Vaststelling Omgevingsvisie gemeente Kerkrade 2050

De raad van de gemeente Kerkrade;

overwegende,

  • dat iedere gemeente voor 1 januari 2027 dient te beschikken over een Omgevingsvisie;

  • dat het geldende gemeentelijk strategisch ruimtelijk beleid, bestaande uit de structuurvisie Kerkrade 2010-2020 (2011) met een uitwerking in de drie stadsdeelvisies voor Kerkrade-West, Kerkrade-Oost I, Kerkrade-Noord en -Oost II (2011-2014), zijn dienst heeft bewezen maar aan vervanging toe is;

  • dat met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 de reikwijdte bij het afwegen van belangen bij nieuwe plannen en ontwikkelingen is verbreed ten opzichte van de oude wet- en regelgeving. Er dient in samenhang naar de fysieke leefomgeving te worden gekeken;

  • dat de nieuwe visie een dynamisch strategisch document is dat beter zal aansluiten op de steeds sneller veranderende maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen. Naar verwachting zal de Omgevingsvisie regelmatig (in iedere raadsperiode) moeten worden geactualiseerd waarbij de beleidscyclus en monitoring een belangrijke rol zullen vervullen;

  • dat de ontwerp “Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt“ met het participatieverslag en de Omgevingseffectrapportage (hierna afgekort met OER) van 6 juni tot en met 17 juli 2025 ter inzage heeft gelegen. Er in totaal 14 reacties en zienswijzen zijn ontvangen binnen de ter inzage termijn en daarmee ontvankelijk. De beantwoording van de zienswijzen en of dit heeft geleid tot aanpassing van de Omgevingsvisie en OER is opgenomen in de Nota van zienswijzen;

  • dat de commissie MER een advies heeft uitgebracht op het OER behorende bij de ontwerp Omgevingsvisie. De belangrijkste aanbevelingen, waaronder het opnemen van een beschrijving van de passende beoordeling voor de nabijgelegen Natura-2000 gebieden, het toevoegen van een confrontatie van de vier verhaallijnen (meergeneratiestad, leefbare stad, werkende stad en klimaatbestendige stad), een uitgebreidere beschrijving van de (Eu)regionale context en het toevoegen van een monitoringsplan, in voorliggende Omgevingsvisie met het bijbehorende OER zijn verwerkt;

kennis genomen hebbende van,

  • de nota van toelichting, nr. 25Tl059, behorende bij dit besluit;

  • de beraadslagingen in de raadscommissie Grondgebied en economische zaken d.d. 8 oktober 2025

gelet op,

  • programma: Wonen, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing;

  • gemeentelijk/regionaal beleidskader: nieuw strategisch beleidskader voor de fysieke leefomgeving;

  • wetsartikel: 3.1 Omgevingswet en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, zoals voorgeschreven in artikel 16.26 van de Omgevingswet en artikel 10.7, lid 1 en 2, van het Omgevingsbesluit;

besluit:

Artikel I

De “Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt” (met bijbehorende bijlagen) vast te stellen

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

Met de vaststelling van de “Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt”, vervallen de volgende beleidsdocumenten: de structuurvisie Kerkrade 2010-2020 (2011), stadsdeelvisie Kerkrade-West (2011), stadsdeelvisie Kerkrade Oost I (2012), stadsdeelvisie Kerkrade Noord en Oost II (2014) en de intergemeentelijke structuurvisie Parkstad Limburg (2009).

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op 7 november 2025.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 4 november 2025.

De voorzitter van de raad, dr. T.P. Dassen-Housen.

De griffier, mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Bijlage A

Omgevingsvisie gemeente Kerkrade

Voorwoord

Beste lezer,

Stel je onze stad voor over 25 jaar. Kerkrade is dan een nog levendigere, toekomstbestendige gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. De straten zijn groen, de voorzieningen zijn dichtbij en het bruisende stadsleven is goed in balans met de natuur. We hebben de kracht van onze rijke geschiedenis en identiteit nog beter gecombineerd met innovatieve, duurzame oplossingen. Het erfgoed is zorgvuldig bewaard, maar Kerkrade heeft zich tegelijkertijdweten te ontwikkelen tot een stad die klaar is voor de toekomst.

Deze toekomst is geen droom, maar een visie die we samen met onze inwoners, bedrijven,maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen hebben vormgegeven. Het resultaat van dit gezamenlijke proces is de Omgevingsvisie van Kerkrade, die de richting aangeeft voor de komende 25 jaar. De visie is niet zomaar een beleidsdocument, maar een strategiedie ons helpt de juiste keuzes te maken voor de fysieke leefomgeving, voor iedereen die hier woont, werkt of recreëert.

Het is belangrijk dat iedere inwoner van Kerkrade zich kan identificeren met de bestuurders en het beleid dat we voeren. Vertrouwen in het gemeentebestuur is essentieel voor het succes van deze visie. We willen dat onze gemeenschap zich betrokken voelt bij de veranderingen die op ons afkomen, zodat iedereen zich gehoord voelt en trots kan zijn op de keuzes die we maken.

In de toekomst willen we Kerkrade ontwikkelen rondom vier belangrijke thema’s:

  • a.

    Een leefbare stad waar je altijd voorzieningen in de buurt hebt en het goed toeven is;

  • b.

    Een werkende stad waar wonen en werken hand in hand gaan, waardoor de stad zowel economisch als sociaal groeit;

  • c.

    Een meergeneratiestad, die geschikt is voor zowel jongeren als ouderen, zodat iedereen zich thuis voelt, ongeacht de leeftijd;

  • d.

    Een klimaatbestendige stad die zich harmonieus in het landschap voegt en die zijn natuurlijke schoonheid weet te behouden voor de komende generaties.

Deze visie vormt de basis voor concrete plannen en projecten die we de komende 25 jaar willen realiseren. Maar het is belangrijk dat we deze plannen blijven ontwikkelen in samenspraak met onze gemeenschap, zodat Kerkrade een plek blijft waar mensen zich verbonden voelen, trots zijn op hun stad en waar we samen bouwen aan een duurzame en prettige toekomst.

Dus, stel je voor: Kerkrade in 2050. Een stad die niet alleen trots is op haar verleden, maar ook vol vertrouwen naar de toekomst kijkt. Een stad waar iedereen zich welkom voelt, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt. Waar we samen de balans hebben gevonden tussen groei, behoud en leefbaarheid. Daarom is gekozen voor de titel: ‘OmgevingsvisieKerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt’. Dit is de stad die we willen zijn,en samen maken we deze toekomst waar.

Namens het college wensen wij u veel leesplezier toe.

Met vriendelijke groet,

Wethouder Ruimtelijke Ordening

Nicolle Heijltjes

Hoofdstuk 1 Kerkrade als unieke gemeente

Kerkrade is een middelgrote stad met 45.485 inwoners. De stad heeft veel te bieden, zoals de prijswinnende dierentuin GaiaZOO, het moderne VIE, een prachtig voetbalstadion aan d elevendige Rodaboulevard met winkels en horecagelegenheden. Kerkrade is ook rijk aan cultuur en geschiedenis, met de oude Abdij Rolduc, Discovery Museum en het enige stuwmeer van Nederland. Daarnaast bevinden zich in de buurten een aantal parels, zoals Schacht Nulland, mijnkolonie Hopel en de Botanische Tuin.

Kerkrade ligt in de Stadsregio Parkstad Limburg en grenst aan Heerlen, Landgraaf en de Duitse steden Herzogenrath en Aken. De grensligging met Duitsland speelt een belangrijke rol in de stad. Een voorbeeld hiervan is de twee kilometer lange grens bij de Nieuwstraat/Neustraße, met (vooroorlogse) bebouwing aan beide zijden. Of denk aan het Eurode Business Center (EBC), het eerste grensoverstijgende dienstencentrum met een landsgrens dwars door het gebouw.

1.1 Een blik op de geschiedenis en de toekomst

Kerkrade is in de Middeleeuwen ontstaan als kleine nederzettingen dichtbij agrarische ontginningen. Nog steeds zijn een aantal van de belangrijke routes door Kerkrade (de historische linten) en de verschillende buurtcentra (dorpskernen) herkenbaar vanuit deze tijd. Het is ook waar dat we veel cultuurhistorische elementen kunnen zien in de vorm van kerken, kapellen, kruizen en enkele hoeves.

Na een lange rustige periode met heel beperkte groei, heeft de mijnbouw gezorgd voor flinke veranderingen. De Zuid-Limburgse grond is altijd een vindplaats van bodemschatten geweest. Sinds de middeleeuwen wordt er steenkool gewonnen in Kerkrade. Vanaf begin twintigste eeuw heeft de steenkoolwinning het gezicht van Kerkrade definitief veranderd. De stad groeide exponentieel meteen vijftal mijnen, bijbehorende mijnkoloniën voor de nieuwe werknemers en nieuwe spoorlijnen. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw groeide het aantal inwoners verder, ontstonden nieuwe woonbuurten en werden veel woningen gebouwd, waaronder portieketagewoningen en hoogbouwflats.

Na het sluiten van de mijnen, ruim vijftig jaar geleden, zijn diverse terreinen in korte tijd getransformeerd tot woon-, werk- of groengebied. Kerkrade is inmiddels met name een woon- en werk gemeentemet prachtige natuur. De ingrediënten voor een goede en gezonde leefomgeving zijn voorhanden, maar er is ook de pijn over het abrupte einde van de mijnbouw en alle sociaaleconomische problematiek die dat teweeg heeft gebracht. De afgelopen dertig jaar stonden in het teken van bevolkingsdaling en economische achteruitgang. Er waren weinig mogelijkheden om te investerenen tot een nieuw perspectief te komen. Maar het tij keert, het aantal banen en bedrijfsvestigingen neemt toe, er is steeds meer vraag naar woningen en door migratie groeit geleidelijk debevolking. Allemaal trends die kansen geven om weer te investeren, plannen te maken en vooruit te kijken. In die dynamiek is een Omgevingsvisie cruciaal, omdat we nu kunnen beslissen hoe we de trends naar onze hand kunnen zetten om het Kerkrade te maken waar we graag blijven wonen, werken en recreëren.

De kernkwaliteiten van Kerkrade

Bij het werken aan de toekomst is dat wat we willen behouden ook van belang. Bij het omschrijven van wat Kerkrade tot een bijzondere gemeente maakt, springen een viertal kenmerken, in dit gevalhistorische kwaliteiten, in het oog. Kwaliteiten die Kerkrade maken tot het wat het is, maar die ons ook handvatten geven om voorbij problemen aan oplossingen te werken.

  • a.

    Kerkrade beschikt over een unieke, hoogkwalitatieve natuur en landschap en daarbij behorend watersysteem in het hart van de stad. Een stad rondom een vallei, met grote hoogteverschillen, mooie waterpartijen en daarmee fraaie uitzichten is uniek in Nederland. Natuur is overal in de stad dichtbij en biedt veel kansen voor recreatie en gezondheid van inwoners en bezoekers. Deze natuur is de belangrijkste randvoorwaarde om in Kerkrade gezond en toekomstbestendig te kunnen leven.

  • b.

    Kerkrade bestaat van oudsher uit diverse buurten verbonden door een lintenstructuur. Voortborduren op deze structuur biedt kansen voor toegankelijke voorzieningen dicht bij huis. Veel buurten hebben een eigen middelpunt dat is ingebed in een lange geschiedenis en cultuur.

  • c.

    De groei in de mijnbouwperiode betekende ook een sterke woon-werk identiteit. Wie werkte in Kerkrade woonde daar ook. Ondernemers en werknemers waren zeer betrokken bij het reilen en zeilen van de stad, waardoor lokale verbanden en het verenigingsleven nog steeds sterk zijn.

  • d.

    De snelle groei van de mijnen, betekende ook een snelle groei van de bevolking. Met in die tijd een krachtige bevolking die voor het grootste gedeelte bestond uit jonge, werkende mensen.

Deze vier kwaliteiten hebben zoals beschreven een sterke relatie met het verleden, maar we zien ook dat precies deze kwaliteiten door trends en ontwikkelingen onder druk staan. In de Omgevingsvisie Kerkrade werken we om weer terug naar de kwaliteit te gaan. Niet vanuit een historiserende werkwijze,maar om historie en kwaliteit te benutten voor een toekomstbestendig Kerkrade.

afbeelding binnen de regeling

1.2 Omgevingswet en Omgevingsvisie

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Deze wet heeft als doel om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit te bereiken en in stand tehouden. Daarom zijn gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie vast te stellen voor 2027. De Omgevingsvisie is vormvrij en vervangt de huidige structuurvisie en bijbehorende stadsdeelvisies. Hieronder is opgesomd welke visiestukken vervallen:

  • Structuurvisie Kerkrade 2010-2020 (2011)

  • Stadsdeelvisie Kerkrade West (2011)

  • Stadsdeelvisie Kerkrade Oost I (2012)

  • Stadsdeelvisie Kerkrade Noord en Oost II (2014)

De structuur- en stadsdeelvisies hebben hun diensten bewezen maar zijn aan vernieuwing toe. De Omgevingsvisie is de langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving en helpt om de juiste afwegingen te maken en zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte. De Omgevingsvisie Kerkrade bevat een integraal en samenhangend kader waarin alle thema’s met betrekking tot de fysiekeleef omgeving behandeld worden: wonen, mobiliteit, water, bodem, natuur en landschap, economie, energietransitie, circulariteit, gezondheid, klimaat, veiligheid, erfgoed, recreatie en toerisme etc.

De Omgevingsvisie geeft aan welke ontwikkelingen de gemeente wil stimuleren en welke kwaliteiten zij wil beschermen. De visie is een stip op de horizon richting 2050 voor de gemeente Kerkrade. De maatschappij, technologie en geopolitiek veranderen snel en kunnen onvoorspelbaar zijn. Hierdoor kan de gemeente niet op alle ontwikkelingen van tevoren inspelen. Integenstelling tot de structuurvisie is de Omgevingsvisie een dynamisch document. Dat wil zeggen geen actualisatie om de tien jaar, maar een document dat vaker kan en moet worden bijgesteld. Bijvoorbeeld om de vier jaar of voor een bepaald (maatschappelijk) vraagstuk of gebied. Voor deze bijstelling kunnen programma’s of andere instrumenten, zoals regelingen of samenwerkingsovereenkomsten worden ingezet. Het vaststellen van programma’s, een omgevingsplan of andere instrumenten vindt plaats binnen de kaders van deze Omgevingsvisie. Hiermee borgen we de juridische en beleidsmatige samenhang. Daarbij is wel van belang dat de stip op de horizon voor Kerkrade blijft staan. Het werken met de beleidscyclus is een belangrijk onderdeel vanuit de Omgevingswet om de juridische en beleidsmatige samenhang te waarborgen, in paragraaf 5.1 wordt hier dieper op ingegaan.

De Omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich houdt aan de ambities en opgaven die zijn beschreven in deze Omgevingsvisie.

1.3 Proces Omgevingsvisie

In samenwerking met adviesbureaus Posad Maxwan uit Den Haag en Pantopicon uit Antwerpen heeft de gemeente vanaf 2022 gewerkt aan het opstellen van deze visie. Naast het maken van een Omgevingsvisie is in het kader van de milieueffectrapportage door Arcadis in samenwerking met de gemeente een Omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. De OER is te raadplegen in bijlage 1. Na een opstart zijn daarvoor de volgende processtappen gevolgd:

  • Nulmeting op de schaal van het gebied: om te analyseren hoe het ervoor staat met de omgeving van Kerkrade is voor ieder gebied (centrumgebieden, woongebieden, werkgebieden, landschappelijk raamwerk (buitengebied) en hoofdinfrastructuur) een korte biografie opgesteld. Daarin is een korte analyse en de top vijf kansen en knelpunten weergegeven.

  • Ook is in het kader van de OER een “Foto van de Leefomgeving” opgesteld. Hierin zijn de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen tot 2050 beschreven.

  • Thematische factsheets: naast de gebiedsbiografieën zijn er ook thematische factsheets gemaakt waarin de stand van zaken per beleidsthema in beeld is gebracht en beschreven. Deze twee documenten vormden de kennisbasis waarop in de vervolgstappen verder is gewerkt.

  • Vier verhaallijnen als basis voor de visie: de belangrijkste aspecten voor de visie zijn samengevat in vier verhaallijnen die ieder de ambities voor een specifiek gebiedsdeel binnen de gemeente uiteenzetten.

  • Vanuit de vier verhaallijnen is vervolgens de Omgevingsvisie opgesteld. Daarin is ook aandacht besteed aan handelingsperspectief en uitvoeringsagenda om van visie over te kunnen gaan naar actie.

1.4 Participatie

Bij het opstellen van de visie is een intensief participatieproces toegepast. Het planproces van de visie is ook als intern pilotproject voor burgerparticipatie aangemerkt. Er is in juni 2023 met een postkaart aan alle huishoudens (23.000) gevraagd om mee te denken over de toekomst van Kerkrade. Verder zijn participatiebijeenkomsten voor de gemeenteraad, stakeholders en verschillende bewoners gehouden. Ook is in 2023 en 2024 deelgenomen aan het lokale duurzaamheidsfestival “Kirchroa va Mörje”. Een participatieverslag is bijgevoegd (zie bijlage 2).

Uit de peiling met ruim 1.000 reacties kwam naar voren dat een schone en een veilige leefomgeving het belangrijkste thema is. Verder werden het voorzieningenaanbod en het versterken van groen benoemd. Opvallend was dat tussen de buurten weinig verschillen waren. De respondenten uit Eygelshoven gaven aan het thema klimaatadaptatie ook belangrijk te vinden. Dit heeft te maken met de wateroverlast in 2021. Ook werd gevraagd aan de inwoners van Kerkrade: ‘Stelt u zich voor: het is 2040. Wat hoopt u dat er vooral wel of niet is veranderd in Kerkrade?’. Hieruit bleek dat de inwoners veel waarde hechten aan de sociale en culturele aspecten in de stad, zoals de cultuur, het verenigingsleven, de voorzieningen, het dialect en de gezelligheid in Kerkrade. Men ziet graag verandering in de volgende onderwerpen: het groen, de winkels, de vergrijzing, het centrum en de woningen in Kerkrade. Kortom, inwoners zien graag verandering in de fysieke aspecten van de leefomgeving. Bij de gebiedssafari’s in Kerkrade-West, Noord en Oost werden door de deelnemers (sleutelfiguren) locaties genoemd die we moeten behouden en die in de toekomst aangepakt moeten worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn het middeleeuwse kerkje met historische bebouwing in Eygelshoven, de weekmarkten, de aanpak van leegstaande en verpauperde bedrijfspanden op diverse locaties, verbetering van de entrees naar buurtcentra, en vergroening van straten en pleinen. Deze onderwerpen zijn ook verwerkt in de vier verhaallijnen van deze visie en uitgewerkt in de randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven.

Met de stakeholders zijn twee bijeenkomsten gehouden. Ook zijn er met enkele instanties overleggen gevoerd. Tijdens deze bijeenkomsten en overleggen kwamen diverse onderwerpen naar voren. Bijvoorbeeld: zorg ook voor ruimte voor het midden- en kleinbedrijf, houd rekening met het verzwaren en uitbreiden van nutsvoorzieningen (energie en water), maak de koppeling tussen wonen en werken, houd bij nieuwe bouwplannen rekening met extremer weer als gevolg van klimaatveranderingen ook met omgevingsveiligheid, zorg voor goede recreatieve verbindingen, versterk het landschap in combinatie met landbouw en blijf inzetten op de specifieke kwaliteiten (onder meer landschap, cultuurhistorie en voorzieningen).

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 gaan we verder in op de vraagstukken die zich voordoen in de gemeente. Hoe komt het dat de kernkwaliteiten onder druk staan? Hoofdstuk 3 zet de visie uiteen in vier verhaallijnen. Elke verhaallijn laat zien hoe we voorbij het probleem terug naar de kwaliteit werken. In hoofdstuk 4 wordt dat gekoppeld aan een strategie die de visie handen en voeten geeft in gebiedstypen en de beleidsmaatregelen die daaraan gekoppeld worden. In hoofdstuk 5 wordt ten slotte nog het vervolg geschetst. Een Omgevingsvisie zet de hoofdlijn neer en agendeert tegelijkertijd andere visies, plannen en programma’s die helpen om het strategisch beleid steeds verder in te kleuren.

