Gladheidsbestrijdingsplan Haarlemmermeer 2025-2028

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft op 4 november 2025 besloten:

  • het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 met Strooikaart 2025-2026 en het overzicht met zoutkisten vast te stellen;

  • het Gladheidsbestrijdingsplan 2022-2025 d.d. 24 mei 2022 (2022.0001021) in te trekken.

Inwerkingtreding

Het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 treedt een dag na publicatie in werking.

 

Beroep

Het vaststellen van het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 kan beschouwd worden als een besluit van algemene strekking en een algemeen verbindend voorschrift. Dit betekent dat dit besluit niet vatbaar is voor bezwaar en/of beroep.

 

Samenvatting

 

Visie en keuzes

Voor gladheidsbestrijding hanteren wij zoveel mogelijk de richtlijnen van de CROW, zoals omschreven in de publicatie ‘Organisatie en bestrijding van winter-gladheid’ (2024). Door deze richtlijnen hanteren weggebruikers dezelfde uitgangspunten bij het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Onze visie wordt gekarakteriseerd door de volgende punten:

  • de veiligheid van de weggebruiker staat voorop;

  • gladheidspreventie gaat, waar noodzakelijk en indien mogelijk, boven curatieve gladheids-bestrijding.

Daarnaast streven wij ernaar de gladheidsbestrijding te verduurzamen door het gebruik van minder zout.

In het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 is deze visie uitgewerkt in keuzes voor wat betreft de strooimethodiek, signaleringsmethodiek en strooiprioriteiten.

 

Strooimethodiek

Op de wegen en fietspaden waar volgens de strooikaart regulier gladheid wordt bestreden, is ons beleid gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van gladheid. Hier strooien wij daarom preventief. Als preventieve bestrijding niet afdoende is, dan zal curatief (als de gladheid al is opgetreden) worden bestreden op de infrastructuur opgenomen in de strooikaart. Bij preventieve strooiacties en bij curatieve strooiacties bij bevriezing van natte weggedeelten kiezen wij voor nat zout strooien. Hierbij is het zoutverbruik minder en komt minder zout in het milieu. Enkele jaren geleden hebben wij geëxperimenteerd met gladheidsbestrijding op fietspaden door sproeien. Hierbij wordt een pekeloplossing op het wegdek aangebracht, waarbij de gladheid direct actief wordt bestreden en met een lage dosering kan worden gewerkt. Dit biedt voor het milieu. Bij sneeuwval is gebleken dat intensief borstelen een geschikte maatregel is. Bij extreme weersomstandigheden worden methoden als schuiven, borstelen en handmatig strooien toegepast. Voor deze werkzaamheden kan Meerlanden naar behoefte gebruik maken van onderaannemers of zetten wij de Meerboeren in.

 

Vanwege de omvang van Haarlemmermeer en de huidige aanwezigheid van één steunpunt voor de gladheidsbestrijding in de gemeente, kiezen wij ervoor om de uitvoeringstijd van een preventieve strooiactie op 3 uur te stellen. Bij curatieve strooiacties, wanneer het wegdek reeds glad is, baseren wij onze uitruk- en strooitijden op de verschillende wegcategorieën van Duurzaam Veilig. De streeftijd hiervoor is 3,5 uur.

 

Signaleringsmethode

In Haarlemmermeer wordt gebruik gemaakt van een gladheidmeetsysteem. Op basis van temperatuurmetingen van de infrastructuur zijn koude punten in de gemeente geïdentificeerd waar meetpunten gerealiseerd zijn. Een meetpunt bevat een sensor in het wegdek die continu gegevens verzamelt over wegtemperatuur, luchttemperatuur, neerslag, luchtvochtigheid en het zoutgehalte dat nog op de weg aanwezig is. Deze gegevens worden met behulp van een computerprogramma geanalyseerd en omgezet tot een lokale gladheidsverwachting.

 

Prioritering

Voor de prioritering bij gladheidsbestrijding is gebruik gemaakt van de door de CROW opgestelde visie voor gladheidsbestrijding op basis van verschillende wegcategorieën en soorten gladheid. In dit gladheidsbestrijdingsplan is opgenomen met welke prioritering de verschillende wegcategorieën bij ons in beheer worden behandeld.

 

Uitvoering

Het Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 waarin de uitvoering van de gladheidsbestrijding is beschreven. De uitvoering van de gladheidsbestrijding is inbesteed aan Meerlan-den. Bij reguliere gladheid bepaalt Meerlanden het moment van gladheidsbestrijding. Bij extreme gladheid (ijzel of meer dan 5 cm sneeuw) of langdurige sneeuwval vindt coördinatie vanuit de gemeente plaats.

 

Kosten

De vaste kosten bedragen € 917.693 (prijspeil 2025). Deze kosten worden gedekt uit het in de programmabegroting beschikbare budget van het beleidsdoel ‘Gemeentelijke wegen, straten en pleinen zijn goed begaanbaar, schoon en veilig’ van het programma Kwaliteit Fysieke Leefomgeving, product 210.

De variabele kosten worden jaarlijks op basis van de daadwerkelijke inzet voor strooiacties gerapporteerd bij de Najaarsrapportage (periode januari t/m maart) en jaarrekening (periode oktober t/m december). Op basis van vijftien preventieve en tien curatieve strooiacties worden deze geraamd op jaarlijks €461.513 (prijspeil 2025).

 

1 Inleiding

De gemeente heeft de zorg voor het in goede staat houden en brengen van de wegen die onder haar beheer vallen. In de winterperiode kunnen wegbeheerder en weggebruiker worden geconfronteerd met gladheid, veroorzaakt door winterse omstandigheden. Ook onder deze omstandigheden moet de gemeente er zo goed mogelijk voor zorgen dat de weggebruikers zich veilig kunnen verplaatsen. Onder extreme weersomstandigheden is het echter niet altijd mogelijk om aan dit gewenste beeld te voldoen. Het is immers ondoenlijk om bij voorkomende gladheid vanuit de overheid alle verharding binnen de gemeente sneeuw- en ijsvrij te houden. De weggebruiker houdt ook een eigen verantwoordelijkheid bij gladheid.

 

Gladheidsbestrijding omvat maatregelen tegen gladheid als gevolg van winterse neerslag en bevriezing op wegen en overige publiekelijk toegankelijke verharde oppervlakten.

De volgende soorten gladheid worden onderscheiden:

  • gladheid veroorzaakt door het bevriezen van natte weggedeelten (na neerslag);

  • gladheid veroorzaakt door condensatie en/of aanvriezing van mist;

  • gladheid veroorzaakt door winterse neerslag (sneeuw, hagel, ijzel).

Het gladheidsbestrijdingsseizoen loopt van 1 november tot 1 april. In dit gladheidsbestrijdingsplan wordt beschreven hoe de gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd binnen de wettelijke kaders en volgens onze visie op de gladheidsbestrijding. Het plan geeft weer welke beleidskeuzes er zijn gemaakt op het gebied van de uitvoering en het financiële kader. Dit plan is een voortzetting van het beleid zoals omschreven in het Gladheidsbestrijdingsplan 2022-2025. Omdat het beleid zoals hierin is beschreven op hoofdlijnen voldoet, is het plan slechts beperkt geactualiseerd.

