Gemeenteblad van Edam-Volendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2025, 495568 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2025, 495568 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam regelende het betrekken van cliënten of hun vertegenwoordigers bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet (Verordening cliëntpanels sociaal domein Edam-Volendam)
De raad van de gemeente Edam-Volendam;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 september 2025, nr. Z25151089;
gelet op artikel 47 van de Participatiewet, artikelen 2.1.3, derde lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (verder: de Wmo) en artikel 2.10 van de Jeugdwet die gemeenten verplichten om in een verordening vast te leggen hoe de gemeente inwoners die gebruik maken van deze wetten en hun vertegenwoordigers medezeggenschap biedt over de wijze waarop de gemeente die wetten uitvoert;
gelet op het beleidsvoorstel inwonersparticipatie van 27 februari 2025 waarin het voornemen is opgenomen om in deze wettelijke verplichting te voorzien door het instellen van cliëntpanels voor de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo;
dat deze adviesfunctie momenteel is belegd bij de Koepel Sociaal Domein, waarmee deze verordening in de plaats treedt van de verordening op Koepel Sociaal Domein;
gezien het advies van de Koepel Sociaal Domein van 26 augustus 2025;
vast te stellen de volgende Verordening cliëntpanels sociaal domeinEdam-Volendam.
Deze verordening is van toepassing op de organisatie van de door de gemeenteraad ingestelde cliëntpanels en regelt op welke wijze het college ingezetenen die gebruik maken van de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo, of hun wettelijke vertegenwoordigers, betrekt bij de uitvoering van de desbetreffende wet, te weten de wijze waarop zij:
Artikel 3 Instelling cliëntpanels
Het college stelt drie cliëntpanels in, elk voor een van de drie sociaal domeinwetten, te weten een cliëntpanel voor de Jeugdwet, een cliëntpanel voor de Participatiewet en een cliëntpanel voor de Wmo.
Het cliëntpanel adviseert het college gevraagd en ongevraagd over de wijze waarop de gemeente de betreffende wet uitvoert. Dit omvat de beleidsvoornemens, beleidsvoorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de uitvoering van de betreffende wet, inclusief de procedures en regelingen die hierop betrekking hebben.
Artikel 11 Vacatiegelden en training
Nieuwe leden krijgen kosteloos een passende training aangeboden inzake de wet waarover het cliëntpanel adviseert. Ingeval een wetswijziging of andere omstandigheden het naar mening van het college wenselijk maken dat alle leden een training ontvangen, dan bekostigt het college deze training. Leden krijgen een vacatievergoeding voor het bijwonen van deze training per uur of gedeelte van een uur dat de training duurt.
Elke vier jaar vindt een evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van de uitvoering van de verordening plaats, voor het eerst vier jaar na inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 13. Intrekking oude regeling
De Verordening Koepel Sociaal Domein Edam-Volendam wordt ingetrokken.
Artikel 14. Overgangsbepalingen
De adviesraad ingesteld op basis van de in artikel 13 bedoelde verordening blijft in functie tot het moment dat het college de leden van de drie in artikel 3 genoemde cliëntpanels heeft benoemd.
Aldus besloten door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering van 30 oktober 2025,
de griffier,
mw. mr. A. de Boer.
de voorzitter,
R.J. Beukers.
Bijlage 1 toelichting op de verordening op de cliëntpanels sociaal domein
De formele, juridische aard van een verordening maakt dat de tekst moeilijk leesbaar is voor mensen die geen juridische achtergrond hebben. Deze toelichting is bedoeld om in begrijpelijke taal uit te leggen wat in de verordening staat.
We gebruiken de toelichting ook om uit te leggen wat de bedoeling is van bepaalde teksten: wat willen we ermee bereiken, en waarom willen we dat? Wat is de achterliggende gedachte ervan?
Deze toelichting volgt de indeling van de verordening.
Aan het begin van de verordening staat een lijstje met de kaders en overwegingen die tot de verordening hebben geleid. Dat heet ‘de considerans’.
Het begint met een verwijzing naar drie wetten: de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo. In elk van die drie wetten staat dat elke gemeente in een verordening moet vastleggen hoe mensen die gebruik maken van die wet invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop de gemeente die wet uitvoert. In de bijlage bij deze toelichting zijn de wetsteksten opgenomen.