Hoofdstuk 2 Kernkwaliteiten onder druk

De kernkwaliteiten zoals beschreven in hoofdstuk 1 zijn het vertrekpunt en de rode draad voor deze Omgevingsvisie: Stad met diverse buurten verbonden door een lintenstructuur, een betrokken bevolking, een sterke woon-werk identiteit en een uniek, hoogkwalitatief landschap en natuur. We zien dat deze kwaliteiten onder druk staan. Diverse problemen en opgaven staan in de weg om deze kernkwaliteiten te ervaren of te laten groeien. In dit hoofdstuk gaan we per kernkwaliteit in op de opgaven en problemen waar we aan moeten werken om de gemeente Kerkrade weer terug tot bloei te brengen.

2.1 Diverse buurten

Online winkelen heeft overal in Nederland gezorgd voor minder winkelend publiek. Dat is ook zichtbaar in Kerkrade waar leegstand van winkelpanden leidt tot verloederde aanzichten. Daarbij is het autogebruik flink gegroeid. Iets waar met name historische straten en plekken niet op zijn toegerust.

afbeelding binnen de regeling

Verschillende buurten vitaal houden

De afgelopen jaren is vooral ingezet op het versterken van het stadscentrum, waarbij de buurten niet zijn vergeten. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen. Maatschappelijke voorzieningen als Vie, de Hub en Het Martin Buber zijn van grote waarde voor de hele stad en vormen een goede basis om op door te ontwikkelen. Op dit moment scoort Kerkrade als geheel goed op voorzieningenniveau en de afstand tot voorzieningen. Maar er is een negatieve trend zichtbaar: op steeds meer plekken zien we voorzieningen in de buurten, zoals de supermarkt, verdwijnen of vertrekken. Vaak met leegstand tot gevolg. Het percentage winkelleegstand is inmiddels relatief hoog ten opzichte vanhet landelijk gemiddelde (11,8% ten opzichte van 8,3%). Leegstaande panden worden omgevormd tot woningen. Dat dient doelen rondom sociale veiligheid en woningbouw, maar zorgt ook voor een steeds lager voorzieningenniveau. Een steeds grotere afstand tot voorzieningen en er wordt een kans gemist om groen en kwalitatieve openbare ruimte te creëren binnen de buurten. Bovendien zagen we met name in de linten dat de omvorming tot woningbouw vaak leidt tot verkamerde woningen. Een ongewenste ontwikkeling, omdat het hier gaat om slechte kwaliteit woningen voor kwetsbare groepen. De gemeente pakt dit aan met het “Parapluplan stedelijk gebied Kerkrade” en de beleidsregel “Woningsplitsing Kerkrade”, waarbij nieuwe kamerverhuur is verboden.

Alternatieven voor de auto

In Kerkrade wordt de auto veel gebruikt. Dit heeft onder meer te maken met de grote hoogteverschille nin de stad. De auto gebruiken we voor woon-werkverkeer, om boodschappen te doen en de kinderen naar school te brengen. De dominantie van de auto is ook duidelijk te zien in de openbare ruimte. Veel pleinen en woonstraten worden als parkeerplek gebruikt. Naast het autogebruik wordt er ook veel gelopen in Kerkrade. Meer dan 34% van de verplaatsingen in Kerkrade wordt te voet afgelegd. De structuur van de verkeersruimte zorgt op veel plekken voor weinig ruimte voor voetgangers, de stoepen zijn smal en oversteken is niet overal veilig. Het fietsgebruik in Kerkrade is erg laag, met slechts 7% scoort de gemeente het laagst in heel Nederland. Voor fietsers is op veel wegen weinig ruimte. Bij de herinrichting van wegen wordt hiermee rekening gehouden. Zo zijn er recentelijk fietsstraten aangelegd (de Gravenweg in Kerkrade-Noord en de Kaalheidersteenweg in Kerkrade-West).

In de smalle, historische linten is het autoverkeer te druk geworden voor de ruimte die er is. Ooit waren deze de linten de meest levendige plekken van de gemeente, maar inmiddels is die levendigheid flink afgenomen. Verkeerssituaties zijn onveilig, er is weinig ruimte voor groen en de woonkwaliteit is verslechterd waardoor mooie oude panden verpauperen. Veel van deze historische panden kennen geen cultuurhistorische waarde en worden niet beschermd, wat deze panden extra kwetsbaar maakt.

Het openbaar vervoer is, met name vanwege de lange reistijden, prijs en betrouwbaarheid, onvoldoende aantrekkelijk als alternatief. Ook fietsen is niet populair. Gezien de hoogteverschillen is fietsen zonder ondersteuning erg zwaar, de fietspaden zijn niet allemaal veilig of aantrekkelijk, en het werk of de school is niet goed te bereiken. In de groep kwetsbare vervoerswijzen (voetgangers, fietsers, e-bike en bromfietsers) valt ongeveer 55% van de verkeersslachtoffers, wat relatief hoog is. De infrastructuur voor deze groep moet veiliger worden om dergelijke ongevallen in de toekomst te voorkomen. Het deelfietsprogramma biedt kansen om de elektrische fiets bereikbaar te maken voor een grotere groep mensen. Een veilige (fiets)infrastructuur is hierbij van belang.

afbeelding binnen de regeling

Sociale structuren versterken

Kerkrade kent een sterk verenigingsleven dat vaak in de verschillende buurten bepalend is voor de cultuur en levendigheid van plekken. Verenigingen vormen de basis voor een goede sociale structuur. Maar ook hier is de druk te voelen. Er is een trend te zien in de terugloop van leden, beperkte huisvestingsmogelijkheden, hoge energiekosten en moeilijkheden om nieuwe vrijwilligers te werven. Sporten en vrije tijd vindt steeds vaker informeel plaats. Daar moeten we ruimtelijk rekening mee houden, maar tegelijkertijd draagt een sterk verenigingsleven ook bij aan de leefbaarheid van de plek.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

2.2 Krachtige bevolking

Kerkrade heeft in de afgelopen eeuw met bevolkingsgroei en -afname te maken gehad. Ook met veel verschillende soorten nationaliteiten en culturen waarvan veel families nog vaak in Kerkrade en in de regio Parkstad wonen. Op dit moment heeft Kerkrade met een relatief oude bevolkingsopbouw te maken en een sterke vergrijzing (toename van het aantal 65+) die over tien jaar op haar hoogtepunt is. Dat vraagt om een andere inrichting van de openbare ruimte, woningen en voorzieningen. Daarbij kijken we niet alleen naar de behoeften van ouderen nu maar ook naar de nieuwe en naar verwachting jongere bevolking (nieuwkomers) in de toekomst.

Voorbij de vergrijzingspiek

Kerkrade loopt met de vergrijzing vooruit op de rest van Nederland. Als we kijken naar de langere termijn is het kantelpunt van de vergrijzing dichtbij, er wordt verwacht dat de piek in 2035 wordt bereikt. Ouderen blijven langer thuis wonen, maar er zijn weinig mogelijkheden voor ouderenhuisvesting en doorstroom. Als we vanuit de blik gezondheid naar ouderdom kijken, ontstaat er een zorgwekkend beeld. De levensverwachting in Kerkrade ligt lager dan het Nederlands of Zuid-Limburgs gemiddelde (78,5 jaar ten opzichte van 81,5 jaar). Verder bedraagt de goed ervaren gezondheid nationaal gemiddeld 62,4 jaar en in Kerkrade gemiddeld maar 53,1 jaar. De Kerkraadse bevolking wordt minder oud en ervaart veel eerder gezondheidsklachten.

Variatie en balans in het woningaanbod

Een aantal buurten in Kerkrade heeft een te eenzijdig woningaanbod. Dit kan gaan om voornamelijk huur of voornamelijk koop, of te veel woningen in hetzelfde segment. Verder is het aandeelwoningcorporatiebezit (32%) en goedkope huur in de particuliere sector (14%) opvallend hoog. Daarnaast is er in Kerkrade nog altijd sprake van een hoog leegstandspercentage voor woningen, namelijk 4,1%. Om de leefbaarheid op peil te houden en alle ruimte goed te benutten moeten we goed kijken hoe we leegstand kunnen verminderen en voorkomen.

Verduurzaming van de voorraad

Er zijn in de buurten grote contrasten in de kwaliteit van woningen en de woonomgeving. Verduurzaming van de woningvoorraad is een belangrijk thema in de regio Parkstad, de voorraad is op veel plekken verouderd. Een deel van de inwoners van Kerkrade hebben bovendien te maken met energiearmoede. Het is daarom belangrijk (en urgent) om te werken aan het energiezuinig maken van woningen, duurzame energie beschikbaar te maken, en slim te kijken naar het hergebruiken van grondstoffen die vrijkomen bij sloop/herstructurering. De gemeenten in de stadsregio Parkstad Limburg hebben dan ook de doelstellingen om in 2040 energieneutraal te zijn en in2050 volledig circulair.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Gezonde buurten

Verduurzaming en isolatie is niet alleen belangrijk voor het energieverbruik, maar ook om beter bestand te zijn tegen hittestress die in lange warme periodes steeds vaker kan optreden. Met name jonge kinderen, ouderen en chronisch zieken zijn extra kwetsbaar in dergelijke periodes. In grote delen van het stadscentrum, de werkgebieden en de woonbuurten Bleijerheide, Gracht, Heilust, Holz en Spekholzerheide ontstaat door de vele verharding, bebouwing en beperkte boomkroonbedekking nu al hittestress op hete zomerse dagen.

Autonomie voor kinderen

Overal in Nederland neemt de zelfstandige bewegingsvrijheid van kinderen de laatste jaren af. Zelfs voor de korte route naar school wordt steeds vaker de auto benut. Deze “achterbankgeneratie” verliest daarmee autonomie en de bijbehorende ervaring van geluk. In het oostelijk deel van Kerkrade zullen zes schoollocaties worden teruggebracht naar drie plekken. Dit biedt kansen om het qua toegankelijkheid van de allerjongsten goed te regelen. Maar tegelijkertijd kan de afstand tot de school daarmee langer worden. Op dit moment is de afstand tot een basisschool in Kerkrade met gemiddeld 600 meter lager dan het landelijk gemiddelde van 700 meter. Een langere reistijd kan zorgen voor andere mobiliteitskeuzes.Een ander aandachtspunt is dat Kerkrade relatief veel “doelgroepkinderen” heeft, de zorgproblematiek is ook bij hele kleine kinderen al behoorlijk. Vaak ontstaat deze problematiek door armoede en lage basisvaardigheden in het gezin. Twintig procent van de Kerkraadse kinderen groeit op in een gezin rond de armoedegrens. Ook is er vaak sprake van laaggeletterdheid. Deze is in Kerkrade ongeveer 25%. Deze zaken hebben grote gevolgen voor hun gezondheid, opleidingsmogelijkheden en sociaal welzijn.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

2.3 Sterke woon-werk identiteit

Kerkrade heeft veel banen te bieden. De verwachting is dat deze in de toekomst steeds meer georiënteerd zullen zijn op de logistieke sector. Bedrijven en werknemers zijn niet langer direct verbonden met de stad. Van werken middenin de stad naar werkgebieden die met de rug naar woongebieden gekeerd staan.

Toegankelijker en aangenamer

De investeringen in de infrastructuur, waaronder de Buitenring Parkstad (N300), hebben bijgedragen aan het beter ontwikkelen van de verschillende bedrijventerreinen. De leegstand van percelen is sterk afgenomen, herstructurering van gebieden is versneld en de werkgelegenheid is gegroeid. Desondanks zijn de bedrijventerreinen ver van ‘af’. Er liggen juist grote opgaven om de werklocaties kwalitatief te verbeteren, zorgzaam om te gaan met vrijkomende ruimte op werklocaties en om belangrijke transities een plek te geven. Veel werkgebieden vormen nu geïsoleerde gebieden ten opzichte van de stad en het buitengebied. De verbindingen tussen stad en werkgebied zijn beperkt (zeker met de fiets, openbaar vervoer of te voet). En als er sprake is van vergroening, is dat voornamelijk om de werkgebieden af te schermen van de stad. Waar in Nederland 37% van demensen met de fiets naar werk of school gaat, is dat in Kerkrade maar 18%.

De grensligging heeft een schaduwzijde. In de meer afgelegen gebieden is sprake van ondermijning en drugscriminaliteit. Kerkrade staat op nummer 2 van de ‘Onderwereldkaart’, een onderwereld die graag gebruik maakt van verlaten, stille plekken in de gemeente. Het is noodzakelijk dat het gevoel van een “no-go area” wordt aangepakt.

Er liggen kansen om de werkgebieden aantrekkelijker te maken voor de werknemers én werkgevers. Deze kansen worden ook gezien door het bedrijfsleven zelf, zoals de Medtech sector (Medlands), dat op eigen terrein ruimte maakt voor aantrekkelijke plekken, voorzieningen, goede en veilige verbindinge nvoor voetganger en fietser naar respectievelijk treinstation Eygelshoven en de Parkstadroute. Ook bedrijventerrein Julia ligt relatief dichtbij treinstation Eygelshoven-Markt, waar de drielandentrein (Luik-Maastricht-Heerlen-Aken) stopt.

Arbeidsplaatsen per hectare

Kerkrade kampt met een gestegen aantal voortijdig schoolverlaters en vanwege de ‘armoedeval’ loont het soms niet om te gaan werken; de financiële prikkel om werk te vinden ontbreekt in die situatie. Een belangrijke stap in de goede richting is om nog scherper na te denken over het type bedrijvigheid dat een (kostbare) plek kan krijgen op de werkgebieden. Hierbij hanteert de gemeente al het uitgangspunt om de voorkeur te geven aan ‘veel arbeidsplaatsen per hectare’. Ook het type werkgelegenheid (laag, midden en hoogopgeleide banen) is van belang. Extra aandacht kan daarbij uitgaan naar de milieudruk (geluidoverlast en luchtverontreiniging) die bedrijven of het transport leveren. Vooral in gebieden langs toegangswegen van en naar de bedrijventerreinen is de basis niet altijd op orde.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Ruimte bieden aan de energietransitie

Netcongestie is een landelijk probleem dat de vestiging van nieuwe bedrijven of maatschappelijke voorzieningen hindert. Ook in Kerkrade is netcongestie aanwezig. Nieuwe bedrijven, maar ook voorzieningen als scholen en zorginstellingen, moeten soms jaren wachten op een aansluiting op het elektriciteitsnet. Er is een investering in het energienetwerk nodig die ook zijn weerslag heeft in de ruimte. Zo zal er in de komende tientallen jaren een verzwaring van het netwerk nodig zijn. Er zullen minimaal 100 kleine trafostations en minimaal 3 middenspanningsstations nodig zijn, inclusief een uitbreiding van het hoogspanningsstation Terwinselen. Voor de korte termijn wordt daarnaast gekeken naar energiehubs op bedrijventerreinen, zoals bij bedrijventerrein Dentgenbach. Bij de herstructurering van bedrijventerreinen is het voorkomen van overbodige netwerklussen voor stroom van belang. Door het inzetten op gerichte middenspanningsringen met een extra middenstation kan gewerkt worden aan “energie-eilanden”. Deze ringen zorgen dan voor minder ruimtegebruik in de ondergrond.

De ondergrond in beeld

Bij het werken aan de omgeving kijken we vaak alleen naar de zichtbare, bovengrondse elementen, maar ook de ondergrond moet daarin worden meegenomen. De basisregistratie ondergrond (BRO) geeft inzicht in het ruimtegebruik van de ondergrond. Het wordt steeds voller met leidingen (riolering), kabels (data) of opslag (afval). En er is ook steeds meer ruimte nodig voor de energietransitie (warmtenet en extra netwerkkabels), voor woningbouw of voor aanplant van groen. De gemeente houdt rekening met de belangen van de ketenpartners zoals (Enexis, WML en Gasunie) om conflicten te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de aanleg van een warmtenet in relatie tot de drinkwaterleidingen.

Binnen Kerkrade liggen historische en industriële mijnschachten, daarnaast bevinden zich in een deel van Kerkrade ondiepe mijngangen en ondiepe historische en industriële winningen. Rondom deze schachten is een zone aangegeven waarbinnen zo mogelijk maatregelen moeten worden genomen, om de stabiliteit van de mijnschacht, ondergrond en een nieuwe bouwconstructie te waarborgen. Doelstelling is om zo veel mogelijk gevonden en bereikbare historische mijnschachten duurzaam te stabiliseren. Jaarlijks worden er ongeveer twee mijnschachten gesaneerd, naar verwachting zal deze sanering nog 20 jaar duren. De mogelijke gevolgen van de voormalige steenkolenmijnbouw zijn ingedeeld in categorieën van EK1 (relatief hoge kans van optreden), EK2 (relatief gemiddelde kans) tot EK3 (relatief lage kans). EK staat voor ‘Einwirkungsklasse’, vergelijkbaar met het Nederlandse ‘gevolgklasse’. Bij het opstellen van het omgevingsplan zal worden onderzocht welke aanvullende regels nodig zijn per categorie.

afbeelding binnen de regeling

2.4 Unieke, hoogkwalitatieve natuur

De natuur in Kerkrade is een waardevolle bijdrage aan de woon- en leefomgevingskwaliteit van de gemeente. Helaas merken we dat door trends als klimaatverandering en ruimtedruk vanuit de stedelijke functies het behoud van het buitengebied niet vanzelfsprekend is. Bovendien is binnen het stedelijk gebied de natuur niet in dezelfde mate voorhanden. Er is een vrij harde grens tussen rood en groen.

afbeelding binnen de regeling

Terugbrengen en verbinden van de natuur

Het landschap voelt soms verder weg dan het daadwerkelijk is. De landschappen zijn versnipperd door tussengelegen bebouwing en wegen. Beek- en droogdalen zijn door de tijd heen versteend en opgenomen in het bebouwde gebied. Dat beperkt de diversiteit aan soorten (dieren en planten), maar is ook voor recreatie en toerisme beperkend. Niet alle inwoners weten dat de gemeente over unieke landschappen beschikt. De aanleg van de Parkstadroute voor fietsers en een knooppuntennetwerk voor wandelaars bieden daarin kansen. Deze routes maken het nog beter mogelijk om zowel de groengebieden als het toeristische aanbod in de regio Parkstad en over de grens, maar ook in Kerkrade zelf, met elkaar te verbinden. Een andere kans is het bieden van uitzichten op de beekdalen. Veel van deze uitzichten zijn inmiddels bebouwd en daarmee is het uitzicht op veel plekken verdwenen. Mogelijk kan er her en der weer ruimte gemaakt worden om het buitengebied te ervaren vanaf het hoger gelegen plateau.

Ruimtedruk

Slechts een derde van het grondoppervlak van de gemeente is buitengebied. Daarom is er in het huidige beleid al voor gekozen om geen nieuwe rode (stedelijke) ontwikkelingen in het buitengebied toe te staan. Maar de ruimtedruk op deze gebieden blijft spelen en zal toenemen. Zeker nu de regio Parkstad en de gemeente na een periode van herstructurering weer nadrukkelijk kijkt naar groei mogelijkheden. En ook als het oppervlak zelf in tact blijft brengen extra inwoners en bezoekers ook extra recreatiedruk met zich mee. Op verschillende plekken is de natuur, zoals bij brongebieden en hellingbossen, kwetsbaar en staat bescherming van wilde planten en dieren voorop. Bij de aanleg van wandelpaden moet hiermee rekening worden gehouden.

