Aanwijzingsbesluit automotivebranche ‘s- Gravelandsepolder en Spaanse Polder als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam,

 

gelet op:

  • artikel 2:40l en artikel 2:40m van de Algemene plaatselijke verordening Schiedam 2013;

  • artikel 1, vierde lid, van de Beleidsregels aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten gemeente Schiedam 2017;

    gezien:

  • het aanwijzingsbesluit van 6 juni 2023 betreffende de aanwijzing van de automotivebranche in de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit;

  • de bestuurlijke rapportage “Vergunningplicht Automotive Branche” van 30 september 2022;

overwegende dat:

  • de automotivebranche op het bedrijventerrein in de ‘s- Gravelandsepolder en Spaanse Polder in 2023 is aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:40l en artikel 2:40m van de Algemene plaatselijke verordening Schiedam 2013, (hierna: APV) en dat dit aanwijzingsbesluit afloopt op 1 november 2025;

  • de openbare orde en het woon- en leefklimaat in het gebied een lange tijd onder druk heeft gestaan en er sprake was van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat, hetgeen in 2014 geresulteerd heeft in een gezamenlijke aanpak met onder andere de gemeente Rotterdam;

  • de vergunningplicht in Rotterdam en Schiedam voort is gekomen uit voornoemde gezamenlijke aanpak;

  • de automotivebranche landelijk gezien bekend staat om het aantrekken van criminele netwerken en fungeert als facilitator wat ten koste gaat van de bonafide ondernemers in zowel diezelfde sector als in het gebied;

  • in de beleidsregels is bepaald dat voor de aanwijzing van een gebieds of bedrijfsmatige activiteit een strikt toetsingskader geldt, dat wordt onderbouwd door middel van een rapportage;

  • dat een dergelijke actuele rapportage ontbreekt, aangezien de vergunningcyclus nog gaande is en een met cijfers onderbouwde evaluatie derhalve nog niet kan worden gemaakt;

  • het op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht mogelijk is om af te wijken van de beleidsregels indien strikte toepassing hiervan tot onevenredige gevolgen voor de leefbaarheid en veiligheid in gebied zou leiden;

  • de ingezette maatregelen binnen de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder verdere borging en continuïteit behoeven;

  • de vergunningverleningscyclus nog in volle gang is, waardoor een met cijfers onderbouwde evaluatie (nog) niet mogelijk is;

  • voortzetting van de vergunningplicht noodzakelijk is voor een goede afronding, borging en evaluatie van de vergunningplicht an sich en in het bijzonder ter verdere borging van de vanaf 2014 ingezette maatregelen;

  • de vergunningplicht een effectief middel is ter beïnvloeding en versterking van de ingezette maatregel tot het revitaliseren / herinrichten van het gebied en deze revitalisering nog in volle gang is en de inzet van andere instrumenten in het gebied geen uitkomst bieden;

  • met het in standhouden van een vergunningplicht in dit gebied een instrument voorhanden blijft om ondermijnende activiteiten en /of het faciliteren daarvan in dit gebied te weren en de vestiging van bonafide ondernemers en de verdere economische ontwikkeling te stimuleren;

  • alvorens de vergunningplicht in werking is getreden een groot aantal vergunningplichtige ondernemers is vertrokken;

  • de vergunningplicht gezien het vertrek van een groot aantal ondernemers een effectief middel is;

  • voorkomen moet worden dat malafide ondernemers na afloop van de huidige vergunningplicht (per 1 november 2025) terugkeren of zich vestigen;

  • de vergunningverleningscyclus ook in Rotterdam nog niet is afgerond, de vergunningplicht daar geen einddatum kent, bekend is dat ondernemers recentelijk hun bedrijfsvoering hebben gestaakt, bekend is dat recentelijk aanvragen om een vergunning zijn geweigerd en dit alles een reëel risico vormt op het zogeheten waterbedeffect welke met de verlenging van de vergunningplicht wordt voorkomen;

besluit vast te stellen:

Aanwijzingsbesluit automotivebranche ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit 2025.