 

Het plan geeft voor de periode 2025-2028 een basis waarin de uitvoering van de gladheidsbestrijding is beschreven. Dit gladheidsbestrijdingsplan heeft een looptijd van drie jaar. Haarlemmermeer heeft 31 kernen en ca. 710 km wegen en 250 km fietspaden in beheer. In het seizoen 2024-2025 is in de strooikaart 455 km rijweg en 228 km fietspad opgenomen (de lengte van gescheiden rijbanen en tweezijdige fietspaden is hierin afzonderlijk meegeteld). Daarnaast staan in de gemeente circa 200 zoutkisten.

 

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op aspecten en bepalingen die van belang zijn bij gladheidsbestrijding, zoals wettelijke bepalingen en Arbo-aspecten. In hoofdstuk 3 wordt onze visie op gladheidsbestrijding gegeven en is beschreven welke keuzes zijn gemaakt op het gebied van milieu, de inzet van materieel en personeel, de gladheidsignaleringsmethode, interne en externe communicatie en hoe wij de strooikaart evalueren. In de hoofdstukken 4 en 5 worden de visie en de keuzes vertaald in een strooimethodiek en signaleringsmethoden en een prioritering bij gladheidsbestrijding. Hoofdstuk 6 beschrijft hoe de uitvoering van gladheidsbestrijding plaatsvindt. Hoofdstuk 7 geeft tot slot een financieel beeld van de bestrijding van gladheid.

2 Randvoorwaarden

Algemeen

De wijze waarop de gladheidsbestrijding wordt vormgegeven, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het wordt uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder vastgelegd in de Wegenwet. Bij het invullen van deze taak hebben wij ook te maken met Arbo-technische aspecten en met consequenties voor het milieu als gevolg van het gebruik van dooimiddel. Daarnaast kunnen financiële aspecten bepalend zijn voor de inrichting van de gladheidsbestrijding. Het CROW heeft met de publicatie ‘Organisatie en bestrijding van winter-gladheid’ (2024), niet dwingende richtlijnen geformuleerd. Deze richtlijnen hebben geen wettelijke status, maar door het ontbreken van concrete regelgeving op het gebied van gladheidsbestrijding wordt bij schadegevallen door gladheid aan deze richtlijn wel een zekere status ontleend.

 

Juridische aspecten

De gemeente heeft op basis van de Wegenwet (artikel 15 en verder, zorgplicht) en het Burgerlijk Wetboek (BW, artikel 6:162 en artikel 6:174, aansprakelijkheid) een inspanningsverplichting op het gebied van gladheidsbestrijding. Dit laatste houdt in dat de gemeente moet kunnen aantonen dat op structurele wijze aan de zorgplicht voor gladheidsbestrijding is voldaan.

Dit kan de gemeente aantonen door te beschikken over:

  • een vastgesteld gladheidsbestrijdingsplan met een strooikaart dat is gepubliceerd;

  • Een gladheidmeldsysteem;

  • een goede administratie van tijden en gereden strooiroutes;

  • het voorhanden hebben van voldoende materieel;

  • consistentie in beleid en uitvoering.

Aansprakelijkheid

Op grond van artikel 16 en verder van de Wegenwet rust de zorg voor het in goede en veilige staat verkeren van wegen bij de gemeente, voor zover deze zorg niet aan een ander overheidsorgaan is overgedragen. Hiertoe behoort ook het bestrijden van gladheid op deze wegen. Helaas is het niet altijd te voorkomen dat er schade wordt geleden. Een gladheidsbestrijdingsplan kan van belang zijn bij de beoordeling van schadeclaims, in geval de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade als gevolg van gladheid.

 

De aansprakelijkheid van de wegbeheerder is geregeld in artikel. 6:174 BW. Op grond van dit wetsartikel is de beheerder van een weg, die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, aansprakelijk wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt. Het betreft hier een zogenaamde ‘risicoaansprakelijkheid’, dat wil zeggen: aansprakelijkheid zonder schuld of verwijtbaarheid.

 

Uit (lagere) rechtspraak in een aantal soortgelijke zaken (schade als gevolg van gladheid door olie op het wegdek) blijkt dat een aansprakelijkstelling niet gebaseerd kan worden op artikel 6:174 BW. Er dient namelijk sprake te zijn van een gebrek aan het wegdek zelf, dat niet bestaat uit de aanwezigheid van voorwerpen of substanties die niet op de weg thuishoren. Een aansprakelijkstelling dient daarom te worden gebaseerd op het algemene aansprakelijkheidsartikel 6:162 BW, waarbij dient te worden aangetoond dat de wegbeheerder niet aan de zorgplicht heeft voldaan. Dit neemt echter niet weg dat op de gemeente als wegbeheerder een zwaarwegende zorgplicht rust voor de goede en veilige staat van de wegen, omdat onzorgvuldigheid in dit verband al snel tot aansprakelijkheid zal kunnen leiden. Bij het beoordelen van de aansprakelijkheid is niet zozeer het resultaat van de gladheidsbestrijding van belang, als wel de mate waarin de wegbeheerder zich heeft ingespannen om tot zo goed mogelijke resultaten te komen.

 

De zorgplicht van de gemeente gaat niet zover dat de veiligheid van de weg altijd wordt gegarandeerd. Aan de weg die ten gevolge van (nacht)vorst, sneeuwval, ijzel en dergelijke glad is geworden, kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan een weg gedurende de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij ‘winterse’ omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het verkeer deelneemt dan wel dat hij zich bij extreme omstandigheden (zware ijzel, sneeuwval) of langdurige sneeuwval geheel niet op de weg begeeft.

 

In dit soort omstandigheden kan de gemeente als wegbeheerder niet altijd zonder meer aansprakelijk worden geacht voor eventueel ontstane schade. Indien gemeenten aantoonbaar hebben voldaan aan hun zorgplicht of inspanningsverplichting, dan zijn zij niet aansprakelijk voor ontstane schade. Dit kan aan de hand van het gladheidsbestrijdingsplan en de verslaglegging van ondernomen acties naar aanleiding van gladheid.

 

Arbo-aspecten

Arbeidsomstandigheden

Gladheidsbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder moeilijke omstandigheden voor het uitvoerend personeel. Er dient gewerkt te worden in koude omstandigheden, vaak in nachtelijke uren, op soms nog gladde wegen en met agressieve dooimiddelen. De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet.

 

Arbeidstijden

De werkzaamheden in het kader van gladheids-bestrijding hebben als kenmerk dat ze onregelmatig zijn, niet vooraf te plannen zijn en vaak in de avond en nacht worden uitgevoerd. Chauffeurs van strooiwagens en coördinatoren worden daarom in de winterperiode in consignatie ingezet. Zij dienen, behalve voor hun reguliere werkzaamheden, ook beschikbaar te zijn voor werkzaamheden in het kader van de gladheidsbestrijding, als deze zich voordoen. De regels voor de arbeidstijden en consignatie zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. De bepalingen hebben betrekking op de maximale (gemiddelde) arbeidsduur per etmaal, per week en per maand en op de maximale duur van de consignatie.

 

Veiligheid

De veiligheidsaspecten bij gladheidsbestrijding hebben betrekking op het gebruik van materiaal en materieel en op de uitvoering. In principe draagt de uitvoerder van de werkzaamheden de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het personeel tijdens de uitvoering. De belangrijkste risicofactoren hebben betrekking op:

  • het omgaan met dooimiddelen;

  • het bedienen van, en werken met, gladheids-bestrijdingsmaterieel;

  • onveilige situaties tijdens het strooien (gladheid tijdens strooien en woon-werkverkeer).

