Gemeenteblad van Dongen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dongen | Gemeenteblad 2025, 486165 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dongen | Gemeenteblad 2025, 486165 | beleidsregel |
Beleidsregels mantelwonen gemeente Dongen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen;
Gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op artikel 5.1. eerste lid onder a. Omgevingswet;
Gelet op artikel 8.0a tweede lid Besluit kwaliteit leefomgeving
Vast te stellen de ‘Beleidsregels mantelwonen Gemeente Dongen’
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Afhankelijke woonvoorziening: een niet zelfstandige woonvoorziening in de hoofdmassa van een hoofdgebouw, aan- of uitbouw of bijbehorend bouwwerk, al dan niet vrijstaand, behorend bij een hoofdgebouw (dat rechtens mag bestaan), zonder eigen erf of erftoegang.
Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen.
Familieband: de verbondenheid tussen personen die familie van elkaar zijn, wat kan bestaan uit een bloedband of aanverwantschap van eerste- tweede- of derdegraads. Familie in de eerste graad zijn de directe familieleden, namelijk de (schoon)ouders, partner en kinderen van een persoon. Familie in de tweede graad zijn de broers, zussen, grootouders en kleinkinderen van een persoon. Familie in de derde graad zijn de overgrootouders, achterkleinkinderen, ooms en tantes, en neven en nichten.
Huishouden: één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid.
Huisvesting in verband met mantelwonen: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, waarbij sprake is van een familieband met minstens één van de bewoners van de hoofdwoning op het perceel.
Mantelwoonvoorziening: een afhankelijke woonvoorziening in het kader van mantelwonen bij of in een bestaande woning of (bestaand) bouwwerk op het perceel voor één huishouden van maximaal twee personen.
Mantelwonen: een samenwoonvorm voortkomend uit een eerste- of tweede- of derdegraads familieband.
Mantelzorgwonen: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
Pré- mantelzorgwonen: wanneer binnen een termijn van 10 jaar verwacht kan worden dat sprake is mantelzorgwonen.
Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van het omgevingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De gemeente Dongen streeft naar een gemeenschap waarin het voor iedereen prettig wonen en leven is. Het feit dat mensen zichzelf kunnen redden binnen de samenleving is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Dit is een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid: het kan alleen als we het samen doen. De gemeente stimuleert daarom dat iedereen vanuit zijn eigen mogelijkheden en talenten een bijdrage levert aan zijn of haar omgeving. Op die manier dragen we bij aan ‘samenredzaamheid’: het vermogen van mensen om zich zoveel mogelijk te redden met behulp van hun sociale netwerk, zoals familie, buren en vrienden.
Wonen in de gemeente Dongen is erg fijn en dat willen we graag behouden. De laatste jaren is het steeds lastiger geweest om voor iedereen een passende woonplek te realiseren. Er is een tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen, wat de druk op de woningmarkt vergroot. Gemeente Dongen kent al geruime tijd regelingen voor het realiseren van een woonvoorziening voor (pré)mantelzorg. Een belangrijke voorwaarde bij mantelzorg is dat er sprake is van intensieve zorg of ondersteuning, aangetoond door een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of ander sociaal-medisch adviseur. Tegelijkertijd zien we een groeiende behoefte aan het samen wonen in elkaars nabijheid, zónder dat er direct sprake is van zorg. Dit noemen we mantelwonen in plaats van mantelzorg. Deze vorm van wonen biedt ruimte voor verbondenheid, onderlinge ondersteuning en een groter gevoel van veiligheid, ook wanneer er nog geen zorgvraag is. Daarnaast biedt mantelwonen woningzoekenden een extra mogelijkheid om zelfstandig te kunnen wonen.
In het coalitieakkoord van de gemeente Dongen en in de door de gemeenteraad vastgestelde Woonzorgvisie Dongen 2024-2028 is verwoord dat de gemeenteraad op zoek wil gaan naar vernieuwende en creatieve oplossingen om de markt voor bestaande woningen open te breken. Er moeten voor elke doelgroep woningen komen. Op 3 juli 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel “Versterking regie volkshuisvesting” aangenomen. Met deze wet wordt het makkelijker om een mantelzorg- of familiewoning op het eigen erf te plaatsen. Dit geldt ook voor tijdelijke woningen voor volwassen kinderen die nog geen betaalbare woning kunnen vinden. Met deze beleidsregels voor mantelwonen kunnen we hier nu al op inspelen, door deze woningen via een omgevingsvergunning mogelijk te maken.