Artikel 1  

In dit besluit wordt verstaan onder:

Automotive: activiteit die in ieder geval bestaat uit het bedrijfsmatig of in een omvang dat zij bedrijfsmatig is, tegen betaling verrichten van reparaties, verbeteringen of andere handelingen aan auto’s anders dan door de fabriek in oorsprong aangebracht en zoals het voertuig fabrieksmatig is afgeleverd.

Artikel 2  

De automotivebranche in de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder wordt aangewezen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in artikel 2:40l van de Algemene plaatselijke verordening Schiedam 2013.

Artikel 3  

Dit besluit treedt in werking op 1 november 2025 en geldt tot 1 november 2027.

Artikel 4  

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit automotivebranche ‘s- Gravelandsepolder en Spaanse Polder 2025.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Schiedam op 28 oktober 2025.

Burgemeester en wethouders van Schiedam,

de secretaris,

C.E. Bos

de burgemeester,

H.M. Bergmann

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na bekendmaking daarvan een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam, Postbus 1501, 3100 EA te Schiedam.

Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste bevatten:

  • Naam en adres van belanghebbende

  • De dagtekening

  • Een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht

  • De gronden van het bezwaar

  • Een volmacht, indien het bezwaar niet door de belanghebbende maar door een ander, namens hem, wordt ingediend.

U wordt verzocht een kopie van het besluit waartegen het bezwaar is gericht mee te zenden.

 

U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen via het webformulier op de pagina: https://www.schiedam.nl/a-tot-z/bezwaarschrift-indienen.

 

Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen opschortende werking.

De indiener van het bezwaarschrift kan, als onverwijlde spoed dat - gelet op de betrokken belangen - vereist, eveneens een voorlopige voorziening vragen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Rotterdam, Postbus 50951, 3007 BM te Rotterdam.

 

Algemene toelichting

In de artikelen 2:40l en m van de APV (Tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat) is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente een gebied, branche of gebouw kan aanwijzen indien de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid in of rondom het gebied onder druk komt te staan. Doel van deze bevoegdheid is het opwerpen van een barrière, zodat malafide ondernemers zich er minder makkelijk kunnen vestigen of daar minder makkelijk gevestigd kunnen blijven en de kans op meer bonafide ondernemers juist wordt vergroot. Inzet van deze bevoegdheid kan een belangrijke bijdrage leveren aan de vergroting van de leefbaarheid in het gebied en het tegengaan van risico’s voor de openbare orde in dat gebied. De vergunningplicht maakt het mogelijk dat de burgemeester kan beoordelen of bedrijven binnen een gebied of branche de openbare orde of de leefbaarheid in een gebied door hun (ondermijnende, meer onzichtbare) wijze van exploitatie onder druk zetten. Daarmee is de vergunningplicht een middel om de openbare orde en de leefbaarheid binnen een gebied of branche te verbeteren en te waarborgen. Met het behouden van een vergunningplicht en de daarbij behorende levensgedrag- en Bibob-toetsen behoudt de gemeente de mogelijkheid malafide ondernemers te weren uit het aangewezen gebied.

 

Het in standhouden van een vergunningsplicht voor de automotive branche in het gebied is noodzakelijk om sterker, efficiënter en met groter effect te kunnen interveniëren dan alleen op individuele situaties. De problematiek beperkt zich niet tot een of meer panden, maar speelt binnen de hele Spaanse Polder en ‘s-Gravelandsepolder. Met de vergunningplicht voor het gehele gebied, wordt een vorm van geografische verplaatsing binnen het gebied en daarmee de clustering van de problematiek tegengegaan. De aanwezigheid van automotive bedrijven in de Spaanse Polder en ’sGravelandsepolder die de openbare orde en de leefbaarheid onder druk zetten, moet als zodanig worden tegengegaan, om de algehele openbare orde en de leefbaarheid aldaar te verbeteren.

