Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 in verband met de verlening van specifieke uitkeringen

De raad van de gemeente Amsterdam,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 2024

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,

 

besluit:

Artikel I  

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In artikel 1 worden de onderdelen e tot en met i verletterd tot f tot en met j en wordt na onderdeel d een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e.

    efro-middelen: middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling;

B

 

Artikel 2, derde lid, komt te luiden:

  • 3.

    De artikelen 7, eerste en tweede lid, 8, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht en op een subsidie op basis van artikel 3, derde en vierde lid, voor zover in de subsidiebeschikking niet anders is bepaald.

C

 

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      Het college verstrekt slechts subsidie op grond van een ingevolge het eerste lid vastgestelde nadere regel, tenzij:

      • a.

        het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

      • b.

        een subsidie op grond van een bijzondere subsidieverordening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of;

      • c.

        het een subsidie betreft die direct voortvloeit uit een beschikking specifieke uitkeringen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Financiële Verhoudingswet of op basis van efro-middelen.

  • 2.

    Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

    • 3.

      Het college kan mandaat verlenen voor het vaststellen van nadere regels als bedoeld in het eerste lid, voor de duur van maximaal een jaar, in geval de nadere regel ziet op de besteding van financiële middelen aangevraagd door het college bij rijk of provincie en verkregen voor activiteiten genoemd in de aanvraag of toekenning en de activiteiten niet subsidiabel zijn op grond van een andere subsidieregeling.

D

 

Artikel 12 komt te luiden:

 

Artikel 12 Aanvullende verplichting voor subsidies die voor meer jaren zijn verleend

De ontvanger van een subsidie die voor meer jaren is verstrekt overlegt jaarlijks voor 1 december de volgende gegevens:

  • a.

    een tussentijdse verantwoording met een verslag waaruit blijkt in hoeverre de beoogde doelstellingen en resultaten van dat jaar worden gerealiseerd en gewenste inhoudelijke bijstellingen voor het komende jaar;

  • b.

    een financieel verslag over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten betreffende dat jaar waaruit tevens blijkt of meer of minder is uitgegeven dan de ontvangen voorschotten;

  • c.

    een verslag met betrekking tot de gevolgen van het financiële resultaat op een al bestaande egalisatiereserve indien het een subsidie betreft die groter is dan 250.000 euro per jaar;

  • d.

    indien noodzakelijk een aangepaste meerjarenbegroting;

  • e.

    de laatste vastgesteld jaarrekening, inclusief het resultaat van de voorschotten en uitgaven, voor zover de rechtspersoon deze verplicht is op te stellen.

E

 

In artikel 13 wordt na ‘groter is dan € 250.000’ ingevoegd ‘per jaar’.

Artikel II  

De toelichting bij de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

In de toelichting op artikel 1 wordt ‘Ad e: eenmalige subsidie’ vervangen door ‘Ad f: eenmalige subsidie’.

 

B

 

In de toelichting op artikel 2 wordt aan de zesde alinea de volgende passage toegevoegd:

 

Hierop kan, naast de uitzonderingen zoals opgenomen in de Awb, een uitzondering worden gemaakt voor middelen die het college heeft aangevraagd voortvloeiend uit een beschikking specifieke uitkeringen zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet, hoofdstuk 3, of op basis van Efro middelen.

 

C

 

Aan de toelichting op artikel 3 wordt de volgende passage toegevoegd:

 

Tweede lid, onder c

 

Het college verstrekt in de regel subsidie op grond van een vastgestelde nadere regel. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor subsidies die de gemeente verleend op grond van specifieke uitkeringen zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet, hoofdstuk 3 en Efro middelen.

De gemeente ontvangt steeds vaker middelen van het Rijk die worden verleend als SPUK, een specifieke uitkering bestemd voor een specifiek doel of specifieke activiteiten. De SPUK vind haar wettelijke grondslag in de Financiële Verhoudingswet en is juridisch gezien een wet, ministeriele regeling of AMvB.

Ten opzichte van een uitkering binnen het stadsdeelfonds heeft de uitwerking binnen een SPUK als gevolg dat een gemeente een aanvraag moet indienen op basis van een activiteitenplan met begroting waarbij de gemeente na beoordeling door het Rijk een beschikking ontvangt.

Het door het Rijk gevraagde activiteitenplan vraagt meer en meer om met “partners” een integrale aanvraag in te dienen. Hoewel dit vanuit integraliteit een begrijpelijke keus is zet dit de gemeente onder druk om de middelen rechtmatig weg te zetten.

De gemeente dient erop toe te zien dat het aanvraagproces transparant is en dat potentiële aanvragers vooraf in staat gesteld worden te participeren in dit proces.

Een voorbeeld hiervan zijn de middelen in het kader van kansrijke wijken waarbij de aanvraag namens een alliantie is ingediend en partners kunnen toetreden aan de alliantie. Met het gezamenlijk opstellen van een aanvraag maakt de partner impliciet aanspraak op financiële middelen.

Deze subsidies kunnen direct op grond van de ASA 2023 worden verleend.

