Gemeenteblad van Edam-Volendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2025, 491012 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2025, 491012 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Edam-Volendam houdende de vaststelling van regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening Edam-Volendam 2025)
De raad van de gemeente Edam-Volendam;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 juli 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a en b, 5, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 24 en 35 van de Huisvestingswet 2014;
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
aangepaste woning of een woning bijzonder geschikt voor de huisvesting van personen met medische beperkingen: een woning bestemd voor huishoudens in het bezit van een indicatie waaruit blijkt dat de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de medische beperkingen (zowel fysiek als psychisch) van één of meerdere leden van het huishouden. Hieronder kunnen vallen aanleunwoningen, zorgwoningen, rolstoelwoningen, woningen voor mensen met een geringe ergonomische beperking.
DAEB-norm: het in artikel 4, eerste lid aanhef en onder a, van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting genoemde bedrag, of, als Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting in werking is getreden: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet;
huishouden: één persoon dan wel twee personen met of zonder kinderen die een langdurige gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van een onderlinge met een gezinsverband vergelijkbare verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Een groep van kamerhuurders wordt hieronder niet begrepen;
indicatie: een beoordeling van de medische beperkingen van een woningzoekende, afgegeven door burgemeester en wethouders of een door hen aan te wijzen adviseur en overeenkomstig eventueel door hen vast te stellen wijze, ter voorbereiding van een door hen te nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen;
woningmarktregio: het gebied waarbinnen de gemeente Edam-Volendam een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet, bestaande uit de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Edam-Volendam, Diemen, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad;
Hoofdstuk 2 Woonruimteverdeling
Artikel 2.1.2 Reikwijdte vergunningplicht
Een woningcorporatie of een particuliere verhuurder is verplicht om 50% van nieuwbouw woningen met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en minder dan € 2.500 per maand, met voorrang toe te wijzen aan personen met een huisvestingsvergunning waaruit blijkt dat er sprake is van economische en/of maatschappelijke binding (zie voorts artikel 2.2.7). Tevens wordt voor de verstrekking van deze huisvestingsvergunning getoetst aan de Doelgroepenverordening conform het bepaalde in artikel 2.2.6 van deze Huisvestingsverordening.
Een verkoper is verplicht om 50% van nieuwbouw koopwoningen tot en met de betaalbaarheidsgrens van € 405.000 (prijspeil 2025), met voorrang toe te wijzen aan personen met een huisvestingsvergunning waaruit blijkt dat er sprake is van economische en/of maatschappelijke binding (zie voorts artikel 2.2.7). Tevens wordt voor de verstrekking van deze huisvestingsvergunning getoetst aan de Doelgroepenverordening conform het bepaalde in artikel 2.2.6 van deze Huisvestingsverordening.
Paragraaf 2 De huisvestingsvergunning
Artikel 2.2.1 Aanwijzing vergunningsplichtige woonruimte
De volgende categorieën woonruimten mogen zonder een daartoe strekkende huisvestingsvergunning niet voor bewoning worden gebruikt of verhuurd: woonruimten in eigendom van woningcorporaties of particuliere verhuurders waarvan de huurprijs lager is dan de huurtoeslaggrens zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
Artikel 2.2.3 Aanvraag en verlening huisvestingsvergunning
Artikel 2.2.4 Bekendmaking van en reacties op het aanbod van woonruimte
De verhuurder maakt het aanbod van de in artikel 2.2.1 aangewezen woonruimte in ieder geval bekend door publicatie op een openbaar toegankelijk (digitaal) medium, voor zover deze woonruimte niet via directe bemiddeling wordt toegewezen aan woningzoekenden als bedoeld in artikel 2.7.6. Bij verhuur worden verdere afspraken over de wijze van aanbieden vastgelegd in de anterieure overeenkomst of vastgelegd in de Omgevingsvergunning.
Door of namens de verhuurder kunnen reacties op per publicatie aangeboden woonruimte met onvolledig en/of onjuist ingevulde inschrijfgegevens buiten behandeling worden gelaten. Woningzoekenden mogen maximaal twee actuele reacties hebben op huurwoningen. Dit zijn reacties op woningen waarvan de reactietermijn nog niet verstreken is.
Artikel 2.2.5 Verantwoording toegewezen woonruimte
Woningcorporaties verantwoorden achteraf, in hetzelfde medium als waarin zij de woonruimte hebben aangeboden, de toewijzing aan woningzoekenden van de woonruimte als bedoeld in artikel 2.2.4, eerste lid, door bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woonruimte is binnengekomen en de motivering van de toewijzing op grond van artikel 16 van deze verordening.
Artikel 2.2.6 Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard, grootte of prijs
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een huurprijs tot de tweede aftoppingsgrens van de Wet op de huurtoeslag wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet (DAEB-norm). Voor woningcorporaties gaan de toewijzingsregels op grond van de Woningwet voor op deze bepaling.
