Gemeenteblad van Sittard-Geleen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2025, 484098 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sittard-Geleen | Gemeenteblad 2025, 484098 | beleidsregel |
Beleidsplan Water en Klimaatadaptatie 2022-2027 Westelijke Mijnstreek
1 Beleidsplan water & klimaatadaptatie
1.1 Een nieuw beleidsplan voor de Westelijke Mijnstreek
In onze regio zijn de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein*, het waterschap Limburg (WL), het waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en de waterleidingmaatschappij Limburg (WML) samen verantwoordelijk voor de levering, inzameling, het transport en de zuivering van water. Binnen de Westelijke Mijnstreek werken we samen aan de invulling van deze verantwoordelijkheid. Door samen te werken willen we op een doelmatige manier goed omgaan met de waterketen.
Dit beleidsplan water & klimaatadaptatie stellen we als Westelijke Mijnstreek op voor de gemeentelijke onderdelen van de waterketen. Hiermee zetten we de samenwerking van de afgelopen jaren voort en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze gedeelde strategie hiervoor aan. De ‘we’ in dit plan zijn de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein en ‘ons’ areaal bestaat uit alle gemeentelijke voorzieningen in de waterketen. Het waterschap, waterschapsbedrijf en WML hebben meegewerkt aan dit beleidsplan, zodat we gebruik konden maken van elkaars kennis en ideeën.
* De gemeente Schinnen was voor de fusie tot de gemeente Beekdaelen deelnemer van de samenwerking in de Westelijke Mijnstreek. Of men als gemeente Beekdaelen deelnemer blijft is nog onzeker. De gemeente Beekdaelen is niet betrokken geweest bij het opstellen van dit beleidsplan.
1.2 Planstructuur: vier plannen
Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water in de Westelijke Mijnstreek bestaat uit vier plannen. Deze plannen vormen samen de verbrede gemeentelijke rioleringsplannen van de gemeenten. Hiernaast is de rioolheffingsverordening belangrijk.
* Het kostendekkingplan geeft een basis voor de lange termijn. Alle gemeenten rekenen jaarlijks de benodigde rioolheffing uit.
In het beleidsplan bespreken we de gezamenlijke visie, missie, ambities en strategieën. In het beheerplan vertalen we dit naar concrete uitgangspunten. In het projectenplan beschrijven we per gemeente voor de komende drie jaar wat we gaan doen . In het kostendekkingsplan berekenen we per gemeente voor de lange termijn wat de zorg voor de waterketen kost en vertalen we dit naar de rioolheffing die de inwoner betaalt.
1.3 Zorgplichten die aangeven wat we moeten doen
Onze taken in de waterketen komen voort uit de zorgplichten die we vanuit de Wet milieubeheer, Waterwet en Drinkwaterwet hebben voor het leveren van drinkwater, inzamelen van stedelijk afvalwater, inzamelen en verwerken van hemelwater, inzamelen en verwerken van grondwater, zuivering van afvalwater en beheer van het watersysteem. Er is vrijheid in de invulling van deze zorgplichten. Elke organisatie mag in een bepaalde mate eigen keuzes en afwegingen maken. Voor al deze zorgplichten bestaan er ontwikkelingen en mogelijkheden waar we op kunnen spelen. De afwegingen om dit wel of niet te doen benoemen we in dit beleidsplan.
1.4 Waterketen, klimaatadaptatie en de Omgevingswet
Dit plan gaat over de waterketen en over klimaatadaptatie en is opgebouwd met de Omgevingswet in gedachte. Deze termen komen veel terug, daarom leggen we hier uit wat we ermee bedoelen.
De waterketen bestaat uit de route die het water volgt van drinkwater tot lozing in het oppervlaktewater.
De waterketen begint bij het produceren van drinkwater, dit gebeurt door WML. Zij is volgens de Drinkwaterwet verplicht tot het leveren van drinkwater in haar gebied. Het drinkwater wordt geleverd aan woningen en bedrijven. Alle overheden moeten volgens deze wet bijdragen aan een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorzieningen. Voor gemeenten zit hierbij vooral een rol in het het beschikbaar houden van drinkwaterbronnen en het leidingnet. In Limburg is drinkwater verbonden met grondwater- en bodemkwaliteit, maar ook met de kwaliteit van het Maaswater. Het gebruik van de ondergrond, de inrichting én het gebruik van de leefomgeving hebben daar invloed op. Daarom moet de openbare drinkwatervoorziening goed ingebed zijn in de ruimtelijke inrichting en gebiedsgebruik.
Stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater (gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein)
Bewoners en bedrijven gebruiken water, vervolgens ontdoen ze zich van dat water en ontstaat stedelijk afvalwater. Dit water verdwijnt via het doucheputje, de gootsteen of het toilet in de rioolstelsels van de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein. De gemeente heeft volgens de Wet milieubeheer de zorgplicht voor het inzamelen en transport van dit stedelijke afvalwater. Naast bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater, kan men zich ook ontdoen van hemelwater en grondwater. De gemeente heeft volgens de Waterwet een zorgplicht voor afvloeiend hemelwater en zorgt voor doelmatige maatregelen bij structurele problemen met grondwater. Het relatief schone hemelwater en grondwater wordt in veel gevallen meteen in de bodem of het oppervlaktewater gebracht. Het vuile afvalwater wordt via het rioolstelsel afgevoerd naar rioolgemalen. Vanuit de rioolgemalen wordt het afvalwater door WBL afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Figuur 1 Stappen in de waterketen
Zuivering en oppervlaktewateren (Waterschap Limburg)
Zoals opgenomen in de Waterwet zuivert het waterschap het afvalwater dat op de zuivering aankomt, WBL voert dit voor het waterschap uit. Het gezuiverde afvalwater (effluent) wordt uiteindelijk geloosd op oppervlaktewateren. Rijkswaterstaat, het waterschap, de gemeenten en andere partijen beheren de verschillende oppervlaktewateren in het gebied. Het beheer van oppervlaktewateren bestaat onder meer uit het beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Ook het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van de watersystemen en het vervullen van de maatschappelijke functies toegekend aan de watersystemen zijn onderdeel van het beheer.
Klimaatadaptatie is het aanpassen aan het veranderende klimaat, waarmee we de schadelijke gevolgen van het veranderende klimaat zoveel mogelijk beperken. Het gaat over fysieke ingrepen als het inrichten van straten op meer waterberging, maar ook over het vergroten van bewustwording en het creëren van vluchtroutes. Hiermee raakt het bijna iedereen en moet in bijna elk maatschappelijk vraagstuk wel rekening worden gehouden met de gevolgen van klimaatverandering. Om het inzichtelijker te maken delen we het vaak op in de gevolgen van neerslag, hitte, droogte en overstromingen. Zo kunnen we beter zien wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en hoe we ons hierop dienen aan te passen.
Naast dat dit een maatschappelijk opgave is, is het via het landelijke Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie ook als taak bij de gemeenten weggelegd. In 2050 moeten alle gemeenten klimaatadaptief zijn, daarvoor moet:
Figuur 2 De 7 ambities die benoemd zijn in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie uit 2018
De Omgevingswet treedt volgens de huidige planning in 2022 in werking. De Omgevingswet integreert de vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft twee doelen:
De planstructuur onder de Omgevingswet bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en Programma’s. Elke deelnemer van de Westelijke Mijnstreek moet deze plannen opstellen, elke partij volgt hierbij een eigen planning. Met het recente BRP+ klimaatstresstest, dit beleidsplan, het beheerplan en de projectenplannen en de kostendekkingplannen hebben we actuele gegevens en plannen. De bouwstenen voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma van de Omgevingswet liggen hiermee klaar.
