Gemeenteblad van Ouder-Amstel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ouder-Amstel | Gemeenteblad 2025, 490737 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ouder-Amstel | Gemeenteblad 2025, 490737 | beleidsregel |
Beleidsregels Leerlingenvervoer Ouder-Amstel 2025
Burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel,
Met deze regels kan de gemeente op een goede manier belangen afwegen, feiten vaststellen en wettelijke voorschriften uitleggen. De gemeente is bevoegd dit te doen op basis van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, Wet voortgezet onderwijs 2020, de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ouder-Amstel 2024.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Dit zijn de beleidsregels die horen bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ouder-Amstel 2024. Hoe de verstrekking van leerlingenvervoer wordt beoordeeld, hangt van verschillende zaken af. Gemeentelijk beleid, wetgeving en rechterlijke uitspraken spelen daarbij een rol. Hoe de gemeente haar taak vormgeeft is vastgesteld in de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Ouder-Amstel 2024 en de beleidsregels leerlingenvervoer 2024. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Artikel 1.1 Algemene uitgangspunten
De gemeente wil dat inwoners actief meedoen in de samenleving. Het is belangrijk dat inwoners zoveel mogelijk zelfredzaam en zelfstandig zijn. Inwoners die dat nodig hebben kunnen passende hulp en ondersteuning krijgen die de kwaliteit van hun leven vergroten.
Artikel 1.3 Verantwoordelijkheid Ouders
Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de begeleiding bij het vervoer van een leerling tussen huis en school. Dat staat in de wet en in de gemeentelijke verordening. Het leerlingenvervoer is er niet voor bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor de schoolgang van leerlingen.
Iedere leerling heeft recht op passend onderwijs. Met passend onderwijs is het streven om de mogelijkheden van de leerling te benutten en de zelfredzaamheid te stimuleren met oog voor de behoefte van het kind. Ook met het vervoer naar en van school wordt gekeken naar wat kinderen wél kunnen in plaats van wat ze niet kunnen.
Ouders geven wijzigingen door die van invloed kunnen zijn op de vervoersvoorziening waarvan zij gebruik maken. Individuele aanpassingen in het vervoer kunnen van grote invloed zijn op de hele vervoersplanning. Daarom wordt bij elke wijziging beoordeeld of deze in het vervoersplan past en op welke termijn deze wijziging doorgevoerd kan worden.
Van invloed op de vervoersvoorziening zijn onder andere:
Gedragsregels in het aangepaste vervoer
Ouders ontvangen aan het begin van het schooljaar van de vervoerder een digitaal boekje met daarin de spelregels van het aangepaste vervoer. Hierin staat wat leerlingen en ouders van de chauffeur en de vervoerder kunnen verwachten en wat de chauffeur en de vervoerder van leerlingen en ouders verwachten.
Ontoelaatbaar gedrag in het aangepaste vervoer
Tijdens het eerste gesprek wordt bekeken wat de leerling nodig heeft in het aangepaste vervoer om het vervoer zo veilig mogelijk te laten verlopen. Toch kan het gebeuren dat er sprake is van ontoelaatbaar of onacceptabel gedrag van de leerling, dat bedreigend of onhygiënisch is. Of van gedrag waarmee de leerling een gevaar voor zichzelf en/of anderen kan veroorzaken. Is er sprake van ontoelaatbaar gedrag? Dan doorloopt de vervoerder het protocol dat hiervoor geldt. Dit protocol is bij de ouders en bij de gemeente bekend.
Mogelijke acties bij ontoelaatbaar gedrag
Als een leerling zich ontoelaatbaar gedraagt, brengt het vervoersbedrijf ouders hiervan telefonisch op de hoogte. De vervoerder bespreekt met hen de oplossingsmogelijkheden om het gedrag in de toekomst te voorkomen. Het vervoersbedrijf brengt ook de gemeente op de hoogte van het gedrag. De ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het oplossen van ontoelaatbaar gedrag. Maar van het vervoersbedrijf wordt verwacht dat het zich inspant om tot een (kostenneutrale) oplossing te komen.
