Beleidsregels tijdelijke (pré)mantelzorgwoningen

Het college van b en w van de gemeente Bronckhorst;

 

gelezen het voorstel van het college van b en w van 13 oktober 2025;

 

gelet op het Mantelzorgbeleid 2024-2027;

 

Besluit:

 

  • 1.

    de beleidsregels tijdelijke (pré)mantelzorgwoningen vast te stellen.

  • 2.

    de raad hier over te informeren volgens bijgaande actieve informatievoorziening.

  • 3.

    onze inwoners hierover te informeren door middel van bijgaand persbericht.

Inleiding

 

In Bronckhorst vinden wij het belangrijk dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Mantelzorg draagt hieraan bij. Een mantelzorgwoning vergemakkelijkt het mantelzorgen. Uiteraard blijft een goede ondersteuning van de mantelzorger hierbij onmisbaar, dit staat beschreven in ons Mantelzorgbeleid 2024-2027.

 

Het was al mogelijk om tijdelijke mantelzorgwoningen te plaatsen in het geval van een mantelzorgsituatie. In deze beleidsregels bieden we ook de mogelijkheid om een tijdelijke pré- mantelzorgwoning te plaatsen. Dit draagt eraan bij dat onze inwoners langer thuis kunnen blijven wonen, ook in ons buitengebied. Bovendien kunnen onze inwoners al voordat de intensieve mantelzorgsituatie speelt bij elkaar in de buurt wonen, waardoor zij rustig aan de nieuwe situatie kunnen wennen.

 

Het realiseren van een tijdelijke (pré-)mantelzorgwoning is niet voor iedereen en in alle omstandigheden een reële mogelijkheid (bijvoorbeeld wanneer er geen tuin is bij een woning). Maar bij de situaties dat dit wel kan, willen we als gemeente graag zorgvuldig op deze behoefte inspelen, met oog voor de verschillende belangen. In deze beleidsregels hebben we uitgewerkt hoe we hieraan invulling geven.

 

Beleidsregels tijdelijke (pré-)mantelzorgwoningen

1.1 definities

  • 1.

    Mantelzorgwoning: een zelfstandige woonruimte op het terrein van een bestaande woning, bedoeld voor iemand die zorg nodig heeft of voor de mantelzorger zelf. Dit kan een nieuwe woning zijn of een bestaand bijgebouw dat is aangepast voor zorgdoeleinden. De mantelzorgwoning is een tijdelijke woning, gekoppeld aan de mantelzorgverlening.

  • 2.

    Pré-mantelzorgwoning: een zelfstandige woonruimte op het terrein van een bestaande woning, bedoeld om te anticiperen op een toenemende zorgvraag. Dit kan een nieuwe woning zijn of een bestaand bijgebouw dat is aangepast voor toekomstige zorgdoeleinden. De pré-mantelzorgwoning is een tijdelijke woning, gelijk aan een mantelzorgwoning, gekoppeld aan de te verwachten of toenemende zorgvraag of toekomstige mantelzorgsituatie.

  • 3.

    Hoofdwoning: bestaand gebouw waar permanente bewoning op grond van het omgevingsplan toegestaan is.

  • 4.

    Zelfstandige wooneenheid (met een eigen huisnummer en voordeur): een woonruimte welke een eigen toegang heeft (eventueel via een centrale hal) en welke door één huishouden kan worden bewoond en beschikt over de wezenlijke voorzieningen zoals sanitair, kookgelegenheid en wasgelegenheid. De (pré-)mantelzorgwoning krijgt de toevoeging ‘m’ aan het huisnummer van de hoofdwoning.

  • 5.

    Nul-tredenwoning: wooneenheid die tevens geschikt is voor mensen met lichte lichamelijke functiebeperkingen. Uitgangspunt is dat de basisfuncties (woonkamer, keuken, douche, wc en minimaal één slaapmogelijkheid) gelijkvloers en rolstoel toe- en doorgankelijk zijn.

  • 6.

    Mantelzorg: zorg en ondersteuning die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met fysieke, verstandelijke of (sociaal)psychische beperkingen in hun familie, huishouden of anderszins sociale netwerk. Het gaat om bovengebruikelijke hulp, die in redelijkheid verder gaat dan mag verwacht worden van partners, ouders, kinderen of andere huisgenoten en omvat tevens huishoudelijke werkzaamheden.

  • 7.

    Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent aan de mantelzorgontvanger.

  • 8.

    Mantelzorgontvanger: een persoon die mantelzorg ontvangt van de mantelzorger.

  • 9.

    Mantelzorgverklaring (indicatie): De indicatie bestaat uit een verslag van het gesprek dat de sociaal-consulent voert met de inwoner. Hieruit blijkt dat er sprake is van een mantelzorgsituatie of een pré-mantelzorgsituatie.

1.2 reikwijdte en toepassingsbereik beleidsregels

In deze beleidsregels kennen we het volgende onderscheid:

 

  • 1.

    Mantelzorgwoning: in de situatie van een intensieve zorgrelatie en ondersteuning. In deze situatie is de tijdelijke woning in principe vergunningsvrij. De gemeente Bronckhorst hanteert hierbij de wet- en regelgeving zoals geldt voor mantelzorgwoningen en de voorwaarden zoals beschreven in het vigerende mantelzorgbeleid van de gemeente Bronckhorst.

  • 2.

