Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025 

Toelichting 

 

Het college draagt met de inzet van professioneel welzijnswerk bij aan het individuele en collectieve welbevinden van bewoners van Den Haag. Met de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026–2027 Den Haag 2025, wordt een sterke, stabiele basisinfrastructuur met een herkenbaar professioneel welzijnsaanbod in de stad geborgd en verder uitgebouwd. Hieronder vallen zowel individuele ondersteuning als gebiedsgericht welzijnswerk. Het beleidsplan ‘Versterken en Verbinden’ (RIS310647), de actualisatie daarvan (RIS321267) en de bijbehorende uitgangspunten (RIS321278), vormen het inhoudelijk kader voor de subsidieregeling.

 

De Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026–2027 Den Haag 2025 wordt gewijzigd. In de regeling is een hoofdstuk opgenomen dat is gereserveerd voor het intensiveren van bestaande activiteiten. Vanuit het Rijk zijn, in het kader van het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA), geoormerkte middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor het uitvoeren van Welzijn op Recept en het versterken van de sociale basis. Een deel van deze middelen is bestemd voor het versterken van het ouderenwerk en het verder uitrollen van Welzijn op Recept. Het betreft specifieke activiteiten, waarvoor eerder binnen de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk middelen zijn verstrekt.

 

Omdat het gaat om een intensivering van deze bestaande activiteiten, kan aanvullende subsidie uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen die voor de periode 2026-2027 reeds subsidie ontvangen voor het uitvoeren van welzijnsactiviteiten in een stadsdeel. De aanvullende subsidie is gericht op het verdiepen en voortzetten van bestaande activiteiten binnen stadsdelen, en niet op het opstarten van nieuwe initiatieven door nieuwe partijen.

 

Inmiddels is duidelijkheid ontstaan over de hoogte van de hiervoor bedoelde rijksmiddelen. Daarmee kan hoofdstuk 6 nu worden ingevuld. Met deze wijziging wordt ingespeeld op actuele maatschappelijke behoeften, kunnen meer bewoners met passende ondersteuning worden bereikt en wordt de verbinding tussen zorg en welzijn verder versterkt. Tevens wordt voorkomen dat beschikbare budgetten onbenut blijven. Verder is het subsidietijdvak van hoofdstuk 6 korter dan dat van de overige hoofdstukken van de regeling, omdat deze regeling is bedoeld als een gerichte impuls voor het uitvoeren van ouderenwerk of Welzijn op Recept.

 

Besluitvorming 

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, 

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020, 

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025: 

 

Artikel I 

De Subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 Den Haag 2025 wordt gewijzigd als volgt. 

 

  • A

    In artikel 1:1 worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd, die luiden als volgt:

 

-platform ZorgDomein: 

digitaal platform dat wordt gebruikt voor het verwijzen van bewoners van een stadsdeel naar passende zorg en ondersteuning en het terugkoppelen van de verleende hulp aan zorgprofessionals, zoals huisartsen en medisch specialisten; 

-Welzijn op Recept: 

landelijke werkwijze, omschreven in het Gezond Actief Leven akkoord, om mensen met psychosociale klachten de meest passende zorg en ondersteuning te bieden vanuit de samenwerking tussen huisarts, eerstelijns zorgverlener, welzijn en het sociaal domein; 

 

  • B

    In artikel 1:2 wordt “4:2 en 5:2” vervangen door: 4:2, 5:2 en 6:2. 

 

  • C

    Hoofdstuk 6 komt te luiden:  

    Hoofdstuk 6 Subsidie voor het opschalen en verbeteren van de bestaande activiteiten 

     

    Artikel 6:1 Doel van de subsidie 

    Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is om, in aanvulling op de subsidie als bedoeld in hoofdstuk 4, extra budget beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van ouderenwerk en Welzijn op Recept zodat bestaande activiteiten kunnen worden opgeschaald of verbeterd om op die manier flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, een toenemende vraag of specifieke behoefte uit een stadsdeel. 

     

    Artikel 6:2 Activiteiten 

    Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend verstrekt voor het opschalen of verbeteren van de activiteiten als bedoeld in artikel 4:2, onderdeel a, onder 5° en 6°. 

     

    Artikel 6:3 Doelgroep 

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen die reeds voor een stadsdeel subsidie op grond van deze subsidieregeling ontvangen voor de looptijd van het subsidietijdvak als bedoeld in artikel 6:6. 

     

    Artikel 6:4 Hoogte van de subsidie 

    1. Een subsidie wordt aan één aanvrager per stadsdeel verleend en bedraagt maximaal het bedrag dat als deelplafond is vastgesteld voor het stadsdeel waar de activiteiten als bedoeld in artikel 6:2 plaatsvinden.

    2. Het college kan de hoogte van de subsidie bij afzonderlijk besluit verhogen. 

     

    Artikel 6:5 Subsidieplafond 

    1. Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond van € 769.500,- per kalenderjaar met deelplafonds per stadsdeel.