 

De vergunningplicht staat niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van een brede aanpak. Met een intensieve samenwerking met meerdere partners in de veiligheids- en leefbaarheidsketen wordt het hele gebied aangepakt en gerevitaliseerd. Dit wordt gedaan door o.a. vernieuwing en herontwikkeling van panden en kavels, verbetering van de wegenstructuur en het stimuleren van een gedifferentieerd aanbod aan bedrijven, maar ook door ongewenste activiteiten, waaronder criminaliteit, integraal aan te pakken (repressief). Deze aanpak heeft tot doel een structureel veilig en bedrijfseconomisch integer gebied te creëren met een transparante bedrijvenstructuur waar criminele activiteiten en/of misstanden direct worden aangepakt en voorkomen.

 

Vanuit verschillende onderzoeken komt het landelijke beeld naar voren dat de automotive branche criminele netwerken aantrekt. Het strippen van auto’s, het verkopen van gestolen goederen, fraude met schadeherstel van auto’s en btw-fraude zijn voorbeelden hoe criminelen misbruik maken van deze branche. Meer specifiek wordt op basis van open bronnen en interviews door Mehlbaum1 aangenomen dat de autobedrijven in het gebied Holsteiner2 betrokken zijn bij een breed scala aan criminele activiteiten en andere vormen van regelovertreding. De automotive branche vormt daarbij een schakel in de georganiseerde criminaliteit. Bedrijven in deze branche dienen als middel om geld te kunnen witwassen, zijn faciliterend voor diverse vormen van criminaliteit en tonen afgeschermd/anoniem crimineel gedrag.

 

Dit beeld is de afgelopen twee jaar niet gewijzigd, niet in zijn algemeenheid en ook niet in het bijzonder ten aanzien van dit gebied. Dat er zowel aan Rotterdamse als aan Schiedamse zijde veel bedrijven zijn vertrokken, wordt gezien als een bevestiging. De motivering van het aanwijzingsbesluit d.d. 6 juni 2023 is dan ook nog onverminderd van kracht.

 

In mei 2014 is door de Driehoek besloten tot een integrale, structurele en projectmatige aanpak van de bedrijventerreinen Spaanse Polder en ’s Gravelandsepolder in de gemeente Rotterdam en Schiedam (project Holsteiner). Voor het project Holsteiner geldt de doelstelling: ‘door middel van een projectmatige aanpak structureel veilige en bedrijfseconomisch integere gebieden met een transparante bedrijvenstructuur bewerkstelligen, continueren en waar nodig (vermoedelijke) criminele activiteiten en/of misstanden door middel van integrale samenwerking voorkomen, verstoren en aanpakken’. Voorafgaand aan het besluit van de Driehoek+ is de problematiek in de ’sGravelandsepolder en Spaanse Polder in opdracht van het RIEC geanalyseerd en op basis van deze analyse zijn de criminaliteitsvormen drugs en witwassen geprioriteerd. In de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder is sprake van ondermijnende activiteiten, in die zin dat ondernemingen en voorzieningen worden misbruikt voor criminele activiteiten waarvan de oorsprong veelvuldig te vinden is in de handel van verdovende middelen en witwassen.

 

Voor wat betreft de cijfers voor de rapportage van 2023 gelden de volgende gegevens. De politie Eenheid Rotterdam heeft in 2022 een analyse uitgevoerd van de automotive branche in de Spaanse Polder. In de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder waren in de analyseperiode meer dan 201 unieke bedrijven gevestigd in de automotive branche. Van 52 bedrijven zijn 245 incidenten bekend, waaronder incidenten met betrekking tot witwassen en de handel in verdovende middelen. Er zijn 41 aandachtvestigingen op 12 ondernemingen en 60 ondernemingen komen voor in het landelijk opsporingssysteem voor de recherche en intelligence. Er zijn 30 verdachte transacties geconstateerd bij 16 ondernemingen.

