Wijzigingsbesluit Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022

De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

Overwegende dat:

  • -

    De Friese gemeenten per 1 januari 2022 de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 met elkaar zijn aangegaan;

  • -

    Per 1 april 2022 wijzigingen in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn doorgevoerd, die gevolgen hebben voor de afspraken in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022;

  • -

    De wijzigingen van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen uiterlijk 1 juli 2024 in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 moeten zijn doorgevoerd;

  • -

    De portefeuillehouders van de Friese gemeenten in de vergadering van het Portefeuillehoudersoverleg Algemeen en Middelen van 23 december 2023 overeenstemming hebben bereikt over de implementatie van deze wijzigingen;

  • -

    De gemeenteraad op 20 december 2023 een zienswijze heeft gegeven op deze Regeling tot wijziging van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022

  • -

    De gemeenteraad op 19 juni 2024 toestemming heeft verleend tot het wijzigen van de regeling.

Gelet op:

  • -

    hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    de Gemeentewet;

  • -

    afdelingen 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de zienswijze en toestemming die de raden van de aan de regeling deelnemende bestuursorganen hebben verleend voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten

de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 als volgt te wijzigen:

Artikel I Wijzigingen

  • 1.

    Artikel 14 lid 1 inzake het managementoverleg Sociaal Domein wordt gewijzigd in:

    Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit de directeur van de centrumgemeente en directeuren en/of managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten. Een gastgemeente kan zich door een directeur en/of manager van een andere gastgemeente laten vertegenwoordigen.

  • 2.

    Artikel 22 inzake uittreding en opheffing wordt gewijzigd in:

    Artikel 22 Uittreding

    • 1.

      Uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat.

    • 2.

      Uittreding kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan.

    • 3.

      Indien een besluit tot uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredingssplan op te stellen.

    • 4.

      Bij uittreding stelt het portefeuillehoudersoverleg Algemeen & Middelen de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan de centrumregeling gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het portefeuillehoudersoverleg Algemeen en Middelen regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding.

    • 5.

      Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het uittredingsplan, bedoeld in het derde lid.

  • 3.

    Na het nieuwe onder lid 2 genoemde Artikel 22 volgt een nieuw artikel wat luidt:

    Artikel 22a Opheffing

    • 1.

      Opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat.

    • 2.

      Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. Opheffing kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan.

    • 3.

      Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen.

    • 4.

      Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid.

  • 4.

    Artikel 25 inzake de Evaluatie wordt gewijzigd in:

    • 1.

      Jaarlijks wordt in het gemeentesecretarissen overleg, bedoeld in artikel 13, de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven. Eens in de twee jaren organiseert het gemeentesecretarissenoverleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de betrokken gemeenteraden, de portefeuillehouders, de gemeentesecretarissen en de hoofden van het sociaal domein.

    • 2.

      Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt vanaf 1 oktober 2026 tot uiterlijk 1 september 2027 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming die betrekking heeft op artikel 22, onder 2 of 3. Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2027 plaats. De evaluatie wordt door een extern bureau begeleid dan wel uitgevoerd.

Artikel II Slotbepalingen

  • 1.

    Deze gewijzigde regeling treedt in werking op de dag, volgend op de dag waarop de colleges en de burgemeesters van de gemeenten deze regeling op de gebruikelijke wijze bekend hebben gemaakt.

  • 2.

    Het college van de centrumgemeente is belast met de inzending van deze gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Friesland.

  • 3.

    Deze gewijzigde regeling wordt aangehaald als ‘Wijzigingsbesluit Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022’.

Aldus besloten in de vergadering van het college, gehouden op 16 juli 2024.

De burgemeester,

De secretaris,

Naar boven