Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 496091 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2025, 496091 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen 2019
2.1 Functies van reserves en voorzieningen
2.2 Rentetoerekening en waardering
2.3 Onderscheid tussen reserves en voorzieningen
2.4.4 Wettelijke regels voor bestemmingsreserves
2.5.1 Verplichte vorming van een voorziening
2.5.2 Niet verplichte vorming van een voorziening
2.5.3 Niet toegestane voorzieningen
2.5.4 Wettelijke regels voor voorzieningen
Voor u ligt de geactualiseerde nota Reserves en Voorzieningen 2019. Als vertrekpunt voor de actualisatie zijn de nota Reserves, Voorzieningen en Overlopende passiva 2013 en de Financiële Verordening 2019 gehanteerd.
In de Financiële Verordening is in artikel 11 vastgelegd dat de spelregels voor reserves en voorzieningen zijn vastgelegd in een nota ‘Reserves en Voorzieningen’. Deze nota wordt door het college ter vaststelling aangeboden aan de raad. De nota wordt geactualiseerd als dat door de tijdsgeest of wijzigingen in wet- en regelgeving noodzakelijk is, waarbij geldt dat de aanpassingen van materieel belang zijn.
Doel van deze actualisatie is:
In deze nota is het Zaanse beleid ten aanzien van reserves en voorzieningen omschreven.
De geldende verslaggevingsvoorschriften, opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en nadere richtlijnen voor de toepassing van het BBV zijn hierbij het uitgangspunt. Deze nota heeft voornamelijk een functie als uitwerking en toepassing van die verslaggevingsregels waar sprake is van een keuzemogelijkheid en verder waar dat wenselijk en mogelijk is. Dat betekent dat op de punten die in deze nota niet genoemd worden het BBV direct gevolgd wordt.
De wet- en regelgeving laat sinds de besluitvorming over de vorige nota geen ruimte voor eigen beleid voor wat betreft overlopende passiva. Daarom is dit hoofdstuk dan ook niet meer in deze nota opgenomen.
Naast de relatie met de financiële verordening 2019 heeft deze nota een relatie met onderstaande nota’s:
In voornoemde nota’s zijn onder meer de kaders opgenomen met betrekking tot de algemene reserve grondzaken (ARG, nota Weerstandsvermogen en risicomanagement 2013), de reserve Investeringsfonds (nota Investeringen 2019) en de reserve Transformatiefonds (Financiële verordening 2019).
De opbouw van deze nota is als volgt:
In hoofdstuk 2 wordt het wettelijke kader besproken. De spelregels zijn in hoofdstuk 3 opgenomen en in de bijlage zijn de belangrijkste artikelen uit het wettelijk kader opgenomen.
Het wettelijk kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 212 van de Gemeentewet, artikel 42 tot en met 45, 54 en 55 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening 2019 van de gemeente Zaanstad. Het doel van deze nota is niet om wet- en regelgeving als zodanig te herhalen, maar een nadere uitwerking en toepassing van de verslaggevingsregels uit hogere wet- en regelgeving waar sprake is van een keuzemogelijkheid en verder waar dat wenselijk en mogelijk is.
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het voornaamste onderscheid tussen reserves en voorzieningen gelegd bij de mogelijkheid dat de raad de bestemming kan wijzigen. Zolang de bestemming kan worden veranderd is er sprake van een reserve. Dit kan niet bij een voorziening.
In de bijlage I zijn de belangrijkste artikelen uit het wettelijk kader opgenomen.
2.1 Functies van reserves en voorzieningen
Er worden op basis van het BBV vijf verschillende functies onderscheiden voor reserves en voorzieningen. In onderstaande tabel wordt toegelicht:
2.2 Rentetoerekening en waardering
In artikel 45 van het BBV is vastgelegd dat rentetoevoegingen aan voorzieningen niet zijn toegestaan.
De mogelijkheid van rentetoevoeging bestaat wél bij reserves. Binnen Zaanstad is vastgesteld dat er in principe geen rente wordt toegerekend aan reserves. Hier is sprake van omdat aan de lasten die vanuit de reserve worden gedekt ook geen rente wordt toegerekend. Mogelijke uitzondering hierop zijn reserves waaruit kapitaallasten worden gedekt.
Alle bespaarde rente op de reserves wordt conform de nota Financiering als treasuryresultaat verantwoord als bate in de exploitatie.
2.3 Onderscheid tussen reserves en voorzieningen
Waar de raad bij reserves een expliciete keuzemogelijkheid heeft is dit bij voorzieningen niet het geval vanwege het verplichtende karakter.
In onderstaande tabel worden de belangrijkste verschillen tussen reserves en voorzieningen kort weergegeven. Dit is conform BBV.
|
Buiten exploitatie om, wordt direct in mindering gebracht op de voorziening |
||
|
Toegestaan2 |
De algemene reserves van Zaanstad bestaan uit:
Algemene reserve (AR) specifiek bedoeld als buffer om risico’s zoals vermeld in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarrekening en fluctuaties in de exploitatie in de toekomst te kunnen opvangen. De omvang is gekoppeld aan het risicoprofiel van de gemeente Zaanstad, waarbij de toegestane hoogte is genormeerd met behulp van een vastgestelde bandbreedte voor de ratio van het weerstandsvermogen. Zie de nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement.
