Gemeente Rhenen - subsidieregeling peuteropvang en VVE

 

Op 4 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders de subsidieregeling peuteropvang en VVE vastgesteld.

 

Artikel 8 Subsidieregeling Reguliere Peuteropvang 2026

8.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling

Het doel is het organiseren en uitvoeren van de basisfunctie van de reguliere peuteropvang. Deze basisfunctie bestaat uit het stimuleren van “spelen, ontwikkelen en ontmoeten”. De doelgroep be-staat uit kinderen van 2 tot 4 jaar.

 

De beoogde resultaten (in samenspraak met de ouders):

  • Het stimuleren van de algemene ontwikkeling (motorisch, taal, sociaal-emotioneel) van het kind;

  • Het vroegtijdig signaleren van eventuele problemen in de opvoeding en ontwikkeling. Waaronder psychische problemen of stoornissen.

 

8.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie

  • Activiteiten die gericht zijn op het creëren van een veilige omgeving waarin kinderen kunnen “spelen, ontwikkelen en ontmoeten”;

  • Activiteiten die gericht zijn op het zo vroeg mogelijk signaleren en bestrijden van achterstanden en/of ontwikkelingsproblemen;

  • Activiteiten die samenwerking tot stand brengen met consultatiebureaus, kinderopvang en basis-scholen.

 

Onderdelen van de subsidieregeling Reguliere Peuteropvang:

A) Kindplaats;

B) Ouderprogramma.

 

Toelichting onderdeel A: Kindplaats

  • 1.

    De hoogte van de subsidie voor peuteropvang is het aantal uren dat een peuter gebruik-maakt van een peuteropvang vermenigvuldigd met het maximum uurtarief voor kinder-dagopvang die door het rijk is vastgesteld . De subsidie bedraagt maximaal 40 weken per jaar en 8 uur per week; Het aanbod peuteropvang wordt verdeeld over minimaal 2 dagen.

  • 2.

    De subsidie verlenen wij voor het tijdvak van één kalenderjaar of gedeelte ervan

  • 3.

    Het uurtarief van de subsidie is € 11,23,-.

 

Toelichting onderdeel B: ouderprogramma

Het ouderprogramma zorgt ervoor dat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instel-lingen een subsidie verleent voor het organiseren van een ouderprogramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Als instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleg-gen zij dit vooraf met de betrokken beleidsadviseur van de gemeente Rhenen.

  • 1.

    Voor het ouderprogramma is maximaal € 431,- per 3 -jarige beschikbaar. Dit geldt voor het totaal aantal reguliere 3-jarige peuters op 1 april 2026 en 1 oktober 2026.

  • 2.

    Hiervoor geldt een maximum van 10 peuters per locatie;

  • 3.

    Maximum van dit subsidieonderdeel B is € 12.930,-.

 

8.3. Subsidieplafond

  • 1.

    De raad stelt jaarlijks het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast.

  • 2.

    In 2026 is het subsidieplafond € 67.356,- voor de subsidieregeling reguliere peuterop-vang.

 

Subsidieverdeling

  • 1.

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen;

  • 2.

    volgens artikel 4:5 van de Awb wordt de datum ingevuld waarop de volledige aanvraag is ontvangen;

  • 3.

    Indien het maximum bedrag voor deze regeling bijna wordt overschreden of al wordt over-schreden door het aantal aanvragen dat op dezelfde dag binnenkomt, worden de aanvra-gen van die dag door middel van loting op volgorde gezet.

 

 

8.4. Wie kan de subsidie aanvragen?

Een peuteropvang die is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en daarmee voldoet aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen.

 

De subsidie wordt uitsluitend verleent aan uitvoerende organisaties die voldoen aan de voorwaar-den zoals omschreven in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschool-se educatie (vve) – gemeente Rhenen”.

 

8.5. Aanvraag subsidie en werkwijze

8.5.1 Aanvraag

De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website van gemeente Rhenen. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen volgens ASV Rhenen 2025, artikel 2.6 en awb artikel 4.5. Zie hierboven bij het kopje subsidieverdeling.