Met deze beleidsregels wordt beoogd om het realiseren van een mantelwoning bij een bestaande woning tijdelijk mogelijk te maken. Dit biedt de mogelijkheid om in kleine kring, binnen familie, zorg te dragen voor elkaar en samen op één bouwperceel te wonen. Het biedt een kans voor jongvolwassenen in de gemeente Dongen om zelfstandig te wonen. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om in aanloop naar mantelzorg eerder bij elkaar te wonen en ondersteuning te geven.
Binnen de gemeente Dongen zijn meerdere alternatieve woonvormen mogelijk. Enkele woonvormen liggen met de definitie dichtbij elkaar. Graag maken wij het verschil onderstaand duidelijk:
Mantelwonen is een variant op mantelzorg. Voor mantelwonen hoeft geen sprake te zijn van intensieve zorg en hoeft ook geen verklaring overlegd te worden. Het gaat bij mantelwonen veel meer om omkijken naar elkaar, elkaar helpen en ondersteunen zonder dat het direct om intensieve zorg gaat. Het gaat om familie (uit een eerste– tweede- of derdegraads familieband): zoals (groot)ouders die samen met hun volwassen kinderen wonen en zo over en weer elkaar helpen en naar elkaar omzien. Ook pré-mantelzorgwonen kan onder mantelwonen worden geschaard. Bij pré-mantelzorg is (nog) geen verklaring nodig. Kortom, mantelwonen is gericht op het faciliteren van een tijdelijke woonvorm aan een familielid in de eerste, tweede of derde graad.
Deze beleidsregels zijn niet bedoeld voor de realisatie van microwoningen, flexwoningen, tiny houses etc. Bij mantelwonen ligt er een relatie met de gebruiksmogelijkheden van het bouwperceel als ook de relatie tussen de personen die op het bouwperceel wonen. Het beleid van mantelwonen richt zich naast het wonen ook op de sociale aspecten zoals het faciliteren van nabuurschap en omkijken naar elkaar.
Vanuit het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Dongen volgen regels voor wat betreft het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Uit deze regelgeving volgt een maximaal aantal toegestane vierkante meters voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken of gelijkluidende bouwwerken op een bouwperceel. De grootte van de mantelwoonvoorziening moet passen binnen de in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan gestelde totaal toegestane bouwoppervlakte voor bijbehorende bouwwerken of gelijkluidende bouwwerken, met een maximale oppervlakte van 80 m2 voor de mantelwoonvoorziening.
Daarnaast zijn regels opgenomen over het gebruik van gronden opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Dongen. Hierbij is het noodzakelijk dat het binnen de aangewezen gronden toegestaan is om te wonen.
Voor het plaatsen van een mantelwoonvoorziening wordt een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de maximale duur van tien jaar. Verlenging van deze periode is niet mogelijk maar bij een wijziging in de situatie, bijvoorbeeld omdat er een behoefte is aan intensieve zorg, kan opnieuw een vergunning worden aangevraagd.
3. Voorwaarden vergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) zoals bedoeld in artikel 5.1 eerste lid onder a. Omgevingswet jo. artikel 8.0a lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving, ten behoeve van een mantelwoning wordt verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden.
De omgevingsvergunning is niet overdraagbaar. De ontheffing voor het gebruik van een mantelwoonvoorziening is een persoonsgebonden ontheffing en hangt samen met de familierelatie zoals genoemd in punt 6 tussen de hoofdbewoners en de bewoners van de mantelwoonvoorziening. Vervalt de relatie door verhuizing, overlijden of andere oorzaken, dan vervalt ook de ontheffing voor het gebruik van de mantelwoonvoorziening. Alle woonvoorzieningen (keuken, badkamer en toilet) in het bijbehorende bouwwerk dienen te worden verwijderd.