In hoofdstuk 2 kijken we terug op de afgelopen periode. In hoofdstuk 3 geven we onze missie en visie voor de waterketen en klimaatadaptatie. In hoofdstuk 4 en 5 geven we hier verder invulling aan: het eerste hoofdstuk kent vooral het nieuwe beleid, het tweede hoofdstuk geeft aan welk beleid we voortzetten.
2 Terugblik op de afgelopen jaren
We overleggen regelmatig, delen ervaringen en bespreken waar we tegenaan lopen in ons werk met elkaar. Door de uitbreiding van de samenwerking met WML hebben we beter zicht op de belangen rondom drinkwater en nemen we dit mee in onze projecten. De afgelopen jaren zijn we als samenwerking in de Westelijke Mijnstreek onder andere bezig geweest met:
In wisselende samenstelling hebben we ook vele andere zaken opgepakt. Zo hebben de gemeente Beek en het waterschap samengewerkt aan het bovengronds halen van de Keutelbeek. En werken WBL en de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein samen bij het gemalenbeheer.
We hebben de afgelopen periode in de Westelijke Mijnstreek de effecten van klimaatverandering ervaren. De zomers van 2018 en 2019 waren droog. In 2016, 2018, 2019 en 2020 zijn er hevige buien van 30 milimeter in één uur en meer gevallen. In de zomers van 2019 en 2020 was er sprake van een hittegolf. Om meer inzicht te krijgen hoe bestand we zijn tegen deze extreme weersomstandigheden hebben we de volgende onderzoeken uitgevoerd:
3 Gezamenlijke missie en visie voor de waterketen & klimaatadaptatie
Onze gezamenlijk missie en visie geven aan wat we willen bereiken op de lange termijn. We werken uit hoe we hier willen komen. De maatregelen en onderzoeken die we uitvoeren dragen bij om de gezamenlijke missie en visie te bereiken. Onze werkzaamheden zijn altijd in lijn met onze missie en visie.
In de Westelijke Mijnstreek geven we samen invulling aan de wettelijk vastgelegde zorgplichten voor het inrichten van de waterketen. Daarnaast is een aantal ontwikkelingen waar we de waterketen zo goed als mogelijk op moeten aanpassen. Klimaatverandering zorgt ervoor dat het vaker en harder gaat regenen, warmer wordt en perioden van droogte vaker voor zullen komen. De waterketen draagt bij aan een goede leefomgeving, samenwerking met andere disciplines is hierin belangrijk. Daarom verbreden we onze blik en zoeken we verbinding. Hieruit zien we negen belangrijke thema’s in de waterketen:
De nieuwe thema’s lichten we uit in hoofdstuk 4, dit zijn klimaatverandering en integraal werken. In hoofdstuk 5 gaan we in op de thema’s waarin we het huidige beleid vooral voortzetten.
4 Nieuw: klimaatadaptatie en integraal werken
4.1 Een klimaatbestendige Westelijke Mijnstreek
Door het veranderende klimaat zal ons leven en onze leefomgeving veranderen. Hier gaan we ons op aanpassen.
Om dit te bereiken veranderen we ons eigen handelen als overheden. Ook zetten we in op een goede samenwerking met bewoners en bedrijven, om de ambitie samen te bereiken.
Om klimaatadaptief te worden zetten we in op een gebiedsgerichte aanpak, waarbij we een breed pakket aan maatregelen kunnen inzetten. We voeren zelf werkzaamheden uit en verwachten dat bewoners en bedrijven dit ook doen. Elke zes jaar monitoren we de voortgang. De taken benoemd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voeren we uit.
De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met wateroverlast (hiermee bedoelen we de gevolgen van uitzonderlijk veel neerslag in een beperkte tijd).
Bij het opstellen van de klimaatstresstesten hebben we gekeken naar de klimaateffecten wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Het veranderende klimaat heeft hier veel invloed op. Verharde oppervlakken, zoals daken, wegen en versteende tuinen, versterken de wateroverlast, hitte en droogte. Het verminderen van de mate van verharding is daarom een belangrijk onderdeel van de strategie om te komen tot klimaatbestendigheid: minder verharding en meer vergroening hebben een positief effect op de klimaatbestendigheid.
Tegelijkertijd weten we dat verhardingen functioneel zijn in stedelijk gebied en daarom niet altijd kunnen worden verwijderd of worden vergroend. Om toch het afstromend hemelwater aan te pakken is het afkoppelen van hemelwater gangbaar. Hierbij wordt hemelwater van verhardingen gescheiden gehouden van het stedelijk afvalwater en apart verwerkt. Bij voorkeur wordt het hemelwater dan via infiltratievoorzieningen verwerkt in de bodem, maar het kan ook tijdelijk worden opgeslagen om vervolgens vertraagd te worden afgevoerd om het stelsel minder te belasten tijdens een hevige regenbui. Tegenwoordig komen er steeds meer technieken en varianten op de markt, waarbij ook hitte en droogte worden aangepakt. Deze nieuwe technieken moeten nog worden verkend en verder geïmplementeerd worden in onze aanpak tot klimaatbestendigheid.
Het gangbare afkoppelen van hemelwater hebben we als beleidsscenario doorgerekend. Als scenario hebben we gekeken wat er gebeurt als we 25% van alle verharding afkoppelen. Dit percentage komt onder andere van het waterschap, waar ze het als een ambitie zien om dit in 2050 te bereiken. Uit deze doorrekening blijkt dat er maar een beperkt effect is, zowel voor wateroverlast als voor droogte. Voor wateroverlast heeft het voor sommige gebieden wel een positief effect, maar als generieke maatregel voor de hele Westelijke Mijnstreek is het effect beperkt. Ook voor droogte is het effect beperkt.
In dit beleidsplan zijn we nog uitgegaan van uitvoering van het afkoppelen van 25% van de verharding. Dit doen we om gebiedsgericht uit te kunnen werken waar we het afkoppelen inzetten. Ook kunnen we het inzetten om anders om te gaan met hemelwater, of andere klimaatadaptieve maatregelen. Met de opgedane kennis en ervaring scherpen we de strategie in de volgende planperiode aan.
De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met hittestress (hiermee bedoelen we de gevolgen van een periode met uitzonderlijk warm weer voor het functioneren van het lichaam en de natuur).
|
De strategie voor een klimaatbestendige leefomgeving hebben we verder uitgewerkt om aan te geven hoe we omgaan met droogte (hiermee bedoelen de we gevolgen van een periode met uitzonderlijk weinig neerslag en/of een hoge verdamping voor het functioneren van het milieu).
Overheden staan voor vele transities en uitdagingen, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de introductie van de circulaire economie. Ook is er op sommige plekken een woningtekort, terwijl op andere plekken krimp wordt verwacht. Om hier integraal aan te werken wordt met de invoering van de Omgevingswet een meer gebiedsgerichte aanpak uitgerold. Werkzaamheden kunnen hiermee beter integraal worden opgepakt. We verwachten dat we alleen door integraal te werken een toekomstbestendige leefomgeving kunnen creëren
Om dit te bereiken gaan we de aanpak van transities en uitdagingen meer samenbrengen en zorgen we ervoor dat werkzaamheden goed op andere plannen zijn afgestemd.