Overstromingsrisico

De gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. We krijgen vaker met extreem weer te maken. De ecosystemen moeten hier beter op uitgerust zijn. Op het moment zijn met name de hellingbossen kwetsbaar. Zij zijn niet bestand tegen grote schommelingen in de grondwaterstand door de drogere periodes. Ook de Worm is gevoelig voor overstromingen. Deze grensrivier voert veel water af uit het stedelijk gebied van Aken. Tijdens hevige regenval loopt de Worm snel vol en ontstaan er problemen op de punten waar de Anselderbeek niet langer kan afwateren in de Worm – zoals bij Eygelshoven. Het stuwmeer de Cranenweyer is voor de waterhuishouding daar een cruciale schakel.

afbeelding binnen de regeling

Unieke omgang met regenwater

De ligging van het woongebied op de hoger gelegen plateaus met beekdalen en soms grote hoogteverschillen, biedt veel aanleiding voor het afkoppelen van het regenwater van het vuilwaterriool. Daarbij wordt de voorkeursvolgorde van waterbeheer (kwaliteit en kwantiteit) toegepast. Voor waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden en zuiveren en voor waterkwantiteit: hergebruik water, vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren. Het hemelwater stroomt dan ook op diverse plekken natuurlijk af naar de lager gelegen opvangbekkens en uiteindelijk naar de beken. Een voor Nederland uniek systeem. Door extremer weer als gevolg van klimaatverandering zijn aanvullende ingrepen nodig. Om het systeem ook in de toekomst goed te laten werken zal het regenwater langer moeten worden vastgehouden op de plateaus die voor een groot deel zijn bebouwd en verhard. In het beste geval moet iedere regendruppel in de bodem kunnen komen.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Hoofdstuk 3 De ambities langs vier verhaallijnen

De Omgevingsvisie Kerkrade zoekt oplossingen voorbij de problemen, om weer terug te komen bij de kernkwaliteiten die zo belangrijk zijn voor de gemeente. Daarvoor zijn vierverhaallijnen ontwikkeld die ieder stilstaan bij principes die de Omgevingsvisie wil benutten om een toekomstbestendig Kerkrade te worden: 1 leefbare stad, 2 werkende stad, 3 meergeneratiestad en 4 klimaatbestendige stad. In dit hoofdstuk zijn deze verhaallijnen verder uitwerkt. Op de bijbehorende kaarten is te zien waar ruimtelijke aandachtspunten of veranderingen een rolspelen.

Over de verhaallijnen heen zien we echter ook enkele thema’s die niet in één verhaallijn of één gebiedstype te vangen zijn. Dat zijn de thema’s gezondheid en brede welvaart, landschap en erfgoed, en energiezekerheid. Thema’s die nu en in de toekomst een belangrijke rol spelen. Binnen elke verhaallijn komen deze thema’s apart aan bod.

Kerkrade heeft met het programma Vie als doel de ervaren gezondheid op het niveau van Zuid-Limburg te krijgen. Binnen het gezondheidsbeleid van Zuid-Limburg is het doel om in 2030 de achterstand ten opzichte van de rest van Nederland met 25% te hebben ingelopen. Werken aan gezondheid omvat enerzijds het beschermen van de burger tegen ongezonde invloeden zoals geluidsoverlast, slechte luchtkwaliteit of gevaarlijke situaties. Deze thema’s zitten in de milieutechnische hoek en worden geborgd door Europese, landelijke en lokale milieuwet- en regelgeving. Wij houden ons aan wet- en regelgeving om zo te komen tot een gezond en veilig leefklimaat. Tegelijkertijd is er ook een bevorderende blik, waarbij omgevingen zo worden ingericht dat gezond gedrag mogelijk wordt. Deze werkwijze gaat uit van positieve gezondheid. Deze bredere benadering draagt bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Om de leefomgeving gezondheid bevorderend in te richten heeft de GGD GHOR kernwaarden voor een gezonde leefomgeving gedefinieerd. Om te laten zien hoe de verhaallijnen gelinkt zijn aan het werken aan een gezonde leefomgeving wordt er steeds een link naar deze kernwaarden gemaakt. Via de website van de GGD GHOR zijn aanvullende adviezen en onderzoeken te vinden die benut kunnen worden bij verdere uitwerking van plekken en programma’s.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

3.1 De Leefbare Stad, waar voorzieningen dichtbij zijn

Doordat Kerkrade is ontstaan uit meerdere buurten heeft het niet één centrum. De gemeente is een netwerk van meerdere buurtcentra verbonden door lintstructuren. Veel buurten hebben een eigen identiteit, eigen herkenningspunten en gemeenschap. Deze structuur biedt kansen om buurten op te zetten vanuit het principe van nabijheid. Dat betekent dat je niet persé een auto nodig hebt om voorzieningen (onderwijs, zorg, boodschappen, sport, cultuur) en gezelligheid te bereiken. Als voorzieningen dichtbij zijn, nodigt dat uit tot gezond bewegen (wandelen of fietsen) en is er meer kans voor het ontmoeten van buren en andere buurtbewoners.

Bij het werken aan voorzieningen dichtbij staan de volgende principes centraal:

Complete buurtknooppunten

Inzetten op dichtbijheid in de eigen buurt betekent dat de verschillende buurtcentra vitaal moeten blijven. Het liefst met een compleet aanbod van dagelijkse voorzieningen, van supermarkt tot school en zorg op loopafstand van iedere woning. Daarbij kijken we niet alleen naar detailhandel. De buurtcentra worden pas een knooppunt als daar ook levendigheid te vinden is. Dat kunnen we bereiken door scholen, zorg- en maatschappelijke voorzieningen, nieuwe woningen en mobiliteitshubs te verbinden aan het buurtcentrum.

Levendigheid en ontmoeting vragen ook om het toekennen van ruimte aan onverwachte gebeurtenissen. De openbare ruimte moet veilig en goed toegankelijk zijn. Daar krijgt de gemeenschap ruimte om te verpozen, te spelen en festiviteiten te organiseren. Eventueel kan dit in combinatie met bestaand cultureel erfgoed om de maatschappelijke functies van deze plekken te behouden en altijd met oog op vergroening ten behoeve van verkoeling, klimaatadaptatie en aantrekkelijkheid. Een concreet voorbeeld is de entree vanuit bedrijventerrein Julia naar het centrum van Eygelshoven, waar de parkeerplaats aan de Hermanstraat mogelijk benut kan worden als mobiliteitshub. Langs de Putstraat tussen de Markt en het parkeerterrein kan een groene entree worden ontwikkeld.

Maatwerk

Inzetten op vitale buurtcentra betekent niet zomaar voorzieningen en winkels toevoegen. De realiteit is dat op veel plekken nu al te weinig draagvlak is om deze functies overeind te houden. Er zal dus gekozen moeten worden waar concentratie van voorzieningen en winkels realistisch is. Waar dit niet het geval is, moet worden gekeken naar het omvormen van detailhandel naar wonen of andere functies. Ook moet er een oplossing komen voor het parkeren. De voorzieningen moeten bereikbaar blijven zonder dat de openbare ruimte volledig wordt ingenomen door stilstaande auto’s. Dit vraagt om maatwerkingrepen. Een andere vorm van maatwerk is te vinden in kleine openbare ruimtes die fungeren als herkenningspunt of ontmoetingsruimte zonder dat daar noodzakelijkerwijs allerlei functies of voorzieningen aan gekoppeld zijn. Het is van belang ook hier de kwaliteit te blijven waarborgen.

Ruimte voor buurtinitiatieven (bewoners en verenigingen)

Met deze visie wil de gemeente ook initiatieven in de buurt stimuleren. Elke buurt kent wel een aantal plekken waar bewoners elkaar ontmoeten in hun vrije tijd. Bijvoorbeeld bij de voetbalclub, het buurthuis, de harmonie of op de markt. Sommige van deze plekken staan echter onder druk door de afname van leden of vrijwilligers. We moeten goed kijken waar we verenigingen of ruimtes kunnen combineren binnen de wijk, om genoeg draagvlak te behouden. Het realiseren van multifunctionele sportaccommodaties is daar een goed voorbeeld van. Voor gezond stedelijk leven waar sporten, recreëren en spelen een plek heeft, maar ook omdat juist dit soort sociale verbanden de basis vormen voor iedere gemeente. Een concreet project is de toekomst van het Patronaat (Bleijerheide). Dit gemeenschapshuis ontwikkelen we naar een sociale wijkpunt, waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en terecht kunnen voor ondersteuningsvragen. Dit wordt verder uitgewerkt in het ambitieplan Kerkrade-Oost.

Een netwerk van aantrekkelijke en veilige linten

De historische linten vormen de schakels tussen belangrijke dagelijkse bestemmingen. Zij zijn in feite de levensaders van de stad. De linten die uitkomen op de buurtknooppunten worden op enkele locaties omgevormd naar fietsstraten. Waar het aantrekkelijk is om te fietsen en te wandelen in een meer groene omgeving. De auto is te gast en wordt alleen gebruikt voor bestemmingsverkeer. Bereikbaarheid voor hulpdiensten blijft gegarandeerd. Omdat deze linten van oudsher aanwezig zijn, is er ook veel architectonische kwaliteit te vinden. Deze kleine parels kunnen goed benut worden als herkenningspunt en het geven van identiteit aan een plek. Met de omvorming van de linten, worden zij ook weer aantrekkelijker als woonomgeving en dat biedt ontwikkelkansen voor leegstaande panden.

Het aspect veiligheid komt in de Omgevingsvisie op meerdere plekken naar voren gericht op verkeersveiligheid. Bij een leefbare stad hoort echter ook sociale veiligheid en aanpak van criminaliteit. Dit blijft een van de speerpunten van de gemeente. Diverse maatregelen met name in de centrum en woongebieden zullen direct of indirect een positieve bijdrage leveren aan de veiligheid. Enkele voorbeelden hiervan zijn: leegstaande winkels omvormen tot woningen, centrumgebieden compacter maken om leegstand tegen te gaan, leegstaande achterterreinen omvormen tot parkeren, groenvoorziening of kleinschalig wonen, geen nieuwe toevoeging van garageboxen in de woonwijken en de multifunctionele inzet van pleinen zodat er ruimte ontstaat voor sport, spel, bewegen en ontmoeting. In de uitwerking van omgevingsprogramma’s kan verder worden onderzocht hoe een structurele aanpak eruit kan zien.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Gezondheid en brede welvaart

De leefbare stad werkt vanuit het principe van nabijheid om ervoor te zorgen dat Kerkradenaren binnen wandel- en fietsbare afstanden dagelijkse voorzieningen kunnen bereiken. De beweegvriendelijkeroutes en de aantrekkelijke centrumgebieden leveren een bijdrage aan het verhogen van het aantal inwoners dat voldoet aan de beweegnorm, maar ook aan sociale problematiek zoals eenzaamheid en sociale veiligheid. De historische linten en kernen moeten weer de plekken voor de gemeenschap worden die het ooit waren. Daar wil je graag zijn, blijven en elkaar tegenkomen. De Leefbare stad sluit daarom aan bij kernwaarden #2: Aantrekkelijke plekken, #4: Wonen en drukverkeer, #5: Voorzieningen dichtbij, #6: Actief vervoer en #7: Fiets en ov-verbindingen. Tegelijkertijd willen we ook negatieve invloeden uit de woonomgeving weren. Met de maatregelen rondom mobiliteit (prioriteit voor fietsen op de linten, lagere snelheden voor de auto en het weren van vrachtvervoer in woongebieden) wordt er ook gewerkt aan betere luchtkwaliteit en minder geluidbelasting. Het doel is ook om de verkeersveiligheid rondom belangrijke locaties (scholen encentra) te verbeteren.

Landschap

Binnen het landschappelijk raamwerk vormen de buurtknooppunten en linten wijkstructuren die met name zorg moeten dragen voor aantrekkelijke ruimte, genoeg verkoeling (schaduw) en groen-blauwe basis (klimaatadaptatie). Daar zijn kleine groenstructuren te vinden die niet persé verbonden hoeven te zijn met het grotere groen, maar wel ruimte biedt voor groen dat ook aantrekkelijk is voor meer soorten planten en dieren (verhoging van de biodiversiteit). Op enkele plekken is er aanleiding om wel grotere structuren te verbinden. Soms om de kwaliteit van de plek te verbeteren soms om het landschap eromheen te versterken. Dit soort plekken zijn bijvoorbeeld in Eygelshoven waar kansen liggen voor het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek of het Doctor Ackensplein in Bleijerheide waar een oud droogdal en een kerkenpad toegang geeft tot het buitengebied.

Erfgoed

Momenteel kent de gemeente geen beleid voor erfgoed en cultuurhistorie en een verouderde welstandsnota die in de dagelijkse praktijk niet meer werkbaar is. Daarom is er binnen iedere verhaallijn ook een blik op de visie of kansen rondom erfgoed. In het kaartmateriaal worden objecten en structuren verder uitgelicht. Juist omdat de buurtcentra en linten de oudste structuren van de gemeente zijn, is hier ook veel erfgoed te vinden, zoals kerkgebouwen, wegkruizen en woningen. Erfgoed dat niet altijd beschermd is of beschermd hoeft te zijn, maar wel bijdraagt aan de herkenbaarheid van de omgeving. Naar de toekomst toe is het belangrijk voor al het erfgoed (inclusief immaterieel erfgoed) te blijven zorgen. Door ook te kijken naar nieuwe functies van beeldbepalende gebouwen. Bijvoorbeeld het omvormen van leegstaande kerken naar woningen of maatschappelijke functies.

Energiezekerheid

Energiezekerheid is een belangrijke randvoorwaarde voor een leefbare stad. Inwoners moeten kunnen vertrouwen op een betrouwbare energievoorziening. Het versterken van een lokaal en duurzaam energiesysteem draagt bij aan het functioneren van essentiële voorzieningen zoals woningen, scholen en zorginstellingen. Door ook energieopwek, slimme opslag en infrastructuur dichtbij te organiseren, wordt de stad minder afhankelijk van externe bronnen en blijven voorzieningen bereikbaar en operationeel. Hier kunnen ook grensoverstijgende maatregelen een rol spelen, zoals de mogelijke waterstofcentrale Nivelsteiner Groeve en het gebruik van restwarmte van de glasfabriek Saint-Gobain in Herzogenrath.

3.2 De Werkende Stad, waar werken en wonen onlosmakelijk verbonden is

Kerkrade beschikt over verschillende werkgebieden; locaties waar winkels, kantoren en zorg zitten, maar ook de bedrijventerreinen waar naast het midden- en kleinbedrijf (MKB), de grootschalige bedrijvigheid een plek heeft. Sommige van deze bedrijventerreinen liggen tussen het stedelijk gebied en het landschappelijk raamwerk (buitengebied), vaak op voormalige mijnterreinen. Anderen liggen goed gepositioneerd langs (snel)wegen zoals de Buitenring Parkstad (N300) en de A76 die de regio Parkstad en Kerkrade Eurogionaal verbinden. Het maakt de regio aantrekkelijk voor bedrijven met een internationale afzetmarkt, zoals de logistiek en de MedTech sector. Het aantal arbeidsplaatsen is de afgelopen jaren dan ook flink toegenomen.

Een volgende stap is om het ruimtegebruik en werkklimaat onder de loep te nemen, zodat we doorwerken naar Kerkrade als werkende stad. Dat betekent streven naar gezonde en aantrekkelijke werkomgevingen, verbinden van MKB en onderwijs, en zorgen voor een passend aanbod van woningen en voorzieningen om werknemers en talent te trekken en behouden. De economie moet bijdragen aan de brede welvaart in Kerkrade.

Voor Kerkrade als werkende stad staan de volgende principes centraal:

Een prettige werkomgeving

De bedrijventerreinen omvatten 17% van het totale oppervlak van de gemeente. Hier kunnen we dus verschil maken met een kwalitatief betere inrichting. Deels voor klimaatadaptatie, maar ook om de werkomgeving als gezonde omgeving in te richten voor de werknemers. Een plek waar zij kunnen verblijven (buiten vergaderen of lunchen), wandelen of zelfs sporten. Daarvoor worden de bedrijventerreinen beter verbonden met het stedelijk gebied en het buitengebied zodat het geen eilanden op zich zijn, maar echt onderdeel zijn van de stad. Er komen verbindingen voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers), zodat er een goede en veilige bereikbaarheid wordt gecreëerd van en naar de dichtbijgelegen treinstations. De grensligging van Kerkrade wordt benut door ook een goede fietsverbinding naar station Herzogenrath te realiseren. Ook kunnen de deelfietsenstations verder worden uitgebreid. Daardoor wordt het voor werknemers mogelijk om alternatieve, gezonde vervoersmogelijkheden te benutten om naar het werk te gaan. Sommige werkgebieden zorgen er voor dat het aangrenzende buitengebied verscholen ligt en niet of moeilijk bereikbaar is vanuit de woongebieden. Bijvoorbeeld bedrijventerrein Juliaterrein voor het Wormdal of bedrijventerrein Dentgenbach voor het Strijthagerbeekdal (gemeente Landgraaf). Bij de herontwikkeling van bedrijventerreinen moet ook aandacht zijn voor een betere ontsluiting naar het aangrenzende buitengebied. Hierdoor kunnen de werknemers en bewoners meer gebruik maken van de groene gebieden. Ook draagt dit bij aan de kwaliteit van de werkomgeving en de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor bedrijven.

Koesteren van het lokale MKB

We zetten in op een kwaliteitsslag van het lokale MKB in de stad. Er is behoefte aan een onderscheidend profiel ten opzichte van de (boven)regionaal georiënteerde grootschalige detailhandel en leisure op de Rodaboulevard. Dit betekent ook dat we ruimte maken voor kleine ondernemers op voor hun interessante plekken in de stad waarbij geen (milieu)overlast mag ontstaan voor de woonomgeving. Soms ligt er in cultureel erfgoed kansen om kleine start-ups te huisvesten als kwartiermaker.

Groei in werkgelegenheid ook voor de eigen inwoners

De Omgevingsvisie zet in op meer werkplekken per hectare. Dat vraagt aan werkgevers en eigenaren om efficiënt met de ruimte om te gaan. Ook wordt ingezet op verschillende soorten bedrijvigheid om een monocultuur te voorkomen.

Plek voor de energietransitie

Werkgebieden vormen vaak een belangrijke schakel in het energiesysteem. Als (groot)verbruiker, maar ook als plek voor het opwekken. Hier zijn de grote daken voor zonne-energie, hier is potentiële restwarmte voor het warmtenet. Zo kunnen de bedrijventerreinen duurzame elektriciteit (en warmte) leveren aan naastgelegen buurten of aan bedrijven onderling. We houden vast aan het benutten van elektriciteitsopwekking op het dak bij nieuwbouw. Daarbij wordt de combinatie gezocht met groene daken (vasthouden van water, biodiversiteit en het beperken van hittestress). Maar er zal ook gekeken moeten worden naar meer energieneutrale bedrijfsvestigingen en inzetten op (energie)samenwerkingsverbanden om zo slim om te gaan met energie en netcongestie (energy-hubs). Voor de realisatie van een warmte- en koudenet, zullen leidingen en (ondergrondse) bouwwerken moeten worden aangelegd om gebouwen in Kerkrade (met name in Kerkrade-West en delen van Kerkrade-Oost) hierop aan te sluiten. De voorkeurstracés zijn reeds bekend. Voor het warmtenet, maar ook voor netverzwaring, energieopslag en eventuele smart grids zal ruimte moeten worden gereserveerd in werk- en woongebieden. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en het vergroenen van de stad zal hier rekening mee moeten worden gehouden.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Gezondheid en brede welvaart

Werk is belangrijk om inwoners een goede economische basis te bieden. We houden daarom ruimte voor diversiteit aan banen en stimuleren ondernemerschap binnen de gemeente. De werkende stad is gekoppeld aan de kernwaarden #5: Voorzieningen dichtbij en #7: Fiets en ov-verbindingen. Bij nieuwe ontwikkelingen worden ook de milieuthema’s, zoals geluid, luchtkwaliteit, geur en omgevingsveiligheid meegenomen. We voldoen aan de wettelijke en landelijk geldende normen, bijvoorbeeld het SchoneLucht Akkoord (SLA). Dit betekent dat we voor werkgebieden inzetten op lagere milieucategorieën en rekening houden met de locatiekenmerken van ieder bedrijventerrein ten opzichte van de leefomgeving. We werken samen aan het verminderen van de milieuoverlast, zoals geur- en lichthinder en nemen bronmaatregelen om de geluidsbelasting van bedrijven en andere bronnen zoals evenementen, horeca en installaties van woningen (airco’s, warmtepompen) op geluidgevoelige gebouwen te verminderen.

In de kernwaarde van de GGD is de blik gericht op de woonomgeving, maar ook in de werkomgeving brengen mensen veel tijd door. Binnen de Omgevingsvisie Kerkrade staan we daarom stil bij een gezonde en veilige werkomgeving. Een omgeving die bijdraagt om veilig en gezond van en naar het werk te komen (bijv. met de fiets, te voet of met ov) en uitnodigt om buiten te pauzeren of een rondje te lopen in een aangename en groene omgeving. Door werkgebieden nadrukkelijker als onderdeel van de stad te bekijken, kunnen ontbrekende schakels van en naar werkgebieden, maar ook naar de landschappen achter de werkgebieden worden opgelost.