 

De volgende stukken moeten altijd worden aangeleverd bij de subsidieaanvraag:

  • Een duidelijke begroting volgens het vaste format van de gemeente Rhenen;

  • Bezettingsgegevens voorgaande jaar (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober);

  • Kort inhoudelijk beschrijving van de activiteiten.

 

De aanvraag moet worden ingediend voor 28 november 2025.

 

8.5.1.2. Nieuwe aanbieders

Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelij-ke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor peuteropvang. Instellingen moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalender-jaar voor subsidiering in aanmerking te komen.

 

Nieuwe aanbieders moeten bij de eerste aanvraag aanleveren:

  • Statuten van de vereniging*;

  • Begroting*;

  • Oprichtingsakte**;

  • Jaarverslag**;

  • Jaarrekening met balans voorgaande jaar**.

 

*: Verplicht

**: Als beschikbaar

 

Ouder(s)

Ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag van het Rijk moeten bij de start van de opvang een Inkomensverklaring (voorheen IB 60-formulier) en een ‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’ te ondertekenen. Deze documenten leveren zij in bij de uitvoerende organisa-tie.

 

Rapportage

In de rapportage moeten de bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve zitten.

 

Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken:

  • Het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag (uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie);

  • Het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang;

  • Het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal;

  • Wachtlijstgegevens, als dit van toepassing is. Het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum is verstreken. Wachtlijstgegevens moeten worden onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.

 

De rapportages bezettingsgegevens moeten op de volgende tijdstippen in het desbetreffende jaar te zijn ingeleverd:

Rapportage over het 1e kwartaal

Voor 1 maart

Rapportage over het 1e en 2e kwartaal

Voor 1 juni

Rapportage over het 1e, 2e en 3e kwartaal

Voor 1 september

Jaarrapportage

Voor 1 december

De gemeente monitort per kwartaal de cijfers en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.

 

8.5.2 Vaststelling

Aanvraag tot vaststelling

Vóór 1 mei moet de organisatie een aanvraag doen tot vaststelling, conform aan de ASV Rhenen 2025.

 

Subsidieverantwoording

Bij de subsidieverantwoording verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaalbasis van peu-ters waaraan een gesubsidieerde kindplaats is toegekend. Een beleidsadviseur van de gemeente Rhenen komt langs op locatie voor de subsidieverantwoording, vanaf juni t/m september.

 

De beleidsadviseur checkt (kindplaatsen) op:

  • Leeftijd van het kind;

  • De woonplaats van de ouder(s) van het kind;

  • Vve-indicatie;

  • Inkomensverklaring ouder(s);

  • ‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’.

 

Daarnaast moet er een schriftelijke verantwoording worden aangeleverd, conform aan de ASV Rhenen 2025.

 

Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.

 

Vaststelling

Na ontvangst van de verantwoording stellen wij de subsidie definitief vast. Het subsidiebedrag kan hierbij nooit hoger worden vastgesteld, maar wel lager. Een eventueel te veel ontvangen bedrag kan worden teruggevraagd.

De vaststelling vindt plaats op de daadwerkelijke bezetting van het aantal kindplaatsen.

 

8.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden

Doelgroep:

  • Het gaat over kinderen van 2 tot 4 jaar;

  • Nadat een kind 4 jaar is geworden kan een kind nog maximaal 4 maanden gebruik maken van een gesubsidieerde kindplaats op de peuteropvang. Dit gaat alleen op indicatie van CJG, jeugdge-zondheidszorg en/of het samenwerkingsverband;

  • Minimaal één van de ouders is woonachtig in de gemeente Rhenen;

  • Eenzelfde peuter verblijft per dag niet meer dan één dagdeel in de peuteropvang;

  • Peuters nemen twee dagdelen per week deel aan een gesubsidieerde kindplaats. Extra dagdelen zijn volledig voor de kosten van de ouders.