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor middenhuurwoningen, wordt voorrang gegeven aan huishoudens/woningzoekenden met een huishoudinkomen tot 1,5 keer de DAEB-norm (inkomensgrens als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet). Middeninkomens zijn eenpersoonshuishoudens met een inkomen van € 49.669 tot € 67.366 en meerpersoonshuishoudens met een inkomen van € 54.847 tot € 89.821 (prijspeil 2025).
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare koopwoningen, wordt voorrang gegeven aan in eerste instantie huishoudens/woningzoekenden met een maximaal inkomen tot en met 1,5 keer de DAEB en in tweede instantie huishoudens/woningzoekenden met een maximaal inkomen tot 1,5 tot en met 1,75 keer de DAEB.
Het college kan woningcorporaties toestemming geven om met inachtneming van het tweede lid bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke complexen en welke doelgroepen het gaat.
Artikel 2.2.7 Voorrang bij economische of maatschappelijke binding
jongeren: huishoudens waarvan alle volwassen personen een leeftijd hebben van ten minste 18 en ten hoogste 35 jaar die de afgelopen zes jaar ingezetene is van de gemeente waar de woonruimte is gelegen dan wel gedurende de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente is geweest.
Sociale of particuliere verhuurders wijzen 50% van het aanbod van nieuwbouw woningen met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens en minder dan € 2.500 per maand met voorrang toe aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en in het bezit zijn van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1.2 lid 3.
Verkopers wijzen 50% van het aanbod van nieuwbouw koopwoningen tot en met de betaalbaarheidsgrens van € 405.000 (prijspeil 2025), met voorrang toe aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente en in het bezit zijn van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1.2, lid 4.
Het college kan toestemming geven om bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woningen in specifieke wooncomplexen, gelet op aard, grootte en prijs, voorrang te geven aan een specifieke doelgroep met economische of maatschappelijke binding aan de gemeente. Bij de toestemming wordt vastgelegd om welke doelgroep(en)/woningzoekenden het gaat.
Paragraaf 3 Toelating tot het aangewezen deel van de woningmarkt
Artikel 2.3.1 Toelatingscriteria
Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden:
Artikel 2.3.4 Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument
Door of namens de corporatie die verantwoordelijk is voor een aanbodinstrument kunnen voorwaarden aan de in het eerste lid bedoelde inschrijving worden verbonden. De voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen via de website van het aanbodinstrument.
Paragraaf 4 Toewijzing en vergunningverlening corporatiewoningen
Artikel 2.4.4 Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning
de corporatie, gelet op haar taak als toegelaten instelling of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager heeft kunnen weigeren.
Artikel 2.4.5 Intrekking vergunning
Artikel 2.4.6 Passendheidscriteria: voorrang gelet op de aard, grootte en prijs van woonruimte
Huishoudens met een laag inkomen zijn huishoudens met een inkomen tot een nader, bij het te huur aanbieden van woonruimte, door burgemeester en wethouders te bepalen hoogte. Huishoudens met een hoog inkomen zijn huishoudens met een inkomen boven een nader, bij het te huur aanbieden van woonruimte, door burgemeester en wethouders te bepalen hoogte.
Een minderjarig kind behoort voor de toepassing van dit artikel tot het huishouden van woningzoekende als het als ingezetene op het woonadres van woningzoekende staat ingeschreven in de basisregistratie personen of, in geval van co-ouderschap, aantoonbaar tenminste drie hele dagen per week bij woningzoekende woont.
Artikel 2.4.7a Bijzondere volgordebepaling
Artikel 2.4.8 Bijzondere volgorde in geval van loting
Paragraaf 5 Toewijzing op basis van punten
Artikel 2.5.1 Toewijzing woonruimte op basis van punten
Artikel 2.5.7 Geldigheidsduur en verlenging situatiepunten
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot verlenging van de verklaring situatiepunten opbouw voor een tweede termijn van drie jaar indien de aanvrager nog steeds aan de criteria voldoet op grond waarvan de verklaring opbouw situatiepunten is verleend. Bij de verlening wordt niet opnieuw getoetst aan artikel 2.5.5, derde lid, onder b.
Paragraaf 6 Opbouw situatiepunten voor jongeren
Deze paragraaf is niet van toepassing op de corporatie, stichting woonbeheer De Vooruitgang of op een door die corporatie gebruikt aanbodinstrument.
Artikel 2.6.1 Van overeenkomstige toepassingsverklaring
Op een aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren zijn de artikelen 2.5.6, 2.5.7 en 2.5.8 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.6.2 Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren
Om in aanmerking te komen voor een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden:
Artikel 2.7.1 Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring
Op een aanvraag om een urgentieverklaring beslissen burgemeester en wethouders bij wie de aanvraag ingevolge artikel 2.7.2, eerste lid, wordt ingediend
Artikel 2.7.5 Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.7.8, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vervolgens het aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond in een zelfstandige en krachtens een besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening voor permanente bewoning bestemde woonruimte.