Om integraal te werken kijken we naar de afstemming tussen opgaves en naar de samenwerking in de uitvoering van werkzaamheden.
5 Actualisatie van het beleid voor de waterketen
5.1 Samenwerken voor een beter resultaat
We werken samen om de doelmatigheid van de waterketen te vergroten. Samen zoeken we naar verbeteringen binnen de waterketen.
Om dit te bereiken zetten we in op een zoveel mogelijk beschouwen van de waterketen in de Westelijke Mijnstreek als één areaal, waarbij het belang van de waterketen voorop staat en daarna wordt gekeken welke organisaties hieraan werken.
Hiervoor blijven we werken aan de kwaliteit, kwetsbaarheid en kosten. Nieuwe vraagstukken pakken we gezamenlijk op om goed gebruik te kunnen maken van elkaars kennis en kunde.
5.2 Een goede drinkwatervoorziening
Alle inwoners moeten toegang hebben tot voldoende en veilig drinkwater. Als gemeenten werken we hieraan mee.
Om dit te bereiken zetten we ons in om drinkwaterbronnen beschikbaar te houden en iedereen toegang te geven tot het drinkwaternet.
|
Als gemeenten werken we eraan mee dat drinkwaterbronnen van goede kwaliteit blijven en voldoende gevuld zijn. We stemmen werkzaamheden aan leidingnetten op elkaar af. |
Als het kan, dan infiltreren we hemelwater in de bodem om zo de grondwaterstanden aan te vullen. En we nemen voorzorgsmaatregelen in drinkwaterwingebieden om de grondwaterkwaliteit te beschermen.
5.3 Stedelijk afvalwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI
Stedelijk afvalwater zamelen we in en transporteren we naar de rioolwaterzuiveringen.
|
Stedelijk afvalwater zamelen we in om de volksgezondheid te beschermen. Dit doen we adequaat en efficiënt, zodat het tegen zo laag mogelijke kosten gebeurt en naar onze wensen functioneert. |
Om dit te bereiken zetten we in op goed beheer van het areaal, door alles als één areaal beschouwen en te redeneren wat er nodig is om dit goed te laten functioneren.
Onderhoud voeren we zoveel mogelijk gezamenlijk uit, waarbij we wel kijken wat er per gebeid nodig is. We proberen om zoveel mogelijk voordeel uit het afvalwater te halen: grondstoffen, energie en herbruikbaar water. En we proberen om de invloed van riooloverstortingen op het oppervlaktewater te beperken.
5.4 Hemelwater inzamelen en verwerken
De zorgplicht voor hemelwater verplicht gemeenten om het hemelwater van perceeleigenaren in te zamelen als de perceeleigenaren dat niet zelf kunnen verwerken. Het overtollige hemelwater moet vervolgens samen met het hemelwater van de openbare ruimte doelmatig worden ingezameld en verwerkt. Ons ambitie hierbij staat hieronder.
Om dit te bereiken zetten we ons in om hemelwater zoveel mogelijk bovengronds te houden, schoon te houden en af te voeren naar geschikte plekken. Dit doen we samen met bewoners en bedrijven.
Het goed verwerken van hemelwater is een belangrijke opgave, die zichtbaar is in de leefomgeving. We hebben daarom uitgangspunten opgesteld die aangeven hoe we dit in de praktijk willen brengen. Het afkoppelen van hemelwater is hierin een belangrijk aandachtspunt. Dit doen we om hemelwater zoveel mogelijk daar te houden waar het valt (wat wateroverlast voorkomt en droogte tegengaat) en om het schonere hemelwater niet te mengen met het huishoudelijke afvalwater. Afkoppelen is echter op veel plekken niet goed mogelijk, doordat er ruimte voor nodig is in de ondergrond en bovengrond en die ruimte vaak niet of slecht beschikbaar is. Ook gaat het niet goed samen met het relinen van vrijvervalriolen, want bij het relinen zijn geen graafwerkzaamheden nodig. En afkoppelen kan bijdragen aan diffuse vervuiling van de bodem en het grondwater, als hemelwater wordt afgekoppeld dat afstroomt van vervuilde oppervlakken. Hier houden we rekening mee bij de selectie van afkoppelgebieden. Vanwege het integraal werken voeren we afkoppelprojecten altijd samen uit met andere projecten in de openbare ruimte, daarom nemen we hier lang de tijd voor. Waar we afkoppelen bepalen we door per gebied te bepalen of afkoppelen een meerwaarde heeft op 1) het voorkomen van wateroverlast, 2) het tegengaan van riooloverstortingen, 3) het tegengaan van droogte en 4) het functioneren van het transportstelsel en de RWZI. Uit de BRP+ studie blijkt dat een generiek afkoppelbeleid niet tot significante reductie van problemen leidt, maar wel tot een forse stijging van maatschappelijke kosten. De komende periode onderzoeken we hoe dit een plek krijgt in nieuw beleid. Nieuwe verharde oppervlakken sluiten we niet aan op het gemengde riool.
5.5 Duurzaam omgaan met grondwater
De zorgplicht voor grondwater verplicht gemeenten om maatregelen te treffen in het openbaar gebied, als grondwaterstanden ervoor zorgen dat er ’structureel nadelige gevolgen’ zijn om de grond te gebruiken op de manier die ervoor bestemd is, de maatregelen ’doelmatig’ zijn en dit niet tot de taak van de perceeleigenaar, provincie of andere partij behoort.
Om dit te bereiken proberen we schoon hemelwater vaker te infiltreren in de bodem. Ook zetten we in op het beperken van grondwateroverlast, door er op voorhand goed rekening mee te houden.
Binnen de zorgplicht is ruimte om als gemeente te definiëren wat structurele grondwateroverlast en doelmatige maatregelen zijn. Bij structurele grondwateroverlast heeft de gemeente een regierol te verrichten. Indien geen andere partij maatregelen hoeft te treffen om de grondwaterproblemen te verhelpen, dan dient de gemeente dit te doen zolang dit op een doelmatige manier mogelijk is. Wij geven als Westelijke Mijnstreek zelf aan wat wij zien als structurele grondwateroverlast en doelmatige maatregelen.
Onze definitie van structurele grondwateroverlast
Overlast die gedurende een aaneengesloten periode langer dan drie maanden per jaar optreedt en die tot economische schade en/of schade aan de volksgezondheid leidt. In de prioritering van onderzoek en maatregelen kijken we ook naar het oppervlak dat overlast ondervindt. De overlast wordt veroorzaakt door het grondwaterpeil en is onafhankelijk van extreme neerslag en hoge waterstanden in de Maas en in de beken. Grondwateroverlast in gebruiksruimtes valt niet onder de gemeentelijke regietaak. Vanuit het bouwbesluit heeft de eigenaar de verplichting om deze ruimtes zelf waterdicht te maken.