Ten behoeve van de veiligheid dient het gladheidsbestrijdingsmaterieel conform de Arbowetgeving te zijn voorzien van een CE-markering en een bijbehorende EG-verklaring. Meerlanden heeft de Arbo-aspecten vastgelegd in een HRM-plan ‘Winterdienst’.

3 Visie en keuzes

Visie

De gladheidsbestrijding in Nederland is een verantwoordelijkheid van verschillende wegbeheerders. Al deze partijen hanteren hun eigen beleid voor gladheidsbestrijding en gaan op verschillende wijzen (curatief of preventief) te werk. Dit komt de overzichtelijkheid voor de weggebruiker niet ten goede. Daarom heeft de CROW de publicatie ‘Organisatie en bestrijding van wintergladheid’ opgesteld (CROW, 2024) met algemene, niet dwingende richtlijnen voor gladheidsbestrijding. Met de formulering van de integrale visie in de leidraad wordt beoogd dat wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Ons gladheidsbestrijdingsplan sluit aan op deze leidraad. De visie wordt gekarakteriseerd door de volgende punten:

  • de veiligheid van de weggebruiker staat voorop;

  • gladheidspreventie gaat, waar noodzakelijk en indien mogelijk, boven curatieve gladheidsbestrijding.

Milieuaspecten

De voor de verkeersveiligheid noodzakelijke gladheids-bestrijding brengt voor het milieu neveneffecten met zich mee. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt terecht in de directe omgeving van de wegen waarop het is gestrooid. Uiteindelijk bereikt het dooimiddel ook de bodem en het grondwater. Dit is als zodanig niet te voorkomen. Wel wordt getracht de neveneffecten zoveel mogelijk te beperken. Hiertoe wordt onder andere de strooibreedte afgestemd op de breedte van de te strooien wegen, busbanen en fietspaden. Voorts wordt, afhankelijk van de (optredende) gladheid, de hoeveelheid te strooien zout per m²bepaald. Aanpassing vindt zo nodig voor of tijdens de route plaats.

 

Ons beleid is om de gladheidsbestrijding verder te verduurzamen. Hiervoor streven wij ernaar om minder zout te gebruiken door:

  • het gebruik van nat zout in plaats van droog zout;

  • het sproeien van fietspaden;

  • een eigen gladheidmeldsysteem met eigen meetpunten. Door eigen meetpunten kunnen wij gladheid gerichter bestrijden en onnodig zoutgebruik voorkomen.

In het verleden maakten wij enige jaren gebruik van biologisch zout bij de gladheidsbestrijding. Hiervan maken wij geen gebruik meer omdat biologisch zout niet de gewenste eigenschappen heeft voor de inzet als strooizout.

 

Afwegingen materieel en personeel

De uitvoering van de gladheidsbestrijding ligt bij Meerlanden. Meerlanden is verantwoordelijk voor de inzet van materieel, materiaal en personeel. Voor de reguliere gladheidsbestrijding beschikt Meerlanden over eigen gladheidsmaterieel. Het onderhoud van het materieel vindt ook plaats door Meerlanden. Voor gladheidsbestrijding bij extreme gladheid heeft Meerlanden ook afspraken gemaakt met de Meerboeren en met andere partijen. Voor specifieke locaties wordt ook inzet gepleegd door De Waterwolf en AM-Match.

Alle medewerkers die door Meerlanden worden ingezet voor de gladheidsbestrijding hebben de (herhalings)cursus ‘Specifieke deskundigheid winterdienst’ gevolgd. De coördinatoren van Meerlanden hebben ook de cursus ‘Specifieke deskundigheid winterdienst plus’ en ‘de cursus ‘weer en gladheid van een weer bureau gevolgd.

 

Systeem gladheidsmelding

Meerlanden heeft de beschikking over een gladheid-meldsysteem. Op basis hiervan wordt door Meerlanden primair bepaald of gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd. Door eigen meetpunten is de informatie uit het gladheidmeldsysteem nog meer gericht op de infrastructuur in beheer bij onze gemeente.

 

Bij extreme gladheid bepaalt de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente in afstemming met Meerlanden en het gladheidsbestrijdingsteam waar inzet gepleegd wordt.

Naast informatie uit het gladheidmeldsysteem kan ook informatie uit de gebieden, van politie of door eigen waarnemingen van medewerkers van Meerlanden tot een gladheidsbestrijdingsactie leiden.

4 Strooimethodiek en signaleringsmethode

Preventief en curatief strooien

Een hoofdonderscheid in de methodiek is het curatief of preventief bestrijden van gladheid. Bij curatief bestrijden wordt pas gestrooid als daadwerkelijk gladheid is opgetreden. Preventief strooien betekent strooien om gladheid te voorkomen op een moment dat het nog niet glad is, maar er wel gladheid wordt verwacht.

 

Op de wegen en fietspaden waar uitgaande van de strooikaart regulier gladheid wordt bestreden, wordt het beleid gevoerd gladheid zoveel mogelijk voor te zijn. Hier wordt daarom preventief gestrooid. Dit gebeurt op basis van criteria als verkeersveiligheid en spitstijden. Als preventieve bestrijding niet afdoende is, dan zal curatief worden bestreden op de infrastructuur die is opgenomen in de strooikaart.

 

Nat zout strooien, droog zout strooien en sproeien

Bij nat zout strooien wordt droog zout vochtig gemaakt met een kleine hoeveelheid pekelwater, voordat het wordt uitgestrooid op de weg. De voordelen van deze methode ten opzichte van de droogstrooimethode zijn:

  • preventief kunnen bestrijden van optredende gladheid;

  • directe hechting aan het wegdek;

  • minder gebruik van zout, met als gevolg een lagere belasting van het milieu.

Bij preventieve strooiacties is nat zout strooien de beste keuze. In de praktijk is 7 g/m2 nat zout strooien dan ongeveer even effectief als 15-20 g/m2 bij droog zout strooien (CROW 270). Dit geldt ook voor curatieve strooiacties bij gladheid veroorzaakt door bevriezing van natte weggedeelten. Door te kiezen voor nat strooien in deze situaties, is het zoutverbruik minder en komt minder zout in het milieu.

 

De bestrijding van gladheid op fietspaden heeft extra onze aandacht. Enkele jaren geleden hebben wij geëxperimenteerd met gladheidsbestrijding op fietspaden door sproeien. Bij sproeien wordt een pekeloplossing op het wegdek aangebracht. Deze oplossing is een circa 20% oplossing van zout in water. Belangrijk voordeel bij het sproeien van een zoutoplossing is dat het middel direct actief de gladheid bestrijdt. Bovendien kan met een lage dosering gewerkt worden. Dit biedt voordelen voor zowel het milieu als financieel. Met sproeien wordt het dooimiddel uiterst gelijkmatig over de breedte van het wegdek verdeeld en met een directe hechting. Op fietspaden is sproeien een goed alternatief voor strooien, omdat daar de menging van het zout door het verkeer minimaal is. In 2021 is samen met Meerlanden gekeken hoe wij de kwaliteit van de gladheidsbestrijding op fietspaden bij sneeuwval kunnen optimaliseren. Vooral intensiever borstelen is een geschikte maatregel om de kwaliteit in deze omstandigheden te verbeteren.