 

Aan de bedrijven waren in de analyseperiode 211 unieke personen verbonden die actief zijn als eigenaar van een onderneming in de automotive branche. Van alle eigenaren hebben 73 personen in totaal 441 antecenten, onder meer op het gebied van de Opiumwet, vermogen en de Wet wapens en munitie. Er zijn op 62 eigenaren 204 aandachtvestigingen. In totaal zijn 179 eigenaren 805 maal gekoppeld aan een incident, zoals heling, bezit vuurwapens, drugs en witwassen. In het landelijk opsporingssysteem komen 129 eigenaren voor in recherche onderzoeken. Bij 30 eigenaren zijn 154 verdachte transacties vastgesteld. Aan de bedrijven zijn 63 B.V. ’s verbonden als eigenaar. Van deze B.V. ’s komen er 18 voor in het landelijke opsporingssysteem.

 

In de ’s-Gravelandsepolder en Spaanse Polder waren vanaf 2019 40 bedrijven betrokken bij strafrechtelijke onderzoeken. In 20 onderzoeken betroffen het bedrijven in de automotive branche. Vanaf 2022 waren er 36 signalen voor operationeel overleg, waarvan 15 zaken op bedrijven in de automotive branche. Er zijn vanaf 2021 18 incidenten geweest met betrekking tot de handel in verdovende middelen en excessief geweld. Bij 8 incidenten waren bedrijven in de automotive branche betrokken. Er zijn 158 opslaglocaties voor drugs ontmanteld, waarvan 19 locaties bij de automotivebedrijven.

 

De eindtermijn, 1 november 2025, is in zicht waardoor het van belang is om te bepalen of een nieuw aanwijzingsbesluit moet worden vastgesteld.

 

De geldende termijn van twee jaar voor het aanwijzingsbesluit is ontoereikend om de werking van de maatregel adequaat te evalueren. De vergunningprocedures, met name wanneer een Bibob-toetsing vereist is, vergen aanzienlijke tijd. De gemiddelde doorlooptijd van een Bibob-toetsing bedraagt zes tot negen maanden. Daarbij komt dat ondernemers niet direct bij aanvang van de vergunningplicht een aanvraag indienen, waardoor handhaving pas later op gang komt. Tot op heden is de vergunningsprocedure nog niet volledig afgerond en is er weinig ervaring opgedaan met toezicht op de vergunningsvoorschriften. Hierdoor ontbreekt een actuele rapportage die normaliter als onderbouwing dient voor een nieuw aanwijzingsbesluit conform de beleidsregels.

 

Ondanks het ontbreken van een volledige rapportage zijn de eerste effecten van de maatregel positief. Er zijn aanwijzingen dat malafide bedrijven het gebied hebben verlaten, wat heeft bijgedragen aan een verbeterde leefbaarheid en veiligheid. In Rotterdam, waar de vergunningplicht zonder eindtermijn geldt, is geen sprake van terugkeer van geweerde bedrijven. In Schiedam bestaat echter het risico dat bedrijven na afloop van de termijn terugkeren of dat er een waterbedeffect optreedt vanuit Rotterdam. Een nieuw aanwijzingsbesluit van de vergunningplicht is daarom noodzakelijk om deze effecten te bestendigen en verdere criminele inmenging te voorkomen.

 

Het nemen van een nieuw besluit vóór afloop van de eerste termijn wijkt af van het beleid. Op grond van artikel 4:84 Awb kan hiervan worden afgeweken indien strikte toepassing van de beleidsregel leidt tot onevenredige gevolgen voor belanghebbenden. In dit geval zou het niet tijdig nemen van een nieuw besluit leiden tot het vervallen van de vergunningplicht, met als gevolg dat malafide bedrijven zich opnieuw kunnen vestigen in het gebied. Dit is onwenselijk en staat haaks op het doel van de maatregel.

 

Gelet op het voorgaande is het geven van een cijfermatige onderbouwing voor het nogmaals aanwijzen van het gebied op dit moment niet beschikbaar. Om afronding van de vergunningcyclus en het doen van een goede evaluatie mogelijk te maken, alsmede om te voorkomen dat de tot nu toe merkbare positieve effecten teniet worden gedaan, wordt ervoor gekozen om, onder verwijzing naar artikel 4:84 van de Awb, af te wijken van de beleidsregels.

Naar boven