Bij het lezen van die wetsteksten valt op dat ze bijna identiek zijn. Dat geeft aan dat de wetgever bij elk van die wetten eenzelfde doel nastreeft – medezeggenschap- en eenzelfde manier van werken.
Vervolgens verwijst de considerans naar het beleidsvoorstel inwonersparticipatie van 27 februari 2025, zaaknummer Z24134065. Daarin staat op pagina 15:
“We stellen de mensen die gebruik maken van de Jeugdwet, Participatiewet, Sociale Werkvoorziening en Wmo centraal waar het gaat om hun medezeggenschap over de wijze waarop wij als gemeente die wetten uitvoeren. Hiertoe richten we cliëntpanels op.”
De eerste zin uit die tekst is de leidende gedachte voor deze verordening: in een cliëntpanel staan de belangen van de mensen die gebruik maken van die wet centraal. De beste manier om dat te doen, is hen zelf aan het woord te laten.
Dit artikel is een begrippenlijst. Het geeft aan wat bedoeld wordt wanneer in de verordening het woord ‘cliëntpanel', ‘beleid’ of ‘college’ genoemd wordt.
Dit artikel beschrijft op hoofdlijnen wat de verordening regelt.
De tekst van dit artikel is grotendeels hetzelfde als artikel 2.1.3, derde lid van de Wmo. Dat artikel van de Wmo beschrijft wat de gemeente in de verordening moet regelen om mensen die gebruik maken van de wet medezeggenschap te bieden.
We hebben die tekst uit de Wmo overgenomen, omdat de tekst in de Wmo een extra zin bevat, die niet voorkomt in de Participatiewet. Dat is de zin: “...in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen".
In de verordening maken we geen onderscheid tussen de drie cliëntpanels. Dat betekent dat het cliëntpanel Participatiewet voorstellen voor beleid kan doen, net als de beide andere cliëntpanels. We geven het cliëntpanel Participatiewet daarmee een ruimere bevoegdheid dan volgens de wet verplicht is.
Dit artikel beschrijft hoe mensen die gebruik maken van de Participatiewet, de Jeugdwet of de Wmo lid kunnen worden van een cliëntpanel.
Lid 1 stelt dat wanneer er een vacature is in een cliëntpanel voor een bepaalde wet, het college een brief stuurt aan alle inwoners die van die wet gebruik maken.
Lid 2 stelt dat het college dit minimaal eenmaal per jaar moet doen, zolang er vacatures zijn. Het mag vaker. Een cliëntpanel telt maximaal zeven leden. Als die zeven plekken grotendeels bezet zijn, is een keer per jaar een oproep verzenden al snel voldoende. Als er maar een paar plekken bezet zijn, kan het college overwegen om vaker een oproep te doen, of om andere middelen in te zetten dan het rondzenden van een brief.
Lid 3 regelt twee zaken. Ten eerste stelt het een leeftijdsgrens voor het cliëntpanel Jeugdwet. Kandidaten moeten minimaal twaalf jaar oud zijn. Verder regelt lid 3 dat een minderjarige van 12 jaar of ouder geen toestemming nodig heeft van ouders, verzorgers of voogd om zich kandidaat te stellen voor het cliëntpanel Jeugdwet. De reden daarvoor is dat jongeren niet altijd op goede voet staan met hun ouders of verzorgers. Het is niet de bedoeling dat een ouder die ruzie heeft met hun kind, die jongere ervan weerhoudt om zijn of haar stem te laten horen.
De leeftijdsgrensgrens van twaalf jaar wordt in verschillende wetten gehanteerd als grens waarop minderjarigen in staat worden geacht om zelf te kunnen aangeven wat hun belang is, of hun voorkeur ten aanzien bepaalde beslissingen. Bijvoorbeeld welke ouder na een scheiding het ouderlijk gezag uitoefent. In de Jeugdwet wordt de leeftijd van twaalf jaar genoemd in artikel 6.1.1 lid 2. Daar staat dat in zaken die betrekking hebben op gesloten jeugdhulp bij ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen, een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, bekwaam is om “in en buiten rechte” op te treden.