    Pré-mantelzorgwoning in de situatie van een progressieve ziekte, leidend tot mantelzorg binnen afzienbare termijn. Deze situatie behandelen we hetzelfde als mantelzorg. In deze gevallen is dus een mantelzorgverklaring vereist. De gemeente Bronckhorst hanteert hierbij de wet- en regelgeving zoals geldt voor mantelzorgwoningen en de voorwaarden zoals beschreven in deze beleidsregels.

  • 3.

    Pré-mantelzorgwoning als gevolg van het bereiken van de AOW-leeftijd. Dit wordt gezien als een tijdelijke woning als bedoeld in de beleidsregels tijdelijke woningen. In deze situatie is een vergunning voor afwijking van de regels van het omgevingsplan vereist (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) waarbij afgewogen wordt aan de hand van de voorwaarden uit deze beleidsregels voor pré-mantelzorgwoningen.

  • 4.

    Overige situaties waarbij een extra (tijdelijke) woning aangevraagd wordt op een perceel. De beleidsregels voor pré mantelzorgwoningen zijn hier niet van toepassing. Getoetst wordt aan het regulieren beleid voor tijdelijke woningen.

1.3 relatie mantelzorg en (pré-)mantelzorgwoningen

De voorwaarden voor tijdelijke pré-mantelzorgwoningen zijn gelijk aan de voorwaarden voor tijdelijke mantelzorgwoningen. Een tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan immers een tijdelijke mantelzorgwoning worden. De zorgvrager of de mantelzorger kan hier alvast gaan wonen vóór het aanbreken van de zorgrelatie.

1.4 werkingsgebied

Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning voor zover deze afwijken van het geldende omgevingsplan en zien op:

  • a.

    het tijdelijk gebruik van een bestaand bijgebouw voor huisvesting in verband met mantelzorg of anticiperend op mantelzorg op een particulier terrein.

  • b.

    het tijdelijk plaatsen van een (pré-)mantelzorgwoning op een particulier terrein.

2.1 toetsingskader

Een bijgebouw voor huisvesting in verband met mantelzorg of anticiperend op de mantelzorgsituatie is mogelijk indien en voor zover:

  • 1.

    er sprake is van een mantelzorg of pre-mantelzorgsituatie. Aangetoond wordt dat de (pré-)mantelzorger gelet op de (nauwe) sociale relatie (op termijn) in de (intensieve) zorgbehoefte van (pre-)mantelzorgontvanger kan en zal voorzien;

  • 2.

    de tijdelijke woning voorziet in de huisvesting van één huishouden bestaande uit maximaal 2 personen (het huishouden van de (pre-)mantelzorger of van de (pre-)mantelzorgontvanger);

  • 3.

    de nieuwe situatie voldoet aan de noodzakelijke (bouw)technische eisen (Bbl) om in te wonen;

  • 4.

    indien er een nieuwe tijdelijke woonruimte wordt geplaatst er geen grotere oppervlakte wordt gebruikt dan 100 m²;

  • 5.

    een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de tijdelijke woning is gegarandeerd, hetgeen wordt aangetoond. Het in gebruik nemen van een bestaand bijgebouw voor huisvesting in verband met pre-mantelzorg mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening/evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

  • 6.

    een veilige en beheersbare situatie in verband met calamiteiten is gegarandeerd. De (pre-)mantelzorgwoning moet bereikbaar zijn voor hulpdiensten;

  • 7.

    de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen en geen afbreuk wordt gedaan aan een veilige verkeerssituatie;

  • 8.

    Indien de (pré-)mantelzorgrelatie tussen bewoner(s) en hoofdbewoner(s) vervalt of de zorgvraag wegvalt dient de tijdelijke (pré-)mantelzorgwoning worden verwijderd. In het geval van een (pré-)mantelzorgsituatie in een permanent (vrijstaand) bijbehorend bouwwerk moeten de woonvoorzieningen (zoals keuken of badkamer) binnen twee maanden verwijderd zijn, zodanig dat er geen sprake meer is van een zelfstandige woning. Een tijdelijke (pré-)mantelzorgunit dient binnen zes maanden te worden verwijderd.

2.2 toepassingsbereik

  • 1.

    De tijdelijke (pré-) mantelzorgwoning dient te voldoen aan geldende wet- en regelgeving.

  • 2.

    Er dient sprake te zijn van een sociale relatie tussen de bewoner(s) van de tijdelijke (pré-)mantelzorgwoning en de hoofdwoning op het perceel.

  • 3.

    Bewoning van de tijdelijke (pré-)mantelzorgwoning is toegestaan door maximaal twee personen waarvan tenminste één persoon beschreven aan de voorwaarden uit dit beleid voldoet.

  • 4.

    De tijdelijke (pre-)mantelzorgwoning is persoons- en locatiegebonden.

  • 5.

    De bewoners van de tijdelijke (pré)mantelzorgwoning worden op het adres van die woning ingeschreven in, conform de Basis Registratie Personen (BRP) en krijgen een ‘toevoeging m’, gebaseerd op het huisnummer van de hoofdwoning. De initiatiefnemer moet dit aanvragen.

3.1 hardheidsclausule

Indien vanwege omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze beleidsregel zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze beleidsregel.

3.2 handhaving

Ons college behoudt zich het recht voor om bestuursrechtelijk op te treden wanneer en voor zover er niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden uit dit beleid of dat het gebruik van de (pré-)mantelzorgwoning voor een ander doel dan bedoeld in dit beleid is aangewend.

4 inwerkingtreding

De beleidsregels treden in werking op de dag na de dag van bekendmaking.

Naar boven