Onze definitie van doelmatige maatregelen
Doelmatige maatregelen zijn aanpassingen van de bestaande situatie die qua kosten en overlast voor de omgeving in verhouding staan tot de baten van degenen die structurele overlast ervaren en andere belangen (bijvoorbeeld verdroging, ecologische doelstellingen etc.). De perceeleigenaar heeft altijd een eigen verantwoordelijkheid in het nemen van maatregelen, daarom wordt altijd eerst beoordeeld of deze niet in staat is om maatregelen te treffen. Vanuit deze verantwoordelijkheid vindt de gemeente het redelijk als degenen die baat hebben meewerken aan het bereiken van het gewenste resultaat (bijvoorbeeld door op eigen terrein aanpassingen te doen). Het kan ook voorkomen dat de gemeente enkel voorziet in een mogelijkheid om overtollig grondwater af te voeren.
Met het zuiveren van afvalwater wordt het milieu beschermd en worden de gevolgen beperkt van het afvalwater voor de leefomgeving. Er zijn 3 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) waar ons afvalwater heengaat, de RWZI’s Hoensbroek (in Heerlen), Stein (in Stein) en Susteren (in Echt-Susteren). Ook wordt er afvalwater gezuiverd in individuele behandelingen voor afvalwater (IBA’s). Er zijn 51 IBA’s in de Westelijke Mijnstreek en deze liggen in de gemeenten Sittard-Geleen en Stein.
Om dit te bereiken zetten we in op het voldoende zuiveren van afvalwater.
Met een goede afstemming over de toevoer van afvalwater dragen we bij aan goed functionerende RWZI’s. Ook werken we samen met het waterschap om lozingen op het riool te controleren.
5.7 Oppervlaktewateren van goede kwaliteit en met een goede capaciteit
Door de Westelijke Mijnstreek lopen belangrijke beken als de Geleenbeek, Vloedgraaf, Rode Beek, Keutelbeek, Ur en Kakkert, de rivier de Maas, het Julianakanaal en vele kleinere beken, vijvers en sloten. Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat, gemeenten en particulieren beheren deze oppervlaktewateren.
|
Als gemeenten hebben we belang bij oppervlaktewateren met voldoende capaciteit en een goede waterkwaliteit. Waar mogelijk en nodig dragen we eraan bij om dit te bereiken. |
Om dit te bereiken hebben we een strategie geformuleerd. Hiermee geven we aandacht aan de capaciteit en waterkwaliteit van de oppervlaktewateren.
|
Met de partners in de Westelijke Mijnstreek beoordelen we of oppervlaktewateren voldoen aan onze vereisten en verwachtingen. Vervuiling van de wateren proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. |
Afstroming van vervuilde oppervlakken proberen we tegen te gaan. En we kijken samen met het waterschap naar de capaciteit en kwaliteit van oppervlaktewateren.
Bijlage 1 Naslagwerk strategievorming
Bij het opstellen van de strategie zijn we uitgegaan van het aflopende beleidsplan en hebben we met behulp van verschillende workshops opgehaald welke ontwikkelingen en wijzigingen er zijn.
Er is tevredenheid over de samenwerking in de waterketen: grote projecten zijn uitgevoerd, nuttige informatie is gedeeld en op persoonsniveau weet iedereen elkaar te vinden.
De doelmatigheid van de waterketen blijft belangrijk. Voorheen gebeurde dit vanuit de doelstelling tot kosten besparing in het Bestuursakkoord Water uit 2011, maar het bestuursakkoord gaf een doorkijk tot 2020 en is daarmee niet langer relevant. We vinden het echter belangrijk om doelmatigheid altijd mee te nemen in onze besluiten, omdat we alle uitgaven goed willen onderbouwen en zeker willen zijn dat er geen doelmatiger alternatief is.
Wel merken we dat er steeds meer opgaven bij zijn gekomen, zoals klimaatadaptatie en een grotere betrokkenheid van de bewoners en bedrijven. Hierdoor stijgen uiteraard de uitgaven. Een vast besparingspercentage kunnen we hiermee niet toezeggen. Aan de andere kant zorgen innovaties en nieuwe technieken ervoor dat een deel van onze werkzaamheden goedkoper wordt. Relinen in plaats van vervangen is hier een voorbeeld van. Ook kan het gezamenlijk oppakken van werkzaamheden kosten besparen, omdat bijvoorbeeld de weg maar één keer open hoeft.
De laatste jaren is de kwaliteit van de waterketen verbeterd door samen te werken. Wij waarborgen de deskundigheid benodigd voor de uitvoering van de watertaken door sectoraal in de regio de gezamenlijke aanpak (verder) te ontwikkelen en deze structureel te borgen. Alle betrokken personen zitten regelmatig bij elkaar en bespreken dan de relevante zaken. We waarborgen ook de integraliteit van de leefomgeving door samen te werken met andere vakgebieden, dit gebeurt binnen de eigen organisaties. Zo borgen we een goede kwaliteit van de leefomgeving.
De kwetsbaarheid is de laatste jaren beperkt verminderd. Het aantal personen dat werkzaam is aan de watertaken is gelijk gebleven, wel is er meer samenwerking en daardoor kunnen we vaker op elkaar terugvallen. Echter, dit is vooral een efficiënte herschikking van werkzaamheden en niet een toevoeging van capaciteit. De kwetsbaarheid blijft daarom belangrijk en binnen de samenwerking blijven we proberen om de kwetsbaarheid te verminderen.
Samenwerking op het gebied van financiën
De gemeentelijke watertaken bekostigen we, op basis van de Gemeentewet (art. 228a) vanuit de rioolheffing. De rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing De enige wettelijke begrenzing is dat het gaat om het verhalen van kosten specifiek voor de drie genoemde watertaken, met een maximum van 100% van de kosten.
De kosten van de zuivering worden bekostigd uit de zuiveringsheffing op grond van de Waterschapswet artikel 122d. De heffingsmaatstaf is de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd. Deze heffing geldt voor het hele waterschapsgebied en is niet gedifferentieerd per zuivering.
De kosten van het drinkwater worden betaald per m3 afgenomen drinkwater. WML berekent jaarlijks wat hiervoor de juiste prijs is, waarbij ze de geldende regels en wetten volgen voor de toerekening van kosten.
Het financiële beleid verschilt per organisatie. Politieke keuzes, boekhoudsystemen en werkwijzen kunnen verschillen verklaren. Het heeft echter als gevolg dat een goede financiële vergelijking moeilijk is. De afgelopen jare hebben we geprobeerd om de vergelijkbaarheid te vergroten, maar dit bleek lastig door de samenhang met de financiën van andere onderdelen binnen de organisatie. We zetten daarom de komende tijd niet meer in op het vergroten van de vergelijkbaarheid, wel proberen we om zicht te houden op de verschillen.
Schaalgrootte van de samenwerking
De afvalwaterketen houdt zicht niet aan organisatorische grenzen. Dit komt op vele manieren terug: zo stroomt water letterlijk over gemeentegrenzen en waterschapsgrenzen, komen zuiveringskringen niet overeen met gemeentegrenzen of regiogrenzen en lozen inwoners van de ene gemeente soms hun afvalwater op het rioolstelsel van de buurgemeente. Bij elk vraagstuk moeten hierdoor andere partijen worden betrokken, elk vraagstuk kent zijn eigen schaalgrootte.
De regionale samenwerking geeft de mogelijkheid om regionale vraagstukken gezamenlijk op te pakken. Wij merken dat er vooral op deze schaalgrootte veel vraagstukken spelen en vinden dat de regionale samenwerking hierdoor een grote meerwaarde kent. Bij vraagstukken die een andere schaalgrootte kennen horen logischerwijs andere partijen. We gaan de komende jaren daarom vaker wisselende coalities aan, als het vraagstuk daarom vraagt. De samenwerking Westelijke Mijnstreek is daarbij het startpunt, samen met anderen pakken we de vraagstukken op.