Aangezien de wetgever jongeren vanaf twaalf jaar in staat acht om hun eigen belangen over allerlei onderwerpen te verwoorden, willen we hen ook de gelegenheid bieden om dat te doen in het cliëntpanel Jeugd.
Lid 4 en verder gaan over de selectie van de leden, voorzitter en eventuele expertleden.
Lid 5a bepaalt dat mensen zich alleen kandidaat kunnen stellen als zij een lopende indicatie hebben. Het gaat immers om mensen die gebruik maken van de Participatiewet, de Jeugdwet of de Wmo. Vervolgens vindt een selectiegesprek plaats. Dat gesprek dient enerzijds als kennismaking, en anderzijds als een (lichte) toets. Is de kandidaat in staat om kritisch mee te denken, en zich op een constructieve manier te uiten?
De verordening geeft niet aan wie onderdeel uitmaken van de selectiecommissie. Dit geeft het college de ruimte om de samenstelling aan te passen. Uitgangspunt is dat er tenminste een vertegenwoordiger van het college bij het selectiegesprek zit, en iemand van buiten de gemeentelijke organisatie. Die eerste zal vaak de ambtelijk secretaris van het cliëntpanel zijn, die tweede de onafhankelijk voorzitter van de cliëntpanels. Als er een derde lid in de commissie zit, dan kan dat iemand zijn van de uitvoering (bijvoorbeeld een kwaliteitsmedewerker of teamleider van het Breed Sociaal Loket) of een lid van het cliëntpanel.
Lid 6 gaat over expertleden. Dit lid laat het aan de leden over om te bepalen of zij behoefte hebben aan iemand die hen ondersteunt met extra inhoudelijke kennis.
Lid 7 geeft aan dat de voorzitter van de cliëntpanels onafhankelijk moet zijn. Daarmee wordt bedoeld: iemand die geen lokale belangen heeft, zodat die zich dienend op kan stellen aan de leden. De voorzitter krijgt een rol die vergelijkbaar is met die van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Hij of zij helpt de leden bij hun meningsvorming en bij het formuleren van de adviezen. Verder heeft de voorzitter een rol in de kwaliteitsbewaking: hij of zij bereidt de vergaderingen samen met de ambtelijk secretaris voor en bekijkt daarbij onder andere of de stukken voldoende duidelijk zijn en of ze in begrijpelijke taal zijn geschreven. Zie ook artikel 7 lid 6.
In lid 8 tot en met 10 staat dat wanneer het college mensen benoemt in een cliëntpanel, de namen van de mensen die gebruik maken van de Participatiewet, de Jeugdwet en/of de Wmo niet openbaar gemaakt worden. Dat doen we om hun privacy te beschermen. Als we de namen wel openbaar zouden maken, zou dat voor sommige mensen bovendien reden kunnen zijn om zich niet kandidaat te stellen. Dat willen we voorkomen.
Alleen de namen van de mensen die van buiten komen, zijn openbaar: de voorzitter en eventuele expertleden.
We maken de naam van de voorzitter niet alleen openbaar bij het benoemingsbesluit: we publiceren de naam en contactgegevens van de voorzitter ook op de website. Inwoners die gebruik maken van de Participatiewet, de Jeugdwet of de Wmo en die niet in het cliëntpanel zitten, hebben dan de mogelijkheid om de voorzitter te vertellen waar zij tegen aan lopen bij de wijze waarop de gemeente die wetten uitvoert, en hem of haar te verzoeken om bepaalde onderwerpen op de agenda te zetten. Zie ook artikel 7 lid 4 en 5.
Artikel 5 bepaalt hoe lang leden lid zijn van het panel: vier jaar, met de mogelijkheid om zich eenmaal te laten herbenoemen. Dus maximaal acht jaar achtereenvolgens. Die vier jaar is niet gebaseerd op een wettelijke termijn. Een zittingsduur moet niet zo kort duren, dat de leden weinig ervaring kunnen opbouwen. Maar na enige tijd is verversing wel prettig. Anders loop je het risico dat je steeds hetzelfde geluid hoort. Vier tot acht jaar lijkt hierin een mooie tussenweg.
