|
Artikel
|
Was
|
Wordt
|
|
2
|
Het college verleent een persoon op verzoek individuele inkomenstoeslag indien hij voldoet aan de voorwaarden als opgenomen in artikel 36 van de Participatiewet, de verordening individuele inkomenstoeslag en de beleidsregels individuele inkomenstoeslag 2020 Steenwijkerland.
|
- 1.
Het college beoordeelt in het individuele geval of belanghebbende uitzicht heeft op inkomensverbetering en daarmee recht heeft op een individuele inkomenstoeslag.
- 2.
Het college dient volgens artikel 36 lid 2 van de wet in ieder geval in beoordeling mee te nemen:
- a.
de krachten en bekwaamheden van belanghebbende; en
- b.
de inspanningen die belanghebbende heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
- 3.
Het college stelt het recht op individuele inkomenstoeslag vast met inachtneming van deze beleidsregels.
|
|
3 (opgespitst in artikel 3 en 4)
|
- 1.
De volgende personen komen gelet op hun krachten en bekwaamheden niet in aanmerking voor een individuele Inkomenstoeslag, omdat zij voldoende uitzicht te hebben op inkomensverbetering:
- a.
personen die op de peildatum
- 1e.
uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen,
- 2e.
studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF) of,
- 3e.
een tegemoetkoming ontvangen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS);
- b.
personen die tijdens de referteperiode een opleiding hebben gevolgd als bedoeld in onderdeel a;
- c.
personen met op de peildatum inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf;
- d.
personen die op de peildatum in aanvulling op hun inkomsten uit arbeid een uitkering van de gemeente Steenwijkerland ontvangen, tenzij:
- 1e.
deze personen medisch uren beperkt zijn, of
- 2e.
bij deze personen naast deze inkomsten uit arbeid geen of een beperkt groeipotentieel is vastgesteld;
- e.
personen die een uitkering ontvangen op grond van het Bbz2004 als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b van het Bbz2004;
- f.
personen die op de peildatum naast hun inkomsten uit arbeid een werkloosheidsuitkering ontvangen van het UWV;
- g.
personen die op de peildatum een werkloosheidsuitkering ontvangen van het UWV;
- h.
personen met een uitkering op grond van de Participatiewet die vanwege hun krachten en bekwaamheden geacht worden binnen 12 maanden betaalde arbeid te vinden.
- 2.
De volgende personen met een uitkering van de gemeente Steenwijkerland die gelet op hun krachten en bekwaamheden geen uitzicht op inkomensverbetering indien:
- a.
zij op de peildatum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, Participatiewet;
- b.
bij hen op de peildatum geen of een beperkt groeipotentieel is vastgesteld;
- c.
zij op de peildatum en in de referteperiode tot de doelgroep van de loonkostensubsidie behoren en in die periode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten.
- 3.
Personen die op de peildatum een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen van het UWV hebben, gelet op hun krachten en bekwaamheden, geen uitzicht op inkomensverbetering indien zij:
- a.
volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; of
- b.
niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn als bedoeld in artikel 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en in de referteperiode:
- 1e.
geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten of,
- 2e.
wel inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten maar in een situatie verkeren vergelijkbaar met personen als bedoeld in het eerste lid onder d ten eerste of ten tweede;
- 4.
Gelet op hun krachten en bekwaamheden hebben geen uitzicht op inkomensverbetering:
- a.
partners, van gehuwden met een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV, die op de peildatum en in de referteperiode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf (hebben) ontvangen;
- b.
personen die op de peildatum uitsluitend inkomsten uit alimentatie of nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontvangen en in de referteperiode geen inkomsten uit arbeid, zelfstandig beroep of bedrijf hebben genoten.
- 5.
In afwijking van de vorige leden komen personen met een uitkering van de gemeente Steenwijkerland of het UWV, die gelet op hun krachten en bekwaamheden geen uitzicht op inkomensverbetering hebben, niet voor een individuele inkomenstoeslag in aanmerking indien zij in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum onvoldoende inspanningen hebben verricht om tot die inkomensverbetering te komen. Hiervan is sprake indien hen in die periode een of meerdere maatregelen zijn opgelegd door het college, een andere gemeente of UWV wegens:
- a.
het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
- b.
schending van een arbeids- of re-integratieverplichting; of
- c.
verwijtbare werkloosheid.
- 6.
Een maatregel wordt niet meegenomen bij de beoordeling als bedoeld in het vijfde lid, indien de maatregel is herzien, omdat uit de houding en gedragingen van de persoon ondubbelzinnig is gebleken dat hij de geüniformeerde arbeidsverplichtingen en de plicht tot arbeidsinschakeling verbonden aan zijn uitkering nakomt.
|
Artikel 3 Uitzicht op inkomensverbetering
- 1.
Uitzicht op inkomensverbetering heeft de belanghebbende die op de peildatum of op enig moment tijdens de referteperiode:
- a.
uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of heeft gevolgd of,
- b.
studiefinanciering (heeft) ontvang(t)(en) op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF) of,
- c.
een tegemoetkoming (heeft) ontvang(t)(en)op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS);
- 2.
Belanghebbende als genoemd in het voorgaande lid heeft geen recht op individuele inkomenstoeslag.
- 3.
Wanneer in een andere situatie dan genoemd in het eerste lid door het college kan worden vastgesteld dat sprake is van uitzicht op inkomensverbetering, dan kan het college eveneens de aanvraag om individuele inkomenstoeslag afwijzen.
Artikel 4 Niet voldoende inspanningen verricht
- 1.
Geen of onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen heeft de belanghebbende verricht die tijdens de referteperiode een maatregel opgelegd heeft gekregen wegens:
- a.
schending van een arbeids- of re-integratieverplichting;
- b.
het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; of;
- c.
verwijtbare werkloosheid.
- 2.
Belanghebbende als genoemd in het voorgaande lid heeft geen recht op individuele inkomenstoeslag.
- 3.
Wanneer in een andere situatie dan genoemd in het eerste lid door het college kan worden vastgesteld geen of onvoldoende inspanningen zijn verricht om tot inkomensverbetering te komen, dan kan het college eveneens de aanvraag om individuele inkomenstoeslag afwijzen.
|
|
4, 5 en 6
|
|
Vernummering van artikelen 4, 5 en 6 naar 5, 6 en 7.
|
|
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,
de secretaris,
Judith de Groot
de burgemeester,
Rob Bats
|
Ondertekening
Steenwijk, 2 september 2025
Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,
de secretaris, de burgemeester,
|