Instructie voor de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) inzake het verwijderingsbevel voor de duur van twaalf uur

 

 

  • 1.

    Op grond van artikel 2:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Groningen 2021 (APVG 2021) is het degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en plaatsen gedurende twaalf uren (verblijfsontzegging). De bevoegdheid voor het aanzeggen van een verblijfsontzegging is door de burgemeester gemandateerd aan het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland, waarbij ik heb toegestaan dat deze bevoegdheid onder wordt gemandateerd aan de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel 141 onder b Wetboek van Strafvordering. Ook heeft de burgemeester de bevoegdheid gemandateerd aan ambtenaren van de Directie Veiligheid, te weten de personen met de functie Teamleider, de Coördinator en Senior BOA.

  • 2.

    De orde verstorende gedragingen die moeten worden belet, beëindigd en voorkomen door het opleggen van een verblijfsontzegging, kunnen onder meer worden onderbouwd door de gedragingen genoemd in strijd met:

    • -

      Art. 2 Opiumwet en/of art. 2:64 APVG 2021 (drugsoverlast op straat).

    • -

      Art. 184 Wetboek van Strafrecht (niet voldoen aan een bevel of vordering)

    • -

      Art. 453 Wetboek van Strafrecht (openbare dronkenschap)

    • -

      Art. 2:1 APVG 2021 (samenscholing en ongeregeldheden)

    • -

      Art. 2:3 APVG 2021 (Messen en andere voorwerpen als wapen)

    • -

      Art. 2:50 APVG 2021 (verboden drankgebruik)

    • -

      Art. 2:52 APVG 2021 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen)

    • -

      Art. 2:53 APVG 2021 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen)

    • -

      Art. 2:55 APVG 2021 (hinderlijk gedrag in een voor publiek toegankelijke ruimte)

    • -

      Art. 2:56 APVG 2021 (Bedelarij)

    • -

      Art. 2:63 APVG 2021 (Wildplassen c.a.)

    • -

      Art. 3:17 APVG 2021 (straatprostitutie)

    • -

      (Gewelds)delicten en diefstallen, waarbij er verband bestaat tussen het delict en drugs en/of alcohol.

    • -

      Het voorhanden hebben van messen of andere verboden voorwerpen, zoals strafbaar gesteld bij de Wet Wapens en Munitie.

  • 3.

    Onverlet de bevoegdheden van de politie en/of BOA’s uit andere hoofde dient direct, indien er door de bevoegde persoon wordt geoordeeld dat het opleggen van een verblijfsontzegging noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, een bevel te worden gegeven om zich te verwijderen uit het gebied voor de duur van twaalf uur.

  • 4.

    Ter zake wordt proces-verbaal en/of een proces-verbaal bevindingen opgemaakt waarin onder meer worden opgenomen de plaats van de gedraging(en) en een omschrijving van de gedraging(en), zoveel mogelijk onder vermelding van relevante bijkomende omstandigheden en de mededeling dat het bevel is uitgereikt.

  • 5.

    Het onder 1 genoemde verbod is niet van toepassing op personen, die op de aangewezen plaatsen:

    • a.

      zich bevinden in een middel van openbaar vervoer;

    • b.

      aldaar werkzaam zijn dan wel aldaar staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling;

    • c.

      volgens de bevolkingsadministratie aldaar woonachtig zijn.

  • 6.

    Het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland en de Directeur Veiligheid dragen zorg voor een juiste uitvoering en toepassing van deze instructie.

  • 7.

    De bevoegdheid voor het opleggen van een verblijfsontzegging kan in de hele gemeente worden toegepast voor het tegengaan van orde verstorende gedragingen. Omdat in de binnenstad van Groningen orde verstorende gedragingen met grote regelmaat plaatsvinden, zijn de volgende gebieden met daarbinnen gelegen wegen en plaatsen bepaald die als gebied kunnen worden bepaald waar bevelen tot verwijdering (verblijfsontzeggingen) worden opgelegd. Voor overige plekken in de gemeente kunnen eveneens gebieden worden bepaald als daar aanleiding toe is.

