Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 48670 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 48670 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de Adviesraad Participatiewet Amsterdam
De raad van de gemeente Amsterdam,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 december 2024;
gelet op artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening en artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet;
In deze verordening wordt verstaan onder:
cliënt: de persoon als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet of de ingezetene die geïndiceerd is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening;
wetten: Participatiewet en Wet sociale werkvoorziening.
Met de instelling van de Adviesraad wordt beoogd de kwaliteit van de uitvoering van de wetten te bevorderen en het draagvlak bij de uitvoering te vergroten.
De Adviesraad is bevoegd om vanuit het perspectief van cliënten gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college over de uitvoering van de wetten. Dit betreft in ieder geval de voorbereiding, uitvoering, controle en evaluatie van gemeentelijk beleid, waaronder plannen, projecten en regelgeving.
Het lidmaatschap van de Adviesraad is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad, het college, een bestuurscommissie of enig ander bestuursorgaan van de gemeente of gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt. Ook zijn personen uitgesloten van lidmaatschap die lid zijn van een andere adviescommissie als bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet, of in dienst of in opdracht van de gemeente betrokken zijn bij de uitvoering van de Participatiewet of de Wet sociale werkvoorziening.
Artikel 6 Werving, selectie en benoeming leden
Bij gebrek aan een voordracht door de selectiecommissie benoemt het college een lid zonder voorafgaande voordracht. Het college kan daartoe overgaan als zij herhaaldelijk schriftelijke verzoeken om een voordracht heeft gedaan, en de zittingstermijn van een lid binnen een maand eindigt of als vier maanden zijn verstreken na tussentijdse beëindiging van lidmaatschap.
Degenen wiens lidmaatschap van de Adviesraad of van de Participatieraad Amsterdam onder de Verordening op de participatieraad geëindigd is, kunnen niet worden benoemd.
Het college en de Adviesraad streven naar een gelijke verdeling van de zetels in de Adviesraad tussen cliënten en cliëntenorganisaties, waarbij ten hoogste één zetel per cliëntenorganisatie wordt vervuld. Daarnaast streven zij naar een diverse samenstelling van de Adviesraad qua achtergrond, stadsdeel en stadsgebied, en de doelgroepen van de wetten.
Artikel 9 Onafhankelijk voorzitter
De Adviesraadsvergadering en de periodieke overleggen met het college worden voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter. Dit geldt niet voor overleggen ter voorbereiding op deze periodieke overleggen. Die overleggen kunnen wel worden voorgezeten door de voorzitter als de Adviesraad en het college dat afspreken.
De voorzitter heeft als taak om de vergaderingen te leiden, de processen en procedures te bewaken, erop toe te zien dat de inbreng en belangen van de leden worden meegewogen in de besluitvorming en de adviezen van de Adviesraad en de adviezen aan het college te sturen. Daarnaast bemiddelt de voorzitter in het geval van problemen in de samenwerking tussen leden van de Adviesraad onderling.
Artikel 11 Huishoudelijk reglement
De Adviesraad stelt ten behoeve van zijn werkzaamheden een huishoudelijk reglement vast. Daarin wordt in ieder geval geregeld:
Artikel 12 Afspraken college en Adviesraad
De Adviesraad en het college maken afspraken over in ieder geval:
Artikel 14 Kostenvergoeding leden Adviesraad
Aan de leden van de Adviesraad wordt ten behoeve van hun activiteiten een door het college te bepalen kostenvergoeding toegekend van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedragen per maand en per kalenderjaar.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 29 januari 2025.
De voorzitter
Femke Halsema
De raadsgriffier
Jolien Houtman
Deze verordening is gebaseerd op artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening. In deze artikelen is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin is opgenomen hoe personen die geraakt worden door deze wetten worden betrokken bij de uitvoering daarvan. Er dient in ieder geval geregeld te worden de wijze waarop die personen, of hun vertegenwoordigers:
Deze verordening heeft als doel om de vereiste cliëntenparticipatie vorm te geven. Het is gebruikelijk dat gemeenten dat doen door het instellen van een cliëntenraad of -panel. Er is gekozen voor een cliëntenraad, genaamd Adviesraad Participatiewet Amsterdam, die is vormgegeven als een adviescommissie als bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de Gemeentewet.
Deze verordening heeft voorts als doel om ervoor te zorgen dat de Adviesraad zo goed mogelijk functioneert in het uitoefenen van haar taak. Op basis van ervaringen opgedaan in het verleden met een eerdere cliëntenraad op grond van de bovengenoemde wetsartikelen, en ervaringen van andere gemeenten met soortgelijke cliëntenraden, is ervoor gekozen om de Adviesraad zo veel mogelijk te ontzorgen bij het uitoefenen van haar activiteiten en de juiste randvoorwaarden te scheppen. Hierom dient het college de Adviesraad waar mogelijk te ondersteunen.
Voor de totstandkoming van deze verordening heeft het college op grond van de Algemene inspraakverordening relevante cliëntenorganisaties uitgebreid betrokken en gehoord bij het formuleren van haar uitgangspunten.
Waar in deze verordening bevoegdheden voor het college zijn opgenomen kunnen deze bevoegdheden ook namens het college worden uitgeoefend door directeuren, andere functionarissen, of personen van organisaties buiten de gemeente, als het college deze functionarissen of personen daartoe heeft gemachtigd.