 

Sproeien is een goede en milieuvriendelijke manier van gladheidsbestrijding, mits toegepast bij de juiste omstandigheden en op de juiste wijze. Bij een sproei-actie wordt gemiddeld 30 gram sproeimiddel per vierkante meter gesproeid. Bij een 22% oplossing is dit effectief 6,6 gram zout. Dit volstaat bij een preventieve strooiactie bij -8 graden, op een droog wegdek. Elke vorm van neerslag, mist en rijp zorgt voor verdunning, dus minder werkzame stof, waarbij een extra sproeiactie vereist kan zijn. Wij onderzoeken de mogelijkheid om deze methode ook voor wegen te gaan toepassen. In onderstaand overzicht is de dosering aangegeven.

 

Type gladheid

Dichte wegdekken (bijv. DAB, SMA) (gram strooizout per m2)

Poreuze wegdekken (bijv. ZOAB) (gram strooizout per m2)

Bevriezing natte weggedeelten

Preventief, natstrooien

7

2x7 of 1x 14

Curatief, natstrooien

7

7

Condensatie en/of aanvriezende mist

Preventief, natstrooien

7

7

Curatief, natstrooien

7

7

Sneeuw

Preventief, natstrooien

7-10

15-20

Curatief, natsrooien

10-15

15-20

IJzel

Preventief, natstrooien

15-20

15-20

Curatief, natstrooien

15-20

15-20

Tabel zouthoeveelheden natzout strooien

 

Type gladheid

Dichte wegdekken (bijv. DAB, SMA) (gram strooizout per m2)

Poreuze wegdekken (bijv. ZOAB) (gram strooizout per m2)

Bevriezing natte weggedeelten

Preventief, droogstrooien

10-20

2x15 of 1x30

Curatief, droogstrooien

10-20

10-20

Condensatie en/of aanvriezende mist

Preventief, droogstrooien

10-20

10-20

Curatief, droogstrooien

10-20

10-20

Sneeuw

Preventief, droogstrooien

15-25

30-40

Curatief, droogstrooien

20-30

30-40

IJzel

Preventief, droogstrooien

30-40

30-40

Curatief, droogstrooien

30-40

30-40

Tabel zouthoeveelheden droogzout strooien

 

Overige methoden

Onder overige methoden verstaan wij bijvoorbeeld schuiven, borstelen en handmatig strooien. Deze methoden worden voornamelijk toegepast tijdens extreme weersomstandigheden. Voor deze werkzaam-heden kan Meerlanden naar behoefte gebruik maken van onderaannemers.

 

Signaleringsmethode

Vanwege de keuze om gladheid primair preventief te bestrijden is signalering op basis van een meteorologische prognose wenselijk.

 

De afgelopen jaren is er een ontwikkeling te zien geweest in de diverse gladheidmeldsystemen. Was vroeger sprake van schouwen (waarbij personeel zelf moest constateren of het glad was), tegenwoordig is hiervoor geavanceerde apparatuur beschikbaar. Daartussen zit nog een scala van andere mogelijkheden dat, al dan niet gecombineerd, toegepast kan worden.

 

In Haarlemmermeer wordt gebruik gemaakt van een gladheidmeetsysteem. Op basis van temperatuurmetingen van de infrastructuur zijn koude punten in de gemeente geïdentificeerd, waar meetpunten gerealiseerd zijn. Een meetpunt bevat een sensor in het wegdek die tezamen met een weerhut continu gegevens verzamelt over wegtemperatuur, luchttemperatuur, neerslag, luchtvochtigheid en het zoutgehalte dat nog op de weg aanwezig is. Deze gegevens worden met behulp van een computerprogramma geanalyseerd en omgezet tot een zeer lokale gladheids-verwachting.

 

De coördinator gladheidsbestrijding van Meerlanden beschikt over informatie en diensten van de afdeling meteorologie van MeteoGroup. Dit betreft – in het kort – onder andere de volgende diensten:

  • realtime gladheidinformatie via de website van genoemde instantie;

  • informatieverstrekking in de vorm van radarbeelden en meetdata;

  • telefonische bewaking door DTN bij kritieke situaties (daling wegdektemperatuur, nat worden wegdek, condensatie wegdek en bij combinaties van deze situaties);

  • meteobegeleiding in de vorm van raadplegen van specialisten in de weerkamer.

Daarnaast benut Meerlanden de ervaring van eigen medewerkers die in de vroege ochtend en late avond op de weg zijn. Ook wordt informatie gedeeld met derden die door Meerlanden zijn ingeschakeld en ook voor andere overheden gladheid bestrijden.

 

Alles bij elkaar is de informatie voldoende om tot een weloverwogen beslissing te komen om tot bestrijding van gladheid over te gaan. Weersvoorspellingen komen echter niet altijd uit en de interpretatie van de ontvangen weersvoorspellingen blijft lastig. In het bijzonder is dit aan de orde wanneer in de weersverwachting voor de avond- of nachtelijke uren een lucht-, wegdek- of dauwpuntstemperatuur wordt voorspeld van rond het vriespunt.

Verder hebben de gemeente Haarlemmermeer, alsmede de provincie Noord-Holland een signaalfunctie naar elkaar toe, wanneer besloten wordt tot actie over te gaan. Bij zeer plaatselijke of onverwachte gladheid kunnen ook meldingen van politie en inwoners leiden tot een gladheidsbestrijdingsactie. Het strooiregime wordt aangepast aan het soort gladheid.

 

De verslaglegging van de gladheidsbestrijdingsactie aan de gemeente vindt wekelijks plaats aan de hand van een ‘Rapportagelijst Gladheidsbestrijding’, waarin de inzet, middelen, strooirondes en de resterende zoutvoorraad zijn opgenomen.

5. Prioritering gladheidsbestrijding

De prioritering bij gladheidsbestrijding en de uitruk- en strooitijden maken wij gebruik van de CROW-richtlijnen en de indeling van wegen op grond van de weg-categorisering van het landelijke verkeersveiligheids-beleid Duurzaam Veilig.

 

Uitruk- en strooitijden

De uitruk- en strooitijden zijn verschillend bij preventieve en curatieve strooiacties.

Met uitruktijd wordt bedoeld de tijd tussen het moment waarop wordt besloten om tot een strooiactie over te gaan en het moment waarop de strooiauto de poort van het opslagterrein verlaat.

Met strooitijd wordt bedoeld de tijd tussen het moment waarop de strooiauto de poort van het opslagterrein verlaat en het moment dat de laatste vierkante meters van de strooiroute zijn gestrooid.

Met de huidige stand van de techniek bedraagt de tijd waarop met zeer grote waarschijnlijkheid kan worden gesteld waar en wanneer het wegdek glad wordt twee uur. Afhankelijk van het type gladheid kan deze periode langer zijn. Wanneer een gladheidscoördinator dus met vrij grote zekerheid wil beslissen of hij wel of niet terecht laat strooien, dan moet ernaar gestreefd worden de uitruk- en strooitijden niet langer te laten zijn dan twee uur. Hij kan natuurlijk om verschillende redenen (bijvoorbeeld vanwege Arbo-aspecten) besluiten om eerder te gaan strooien, maar hij heeft dan minder zekerheid over het feit of de strooiactie terecht wordt uitgevoerd.

 

Wij kiezen ervoor, om vanwege de omvang van Haarlemmermeer en de huidige aanwezigheid van één steunpunt voor de gladheidsbestrijding in de gemeente, de uitvoeringstijd van een preventieve strooiactie op 3 uur te stellen. Dit is een periode waarin met grotere zekerheid een actie ingezet kan worden.