Gebieden binnenstad Groningen:

  • Gebied 1: het gebied van de gemeente dat gelegen is binnen de diepenring van de stad Groningen en de bruggen die gelegen zijn over de diepenring en het gebied Damsterdiep/Damsterplein dat wordt omsloten door de diepenring, de Oosterhaven, de Oosterhavenbrug, het Damsterdiep en de Nieuweweg.

  • Gebied 2: het gebied dat wordt omsloten door de diepenring, Spilsluizen, Lopende Diep, Noorderhaven, het Reitdiep, Wilhelminakade, Oranjesingel, Grachtstraat, Noorderbuitensingel, Nieuwe Ebbingestraat, Korreweg, J.C. Kapteynlaan, Wouter van Doeverenplein, Vrydemalaan, Bloemsingel, Bloemstraat en Turfsingel.

  • Gebied 3: het gebied dat wordt omsloten door de diepenring, Rabenhauptstraat, Parkweg, Hoornsediep, Zaanbrug, Peizerbaan, Paterswoldseweg, Eendrachtskade Noordzijde, Willem Barentzstraat, Taco Mesdagstraat, Doctor C. Hofstede de Grootkade, Reitdieps kade, Lage der A, Pottebakkersrijge, Sluiskade, Bij de Sluis, Eeldersingel, Eelderbrug, Emmasingel, Stationsweg en Hereweg. Het stationsgebied voor zover hierbij sprake is van een openbare plaats.

  • Gebied 4: het gebied dat wordt omsloten door Parkbrug, Parkweg, Paterswoldseweg, Verzetsstrijderslaan, Concourslaan, Laan 1940-1945, Jan Evert Scholtenlaan, Weg der Verenigde Naties, Piccardthof, Campinglaan, Peizerweg.

Toelichting

Verblijfsontzeggingen kunnen worden opgelegd voor korte duur, voor 12 uur en bij recidive voor 14 dagen. Het uitreiken van verblijfsontzeggingen is door de burgemeester gemandateerd aan ambtenaren van de politie en van de Directie Veiligheid. Wanneer dit besluit wordt genomen in het belang van de openbare orde, wordt deze aan de betreffende persoon direct of na aanhouding uitgereikt, dat daarmee direct van toepassing is. Het kan dan onder meer gaan om gedragingen die op grond van de APVG (samenscholingsverbod, hinderlijk drankgebruik, hinderlijk gedrag op of aan de weg, hinderlijk gedrag bij of in gebouwen, verkoop drugs etc.), de Opiumwet, de Wet Wapens en Munitie of artikel 184 Wetboek van Strafrecht (niet voldoen aan een bevel of vordering) strafbaar zijn gesteld. Aan de overlastveroorzaker kan een verblijfsontzegging worden opgelegd voor het te bepalen gebied waarin de verdachte is aangehouden of waar de verstoringen hebben plaatsgevonden. Eveneens kan in dat geval worden gewaarschuwd voor een verblijfsontzegging van 14 dagen. Bij de volgende overtreding binnen een half jaar volgt een waarschuwing voor een verblijfsontzegging van 14 dagen en kan uiteraard opnieuw een verblijfsontzegging van 12 uur worden opgelegd. Het opleggen van een verblijfsontzegging voor 12 uur geldt als waarschuwing voor een verblijfsontzegging van 14 dagen. Bij een derde overtreding binnen een half jaar volgt een verblijfsontzegging van 14 dagen.

Bij een overtreding van de verblijfsontzegging kan de overtreder worden aangehouden en vervolgd.

 

Binnenstadgebied

In de binnenstad van Groningen worden met regelmaat verblijfsontzeggingen opgelegd. Die moeten met name worden gezien als een maatregel in het kader van veilig uitgaan en hebben daarnaast te maken met de overlastproblematiek waarvan in vrijwel de hele binnenstad sprake is. De sfeer in de binnenstad wordt vaak in negatieve zin beïnvloed door enkele bezoekers die zowel op straat als in of nabij horecagelegenheden overlast veroorzaken. Het gaat veelal om onder invloed van drank en/of drugs verkerende personen die zich schuldig maken aan vernielingen, mishandelingen en in toenemende mate bedreigingen en beledigingen. Ook gaat het om drugsoverlast, in de vorm van drugshandel op straat, intimidatie van voorbijgangers, ondernemers en/of bewoners en handel in gestolen goederen, waaronder fietsen.

