Subsidieregeling Zelfregie- en herstelinitiatieven Den haag 2025

Toelichting

 

Het college verstrekt begrotingssubsidies aan instellingen die gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg bieden aan personen met een ernstig psychiatrische aandoening. In aanvulling hierop wil het college subsidie verstrekken aan organisaties die inwoners met ernstige psychische aandoeningen ondersteunen, als bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 

 

Het college geeft invulling aan die ondersteuning door het subsidiëren van laagdrempelige zelfregie- en herstelinitiatieven middels deze subsidieregeling. Het gaat hierbij om algemeen toegankelijke locaties die cliëntondersteuning, inloop en ontmoeting, lotgenotencontact, herstelaanbod en groeiperspectief bieden. Daarnaast wordt ondersteuning geboden aan mantelzorgers die deze mensen ondersteunen.

 

Deze initiatieven dragen bij aan herstel na behandeling en helpen om de instroom in de geestelijke gezondheidszorg te beperken. Tevens verminderen zij de afhankelijkheid van geïndiceerde zorg en de belasting van mantelzorgers. De initiatieven zijn toegankelijk zonder zorgindicatie en de uitvoering vindt plaats door vrijwilligers, die al dan niet ervaringsdeskundig zijn, onder begeleiding van professionals.

 

Besluitvorming 

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling zelfregie- en herstelinitiatieven Den Haag 2025:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen 

In deze regeling wordt verstaan onder: 

- activiteiten coaching: 

ondersteunen, adviseren en informeren over mogelijk vrijwilligerswerk, opleidingen, cursussen en voor de inwoner relevante activiteiten; 

- alternatieve

geneeswijzen: 

behandelwijzen en therapieën die afwijken van de gangbare geneeskundige zorg; 

- ASV: 

Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

- Awb: 

Algemene wet bestuursrecht;

- belangenbehartiging

het zich inzetten voor zaken die belangrijk zijn voor inwoners met een ernstig psychiatrische aandoening;

- college: 

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; 

- crisiskaart:  

een samenvatting van een crisisplan. De crisiskaart geeft aan wat omstanders en hulpverleners moeten doen of nalaten als een inwoner in crisis is; 

- ernstige psychiatrische

aandoeningen:

aandoeningen waarbij sprake is van een psychiatrische stoornis die zorg/behandeling noodzakelijk maakt;

- inwoner: 

een persoon die in afwachting is van een GGZ- behandeling, momenteel in de GGZ wordt behandeld, of een GGZ-behandeling heeft afgerond en woont of verblijft in de gemeente Den Haag;

- mantelzorger: 

een persoon die gedurende ten minste drie maanden achter elkaar en gemiddeld ten minste acht uur per week onbetaalde hulp of ondersteuning biedt aan in afwachting is van een GGZ- behandeling, momenteel in de GGZ wordt behandeld, of een GGZ-behandeling heeft afgerond en woont of verblijft in de gemeente Den Haag;

- nazorg:  

een reeks ondersteunende gesprekken door een ervaringsdeskundige vrijwilliger met een inwoner die een GGZ-behandeling heeft afgerond ter bevordering van herstel;

- onafhankelijke

cliëntondersteuning: 

onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo breed mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;

- respijtzorg: 

het tijdelijk overnemen van zorgtaken van een mantelzorger om deze te ontlasten; 

- vrijwilliger: 

een persoon die bij voorkeur zelf ervaring heeft met een GGZ behandeling en wordt begeleid door een betaalde beroepsbeoefenaar; 

- wachttijdondersteuning: 

het bieden van een luisterend oor, het aanpakken van randproblematiek en vereenzaming, alsmede het vergroten van zelfredzaamheid van inwoners die op de wachtlijst staan voor een GGZ-behandeling. Bedoeld om verslechtering van de geestelijke gezondheid te voorkomen; 

- zelfredzaamheid:

 

in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden, als bedoeld in artikel 1.1.1., eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; 

- zelfregie- en

herstelinitiatief: 

algemeen toegankelijke locatie waarbij op integrale wijze een combinatie wordt aangeboden van inloop en ontmoeting, lotgenotencontact, herstelaanbod en groeiperspectief. 

 

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

 

Artikel 1:3 Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is het vergroten van de toegankelijkheid van initiatieven ter ondersteuning van het herstel en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en het ondersteunen van mantelzorgers zodat zij hun zorgtaken beter aankunnen.

  • 2.

    Het achterliggende maatschappelijke doel is dat zo breed mogelijk hulp en ondersteuning wordt geboden aan personen met een ernstig psychiatrische aandoening.

 

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten in Den Haag voor:

  • a. onafhankelijke cliëntondersteuning door vrijwilligers aan inwoners;

    b. activiteiten uitgevoerd door vrijwilligers die gericht zijn op het herstel van inwoners, waaronder wachttijdondersteuning, activiteiten coaching, nazorg na een GGZ-behandeling en het opstellen of onderhouden van een crisiskaart;

    c. informatie over respijtzorg of andere vormen van ondersteuning aan mantelzorgers en naasten van inwoners; of

    d. activiteiten die zijn gericht op de collectieve belangenbehartiging voor inwoners.

 

Artikel 1:5 Doelgroep 

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd staan onder overige gezondheidszorg of preventieve gezondheidszorg.