 

Organisatie:

  • De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn onderling niet uitwisselbaar;

  • Er wordt gewerkt met gemengde groepen (regulier en vve). Hierdoor krijgen peuters zonder ach-terstand ook het vve-programma aangeboden. Bij voorkeur wordt gestreefd naar een maximum-aantal vve-kinderen van 50% per groep;

  • Instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen van kinderen uit de peuteropvang en uit de kinderdagopvang. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit);

  • Nieuwe aanbieders moeten voldoen aan alle landelijke en lokale geldende (wettelijke) eisen, lo-kale afspraken (bijvoorbeeld het ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode. Als dit gewenst is, werken zij mee aan de totstandkoming van een Inte-graal Kind Centrum (IKC);

  • Tariefvoorschrift: de uitvoerende organisatie moet bij de ouders van de geplaatste kinderen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening te brengen. Aanbieders bepalen zelf het tarief wat zij rekenen;

  • De kwaliteitseisen die wij stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onder-aannemers’.

 

8.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie

  • Subsidierelaties kunnen worden stopgezet wanneer de aanvrager niet (meer) voldoet aan de criteria, het doel of waarvan de resultaten achterblijven bij wat verwacht mag worden;

  • Als de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de beoogde resultaten en het doel van de subsi-die;

  • Het niet voldoen aan de eisen of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor be-eindiging of terugbetaling van de subsidie voor reguliere peuteropvang;

  • Als ouders gebruik maken van de kinderopvangtoeslag verleent de gemeente geen bijdrage voor de kindplaatsen reguliere peuteropvang. Ook niet voor kinderen zonder vve-indicatie;

  • Het ontbreken van vereisten documenten kan consequenties hebben voor de subsidievaststelling en subsidieverlening.

 

 

8.8. Aanvullende documenten

  • Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeen-te Rhenen.

  • Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.

  • Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

  • Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

  • Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

  • Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.

  • Tabel met recente verdeelsleutel.

 

 

Tabel 1 verdeelsleutel:

 

Plaatsen maximaal beschikbaar

Bedrag per kindplaats

Subsidieplafond per onderdeel

Onderdeel A: Kindplaats

15

€ 3.594,-

€ 53.910,-

Onderdeel B: Ouderprogramma

30

€ 431,-

€ 12.930,-

Artikel 9 Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie 2026

9.1. Doel en beoogde resultaten van de subsidieregeling

De gemeente Rhenen wil dat elk kind een optimale schoolloopbaan doorloopt. De voor- en vroeg-schoolse educatie (vve) heeft als doel onderwijs- en/of ontwikkelingsachterstanden bij jonge kin-deren (2 tot 4 jaar) te voorkomen, en waar nodig effectief te bestrijden.

 

De beoogde resultaten, algemeen:

Problemen in de ontwikkeling van jonge kinderen voorkomen we zoveel mogelijk door een vroeg-tijdige signalering met bijpassende aanpak.

 

De verschillende onderdelen hebben specifieke resultaten:

A1: Het realiseren van voldoende aanbod kindplaatsen VVE.

A2: Het realiseren van voldoende deelname aan kindplaatsen voor ouders met recht op kinderop-vangtoeslag van de belastingdienst.

C1: Het actief betrekken van de ouder(s) bij de ontwikkeling van hun kind.

D: Een goede verspreiding van basisaanbod vve.

E: Inzet van een persoon die betaald werkzaam is bij een kinderopvangorganisatie.

 

9.2. Activiteiten die in aanmerking komen voor de subsidie

Onderdelen:

A1) Kindplaatsen-vve;

A2) Kindplaatsen-vve vierde dagdeel;

C1) Ouderprogramma;

D) Locatiesubsidie;

E) Subsidie pedagogisch beleidsmedewerker vve.

 

Toelichting onderdeel A (kindplaatsen):

A1) Kindplaatsen-vve:

  • 1.

