gemeente of rijksoverheid: een zelfstandige woning, vaak in het achtererfgebied van een bestaande woning, die bedoeld is voor iemand die op termijn mantelzorg zal ontvangen, maar op het moment van plaatsing nog geen directe zorgbehoefte heeft;
Artikel 2: Doel van de verordening
Met deze verordening geven we invulling aan de ambities uit de Woonvisie Leusden 2025-2030 op het gebied van betaalbare woningbouw. Tegelijkertijd anticiperen we op de verwachte verplichtingen uit het Wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. De verordening is daarmee een sturend instrument om de beschikbaarheid van betaalbare woningen te waarborgen.
Concreet betekent dit dat bij woningbouwprojecten:
We willen daarnaast borgen dat betaalbare woningen langdurig beschikbaar blijven voor de doelgroep en hun functie op de woningmarkt behouden. Ook streven we naar een evenwichtige en eerlijke verdeling van de betaalbaarheidsopgave over alle initiatiefnemers van woningbouwprojecten.
Artikel 4: Bevoegdheid college
Het college is bevoegd overeenkomsten aan te gaan waarin bijdragen aan het vereveningsfonds voor betaalbare woningbouw wordt bedongen en te besluiten over het verlenen van subsidies als bedoeld in deze verordening.
Het college stelt jaarlijks de in de verordening gebruikte percentages en bedragen vast.
Artikel 5: Verplicht aandeel woningen
Bij de bouw van nieuwe zelfstandige woningen of bij de herontwikkeling van zelfstandige woningen in bestaande gebouwen waarbij 50 woningen of meer worden toegevoegd, draagt de ontwikkelende partij er zorg voor dat naast de verplichting uit lid 1 tevens de resterende betaalbare woningen voor 1/3 uit middeldure huurwoningen, 1/3 uit goedkope koopwoningen en 1/3 uit betaalbare koopwoningen bestaan.
Bij woningbouwprojecten die in deelprojecten opgedeeld zijn opgedeeld en daardoor in een lagere grootteklasse vallen, wordt voor de bepaling van het te realiseren woningbouwprogramma uitgegaan van het totaal van de deelprojecten; ook als verschillende initiatiefnemers betrokken zijn. Binnen een dergelijke ontwikkeling worden nadere afspraken gemaakt over de wijze waarop realisatie van het woningbouwprogramma geborgd wordt.
Bij de bouw van nieuwe zelfstandige woningen en/of de herontwikkeling van zelfstandige woningen in bestaande gebouwen kunnen maximaal 2 locaties die in eigendom zijn van dezelfde initiatiefnemer gekoppeld worden als daarmee de vereisten in lid 1 of -afhankelijk van de omvang van het woningbouwproject- lid 2 worden bereikt. Hiertoe dient de initiatiefnemer een verzoek in bij het college.
Bij inzet van lid 4 bij de woningbouwprojecten is initiatiefnemer verplicht eerst de locatie te ontwikkelen en te realiseren met (de meeste) sociale en betaalbare woningen. Als de initiatiefnemer uiteindelijk niet voldoet aan de verplichting van lid 1 dan is deze alsnog verplicht tot verevening overeenkomstig de artikelen 8 en 9.
Artikel 6: Berekening aantal sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen, goedkope koopwoningen en betaalbare koopwoningen
Voor de berekening van de afdracht wordt het vereiste aantal sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen, goedkope en betaalbare koopwoningen in een woningbouwproject bepaald door het aantal woningen te vermenigvuldigen met het normpercentage in lid 2. De gehanteerde normpercentages zijn afhankelijk van het aantal woningen in het woningbouwproject.
Artikel 7: Realisatie sociale huurwoningen
Het verplichte aandeel sociale huurwoningen volgens artikel 5, lid 1 en 2, wordt in eerste instantie aangeboden aan een lokaal werkzame woningcorporatie voor exploitatie. Indien de lokaal werkzame woningcorporatie hiervan afziet, wordt het aanbod gedaan een andere corporatie. In het geval ook deze corporatie afziet van het aanbod staat het de initiatiefnemer vrij om deze woningen aan een andere partij aan te bieden of zelf de sociale huurwoningen te exploiteren.