Is er opnieuw sprake van ontoelaatbaar gedrag, wordt de gemeente opnieuw op de hoogte gesteld. De gemeente stelt vervolgens vast of ouders en het vervoersbedrijf stappen hebben gezet om tot een oplossing te komen. Wanneer dit niet het geval is, wordt de verantwoordelijkheid om te komen tot een oplossing teruggelegd bij ouders en het vervoersbedrijf. Wanneer dit wel het geval is, besluit de gemeente in samenspraak met de vervoerder en de ouders of er een gezamenlijk gesprek gewenst is om tot een oplossing te komen. De gemeente biedt de ouders in elk geval de mogelijkheid om hier passende ondersteuning bij te vragen.
In samenspraak met ouders, school, en vervoerder besluit de gemeente wat de best passende oplossing is. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een andere zitplaats, begeleiding van de leerling door ouders in het vervoer of een andere wijze van vervoer. De gemeente maakt bindende afspraken met ouders en het vervoersbedrijf over ieders inzet om het aangepast vervoer veilig te houden voor iedereen. Wanneer afspraken niet nagekomen worden, kan dit een (tijdelijke) uitsluiting tot gevolg hebben.
Wanneer bovenstaande niet leidt tot afname van het ontoelaatbare gedrag , neemt de vervoerder opnieuw contact met de gemeente op om de vervolgstappen te bespreken. Dit kan leiden tot een officiële waarschuwing of zelfs tot een (tijdelijke) uitsluiting van het vervoer. Dit besluit wordt genomen door de gemeente. Hierbij wordt rekening gehouden met de veiligheid van de leerling, van de andere leerlingen en van de chauffeur.
Alleen als aanvragen vóór 1 mei zijn ingediend, kan het vervoer met ingang van het nieuwe schooljaar starten. Voor aanvragen die na 1 mei worden ingediend, geldt dat het vervoer acht weken na ontvangst van de aanvraag van start gaat. Bij aanvragen tijdens het schooljaar start het vervoer op de door ouders verzochte datum, als deze haalbaar is.
Aanvraagformulieren die onjuist of onvolledig zijn ingevuld, worden door de gemeente niet zonder aanvulling in behandeling genomen. De aanvrager ontvangt een schriftelijk bericht met een hersteltermijn van 10 werkdagen om de ontbrekende of onjuiste gegevens aan te leveren. Als binnen deze termijn geen aanvullende gegevens worden ingediend, kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. In dat geval ontvangt de aanvrager een beschikking “buiten behandeling stelling”.
Afhankelijk van de aard van de aanvraag kunnen de volgende gegevens worden opgevraagd:
Naar aanleiding van een melding wordt onderzoek gedaan. Dit is bedoeld om de hulpvraag duidelijk te krijgen. De gemeente gaat hierover in gesprek met de ouders in het gemeentehuis, of als dat niet mogelijk of noodzakelijk is, per telefoon of via Teams. Onderwerpen die aan bod komen zijn de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner en de mogelijkheden van de inwoner en/of zijn netwerk om zelf oplossingen te vinden voor het vervoer van en naar school. De gemeente neemt op basis van de informatie uit het gesprek een besluit of de leerling in aanmerking komt voor een vorm van leerlingenvervoer. Soms is er aanvullend onderzoek nodig. Dit kan door bijvoorbeeld onafhankelijk sociaal-emotioneel/medisch advies aan te vragen.
Artikel 2.3 Vervoersontwikkelingsplan
De gemeente stelt, in overleg met de ouders en zo mogelijk met de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling op. In dit plan wordt vastgelegd waar de leerling qua mobiliteit naartoe kan groeien en hoe dit begeleid moet worden. Het doel hiervan is om te beschrijven welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandiger te laten reizen, wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat ouders hierin kunnen betekenen en waar de gemeente ondersteunt.