    De gemeente subsidieert voor een kindplaats vve voor 16 uur per week gedurende 40 we-ken. Indien het aanbod vve anders wordt ingevuld moet er in ieder geval worden voldaan aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat het kind 2,5 tot 4 jaar is. Ook kinderen tussen de 2 en 2,5 jaar krijgen gemiddeld 16 uur vve per week aangeboden. De-ze plaatsen mogen uitsluitend beschikbaar worden gesteld aan ouder(s) die geen aan-spraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst;

  • 2.

    Hiervoor geldt het maximum uurtarief voor dagopvang die door het rijk is vastgesteld (be-doeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het besluit kinderopvangtoeslag);

  • 3.

    De hoogte van de subsidie voor kindplaats vve is het aantal uren dat een peuter gebruik-maakt van een vve vermenigvuldigd met het maximum uurtarief voor kinderdagopvang VVE die door het rijk is vastgesteld .

  • 4.

    De subsidie wordt verleend per kalenderjaar of gedeelte daarvan.

  • 5.

    Per bezette vve kindplaats;

  • 6.

    In 2026 is het maximum uurtarief kinderdagopvang van de subsidie is € 13,64;

 

A2) Kindplaatsen-vve vierde dagdeel:

  • 1.

    De gemeente subsidieert voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag en een kind met vve-indicatie het vierde dagdeel. Hierbij wordt uitgegaan van een aanbod van 4 dagde-len/week van 4 uur;

  • 2.

    Alleen beschikbaar voor een kind die minimaal 16 uur per week de voorschoolse voorzie-ning bezoekt met recht op kinderopvangtoeslag.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie voor kindplaats VVE vierde dagdeel is het aantal uren (max. 4uur) dat een peuter gebruikmaakt van een VVE vermenigvuldigd met het maximum uur-tarief voor kinderdagopvang VVE die door het rijk is vastgesteld.

  • 4.

    De subsidie is maximaal 40 weken per jaar;

  • 5.

    Per bezette vve kindplaats;

  • 6.

    In 2026 is het maximum uurtarief kinderdagopvang van de subsidie is € 13,64;

 

Toelichting onderdeel C (Ouderprogramma)

  • 1.

    Het ouderprogramma zorgt ervoor dat ouders actief worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. In overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode vve wordt aan de instellingen een subsidie verstrekt voor het organiseren van een ouderpro-gramma. Dit is Vve-thuis of Opstapje. Als instellingen voor een andere invulling van het ouderprogramma kiezen dan overleggen zij dit vooraf met de betrokken beleidsadviseur van de gemeente Rhenen;

  • 2.

    De hoogte van de subsidie is op basis van gegevens van het aantal drie jarigen met vve-indicatie dat op 1 april 2026 en 1 oktober 2026 dat een de voorschoolse voorziening ver-menigvuldigd met € 431,- per doelgroeppeuter;

  • 3.

    Maximum van dit subsidieonderdeel C is € 24.567,-;

  • 4.

    Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd.

 

Toelichting onderdeel D (Locatiesubsidie)

  • 1.

    Een tegemoetkoming voor locaties waar vve wordt aangeboden. Als een locatie een ge-mengde groep heeft (vve en reguliere peuteropvang samen), is er een bedrag beschikbaar voor basiskosten die ieder jaar gemaakt worden (bijvoorbeeld materiaal, scholing en/of in-specties).

  • 2.

    Een locatiesubsidie wordt beschikbaar gesteld als de instelling voorafgaand aan het subsi-diejaar op minimaal 2 van de 4 peildata minimaal één kind met een vve-indicatie opvangt. Als op meer dan 2 van de peildata geen kinderen met een vve-indicatie zijn ingeschreven dan wordt voor het daaropvolgende subsidiejaar geen locatiesubsidie toegekend. Mochten er tijdens het subsidiejaar weer vve-kinderen worden aangemeld dan wordt deze subsidie opnieuw bekeken.

 

Toelichting onderdeel E (pedagogisch beleidsmedewerker vve)

  • 1.

    Deze beleidsmedewerker is belast met de totstandkoming en implementatie van kwaliteits-verhogende beleidsmaatregelen en/of het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden;

  • 2.