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast.
De specifieke regels met betrekking tot het Transformatiefonds en het Investeringsfonds zijn respectievelijk opgenomen in de Financiële verordening en de Nota investeringen.
Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden, maar hangt dus wel samen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. Er liggen verplichtingen voor de toekomst aan ten grondslag (verplichte bestedingsrichting). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar.
In specifieke gevallen is het vormen van een voorziening verplicht, in andere is het een keuze en onder bepaalde condities is het niet toegestaan een voorziening te vormen.
2.5.2 Niet verplichte vorming van een voorziening
Ook kan sprake zijn van een niet verplichte, dus facultatieve, voorziening. Dit betreft de voorziening ter egalisatie van kosten. De vorming van deze voorziening is dus niet verplicht. Er kan namelijk ook voor worden gekozen de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren op te nemen in de meerjarenraming.
Aan het vormen van deze soort voorziening zijn twee eisen gesteld, te weten:
De voorziening moet strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Het gaat hierbij om lasten waar de gemeente niet ‘onder uit’ kan. Hierbij valt vooral te denken aan het cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals (water)wegen, riolering en gebouwen.
Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen met instemming van de raad worden ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Deze vijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd3 van kan worden afgeweken.
Tussentijdse bijstelling van het beheerplan binnen de vijf jaar is verplicht, indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud.
Indien geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening voor groot onderhoud dus niet toegestaan. Wel is het dan mogelijk om een bestemmingsreserve te vormen.
2.5.3 Niet toegestane voorzieningen
Conform BBV is het niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor:
Bovenstaande paragrafen zijn samengevat in onderstaande tabel:
|
Verplichting waarschijnlijk (Risico), omvang redelijkerwijs tot zeker in te schatten. Criteria: De kans dat de verplichting zich voordoet is waarschijnlijk (aantoonbaar dat de benadeelden naar alle waarschijnlijkheid recht hebben op financiële compensatie, bijvoorbeeld door jurisprudentie, advocatenbrieven en inschatting door deskundigen). In de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement is een bepaling opgenomen wanneer sprake is van een risico en wanneer sprake is van een voorziening. De omvang redelijkerwijs tot zeker in te schatten (kwantificering van de verplichting is goed en aantoonbaar onderbouwd) |
||
|
De bijdrage aan toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut, waarvoor een heffing wordt geheven4 |
||
|
Nog niet bestede, van derden verkregen middelen, niet zijnde overheid |
||
|
Onderhoudskosten volgend begrotingsjaar, oorzaak in lopend jaar of voorgaande jaren, met als doel gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren |
2.5.4 Wettelijke regels voor voorzieningen
De belangrijkste spelregels voor het omgaan met voorzieningen zijn al door de wetgever bepaald in het BBV. Hieronder een overzicht van de relevante regels:
Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat het noodzakelijk niveau anders wordt, wordt de omvang van de voorziening daarop afgestemd. Andere onttrekkingen dan voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld zijn niet toegestaan.
Besluitvorming over mutaties in bestaande bestemmingsreserves vindt plaats in de Burap, kadernota, begroting of Narap. Een uitzondering hierop zijn dotaties aan en onttrekkingen uit de reserve vooruitontvangen bedragen gemeentefonds. Decentralisatie-en integratie-uitkeringen die in de decembercirculaire van het gemeentefonds beschikbaar komen mogen in de jaarstukken zonder een door de raad vastgestelde begrotingswijziging aan voornoemde reserve worden toegevoegd en in volgende jaren onttrokken voor het aangegeven doel. Uw raad wordt hierover geïnformeerd met een raadsinformatiebrief of in de P&C documenten.
Een voorziening groot onderhoud kan uitsluitend gevormd worden wanneer er een beheersplan (meerjaren onderhoudsplan (MJOP)) aan ten grondslag ligt. Dit MJOP mag maximaal vijf jaar oud zijn ten opzichte van het verslagleggingsjaar, tenzij de raad hiervan gemotiveerd is afgeweken. Het MJOP dient een periode van (minimaal) 10 jaar te bestrijken.
3.3 Informatieplicht reserves en voorzieningen
In de jaarrekening wordt voor reserves en voorzieningen de informatie die op grond van het BBV verplicht is opgenomen (aard en reden van de toevoegingen en onttrekkingen en verloop van het saldo).
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.
Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Zaanstad, 30 januari 2020.
Gemeentewet https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2019-01-01
BBV https://wetten.overheid.nl/BWBR0014606/2017-12-09#HoofdstukIV
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.
Financiële verordening Zaanstad 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 11. Reserves en voorzieningen
De nota Reserves en voorzieningen wordt aan de raad ter vaststelling aangeboden en geactualiseerd wanneer materiële wijzigingen daar aanleiding toe geven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-496091.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.