Artikel 9: Hoogte van de afdracht
Bij een gemiddelde van de VON verkoopprijzen (koopwoningen) en berekende theoretische VON waarde op basis van de huurprijzen (middeldure en vrije sector huur) van € 405.000 tot € 650.000 bedraagt de hoogte van de afdracht per niet-gerealiseerde verplichte sociale huurwoning, middeldure huurwoning, goedkope of betaalbare koopwoning 8% van het hiervoor genoemde gemiddelde. Deze afdracht wordt bepaald op basis van de VON waarde exclusief BTW.
Bij een gemiddelde van de VON verkoopprijzen (koopwoningen) en berekende theoretische VON waarde op basis van de huurprijzen (middeldure en vrije sector huur) vanaf € 650.000 bedraagt de hoogte van de afdracht per niet-gerealiseerde verplichte sociale huurwoning, middeldure huurwoning, goedkope of betaalbare koopwoning bedraagt 13% van het hiervoor genoemde gemiddelde. Deze afdracht wordt bepaald op basis van de VON waarde exclusief BTW.
Artikel 11: Voorwaarden subsidieaanvraag
Om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Vereveningsfonds Betaalbare Woningbouw Leusden moet een woningcorporatie een aanvraag voor een subsidie bij de gemeente indienen. Deze subsidieaanvraag heeft betrekking op het extra toevoegen van sociale huurwoningen dan wel middeldure huurwoningen boven op het verplichte aandeel op grond van artikel 5.
Er is aantoonbaar sprake van een lager direct exploitatierendement voor de corporatie, waardoor het woningbouwproject financieel niet haalbaar is als gevolg van de toevoeging van sociale huurwoningen of middeldure huurwoningen boven de aantallen die vereist zijn in artikel 5. Bij de vaststelling van het rendement dienen eventuele andere te verkrijgen subsidies of bijdragen te worden meegerekend.
Artikel 13: Instandhoudingtermijn huurwoningen
Middeldure huurwoningen dienen gedurende een periode van ten minste 10 (tien) jaar na eerste ingebruikname door de eerste huurder beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroep. Gedurende deze termijn mag de huurprijs niet hoger zijn dan het maximum dat geldt voor woningen met maximaal 186 punten volgens het woningwaarderingsstelsel.
Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 november 2025
I. Schutte - van der Schans
griffier
G.J. Bouwmeester
voorzitter
Context van het doel van de verordening
In de Woonvisie Leusden 2025-2030 is de verdeling van de betaalbaarheidssegmenten voor woningen binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vastgelegd. Bij de programmering van woningbouwprojecten wordt ingezet op realisatie binnen de segmenten sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop: minimaal 30% sociale huur en , inclusief de sociale huur, ten minste twee derde van de woningen betaalbaar met een huurprijs tot € 1.184,82 per maand of een koopprijs tot maximaal € 405.000 (prijspeil 2025). In de Woonvisie is tevens opgenomen dat binnen het deel betaalbaar exclusief sociale huur gestreefd wordt naar éénderde deel middeldure huurwoningen, éénderde deel goedkope koopwoningen en éénderde deel betaalbare koopwoningen.
Ter borging van deze uitgangspunten kan een vereveningsfonds als instrument worden toegepast. Het vereveningsfonds richt zich op het ondersteunen van de realisatie van sociale en middeldure huurwoningen. Om die reden richt de afdracht in het vereveningsfonds ook op compensatie voor dit deel van het woningbouwprogramma.
Door een instandhoudingstermijn van 25 (vijfentwintig) jaar voor sociale huurwoningen en 10 (tien) jaar voor middeldure huurwoningen te hanteren, borgen we dat deze woningen gedurende een aanzienlijke periode beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroepen en niet voortijdig aan het gewenste woningaanbod worden onttrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-496562.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.