Artikel 2.7.6 Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders
woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is;
Artikel 2.7.7 Urgentiecategorie: uitstroom
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.7.1. en artikel 2.7.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in het vorige lid, besloten door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar de woningzoekende verblijft resideert.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.7.4, eerste lid, omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied de regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisregistratie woonachtig was, tenzij burgemeester en wethouders gelet op de problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het zoekgebied opnemen.
Artikel 2.7.8 Overige regionale urgentiecategorieën
woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van een woningzoekende, die op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte in een levensontwrichtende woonsituatie verkregen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders alleen opgelost kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.7.7 bedoelde urgentiecategorie;
Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentieverklaring kunnen aanvragen.
Artikel 2.7.8a Sociaal medische urgentie
Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.7.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager, het huishouden van aanvrager of een lid van dat huishouden zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte.
Artikel 2.7.9 Geldigheid van de urgentieverklaring
Het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder b, en in het derde en vierde lid van dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring en de urgentieverklaringen waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.7.6, tweede lid, of artikel 2.7.7, eerste lid.
Artikel 2.7.11 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat tenminste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring. De registraties worden tenminste eenmaal per jaar besproken in de Stuurgroep Wonen
Hoofdstuk 3 Toeristische verhuur van woonruimte
Artikel 3.1.3 Verbod verhuur meer dan 30 nachten en verbod verhuur zonder melding vooraf voor particuliere vakantieverhuur
Artikel 3.1.4 Dienstverlener informeert aanbieder over verboden
Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, dient degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur te informeren over de verboden, bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid en artikel 3.1.3, tweede lid.
Artikel 3.1.5 Verbod op publiceren voor dienstverlener indien in kennis gesteld over verhuur woonruimte meer dan 30 nachten
Het is verboden dat degene die een dienst verleent, zoals genoemd in artikel 3.1.4, een aanbieding voor particuliere vakantieverhuur toont gedurende de rest van het kalenderjaar, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat de woonruimte die wordt aangeboden reeds voor 30 nachten in dat kalenderjaar in gebruik is gegeven voor particuliere vakantieverhuur.
Artikel 3.1.6 Zorgplicht aanbieder
De aanbieder die een woonruimte toeristisch heeft verhuurd, zorgt ervoor dat door gedragingen in of vanuit de verhuurde woonruimte, het bijbehorende erf of de onmiddellijke nabijheid van de woonruimte geen ernstige of herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt door toedoen van de huurders of hun bezoekers.
Paragraaf 2 Procedure aanvraag registratie en melding
Artikel 3.2.1 Aanvraag registratienummer
het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 2 van de Woningwet (of indien artikel 4.3 van de Omgevingswet in werking treedt of is getreden, de krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet) gegeven voorschriften vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van de woonruimte, en
Artikel 3.2.2 Te verstrekken gegevens voor registratienummer
Bij de aanvraag van het registratienummer worden de volgende gegevens verstrekt:
Paragraaf 3 Sancties toeristische verhuur
Artikel 3.3.1 Bestuurlijke boete toeristische verhuur en last onder dwangsom
De bedragen in de ‘Tabel Bestuurlijke boete’ als bedoeld in het tweede lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafecht. Voor boetebedragen onder een maximumbedrag geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
Tabel: Bestuurlijke boete toeristische verhuur
Artikel 3.3.2 Verbod toeristische verhuur en aanwijzing digitaal platform na opleggen bestuurlijke boetes
Burgemeester en wethouders kunnen:
een verbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur opleggen voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33a, eerste lid van de wet, van een overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen, ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen;
Hoofdstuk 4 Wijziging van de woonruimtevoorraad
Paragraaf 2 Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning
Artikel 4.2.2 In te dienen bescheiden
Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd:
Artikel 4.2.3 Samenloop onttrekking en bouwen
Indien voor het gebouw of de gebouwgedeelten waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens een omgevingsvergunning is aangevraagd, kan bij de aanvraag voor overeenkomstige gegevens en bescheiden worden verwezen naar de coördinatiebepaling voor vergunningaanvragen uit de gemeentelijke bouwverordening voor zover die is opgenomen.
Paragraaf 3 Vergunningverlening
Artikel 4.3.1 Criteria voor vergunningverlening
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang wordt de vergunning verleend onder het stellen van voorwaarden en voorschriften behoudens het bepaalde in het derde lid.
Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang en dit belang niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, wordt de vergunning geweigerd.
Artikel 4.3.3 Intrekken vergunning
Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken indien:
Hoofdstuk 5 Wijziging verordening, verslaglegging, handhaving en toezicht en hardheidsclausule
Paragraaf 1 Wijziging verordening
Artikel 5.1.1 Overleg regiogemeenten, corporaties en organisaties
Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de woningmarktregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de woningmarktregio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting.
Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf 2 Overgangsbepalingen
Artikel 6.2.1 Overgangsbepalingen beschikkingen
Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening verleend, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze verordening.
Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor 1 januari 2016 blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-491012.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.