Landschap

Een probleem van werkgebieden is dat er bij gronduitgifte zo groot mogelijke kavels worden aangeboden. Daardoor is er beperkt publiek eigendom en dus ook beperkte ruimte voor vergroening op deze terreinen. En dat terwijl de noodzaak vanuit klimaatadaptatie en gezondheid groot is. Deze gebieden vragen een vergelijkbare strategie als bij buurtgroen om ook hier groen-blauwe basis en koelte te waarborgen door bijvoorbeeld een groennorm op te nemen. Daarnaast worden bedrijven verplicht om regenwater op eigen terrein vast te houden en te laten infiltreren in de bodem. Waar mogelijk worden ook eisen gesteld aan hergebruik van water voor productieprocessen. Doordat de werkgebieden in Kerkrade veelal langs de rand van het stedelijk gebied zijn gepositioneerd, liggen deze ook tussen de woonbuurten en het buitengebied in. Er is noodzaak aan groene verbindingen over de terreinen heen om ecologische structuren goed te verbinden en recreatieve routes te vergemakkelijken.

Erfgoed

Veel van de werkgebieden in Kerkrade bevinden zich op oude mijnterreinen. Helaas is er na het sluiten van de mijnen veel gesloopt. Herinneringen aan de mijntijd moesten zo snel mogelijk verdwenen zijn. Achteraf gezien is dat te betreuren, zeker als we kijken naar vergelijkbare plekken in België en Duitsland waar in het industrieel erfgoed diverse culturele instellingen, onderwijslocaties en bedrijven gehuisvest zijn. Toch zijn er op enkele plekken nog sporen te vinden. Soms in enkele gebouwen, zoals langs de Rimburgerweg of de Schacht Nulland. Maar soms ook als sporen in het landschap zoals langs de Nievelsteenstraat waar aan de diepgelegen Anselderbeek te zien is hoe het landschap is uitgevlakt voor de industrie.

Energiezekerheid

Energiezekerheid is een cruciale randvoorwaarde voor een werkende stad, waarin wonen en werken op een natuurlijke manier samenkomen. Een stabiele energievoorziening ondersteunt bedrijven, werkplaatsen en kantoren, terwijl het tegelijkertijd huishoudens van energie voorziet. Lokale energieopwekkingen slimme energienetwerken zorgen ervoor dat bedrijvigheid en woonbuurten elkaar versterken, bijvoorbeeld door het delen van restwarmte of duurzame elektriciteit. Dit vermindert niet alleen afhankelijkheid van externe energiebronnen, maar draagt ook bij aan economische stabiliteit en aantrekkelijke werk- en woonlocaties.

3.3 De Meergeneratie Stad, een goede stad voor 8 en 80 jarigen is goed voor iedereen

In Kerkrade krijg je veel woning voor je geld. De woningen en privé buitenruimte zijn vaak ruim en de buurten zijn rustig. Waar de afgelopen periode de gemeenten in de Parkstadregio de focus hadden op ‘minder maar wel betere woningen’ (in een context van stagnatie en voorziene bevolkingsdaling), zetten regio Parkstad en Kerkrade inmiddels in op gematigde groei. Dit heeft te maken met een positief migratiesaldo en een toename van het aantal kleinere huishoudens in de afgelopen jaren. Er zal dus, naast herstructurering en verduurzaming ook ruimte voor nieuwbouw moeten komen. En die nieuwbouw moet divers zijn zodat iedereen een passende woonruimte kan vinden: jong en oud, maar ook mensen met een beperking of mensen van buiten Nederland.

Bij het werken voor meer generaties staan de volgende principes centraal:

Veilige buurtroutes binnen het 15-minuten eiland

Vanuit verkeer wordt er vaak gekeken hoe verschillende centra, treinstations en werkgebieden ontsloten zijn. Vaak vanuit de blik van doorgaand verkeer om snel van A naar B te komen. Voor de allerjongsten en alleroudsten in onze gemeente is een heel andere blik nodig. Kinderen en ouderen hebben een kleine actieradius, bewegen traag en benutten met name stoepen, pleinen en fietspaden. Daarom is het nodig om tussen belangrijke bestemmingen in de buurt (buurtknooppunt, school, park, speeltuin) veilige routes te maken die uitnodigen tot zelfstandig en actief bewegen. We gaan ervan uit dat binnen de woongebieden een kind van 8 jaar zelfstandig naar school moet kunnen wandelen of fietsen en richten daar het verkeersnetwerk en openbare ruimte op in. Op strategische locaties is er langs deze route ruimte om te rusten, voldoende schaduw, zijn er sanitaire voorzieningen, is er gezonde voeding en schoon drinkwater te krijgen en er zijn speel mogelijkheden of speelaanleidingen.

Gezonde en veilige schoolomgevingen

Met name voor kinderen en hun ouders spelen scholen een cruciale rol als ontmoetingsplek in de buurt. Scholen bieden gegarandeerd levendigheid en speelruimte, maar vragen ook om een veilige gezonde omgeving. Nu er plannen zijn om de zes scholen in Kerkrade Oost te laten fuseren naar drie locaties, kunnen we deze kans benutten om zorgvuldig te kiezen waar een school het beste past en vervolgens het gebouw en omgeving integraal ontwerpen met oog voor veiligheid, verblijf en vermaak. Denk aan een veilig en groen haal-en-breng domein, fietsparkeermogelijkheden, een goede relatie met omliggende voorzieningen en ruimte voor spelende kinderen in het groen.

Divers en duurzaam woningaanbod

De woningvoorraad moet geschikt worden gemaakt voor meerdere doelgroepen; zowel de relatief grote groep ouderen van nu (die zoeken naar levensloopbestendige woningen) en een jongere bevolking van de toekomst. Daarom wordt herstructurering, verduurzaming (met het oog op levensloopbestendig, multifunctioneel gebruik, hergebruik van materialen en energieneutraal) en nieuwbouw in buurten benut om te zorgen voor een gevarieerder woningaanbod en een betere mix in de buurt. Denk aan woningen in een ander segment, een andere woninggrootte of woningtype. In het geval van sloop bouwen we niet steeds hetzelfde terug. Bij sloop zijn ook circulair bouwen en urban mining van belang.

We bouwen voor de toekomst; te denken valt aan levensloopbestendige woningen (bijvoorbeeld appartementen met een lift, patiowoningen en bungalows), woonzorgcombinaties en starterswoningen of -appartementen. Daarbij maken we gebruik van het karakter of bestaande kwaliteiten in (de opzet van) de wijk. We zetten in op meer midden huurwoningen en duurdere (koop)woningen. Kerkrade zit namelijk ruim boven de norm van 30% sociale huurwoningen van de totale woningvoorraad. We willen andere en nieuwe doelgroepen aantrekken en het aandeel sociale huur terugdringen. Bij het omgevingsprogramma voor wonen is leefbaarheid en veiligheid ook van groot belang. Een duurzaam woningaanbod kijkt ook naar de kwaliteit van het binnenklimaat. We beschikken over een lokale aanpak Isolatie (Transitievisie Warmte) en aanpak energiearmoede om verduurzaming te stimuleren en het binnenklimaat, het wooncomfort te verbeteren. Koelte moet zowel binnen de woningen als buiten in de buurt onderdeel van het ontwerp worden. Het toepassen van de Menukaart hitte die door het RVO is ontwikkeld kan hierbij helpen (volgens de pijlers gezondheid, gebouw en gebied) en (extra) maatregelen te nemen voor het tegengaan van oververhitting. In de nog op te stellen omgevingsprogramma’s en in het omgevingsplan wordt dit verder uitgewerkt.

Recreëren en ontmoeten in koele groengebieden dichtbij huis

Een goede balans tussen zon en schaduw is belangrijk in de woonomgeving. We gebruiken de hittestresskaart om vast te stellen waar de toegang tot groen, schaduw en wijkparken onvoldoende is en er dus extra inzet nodig is. Prioritair voor het uitvoeren van deze regel zijn gebieden en routes dichtbij functies voor de alleroudsten of allerjongsten.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Gezondheid en brede welvaart

Als we ontwerpen voor de allerjongsten en alleroudsten, ontwerpen we een stad die goed is voor iedereen. Een meergeneratiestad betekent een zorgzame samenleving met sociale cohesie en waar mensen elkaar kennen en naar elkaar omkijken. Werken aan de meergeneratiestad sluit aan op de kernwaardes #1: Rookvrije omgeving, #2: Aantrekkelijke plekken, #3: Gezond gewicht, #6: Actief vervoer, #8: Gezond binnenklimaat, #9: Prettig wonen en #10: Geschikte woningen. We zorgen in Kerkrade dat de diversiteit van woningtypes, -grootte en woonvormen verbreed zodat meer doelgroepen een geschikte plek kunnen vinden. Bijvoorbeeld door ruimte te maken voor ouderenwoningen dichtbij zorg en andere voorzieningen. Tegelijkertijd letten we op veilige, prettige routes door de buurt om zelfstandigheid en autonomie te vergroten.

De luchtkwaliteit wordt verbeterd door de wettelijke normen te hanteren en samen te werken met het Rijk, de provincie en grote bedrijven in onze gemeente binnen het Schone Lucht Akkoord. Van belang is dat de impact voor de woonomgeving, vooral voor geluid en luchtkwaliteit, zoveel mogelijk wordt beperkt. Wat betreft de luchtkwaliteit is Kerkrade afhankelijk van het buitenland, o.a. dichtbij grote stedelijke agglomeraties zoals Aken, Luik en het Ruhrgebied. De laatste jaren nemen de klachten over het stoken van hout toe. Houtstook leidt tot schadelijke stoffen in de lucht en kan overlast geven voor omwonenden. Gemeenten kunnen beleid maken en regels opstellen voor het gebruik van houtkachels en open haarden. Rondom geluid is het van belang om bij ontwikkelingen van geluidgevoelige gebouwen zoals een woning of school binnen de aandachtsgebieden goed te onderzoeken of er voldaan wordt aan de wettelijke (minimale) normen.

Landschap

Een belangrijke rol spelen de koele groengebieden die cruciaal zijn voor een prettige woonomgeving. Kleine buurtparken van minimaal 200 m2 op maximaal 300 meter afstand van iedere woning. Deze hoeven niet verbonden te zijn met de grotere landschappelijke structuren. De buurtparken zijn te bereiken via een veilige en schaduwrijke route. Op deze routes en in deze groengebieden geven we bomen de ruimte om volwassen te worden, en zo de meeste gezondheidsvoordelen opleveren.

Erfgoed

Binnen de woongebieden liggen her en der kleine structuren en gebouwen die verschillende tijdsperiodes in de gemeente laten zien. Denk aan de opgraving van de Romeinse Villa Kaalheide, middeleeuwse hoeves, mijnwerkerskolonie De Hopel, de Schacht Nulland of hedendaags erfgoed als Superlocal. Deze plekken bieden kansen om verhalen te vertellen voor bewoners en bezoekers. Sommige van deze plekken liggen erg verscholen. Routes gekoppeld aan andere interessante plekken en goede bewegwijzering kan hier uitkomst bieden. Ook is communicatie vanuit de gemeente van belang, dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van storytelling en het gebruik van digitale mogelijkheden zoals de Archeo Route Limburg, die archeologische verhalen beleefbaar maakt.

Energiezekerheid

Energiezekerheid is essentieel voor een stad die goed is voor alle generaties. Een betrouwbare energievoorziening garandeert dat woningen, scholen, zorgvoorzieningen en recreatieplekken veilig en comfortabel zijn, ongeacht leeftijd of levensfase. Door in te zetten op lokale, duurzame energieopwekking en betaalbaarheid, wordt voorkomen dat kwetsbare groepen onevenredig worden geraakt door energieprijzen of tekorten. Slimme oplossingen, zoals energie-efficiënte woningen en buurtgerichte warmtevoorzieningen, ondersteunen de behoeften van jong en oud.

3.4 De Klimaatbestendige Stad, wonen in een sterk landschappelijk raamwerk

Het landschap van Kerkrade is van hoge kwaliteit, het eerste stuk waar de Eifel in Nederland echt zichtbaar is. In het Wormdal en de Anstelvallei is voor Nederlandse begrippen nog echt wilde natuur te vinden dichtbij de stad. Ook is vanuit alle delen van de gemeente het mogelijk om dit landschap te ontdekken. Een landschap waarin sporen uit het verleden te vinden zijn: met de holle wegen en Romeinse villa’s, een oud abdijcomplex, een middeleeuws kerkje, een kasteel, carréhoeves en wegkruisen, de imposante en originele mijnschacht Nulland en het enige stuwmeer van Nederland. Hiermee is Kerkrade niet alleen een trekpleister voor toerisme gericht op onder meer natuurbeleving, maar biedt het ook een uniek en afwisselend landschappelijk raamwerk om in te wonen en te recreëren.

Bij een sterk landschappelijk raamwerk staan de volgende principes centraal:

Ondersteunen van de ecologische basis

Het is nodig om naar de toekomst toe bestaande bos- en natuurgebieden robuuster te maken door deze te vergroten en onderling te verbinden. Daarin wordt het beleid vanuit de structuurvisie voortgezet. Daarvoor versterken we landschappelijke kwaliteiten, worden ecologische corridors aangewezen die het ecologische systeem ondersteunen en komen er duidelijke overgangen tussen beek- en droogdalen en (bos)hellingen. De verwachting is dat de komende jaren het bos- en natuurgebied in Kerkrade verder wordt uitgebreid met onder andere een levensbomenbos bij abdij Rolduc.

Een ecologische basis betekent ook een goed bodem- en landschapsbeheer, met een positieve bijdrage aan de waterkwaliteit. Dat vraagt om een omslag bij de agrarische bedrijven naar een duurzamere bedrijfsvoering, waarbij rekening wordt gehouden met omgevingskwaliteiten, water- en klimaatopgaven en de maatschappelijke ontwikkelingen. Kerkrade is immers geen grootschalige landbouwgemeente (geen ‘Primair landbouwgebied’ volgens de Provinciale Omgevingsvisie). De omgeving is sterk verstedelijkt, maar vertegenwoordigt wel hoge natuur- en landschapswaarden. De ambitie is om samen met de agrariërs toe te werken naar een duurzame, bijvoorbeeld een natuurinclusieve vorm van landbouw, die integraal onderdeel uitmaakt van het landschappelijkraamwerk.

Wilde natuur verbonden met het stedelijk weefsel

De huidige regels rondom stedelijke uitbreiding in het buitengebied worden in hoofdlijn gehandhaafd: geen rood voor groen. Bijvoorbeeld op plekken waar de beek en droogdalen de entree van het buitengebied vormen is er aanleiding om natuur en recreatieve routes het stedelijk gebied in te trekken. Of door uitzichten weer de ruimte te geven die ze verdienen. Momenteel zien we dat diverse uitzichtpunten met lintbebouwing worden gesloten. Dat levert fantastische woningen op, maar privatiseert unieke plekken in de gemeente.

Versterken van de sponswerking en waterhuishouding van het gehele systeem

Hoewel er een uniek waterafvoersysteem in de gemeente is, moet aanvullend daarop de sponswerking worden versterkt, zowel op de plateaus (‘daar waar de druppel valt’) als op de plateauranden (water vasthouden doormiddel van soortenrijke begroeiing). Waar mogelijk wordt het regenwater hergebruikt of geïnfiltreerd en daarnaast is er ruimte nodig voor waterberging en vertraagd afvoeren via het oppervlak of via een gescheiden riool. Van belang is dat de oppervlakte van verharding niet verder toeneemt of zelfs verkleint, zodat regenwater de bodem in kan. Dit betekent op veel plekken het weghalen van (overbodige) verharding en vergroening van het stedelijk gebied, zeker op de hoger gelegen plateaus. Dit is een opgave die de gemeente ook samen met inwoners wil oppakken met de projecten “Steenbreek” en het “NK Tegelwippen”. Tevens draagt de vergroening van de stad bij aan de aanpak van hittestress. Kerkrade heeft vanwege de eerder genoemde opbouw te maken met het zogenaamde hitte-eiland-effect. Dit betekent dat in lange warme periodes de stad nauwelijks afkoelt.

Ontwikkeling van hoogwaardig toerisme

Kerkrade heeft diverse toeristische attracties, maar een eenzijdig aanbod voor meerdaags verblijf, dat niet goed aansluit bij de toeristische doelgroep waar wij ons op richten, namelijk families met kinderen. Dat vraagt om samenwerking tussen toeristische ondernemers en een diversificatie van verblijfsmogelijkheden. Bijvoorbeeld het bieden van ruimte aan een natuurcamping. Het recreatie- en natuurgebied kan verder ontsloten worden met routes over de grens naar Duitsland. Hiervoor zijn een aantal ontbrekende schakels nodig om de ontwikkeling van het netwerk mogelijk te maken en is het van belang om in te zetten op fietsverhuur en langere fietsroutes. De start daarvoor is al gemaakt met de Parkstadroute die dwars door de gemeente Kerkrade loopt, het “knopenlopen” en de start van de route van de Dutch Mountain Trail in onze gemeente. Hier liggen kansen voor recreatie en toerisme.

Beleefbaar, recreatief stadsgroen

Door bewoners te stimuleren meer gebruik te maken van het ‘dagelijks groen’, belangrijk voor een rondje met de hond bijvoorbeeld, kunnen we de recreatieve druk op het buitengebied beperken. Dat betekent dat we moeten zorgen voor een goede bereikbaarheid en programmering van het groen binnen en rondom elke buurt. Denk aan buurtparken en speelplekken, zoals het Stadspark, Park West en het Laurapark, maar ook aan grotere groengebieden aan de randen van de buurt, zoals het Berenbos en Carisborg die meer voor recreatief gebruik ingericht kunnen worden door ruimte te maken voor kleinschalige horeca (gezonde voeding en drinkwater), toiletten, rustplekken en speel- en sportmogelijkheden.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

Gezondheid en brede welvaart

Een aantrekkelijke groene omgeving vertegenwoordigt het natuurlijk kapitaal. Dit zijn plekken waar mensen graag wonen (de groenste buurten zijn immers vaak ook de duurste buurten en de armste vaak de warmste buurten) en om een gezonde omgeving te maken is een sterk landschappelijk raamwerk een randvoorwaarde. Zowel op kleine schaal in de buurten, als grotere structuren voor recreatie en ontspanning. Natuur in en om de stad zorgt voor rust in de reuring en het brengt gezondheidsvoordelen dichtbij, ook voor mensen die het niet snel zelf opzoeken.



Binnen de Omgevingsvisie werken we aan het versterken en uitbreiden van het landschappelijk raamwerk, zodat de voordelen (aantrekkelijke omgeving, verkoeling, schone lucht) ervan ook binnen de woonomgeving meer gevoeld worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan een betere bescherming van de natuur, zodat we deze ook de ruimte geven om volwassen te worden. Er liggen kansen om bewegen in de openbare ruimte te stimuleren op groene plekken, een belangrijk speerpunt van het programma Vie. Bijvoorbeeld door belangrijke fiets- en wandelroutes in het groen te organiseren of als aanleiding te gebruiken voor een vergroeningsstrategie. En door parken meer te benutten voor activiteiten rondom sport en spel. De klimaatbestendige stad is gekoppeld aan de kernwaarden #2: Aantrekkelijke plekken en #9: Prettig wonen. Vanuit een verdelingsvraagstuk moeten we zorgen voor een gelijkwaardige verdeling en bereikbaarheid van de groene omgeving. Enkele buurten kampen specifiek met hitteproblematiek. Hier zal gestart moeten worden met werken aan een groene, gezonde en klimaatadaptieve leefomgeving.

Erfgoed

Enkele grote erfgoed- en archeologische locaties van Kerkrade zijn te vinden in het buitengebied. Deze vormen ook belangrijke bestemmingen met (inter)nationale bekendheid, zoals Abdij Rolduc, Romeins Villalandschap (Villa Holzkuil) en Kasteel Erenstein. Met het oog op toerisme en recreatie is het belangrijk dergelijke locaties te blijven beschermen en toegankelijk te houden. Maar het is interessant om de erfgoedblik ook te werpen op andere type structuren. Bijvoorbeeld erfgoed dat een nutsfunctie heeft en had zoals het stuwmeer of het Miljoenenlijntje. Ook kunnen bomen, beeklopen of landschapselementen een erfgoedwaarde hebben.

