Verordening op de heffing en de invordering van de begrafenisrechten Bunschoten 2026

De raad van de gemeente Bunschoten;

 

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 juli 2025, nr. 1225027a;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

"Verordening op de heffing en de invordering van de begrafenisrechten Bunschoten 2026"

(Verordening begrafenisrechten Bunschoten 2026)

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen Memento Mori en De Akker;

  • b.

    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • -

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • -

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • -

      het doen verstrooien van as;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • d.

    kindergraf: een particulier graf bestemd voor het begraven van het lijk van een kind van maximaal 12 jaar oud;

  • e.

    particuliere urnenkelder: een grafkelder, waarvoor voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • f.

    algemene urnenkelder: een grafkelder bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

  • g.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • h.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • i.

    strooiveld: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde tijd het recht is verleend as te doen verstrooien.

  • j.

    grafrust voor onbepaalde tijd: bij het verlenen van grafrecht voor particuliere graven bestaat deze mogelijkheid, waarbij niet is afgesproken wanneer de grafrust eindigt.

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • a.

    het lichten van een lijk op rechterlijk gezag;

  • b.

    het begraven van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

  • 2.

    De vergoeding, als bedoeld in artikel 1.a.2 van de tarieventabel wordt bekendgemaakt door middel van een gedagtekende kennisgeving.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving.

  • 2.

    Indien de kennisgeving wordt toegezonden, moeten de rechten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening begrafenisrechten Bunschoten 2025" van 24 oktober 2024 en zover laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening begrafenisrechten Bunschoten 2026".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van

25 september 2025.

de griffier,

Drs. E. Hoogstraten

de voorzitter,

J.L. Geurts

Tarieventabel behorende bij de Verordening begrafenisrechten Bunschoten 2026

 

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf voor een periode van 60 jaar wordt geheven

 

- voor kindergraven (tot en met 12 jaar)

€ 4.290,00

- voor volwassenengraven

€ 8.580,00

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf voor een periode van 30 jaar wordt geheven

 

- voor kindergraven (tot en met 12 jaar)

€ 2.145,00

- voor volwassenengraven

€ 4.290,00

1.3

Voor het verlengen van het onder 1.1 en 1.2 vermelde recht met 20 jaar wordt geheven

 

- voor kindergraven (tot en met 12 jaar)

€ 1.430,00

- voor volwassenengraven

€ 2.860,00

1.4

Voor het verlengen van het onder 1.1 en 1.2 vermelde recht met 10 jaar wordt geheven

 

- voor kindergraven (tot en met 12 jaar) 

€ 715,00

- voor volwassenengraven

€ 1.430,00

1.5

Voor het tussentijds verlengen van de uitgiftetermijn tot tenminste de grafrustperiode van 10 jaren, in die situatie dat de resterende termijn van de reeds uitgegeven grafperiode niet aan deze termijn voldoet, wordt het tarief berekend naar het aantal jaren waarvoor tussentijdse verlenging plaatsvindt, vermenigvuldigd met 1/10 deel van het in 1.4 vermelde bedrag. Op verzoek kan het tussentijds verlengen van de uitgiftetermijn ook plaatsvinden voor een langere periode van 11 tot maximaal 20 jaren. In die gevallen wordt het tarief berekend naar het aantal jaren waarvoor tussentijdse verlenging plaatsvindt, vermenigvuldigd met 1/20 deel van het in 1.3 vermelde bedrag.

 

1.6

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particuliere urnenkelder voor een periode van 60 jaar wordt geheven

€ 8.580,00

1.7

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particuliere urnenkelder voor een periode van 30 jaar wordt geheven

€ 4.290,00

1.8

Voor het verlengen van het onder 1.6 en 1.7 vermelde recht met 20 jaar wordt geheven

€ 2.860,00

1.9

Voor het verlengen van het onder 1.6 en 1.7 vermelde recht met 10 jaar wordt geheven

€ 1.430,00

1.10

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een verstrooiingsplaats voor een periode van 60 jaar wordt geheven

€ 4.290,00

1.11

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een verstrooiingsplaats voor een periode van 30 jaar wordt geheven

€ 2.145,00

1.12

Voor het verlengen van het onder 1.10 en 1.11 vermelde recht met 20 jaar wordt geheven

€ 1.430,00

1.13

Voor het verlengen van het onder 1.10 en 1.11 vermelde recht met 10 jaar wordt geheven

€ 715,00

1.14

Voor het ter beschikking stellen voor een periode van 20 jaar voor een algemeen graf, urnenkelder of verstrooiingsplaats wordt geheven

€ 1.430,00

 

Hoofdstuk 1a Grafrecht voor onbepaalde tijd

1.a.1

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf voor onbepaalde tijd wordt geheven

€ 14.300,00

Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar kindergraven of volwassengraven.

