Gemeenteblad van Leusden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2025, 486644 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2025, 486644 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Leusden 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Kinderopvangorganisatie: een exploitant met rechtspersoonlijkheid die zich bezig houdt met het bedrijfsmatig verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen, zoals bedoeld in de wet, geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) en voldoet aan de kwaliteitseisen en regelgeving;
De subsidie die door de gemeente wordt verstrekt, heeft betrekking op de activiteiten zoals genoemd in artikel 4, 5 en 6 en is bedoeld voor de doelgroep zoals genoemd in artikel 7 van deze subsidieregeling.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Voorschoolse educatie
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien door de kinderopvangorganisatie voldaan wordt aan de kwaliteitseisen van de onderwijsinspectie voor voorschoolse educatie die zijn opgenomen in de kwaliteitskader Vve van de onderwijsinspectie. De kwaliteitseisen staan beschreven in het ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’.
Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening dient de kinderopvangorganisatie minimaal 40 weken per jaar voorschoolse educatie aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van 16 uur per week. Het aanbod voorschoolse educatie is zodanig ingericht dat een peuter vanaf de dag dat het tweeëneenhalf jaar oud wordt in anderhalf jaar ten minste 960 uur voorschoolse educatie kan ontvangen (artikel 2, lid 1, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie).
Het college subsidieert een kindplaats voor ouders met een geïndiceerde vve-peuter die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (artikel 7, lid 1 categorie a.) maximaal 16 uur per week vanaf de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage. De gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de door het college vastgestelde toeslagtabel.
Artikel 6 Subsidiabele Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie
De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie of coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie (artikel 2, lid 2, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie).
De inzet omvat per kindercentrum een minimaal aantal uren per jaar, dat jaarlijks wordt bepaald door het aantal peuters waaraan in het kindercentrum op 1 januari van het betreffende jaar voorschoolse educatie wordt aangeboden te vermenigvuldigen met tien uur. Hierbij worden slechts peuters meegeteld die tussen tweeëneenhalf en vier jaar oud zijn en behoren tot de op grond van artikel 167, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Wet op het primair onderwijs vastgestelde doelgroep.
Artikel 8 Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn
Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag die in aanmerking willen komen voor gemeentelijke toeslag dienen aan de aanvraag bij de aanbieder een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’, recente loonstrook, uitkeringsspecificatie of een inkomensverklaring (voorheen IB60 formulier) van de belastingdienst toe te voegen. De hoogte van het inkomens is nodig voor het bepalen van de ouderbijdrage die in rekening wordt gebracht. Indien ouders weigeren de benodigde documenten aan te leveren komen ze in de hoogste categorie aan ouderbijdragen.
Artikel 11 Hoogte van de subsidie
De subsidienorm inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie wordt berekend over het aantal peuters waaraan in het kindercentrum op 1 januari van het betreffende jaar voorschoolse educatie wordt aangeboden X tien uur x uurtarief van €58,-. Hierbij worden slechts peuters meegeteld die tussen tweeëneenhalf en vier jaar oud zijn en behoren tot de op grond van artikel 167, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, van de Wet op het primair onderwijs vastgestelde doelgroep.
Aan de kinderopvangorganisaties als bedoeld in artikel 1 onder a legt het college de volgende verplichtingen op:
Hiervoor levert de aanbieder voor elk kwartaal van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, per peuter per maand tenminste de volgende informatie aan: betreffend kwartaal, maand, locatie en LRK-nummer; BSN; NAW-gegevens; geboortedatum; inkomen ouders, eerste kind ja/nee, vve-indicatie ja/nee, kinderopvangtoeslag ja/nee, startdatum peuteropvang, (verwachte) einddatum peuteropvang, aantal uren regulier aanbod, aantal uren aanvullend aanbod.
Deze gegevens worden aangeleverd voor zowel reeds geplaatste peuters als voor peuters die een reservering voor peuteropvang in de toekomst hebben bij de aanvrager.
Artikel 13 Verantwoording en vaststelling subsidie
Voor het aanleveren van deze gegevens kan worden gebruikgemaakt van het door de gemeente beschikbaar gestelde monitoringsysteem. De output van de monitor geldt dan als primaire bron voor de subsidievaststelling en verantwoording. De subsidieontvanger is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de gegevens die in de monitor worden ingevoerd.
De subsidie wordt in ieder geval – naast het bepaalde in artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb – geweigerd, indien één van de weigeringsgronden van toepassing is als genoemd in artikel 9 ASV.
Burgemeester en wethouders van Leusden,
R.B. van den Brink
directeur-secretaris
G.J. Bouwmeester
burgemeester
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-486644.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.