Energiezekerheid

Energiezekerheid is een belangrijke bouwsteen voor een klimaatbestendige stad, waarin wonen werken en recreëren in balans staat met natuur en landschap. Door in te zetten op duurzame energieopwekking, worden niet alleen fossiele brandstoffen vervangen, maar wordt ook het natuurlijke landschap versterkt. Slimme energie-infrastructuur, geïntegreerd in het groenblauwe raamwerk, draagt bij aan veerkracht tegen extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en wateroverlast. Lokale oplossingen, zoals energieopslag en klimaatadaptieve gebouwen, verminderen de druk op de omgeving en versterken de samenhang tussen bebouwing en natuur.

3.5 Confrontatie verhaallijnen

De vier verhaallijnen van de Omgevingsvisie Kerkrade zijn onderling verweven en bieden mogelijkheden voor een integrale, toekomstgerichte ontwikkeling van de stad. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om één verhaallijn te kiezen, maar om deze naast elkaar uit te werken. De genoemde ambities onder de genoemde verhaallijnen dragen bij aan het toekomstbeeld van Kerkrade. De verhaallijnen kennen haar eigen accenten, prioriteiten en ruimtelijke claims. In de uitwerking ontstaan ambities die elkaar versterken en met elkaar botsen.

Ruimtelijke concurrentie: wonen, werken, groen en voorzieningen

De wens vanuit de Leefbare stad en de Meergeneratiestad om complete wijkknooppunten en een divers woningaanbod te realiseren, vraagt om intensief ruimtegebruik in bestaande wijken en centrumgebieden. Tegelijkertijd vraagt de Werkende stad om behoud en transformatie van bedrijventerreinen. De Klimaatbestendige stad vraagt om meer ruimte voor groen, waterbergingen ecologische verbindingen. De ambities kunnen leiden tot een ruimtelijk conflict:

Meer woningen, meer voorzieningen en meer bedrijvigheid vragen om verdichting, terwijl vergroening en klimaatadaptatie ook om ruimte vragen. Dit schuurpunt wordt gemitigeerd door te kiezen voor inbreiding en niet voor uitbreiding en het herontwikkelen en verduurzamen van de bedrijventerreinen. Mocht in de toekomst inbreiding niet afdoende zijn en gekozen worden voor uitleglocaties ontstaat mogelijk spanning met het principe ‘geen rood voor groen’ en het beschermen van het buitengebied. Een bijkomend vraagstuk is het relatief hoge aandeel sociale huurwoningen binnen de gemeente. Om te zorgen voor een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling, met zowel ‘dragers’ als ‘vragers’, is het wenselijk sterker in te zetten op het midden- en hogere woningsegment.

Mobiliteit en bereikbaarheid en leefbaarheid en klimaat

De Leefbare stad en Meergeneratiestad streven naar veilige, aantrekkelijke en groene buurtroutes, reductie van autoverkeer en stimulering van fietsen en wandelen (verbetering van de gezondheid).Tegelijkertijd blijft de Werkende stad afhankelijk van goede bereikbaarheid, waarbij uitgegaan wordt van meer vervoer middels ov en fiets, de auto blijft een belangrijk uitgangspunt voor ondernemers en werknemers. Dit kan leiden tot het volgende schuurpunt: Parkeerdruk bij wijken en bedrijventerreinen kan conflicteren met het streven naar autoluwe en groene openbare ruimten. Binnen Kerkrade is de auto een veel gebruikt vervoersmiddel. Maatregelen ter vermindering van autoverkeer (gedragsverandering en aanpassing parkeernorm) kunnen weerstand oproepen bij ondernemers, bewoners en bezoekers, zeker als alternatieven (ov, fietsbereikbaarheid en fietsvoorzieningen) nog niet voldoende zijn.

Economische ontwikkeling versus ecologie en recreatie

De ambitie vanuit de Werkende Stad om bedrijventerreinen te verduurzamen en het lokale MKB te koesteren, vraagt om ruimte voor nieuwe bedrijvigheid, energieopwekking en infrastructuur. De Klimaatbestendige stad zet in op het versterken van ecologie, waterhuishouding en recreatief groen. Deze ambities kunnen gezamenlijk zorgen voor een dilemma. Zo kan de vraag naar ruimte voor energieopslag en -opwekking op bedrijventerreinen botsen met de wens om deze terreinen te vergroenen en klimaatadaptief in te richten. Daarnaast kiest de gemeente Kerkrade ervoor om vooralsnog geen grootschalige windmolens en zonnepanelenvelden toe te staan, dit schuurt om te komen tot een duurzame energietransitie. Kerkrade is daarbij afhankelijk van duurzame energie van elders, gezien de beperkte ruimte binnen de gemeente. Uitbreiding van toeristische voorzieningen en recreatieve routes kan leiden tot extra druk op kwetsbare natuurgebieden, wat kan leiden tot extra druk op ecologische waarden.

Sociale cohesie versus schaalvergroting en efficiency

De Meergeneratiestad en Leefbare stad benadrukken het belang van maatwerk, buurtinitiatieven en sociale inclusie. Tegelijkertijd worden voorzieningen en schoollocaties geconcentreerd en geoptimaliseerd om efficiëntie te bereiken. De concentratie van voorzieningen en winkels kan leiden tot verschraling van kleinere buurten, waar sociale cohesie juist kwetsbaar is. De herstructurering en schaalvergroting kunnen de toegankelijkheid voor kwetsbare groepen verminderen, daarom verdient het aanbeveling om expliciet te sturen op inclusieve inrichting.

Multifunctioneel ruimtegebruik en integrale inrichting

De verhaallijnen versterken elkaar waar functies worden gecombineerd. Multifunctionele pleinen en openbare ruimten dragen bij aan sociale vitaliteit (Leefbare stad), stimuleren lokale economie (Werkende stad), bieden ruimte voor ontmoeting en beweging (Meergeneratiestad) en kunnen klimaatadaptief en groen worden ingericht (Klimaatbestendige stad). Groene daken, wateropvang en natuurlijke materialen verbinden duurzaam bouwen, klimaatadaptatie én gezonde werk- en woonomgevingen.

Gezondheid, veiligheid en klimaat als gezamenlijke drager

Versterking van groen, schaduw (3‑30‑300 regel, 40% schaduw langs routes), rookvrije schoolpleinen en beweegvriendelijke inrichting dragen bij aan een gezonde leefomgeving voor jong en oud (Meergeneratiestad), aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving (Leefbare stad, Werkende stad), klimaatadaptatie en versterking van ecologische waarden en structuren (Klimaatbestendige stad).

Energiehubs en circulair ondernemen

De ambitie om bedrijventerreinen in te zetten voor de energietransitie, via collectieve energiehubs, groene daken en slimme infrastructuur, biedt synergie op de volgende aspecten:

  • Werkgelegenheid en innovatie (Werkende stad) worden gestimuleerd door nieuwe duurzame bedrijvigheid.

  • Klimaatdoelen (Klimaatbestendige stad) en lokaal eigenaarschap (Leefbare stad, Meergeneratiestad) kunnen worden verbonden via participatie in energieprojecten.

  • Toegankelijke en inclusieve openbare ruimte

Inclusief ontwerp van openbare ruimten en routes draagt bij aan de sociale cohesie en buurtinitiatieven (Leefbare stad, Meergeneratiestad) en de bereikbaarheid van werk, voorzieningen en recreatie (Werkende stad, Klimaatbestendige stad). Rondom circulariteit is er ook sprake van een schuurpunt: de gemeente zet in op lagere milieucategorieën op de bedrijventerreinen, terwijl circulariteit vraagt om veel ruimte en een hogere milieucategorie.

Hoofdstuk 4 Van visie naar handelingsperspectief

De verhalen en ambities van de Omgevingsvisie zijn duidelijk, maar om de visie ook makkelijker te kunnen uitvoeren, vertalen we deze naar een strategie waarin gebieden verder gedefinieerd worden. Van de hoofdfuncties zoals we deze nu kennen in het tijdelijke omgevingsplan (woongebied, centrumgebied, werkgebied, buitengebied), naar een rijker palet aan gebiedskarakters die ieder een andere werkwijze, andere maatregelen of programma’s vragen. Daarmee bouwt de Omgevingsvisie aan een nieuwe omgevingsbeleidstructuur die steeds verder ingevuld kan worden met nieuwe maatregelen gekoppeld aan specifieke gebieden binnen de gemeente.

afbeelding binnen de regeling

Per gebied is gedefinieerd welke karakters we hier aantreffen en hoe we met deze plekken in de stad om willen gaan. Waar nodig zijn er beleidsmaatregelen gekoppeld aan gebieden of gebiedskarakters. En er is een beschrijving hoe nieuwe initiatieven binnen deze gebieden worden behandeld of waar zij aan moeten voldoen. De teksten worden vergezeld van kaartbeelden die duidelijk laten zien welke plekken bedoeld worden en ook hoe deze begrensd zijn.

afbeelding binnen de regeling
afbeelding binnen de regeling

4.1 Centrumgebieden

afbeelding binnen de regeling

De meerkernigheid (vele buurten) van de gemeente biedt een kans om het dagelijkse voorzieningenniveau op peil te houden in complete buurtknooppunten op loopafstand van iedere woning. Knooppunten waar naast enkele winkels ook ruimte is voor voorzieningen, gemeenschapsruimte, een mobiliteitshub of ontmoetingsruimte. Daarom wordt ingezet op het intensiveren van alle bestaande centra.

De meerkernigheid van Kerkrade is een van de kwaliteiten die gekoesterd moet worden. Een herkenbaar buurtcentrum met eigen voorzieningen geeft identiteit en gemeenschapszin. Zeker hier in Kerkrade, omdat de buurtcentra vaak ook beschikken over cultuurhistorische elementendie verhalen meedragen en eigenheid geven. Er is wel noodzaak om de definitie van buurtcentrum los van enkel detailhandel te zien, omdat dit een te beperkt aanbod is voor de levendigheid die we voor ogen hebben en gemeenschap definieert vanuit een commerciële blik. Liever spreken we van buurtknooppunt een plek waar mensen, werkgelegenheid, voorzieningen, winkels en landschap elkaar kruisen. Een kwalitatieve omgeving waar het prettig vertoeven is en een logische plek om elkaar te ontmoeten. Verder blijven we inzetten op het versterken van de entrees naar de Centrumgebieden. Momenteel is er een goed voorzieningenniveau in Kerkrade en dat willen we graag zo houden. Er is wel een verschil in schaalniveau tussen de buurtknooppunten dat ook houvast biedt bij het maken van ruimtelijke keuzes. Daarmee legt de Omgevingsvisie net een ander accent op de verschillende centra dan in de huidige Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) is vastgelegd. Zo willen we ook het behoud en verbetering van de leefbaarheid in de buurten nastreven.

Randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven

  • Het initiatief toont respect voor de aanwezige beeldbepalende en/of cultuurhistorische elementen. Aanwezige erfgoedwaarden worden behouden, uitgebreid en versterkt;

  • We zetten in op het behoud van religieus erfgoed. Leegstaande kerken krijgen een nieuwe functie. Kerken worden pas gesloopt als er geen andere optie is. De recentelijk opgestelde Kerkenvisie is richtinggevend voor de toekomst van alle kerken in de gemeente Kerkrade;

  • Pleinen dienen multifunctioneel ingezet te worden, momenteel is parkeren de primaire functie. Er dient ruimte te zijn voor sport, bewegen, spel en ontmoeting;

  • Nieuwe initiatieven voor (kleinschalige) verblijfsrecreatie dienen plaats te vinden dichtbij recreatieve-toeristische voorzieningen of in beeldbepalende, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Ingezet wordt op kwalitatief hoge verblijfsrecreatie;

  • Nieuwe (maatschappelijke) voorzieningen vestigen zich bij voorkeur in de centrumgebieden;

  • Scholen, speeltuinen en kinderopvang worden niet gerealiseerd aan drukke doorgaandewegen. Naast deze randvoorwaarde is er sprake van minimaal 30% groen in de schoolomgeving en parkeren gebeurt op afstand. Daarnaast wordt de openbare ruimte rondom en naar de scholen beweegvriendelijk ingericht, kinderen worden zoveel mogelijk gestimuleerd om lopend of fietsend naar school te komen. Ook speelt bij de locatiekeuze de aanwezigheid van ongezonde voorzieningen (bijvoorbeeld snackbars en coffeeshops) een rol en willen wij zorgen voor rookvrijezones;

  • De parkeernormen in centrumgebieden, dichtbij voorzieningen en openbaar vervoer (trein- en busstations) dienen op lange termijn te worden verlaagd vanwege schaarste ruimte. We willen meer ruimte voor langzaam verkeer, ontmoeting en groen;

  • Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan een aantrekkelijke, groene en klimaatadaptieve leefomgeving.

  • Inzet op het vasthouden en waar mogelijk verwerken van hemelwater op eigen terrein. Voor een klimaatbestendige inrichting geldt de maatgevende bui 80mm in twee uur (met een beschikbaarheid/leegloop binnen 24 tot 72 uur).

4.1.1 Stadscentrum

Stadscentrum

Het huidige stadscentrum vormt een buurtcentrum voor de woningen daaromheen, maar biedt ook overstijgende functies op het gebied van cultuur (Rodahal, HUB, bibliotheek en theater), onderwijs (Het Martin Buber, muziekschool), sport (VIE, sporthal en binnen zwembad), openbaar vervoer ontsluiting (bus en treinstation), zorginstellingen, detailhandel en horeca. In de verschillende buurtcentra, maar met name rondom het stadscentrum is ook ruimte voor werkgelegenheid in het MKB, dienstverlening en (overheids)zorgvoorzieiningen. Dit is een grote kwaliteit die bijdraagt aan het dynamische karakter van het centrum, daarom wordt de werkgelegenheid behouden en versterkt. Er liggen echter nog steeds opgaven en kansen op het gebied van woningbouw, de verbinding met het bus- en treinstation en vergroening. Ook ligt in het stadscentrum momenteel geen supermarkt of buurtwinkel; een voorziening die vanuit de rol als buurtknooppunt wel zou passen. Daarnaast wordt het kernwinkelgebied van het stadscentrum steeds compacter om leegstand tegen te gaan. Aanloopstraten zoals de Einderstraat, Marktstraat en Hoofdstraat zullen richting 2030 voor een gedeelte worden omgevormd tot woonstraten.

4.1.2 Buurtcentra

Buurtcentra

De grootste opgave ligt op dit moment in de buurtcentra zoals het Carboonplein, Hertogenlaan, MariaGoretti plein en Eygelshoven. Het behoud van voorzieningen is een grote opgave richting 2050. Verder is het de opgave om (waar mogelijk) parkeerpleinen terug te geven aan de gemeenschap, door te werken aan mobiliteitshubs elders, en de openbare ruimte in te richten als verblijfsplek om te ontmoeten en spelen. Een goed voorbeeld daarvan is het plein rondom het Socio Project in Eygelshoven, op zaterdagen wordt het plein benut als markt, de rest van de week alleen als parkeerplek. Vaak ligt dichtbij deze buurtcentra een school en zorgvoorziening. Door deze te koppelen aan het winkelgebied en ruimte te zoeken voor nieuwbouw en vergroening ontstaat er meer reuring en meer logica om te spreken van een knooppunt. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er voldoende parkeerruimte moet zijn bij een supermarkt.

  • In kaart brengen van architectonische kwaliteiten in de buurtcentra en op de historische linten. Het hoeft geen erfgoedstatus te krijgen, maar wel aansturen op het zorgdragen dat kwaliteit en bijzondere uitstraling niet verloren gaan. Daarnaast kunnen er ook nieuwe tijdlagen worden toegevoegd aan het erfgoed. Net zoals kerken dat in het verleden hebben gedaan, kunnen scholen of buurthuizen met een zorgvuldig architectonisch ontwerp zorgen voor een ander gezicht van de gehele buurt.

  • Het ontwikkelen van veilige en gezonde schoolomgevingen.

  • Klimaatadaptieve maatregelen nemen bij de meest kwetsbare functies voor het tegengaan van hittestress (zorg, senioren, scholen, kinderopvang, speelplekken, sportcomplexen, maatschappelijke voorzieningen, treinstations en bushaltes) uitgaan van de menukaart hitte met drie pijlers: gezondheid/gedrag (individu), gebouw (klimaatadaptief, natuurinclusief bouwen) en gebied (het ontstenen en vergroenen van de stad). Met name deze laatste maatregel heeft ook een positief effect op de waterhuishouding, omdat water de grond in kan trekken en langer wordt vastgehouden in het gebied.

  • De leefwereld van de Kerkradenaar gaat over de landgrens heen. Ook verbindingen naar bijvoorbeeld Herzogenrath via fiets en trein moeten hoogwaardig zijn, zodat voorzieningen gedeeld kunnen worden.

4.1.3 Kleine (voormalige) buurtcentra

Kleine (voormalige) buurtcentra

Er zijn ook nog enkele kleinere plekken waar sprake is van een cluster zoals het Piusplein (Terwinselen) ,Dr Ackensplein (Bleijerheide) en het gebied rondom de Heiveldstraat en Kapelweg (Kaalheide) of kleine ontmoetingsplekken. Op het Piusplein wordt ingezet op het behoud van de voorzieningen voor de woonbuurt Terwinselen. Op de overige locaties is het niet nodig om voorzieningen toe te voegen, maar wel om oog te blijven houden op een aantrekkelijke en groene ruimte waar ook andere generaties een plek krijgen.

4.1.4 Sport en Leisure

Sport en leisure

Rodaboulevard. De Rodaboulevard is een speciale locatie tussen een werkgebied en een centrumgebied in. Enerzijds een gebied dat is gericht op ontspanning en anderzijds gericht op grootschalige retail. Het is een succesvol veel bezochte locatie die publiek uit de hele Euregio aantrekt. Op het gebied van uitstraling is er veel te winnen. Door nog sterker in te zetten op de kenmerken sport en leisure willen we daar samen met de grondeigenaren verandering in brengen. We streven naar ruimte voor buitensporten, meer groen en een goede fietsvoorzieningen op de Rodaboulevard met een goede een veilige verbinding naar de aangrenzende woongebieden in Kerkrade (Kerkrade-West) en Heerlen (Heerlerbaan).

4.2 Woongebieden

afbeelding binnen de regeling

Woningbouw is een belangrijk strategisch element bij stadsplanning. Zodra er woningen ontwikkeld worden investeren we in plekken. We zien die investeringen het liefste daar landen waar we opgaven hebben zodat er koppelkansen ontstaan. Woningbouw als hefboom voor de buurt. Daarom verkiezen we herontwikkeling en inpassing van nieuwe woningen in bestaande buurten boven nieuwbouw in het buitengebied.

Woningbouw is er niet alleen maar om de gemeente te laten groeien. Woningen maken de stad, omdat zij de (nieuwe) bewoners huisvesten die samen de gemeenschap gaan vormen. Maar ook omdat een ruimtelijke investering kan helpen bij het werken aan ambities en doelen. Woningbouw als hefboom om daarmee ook de openbare ruimte te vergroenen (tegengaan van hittestress), klimaatbestendiger te maken (wateroverlast verminderen), ruimte voor energietransitie, voorzieningen toe te voegen, ontmoetingsruimte aan te leggen of diversiteit aan woningen te brengen (wooncarrière). Momenteel kent Kerkrade een hoog percentage sociale huur. Ruim 46% van het totaal aantal woningen. Waar in andere gemeente de opgave speelt om te komen tot 30% sociale huur, is de opgave in Kerkrade andersom, in de gemeente moet een afname van het aandeel sociale huur ontstaan. De focus ligt daarom in de toekomst op woningbouw in andere en duurdere segmenten zodat er meer diversiteit in de woningvoorraad komt. Dit heeft ook te maken met de groeiende economie in Kerkrade, het aantal banen is in de afgelopen jaren gestegen. Zo zijn er in 2023 738 banen bijgekomen. In het volkshuisvestelijk programma wordt uitgewerkt welke woningen erbij kunnen worden gebouwd op basis van de behoefte. Tot 2030 worden er minimaal 1300 nieuwe woningen in Kerkrade gebouwd. Daarbij is het nodig om de transformatie naar levensloopbestendige woningen en de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen mee te nemen. Vooral de komende 10-15 jaar, wanneer de vergrijzingspiek in zicht komt is dit van belang. Door het bouwen van levensloopbestendige woningen wordt de doorstroming op gang gebracht en komen er woningen uit de bestaande voorraad vrij voor starters en gezinnen.