Bij curatieve strooiacties, dus wanneer het wegdek reeds glad is, worden de uitruk- en strooitijden gebaseerd op de verschillende wegcategorieën. Omdat er echter bij het vaststellen van deze tijden geen relatie bekend is tussen de mate van gladheid en de verkeersveiligheid en de capaciteit van het wegennet heeft het CROW-richttijden gegeven voor deze acties. In de volgende paragraaf werken wij deze voor Haarlemmermeer uit.

 

Prioriteit strooiroutes

Bij de totstandkoming van de integrale visie gladheids-bestrijding is als uitgangspunt gekozen dat voor elk te onderscheiden type weg in combinatie met een bepaald type gladheid een advies geldt voor de wijze van bestrijden en uitvoeringstijden waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd. De wegen worden in eerste instantie conform ‘Duurzaam Veilig’ naar hun verkeersfunctie onderscheiden in:

  • stroomwegen;

  • gebiedsontsluitingswegen;

  • erftoegangswegen.

Deze primaire wegcategorieën zijn onderverdeeld in wegen binnen en buiten de bebouwde kom. Gemeente Haarlemmermeer heeft geen stroomwegen in beheer, om die reden is deze categorie niet in het gladheidsbestrijdingsplan opgenomen. Binnen de wegcategorisering van de gemeente Haarlemmermeer is een eigen categorie toegevoegd, de aandachtsweg. Dit betreft bestaande infrastructuur, veelal erftoegangswegen, waar de functie afwijkt van de (gewenste) inrichting vanuit het oogpunt van leefbaarheid en verkeersveiligheid.

In onderstaande tabel is de door CROW opgestelde visie ten aanzien van gladheidsbestrijding op basis van verschillende wegcategorieën en soorten gladheid uitgewerkt voor de gemeente Haarlemmermeer. Hierin is aangegeven met welke prioritering de verschillende wegcategorieën bij ons in beheer worden behandeld.

 

Buiten de bebouwde kom

Categorie

Snelheid (km/u)

kenmerk

Prioriteit

Gladheid door bevriezing en condensatie

Gladheid door neerslag

Tijd gereed

(uur)

Gebiedsont-sluitingsweg

60/70/80

2x1 rijstrook

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Erftoegangs-weg

60/80

Intensiteit

> 1.500 mvt/etm hoog

< 1500 laag

Preventief

 

curatief (2)

Preventief en curatief

 

curatief (2)

3,5

 

48

Aandachtsweg

60/80

1 rijloper

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Uitrukroutes

60/70/80

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Hoofd fietsnet

40

fietspad of rijbaan

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

 

 

Binnen de bebouwde kom

Categorie

Snelheid (km/u)

kenmerk

Prioriteit

Gladheid door bevriezing en condensatie

Gladheid door neerslag

Tijd gereed

(uur)

Gebiedsont-sluitingsweg

30/50

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Aandachtsweg

30/50

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Hoofd fietsnet

30

fietspad of rijbaan

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Busbaan/ Busroute

30/50

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Speciale bestemmingen

30/50

openbare voorziening

middel

preventief (1)

preventief en curatief (1)

4

Uitrukroutes

30/50

hoog

preventief

preventief en curatief

3,5

Erftoegangs-weg

30

Intensiteit

> 1.500 mvt/etm hoog

< 1.500 laag

preventief

 

curatief (2)

preventief en curatief

 

curatief (2)

3,5

 

48

  • (1)

    Wegen preventief; voetpaden curatief alleen tijdens dagdienst

  • (2)

    Bij gladheid langer dan 48 uur naar oordeel van Coördinator gladheidsbestrijding

 

Primaire routes

Op de gebiedsontsluitingswegen en aandachtswegen wordt zowel binnen als buiten de bebouwde kom (conform de CROW-richtlijn 2024) met prioriteit hoog preventief en curatief gladheid bestreden met een richttijd voor de curatieve strooiactie van 3,5 uur.

 

Op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom geldt volgens de CROW-richtlijn ‘prioriteit middel’, met preventieve en curatieve gladheidsbestrijding binnen 4 uur. Wij kiezen ervoor de erftoegangswegen buiten de bebouwde kom met een verkeersintensiteit > 1.500 motorvoertuig per etmaal (mvt/etm) prioriteit hoog te geven. Omdat het een beperkt aantal wegen betreft, houden we de prioriteit gelijk aan de gebiedsontsluitings- en aandachtswegen. De erftoegangswegen met een lagere intensiteit geven we prioriteit laag, hier wordt dus regulier geen gladheid bestreden.

 

De erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een verkeersintensiteit van > 1.500 mvt/etm krijgen, in afwijking van de CROW-richtlijn, net als de erftoegangswegen buiten de bebouwde kom prioriteit hoog met een richttijd voor de curatieve strooiactie van 3,5 uur. De erftoegangswegen binnen de bebouwde kom met een verkeersintensiteit van < 1.500 mvt/etm hebben conform de CROW-richtlijn een lage strooi-prioriteit en worden dus niet regulier gestrooid. De coördinator gladheidsbestrijding kan bij langdurige gladheid besluiten hier gladheid te bestrijden indien dit vanuit bijvoorbeeld het oogpunt van veiligheid of bereikbaarheid wenselijk/noodzakelijk is.

 

De calamiteiten-/uitrukroutes van de hulpdiensten hebben zowel binnen als buiten de bebouwde kom, ongeacht het type weg waarover de route loopt, strooiprioriteit hoog (gladheidsbestrijding preventief en curatief (3,5 uur)).

 

Secundaire routes

Wegen kunnen naast een verkeersfunctie ook een verblijfsfunctie hebben. Dit geldt veelal voor wegen in woongebieden. De weg kan in dit geval beschouwd worden als onderdeel van de openbare ruimte; ruimte die gebruikt wordt voor tal van (verblijfs)activiteiten. Binnen de openbare ruimte kunnen diverse gebieden worden onderscheiden die speciale aandacht vragen bij de gladheidsbestrijding. Deze gebieden zijn: winkelgebieden en speciale bestemmingen zoals wegen en voetpaden naar openbare voorzieningen. Wij geven de volgende voorzieningen strooiprioriteit middel (preventieve en curatieve (4 uur) gladheidsbestrijding) en gaan hier als volgt mee om:

  • Gezondheidsvoorzieningen zoals ziekenhuizen, gezondheidscentra (meerdere gezondheidszorgfuncties geclusterd) en senioren-complexen met gemeenschappelijke voorzieningen liggen aan een strooiroute;

  • Politiebureaus en brandweerkazernes liggen aan een strooiroute;

  • Gemeentehuis, Servicecentra, Buurt- en dorpshuizen en (parkeerterrein bij) winkelcentra liggen aan een strooiroute;

  • Middelbare scholen liggen aan een strooiroute ten behoeve van fietsers. Voor wat betreft autoverkeer is de maximale afstand tot een strooiroute 400 m1;

  • Lagere scholen liggen binnen 100 m1 aan een strooiroute voor wat betreft fietsers en 400 m1 voor wat betreft autoverkeer.

Fietsroutes

Wij geven het hoofdfietsnet conform de Mobiliteits-visie een hoge strooiprioriteit (preventieve en curatieve (3,5 uur) gladheidsbestrijding). Dit houdt in dat, ook indien dit net over een weg gaat die vanuit de verkeersfunctie een lage strooiprioriteit heeft, op deze weg ten behoeve van de fietser gladheidsbestrijding plaatsvindt. Op basis van input van de Fietsersbond is dit areaal nog aangevuld met infrastructuur die op basis van de fietstelweek intensief wordt gebruikt door fietsers.