    Er wordt een bedrag (per kind en per locatie) beschikbaar gesteld als een locatie beschikt over een kind met een vve indicatie. De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker vve bedraagt 10 uur per peuter per locatie per jaar. Dit betreft een rekenregel;

  • 3.

    Er is € 430,- beschikbaar per doelgroeppeuter;

  • 4.

    Maximum van dit subsidieonderdeel E is € 12.900,-;

  • 5.

    Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd.

 

9.3. Subsidiebedrag

  • 1.

    De definitieve hoogte van het subsidieplafond wordt bepaald aan de hand van de bekend-making van de specifieke uitkering voor onderwijsachterstanden voor de gemeente Rhe-nen door het Rijk;

  • 2.

    De bedragen per kindplaats zijn gebaseerd op de bedragen van het voorafgaande jaar, in-clusief indexatie van de maximum uurprijzen door het Rijk.

 

Subsidieverdeling

  • 1.

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen;

  • 2.

    volgens artikel 4:5 van de Awb wordt de datum ingevuld waarop de volledige aanvraag is ontvangen;

  • 3.

    Indien het maximum bedrag voor deze regeling bijna wordt overschreden of al wordt over-schreden door het aantal aanvragen dat op dezelfde dag binnenkomt, worden de aanvra-gen van die dag door middel van loting op volgorde gezet;

  • 4.

    Mocht het totale subsidieplafond niet voldoende zijn, dan wordt het bedrag van C en D naar rato gereduceerd;

  • 5.

    Hieronder vind je in tabel 1 een overzicht met de verdeelsleutel (de aantallen en bedra-gen) van het subsidiejaar.

 

9.4. Wie kan de subsidie aanvragen?

Een peuteropvang die is ingeschreven in het landelijke register kinderopvang (LRK) en daarmee voldoet aan de landelijke regelgeving en kwaliteitseisen.

 

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan uitvoerende organisaties die voldoen aan de voorwaar-den zoals omschreven in de beleidsnotitie “gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschool-se educatie (vve) – gemeente Rhenen”.

 

9.5. Aanvraag subsidie en werkwijze

Aanvraag

De subsidieaanvraag gaat via het aanvraagformulier op de website.

 

De volgende stukken moeten altijd worden aangeleverd bij de subsidieaanvraag:

  • Een duidelijke begroting;

  • Het aantal driejarige kinderen op 1 april en 1 oktober van het afgelopen jaar;

  • Bezettingsgegevens voorgaande jaar (1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober);

  • Kort inhoudelijk beschrijving van de activiteiten.

  • Bij onderdeel E (beleidsmedewerker vve): een beschrijving van de wijze waarop de beleidsme-dewerker bijdraagt aan de versterking van de kwaliteit vve.

 

De aanvraag moet worden ingediend voor 28 november 2025.

 

Nieuwe aanbieders

Nieuwe aanbieders kunnen vanaf de start van een nieuw kalenderjaar meedoen in de gemeentelij-ke subsidiering en verdeling van de plaatsen voor vve. Organisaties moeten zich uiterlijk 1 maart voorafgaand aan het subsidiejaar bij de gemeente melden om voor het nieuwe kalenderjaar voor subsidiering in aanmerking te komen.

 

Nieuwe aanbieders moeten bij de eerste aanvraag aanleveren:

  • Statuten van de vereniging*;

  • Begroting*;

  • Oprichtingsakte**;

  • Jaarverslag**;

  • Jaarrekening met balans voorgaande jaar**.

 

*: Verplicht

**: Als beschikbaar

 

Ouder(s)

Ouder(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag moeten bij de start van de opvang een Inkomens-verklaring (voorheen IB 60formulier) en een ’Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’ te ondertekenen en in te leveren bij de uitvoerende organisatie waaruit blijkt dat zij geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag van het Rijk.

 

Rapportage

In de rapportage moeten de bezettingsgegevens van de groepen met door Rhenen gesubsidieerde peuteropvang en vve zitten.