 

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de kosten die eerder door het college zijn gesubsidieerd of die op een andere wijze worden gefinancierd;

    b. de kosten die door de aanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    c. de kosten voor overhead die meer bedragen dan 22% van de totale kosten van de subsidiabele activiteiten;

    d. de kosten voor andere vergoedingen aan vrijwilligers, dan reis- en onkostenvergoedingen tot die hoger zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum;

    e. de kosten voor verzekeringen en de Verklaringen Omtrent het Gedrag van vrijwilligers;

    f. de BTW die teruggevorderd of verrekend kan worden of anderszins in mindering kan worden gebracht;

    g. de restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; 

    h. de kosten voor het aanbieden van alternatieve geneeswijzen.

 

Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal per aanvrager:

  • a. € 660.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a;

    b. € 190.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder b;

    c. € 150.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder c;

    d. € 60.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder d. 

 

Artikel 1:8 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor het kalenderjaar 2026 een subsidieplafond van € 1.100.000,00.

  • 2.

    Het subsidieplafond bedoeld in eerste lid, wordt verdeeld in de volgende deelplafonds:

    a. € 700.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder a;

    b. € 190.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder b;

    c. € 150.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder c;

    d. € 60.000,00 voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1:4, onder d.

  • 3.

    Het college kan het subsidieplafond bij afzonderlijk besluit verhogen.

  • 4.

    Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 7 van de ASV.

  • 5.

    Indien een vastgesteld deelplafond niet volledig wordt benut binnen het daarvoor bepaalde subsidietijdvak, kan het resterende bedrag worden toegevoegd aan een ander deelplafond binnen dezelfde subsidieregeling.

  • 6.

    De overheveling van middelen als bedoeld in het vijfde lid vindt plaats bij afzonderlijk besluit van het college.

  • 7.

    Bij de overheveling wordt prioriteit gegeven aan het deelplafond waarvoor het totaalbedrag aan toe te kennen subsidies de beschikbare middelen het meest overstijgt.

 

Artikel 1:9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college verleent de subsidie in volgorde van ontvangst van de aanvraag bij het college, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst van de aanvraag het tijdstip waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

 

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen

 

Artikel 2:1 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager een projectplan over met daarin opgenomen:

    a. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken;

    b. een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW;

    c. beoogde doelstelling van de activiteiten; 

    d. beschrijving van de activiteiten inclusief openingsuren en het beoogde aantal bezoekers, aantal gesprekken en themabijeenkomsten; 

    e. planning van deze activiteiten; 

    f. een begroting met inkomsten en uitgaven per post. 

  • 2.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde digitale aanvraagformulier. 

 

Artikel 2:2 Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor kalenderjaar 2026 ingediend vanaf 19 november tot 26 november 2025.

 

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

 

Artikel 3:1 Weigeringsgronden

  • 1.

    Rechtspersonen die beschikken over een officieel erkende registratie voor het verlenen van geestelijke gezondheids- of verslavingszorg zijn uitgesloten voor deze subsidie

  • 2.

    Rechtspersonen die alternatieve geneeswijzen aanbieden zijn uitgesloten voor deze subsidie.

 

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling

 

Artikel 4:1 Verplichtingen

Onverminderd de artikelen 12 en 13 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: 

  • a. de subsidieontvanger monitort en evalueert de effectiviteit en impact van de activiteiten; 

    b. de subsidieontvanger meldt de activiteit aan bij de Sociale Kaart Den Haag; 

    c. de subsidieontvanger levert de juiste informatie ten behoeve van de bekendmaking van de activiteiten afhankelijk van de doelgroep op de Mentale Agenda

 

Artikel 4:2 Bevoorschotting

Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze:

  • a. 100% van de verleende subsidie in één keer bij subsidies tot € 30.001,00;

    b. 100% van de verleende subsidie in twaalf gelijke maandelijkse termijnen bij subsidies vanaf € 30.001,00. 

 

Hoofdstuk 5 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

 

Artikel 5:1 Wijze van verantwoorden

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling bevat: 

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;

    c. een bestuurs- of directieverklaring dat de verantwoording juist en volledig is volgens het door het college vastgestelde model.

  • 2.

    Het inhoudelijk verslag bevat:

    a. een overzicht van de gerealiseerde activiteiten en een beknopt verslag van de uitvoering van de gerealiseerde activiteiten;

    b. een beknopte beschrijving van de mate waarin de resultaten zijn gehaald;

    c. een beknopte beschrijving van de mate waarin de doelstellingen zijn behaald; 

    d. de evaluatie van de effectiviteit en impact van de activiteiten. 

  • 3.

    Het financieel verslag bevat een overzicht van de inkomsten en uitgaven die aansluiten bij de posten in de begroting met een toelichting op afwijkingen groter dan 10% op de hoofdposten van de begroting.

 

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

 

Artikel 6:1 Evaluatie 

Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk 31 december 2027.

 

Artikel 6:2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 juli 2028.

 

Artikel 6:3 Intrekking

De Subsidieregeling cliëntondersteuning geestelijke gezondheidszorg Den Haag 2024 wordt per direct ingetrokken.

 

Artikel 6:4 Overgangsrecht 

De bepalingen van de Subsidieregeling cliëntondersteuning geestelijke gezondheidszorg Den Haag 2024, blijven van toepassing op subsidies die zijn aangevraagd op basis van de Subsidieregeling cliëntondersteuning geestelijke gezondheidszorg Den Haag 2024. 

 

Artikel 6:5 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling zelfregie- en herstelinitiatieven Den Haag 2025.

 

Den Haag, 11 november 2025,

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen 

Naar boven