 

Wij hebben, in afwijking van de CROW, die alle vrijliggende fietspaden een hoge prioriteit geeft, ervoor gekozen niet al deze fietspaden in de strooiprioriteit op te nemen. Voor recreatieve fietspaden zien wij geen strooiprioriteit. De overige vrijliggende fietspaden zijn vaak fietspaden binnen de bebouwde kom waarvoor bij gladheid alternatieven in de hoofdstructuur beschikbaar zijn.

 

Busroutes

Alle busroutes binnen en buiten de bebouwde kom, waaronder de busbanen en busstroken, maar ook bus-routes op reguliere wegen hebben een hoge strooi-prioriteit. Hierop wordt preventief en curatief (3,5 uur) gladheid bestreden.

 

Bruggenroute

In Haarlemmermeer worden bruggen en onderdoorgangen structureel eerder glad dan andere delen van de infrastructuur. Deze locaties zijn extra gevoelig voor afkoeling en condensatie, wat kan leiden tot plaatselijke gladheid, ook wanneer de omstandigheden elders geen aanleiding geven tot strooien.

 

Om hier beter op in te kunnen spelen, is een bruggen- en onderdoorgangenroute opgenomen in het gladheidsbestrijdingsplan. Deze route maakt het mogelijk om alleen bruggen en onderdoorgangen te te strooien op momenten dat een volledige strooironde niet noodzakelijk is, maar lokale omstandigheden daar wél om vragen.

 

De beslissing tot inzet van deze route ligt bij de coördinator gladheidsbestrijding van Meerlanden. De route wordt als aanvulling opgenomen in de operationele strooikaart.

 

Met deze maatregel wordt de verkeersveiligheid op risicovolle locaties verbeterd, zonder dat onnodige inzet van materieel en middelen op de volledige strooiroute nodig is.

 

Strooikaart

Voorgaande is vertaald naar de strooikaart, waarin de infrastructuur is opgenomen waarop winterse gladheidsbestrijding plaatsvindt.

 

Handmatige gladheidsbestrijding

Tijdens extreme weersomstandigheden kan op aangeven van de beheerders besloten worden tot het nemen van extra maatregelen. Zo kunnen er bij sneeuwval en bij langdurige gladheid op een aantal intensief gebruikte locaties handmatige activiteiten worden verricht om sneeuw te ruimen. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door medewerkers van de Waterwolf en AM-match. Uitgangspunten zijn veelgebruikte locaties, zoals NS-stations en bushaltes en logische looproutes van bejaardenhuizen naar de dichtstbijzijnde openbare locatie (bijvoorbeeld een bushalte, een winkel- en/of verzorgingscentrum). De chicanes op de Ringdijk vallen ook onder specifieke plaatsen waar handmatig gladheid kan worden bestreden. Locaties waar de strooiwagen niet kan komen, zoals bruggen, worden door de Servicewagen van de Waterwolf gestrooid.

 

Overige extra inspanningen

Gladheidsbestrijding door inwoners zelf

Al een aantal seizoenen worden op diverse plaatsen in de gemeente zoutkisten geplaatst. De achterliggende gedachte hierbij is de inwoners zelf de mogelijkheid te bieden gladheid op bijvoorbeeld bruggen of andere moeilijk te strooien plaatsen tegen te gaan.

 

Zout uit zoutkisten is primair bedoeld voor gladheidsbestrijding van verharding op openbaar terrein. Zoutkisten worden geplaatst:

  • 1.

    bij locaties in strooiroutes die niet met strooivoertuigen bereikt kunnen worden (trappen/tunnels e.d.);

  • 2.

    bij locaties binnen strooiroutes die snel glad kunnen worden en/of extra gevaarlijk zijn bij gladheid (bruggen/taluds/tunnels e.d.);

  • 3.

    bij speciale bestemmingen voor trottoir en overige openbare verharding rondom:

    • o

      gezondheidsvoorzieningen zoals ziekenhuizen, gezondheidscentra (meerdere gezondheidszorgfuncties geclusterd) en seniorencomplexen met gemeenschappelijke voorzieningen;

    • o

      politiebureaus en brandweerkazernes;

    • o

      gemeentehuis, servicecentra, buurt- en dorpshuizen en (parkeerterrein bij) winkelcentra;

    • o

      middelbare scholen;

    • o

      lagere scholen;

  • 4.

    bij locaties buiten strooiroutes die gevaarlijk/slecht begaanbaar zijn bij gladheid (bruggen met helling (geen vlakke brug)/taluds e.d.). Binnen recreatieve routes worden geen zoutkisten geplaatst.

De “zoutkistlocaties” zijn opgenomen in de strooikaart.

 

Op het terrein van Meerlanden wordt tijdens de openingstijden van de Milieustraat aan inwoners de mogelijkheid geboden zakken strooizout te kopen. Het is immers onmogelijk bij voorkomende gladheid, vanuit de overheid alle verharding binnen de gemeente sneeuw- en ijsvrij te houden.

 

Inzet particulieren (bedrijven en agrariërs)

Bij extreme gladheid als gevolg van hevige sneeuwval (meer dan 5 centimeter), doet Meerlanden extra inzet voor wat betreft de gladheidsbestrijding. Voor deze extra inzet kan een beroep gedaan worden op de Meerboeren. Met deze inzet is extra capaciteit beschikbaar worden om sneeuw te ruimen (schuiven, borstelen).

6. Uitvoering

Organisatie

De gladheidsbestrijding kent twee scenario’s:

 

  • 1.

    reguliere gladheidsbestrijding, neerslag < 5 cm, verdere neerslagverwachting is gunstig.

  • 2.

    extreme gladheidsbestrijding, neerslag > 5 cm en/of ijzel, neerslagverwachting is ongunstig.

De extreme gladheidsbestrijding treedt in werking bij heftige gladheid (sneeuwval meer dan 5 cm of heftige ijzel), waarbij het gebruik van de openbare ruimte, met name van wegen, bruggen en fietspaden, ernstig wordt verstoord.

Voor ieder scenario zijn verantwoordelijkheden en werkwijzen/processen opgesteld.

 

Verantwoordelijken

De gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd door Meerlanden in opdracht van de gemeente. De coördinatie vindt plaats door de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente.

 

Om de continuïteit te waarborgen wordt er gedurende de winterperiode door de cluster Beheer en Onderhoud (B&O) gewerkt met een piketdienst.

 

Tijdens kantooruren is de functie van coördinator gladheidsbestrijding namens de gemeente belegd bij de contractmanager Verbonden Partijen van B&O. Bij diens afwezigheid wordt de rol tijdelijk waargenomen door de directievoerder Groen en Grijs van B&O.

 

Buiten kantooruren neemt de storingsdienst deze rol over. Hiervoor is een piketdienst ingericht volgens rooster.

 

De taken/bevoegdheden en verantwoordelijkheden/ sturing zijn als volgt:

 

Reguliere gladheid

  • De directie/clustermanager B&O heeft de eerste verantwoordelijkheid.

  • De coördinatie vindt plaats door de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente.

  • Meerlanden rapporteert wekelijks over de gladheidsbestrijdingsacties aan de gemeenteaan de hand van een ‘Rapportagelijst Gladheidsbestrijding’, waarin de inzet, middelen, strooirondes en de resterende zoutvoorraad zijn opgenomen.