Er dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dus een goede ruimtelijke, milieutechnische en stedenbouwkundige inpassing. Dat wil zeggen dat de gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden niet onevenredig mogen worden belemmerd en dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige toename van verkeer- en parkeerdruk. Ook dient er sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Het college komt de bevoegdheid toe om in afwijking van het bovenstaande maatwerk toe te passen. Wanneer een aanvraag voor het realiseren en/of gebruiken van een mantelwoonvoorziening niet voldoet aan de voorwaarden onder 3.1 wordt de aanvraag uitgebreider beoordeeld. Hiermee wordt bedoeld een uitgebreidere belangenafweging waarbij het college een individuele belangenafweging maakt. Hierbij wordt mede een belang gehecht aan:
Aldus vastgesteld op 4 november 2025,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen,
De secretaris, De burgemeester,
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden waarin verschillende wet- en regelgeving is gebundeld. Gemeenten krijgen meer eigen regie en moeten zelf bouwregels opstellen. Deze regels worden vastgelegd in een omgevingsplan. In het omgevingsplan legt de gemeente ook de regelgeving rondom mantelzorgwoningen vast. Deze regelgeving is thans opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bij de totstandkoming van dit beleid is aansluiting gezocht bij de regels over mantelzorg zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
In tegenstelling tot mantelzorg wordt het bij mantelwonen niet noodzakelijk geacht dat sprake is van intensieve zorg en een verklaring van een deskundige hierover. Er is gekozen om deze intensieve zorg en de noodzakelijke verklaring los te laten. Hiervoor is onder andere gekozen, omdat daarmee de mogelijkheid ontstaat om tijdelijk te wonen bij een familielid die ondersteuning nodig heeft, zonder dat er sprake hoeft te zijn van intensieve zorg. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om pré-mantelzorg. Pré-mantelzorg biedt de mogelijkheid om dichtbij iemand te wonen die zorg nodig heeft, maar nog niet in aanmerking komt voor een mantelzorgverklaring.
In de gemeente Dongen willen we mantelwonen toestaan in geval van eerste-, tweede- en derdegraads familieband. Ouders kunnen hierdoor bijvoorbeeld langer zelfstandig blijven wonen in hun vertrouwde omgeving en volwassen kinderen kunnen zelfstandig wonen. Het is niet de bedoeling om huisvesting aan willekeurige derden te verlenen, die toevallig om woonruimte verlegen zitten. Dat gaat immers voorbij aan het doel van mantelwonen (onderlinge relatie). Bovendien leidt wonen in familieverband in het algemeen tot minder onenigheid en overlast.
De omgevingsvergunning is persoonsgebonden. Indien de familieband vervalt door verhuizing, overlijden of andere oorzaken, dan vervalt ook de omgevingsvergunning voor de mantelwoonvoorziening.
Het bouwwerk wordt geacht passend te zijn onder het (tijdelijk deel) omgevingsplan. Het gebruik dient passend te zijn binnen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij wonen volgens het (tijdelijk deel) omgevingsplan is toegestaan op het bouwperceel. De gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden mogen niet onevenredig worden belemmerd. Ook mag het niet leiden tot onevenredige belemmering(en) voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de natuur-, milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
De toegestane oppervlakte voor de mantelwoning wordt ingekaderd door enerzijds de bouwvoorschriften van het (tijdelijk deel) omgevingsplan, anderzijds door de specifieke regelingen voor mantelzorgwoningen. De regeling voor mantelwonen is immers een gebruiksvoorschrift en niet een extra bouwmogelijkheid. Door de oppervlakte te begrenzen blijft er ook nog ruimte over voor “reguliere” bijgebouwen zoals een schuur of een garage. Dat betekent zowel binnen als buiten de bebouwde kom een maximale oppervlakte van 80 m2. Een dergelijke oppervlakte biedt in het kader van mantelwonen voldoende ruimte voor de huisvesting van maximaal twee personen.
Een mantelwoonvoorziening is een tijdelijke, persoonsgebonden voorziening. Zodra de mantelwoonbehoefte komt te vervallen, vervalt ook de mogelijkheid om het betreffende bijgebouw te bewonen. Alle woonvoorzieningen (keuken, badkamer en toilet) in bijbehorende bouwwerken dienen te worden verwijderd.