In de afgelopen jaren heeft er grootschalige herstructurering in de woonbuurten Heilust en Bleijerheide (SUPERLOCAL) plaatsgevonden. De komende tien jaar is de herstructurering van Rolduckerveld en een deel van Bleijerheide nog in uitvoering. Op de langere termijn komen onder andere de locaties Mucherveld (zuidelijk deel van het centrum) en Eygelshoven in beeld. Vitale en veerkrachtige woonbuurten met zelfredzamebewoners vormen de basis. Daarbij zijn duurzaam en circulair ontwerpen, slopen en bouwen bij toekomstige plannen van belang. De bevolkingsdaling is de afgelopen jaren minder hard en zelfs stabiel geworden. Dit leidt tot meer vraag naar nieuwe woningen. Het “Nieuwe Narratief” van de stadsregio Parkstad: “Parkstad Limburg biedt ruimte!” zet hierop in. Kerkrade volgt deze ontwikkeling, met de bouw van nieuwe woningen ontstaat er naast herstructurering een kans deze investering te richten op plekken die daar baat bij hebben. De juiste woning op de juiste plek is daarbij een belangrijk principe. Bij voorkeur wordt er ruimte gezocht voor nieuwbouw in de eerste vijf benoemde Woongebieden hieronder. Voor de eerste vijf gebieden is er geen sprake van een strikte voorkeursladder.

Buurtknooppunten

In het hart van de buurten is nog ruimte voor woningbouw. We zien daar met name kansen voor ouderenhuisvesting om dichtbij voorzieningen en gezelligheid te kunnen wonen. Voorwaarde is het ontwikkelen van een veilige verkeersomgeving, toegankelijke openbare ruimte en een goede leefbaarheid.

Stationslocaties

Station Eygelshoven Markt en Kerkrade Centrum bieden kansen voor woningbouw. In Euregionaal verband wordt een onderzoek (Transregioexpress) uitgevoerd naar de ontwikkelkansen van de stationsomgevingen gelegen aan het tracé van de Drielandentrein tussen Aken, Zuid-Limburg en Luik. Voor de gemeente Kerkrade is met name deze ontwikkeling interessant voor de stations Kerkrade Centrum en Eygelshoven Markt.

Historische linten

Benutten bestaande architectonische parels en toevoegen van nieuwe parels op leegstaande kavels om de historische kwaliteit van deze plek weer opnieuw tot leven te brengen. Voorwaarde hiervoor is een verandering van de verkeersstructuur (meer groen, meer ruimte voor fietsverkeer, minder lawaai en onveiligheid). De linten worden daardoor ook weer een aantrekkelijke plek om te wonen. Het verder verbouwen van voormalige commerciële panden, zoals winkels, cafés en kantoren tot woningen vormt onderdeel van deze strategie. We zien de voorzieningen immers het liefst gebundeld in de buurtcentra.

Binnen de bestaande woonbuurten

Er zijn diverse plekken in de gemeente waar onbenut potentieel is of het ruimtegebruik extensief. Zo zijn er diverse grote parkeerplaatsen, lege binnenterreinen of stukjes restgroen die mogelijk ook anders ingericht kunnen worden. Ook waar ruimte is aan de randen van bestaande woonbuurten kan een ‘straatje’ erbij worden ontwikkeld, met aantrekkelijke woningen voor gezinnen. Het plan aan de Kaffebergsweg is daar een voorbeeld van.

Werkgebieden

Enkele werkgebieden in en aan de rand van de stad lenen zich mogelijk voor enige verkleuring vanwege de ligging dichtbij woongebieden, treinstations en voorzieningen. Bijvoorbeeld de Sportstraat (dichtbij sportpark Kaalheide) en het terrein van het slachthuis aan de Hammolenweg.

Uitleglocaties

Naast de bovenstaande vijf gebieden kan onder voorwaarden een uitleglocatie in of aan de rand van het landschappelijk raamwerk worden gerealiseerd. Op dergelijke locaties zien we onder andere ook kansen voor het bouwen van woningen. In het bijzonder lenen deze locaties zich ook voor een hoger segment woningtypologie. Binnen het stedelijk gebied is voor dergelijke woningen vaak minder ruimte (onder andere door beperkt eigendom), omdat de lage dichtheid niet aansluit bij de ambities van de meer stedelijke woningbouwlocaties (diversiteit woningen, draagvlak voor voorzieningen, andere segmenten en kwalitatieve openbare ruimte).

Randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven

  • Als vuistregel mag bij nieuwe ontwikkelingen het verharde oppervlak niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Bij een grootschalige binnenstedelijke herontwikkeling is het streven om 10% reductie van het verhard of bebouwd oppervlak te realiseren. In totaal voor de gemeente Kerkrade toewerken naar 20% minder verharding in 2050 ten opzichte van 2025;

  • Inzet op het vasthouden en waar mogelijk verwerken van hemelwater op eigen terrein, zeker op de hoger gelegen plateaus. Voor een klimaatbestendige inrichting geldt de maatgevende bui 80mm in twee uur (met een beschikbaarheid/leegloop binnen 24 tot 72 uur). In de toekomst kan de maatgevende bui wijzigen als gevolg van steeds extremer weer en dit betekent extra ruimtebeslag waarmee we rekening moeten houden. De horizon voor de Omgevingsvisie is 2050. Rondom wateroverlast zullen we bij nieuwe (bouw)plannen langer vooruit moeten kijken (richting 2100) voor een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving;

  • Bij nieuwe woningbouwplannen dient rekening te worden gehouden met de beschikbaarheid van een netaansluiting en drinkwatervoorziening, dit zijn harde randvoorwaarden voor nieuwe woningbouwplannen. Belemmeringen rondom netcongestie zijn momenteel al merkbaar, na 2030 dreigt er ook een schaarste aan drinkwater;

  • Nieuwbouw dient een bijdrage te leveren aan een evenwichtige woningvoorraad in Kerkrade: de juiste woning op de juiste plek, kwaliteit in woningtypologie, prijs en doelgroep. Momenteel kent Kerkrade al een hoog percentage sociale huur (46%). De focus zal daarom eerder liggen op woningbouw in andere segmenten zodat er meer diversiteit in de voorraad ontwikkeld wordt. In een volkshuisvestelijk programma zal verder uitgewerkt moeten worden hoeveel en wat voor soort woningen op welke plek kunnen worden gebouwd. Daarbij is het ook nodig om de transformatie naar levensloopbestendige woningen en de bereikbaarheid van zorgvoorzieningen mee te nemen;

  • De gemeente staat voor een adequate huisvesting van verschillende doelgroepen;

  • Het streven naar gelijke kansen en een gezonde generatie in 2040 vraagt om ongelijk investeren en ons te richten op gebieden waar gezondheid, veerkracht en leefbaarheid het minste is zoals in delen van Kerkrade-West en -Oost. Op dergelijke plekken zetten we in op een samenhangende gebiedsaanpak (domein overstijgend en samen met partners). Aanpak of transformatie van de historische linten, het tegengaan van structurele leegstand, regie op de vele achterterreinen in het stedelijk gebied en andere inrichting van de openbare ruimte;

  • Vrijkomende of leegstaande bedrijfspanden gevestigd in woongebieden dienen een nieuwe functie te krijgen. Bij voorkeur wonen of groen. De bouw van nieuwe garageboxen en opslag /bergingen zijn niet gewenst;

  • Het initiatief draagt bij aan het realiseren van een gemengde wijk waar verschillende type woningen en doelgroepen bij elkaar wonen. Een gezonde mix van vragers en dragers is daarbij essentieel;

  • Nieuwe woningen moeten in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend zijn in de omgeving. We zetten in op de verbetering van de kwaliteit en leefbaarheid van de bestaande leefomgeving;

  • Er wordt een bijdrage geleverd aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de (toekomstige)behoeften qua typologie en prijsklasse;

  • Vanwege de toenemende ruimte schaarste zetten we in op meervoudig ruimtegebruik en houden we aandacht voor hoogbouw en meerlaagse bebouwing (minimaal 3 bouwlagen). Daarnaast dient er ruimte te zijn voor inpandige bergingen, fietsenstallingen, parkeer- en afvalvoorzieningen;

  • Nieuwe woningen voldoen aan de geldende duurzaamheidseisen en worden klimaatbestendig gebouwd (ook rekening houden met oververhitting binnenshuis);

  • Sportvelden (van verenigingen), schoolpleinen en speeltuinen zijn zoveel mogelijk openbaar, zodat bewegen ook kan worden gefaciliteerd buiten openingstijden.

4.3 Werkgebieden

afbeelding binnen de regeling

We zien verschillende Werkgebieden in Kerkrade met ieder specifieke kwaliteiten. De ene keer is dat een uitmuntende Euregionale verbondenheid. De andere keer is het de stad, de trein en de natuur die dichtbij zijn. Daarom zetten we in op het diversifiëren van de bedrijventerreinen. Zodat de economische profilering van de gemeente breder wordt.

Doordat veel werkgebieden in Kerkrade als een bedrijventerrein zijn ingericht, is er veel eenvormigheid in de werkomgeving. Een bedrijventerrein wordt vanuit ruimtelijk ontwerp nauwelijks als onderdeel van de stad beschouwd, maar enkel als commercieel uitgeefbare ruimte, waardoor de meer ‘stedelijke’ opgaven zoals bereikbaarheid, vergroening, verbondenheid geen onderdeel uitmaken van de opzet. Een sterke woon-werkidentiteit voor Kerkrade maakt gebruik van diverse werkomgevingen. Door hun ligging aan netwerken en het stedelijk gebied zijn er kansen voor een meer specifieke typering en inrichting. Daarbij moet worden opgemerkt dat er net buiten de gemeente, in de gemeente Heerlen, grote bedrijventerreinen liggen voor logistiek en MedTech (Trilandis, Beitel en Avantis). In Kerkrade wordt gezocht naar een typering van gebieden die hierop aansluit.

Randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven

  • Mobiliteitstransitie doorvoeren op de werkgebieden: de gebieden moeten beter bereikbaar zijn met fiets en openbaar vervoer;

  • Bij nieuwe bedrijfsontwikkelingen wordt ook rekening gehouden met klimaatadaptatie en mobiliteit. Daarnaast moet er meer aandacht zijn voor de uitstraling en landschappelijke inpassingen van bedrijfsgebouwen, dit dient aan te sluiten op de omgeving en het landschap;

  • Inzet op het vasthouden en waar mogelijk verwerken van hemelwater op eigen terrein. Voor een klimaatbestendige inrichting geldt de maatgevende bui 80mm in twee uur (met een beschikbaarheid/leegloop binnen 24 tot 72 uur);

  • In Kerkrade zijn de bedrijventerreinen de grootgebruikers van energie (36% van de vraag). Vanwege netcongestie zullen, in ieder geval de komende tijd, grote initiatieven zoveel mogelijk zelf moeten voorzien in de eigen energieopwekking en -opslag. De vraag is of dit haalbaar is omdat er ook uitdagingen liggen met betrekking tot geluid en stikstof. Bij nieuwbouw blijft het verplicht om het dakoppervlak te benutten voor zonnepanelen in combinatie met groene daken (voor het vasthouden van regenwater en het beperken van hittestress). Daarin kan ook samenwerking worden opgezocht om toe te werken naar collectieve energiehubs op de terreinen. Op Dentgenbach starten de bedrijven met een pilotproject om opwek en verbruik met elkaar af te stemmen (ook wel bekend als energiehub). Als dit succesvol blijkt kan een dergelijke aanpak ook elders worden opgepakt.

  • De verwachting is dat de energietransitie met onder meer het ontwikkelen van grootschalige energieopslagsystemen (bijvoorbeeld batterijopslag), op bedrijventerreinen zal gaan plaatsvinden. Hiervoor moet ruimte worden gereserveerd. Daarbij houden we ook rekening met omgevingsveiligheid. Denk aan het risico op brand- en explosiegevaar en aan de locatiekeuze van deze systemen in de omgeving van (zeer) kwetsbare functies, zoals scholen, zorgcentra en woningen;

  • De aanvrager van het initiatief is zich bewust van mogelijke veiligheids- en milieurisico’s en treft hiervoor de nodige (mitigerende) maatregelen. Het thema externe veiligheid krijgt een nadere uitwerking in het nieuwe omgevingsplan. De gemeente zet in op lichtere industrie, een groei van zware industrie is niet gewenst. Daarbij dient tegelijkertijd rekening gehouden te worden met het (groeiende) aantal werknemers op de bedrijventerreinen en het bijbehorende groepsrisico. Voor werknemers dient de veiligheid te worden geborgd;

  • Richting 2050 wordt verder ingezet op bedrijven met een verlaagde milieucategorie ten opzichte van 2025. Nieuwe locaties voor zware industrie zijn niet wenselijk;

  • Nieuwe kleinschalige bedrijvigheid (met een mogelijk effect op de leefomgeving) vinden bijvoorkeur plaats op de bedrijventerreinen en niet in de woongebieden. Binnen de centrumgebieden is er wel ruimte voor dienstverlening en MKB ondernemerschap.

  • Grootschalige bedrijvigheid (met een mogelijk effect op de leefomgeving) vindt altijd plaats op een van de bedrijventerreinen, passend bij het profiel van het bedrijventerrein;

  • Het initiatief draagt bij aan circulariteit. Door vermindering van afvalstromen of het hergebruik van reststromen in de gemeente Kerkrade en de regio Parkstad.

4.3.1 Ruimte voor Logistiek

Logistiek

Willem Sophia en Dentgenbach Zuid. Deze gebieden liggen enigszins afgesloten van het stedelijk gebied in groene buffers en zijn goed bereikbaar voor logistiek verkeer, dichtbij de Buitenring Parkstad (N300). In deze gebieden is aandacht voor klimaatadaptatie om een gezonde werkomgeving voor werknemers te waarborgen.

4.3.2 Kennisindustrie

Kennisindustrie

Dentgenbach Noord en een deel van Julia. Dit zijn landschappelijke campussen waar het buitengebied naar binnenkomt, zodat via deze gebieden recreatieve routes van de stad naar het buitengebied kunnen worden gecreëerd. De gebieden zijn goed verbonden met een dichtbijgelegen treinstation en er is ruimte voor een ontmoetingsplek voor werknemers. Voor bedrijventerrein Julia betekent dat ook een verlaging van de milieucategorie. Dit gebied is moeilijk bereikbaar voor logistiek transport en het ligt aan het natuurgebied (Wormdal). Het huidige gebruik met nu zware industrie is daar niet op de juiste plek.

4.3.3 Lokaal MKB

MKB

Spekholzerheide, zuidelijk gedeelte van de Rodaboulevard, zuidelijk gedeelte van Dentgenbach en Beitel/Locht. Gebieden met op enkele locaties een mix van wonen en werken. Er is aandacht voor een kwalitatieve inrichting van de openbare ruimte ook met betrekking tot verkeersdrukte en verkeersveiligheid. Op deze locaties dient er ruimte te blijven voor de MKB sector en heeft het de voorkeur om kleinere bedrijfspercelen te realiseren.

4.3.4 MKB en Kennisindustrie

MKB en Kennisindustrie

Het Julliaterrein is geschikt voor een combinatie van lokale MKB bedrijven en Kennisindustrie. Logistiek is op dit bedrijventerrein minder wenselijk in verband met relatief grote afstand tot de regionale verbindingen (N300).

4.3.5 Defensie

Defensie

Het Amerikaans defensieterrein in Eygelshoven biedt werkgelegenheid. Gezien de geopolitiekesituatie biedt dit kansen voor meer werkgelegenheid. Richting 2050 is er nog altijd de ambitie delen van dit gebied terug te geven aan de natuur van het Wormdal.

4.4 Landschappelijk raamwerk

afbeelding binnen de regeling

Het landschap in en om de stad is van grote waarde, voor nu en voor de toekomst. Om de inwoners een groene en gezonde omgeving te bieden. Om bezoekers naar de stad te trekken. En om plek te geven aan water en aan meer verschillende soorten dieren en planten (verhoging van de biodiversiteit). Daarom zetten we in op het beschermen van het buitengebied en haar functies en het groen in de stad.

Het landschap in en rondom Kerkrade is de belangrijkste troef die de gemeente in handen heeft. Het maakt dat de leefomgeving kwalitatief en gezond is. Voor Nederlandse begrippen is het een uniek stuk natuur en landschap. Maar zoals eerder is beschreven staat ook het buitengebied nog steeds onder druk. Er is een begrenzing van het buitengebied nodig. Zowel van plekken volledig voor natuur, als van plekken waar andere functies een rol spelen. Het bestaande beleid wordt doorgezet. In beginsel zijn geen rode ontwikkelingen mogelijk in het groen. Daarnaast kennen we aan gebieden een beschermingsstatus toe, waarbij het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) leidend is. Het Landschappelijk raamwerk is onderdeel van de groenblauwe dooradering en een essentieel onderdeel van een waterrobuuste en klimaatbestendige stad.

Randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven

  • In het bebouwde gebied wordt ruimte gezocht voor het weghalen van (overbodige) verhardingen, waarbij wordt gestreefd naar 20% minder verharding in 2050;

  • De 3‑30‑300 regel als richtlijn toepassen op alle woongebieden. In beginsel heeft iedere woning zicht op 3 volwassen bomen, minimaal 30% boomkronen bedekking en een koele groene ruimte van minimaal 200 m2 op maximaal 300 meter afstand van iedere woning;

  • Bij belangrijke wandel- en fietsroutes in de stad wordt gestreefd naar 40% schaduw;

  • Volwassen en waardevolle bomen(lanen) willen we behouden. Daar waar bomenstructuren een rol spelen vanuit hittemaatregelen krijgen de bomen de ruimte om volwassen te worden;

  • Nieuwe recreatieve fiets- en wandelroutes zorgen voor verbindingen tussen de verschillende groengebieden en stimuleert een beweegvriendelijke omgeving;

  • Het initiatief wordt op een goede manier ingepast in het landschap en versterkt de aanwezige landschappelijke kwaliteiten;

  • Het initiatief kiest voor een robuuste groeninrichting. Bestaand groen wordt zoveel als mogelijk behouden en het uitgangspunt is minimaal 20% groen bij nieuwe (bouw)plannen;

  • De gekozen groeninrichting draagt bij aan biodiversiteit dankzij een rijke variatie aan inheemse en klimaatbestendige beplanting dat weer aantrekkelijk is voor veel diersoorten;

  • Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn water en bodem sturend. Er is voldoende ruimte voor water en groen om hittestress, wateroverlast en droogte tegen te gaan;

  • De buitenruimte en gebouwen hebben een klimaatbestendige inrichting (licht kleurgebruik en natuurlijke materialen) met voldoende ruimte voor het vasthouden en verwerken van hemelwater op het eigen perceel (maatgevende bui 80mm in twee uur, met beschikbaarheid/leegloop binnen 24 tot 72 uur);

  • Bij nieuwbouw en renovatie stimuleren we de toepassing van groene daken en gevels voor betere isolatie, waterberging en biodiversiteit;

  • Het initiatief draagt bij aan verbetering en leidt zeker niet tot een verslechtering van de (grond)waterkwaliteit.

We onderscheiden binnen het landschappelijk raamwerk, dat voor het merendeel in het buitengebied is gelegen, de onderstaande deelgebieden:

4.4.1 Kwetsbare natuur

Kwetsbaar natuur

Er zijn enkele plekken in Kerkrade waar de natuur met specifieke planten en diersoorten zo kwetsbaar en waardevol zijn dat we deze gebieden niet recreatief toegankelijk maken. Het gaat hier met name om delen van het Wormdal en kleinere natuurgebieden met bron- en kwellocaties (zoals het bronbos van de Vrouwezijp bij Rolduc, bronnen nabij het stuwmeer, de Dentgenbacherbeek, Crombacherbeek en delen van de Bleijerheiderbeek/Peschbeemden) verspreid over de gemeente. Deze gebieden maken onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland en de Waterdelen in Kerkrade.