2. Stedelijk afvalwater inzamelen
Bij alle panden in de Westelijke Mijnstreek wordt stedelijk afvalwater ingezameld of via een IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) gezuiverd. Het systeem voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater functioneert goed.
De kijk op afvalwater is veranderd. Het wordt niet meer alleen gezien als afval, maar juist als grondstof Er wordt ervaring opgedaan met het terugwinnen van grondstoffen en energie uit afvalwater. Duurzaamheid is niet alleen een thema voor de RWZI’s, op meer plekken is het mogelijk om duurzame toepassingen op te nemen in de afvalwaterketen.
Als samenwerkingsverband zien wij ook het potentieel van afvalwater. We beschouwen het daarom niet langer als afvalstof die we, met het oog op de volksgezondheid, snel uit onze directe leefomgeving moeten verwijderen. Vanwege de schaal zetten we in op duurzame toepassingen op de RWZI, hier wordt een groter deel van het afvalwater bereikt. Als samenwerkingsverband zullen we meewerken aan de ontwikkelingen op de RWZI, indien nodig voeren we aanpassingen uit in het rioolstelsel.
Milieu en oppervlakte- en grondwaterkwaliteit
Met het uitvoeren maatregelen in het kader van ‘de basisinspanning’ is veel werk verricht om de uitstoot van vervuilende stoffen uit de afvalwaterketen naar het watersysteem te verminderen. Europese regelgeving verplicht tot het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit van een groot aantal ‘waterlichamen’. Hier zijn reeds plannen voor gemaakt die deels al zijn uitgevoerd. Hierbij speelt een discussie over ‘nieuwe stoffen’. ‘Nieuwe stoffen’, zoals medicijnresten, hormoonverstorende stoffen en microverontreinigingen krijgen steeds meer aandacht. De schadelijke effecten zijn (nog) niet goed bekend, wel is er aanleiding om te geloven dat de schadelijke effecten groot zijn. Zuivering van nieuwe stoffen kan zowel aan de bron plaatsvinden (door gescheiden urine-inzameling en lokale zuivering) als op het eind bij de RWZI. Er is (nog) geen regelgeving die dwingt tot het zuiveren van deze stoffen, de kosten voor aanpassingen zijn hoog.
Daarnaast zorgen diffuse bronnen voor meer vervuiling. Bijvoorbeeld uitloging van zinken daken of zonnepanelen.
Als samenwerkingsverband vinden wij dat een goede oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in het voordeel is van zowel gemeenten, waterschap, WBL en WML. Het is daarom de taak om gezamenlijk te beoordelen welke maatregelen op welke locatie nodig zijn, hierbij houden we rekening met wettelijke vereisten. Om dit te bepalen zullen we gebruik maken van meetgegevens, die worden verwerkt, geanalyseerd en gebruikt om een oordeel te vormen over de benodigde maatregelen. Hierbij is niet belangrijk wie verantwoordelijk is voor de maatregelen, maar wel welk effect op de oppervlaktewaterkwaliteit wordt bereikt met de maatregelen. Het gaat niet alleen om de hoeveelheid verontreiniging in het water dat we lozen, maar ook om de kracht van het ontvangende water. Een klein beetje verontreiniging kan in een zwak stromende beek grote gevolgen hebben, terwijl een grotere hoeveelheid verontreiniging in de Maas nauwelijks is terug te zien. Oppervlaktewaterkwaliteit is daarom voor ons lokaal maatwerk. Deze nieuwe zienswijze kan grote gevolgen hebben voor de nu afgesproken milieumaatregelen die worden uitgevoerd om de emissies vanuit het rioolstelsel te verminderen.
De ontwikkelingen op het gebied van ‘nieuwe stoffen’ zullen we voorlopig volgen, zonder concreet maatregelen te nemen. Vanwege de grote onzekerheid die er nog is rondom dit thema vinden wij het beter om voorlopig te volgen.
Het aantal inwoners in de regio Westelijke Mijnstreek krimpt. Dit is voor de afvalwaterketen van groot belang. De huidige voorzieningen passen bij het huidig aantal inwoners. wanneer dit niet meer het geval is zullen er keuzes moeten worden gemaakt.
De capaciteit van een RWZI wordt voor een groot deel bepaald op basis van het aangesloten verhard oppervlak. Wanneer het aantal inwoners daalt zullen minder panden nodig zijn. Bij sloop van deze panden, neemt het verhard oppervlak af en is er minder capaciteit nodig zijn op de RWZI. Gemeenten houden overzicht op deze ontwikkelingen. Om doelmatig te beheren en te investeren is daarom een goed samenspel nodig tussen gemeenten, waterschap en WBL, zodat investeringen worden gedaan die rekening houden met de omvang van de bevolking.
Bij toekomstige aanpassingen van de afvalwaterketen (riolering en RWZI) moet de verwachte demografische ontwikkeling aandacht krijgen. Om desinvesteringen te voorkomen delen we de benodigde informatie openlijk met elkaar.
Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht in een studie uit 2019 nog steeds een krimp voor onze regio. De verwachte krimp varieert per gemeente tussen de -3% tot -15% in de periode 2018-2050.
Het grootste deel van de afvalwaterketen is afgestemd op het stedelijk afvalwater. We benoemen het beheer van de gehele afvalwaterketen daarom onder het kopje stedelijk afvalwater. In de praktijk maken we slechts beperkt onderscheid in het beheer tussen stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
De afvalwaterketen is de laatste jaren complexer geworden. Bijvoorbeeld grondwater en hemelwater zijn nadrukkelijker een rol gaan spelen. Het aantal afvoersystemen is uitgebreid, waardoor er naast de gemengde riolen o.a. ook droogweerafvoer (DWA)-riolen, hemelwaterafvoer (HWA)-riolen, wadi’s en watergangen liggen die belangrijk zijn voor het functioneren van het gehele systeem. Elke uitbreiding van het systeem vraagt om andere kennis, onder meer over de aanleg en het beheer van de nieuwe voorzieningen. Soms moet eerst geëxperimenteerd worden met beheermethodes, voordat de juiste methode voor de lokale situatie is ontdekt. Om als organisatie niet kwetsbaar te zijn dienen al deze vraagstukken en keuzes zoveel mogelijk te worden vastgelegd.
Naast de nieuwe onderdelen van de afvalwaterketen zijn er veel oudere onderdelen. Deze hebben op twee manieren invloed op het beheer. Ten eerste moeten ze worden onderhouden, wat met de hoger wordende leeftijd steeds meer aandacht vraagt. Er zijn nieuwe technieken en systemen op de markt gekomen die andere vormen van onderhoud mogelijk maken. Dit vergroot de keuzemogelijkheden, wat het onderhoud complexer maakt. Ten tweede is het vervangen van belang. Veel woonwijken zijn in relatief korte tijd aangelegd, wat betekent dat de toen aangelegde riolen ook in relatief korte tijd zullen moeten worden vervangen. De opgave wordt groter dan de realisatie over de laatste jaren. In de voorbereiding en uitvoering zal dit de nodige aandacht gaan vragen.