Artikel 10.23 Omgevingsbesluit biedt de mogelijkheid voor een tijdelijke ontheffing. Het college verleent een tijdelijke omgevingsvergunning voor een mantelwoonvoorziening voor de duur van maximaal 10 jaar. Na die periode dient een heroverweging plaats te vinden. Mogelijk dat er op dat moment wel sprake is van een intensieve zorgrelatie en dus een mantelzorgindicatie. Op dat moment kan een afwijking voor een mantelzorgwoning worden aangevraagd. Als daarvan geen sprake is, kan een nieuwe persoonsgebonden omgevingsvergunning worden aangevraagd. Indien de mantelwoonvoorziening komt te vervallen, krijgt het gebouw weer de functie van bijgebouw bij de woning. Mede daarom is de ruimte voor mantelwonen beperkt tot de reguliere bouwmogelijkheden en betreft het geen uitbreiding van de bouwmogelijkheden. Dat betekent dus dat het gebouw zelf gewoon mag blijven, maar alleen niet langer gebruikt mag worden voor bewoning. Dit betekent dat ook de keuken- en badkamerfaciliteiten onbruikbaar gemaakt moeten worden of verwijderd moeten worden.
Een mantelwoonvoorziening is altijd een afhankelijke voorziening bij een bestaande woning, nooit een zelfstandige woning of een opmaat daartoe. Het beleid voor mantelwonen is immers niet bedoeld om zomaar overal extra woningen te realiseren. Zeker in het buitengebied is het toevoegen van extra woningen aan strenge voorwaarden verbonden. Een mantelwoonvoorziening kan dan ook niet als zelfstandige woning worden verkocht. Ook dient er in alle gevallen sprake te zijn van één bouwperceel. Dus geen aparte inrit/erftoegang of andere vormen van erfsplitsing. Een mantelwoonvoorziening telt ook niet mee als zelfstandige woning in de gemeentelijke woningvoorraad. Een mantelwoonvoorziening wordt wel geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en kan, indien daar behoefte aan is een tijdelijk huisnummer krijgen. De persoon die de mantelwoonvoorziening gaat bewonen dient ingeschreven te staan in de Basisregistratie Personen (BRP) op het betreffende adres en na vervallen van het mantelwonen ook te worden uitgeschreven.
Ook moet de voorziening voldoen aan alle daartoe geldende eisen uit wet- en regelgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Let op, indien er een gebruiks-, verhuur- of onderverhuur overeenkomst tussen partijen wordt afgesloten, kan dat privaatrechtelijk verstrekkende gevolgen hebben met betrekking tot bijvoorbeeld huurbescherming, hypotheekvoorwaarden en fiscale aspecten. Hierover dienen partijen zich goed te laten informeren door een jurist of notaris.
Mantelwonen bij een (agrarische) bedrijfswoning
De regeling voor mantelwonen richt zich in eerste aanzet op reguliere burgerwoningen in het stedelijk gebied of het buitengebied. Mantelwonen bij een (agrarische) bedrijfswoning is niet op voorhand uitgesloten maar dit vraagt wel extra zorgvuldigheid. We zijn terughoudend met het toestaan van woonfuncties op het bedrijventerrein en het bewonen van een bedrijfswoning hangt altijd direct samen met de noodzakelijkheid vanuit de ter plekke aanwezige bedrijfsactiviteiten en daarmee samenhangende bedrijfsvoering.
In hoeverre een mantelwoonvoorziening daarin past moet per geval worden bezien. Daarnaast dient er te worden onderzocht of omliggende bedrijfsactiviteiten niet worden belemmerd, bijvoorbeeld als een mantelwoonvoorziening wordt gerealiseerd in een bijgebouw en die daardoor maatgevend wordt voor de hindercontouren van omliggende bedrijven. Ook moet er specifiek aandacht worden besteed aan het woon- en leefklimaat. Een mantelwoonvoorziening is niet toegestaan in bedrijfsbebouwing en een mantelwoonvoorziening is niet bedoeld voor de huisvesting van medewerkers of (tijdelijke) werknemers.