4.4.2 Wilde natuur

Wilde natuur

De noord-zuidverbindingen langs het Wormdal en de Anselderbeekdal zijn onderdeel van het NNN en de Waterdelen en vormen een belangrijke schakel in de Europese ecologische hoofdstructuur. De natuurrijke, wilde plekken koesteren en versterken we, zodat deze als robuuste structuur behouden blijft. Binnen deze gebieden is recreatief medegebruik in de vorm van wandelen en op diverse plekken fietsen mogelijk. De Groene Long (Anstelvallei), Carisborg, Berenbos, Hambos en Peschbeemden en het gebied bij abdij Rolduc vormen de voedingsgebieden voor deze structuren. Deze voedingsgebieden zien we terug in andere landschapstypes met ook een andere beschermde status. Het is belangrijk om zeker voor het NNN de diverse landschappen in samenhang te blijven zien en onderling te verbinden en te versterken.

4.4.3 Recreatief buitengebied

Recreatief Buitengebied

Holzkuil/Carisborg, Berenbos, Bergbos en Schouffertsbos. Vormen een belangrijke schakel tussen het bebouwde gebied en de natuur eromheen. Deze gebieden zijn cruciaal om een gezonde leefomgeving te waarborgen. Hier is ruimte voor meer gebruiksfuncties zoals sport en spel. Dit zijn ook plekken waarlangs het natuurgebied de stad verder in kan komen. Zo ontstaat een sterkere binding met en beleving van het prachtige landschap.

4.4.4 Overig buitengebied en landbouw

Overig buitengebied en landbouw

Landbouw zal altijd een belangrijk onderdeel blijven in het buitengebied. Behoud van die landbouw gaat hand in hand met de versterking van het landschap en biodiversiteit. Kerkrade is geen grootschalige landbouwgemeente. We zien dat agrariërs naast hun bedrijfsbelang ook een belangrijke rol hebben in het onderhouden van ons landschap. Denk aan de hellingen, de valleien en de open doorkijkjes die Kerkrade zo bijzonder en mooi maken. Op sommige steile hellingen zal het grondgebruik veranderen om erosie en wateroverlast tegen te gaan, zodat ze kunnen uitgroeien tot waardevolle graslanden met landschapselementen. Dit versterkt de natuur én maakt het buitengebied aantrekkelijk voor inwoners en recreanten. De landbouwgebieden bevinden zich in de Anstelvallei, de Ham, het gebied ten noorden van Eygelshoven, bij buurtschap Baalsbruggen en abdij Rolduc. De gemeente streeft ernaar om haar gronden in het landschappelijk raamwerk strategisch in te zetten (het toepassen van een actiever grondbeleid) om een duurzame vorm van landbouw mogelijk te maken, gericht op landschapsversterking en verbetering van de biodiversiteit. Samen met partners zoals Stichting Limburgs Landschap, Rolduc en agrariërs kijken we hoe we landbouw, (cultuur)landschap-en natuurbeheer slim kunnen combineren.

4.4.5 Parken

Parken

Naast landschappelijk groen beschikt Kerkrade ook over stedelijk groen in de vorm van stadsparken. Stadsparken zijn een belangrijke “stapsteen” om vanuit de eigen woonomgeving in het groen te gaan recreëren. De parken zijn biodivers en klimaatbestendig ingericht. In de parken is ook plaats voor activiteiten en festiviteiten door ruimte te maken voor kleinschalige horeca, toiletten en rustplekken en speel- en sportmogelijkheden.

Buurtgroen

Natuur en groen is niet alleen te vinden in afgebakende plekken zoals parken of het buitengebied. In iedere wijk dragen kleine groenelementen bij aan het totale systeem. Deze kleine elementen zijn niet noodzakelijk verbonden met grotere structuren, maar spelen wel een belangrijke rol in het zorgdragen voor een basiskwaliteit natuur in de gehele gemeente. De voorkeur gaat daarom uit naar een beplanting met inheemse soorten.

Cultuurhistorische elementen

De aanwezige cultuurhistorische, archeologische en kleine landschapselementen willen we (beter) beschermen. Daarbij kijken we niet alleen naar de gebouwen, maar bijvoorbeeld ook naar holle wegen, kerkpaden, hagen, graften, struwelen, religieus erfgoed (kapellen en wegkruizen) en statige bomenlanen.

4.5 Ruimte voor mobiliteit

afbeelding binnen de regeling

De auto is steeds dominanter geworden in het straatbeeld. Een handig vervoermiddel, maar in het stedelijk gebied laat het weinig ruimte over voor groen, ontmoeting of andere weggebruikers. Daarom zetten we in op het bieden van alternatieven voor de auto, onder andere door een aantal historische linten te transformeren tot wandel- en fietsstraat. Zo werken we toe naar ruimte voor Mobiliteit waar de auto wel een plek heeft, maar niet voor iedere reis gebruikt hoeft te worden. We komen uit een lange periode waar de privé-auto op de top van de piramide stond. Het verkeerssysteem is vaak ingericht om de auto zo snel en soepel mogelijk door de stad te leiden. Met de toename van het aantal auto’s inclusief parkeerplaatsen wordt het steeds duidelijker dat dit op diverse plekken leidt tot onwenselijke situaties. Het is gevaarlijk voor kinderen om buiten te spelen, er is overlast van geluid of slechte luchtkwaliteit en er is weinig ruimte voor vergroening. Daarom ontwikkelen we een verkeerssysteem met meer hiërarchie en duidelijkheid.

Randvoorwaarden voor nieuwe initiatieven

  • Het stimuleren van fietsgebruik. Onder andere door het uitbreiden van het deelfiets programma naar andere belangrijke bestemmingen en door inzet op regionale en grensoverstijgende verbindingen. Er liggen kansen voor een fietsverbinding tussen Kerkrade-Noord en Landgraaf. Ook zullen nieuwe verbindingen worden gerealiseerd die aanhaken op de Parkstadroute. Zo is er een vernieuwd fietspad aangelegd tussen Chrevemont-Hopel (Roderlandbaan (N299)) en komt er een fietsbrug bij de rotonde Stationsstraat, Hamstraat, Voorterstraat en Domaniale Mijnstraat;

  • Programma veilig fietsen en wandelen: onderzoeken waar knelpunten zijn om te komen tot een netwerk van doorfietsroutes, brede stoepen en veilige oversteekplaatsen;

  • Vastgestelde parkeernormen evalueren en aanpassen. Onderzoeken welke normen passen bij de komende tien jaar. Hoe dichterbij trein- en busstations en buurtcentra, hoe lager de parkeernorm;

  • Vrijkomende of leegstaande achterterreinen aangrenzend aan de historische linten bieden kansen voor een nieuwe invulling. De terreinen kunnen worden gebruikt als parkeervoorziening, vergroening of kleinschalige woningbouw. Multifunctioneel ruimtegebruik wordt gestimuleerd;

  • De openbare ruimte wordt waar mogelijk inclusief ingericht, dit betekent dat de behoeften van iedereen zijn meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte. De openbare ruimte is toegankelijk voor ouders met jonge kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Denk hierbij aan rolstoelvriendelijke opritten, (brede) trottoirs zonder losliggende tegels of andere obstakels en oversteekplaatsen met voldoende tijd om over te steken. Kerkrade wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen en waar we niemand buitensluiten;

  • Het initiatief draagt bij aan de mobiliteitstransitie en stimuleert daarmee tot minder autogebruik en meer wandelen, fietsen en OV-gebruik;

  • We blijven inzetten op het doorrijden van de heuvellandlijn van treinstation Kerkrade-Centrum naar een nieuw treinstation in Kerkrade-West.

4.5.1 Regionale verbindingen

Regionale verbindingen

De Buitenring Parkstad (N300) is een specifieke autostructuur waar ander verkeer geen ruimte heeft. De snelheid ligt hier hoog (maximaal 100 km/u) om de doorgang te bespoedigen.

4.5.2 Doorgaande autoroutes

Doorgaande autoroutes

De belangrijkste ontsluitingswegen naar buiten blijven belangrijke routes voor het gemotoriseerd verkeer. Hier mag maximaal 50 tot 80 km/u gereden worden.

4.5.3 Hoofdfietsroutes en historische linten

Hoofdfietsroutes en historische linten

De historie is op enkele plekken nog voelbaar in Kerkrade, het meeste misschien nog wel als je de stad doorkruist over de oude linten. Verschillende tijdlagen wisselen elkaar steeds weer af. Bijzondere architectuur, kerkgebouwen en historische centra. Overal kleine parels die bijdragen aan de lokale identiteit. Maar deze belangrijke aders zijn door het toegenomen verkeer een drukke, onveilige en ongezonde plek geworden. Dat is ook terug te zien in de toenemende leegstand. Daarom verleggen we hier de focus naar het lint als fietsstraat waar de auto te gast is. Bestemmingsverkeer is mogelijk, maar doorgaand verkeer niet. Op de linten komt meer ruimte voor de fiets, de voetganger en groen. Hier mag richting 2050 maximaal 30 km/u gereden worden, deze transitie wordt in gang gezet op het historisch lint de Bleijerheiderstraat. Bedrijvigheid en parkeerruimte trekken ongewenst verkeer aan, deze passen daarom minder goed op de lintenstructuur. Op de leegstaande achterterreinen is ruimte om de huidige parkeervoorzieningen (geen toevoeging van garageboxen) in het historisch lint te verplaatsen.

Woonbuurten

Op de kleinere wegenstructuur wordt de focus gelegd op leefbaarheid. We zorgen voor een lage snelheid en veilige oversteekplaatsen.

  • Maximum snelheid van 30 km/u op alle niet doorgaande wegen;

  • Kinderen vanaf 8 jaar kunnen zelfstandig door de buurt fietsen naar voor hun belangrijkebestemmingen (school, sport etc.);

  • Veilige schoolomgevingen.

Toegangsstraten tot ov hubs

Belangrijke ov stations (bus en trein) moeten goed te bereiken zijn voor passagiers. De verbinding voor voetgangers, fietsers en mindervalide reizigers heeft op veel plekken aandacht nodig. Kerkrade kent in de huidige situatie vier treinstations maar ziet in de toekomst potentie voor een extra treinstation in Kerkrade-West (ook voor de verbetering van de leefbaarheid).

Wandelgebied

Rondom buurtcentra inzet op een (groter) voetgangersgebied waar ruimte is voor ontmoeten en spelen. Ook zetten we in op het maken van verbindingen met de aangrenzende groengebieden.

Hoofdstuk 5 De visie in uitvoering

5.1 Uitwerking in instrumenten

De beleidscyclus is een nieuw onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is de start van de beleidscyclus waar de gemeente de stip op de horizon voor de lange termijn aangeeft. De Omgevingsvisie is dan in vergelijking met de structuurvisie geen statisch document meer. De visie zal regelmatig worden geactualiseerd. De ambities en keuzes die voortvloeien uit de Omgevingsvisie worden vervolgens vertaald in omgevingsprogramma’s en in het omgevingsplan.

afbeelding binnen de regeling

Uitwerking omgevingsprogramma’s

Voor een bepaald gebied of vraagstuk, zoals dit in de Omgevingsvisie is benoemd, kunnen we een omgevingsprogramma opstellen. Een programma bestaat uit acties die we willen nemen om ons doel te bereiken. Het bevat maatregelen, een planning en wat nodig is aan inzet. In de Omgevingswet zijn een aantal verplichte programma’s opgenomen, waaronder geluid. Ook kunnen vrijwillige omgevingsprogramma’s worden vastgesteld. Naast thematische programma’s, zoals bijvoorbeeld een programma voor gezondheid (Vie) kunnen we ook gebiedsprogramma’s vaststellen voor specifieke gebieden waar ontwikkelingen worden verwacht. In deze programma’s zullen we opgaven domeinoverstijgend, sociaal en fysiek, aanpakken. Bij het opstellen van de programma’s worden de strategische principes per gebiedstype met randvoorwaarden die in hoofdstuk 4 zijn beschreven verder uitgewerkt. Het omgevingsprogramma is een instrument van het college van burgemeester en wethouders. Het opstellen van een programma is vormvrij.

Uitwerking Omgevingsplan en omgevingsvergunning

Het omgevingsplan beschrijft de regels en de omgevingsvergunning geeft officieel toestemming voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor het kappen van een boom of het bouwen van een gebouw. Het omgevingsplan is bindend voor iedereen, de gemeente zal na vaststelling van de Omgevingsvisie aan de slag gaan met een gebiedsdekkend omgevingsplan voor de gehele gemeente (vaststelling voor 2032). In het Omgevingsplan wordt nieuw omgevingsveiligheidsbeleid verder uitgewerkt. De veiligheidsregio biedt een viertal kernwaarden en een zestal ontwerpprincipes aan met betrekking tot omgevingsveiligheid. De gemeente zal deze principes opnemen bij de uitwerking in het omgevingsplan en bij de behandeling van omgevingsvergunningaanvragen

5.2 Terugblik structuurvisie

De huidige langetermijnvisies hebben hun diensten bewezen maar zijn inmiddels verouderd en toe aan vernieuwing. In de periode 2010-2025 is er veel gebeurd in Kerkrade. Diverse grootschalige fysieke projecten zijn afgerond, vaak in samenwerking met andere partijen waaronder woningcorporaties. Duidelijke voorbeelden in het centrum zijn het Centrumplan (winkels, woningen, Martin Buberplein, realisatie Hub (bibliotheek en theater) en Vie (binnenzwembad, sportgelegenheden, Innovatie Hub en parkeergarage). In de buurt Heilust heeft een grootschalige herontwikkeling plaatsgevonden, waarbij Park West is aangelegd en een MFA is gerealiseerd in de voormalige kerk. In Bleijerheide is de circulaire gebiedsontwikkeling SUPERLOCAL gerealiseerd. De herontwikkeling Rolduckerveld is in volle gang. Ook is de Rodaboulevard (retail- en leisurecluster) verder ontwikkeld, Discovery Museum (Museumplein) uitgebreid en de stationsomgeving opnieuw ingericht, is de dierentuin GaiaZOO uitgebreid en het Stadspark heringericht.

Verder hebben diverse kleinere ontwikkelingen plaatsgevonden, waaronder de realisatie van tiny houses en aanplanting van levensbomenbossen op drie locaties in Kerkrade. Op het gebied van infrastructuur is in de periode van 2015 t/m 2017 de Buitenring Parkstad Limburg (N300) aangelegd, dit is een belangrijke ontwikkeling geweest voor de verbeterde bereikbaarheid van Kerkrade en de gehele regio Parkstad. Vanaf 2018 zijn diverse bedrijventerreinen ook beter ontsloten. Dit heeft ervoor gezorgd voor een afname van leegstaande bedrijfspercelen, een versnelling van de herstructurering van de Kerkraadse bedrijventerreinen, een toename van werkgelegenheid in de Medtech sector en logistiek/distributie vanwege de gunstige ligging in West-Europa.

5.3 Regionale samenhang

Regio Parkstad

Voorheen was er sprake van een regionale structuurvisie op Parkstad niveau, de ‘Intergemeentelijke Structuurvisie Parkstad – 2009’. Met de komst van de Omgevingswet is er alleen nog maar sprake van een Omgevingsvisie op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Daarom is er in de regio Parkstad voor gekozen om een regionaal afstemmingskader op te stellen, dat als bouwsteen in elke Omgevingsvisie wordt opgenomen. Hiermee worden regionale kwaliteiten, opgaven en ambities op een eenduidige wijze geborgd. Het regionale afstemmingskader is in het eerste kwartaal van 2023 vastgesteld door de gemeenteraden (Beekdaelen, Brunssum,Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal). Het regionaal afstemmingskader is geen hard kader met strikte planologische sturingsprincipes, maar een inspirerend vergezicht gericht op het samenbrengen van kwaliteiten en opgaven op regionaal niveau. Daarnaast is het een positioneringsstuk naar de bredere regio: waar zien we kans voor verdere samenwerking en ruimtelijke structuurversterking als een vitale grensregio. Momenteel wordt het regionaal afstemmingskader geactualiseerd op basis van “Parkstad Limburg biedt Ruimte! Ons toekomstverhaal voor 2040”. Naar verwachting volgt in 2026 een nieuwe versie van het regionaal afstemmingskader.

Vanuit de regionale blik zijn er enkele belangrijke voorzieningen, kansen en ontwikkelingen waar de gemeente rekening mee moet houden:

  • Samenwerking binnen de Parkstad regio voor het ontwikkelen van een ruimtelijke visie op circulaire economie. Dit omvat onder andere het gezamenlijk opstellen van een uitvoeringsprogramma voor een circulair Parkstad in 2050.

  • Regionale samenwerking in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) Zuid-Limburg, waarbij Kerkrade als onderdeel van de deelregio Parkstad Limburg bijdraagt aan de energietransitie. Deze samenwerking richt zich op energiebesparing, duurzame elektriciteitsopwekking en de warmtetransitie.

  • Uitbreiding van het hoogspanningsstation Terwinselen (gemeente Heerlen).

  • Nieuwe Narratief: “Parkstad Limburg biedt Ruimte! Ons toekomstverhaal voor 2040”.

  • Goede afstemming op het gebied van woningbouw en werkgelegenheid; het huisvesten vanverschillende doelgroepen.

  • Nieuwe ontwikkelingen in de gemeenten Heerlen (woningbouw en retail) en Landgraaf (vakantiepark Rouenhof, locaties voor woningbouw aan Europaweg-Zuid, ten noorden van Eygelshoven).

  • Regionale inzet op “Medlands Parkstad”. In Parkstad bevinden zich meerdere internationale bedrijven in de medische technologiesector die zorgen voor essentiële en geavanceerde zorgmiddelen, medicijnen en apparatuur. De vraag naar deze producten is groot en neemt in de toekomst alleen maar verder toe.

Koppeling met Nationale- en Provinciale Omgevingsvisie

Het Rijk en de Provincie Limburg hebben in respectievelijk de Nationale Omgevinsvisie (NOVI) en de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) een toekomstbeeld vastgelegd over de manier waarop we in Nederland wonen, werken en recreëren. Hierin worden complexe vraagstukken behandeld en hiërarchie aangebracht in thema’s en oplossingsrichtingen. Zo zijn er verschillende transities gaande op het gebied van huisvesting, landbouw, economie en energie die allemaal gepaard gaan met een forse ruimteclaim. Een van de belangrijkste speerpunten uit de NOVI is dat al deze transities in samenhang bekeken moeten worden, waarbij de omgevingskwaliteit centraal staat.

De NOVI hanteert daarom drie afwegingsprincipes:

  • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;

  • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;

  • Afwentelen wordt voorkomen.

De regio Zuid-Limburg is aangewezen als NOVEX-gebied vanwege het hoge aantal gestapelde opgaven dat er speelt. De optelsom van ruimtelijke claims overstijgt de draagkracht van het landschap. Rijk, Provincie en alle Zuid-Limburgse gemeenten hebben samen het ‘Ontwikkelperspectief NOVEX’ opgesteld. Hierin worden drie themalijnen geschetst die randvoorwaarde zijn voor de ontwikkeling van de regio Zuid-Limburg: circulaire economie, groenblauwe kwaliteit en verstedelijking dichtbij IC-knooppunten. Met name de laatste twee krijgen ruime aandacht binnen Omgevingsvisie van Kerkrade.Tegelijkertijd met het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisie werkt de Provincie Limburg ook aan nieuwe Provinciale Omgevingsvisie (POVI). In de POVI wordt de lange termijnvisie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving vastgelegd. Uiteenlopende onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed komen aan bod. De grote lijnen en structuren die daar worden uitgezet op het gebied van bijvoorbeeld regionale verbindingen, gezonde leefomgeving, duurzame economie en veilige energievoorziening vinden hun uitwerking in deze Omgevingsvisie. Echter zijn er in de ontwerp POVI een aantal punten opgenomen die niet in lijn zijn met de Omgevingsvisie van Kerkrade. De gemeente heeft hierover een zienswijze ingediend over de volgende onderwerpen:

  • a.

    Thema energie: aanwijzing van gebieden ‘Zoekgebied windturbines’ en ‘ontwikkeling vanwindturbines niet uitgesloten’. De aangewezen locaties zijn relatief klein qua omvang en niet realistisch rekening houdend met andere belangen zoals natuur, cultuurhistorie, landschap en nabijheid van het stedelijk gebied.

  • b.