Binnen acht weken na de aanvraag moet de gemeente een besluit nemen. Het besluit wordt vastgelegd in een brief die naar de inwoner wordt verzonden. Dit is een beschikking. Daarin staat: de aanvraagdatum, wat besloten is, de uitleg van het besluit, het doel, de maat en tijdsduur van het vervoer van en naar school en informatie over de uitvoering van het besluit. en de eventuele voorwaarden.
Hoofdstuk 3 Algemeen Afwegingskader
Artikel 3.1. Dichtstbijzijnde toegankelijke school
De dichtstbijzijnde toegankelijke school is de school die naar afstand het dichtstbij gelegen is, gemeten langs de kortste route met de auto en passend bij de door ouders gewenste richting (dit gaat over levensbeschouwing). De vermelding bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) bepaalt de richting van de school.
De gemeente is niet verplicht om vervoerskosten te vergoeden voor leerlingen die een school bezoeken die verder weg ligt dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van dezelfde richting. Dit geldt ook voor vervoer naar tijdelijke locaties, in verband met schoolverbouwingen, die als dichtstbijzijnd worden gezien.
Binnen het bijzonder onderwijs worden erkende richtingen vastgesteld, waaronder (rooms-)katholiek onderwijs, protestants-christelijk onderwijs, onderwijs volgens de leer van de gereformeerde kerk, reformatorisch onderwijs, evangelisch onderwijs, joods onderwijs, orthodox islamitisch onderwijs, hindoe onderwijs, algemeen bijzonder of neutraal bijzonder onderwijs, en onderwijs op antroposofische grondslag, zoals vrijescholen.
Artikel 3.2. De rol van het samenwerkingsverband
Als een school problemen heeft met het bieden van de juiste ondersteuning aan een leerling, kan het samenwerkingsverband ingeschakeld worden. Het samenwerkingsverband heeft zowel de expertise als de middelen om extra ondersteuning te kunnen bieden aan de school. Wanneer het een school niet lukt om de leerling voldoende te ondersteunen, kan het samenwerkingsverband de leerling toelaten tot een school voor (voortgezet) speciaal (basis-)onderwijs met een toelaatbaarheidsverklaring.
Wanneer het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring heeft afgegeven, of een advies heeft gegeven voor een andere reguliere basisschool, wordt er van uitgegaan dat de aangewezen school de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, als dit blijkt uit de verklaring door erin te vermelden dat een dichterbij gelegen school van hetzelfde cluster met eventueel dezelfde richting niet toegankelijk is, omdat:
Het wisselen van school hangt vaak samen met de vraag om leerlingenvervoer. Een toelaatbaarheidsverklaring is een verplicht bewijsstuk voor een aanvraag leerlingenvervoer. Als de leerling voldoet aan de andere, in de verordening genoemde bepalingen, kan leerlingenvervoer toegekend worden.
Artikel 3.3. Hoogbegaafde leerlingen
Basisscholen in Ouder-Amstel zijn verplicht om een passend onderwijsaanbod voor hoogbegaafde leerlingen aan te bieden, gefinancierd vanuit het samenwerkingsverband. Hoogbegaafdheidsonderwijs hoort bij het basisaanbod van de scholen en die leerlingen moeten waar mogelijk participeren in regulier onderwijs.
Hoogbegaafdheid is geen reden om vervoer naar een andere school dan de dichtstbijzijnde toegankelijke te bekostigen, tenzij de noodzaak hiervan overtuigend wordt aangetoond aan het college. Dit kan bijvoorbeeld door een onderbouwing door het samenwerkingsverband of uit een advies van een onderwijsspecialist gecombineerd met een intelligentieonderzoek, waarin de hoogbegaafdheid inhoudelijk onderbouwd wordt. Ouders overleggen een onderbouwing van de school en een bevestiging van het samenwerkingsverband over het ontbreken van een passend aanbod, waarna advies wordt gegeven voor een andere toegankelijke school.