Omdat het in alle gevallen gaat om een afhankelijke woonvoorziening vindt er geen toetsing plaats aan bedrijfsactiviteiten van het eigen bedrijf, met dien verstande dat er in alle gevallen wel sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat. Denk daarbij aan aspecten zoals geluid, geur, fijnstof en dergelijke.
Een mantelwoonvoorziening kan niet worden gerealiseerd bij een recreatiewoning of andere tijdelijke woonvoorziening die niet als permanent hoofdverblijf kan worden aangemerkt.
Persoonsgebonden voor maximaal 2 personen
Een ontheffing voor een mantelwoonvoorziening is altijd persoonsgebonden voor de eigenaar van het perceel. De basis voor een mantelwoonvoorziening ligt immers bij de familieband tussen een van de hoofdbewoners en de bewoner van de mantelwoonvoorziening. Deze vervalt zodra een van de partijen verhuist, komt te overlijden, er sprake is van behoefte aan mantelzorg (met bijbehorende indicatie) of op een andere wijze komt te vervallen. Zoals gezegd is het beleid voor mantelwonen niet bedoeld voor willekeurige huisvesting of zelfstandige bewoning. Daarnaast is een mantelwoonvoorziening bedoeld als kleinschalige voorziening voor maximaal twee personen. Het beleid voor mantelwonen is niet bedoeld voor woongroepen of collectieve woonvormen. Ook daarvoor gelden andere afwegingskaders.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en passend in de omgeving
Hoewel tijdelijk en afhankelijk, dient er bij het toestaan van een mantelwoonvoorziening sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en dient de voorziening te passen in de omgeving.
De gebruiksintensiteit van een mantelwoonvoorziening zal immers anders zijn dan bij een mantelzorgvoorziening. Zo zal de gebruiker van een mantelwoonvoorziening veelal beschikken over een eigen auto en meer zelfstandig wonen. Daarom dient de hoofdwoning te beschikken over voldoende parkeergelegenheid conform het parkeerbeleid en mag er geen sprake zijn van aantasting van het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen. Ook kan er in sommige gevallen sprake zijn van een nadere milieutechnische toetsing. Zeker daar waar het gaat om bewoning van een bijgebouw op een bedrijventerrein of in het buitengebied. In sommige gevallen kan dat betekenen dat er een extra ruimtelijke onderbouwing of nader milieuonderzoek moet worden aangeleverd.
Beleidsregel pre-mantelzorg vervalt
Omdat de beleidsregels voor mantelwonen ruimere mogelijkheden bieden dan de Beleidsregel pre-mantelzorg kan deze laatste vervallen en wordt deze vervangen door de Beleidsregels mantelwonen gemeente Dongen.
In de Omgevingswet en in het Besluit bouwwerken leefomgeving is geregeld onder welke voorwaarden een mantelzorgwoning vergunning vrij kan worden gebouwd. Het verkrijgen van een medische verklaring is dan een vereiste. Dit is belangrijk omdat toezicht en handhaving vaak pas achteraf plaatsvindt: als de (al dan niet vergunning vrije) mantelzorgwoning al is gerealiseerd. Daarom is het goed om vooraf duidelijk te zijn in de noodzaak van deze medische verklaring. Wordt er geen medische noodzaak aangetoond dan is geen sprake van een vergunning vrije situatie en is een omgevingsvergunning nodig. Onderstaand zijn de verschillen tussen mantelzorg en mantelwonen in tabelvorm weergegeven.
Samengevat gaat het beleid uit van twee sporen:
Heb je een medische verklaring? Dan is in veel gevallen een mantelzorgwoning vergunning vrij te realiseren en te gebruiken zolang de zorg duurt. De voorwaarden die hiervoor gelden staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De technische bouwregels voor een mantelzorgwoning staan in het Bbl.
Heb je geen medische verklaring? Dan kun je een omgevingsvergunning aanvragen voor een mantelwoning waarbij we de gebruiksmogelijkheid van een bijbehorend bouwwerk of inpandige voorziening verruimen voor de duur van maximaal 10 jaar. Hierbij gelden de voorwaarden zoals opgenomen in deze beleidsregel. De technische bouwregels waar de woonvoorziening aan dient te voldoen, staan in het Bbl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-486165.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.