 

1.a.2

Bij het vestigen van een uitsluitend recht op een particulier graf voor onbepaalde tijd bestaat aanspraak op vergoeding van 1% van het tarief genoemd in 1a.1 voor elk geheel jaar niet verstreken grafrecht voor bepaalde tijd voor het particuliere graf dat gevestigd is op grond van hoofdstuk 1 van deze tarieventabel.

 

 

Hoofdstuk 2 Begraven

2.1

Voor het begraven van een lijk van een persoon ouder dan 12 jaar wordt geheven

€ 556,00

2.2

Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven

€ 139,00

2.3

Voor het begraven van een lijk van een kind van 12 jaar of jonger wordt geheven

€ 278,00

2.4

Tenzij de begraving in het belang van de openbare orde of gezondheid door de burgemeester mocht worden gelast, wordt voor het begraven op buitengewone uren het recht, bedoeld in 2.1., 2.2., 2.3. verhoogd met

€ 346,00

2.5

Onder buitengewone uren wordt verstaan:  

  • a.

    Op werkdagen de uren voor 08.00 uur en na 16.00 uur;

  • b.

    Op zaterdag de uren voor 10.00 uur en na 15.00 uur.

Voor het begraven op de tweede kerstdag indien deze valt op een zaterdag of op een dinsdag zal het in 2.4. vermelde recht niet worden geheven.

Goede vrijdag en de dag waarop Koningsdag wordt gevierd, worden niet als een werkdag beschouwd.

 

 

Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen

3.1

Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:

 

3.1.1

in een urnenkelder

€ 278,00

3.1.2

in een particulier graf

€ 278,00

3.1.3

in een algemeen graf

€ 278,00

3.2

Tenzij het bijzetten van een asbus of urn in het belang van de openbare orde of gezondheid door de burgemeester mocht worden gelast, wordt voor het bijzetten asbus of urn op buitengewone uren het recht, bedoeld in 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3 verhoogd met

€ 346,00

3.3

Onder buitengewone uren wordt verstaan:

  • a.

    Op werkdagen de uren voor 08.00 uur en na 16.00 uur;

  • b.

    Op zaterdag de uren voor 10.00 uur en na 15.00 uur.

Voor het bijzetten van asbussen of een urn op de tweede kerstdag indien deze valt op een zaterdag of op een dinsdag zal het in 3.2. vermelde recht niet worden geheven.

Goede vrijdag en de dag waarop Koningsdag wordt gevierd, worden niet als een werkdag beschouwd.

 

 

Hoofdstuk 4 Lijkschouwing

4.1

Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven

€ 103,00

 

Hoofdstuk 5 Inschrijven en overboeken van eigen graven

5.1

Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven in een daartoe bestemd register wordt geheven

€ 2,90

 

Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen, verstrooien

6.1

Voor het opgraven van een lijk of overblijfselen van een lijk en het na opgraving opnieuw begraven in hetzelfde graf wordt geheven (samenvoegen)

€ 466,00

6.2

Voor het na opgraving weer opnieuw begraven in een ander graf wordt boven het recht als bedoeld in hoofdstuk 2 geheven

€ 466,00

6.3

Voor het ruimen van een graf op verzoek van de belanghebbende wordt geheven

€ 466,00

6.4

Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven:

 

6.4.1

uit een particulier of algemeen graf

€ 233,00

6.4.2

uit een particuliere of algemene urnenkelder

€ 233,00

6.5

Bij het weer terugplaatsen van de asbus wordt geheven

€ 233,00

6.6

Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:

 

6.6.1

uit een particulier of algemeen graf

€ 271,00

6.6.2

uit een particuliere of algemene urnenkelder

€ 271,00

6.6.3

op een verstrooiingsplaats

€ 271,00

6.7

Voor het verzorgen van een naamsvermelding bij het Collectieve Algemeen Graf (vast tarief)

€ 140,00 (v)

6.8

Voor het plaatsen van een herinneringsblaadje bij de Troostboom (vast tarief)

€ 50,00 (v)

 

Behorende bij raadsbesluit van 25 september 2025.

 

De griffier van Bunschoten,

Drs. E. Hoogstraten

Naar boven