Leden moeten een indicatie hebben voor de desbetreffende wet om te kunnen worden benoemd of herbenoemd, maar als die indicatie afloopt gedurende de vier jaar waarin ze lid zijn, kunnen zij lid blijven van het panel.
Lid 2 zegt dat er een ‘rooster van aftreden’ wordt opgesteld voor de leden. Dat is vooral belangrijk als er meerdere leden op hetzelfde moment worden benoemd. Je maakt dan een rooster waarin je afspreekt dat het ene lid wat eerder aftreedt dan het andere, zodat je een goede mix houdt van ervaren en onervaren leden. Als alle leden op hetzelfde moment aftreden, moet er een hele nieuwe, verse ploeg worden benoemd. Die zijn dan allemaal onervaren. Daarom is het prettiger als de leden niet allemaal op hetzelfde moment aftreden.
Lid 3c bepaalt dat het college de voorzitter kan ontslaan indien die een functie bij de gemeente aanvaardt of actief wordt bij een belangenorganisatie die lokaal actief is. Voor de leden en expertleden geldt dat niet. De verordening noemt voor hen geen functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van een cliëntpanel.
Artikel 6 omschrijft de verschillende rollen in het cliëntpanel. De leden vormen de kern van het panel. Het is handig als er een oneven aantal leden is, voor het geval zij moeten stemmen. Drie leden is genoemd als minimum, aangezien je liefst verschillende ervaringen en geluiden hoort vanuit het panel. Om ervoor te zorgen dat de groep niet te groot is, zodat die verschillende stemmen wel allemaal aan bod kunnen komen tijdens een vergadering, is het maximum gesteld op zeven leden.
Als er minder dan drie leden zijn, dan kan het college panels samenvoegen. Zo heb je alsnog meerdere geluiden bij de afweging. Het is wel nodig dat er leden zijn die ervaring hebben met de wet die wordt besproken. Anders weet het panel niet goed waar ze over adviseren.
Zijn er geen leden of kandidaten voor een wet, dan heeft het college een inspanningsverplichting om die te werven. Als zich ook dan geen kandidaten melden, en het college geen advies kan inwinnen, is dat geen belemmering om besluiten te kunnen nemen. De drie wetten verplichten gemeenten om medezeggenschap mogelijk te maken. Als de die daarvoor in aanmerking komen daar geen gebruik van wensen te maken, mag dit niet leiden tot een patstelling.
Tenslotte noemt het artikel de ambtelijke secretaris. Dit zal doorgaans de senior beleidsmedeweker zijn voor de wet waar het cliëntpanel over gaat.
Artikel 7 geeft aan hoe vaak er wordt vergaderd, en hoe de vergaderingen worden voorbereid.
De vergaderingen zijn niet openbaar, om de privacy van de leden te waarborgen. Het belang van hun privacy is al eerder toegelicht bij artikel 4, lid 8-10.
Uit het artikel blijkt de rol van de voorzitter bij het garanderen van de kwaliteit van de advisering: de voorzitter kijkt mee of de agenda niet te vol is en kan onderwerpen aandragen (lid 4), bijvoorbeeld onderwerpen die zijn aangedragen door mensen die geen lid zij van het panel (lid 5). De voorzitter kijkt mee of de stukken goed in elkaar zitten en in begrijpelijke taal gesteld zijn.
Uiteindelijk is het echter de secretaris die bepaalt wat er op de agenda komt te staan en of de stukken goed genoeg zijn. Als vertegenwoordiger van het college is de secretaris eindverantwoordelijk. Hier is voor gekozen omdat sommige besluiten binnen een bepaalde termijn genomen moeten worden.
Het aandragen van onderwerpen voor beleid betekent dat de zowel leden als niet leden (via de voorzitter) voorstellen kunnen doen voor beleid, en onderwerpen kunnen aandragen voor een ongevraagd advies.