Alle werkzaamheden – onderhoud en vervanging – moeten zoveel mogelijk integraal worden uitgevoerd. Integraal kan betekenen dat er afstemming plaatsvindt binnen de afvalwaterketen, maar betekent vooral dat er afstemming plaatsvindt met vakgebieden als groen, wegen en ruimtelijke ordening. Regelmatig worden rioleringswerkzaamheden uitgevoerd in samenhang met weg- en wijkvernieuwing. Bij verbouwing of vernieuwing van de RWZI wordt gekeken naar het functioneren van alle omliggende rioolstelsels om tot een goede afweging te komen. Integraal werken zorgt er vaak voor dat projecten – als geheel – goedkoper kunnen worden uitgevoerd, ook zijn er minder desinvesteringen omdat de projecten allesomvattend zijn. Nadelen van integraal werken zijn dat er meer overleg en afstemming nodig is, ook zorgt vertraging van één onderdeel van het project tot vertraging van het gehele project.
Als samenwerkingsverband willen wij het beheer van de afvalwaterketen doelmatiger uitvoeren dan voorheen. Wij denken dat dit mogelijk is door meer te specialiseren, werkzaamheden samen uit te voeren en meer te differentiëren tussen gebieden in de onderhoudsaanpak. Specialiseren is nodig om de groeiende complexiteit aan te kunnen. Het gezamenlijk uitvoeren van werkzaamheden is nodig om de kwetsbaarheid te verminderen en beter gebruik te maken van elkaars kennis. Het differentiëren in onderhoudsaanpak is nodig om per gebied aan te kunnen geven wat nodig is, in plaats van één onderhoudsaanpak die voor de gehele gemeente wordt toegepast.
3. Hemelwater inzamelen en verwerken
In de gehele Westelijke Mijnstreek liggen voorzieningen om hemelwater in te zamelen en te verwerken. Over het algemeen werken deze goed, we merken echter steeds vaker dat ze onvoldoende capaciteit hebben om de zwaardere buien te verwerken. Hierdoor is er de afgelopen jaren meerdere keren wateroverlast geweest.
De voorkeursvolgorde bij hemelwater
ander afvalwater dan bedoeld bij 4:
Figuur 5-1 Voorkeursvolgorde hemelwater
Deze voorkeursvolgorde kan worden vertaald in de trits voorkomen – scheiden – zuiveren. Dit is een gangbare richtlijn om aan te houden bij het ontwerp van nieuwbouwplannen of aanpassingen aan het huidige rioolstelsel. Hierbij hoort ook de trits vasthouden – bergen – afvoeren, dit is gericht op de omgang met grote hoeveelheden regenwater.
Verschillende systeemkeuzes en gebiedskenmerken in de regio
Bij de uitwerking van beleid is het belangrijk om onderscheid te maken binnen het gebied van de Westelijke Mijnstreek. Systeemkeuzes uit het verleden beïnvloeden de mogelijkheden voor de toekomst, gebiedskenmerken geven kansen en belemmeringen. Hieronder staat per gemeente een aantal kenmerkende elementen aangegeven.
De gemeente Beek kent een bijna absoluut stelsel, wat betekent dat er nauwelijks overstortingen vanuit het rioolstelsel op oppervlaktewateren kunnen plaatsvinden. Binnen de gemeente ligt zowel landelijk gebied als stedelijk gebied, bovendien liggen er verschillende bedrijventerreinen.
Kenmerkend voor de gemeente Beek is dat er twee beken zijn die het riool instromen, waarna het beekwater wordt afgevoerd naar de RWZI. We zijn de afgelopen jaren bezig geweest om de Keutelbeek te ontkluizen. Hiervoor hebben we aanpassingen gedaan aan de gehele openbare ruimte. We hebben het eerste deel afgerond en werken aan de volgende delen.
De gemeente Sittard-Geleen kent - vergeleken met de andere gemeenten - veel stedelijk gebied. Een groot deel van de gemeente heeft een gemengd stelsel, er is een beperkt gescheiden stelsel aanwezig.
Sittard-Geleen heeft de afgelopen periode veel gedaan aan analyse en aanpak van hemelwateroverlast. Op diverse locaties zijn maatregelen getroffen. Een ander kenmerk van Sittard-Geleen is dat er grootschalige herstructureringsprojecten voorkomen. Oude wijken worden grootschalige aangepakt, waarbij verschillende vakgebieden samenwerken om een wijk op te knappen.
De gemeente Stein vormt een eigen zuiveringskring, doordat ze een RWZI hebben waar al het afvalwater van de gemeente naartoe gaat. Ze worden dus niet beïnvloed door buurgemeenten. Er zijn twee grote kernen en er zijn verschillende kleine kernen. Een groot deel van de gemeente heeft een gemengd stelsel, er is een beperkt gescheiden stelsel aanwezig. De overstorten lozen voornamelijk op de Maas, het Julianakanaal en enkele op de Ur en Hemelbeek.
Binnen Stein hebben zijn er diverse grootschalige herstructureringsprojecten integraal uitgevoerd ( zogegenaamde GGA’s), waarbij veel aandacht is geschonken aan het afkoppelen van hemelwater.
Om aan de milieueisen te voldoen heeft de gemeente Stein verschillende bergbezinkbassins gebouwd. Bij de bouw van deze bergbezinkbassins is uitgegaan van het in de toekomst deels afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering. Om de bergbezinkbassins goed te laten functioneren moet door worden gegaan met afkoppelprojecten, verbetering van riolering, aanleg en vergroting van waterbuffers.
Hemelwaterhinder en hemelwateroverlast
Het voorkomen van hemelwaterhinder of -overlast in de Westelijke Mijnstreek is een belangrijk onderdeel van onze werkzaamheden. Dit is belangrijk in het kader van overlast door klimaatverandering, maar ook in het bepalen van de benodigde capaciteit van het rioolstelsel bij nieuwbouw en/of vervanging. Als er meer water op straat mag blijven staan is minder capaciteit in het rioolstelsel nodig.
De laatste jaren werden rioolstelsels aangelegd met het idee dat er bij een theoretische ontwerpbui geen water op straat zou mogen staan. Vaak werd ‘bui 08’ hiervoor gebruikt, die staat voor een regenbui die gemiddeld eens in de 2 jaar voorkomt. Deze methode kent nadelen. Ten eerste is het een theoretische benadering en blijkt dat in de praktijk rioolstelsels anders functioneren dan gedacht. Ten tweede is het de vraag of ‘bui 08’ een goed voorbeeld is voor de belasting die een rioolstelsel kan krijgen. Deze bui is gebaseerd op neerslaggegevens uit de jaren ’50 en ’60, terwijl er in de praktijk bijna altijd een andere soort bui valt (heviger buien). Ten derde geeft de frequentie van eens in de 2 jaar geen zekerheid in de praktijk, want het kan voorkomen dat de theoretische bui die eens in de 2 jaar valt in 1 jaar drie keer boven dezelfde wijk valt.
De werkwijze met een theoretische regenbui geeft dus onvoldoende duidelijkheid. We gebruiken voortaan daarom een nieuwe strategie, waarbij we kijken naar theorie en praktijk en vanuit klimaatadaptatie kijken naar de extreme gevallen.