  • De beheerders van de gebieden ondersteunen de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente, voeren controlewerkzaamheden uit en lokaliseren knelpunten binnen hun gebied. De beheerders vallen hiërarchisch direct onder de verantwoordelijkheid van de coördinator gladheidsbestrijding. De 4-wheel drive auto van de boswachter staat tot zijn beschikking.

  • De (controle)werkzaamheden worden door de beheerders van de gemeente vastgelegd in het daarvoor bestemde schouwrapport.

  • De beheerder stuurt de schouwrapporten naar de coördinator gladheidsbestrijding.

  • De coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente informeert directie en overige betrokken medewerkers van de gemeente. De coördinator onderhoudt contacten met het coördinatiepunt bereikbaarheid van de gemeente, en via deze met de hulpdiensten en de politie.

  • De directie informeert het bestuur over de gladheidsbestrijding.

  • Communicatie richting het publiek vindt plaats door Meerlanden, in samenspraak met de gemeente (team Online (KCC) en de coördinator gladheidsbestrijding gemeente).

Extreme gladheid

  • De directie heeft de eerste verantwoordelijkheid.

  • De coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente laat de extreme gladheidsbestrijding in werking treden en meldt dit aan de betrokkenen binnen de gemeente, Meerlanden, gemeentelijke directie- en management B&O en communicatieadviseur.

  • Dagelijks wordt er een weerbericht gemaakt met verwachtingen voor sneeuw en gladheid.

  • De coördinator gladheidsbestrijding heeft dagelijks telefonisch overleg met Meerlanden en daarnaast een operationeel overleg. De frequentie hiervan wordt op basis van noodzaak bepaald. Bij deze overleggen komen de volgende zaken aan de orde: inzet medewerkers, zoutvoorraad en bestaande knelpunten.

  • De beheerders sturen dagelijks de schouwrapporten naar de gladheidscoördinator.

  • Dagelijks worden situatierapporten door de coördinator gladheidsbestrijding opgesteld voor informatieverstrekking naar directie- en management B&O, bestuur, KCC en communicatie Wekelijks of indien nodig frequenter informeert de coördinator de directie zodanig, dat de directie in staat is het bestuur tijdig en goed te informeren aangaande de gladheidsbestrijding.

  • De coördinator gladheidbestrijding van de gemeente informeert het bestuur

  • De coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente roept het gladheidsbestrijdingsteam zo vaak als nodig bijeen. Het team bestaat uit: coördinator gladheid Meerlanden, coördinator Gladheid van de gemeente, managementteam-lid B&O, de dienstdoende piketmedewerker van de storingsdienst B&O, subteam Tijdelijke Verkeersmaatregelen, woordvoerder burgemeester en de communicatieadviseur. politie en hulpdiensten kunnen eveneens desgewenst deelnemen, of worden door de coördinator bereikbaarheid geïnformeerd.

  • Meerlanden stuurt AM-match, Waterwolf en eventueel betrokken lokale onderaannemers aan.

  • Het gladheidsbestrijdingsteam bepaalt de te nemen acties voor de komende week/dag (afhankelijk van de situatie);

  • Hierbij zijn het gladheidsbestrijdingsplan en het Draaiboek Extreme Gladheid leidend, maar op aangeven van de coördinator gladheidsbestrijding kan hiervan worden afgeweken.

  • De nieuwsredactie van de gemeente verzorgt de informatieverstrekking naar inwoners.

  • Het callcenter van de gemeente (KCC) verkrijgt informatie via Meldingen Openbare Buitenruimte (MOB) gemaakt door de beheerders.

  • Dagelijks worden berichten gemaakt met informatie voor inwoners over wat er is gedaan aan gladheidsbestrijding en waarom, over de weersverwachting en over wat Meerlanden/de gemeente de komende dagen gaan doen.

Werkzaamheden

Start gladheidsbestrijdingsseizoen

Het gladheidsbestrijdingsseizoen loopt van 1 november tot 1 april. Uiterlijk een week voor de start van het seizoen wordt aan alle betrokken medewerkers het draaiboek extreme gladheid gedeeld. Hierin staat het proces beschreven hoe te handelen tijdens (extreme) gladheid.

 

Beslissing om te strooien

Bij reguliere gladheidsbestrijding ligt de beslissing om tot strooien over te gaan bij de coördinator gladheidsbestrijding van Meerlanden, op basis van de signaleringsmethode. Deze beslissing wordt zelfstandig genomen, zonder overleg met de coördinator van de gemeente.

De coördinator gladheidsbestrijding van Meerlanden beschikt over informatie uit het gladheidmeetsysteem, in combinatie met diensten van de meteorologische afdeling van MeteoGroup. Op basis daarvan kan worden besloten of een gladheidsbestrijdingsactie wordt ingezet.

 

Daarnaast wordt gebruikgemaakt van andere (aanvullende) meldingen, zoals:

  • signalen van de meldkamer van de politie Zuid-Kennemerland;

  • waarnemingen van eigen medewerkers die 's ochtends vroeg of 's avonds laat op de weg zijn;

  • meldingen van derden die ook voor andere overheden gladheidsbestrijding uitvoeren.

Op basis van al deze informatie beslist de dienstdoende coördinator van Meerlanden of er wordt uitgerukt. Deze zogenaamde ‘uitrukbevoegdheid’ is vastgelegd in de overeenkomst Gladheidsbestrijding.

 

De coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente stelt de extreme gladheidsbestrijding formeel in, en meldt dit aan de dienstdoende directeur (van de gemeente). Bij extreme gladheid wordt een mail verzonden vanuit de coördinator van de gemeente aan de betrokken partijen uit het gladheidsbestrijdingsteam.

De coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente trekt de extreme gladheid op dezelfde wijze weer in.

 

Organisatie gladheidsbestrijding

 

De organisatiestructuur gedurende de gladheids-bestrijding wordt hieronder weergegeven. Tevens is in bijlage 1 ter verduidelijking een organogram bijgevoegd.

 

Gladheidsbestrijding tijdens kantooruren maandag t/m vrijdag 08.00 - 17.30 uur

  • Directie/clustermanager

  • Coördinator gladheidsbestrijding gemeente

  • Beheerders gebieden (ondersteunen coördinator gemeente)

  • Coördinator gladheidsbestrijding Meerlanden (wordt aangestuurd door coördinator gemeente)

  • Bij extreme gladheid: Waterwolf, AM-match en lokale ondernemers (worden aangestuurd door Meerlanden)

Gladheidsbestrijding buiten kantoortijden

  • Directie (met piketdienst)

  • Coördinator gladheidsbestrijding gemeente (Dienstdoende piketmedewerker van de storingsdienst B&O)

  • Coördinator gladheidsbestrijding Meerlanden (wordt aangestuurd door coördinator gemeente)

  • Bij extreme gladheid: Waterwolf, AM-match en lokale ondernemers (worden aangestuurd door Meerlanden)

Er wordt een lijst van betrokken personen/instanties (waaronder hulpdiensten) met namen, functie, telefoonnummer en e-mailadres actueel gehouden. Deze lijst is voor intern gebruik.

 

Gladheidsbestrijdingsteam

Bij extreme gladheid wordt gewerkt met een gladheidsbestrijdingsteam.

Dit team komt zo vaak als nodig bijeen en bepaalt de benodigde acties om gladheid zoveel mogelijk tegen te gaan. De samenstelling van het team is als volgt:

 

Van de gemeente:

  • 1.