 

Een verdachte van een strafbaar feit of een overlastpleger wordt in veel gevallen aangehouden of ter plaatse bekeurd en – bij geringe strafbare feiten – na verhoor heengezonden. In die gevallen is de betrokkene vaak dezelfde avond/nacht weer in het (uitgaans)gebied te vinden waarbij hij of zij niet zelden opnieuw overlast veroorzaakt. Om deze situaties te voorkómen zijn voor de binnenstad gebieden bepaald die kunnen worden aangewezen in de op te leggen verblijfsontzeggingen.

 

INSTRUCTIE VOOR DE POLITIE EN BUITENGEWOON OPSPORINGSAMBTENAREN (BOA’S) INZAKE HET VERWIJDERINGSBEVEL VOOR DE DUUR VAN 14 DAGEN

  • 1.

    Het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland en de Directeur Veiligheid dragen er zorg voor dat voor de toepassing van de twaalf uursbevelen een lijst wordt bijgehouden van alle personen aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd.

  • 2.

    De persoon die op de onder 1. genoemde lijst voorkomt wordt, indien tegen hem/haar voor de tweede maal binnen een periode van zes maanden een verblijfsontzegging is opgelegd, door een bevoegde politieambtenaar of BOA erop gewezen voortaan overlastgevend gedrag achterwege te laten. De persoon ontvangt daarbij de waarschuwing dat aan hem/haar bij de volgende (3e) constatering van orde verstorend gedrag als bedoeld in de instructie voor het opleggen van een verblijfsontzegging voor twaalf uur in hetzelfde gebied binnen de periode van zes maanden na de eerste constatering, een verblijfsverbod voor dat gebied voor de duur van 14 dagen kan worden opgelegd.

  • 3.

    Het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland levert mij terstond na de 3e constatering/aanhouding de afschriften aan van de processen-verbaal die jegens personen waarvan voor de derde maal overlastgevend gedrag is geconstateerd in hetzelfde gebied, alsmede de eventueel beschikbare overige rapportages en/of bevindingen betreffende die personen. Hij informeert mij tevens over de datum van en de registraties die bekend zijn over de tweede constatering/aanhouding in verband met het voortzetten van het gedrag en de uitlatingen die betrokkene daarbij eventueel deed.

  • 4.

    Aan personen jegens wie, binnen hetzelfde gebied, voor de derde keer binnen een periode van zes maanden, een proces-verbaal of proces-verbaal van bevindingen ter zake van de gedragingen waarvoor de verblijfsontzeggingen zijn opgelegd is opgemaakt, zal voor het gebied waarbinnen de overtredingen hebben plaatsgevonden, een verblijfsverbod voor de duur van 14 dagen worden opgelegd.

  • 5.

    Dit verbod wordt zo spoedig mogelijk namens mij door een hulpofficier van justitie, die daartoe door het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland is onder gemandateerd, uitgereikt aan de betrokkene. Van deze uitreiking wordt proces-verbaal of proces-verbaal van bevindingen opgemaakt.

  • 6.

    Het Sectorhoofd Groningen van de Politie Noord-Nederland en de Directeur Veiligheid dragen zorg voor een juiste uitvoering en toepassing van deze instructie.

  • 7.

    Het bepaalde in de instructie inzake het bevel voor de duur van 12 uur, is van overeenkomstige toepassing op deze instructie.

De instructies d.d. 23 mei 2023 komen te vervallen.

 

Datum inwerkingtreding: de dag na bekendmaking van het besluit.

Vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Groningen op 3 november 2025.

De burgemeester van Groningen

Roelien Kamminga

Naar boven