 

Derde lid

 

Binnen de beschikbare middelen vanuit de specifieke uitkeringen, resteert in sommige gevallen een budget dat op basis van onderlinge vergelijking of aanvullende criteria moet worden verdeeld. Om subsidieverlening op een snelle, maar transparante wijze mogelijk te maken wordt mogelijk gemaakt om het vaststellen van de nadere regels om te concretiseren onder welke voorwaarden deze subsidies kunnen worden verleend te mandateren aan de uitvoerende directie.

Hiermee dient echter zeer prudent te worden omgegaan. Het is immers niet aan directies om beleid vast te stellen. In dit geval is hier echter geen sprake van. De toekenning van deze middelen zijn gebaseerd op een aanvraag van de gemeente bij rijk of provincie op basis van beleid en een activiteitenplan van de gemeente waarin activiteiten en doelen zijn omschreven. Hiermee is de beleidsmatige invulling voldoende geborgd. In het geval dat coalitiemiddelen onderdeel uitmaken van de aanvraag of het bestedingsplan worden deze bij de uitvoering betrokken.

 

D

 

De toelichting op artikel 12 komt te luiden:

 

Artikel 12 Aanvullende verplichting voor subsidies die voor meer jaren zijn verstrekt

Dit artikel verplicht de ontvanger van een subsidie die voor meer jaren is verstrekt, jaarlijks voor 1 december de onder a t/m c vermeldde gegevens te overleggen. De jaarrekening moet worden ingediend nadat deze is vastgesteld. Omdat het toevoegen aan een egalisatiereserve slechts kan worden gedaan na vaststelling van de subsidie wordt de ontvanger van een meerjaren subsidie gevraagd in de jaarrekening het verschil van de voorschotten en uitgaven weer te geven voor de jaren waarin geen vaststelling wordt gedaan. De resterende middelen in de jaren, voorafgaand aan de definitieve vaststelling kunnen worden ingezet voor de gesubsidieerde activiteiten in de daarop volgende jaren.

 

E

 

De tweede alinea van de toelichting op artikel 13 komt als volgt te luiden:

 

De ontvanger van een boekjaarsubsidie die groter is dan €250.000 per jaar dient een egalisatiereserve te vormen. Dit betekent dus dat wanneer een subsidie verleend wordt voor vier jaar en de subsidie in totaal meer dan 1 miljoen bedraagt, er een egalisatiereserve moet worden gevormd. In dat geval komt het verschil tussen het vastgestelde subsidiebedrag en de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve. De reserve wordt dus gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen.

Artikel III  

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 januari 2025.

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting  

Algemeen deel

Het college verstrekt in de regel subsidie op grond van een vastgestelde nadere regel. Hierop wordt, door middel van de wijziging van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 in verband met de verlening van specifieke uitkeringen, een uitzondering gemaakt voor subsidies die de gemeente verleend op grond van specifieke uitkeringen zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet, hoofdstuk 3 en Efro middelen.

Naast deze wijziging is er een tekstuele wijziging met betrekking tot de egalisatiereserve.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

C

Tweede lid, onder c

Ten opzichte van een uitkering binnen het stadsdeelfonds heeft de uitwerking binnen een SPUK als gevolg dat een gemeente een aanvraag moet indienen op basis van een activiteitenplan met begroting waarbij de gemeente na beoordeling door het Rijk een beschikking ontvangt.

Het door het Rijk gevraagde activiteitenplan vraagt meer en meer om met “partners” een integrale aanvraag in te dienen. Hoewel dit vanuit integraliteit een begrijpelijke keus is zet dit de gemeente onder druk om de middelen rechtmatig weg te zetten.

Deze subsidies kunnen direct op grond van de ASA 2023 worden verleend. worden in deze regeling verleend onder art. 3 lid 2c als een subsidieverlening op grond van de ASA.

 

Derde lid

Om subsidieverlening op een snelle, maar transparante wijze mogelijk te maken wordt mogelijk gemaakt om het vaststellen van de nadere regels om te concretiseren onder welke voorwaarden deze subsidies kunnen worden verleend te mandateren aan de uitvoerende directie.

Hiermee dient echter zeer prudent te worden omgegaan. Het is immers niet aan directies om beleid vast te stellen. In dit geval is hier echter geen sprake van. De toekenning van deze middelen zijn gebaseerd op een aanvraag van de gemeente bij rijk of provincie op basis van beleid en een activiteitenplan van de gemeente waarin activiteiten en doelen zijn omschreven. Hiermee is de beleidsmatige invulling voldoende geborgd. In het geval dat coalitiemiddelen onderdeel uitmaken van de aanvraag of het bestedingsplan worden deze bij de uitvoering betrokken.

 

D

Artikel 12 Aanvullende verplichting voor subsidies die voor meer jaren zijn verstrekt, verplicht de ontvanger van een subsidie die voor meer jaren is verstrekt, jaarlijks voor 1 december de onder a t/m c vermeldde gegevens te overleggen. Omdat het toevoegen aan een egalisatiereserve slechts kan worden gedaan na vaststelling van de subsidie wordt de ontvanger van een meerjaren subsidie gevraagd in de jaarrekening het verschil van de voorschotten en uitgaven weer te geven voor de jaren waarin geen vaststelling wordt gedaan. De resterende middelen in de jaren, voorafgaand aan de definitieve vaststelling kunnen worden ingezet voor de gesubsidieerde activiteiten in de daarop volgende jaren.

Naar boven