Artikel 3.4 Onderwijszorgarrangement
Het leerlingenvervoer betreft alleen het vervoer naar en van scholen in de zin van de onderwijswetgeving. Zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en dergelijke vallen hier niet onder. Volgt een kind ook onderwijs op of nabij een zorglocatie? Dan kunnen de ouders een (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor het leerlingenvervoer krijgen. Voorwaarde is dat het kind voor meer dan 50% onderwijs ontvangt en dat aan de overige eisen van de verordening is voldaan.
Hierbij geldt dat het college leerlingenvervoer aanbiedt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids (zie artikel 1 van de verordening onder ‘reistijd’). Krijgen kinderen voor, tijdens of na schooltijd zorg of behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer.
Artikel 3.6 Individueel vervoer
Mocht individueel vervoer nodig zijn, dan kunnen de ouders daarvoor een aanvraag doen. Dat doen ze met een gemotiveerde onderbouwing met een advies van een deskundige. De gemeente kan aanvullend onafhankelijk sociaal-emotioneel/medisch advies aanvragen bij de partner van de gemeente die daarvoor is aangesteld.
Artikel 3.7 Vervoer naar stage
Wanneer de stage deel uitmaakt van het onderwijsprogramma en de leerling dagelijks recht heeft op leerlingenvervoer naar school, kan de leerling ook gebruik maken van leerlingenvervoer naar het stageadres. Dit stageadres wordt beschouwd als de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’. Voor dit vervoer moet een aparte aanvraag worden ingediend met stageovereenkomst.
Het uitgangspunt is dat de gemeente alleen vervoer naar een stageplek binnen de gemeente Ouder-Amstel vergoedt. Leerlingenvervoer naar een stageplek buiten de gemeente kan alleen als de school specifiek motiveert waarom een stage binnen de gemeente niet geschikt is en een stage buiten de gemeente duidelijke voordelen biedt voor de leerling.
Artikel 3.8 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
Bij een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor het weekeinde en vakantievervoer vraagt de gemeente naar de reden van plaatsing in een internaat of pleeggezin. Een dergelijke vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt als de leerling in een internaat of pleeggezin verblijft voor het volgen van passend (voortgezet) speciaal onderwijs.
Leerlingenvervoer is uitsluitend bedoeld voor vervoer tussen de woning van de leerling en de school. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk onder specifieke voorwaarden, als het vervoer plaatsvindt naar een ander adres vanwege een buitenschoolse activiteit of opvang. Dit kan een geregistreerde buitenschoolse opvang, gastouderopvang, logeerhuis, logeergezin of een locatie binnen het sociaal netwerk van de leerling zijn.
Artikel 3.11 Tijdelijke vervoersvoorziening bij crisissituatie
Leerlingen die geen indicatie voor vervoer hebben, maar als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijven en hun eigen school blijven bezoeken, kunnen tijdelijk gebruik maken van leerlingenvervoer vanuit gemeente Ouder-Amstel. Het college kan leerlingenvervoer toekennen voor een periode van drie maanden. Na deze periode zal de situatie opnieuw worden overwogen.
Kinderen van statushouders, vluchtelingen, asielzoekers of arbeidsmigranten die (speciaal) basisonderwijs volgen op een taalschool met een speciaal taalprogramma om zich de Nederlandse taal eigen te maken, kunnen, als voldaan wordt aan de bepalingen van de verordening, in aanmerking komen voor een voorziening leerlingenvervoer.
De voorziening wordt uitsluitend verstrekt gedurende de periode waarin de leerling naar een daarvoor aangewezen taalschool gaat. Daarnaast geldt dat de voorziening enkel wordt toegekend als de taalschool zich buiten de gemeente bevindt, op een afstand van meer dan zes kilometer van het woonadres, en dit de dichtstbijzijnde toegankelijke taalschool is.
Artikel 3.13 Bekostiging vervoerskosten bij begeleiding
Het vaststellen van de reistijd met het openbaar vervoer vindt plaats op basis van de door de Reisinformatiegroep B.V. beschikbaar gestelde informatie Externe link:Externe link:https://web-acc.9292.nl/
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-490737.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.