    Directie/Clustermanager B&O

  • 2.

    Teammanager B&O

  • 3.

    Coördinator gladheidsbestrijding

  • 4.

    Dienstdoende piketmedewerker van de storingsdienst B&O

  • 5.

    Communicatieadviseur

  • 6.

    Coördinator bereikbaarheid

  • 7.

    Woordvoerder burgemeester

  • 8.

    Eventueel: vertegenwoordigers politie en hulpdiensten

Vanuit Meerlanden:

  • 9.

    Coördinator gladheidsbestrijding

Afstemming andere partijen

De gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland hebben een signaalfunctie naar elkaar toe, wanneer besloten wordt tot actie over te gaan. Bij zeer plaatselijke of onverwachte gladheid kunnen ook meldingen van politie en inwoners leiden tot een gladheidsbestrijdingsactie. Het strooiregime wordt aangepast aan het soort gladheid.

 

Regeling rusturen

Volgens de arbeidstijdenwet gelden onder meer de volgende bepalingen bij gladheidsbestrijding:

  • de werknemer moet per periode van vier weken minimaal twee keer een periode van zeven dagen geen consignatie worden opgelegd (hij of zij is dan dus niet oproepbaar);

  • de werknemer mag maximaal twaalf uur per etmaal arbeid verrichten;

  • de werknemer mag per week maximaal 60 uur werken, op voorwaarde dat per kwartaal de gemiddelde werkweek 48 uur bedraagt.

Verder gelden er regels voor de duur van de werkweek bij (gedeeltelijk) nachtwerk (tussen 00.00-06.00 uur). Meer informatie en de volledige tekst van de arbeidstijdenwet zijn te vinden op de site over de arbeidstijden.

De inzet van het personeel betrokken bij de gladheidsbestrijding van zowel Meerlanden als de gemeente dient hieraan te voldoen.

 

Communicatie

Interne communicatie

 

Bij aanvang van het gladheidbestrijdingsseizoen worden de betrokkenen geïnformeerd over de wijzingen in de gladheidsbestrijding en over hun rol.

 

De inzet van een gladheidsbestrijdingsteam bij extreme gladheid dient tevens om de informatievoorziening van bestuur, directie en betrokken medewerkers, waaronder het Klant Contact Center van de gemeente, gedurende de gladheidsbestrijding te waarborgen.

In het gladheidsbestrijdingsseizoen wordt dagelijks een gladheidsverwachting aangeleverd. Meerlanden informeert de gemeente over gladheidsbestrijdingsacties door het sturen van een email aan de mailbox gladheidsbestrijding van de gemeente. De betrokkenen bij de gladheidsbestrijding hebben toegang tot deze mailbox.

Bij extreme gladheid komt het gladheidsbestrijdingsteam bijeen. Dit team bepaalt de inzet tijdens extreme gladheid en zorgt ook voor communicatie hierover.

Na afronding van een gladheidsbestrijdingsactie wordt door Meerlanden een strooirapportage aan de gemeente gestuurd.

 

Externe communicatie

Communicatie op het gebied van gladheidsbestrijding is in het geval van reguliere gladheid een taak van Meerlanden, in overleg met het gemeentelijk communicatieteam. Het communicatieteam van de gemeente is bij extreme gladheid leidend.

 

Voor externe communicatie naar inwoners is een communicatieplan, waarin naast de communicatie bij reguliere winterse omstandigheden ook de communicatie bij extreme winterse omstandigheden is beschreven. In dit plan is opgenomen op welke momenten welke communicatieacties nodig zijn.

 

Bij extreme gladheid maakt de communicatie-medewerker van de gemeente direct deel uit van het gladheidsbestrijdingsteam, dat - indien nodig dagelijks - de te nemen acties doorneemt op het gebied van gladheidsbestrijding. Over deze acties worden dagelijks berichten gemaakt met informatie voor inwoners over wat er is gedaan aan gladheidsbestrijding en waarom, over de weersverwachting en over wat Meerlanden/de gemeente de komende dagen gaan doen.

 

Om inwoners te informeren over gladheidsbestrijding worden berichten in de plaatselijke media gepubliceerd, waaronder de Informeer, en op social media. Op de website van Meerlanden wordt een overzicht van de te strooien wegen, fietspaden en busbanen en de locaties waar zoutkisten zijn, geplaatst. Eveneens wordt gebruik gemaakt van media als Meerradio. Ook op de website van de gemeente Haarlemmermeer komt deze informatie te staan. Het gladheidsbestrijdingsplan en de actuele strooikaart worden na besluitvorming gepubliceerd op de website van de gemeente.

 

De coördinator bereikbaarheid heeft tijdens gladheid overleg met de politie en andere hulpdiensten en stemt af met de coördinator gladheid van de gemeente.

 

Evaluatie

Jaarlijks evalueren wij het gladheidsbestrijdingsplan op de hieronder vermelde punten:

  • organisatie/sturing

  • zoutvoorraad

  • strooiproces

  • strooikaart

De resultaten uit de evaluatie betrekken wij bij het opstellen van het nieuwe gladheidsbestrijdingsplan. De informatie die hieruit naar voren komt, wordt indien mogelijk opgenomen in de nieuwe strooikaart.

7. Kosten gladheidsbestrijding

De kosten voor gladheidsbestrijding bestaan uit een vast en een variabel deel. De vaste kosten bestaan onder andere uit:

  • kosten opslagterrein;

  • onderhoud materieel;

  • kosten consignatiedienst.

De vaste kosten bedragen € 917.693 (prijspeil 2025). Deze kosten worden gedekt uit het in de programmabegroting beschikbare budget van het beleidsdoel ‘Gemeentelijke wegen, straten en pleinen zijn goed begaanbaar, schoon en veilig’ van het programma Kwaliteit Fysieke Leefomgeving, product 210.

De variabele kosten worden jaarlijks op basis van de daadwerkelijke inzet voor strooiacties gerapporteerd bij de Najaarsrapportage (periode januari t/m maart) en jaarrekening (periode oktober t/m december). Op basis van vijftien preventieve en tien curatieve strooiacties worden deze geraamd op jaarlijks € 461.513 (prijspeil 2025).

Bijlage 1 Organogram organisatie gladheidsbestrijding

 

Bijlage 2 Reacties participatie

 

De Fietsersbond heeft op het concept Gladheidsbestrijdingsplan 2025-2028 gereageerd. Zij waarderen dat gladheidsbestrijding voor fietsers aandacht krijgt, maar zien op bepaalde plekken nog verbeterpunten. De Fietsersbond vraagt om meer duidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor de gladheidsbestrijding op verschillende fietsroutes. Verder wijzen zij op ontbrekende fietsroutes, tunnels en aansluitingen die nog niet in het plan zijn opgenomen, en op locaties waar extra aandacht nodig is voor veiligheid en bereikbaarheid — bijvoorbeeld bij scholen, bruggen, nieuwe fietspaden en wijkontsluitingen. Ook enkele dorps- en wijkraden hebben gereageerd, met aandachtspunten over lokale knelpunten en routes waar extra aandacht gewenst is voor veiligheid en bereikbaarheid.

 

Wij waarderen de reacties van de Fietsersbond en de dorps- en wijkraden. Hun betrokkenheid bij de uitvoering van het gladheidsbeleid blijft belangrijk. Waar mogelijk hebben we de aanbevelingen verwerkt in de strooikaart.

Naar boven