Artikel 2 Instelling en taak Adviesraad
Dit artikel regelt dat cliënten en cliëntenorganisaties rechtstreeks kunnen meepraten over de uitvoering van de wetten door het college, en waarborgt dat er toegang is tot een brede achterban en voldoende deskundigheid om te adviseren over complexe strategische vraagstukken.
In de memorie van toelichting bij de Participatiewet wordt bij artikel 47 door de regering gesproken over de mogelijkheid voor gemeenten om een ‘cliëntenraad- of panel’ op te richten. Er is in artikel 2 van de verordening gekozen voor de benaming ‘Adviesraad Participatiewet Amsterdam’, omdat die benaming de doelstellingen van Participatiewet beter tot uiting brengt. Deze verordening ziet ook op de uitvoering van de vergelijkbare verplichting op grond van de Wet sociale werkvoorziening. Instroom in de Wet sociale werkvoorziening is niet meer mogelijk. Deze groep cliënten wordt in de loop van de tijd kleiner.
Het is de bedoeling dat de Adviesraad ook andere cliënten of hun vertegenwoordigers, en cliëntenorganisaties buiten de Adviesraad betrekt om goede adviezen uit te brengen. Hierom is het van belang dat er goed contact is met relevante personen en organisaties, die door de Adviesraad geraadpleegd kunnen worden. Het college ondersteunt de Adviesraad door te helpen dit contact tot stand te brengen en in stand te houden.
Onder de uitvoering valt ook de dienstverlening door het college aan cliënten.
De Adviesraad is niet bevoegd om te adviseren in individuele gevallen. Voor de behartiging van
belangen van individuele cliënten zijn andere mogelijkheden, zoals het klachtrecht en de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. De Adviesraad kan uiteraard wel signalen van individuele cliënten meenemen in de advisering aan het college.
Artikel 6 Werving, selectie en benoeming leden
Bij de samenstelling wordt gestreefd naar een afspiegeling van het cliëntenbestand.
Artikel 7 Zittingstermijn leden
De mogelijkheid tot herbenoeming is voor één termijn, waardoor na die termijn andere personen in de gelegenheid worden gesteld in de Adviesraad zitting te nemen. Om deze reden kan iemand, na beëindiging van het lidmaatschap van de Adviesraad, of de voorganger daarvan, niet opnieuw lid worden van de Adviesraad.
Artikel 8 Schorsing en intrekking benoeming
Als het vertrouwen in een lid is opgezegd door een meerderheid van de Adviesraad, dan is het de bedoeling dat door een gesprek een serieuze poging gedaan wordt om het onderlinge vertrouwen te herstellen. Het is uiteraard niet de bedoeling dat dit pas het eerste constructief bedoelde gesprek is als sprake is van problemen in de samenwerking. In een dergelijk geval mag worden verwacht dat al in een eerdere fase, voordat het vertrouwen wordt opgezegd door de Adviesraad, een of meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden, gericht op het herstellen van het onderlinge vertrouwen.
Deze bepalingen zorgen ervoor dat de Adviesraad gevraagde adviezen binnen een redelijke termijn uitbrengt. Besluitvorming binnen de gemeente mag niet te lang worden opgehouden omdat de Adviesraad nog geen advies heeft uitgebracht.
Artikel 11 Huishoudelijk reglement
De verordening laat de Adviesraad zo veel mogelijk vrij in haar werkwijze en interne aangelegenheden. Voor het goed functioneren van de Adviesraad is het voor een aantal onderwerpen van belang dat zij zelf op voorhand regelt in een huishoudelijk reglement hoe die georganiseerd zijn. Deze onderwerpen zijn in dit artikel bepaald.
In de aanhef van het artikel wordt gesproken over ‘in ieder geval’. De Adviesraad kan ook andere onderwerpen regelen die haar aangaan.
Artikel 12 Afspraken college en Adviesraad
Voor het functioneren van de Adviesraad is van belang dat de Adviesraad en het college voor een aantal aangelegenheden afspraken maken.
In de aanhef van het artikel wordt gesproken over ‘in ieder geval’. De Adviesraad en het college kunnen ook over andere zaken afspraken maken die zij van belang achten voor een goede samenwerking.
In deze bepaling is vastgelegd dat de Adviesraad tijdig en adequaat geïnformeerd dient te worden, in overeenstemming met artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening.
Het college kan te laat ingediende adviezen van de Adviesraad meewegen in de besluitvorming, maar is daartoe niet verplicht.
Volgens artikel 47 van de Participatiewet moet bepaald worden hoe cliënten en cliëntenorganisaties worden ondersteund zodat zij hun rol effectief kunnen vervullen. Het doel van dit lid is dan ook om te zorgen dat het college de Adviesraad zoveel mogelijk ontzorgt. Uit ervaringen met soortgelijke adviesraden binnen de gemeente en van andere gemeenten blijkt dat het belangrijk is dat dit goed georganiseerd wordt, zodat de Adviesraad zich volledig op haar taak kan richten.
Het college kan voor de evaluatie een extern onderzoeksbureau inschakelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-48670.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.