We berekenen theoretisch de overlast aan de hand van een ontwerpbui. Hierbij maken we minimaal gebruik van ‘bui 09’, omdat we bij een lagere norm de kans op wateroverlast te groot achten. De uitkomsten van de theoretische berekening gebruiken we als aandachtspunten bij het uitvoeren van werkzaamheden, het is op zichzelf geen reden om aanpassingen te doen aan het rioolstelsel. We bepalen overlast in de praktijk aan de hand van meldingen, speciaal gebruik makend van foto’s en video’s. Hemelwaterhinder accepteren we. Dit betekent dat we het niet erg vinden als er water op straat staat, zolang het geen economische schade geeft (dit bepalen we aan de hand van toegekende schadeclaims), geen veiligheids- en gezondheidsrisico’s geeft (dit bepalen we aan de hand van ziektegevallen die te relateren zijn aan het water op straat) en een beperkte tijdsduur heeft (maximaal 2 uur). Zodra er geen sprake meer is van hinder, maar het een ernstiger vorm heeft aangenomen; spreken we van overlast. Hemelwateroverlast zullen we actief aanpakken.
De extreme buien pakken we aan vanuit klimaatadaptatie. Hiervoor richten we ons op de bovengrond, omdat de riolen eigenlijk altijd een te lage capaciteit hebben om de extreme buien te verwerken.
De maatregelen die we nemen zijn gericht op het voorkomen of wegnemen van hemelwateroverlast. Voor het ontwerp van de maatregelen maken we weer gebruik van een theoretische regenbui: elk rioolstelsel dat nu wordt aangelegd of vervangen moet een theoretische bui 09 kunnen verwerken.
Afstroming uit het buitengebied van hemelwater draagt op een aantal locaties in de westelijke Mijnstreek bij aan de wateroverlast. Het waterschap heeft een sterke rol in het buitengebied en dient overstromingen te voorkomen. De gemeente heeft binnen de bebouwde kom een sterke rol en dient daar hemelwater op een doelmatige manier in te zamelen en af te voeren. Wanneer op een locatie een grote hoeveelheid hemelwater van een helling stroomt naar de bebouwde kom is er een gedeeld belang.
Als samenwerkingsverband spreken we af dat de aanpak van wateroverlast door afstroming uit het buitengebied een gezamenlijk belang kent. Hierbij werken we op basis van maatwerk en redelijkheid. We kijken naar de hoeveelheden water, de vorm van overlast en de mate van overlast, ook bepalen we de hoeveelheden water die binnen en buiten de bebouwde kom vallen. Op basis van deze afweging bepalen we welke maatregel doelmatig is en welke bijdrage iedere partij hier aan levert. Het huidige beleid van het waterschap is nog gebaseerd op normen.
Hemelwater is relatief schoon water en hoeft daarom vaak niet naar de RWZI te worden afgevoerd. Rondom afkoppelen bestaan veel keuzemogelijkheden, de belangrijkste drie zijn de hoeveelheid verhard oppervlak dat wordt afgekoppeld, op welke plekken er wordt afgekoppeld en de manier waarop het afkoppelen wordt uitgevoerd.
Hoeveelheid af te koppelen verhard oppervlak
De hoeveelheid oppervlak die in elke gemeente wordt afgekoppeld is afhankelijk van de situatie. Vanwege de hoge kosten van afkoppelen van verhard oppervlak doen we het alleen als er een goede reden voor is. De vier redenen die wij hiervoor hebben zijn: 1) het voorkomen van wateroverlast, 2) het verminderen van emissies op oppervlaktewateren en 3) tegengaan van droogte en 4) het beter laten functioneren van het transportstelsel of RWZI.
Uit het BRP+ Westelijke Mijnstreek is het beeld gekomen dat een generiek afkoppelbeleid wellicht niet doelmatig is. Er zijn (grote) verschillen in het effect. We doen daarom onderzoek naar de doelmatigheid van het afkoppelen. Hierbij verwachten we dat een gebiedsgerichte aanpak doelmatiger is.
Sommige locaties zijn meer geschikt voor afkoppelen dan andere. Een groot aantal factoren heeft hier invloed op, zoals de bodemgesteldheid, nabijgelegen oppervlaktewater, hellingshoek, wensen van omwonenden, de kosten en de omliggende panden. Het is niet mogelijk om hier algemene regels voor te geven, per project moet een afweging worden gemaakt.
Afkoppelen kan zowel bovengronds als ondergronds worden gedaan. In de openbare ruimte kunnen de wegen en parkeerdekken worden afgekoppeld die weinig vervuild zijn. Voor particulier terrein kan een focus liggen op de voorkanten van panden, of de voor- en achterkant worden meegenomen. Het hemelwater kan worden afgevoerd, of het kan ter plekke worden geïnfiltreerd in de bodem. Kortom, er zijn veel keuzemogelijkheden.
Als samenwerkingsverband kiezen we ervoor om hemelwater zichtbaar en herkenbaar af te koppelen, zodat voor iedereen duidelijk is dat het hemelwater naar een oppervlaktewater gaat of in de bodem wordt geloosd. Een makkelijke manier om dit zichtbaar en herkenbaar te doen is door het hemelwater bovengronds af te koppelen en af te voeren. Waar mogelijk en doelmatig koppelen we in de openbare ruimte de wegen en parkeerdekken af, die weinig intensief worden gebruikt en daardoor een kleine kans hebben op vervuiling. Voor het particulier terrein focussen we op de voorkanten van panden, omdat dit tegen relatief lage kosten kan worden afgekoppeld. De keuze tussen afvoeren van hemelwater of infiltreren is afhankelijk van de mogelijkheden ter plekke. Om het latere beheer te vergemakkelijken proberen we om binnen een bepaald gebied zoveel mogelijk dezelfde methode toe te passen.
Renovatie en reconstructie openbare ruimte: gebiedsgewijs werken
De komende jaren zullen renovaties en reconstructies van de openbare ruimte steeds vaker voorkomen. Veel woningen zijn in de periode na de tweede wereldoorlog aangelegd en na verloop van tijd zijn deze aan verbetering toe. Hele woonwijken zullen in dezelfde periode moeten worden opgeknapt, wat een kans is om de hele openbare ruimte aan te pakken.
Vanuit de afvalwaterketen zijn er vele wensen aan een gebied. Dit gaat bijvoorbeeld om de verwerking van afvalwater, het bergen van hemelwater en het voorkomen van grondwateroverlast. Vooral hemelwater kan goed worden aangepakt tijdens de renovatie en reconstructie van de openbare ruimte.
Als samenwerkingsverband kiezen we er daarom voor om gebiedsgewijs aan te geven wat er vanuit de afvalwaterketen wenselijk is bij plannen voor renovatie of reconstructie van een gebied. We werken mee aan deze projecten, vanuit het idee dat we door samen te werken met andere vakgebieden een optimaal resultaat kunnen bereiken.
Ongeveer de helft van het verhard oppervlak in de bebouwde kom is particulier bezit. Er is een trend zichtbaar dat particulier grondgebied wordt verhard, wat ervoor zorgt dat meer hemelwater via de riolering moet worden afgevoerd. Tot nu toe worden hemelwatermaatregelen vooral genomen op gemeentelijk grondgebied. Er worden in beperkte mate verplichtingen opgelegd aan particulieren.
Als samenwerkingsverband zijn wij van mening dat particulieren een bijdrage moeten leveren aan het bergen en afvoeren van hemelwater.