 

Uit de bezettingsgegevens moet minimaal blijken:

  • Het aantal kinderen met recht op kinderopvangtoeslag (uitgesplitst naar wel/geen vve-indicatie);

  • Het aantal kinderen met recht op reguliere subsidie peuteropvang;

  • Het aantal kinderen met recht op vve-subsidie op de eerste dag van het kwartaal;

  • Wachtlijstgegevens, als dit van toepassing is. Het gaat hierbij alleen om kinderen waarvan de geplande plaatsingsdatum is verstreken. Wachtlijstgegevens moeten worden onderverdeeld naar wel/geen vve-indicatie en wel/geen recht op kinderopvangtoeslag.

 

De rapportages bezettingsgegevens moeten op de volgende tijdstippen in het desbetreffende jaar te zijn ingeleverd:

Rapportage over het 1e kwartaal

Voor 1 maart

Rapportage over het 1e en 2e kwartaal

Voor 1 juni

Rapportage over het 1e, 2e en 3e kwartaal

Voor 1 september

Jaarrapportage

Voor 1 december

De gemeente monitort per kwartaal de cijfers en met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bespreken.

 

Aanvraag tot vaststelling

Vóór 1 mei moet de organisatie een aanvraag doen tot vaststelling, conform aan de ASV Rhenen 2025.

 

Subsidieverantwoording

Bij de subsidieverantwoording verstrekt iedere organisatie een overzicht op kwartaalbasis van peu-ters waaraan een gesubsidieerde kindplaats is toegekend. Een beleidsadviseur van de gemeente Rhenen komt langs voor de subsidieverantwoording vanaf juni, t/m september.

 

De beleidsadviseur checkt op:

  • Leeftijd van het kind;

  • De woonplaats van de ouder(s) van het kind;

  • Vve-indicatie;

  • Inkomensverklaring ouder(s);

  • ‘Verklaring geen recht op kindertoeslag gemeente Rhenen’.

 

Daarnaast moet er een schriftelijke verantwoording worden aangeleverd, conform aan de ASV Rhenen 2025.

 

Een organisatie kan ook volstaan met het verstrekken van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat deze gegevens zijn gecontroleerd. Benadrukt wordt dat uit de accountantsverklaring moet blijken dat de controle op kwartaal-basis heeft plaatsgevonden.

 

Vaststelling

Na ontvangst van de verantwoording stellen wij de subsidie definitief vast. Het subsidiebedrag kan hierbij nooit hoger worden vastgesteld, maar wel lager. Een eventueel te veel ontvangen bedrag kan worden teruggevraagd.

 

9.6. Bijzondere criteria en/of voorwaarden

Doelgroep:

  • Het gaat over kinderen van 2 tot 4 jaar;

  • Minimaal één van de ouders is woonachtig in de gemeente Rhenen;

  • Er is sprake van een doorgaande leerlijn naar de vroegschool voor kleuters van 4 tot 6 jaar, in groep 1 en 2 van het basisonderwijs;

 

Organisatie:

  • De kwaliteitseisen die wij stellen aan de uitvoerende organisaties gelden ook voor hun ‘onder-aannemers’;

  • Elke instelling biedt 16 uur per week, gedurende 40 weken. Zij moeten voldoen aan de eis van een aanbod van 960 uur in de periode dat een kind met vve-indicatie 2 tot 4 jaar is;

  • Tariefvoorschrift: de aanbieder moet bij de ouders van de geplaatste vve-kinderen (onderdeel A1) een vooraf vastgestelde ouderbijdrage in rekening te brengen. Dit tarief wordt jaarlijks in overleg met het netwerkoverleg voor- en vroegschoolse periode bepaald;

  • De opvangplaatsen voor reguliere peuteropvang en vve zijn niet onderling uitwisselbaar;