    Kaartmateriaal komt niet overheen met de Omgevingsvisie van Kerkrade, hierover zijn ook werksessies gehouden tussen gemeente en provincie: de aanduidingen en begrenzingen van Verwevingsgebieden, Groenblauwe Landbouwzone, Natuur Netwerk Limburg, Primaire landbouw en Stedelijk gebied.

  • c.

    Op het gebied van wonen stimuleert de provincie dat alle gemeenten hun aandeel van 30% sociale huur realiseren. In Kerkrade is de situatie echter omgekeerd: de gemeente heeft ruim meer dan 30% sociale huurwoningen, en om tot een evenwichtige woningvoorraad te komen, moet dit percentage afnemen.

  • d.

    Aanwijzing van bedrijventerrein Dentgenbach als ‘Provinciaal belang’ en potentie voor circulaire economie. Dit staat haaks op de gemeentelijke omgevingsvisie waar juist de milieucategorie verlaagd wordt op de bedrijventerreinen gezien de ligging nabij de woonomgeving en grenzend aan de natuurgebieden (Strijthagerbeekdal (gemeente Landgraaf), Anstelvallei en Wormdal).

Euregionale context

Kerkrade ligt direct tegen de Duitse grens met Herzogenrath. Sinds 1 januari 1998 vormen gemeente Kerkrade en Stadt Herzogenrath samen het Openbaar Lichaam Eurode, een uniek publiekrechtelijk samenwerkingsverband. Deze samenwerking maakt formele besluitvorming over nationale grenzen heen mogelijk en richt zich op onder andere economische versterking, verbetering van de verkeersinfrastructuur en het stimuleren van regionale bedrijvigheid en werkgelegenheid. Naast de formele samenwerking spelen ook andere factoren een rol in de euregionale ligging van de gemeente Kerkrade:

  • De leefwereld van de inwoners van Kerkrade en Herzogenrath gaat over de landsgrens heen. Kerkradenaren winkelen in Herzogenrath (bijv. Kaufland) en andersom. Zo is de weekmarkt in Eygelshoven en de Rodaboulevard een trekpleister voor Duitse bezoekers.

  • Grensoverschrijdend Natuurgebied het Wormdal, tussen Eygelshoven en Rimburg zal ‘renaturering’ van de Worm plaatsvinden, dit heeft ook een positief effect op het Duitse gedeelte van het Wormdal. Ook de ‘knopenlopen’-wandelpaden zijn belangrijk en verbinden beide zijden van de grens.

  • Kerkrade ligt in het stroomgebied van de Roer, waarvan de Worm en Anselderbeek belangrijke zijbeken zijn. Het lokale watersysteem in Kerkrade is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen en waterbeheer in Duitsland bovenstrooms (ten zuiden van de gemeente Kerkrade). Afstemming en samenwerking tussen Nederlandse en Duitse overheden, waaronder met het Wasserverband Eifel-Ruhr, zal rekening houdend met klimaatverandering, steeds belangrijker worden. De planning is dat binnen enkele jaren een stroomgebiedsplan voor de Roer zal worden opgesteld.

  • De Drielandentrein is een regionale treinverbinding in Zuid-Limburg die Kerkrade verbindt met steden in Nederland (Heerlen en Maastricht), Duitsland (Herzogenrath en Aken) en België (Luik). De laatste halte in Nederland bevindt zich bij het treinstation ‘Eygelshoven Markt’ in de gemeente Kerkrade.

  • Kerkrade werkt samen met partners in Nederland en Duitsland aan het ontwikkelen van een grensoverschrijdende samenwerking voor energieprojecten, om gezamenlijk in Eurode verband te werken aan de energietransitie. Zo ligt net over de grens in de Stadt Herzogerath één van de grootste zonneparken in Nordrhein Westfalen, naar verwachting wordt het zonnepark verder uitgebreid en zijn er plannen voor de bouw van een waterstofcentrale. De glasfabriek Saint Gobain in Herzogenrath wil via restwarmte, warmte opwekken. Dit zou een duurzame warmte bronkunnen vormen voor een grensoverschrijdend warmtenet. Sinds Augustus 2025 werken Kerkrade en Landgraaf samen met Herzogenrath aan het Interreg-project ‘CROSS_HEAT’.

  • Zoekgebied bouw van windturbines rondom Aken en Herzogenrath, dichtbij de landsgrens (impact voor het zuidelijk deel van Kerkrade en het noordoostelijk deel van Kerkrade).

  • Er gaat onderzoek plaatsvinden naar de mogelijkheden en kansen van de realisatie van grensoverschrijdende fietsroutes richting Herzogenrath en Aken. Een snelle hoofdfietsroute tussen deze steden en de regio Parkstad kan een grote aanwinst zijn voor de fietser en verbindt de steden in de euregio en stimuleert hiermee mobiliteit op een gezonde wijze.

5.4 Uitvoeringsagenda

Binnen deze Omgevingsvisie zijn diverse doelen en activiteiten genoemd die de komende 25 jaar tot uitvoering moeten komen. Hierna volgt een overzicht met een aanzet van nieuwe omgevingsprogramma’s, mogelijke projecten en maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn.

Lopende omgevingsprogramma’s

Deze programma’s zijn bestaand en komen voort uit het collegeprogramma 2022-2026 “Samen verder bouwen aan een vitaal Kerkrade”. Deze zijn:

  • Thematisch programma Vie – Leven in beweging (Sociaal domein, gezondheid);

  • Thematisch en verplicht programma Actieplan Geluid (Milieu en Duurzaamheid);

  • Geluidsbelastingkaarten en actieplannen wordt om de vijf jaar geactualiseerd;

  • Gebiedsprogramma Kerkrade-Oost;

  • Gebiedsprogramma “Aanvalsplan Kerkrade-Centrum”.

Nieuwe omgevingsprogramma’s

Op basis van de verhaallijnen en ambities zal in de komende jaren gewerkt worden aan de volgende programma’s:

  • Thematisch Programma Sport, omvat thema’s sport, accomodaties en thematisch subprogramma Bewegen in de Openbare Ruimte (BIOR);

  • Thematisch programma Wonen/volkshuisvesting;

  • Thematisch programma duurzaamheid, bestaande uit de buurtuitvoeringsprogramma’s;

  • Transitievisie Warmte, Energievisie en subprogramma Water en Klimaatadaptatie (regionale en lokale uitwerking);

  • Thematisch programma Groen (opstellen van een groenontwikkelingsplan (inclusief beleid));

  • Thematisch programma Ruimtelijke Kwaliteit. Bestaande uit erfgoed, cultuurhistorie, landschap en ruimtelijke kwaliteit/welstand (inclusief beleid).

2025-2030

(Nationale) doelen:

  • Schone Lucht Akkoord (SLA) in 2030, bevat ook een monitoringsplicht voorluchtkwaliteit;

  • In 2027 moet voldaan worden aan de Europese Kaderrichtlijn Water.

  • In 2030 is de ervaren gezondheid van de inwoners van Kerkrade minimaal gelijk aan Zuid-Limburg.

Mogelijke projecten en maatregelen:

  • Onderzoek doen naar de mogelijkheden van het toepassen van dynamisch peilbeheer van het stuwmeer Cranenweijer (wateroverlast beperken in Eygelshovenen extra opvang van water voor langere perioden van droogte);

  • Onderzoek uitvoeren naar het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek en Strijthagerbeek in de kern van Eygelshoven;

  • Het terugdringen van bodemerosie in het landschappelijk raamwerk (buitengebied) door op de meest steile hellingen (op termijn) geen akkerbouw meer toe te staan. Er is sprake van een wijziging in het landgebruik, op deze plekken is grasland bij voorkeur in combinatie met de aanleg kleine landschapselementen een betere optie. Dit kan worden bereikt door nieuwe regels in het Omgevingsplan op te nemen en bij nieuwe pachtovereenkomsten (grondbeleid);

  • Het aantal gemeentelijke monumenten uitbreiden. Daarvoor is het nodig om gemeentelijk beleid op te stellen waarin het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en archeologie verder wordt onderbouwd. Zie het programma “Ruimtelijke kwaliteit”;

  • Herstructurering vervolgen in de buurten Rolduckerveld en Bleijerheide/Nulland;

  • Om de leefbaarheid te verbeteren en te komen tot een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling (zowel vragers als dragers), zullen instrumenten worden ingezet zoals de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Rotterdamwet) en een gemeentelijke huisvestingsverordening;

  • Mogelijke aanleg van een warmte- en koudenet in Kerkrade-West en het stadscentrum;

  • In 2025-2026 wordt een Regionaal Programma Water en Klimaatadaptatie opgesteld. Hierin zullen de aanpak van wateroverlast, droogte, tegengaan van hittestress maar ook de verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater centraal staan;

  • Linten omvormen tot fietsstraat, starten bij het lint Bleijerheider- Pannesheiderstraat;

  • Versterken van stadsentrees en -randen (bijvoorbeeld in Eygelshoven en Kerkrade Centrum);

  • In Kerkrade-Oost zullen drie nieuwe basisscholen worden gebouwd, waarvan één in de termijn voor 2030 en twee in de periode 2030-2040;

  • Toekomst van sport- en speelvoorzieningen (relatie met bewegen/gezondheid);

  • Uitbreiding en verzwaring energienetwerk met minimaal 100 kleine trafostations en minimaal drie middenspanningsstations en uitbreiding van het hoogspanningsstation Terwinselen;

  • Op bedrijventerrein Dentgenbach starten bedrijven met een pilotproject om samen het opwekken en verbruik met elkaar af te stemmen;

  • Sanering mijnschachten en een deel van de risicozones na-ijleffecten mijnverleden in de gemeente Kerkrade.

2030-2040

(Nationale) doelen:

  • 2040 energieneutraal in de regio Parkstad Limburg;

  • 50% circulair in 2040;

  • Meer dan 70% van de woningen in Kerkrade voldoet aan de 3‑30‑300 regel (rapportcijfer van 6 of hoger).

Mogelijke projecten en maatregelen

  • Herstructurering Mucherveld en delen van Eygelshoven;

  • Beekherstel door het weghalen van de overkluizing van de Anselderbeek in Eygelshoven;

  • Herinrichting en vergroening van de Nieuwstraat/Neustraße;

  • Koud- en warmtenet uitbreiden (oostelijk deel van Kerkrade);

  • Doorrijden trein van Kerkrade-Centrum naar Kerkrade-West;

  • Energienetwerk uitbreiden over de grens;

  • Sanering mijnschachten en een deel van de risicozones na-ijleffecten mijnverleden in de gemeente Kerkrade.

2040-2050

(Nationale) doelen:

  • In 2050 zijn alle panden van het aardgas af;

  • Kerkrade in de bovenste vijf van veiligste steden van Zuid-Limburg;

  • 100% circulair in 2050;

  • 90% van de woningen in Kerkrade voldoet aan de 3‑30‑300 regel (rapportcijfer van 6 of hoger);

  • In 2050 is de totale verharding in de gemeente Kerkrade met 20% afgenomen ten opzichte van 2025. Dit is een heel belangrijk onderdeel om te komen tot een klimaatbestendige en waterrobuuste woon- en leefomgeving.

5.5 Financiering van ambities en opgaven uit de Omgevingsvisie

In de Omgevingsvisie zijn veel ambities en opgaven opgenomen die invulling geven aan de lange termijnvisie van Kerkrade. Wij zullen hier samen aan werken met verschillende partijen. De gemeente kan niet alle trends en ontwikkelingen voorspellen. Door ontwikkelingen, zoals verandering in financiële middelen, beschikbaar materiaal en personeel, kan de uitvoering van de Omgevingsvisie vertragen. Ook kunnen nieuwe regels vanuit Europa, het Rijk of de provincie invloed hebben op de beschreven keuzes en ambities in deze Omgevingsvisie. Mocht hier sprake van zijn dan wordt de visie (op onderdelen) bijgesteld. Om te werken aan de maatschappelijke vraagstukken en ambities in deze visie (de vier verhaallijnen) zullen we voor verschillende locaties in het stedelijk gebied en in het buitengebied een actiever (grond) beleid gaan voeren. Dit betekent dat we afhankelijk van de gebiedsopgave gebruik zullen maken van de beschikbare privaatrechtelijke en publiekrechtelijke instrumenten. Dit is vastgelegd in de nota grondbeleid.

Om de ambities en doelen van deze visie te halen zijn financiële middelen nodig. Hier zorgt niet alleen de gemeente voor maar doet dit samen met andere overheden, bedrijven en (markt)partijen. Maar ook inwoners kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door het verduurzamen van hun woningen aanleg van een geveltuin. Bij het vaststellen van de Omgevingsvisie is het ingewikkeld om een compleet beeld te krijgen van alle uitvoeringskosten die voortkomen uit de ambities en opgaven. De financiering wordt daarom voor nu gekoppeld aan de bestaande programma’s en projecten. Via het gemeentefonds ontvangt de gemeente jaarlijks geld dat we voor een deel gebruiken voorde uitvoering van de opgaven die in deze visie zijn genoemd. Vanuit verschillende projecten maken we gebruik van de beschikbare subsidies. Het is belangrijk om samen te werken met andere overheden en (markt)partijen en te blijven investeren om onze doelen te bereiken. Met de (bouw)leges en anterieure overeenkomsten worden de kosten door de gemeentelijke organisatie gedekt. Ook wordt op deze manier bijgedragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte van een (bouw)plan en omgeving. De regeling voor vrijwillige financiële bijdragen wordt onderzocht. Deze regeling biedt de mogelijkheid om afspraken te maken over bijdragen aan bredere ontwikkelingen in een bepaald gebied, zoals werken aan een groene, gezonde, beweegvriendelijke en aantrekkelijke openbare ruimte. Daarmee wordt grondbeleid niet alleen een middel om kosten te dekken, maar ook een instrument om te sturen op een kwalitatieve en toekomstbestendige leefomgeving.

5.6 Monitoring

De Omgevingsvisie biedt een stip op de horizon maar is nooit helemaal af. We bekijken minstens iedere vier jaar of we nog op de juiste weg zitten en of aanpassingen in beleid of opgaven nodig zijn. Daarbij is vooral van belang dat de gestelde ambities nog behaald kunnen worden of dat weze moeten aanpassen. Hiervoor gebruiken we als gemeente de beleidscyclus en worden indicatoren per verhaallijn gemonitord. Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de maatschappelijke behoeften, vraagstukken en ontwikkelingen in het belang van de gemeente Kerkrade.

Monitoring van omgevingsaspecten die van belang zijn voor de doelen uit de Omgevingsvisie is van groot belang. Daarvoor is een monitoringskader nodig dat de gemeente in staat stelt om aan de hand van eenduidige en reproduceerbare indicatoren periodiek een meting uit te voeren van de staat van de leefomgeving. De data uit de Foto van de Leefomgeving en de OER bieden hiervoor een goede basis.

Monitoringskader Omgevingsvisie Kerkrade

We hebben per verhaallijn een aantal belangrijke indicatoren opgesteld die ons helpen om te monitoren of we onze ambities behalen. We kiezen ervoor om de focus te leggen op deze indicatoren, omdat we niet de capaciteit hebben om alle aspecten van de fysieke leefomgeving op frequente basis te monitoren. Door te focussen op de belangrijkste indicatoren die een directe relatie hebben met onze verhaallijnen, kunnen we goed monitoren of we onze ambities behalen en of we moeten bijsturen. We zoeken zo veel als mogelijk aansluiting bij bestaande monitoringsbronnen, zoals bijvoorbeeld de GGD gezondheidsmonitor, Klimaatatlas Parkstad en de Parkstad monitor.

afbeelding binnen de regeling

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Bijlage 1 - Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Kerkrade

/join/id/regdata/gm0928/2025/pdf_4795bf69-5fd6-4300-912f-cd43133eb5d2/nld@2025‑11‑07;30

Bijlage 2 - Participatieverslag Omgevingsvisie Kerkrade

/join/id/regdata/gm0928/2025/pdf_35c4b294-2c22-44ab-a674-51fc238a7701/nld@2025‑11‑07;30

Bijlage 3 - Omgevingsvisie Kerkrade 2050

/join/id/regdata/gm0928/2025/pdf_0a45e181-2cf4-45a5-b250-e2231697adf1/nld@2025‑11‑07;30

Bijlage 4 - Nota van zienswijzen omgevingsvisie Kerkrade 2050

/join/id/regdata/gm0928/2025/pdf_7a507e1e-9459-4ed7-9e45-8b33277e445d/nld@2025‑11‑07;30

buurtcentra

/join/id/regdata/gm0928/2025/giodb99f9ba-2a91-4248-8c09-d54551405988/nld@2025‑11‑07;108

centrumgebieden

/join/id/regdata/gm0928/2025/gioeabebd3a-3b67-4bd7-aecb-691a23618228/nld@2025‑11‑07;110

defensie

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio4d68f307-53ae-4f53-bbb3-f0255ed42095/nld@2025‑11‑07;122

doorgaande autoroutes

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio9bf9a81d-d944-40d5-b5e9-bd5eae7845fc/nld@2025‑11‑07;146

hoofdfietsroutes en historische linten

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio6ed9de8a-82da-4935-9c3c-92c269daacac/nld@2025‑11‑07;150

kennisindustrie

/join/id/regdata/gm0928/2025/giobc2f23e4-8553-4f49-9e95-fac5494ab656/nld@2025‑11‑07;124

kleine (voormalige) buurtcentra

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio99772844-a11a-4ca6-935a-7b7790320fd6/nld@2025‑11‑07;112

kwetsbaar natuur

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio25993ed3-9a1e-4cd3-b161-48bbec3046bb/nld@2025‑11‑07;134

landschappelijk raamwerk

/join/id/regdata/gm0928/2025/gioe2553afd-48ca-4f00-9293-ae48c4a3e376/nld@2025‑11‑07;132

logistiek

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio6f273a61-673b-40ce-919e-d0eb237b3326/nld@2025‑11‑07;126

mkb

/join/id/regdata/gm0928/2025/giofb930794-47a7-4e1d-8332-2056770a1135/nld@2025‑11‑07;128

mkb en kennisindustrie

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio23367c62-7367-44e9-a357-496cb3efac03/nld@2025‑11‑07;130

mobiliteit

/join/id/regdata/gm0928/2025/gioc77b8312-7612-4dc7-84ae-67533fbbf802/nld@2025‑11‑07;152

overig buitengebied en landbouw

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio3e6651bc-7881-4cec-b846-8fbc7f1bf9e3/nld@2025‑11‑07;140

parken

/join/id/regdata/gm0928/2025/giob1825a64-452d-4630-9fcd-02ecbf7ba2b6/nld@2025‑11‑07;142

recreatief buitengebied

/join/id/regdata/gm0928/2025/gioe7e8b268-4604-499e-8638-15a185545f4a/nld@2025‑11‑07;138

regionale verbindingen

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio4b41a689-979b-4264-96ff-bbfff28089e4/nld@2025‑11‑07;148

sport en leisure

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio98b703c5-d7f2-4fc1-b596-2cae05c29a5e/nld@2025‑11‑07;114

stadscentrum

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio63a87241-2bc4-493a-b008-2fd0a3ffc553/nld@2025‑11‑07;116

waterdelen

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio8b41fc3c-353b-4ab3-a7b7-8c40a26fa24d/nld@2025‑11‑07;144

werkgebieden

/join/id/regdata/gm0928/2025/giodb0c05dc-6f48-46cc-a9b4-74309f34a9e8/nld@2025‑11‑07;120

wilde natuur

/join/id/regdata/gm0928/2025/gio28c14ff0-24b5-468b-a805-40eaae90613a/nld@2025‑11‑07;136

woongebieden

/join/id/regdata/gm0928/2025/gioc5bba6b6-3c89-4cc6-86ed-1a092be6aa25/nld@2025‑11‑07;118

Bijlage 1 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Kerkrade

Bijlage 1 - Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Kerkrade.pdf

Bijlage 2 Participatieverslag Omgevingsvisie Kerkrade

Bijlage 2 - Participatieverslag Omgevingsvisie Kerkrade.pdf

Bijlage 3 Omgevingsvisie Kerkrade 2050

Bijlage 3 - Omgevingsvisie Kerkrade 2050.pdf

Bijlage 4 Nota van zienswijzen omgevingsvisie Kerkrade 2050

Bijlage 4 - Nota van zienswijzen omgevingsvisie Kerkrade 2050.pdf

Naar boven