Bij nieuwbouw gelden de regels uit het bouwbesluit en Waterwet. In het bouwbesluit staat dat hemelwater gescheiden van het overig afvalwater moet worden aangeleverd. Hiernaast staat in de Waterwet dat perceeleigenaren een eigen verantwoordelijkheid hebben bij het opvangen en verwerken van hemelwater en grondwater. Alleen als particulieren niet de mogelijkheid hebben om het hemel- en grondwater zelf te verwerken zal de gemeente een voorziening aanbieden om het water op te lozen.
Als samenwerkingsverband gaan wij er vanuit dat het bij nieuwbouw mogelijk is om zelf hemel- en grondwatermaatregelen te treffen. Indien de perceeleigenaar kan onderbouwen dat dit niet het geval is, dan zorgen wij voor een mogelijkheid om het water af te voeren. We houden toezicht op de werkzaamheden bij nieuwbouw en registreren de manier waarop zij het water verwerken.
Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein. Deze particulieren en bedrijven zullen een belangrijkere rol gaan spelen in de opvang en verwerking van hemelwater. Aangezien ongeveer de helft van het stedelijk gebied bestaat uit particulier eigendom is het logisch dat ook zij een inspanning moeten verrichten. Drie stappen zijn daarin in te onderscheiden:
Welke rol perceeleigenaren krijgen, is afhankelijk van de noodzaak tot maatregelen en vullen we de komende jaren gebiedsgericht in. In de verschillende gemeenten zijn verschillende methodes uitgeprobeerd om de particulier hemelwatermaatregelen te laten nemen. Tot nu toe hebben ze beperkt effect gehad. Wij gaan daarom onderzoeken of regels nodig zijn om meer particulier grondgebied af te koppelen, bijvoorbeeld in de vorm van een hemelwaterverordening. In zo’n verordening worden gebieden aangewezen waar specifieke verwachtingen voor gelden. Om dit correct en volledig te verwoorden zal vooronderzoek worden uitgevoerd. Tot het moment dat duidelijk is hoe we particulieren meer betrekken proberen we verschillende methoden uit en delen de informatie.
4. Grondwater geeft geen problemen
We ontvangen bijna geen meldingen over grondwaterproblemen, zowel over teveel als te weinig grondwater. Als er meldingen binnenkomen doen we onderzoek naar de oorzaak van de problemen en ontdekken dan vaak dat het met recente bouwwerkzaamheden te maken heeft. Wel hebben we gemerkt dat droogte een grote invloed kan hebben op het aanwezige groen. En geeft WML aan dat ze steeds vaker verontreinigingen terugzien in metingen van de grondwaterkwaliteit.
Beschikbare informatie over grondwater
In alle gemeenten is de afgelopen jaren onderzoek uitgevoerd naar grondwater. Sommige gemeenten hebben hiervoor gebruik gemaakt van een grondwatermeetnet, dat in sommige gevallen nog steeds actief is.
Ook wordt gebruik gemaakt van meldingen. In de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein zijn het aantal meldingen van grondwateroverlast beperkt. Om een goede invulling te geven aan onze grondwaterzorgplicht maken we zoveel mogelijk gebruik van de aanwezige informatiebronnen. Waar nodig voeren we extra onderzoek uit. Hierbij kunnen we gebruik maken van grondwatermeetnetten van andere partijen.
Een groot aantal personen en partijen is actief in het beheer van grondwater. Zo zijn perceeleigenaren in principe verantwoordelijk voor het grondwater op eigen perceel, zijn waterschappen betrokken bij grondwateronttrekkingen en beheer van oppervlaktewateren en speelt de provincie ook een rol bij grondwateronttrekkingen. De gemeente heeft hierbij een regierol en dient maatregelen te treffen als redelijkerwijs van de andere personen en partijen niet kan worden verwacht dat zij actie ondernemen.
De regierol vullen wij in door actief te reageren op meldingen. Dit betekent dat we snel langsgaan om de situatie ter plekke te beoordelen en een inschatting te maken van de mogelijke oorzaken. Als de inschatting is dat wij als gemeente (mogelijk) aan zet zijn, dan voeren wij onderzoek uit en nemen indien nodig maatregelen. Als de inschatting is dat een andere partij aan zet is, dan brengen we de juiste personen met elkaar in contact.
Samen met andere overheden als het waterschap en de provincie, natuurorganisaties de landbouw en WML zijn gemeenten ook partner in het grondwaterbeheer. Het handelen van al deze partijen heeft invloed op het grondwatersysteem en samen kunnen zij eraan bijdragen dat grondwaterkwaliteit en -capaciteit op orde is. De provincie heeft hierin een belangrijke kaderstellende rol, omdat zij hiervoor aangewezen is vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Grondwateroverlast is grotendeels een subjectief begrip: wat voor de één overlast is, kan voor een ander geen probleem zijn. Vanuit onze zorgplicht moeten we echter wel een kader stellen, we moeten de definitie geven die wij hanteren. Hierbij gaat het ons ook om invulling te geven aan het begrip structureel.
Onze definitie van structurele grondwateroverlast
Overlast die gedurende een aaneengesloten periode langer dan drie maanden per jaar optreedt en die tot economische schade en/of schade aan de volksgezondheid leidt. In de prioritering van onderzoek en maatregelen kijken we ook naar het oppervlak dat overlast ondervindt. De overlast wordt veroorzaakt door het grondwaterpeil en is onafhankelijk van extreme neerslag en hoge waterstanden in de Maas en in de beken.
Grondwateroverlast in gebruiksruimtes valt niet onder de gemeentelijke regietaak. Vanuit het bouwbesluit heeft de eigenaar de verplichting om deze ruimtes zelf waterdicht te maken.
De grondwaterzorgplicht geeft ons de vrijheid om enkel doelmatige maatregelen te nemen. Het is vrij aan de gemeenten om in te vullen wat onder doelmatige maatregelen wordt verstaan. Om een kader te geven hebben we gezamenlijk een definitie opgesteld.
Onze definitie van doelmatige maatregelen
Doelmatige maatregelen zijn aanpassingen van de bestaande situatie die qua kosten en overlast voor de omgeving in verhouding staan tot de baten van degenen die structurele overlast ervaren en andere belangen (bijvoorbeeld verdroging, ecologische doelstellingen etc.).
De perceeleigenaar heeft altijd een eigen verantwoordelijkheid in het nemen van maatregelen, daarom wordt altijd eerst beoordeeld of deze niet in staat is om maatregelen te treffen. Vanuit deze verantwoordelijkheid vindt de gemeente het redelijk als degenen die baat hebben bij de maatregelen in ieder geval een deel van de kosten op zich nemen.
Grondwater in nieuwbouwsituaties
We geven grondwater bij nieuwbouwprojecten extra aandacht. In samenwerking met medewerkers van ruimtelijke ordening stellen we een eisenpakket op om toekomstige grondwateroverlast te voorkomen. Bij de (her)inrichting van het gebied en het (opnieuw) bouwrijp maken moet de natuurlijke afwatering via de bodem en het oppervlaktewater zodanig zijn dat geen aanvullende voorzieningen voor grondwater nodig zijn en zodanig dat er geen problemen gaan ontstaan.
5. Hoe worden we klimaatbestendig?
Het Rijk heeft het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld. In dit plan zijn zeven ambities benoemd om tot een klimaatadaptieve leefomgeving in 2050 te komen.
We geven invulling aan deze ambities:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-484098.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.