  • De instellingen bepalen zelf of zij groepen samenstellen waarin tegelijk kinderen van de peuter-opvang en kinderdagopvang bij elkaar zitten. Hierbij moet wel voldaan worden aan alle wettelijke kwaliteitseisen en lokale afspraken (zoals pedagogische kwaliteit);

 

Locatie:

  • De vve vindt plaats in een kinderdag- of peuteropvang;

  • Locaties moeten voldoen aan lokale afspraken en aan de kwaliteitseisen die in Wet OKE zijn vastgesteld;

  • Tijdens de periode waarop de subsidie betrekking heeft moet de locatie in het LRK-register staan ingeschreven als vve-locatie. Daarnaast moet de inspectie van de GGD en OCW akkoord zijn met het aanbod vve;

 

Beleidsmedewerker vve (onderdeel E):

  • De gesubsidieerde beleidsmedewerker vve voldoet aan de geldende kwalificatie eisen;

  • Het totaal aantal voorgeschreven uren per locatie voor de beleidsmedewerker mag door de op-vangorganisatie naar eigen inzicht worden ingezet, zolang de inzet gericht is op kwaliteitsverbete-ring.

 

Nieuwe aanbieders:

  • Voor nieuwe subsidieaanvragers geldt dat zij zich conformeren aan de afspraken en kwaliteitscri-teria, zoals opgenomen in het convenant ‘Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen’ en het conve-nant ‘resultaatafspraken VVE Rhenen’, die reeds met bestaande partijen is afgesloten voor uitvoe-ring van vve in Rhenen;

  • Nieuwe aanbieders moeten voldoen aan alle landelijke geldende (wettelijke) eisen, lokale afspra-ken (bijvoorbeeld het ouderprogramma) en participeren in het netwerkoverleg voor- en vroeg-schoolse periode. Als dit gewenst is, werken zij mee aan de totstandkoming van een Integraal Kind Centrum (IKC).

 

9.7. Gronden om niet in aanmerking te komen voor deze subsidie

  • De subsidierelatie met aanvragers waarvan de aanvraag niet aan de eisen voldoet, of waarvan de resultaten in het voorgaande subsidiejaar achterblijven bij wat verwacht mag worden, komen niet voor (volledige) continuering in aanmerking;

  • Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen (landelijk/lokaal) of oneigenlijk gebruik van deze regeling kan reden zijn voor beëindiging of terugvordering van de subsidie voor vve;

  • Subsidieaanvragen voor activiteiten die (naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders) niet of onvoldoende bijdragen aan de door de gemeente Rhenen met deze subsidie-regeling beoogde doelen en resultaten;

  • Een locatie wordt uitgeschreven uit het LRK-register (als vve-locatie) zodra de locatie tijdens het subsidiejaar stopt met het aanbod vve. Vanaf dat moment heeft deze locatie geen recht meer op een locatiesubsidie;

  • Het ontbreken van vereisten documenten kan consequenties hebben voor de subsidievaststelling en subsidieverlening.

 

9.8. Aanvullende documenten

  • Programmabegroting.

  • Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) – gemeente Rhenen.

  • Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie Rhenen 2012.

  • Verordening kwaliteitseisen peuterspeelzaalwerk 2011.

  • Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012.

  • Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

  • Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2017.

  • Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang 2018.

  • Tabel recente verdeelsleutel.

 

Tabel 1 verdeelsleutel:

Subsidieregeling voor- en vroegschoolse educatie 2026 verdeelsleutel:

 

Plaatsen maximaal beschikbaar

Bedrag per kindplaats

Subsidie-plafond per onderdeel

Onderdeel A1: Kindplaatsen-vve

33

€ 8.730

€ 288.077

Onderdeel A3: Kindplaatsen-vve vierde dagdeel

21

€ 2.182

€ 45.830

Onderdeel C1: Ouderprogram-ma

57

€ 431

€ 24.567

Onderdeel D: Locatiesubsidie

Max. 5

€ 13.334

€ 66.670

Onderdeel E: Subsidie pedagogisch beleidsmedewerker vve

Max. 30

€ 430

€ 12.900

 

Naar boven