Artikel 8 beschrijft de plicht van het college om de leden van de cliëntpanels goed te informeren. Enerzijds door ervoor te zorgen dat wanneer het college stukken aanlevert, die in begrijpelijke taal zijn gesteld, of zijn voorzien van een toelichting die in begrijpelijke taal is gesteld. Anderzijds moeten ook de leden van het cliëntpanel informatie kunnen opvragen. Daarbij geldt als uitzondering dat het college geen gegevens mag delen die op een individuele inwoner terug te leiden zijn. Zie hiervoor ook artikel 9 lid 4.
Artikel 9 gaat over de advisering: waar mag het panel over adviseren en waarover niet? En hoe ziet het proces dat tot een advies leidt eruit?
Lid 1 stelt dat het cliëntpanel voldoende tijd moet hebben om te kunnen adviseren, voordat het college een besluit neemt.
Lid 2 en 3 geven aan dat het panel ook zelf onderwerpen kan aandragen voor advies. Op basis van hun eigen ervaringen, of die van andere mensen die gebruik maken van de desbetreffende wet.
Lid 4 beperkt de bevoegdheid van de cliëntpanels. De adviezen gaan alleen in algemene zin over de wijze waarop de gemeente de wetten uitvoert. Niet over specifieke, individuele gevallen. Dus wel over de vraag of de gemeente voor bepaalde overtredingen een boete oplegt of een andere sanctie, maar niet over de vraag of het terecht is dat mevrouw Jansen van nummer 4 een boete opgelegd heeft gekregen.
Lid 5 en 6 benoemen de rol van de voorzitter en de secretaris. De voorzitter heeft als taak om het advies te formuleren. Dat doet de voorzitter pas nadat de leden hun meningen hebben uitgewisseld en tot een standpunt zijn gekomen. Als onafhankelijke partij heeft de voorzitter een bemiddelende rol tussen de leden, die het wellicht niet altijd onderling eens zullen worden, en het belang van de gemeente. Daarom is het formuleren van het advies als taak bij de voorzitter belegd.
De secretaris is verantwoordelijk voor het vastleggen van dat advies: het opschrijven ervan, en het maken van een verslag van de vergaderingen.
Nadat een advies is uitgebracht, koppelt het college terug wat het heeft gedaan met het advies. Daartoe grijpen we terug op een belangrijk uitgangspunt dat geldt bij alle vormen van inwoners-participatie: goed en duidelijk terugkoppelen. Als je een advies overneemt, laat dan zien hoe het is verwerkt. En als je het niet overneemt, leg dan goed uit waarom.
Artikel 10 bepaalt wie stemrecht heeft in de vergadering, en wie niet.
Lid 1 geeft aan dat stemmen een noodgreep is. Dat doe je alleen als je er niet samen uitkomt. Idealiter komt het panel tot een advies waar alle leden het over eens zijn.
De voorzitter en eventuele expertleden zijn er om de leden te ondersteunen. Daarom telt hun stem in beginsel niet mee. Alleen als de stemmen van de leden staken, telt de stem van de voorzitter mee. Die geeft dan de doorslag.
De secretaris vertegenwoordigt het college en heeft een ander belang aan tafel. Daarom heeft de secretaris geen stemrecht.
Artikel 11 gaat over de vergoeding die leden wanneer zij deel nemen aan vergaderingen en trainingen.
Artikel 13 geeft het verband aan tussen de nieuwe verordening op de cliëntpanels en de huidige verordening op de Koepel Sociaal Domein. De nieuwe verordening komt in de plaats van de oude. Daarom trekt de gemeenteraad tegelijkertijd met het instellen van de nieuwe verordening op de cliëntpanels, de oude verordening in.
Bijlage bij de toelichting: het wettelijk kader
Het wettelijke kader voor de verordening op de cliëntpanels wordt gevormd door artikel 47 van de Participatiewet, artikelen 2.1.3, derde lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (verder: de Wmo) en artikel 2.10 van de Jeugdwet.
Artikel 47 van de Participatiewet is getiteld Cliëntenparticipatie en luidt als volgt:
“De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet en de daarop berustende bepalingen, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers:
Artikel 2.1.3 derde lid van de Wmo luidt:
Artikel 2.10 van de Jeugdwet luidt:
“De artikelen 2.1.3, derde lid, en 2.5.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn van overeenkomstige toepassing.”
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-495568.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.