    2. De deelplafonds per stadsdeel voor het kalenderjaar 2026 bedragen: 

    a. Centrum: € 118.000,- per kalenderjaar het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 58.000,- voor ouderenwerk en € 60.000,- voor Welzijn op Recept;

    b. Escamp: € 143.000,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 83.000,- voor ouderenwerk en € 60.000 voor Welzijn op Recept;  

    c. Haagse Hout: € 113.000,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 83.000,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept; 

    d. Laak: € 113.000,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 83.000,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept;

    e. Leidschenveen-Ypenburg: € 71.500,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 41.500,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept;

    f. Loosduinen: € 71.500,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 41.500,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept; 

    g. Scheveningen: € 109.500,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 79.500,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept;

    h. Segbroek: € 30.000,- per kalenderjaar voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 6:2, waarvan € 0,- voor ouderenwerk en € 30.000,- voor Welzijn op Recept.

    3. Het college kan het subsidieplafond en de deelplafonds verlagen conform artikel 7 van de ASV. 

    4. Het college kan het subsidieplafond en de deelplafonds bij afzonderlijk besluit verhogen. 

     

    Artikel 6:6 Subsidietijdvak 

    Een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend voor het subsidietijdvak dat aanvangt op 1 april 2026 en eindigt op 31 december 2026. 

     

    Artikel 6:7 Aanvraag 

    Onverminderd artikel 2:2 legt de aanvrager een plan van aanpak over waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden opgeschaald of verbeterd.

     

    Artikel 6:8 Aanvraagtermijn 

    In afwijking van artikel 2:3 wordt een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk ingediend vanaf 10 november 2025 tot en met 4 december 2025. 

     

    Artikel 6:9 Beslistermijn 

    In afwijking van artikel 2:4 beslist het college uiterlijk binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 

     

    Artikel 6:10 Aanvullende verplichtingen

    Onverminderd de artikelen 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb en de artikelen 12 en 13, van de ASV, en artikel 3:2 maakt de subsidieontvanger, voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 4;2, onderdeel a, onder 6°, gebruik van het platform ZorgDomein voor het verwijzen van bewoners van een stadsdeel naar passende zorg en ondersteuning en het terugkoppelen van de verleende hulp aan zorgprofessionals, zoals huisartsen en medisch specialisten.

     

    Artikel 6:11 Tussentijdse verantwoording

    In afwijking van artikel 7:1 dient de subsidieontvanger gedurende de looptijd van het subsidietijdvak een tussentijdse verantwoording over het voorafgaande kwartaal in op 15 juli en 15 oktober 2026, waarbij de tussentijdse verantwoording over het laatste kwartaal van 2026 uiterlijk op 30 april 2027 wordt ingediend en onderdeel is van de eindverantwoording.

 

  • D

    Artikel 7:1, tweede lid, komt te luiden:

    2. Aanvullend op de jaarlijkse tussentijdse verantwoording, dient de subsidieontvanger gedurende de looptijd van het subsidietijdvak een tussentijdse verantwoording over het voorafgaande kwartaal in op 15 juli en 15 oktober van het jaar 2026 en op 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober van het jaar 2027.

 

  • E

    Artikel 7:2 wordt als volgt gewijzigd:

    1 In het eerste lid, aanhef, wordt “artikel 6:1, eerste lid” vervangen door: artikelen 6:11 en 7:1, eerste lid.

    2 In het tweede lid, wordt “artikel 6:1, eerste lid” vervangen door: de artikelen 6:11 en 7:1, eerste lid.

    3 In het derde lid, wordt “artikel 6:1, tweede lid” vervangen door: de artikelen 6:11 en 7:1, tweede lid.

    4 Het vierde lid komt te luiden:

    4. De ontvanger maakt voor de jaarlijkse tussentijdse verantwoording als bedoeld in de artikelen 6:11 en 7:1, eerste lid, gebruik van de voor deze regeling ter beschikking gestelde inhoudelijk en financieel rapportage formats en voor de tussentijdse verantwoording per kwartaal als bedoeld in de artikelen 6:11 en 7:1, tweede lid, van het voor deze regeling ter beschikking gestelde inhoudelijk format.

 

  • F

    Artikel 8:1 komt te luiden: 

    Artikel 8:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling 

    In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in: 

    a. voor het subsidietijdvak dat aanvangt op 1 april 2026 en eindigt op 31 december 2026, uiterlijk op 30 april 2027; 

    b. voor het subsidietijdvak dat aanvangt op 1 april 2026 en eindigt op 31 december 2027, uiterlijk op 30 april 2028. 

 

  • G

    In artikel 8:2, eerste lid, onder a en b, wordt “6:2” vervangen door: 7:2. 

 

Artikel II 

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

 

Den Haag, 4 november 2025 

Het college van burgemeester en wethouders,  

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

 

de burgemeester, 

Jan van Zanen  

 

 

Naar boven