Gemeenteblad van Kerkrade
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2025, 496022 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2025, 496022 | beleidsregel |
Beleidsregels van de burgemeester van gemeente Kerkrade houdende bepalingen inzake de beoordeling norm slecht levensgedrag (Beleidsregels beoordeling norm levensgedrag Kerkrade)
exploitanten, leidinggevenden en beheerders van aangewezen openbare inrichtingen waaronder horecabedrijven, coffeeshops, seksinrichtingen, escortbedrijven, en openbare inrichtingen, die in het kader van de aanpak van ondermijning aangewezen zijn als vergunningplichtig, moeten voldoen aan de norm van het niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn zoals bedoeld in de Alcoholwet, alsmede de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade (hierna: de APV);
met behulp van voornoemde norm in hoge mate wordt bijgedragen aan het weren van criminele invloeden op daartoe kwetsbare branches;
het voor een voorzienbare en eenduidige toepassing van deze norm als beoordelingscriterium van belang is beleidsregels vast te stellen
• artikel 8, eerste lid sub b van de Alcoholwet;
• artikel 35, eerste lid sub b van de Alcoholwet;
• artikel 2:40, eerste lid, onder 1 sub b APV;
• artikel 2:56 vierde lid, sub c APV;
• artikel 2:56 zevende lid, sub d APV;
• artikel 2:61 eerste lid, sub b APV;
• artikel 2:69 aanhef en onder c APV;
• artikel 3:7 lid 1, onder b APV
• artikelen 4:81 tot en met 4:84 Algemene wet bestuursrecht;
In dit besluit wordt verstaan onder:
• Oordeel: de eindconclusie van de bestuursrechtelijke beoordeling door de burgemeester of betrokkene voldoet aan de norm van het niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
• Slecht levensgedrag: de norm als bedoeld in ten minste artikel 8, eerste lid, sub b Alcoholwet en artikelen 2:40 lid 1 onder 1 sub a (leidinggevenden horeca), 3:7 eerste lid, onder b (beheerder seksinrichting of escortbedrijf), artikel 2:56 lid 4 onder c, artikel 2:56 lid 7 onder d en artikel 2:61 lid 1, onder b (ondermijningsartikel) van de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade.
• Betrokkene: de exploitant, leidinggevende of beheerder die op grond van wet- en regelgeving naar het oordeel van de burgemeester niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn.
• Vergunning: een aangevraagde of verleende vergunning, waaronder ook verstaan de ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet als ten minste bedoeld in artikel 3 Alcoholwet en artikelen 2:36 APV (horeca-exploitatievergunning), 3:3 APV (seksinrichting of escortbedrijf) of 2:56 APV (aangewezen bedrijfsactiviteit).
• Feit: een verdenking of ernstig vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit, een nog in procedure zijnde strafrechtelijke vervolging en/of een (al dan niet onherroepelijke) strafrechtelijke veroordeling. Onder “feit” wordt ook verstaan: sepots, uitgezonderd sepotgronden 01 (ten onrechte als verdachte vermeld), 05 (feit niet strafbaar), 06 (dader niet strafbaar) en 09 (rechtmatige geweldsaanwending door een (politie)ambtenaar).
• Veroordeling: een hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, hieraan wordt gelijkgesteld een betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom € 375 of minder bedraagt.
Artikel 2: Relevante feiten beoordeling
De navolgende feiten (niet-limitatief) worden altijd meegewogen bij de beoordeling van de norm slecht levensgedrag:
a. geweldsdelicten (waaronder in ieder geval worden begrepen: openbare geweldpleging, mishandeling, doodslag en moord);
b. overtredingen van de Opiumwet (waaronder ieder geval worden begrepen: productie, ver- en/of bewerking en/of handel van drugs, inclusief voorbereidingshandelingen alsmede het bezit van een handelshoeveelheid drugs;
d. zedendelicten (waaronder in ieder geval worden begrepen: aanranding, verkrachting, vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno);
e. het onder invloed besturen van een (motor)voertuig;
g. fraude met sociale zekerheidswetgeving;
h. deelname aan een criminele organisatie;
i. lidmaatschap verboden rechtspersoon;
k. witwassen / fraude / belastingontduiking;
o. wapenbezit en/of –gebruik (Wet wapens en munitie);
p. overtreding ge- en verbodsbepalingen Drank- en Horecawet;
q. het organiseren van, of gelegenheid bieden tot, van illegale kansspelen (o.a. poker en loterijen) alsmede een klein kansspel (kienen en bingo) zonder deze aan te melden en/of niet te voldaan aan de voorwaarden;
r. overtredingen van een Algemene Plaatselijke Verordening (waaronder in ieder geval worden begrepen: zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting, het niet opvolgen politiebevel, ordeverstoring, hinderlijk gedrag in de openbare ruimte, digitaal ver- en inkoopregister handelaren, drugshandel op straat en handel in lachgas).
Artikel 3: Minder relevante feiten beoordeling
De navolgende feiten (niet-limitatief) worden in beginsel niet meegewogen bij de beoordeling van de norm slecht levensgedrag:
a. eenvoudige verkeersovertredingen (uitgezonderd feiten als bedoeld in artikel 2, aanhef, onder e en f);
b. burengerucht zonder geweld en/of bedreiging;
c. eenvoudige (geluids)overlast (niet verbonden aan de exploitatie van een bedrijf of evenement);
d. (anonieme) meldingen over betrokkene die niet verder aanleiding gaven tot onderzoek;
Voorgenoemde feiten kunnen wel subsidiair betrokken worden bij het oordeel als ondersteunende motivering van een patroon van slechts levensgedrag van betrokkene door het bij herhaling niet naleven van wet- en regelgeving.
Artikel 4: Weging en tijdvak van feiten
Indien er zich in de laatste vijf jaren feiten hebben voorgedaan, wordt er ook gekeken naar feiten in het verdere verleden om te bezien of er een patroon van zodanig levensgedrag valt te ontwaren dat het woon- en leefmilieu of de openbare orde in de omgeving van de inrichting mogelijk negatief wordt beïnvloed. Feiten ouder dan 11 jaar worden niet primair ten grondslag gelegd aan de weigering of intrekking van de vergunning of ontheffing en ten hoogste opgevoerd ter motivering van een patroon van slecht levensgedrag.
De periode van het tijdvak dat wordt teruggerekend vanaf de datum van de beslissing, waaronder ook wordt begrepen een beslissing op bezwaar, op de aanvraag of intrekking van de vergunning/ontheffing.
De datum van het feit is de datum van de onherroepelijke uitspraak of sepotbeslissing (ook al is de pleegdatum van het feit ruim daarvoor gelegen).
Indien nog geen onherroepelijke uitspraak is gedaan wordt het feit gezien als een feit jonger dan vijf jaren.
Artikel 6: Afwijkingsbevoegdheid
De burgemeester heeft bij de besluitvorming een inherente afwijkingsbevoegdheid. Onderhavige regels gelden echter als strikt uitgangspunt. Enkel als de feiten en omstandigheden hiertoe overtuigend aanleiding geven kan worden afgeweken van de uitgangspunten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-496022.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.