Beleidsregels samenwonen Participatiewet gemeente Waddinxveen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen;

 

overwegende dat bij de uitvoering van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en of gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) behoefte bestaat om de mogelijkheid van een overgangsperiode in te voeren;

 

gelet op artikel 3, lid 3 en 4 Participatiewet, artikel 3, lid 3 en 4 IOAW en artikel 3, lid 3 en 4 IOAZ, artikel 18, lid 1 Participatiewet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

besluit vast te stellen:

 

de Beleidsregels samenwonen Participatiewet gemeente Waddinxveen.

Artikel 1 Begrippen

Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet verder worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • -

    uitkeringsgerechtigde: de persoon met een uitkering voor levensonderhoud volgens de Participatiewet, de IOAW of IOAZ;

  • -

    gezamenlijke huishouding: van een gezamenlijke huishouding is sprake als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding of op een andere manier;

  • -

    hoofdverblijf: bij de vaststelling waar iemand zijn hoofdverblijf heeft, is niet de inschrijving in de BRP of het hebben van een (huur)woning op een ander adres dan het adres waar iemand hoofdzakelijk verblijft bepalend, maar de feitelijke situatie;

  • -

    overgangsperiode: een periode van maximaal 3 maanden waarin het college de uitkeringsgerechtigde(n) toestemming geeft om samen te wonen, zoals bedoeld in deze regeling, waarbij sprake is van een gezamenlijk hoofdverblijf, zonder gevolgen voor de uitkering;

  • -

    zorgdragen voor elkaar: door bijdragen in de kosten van het huishouden of op een ander manier, kan onder andere blijken door een financiële bijdrage voor de vaste lasten, de boodschappen en incidentele kosten, of zorg op een andere manier.

Artikel 2 Overgangsperiode

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag van één of twee uitkeringsgerechtigden eens in de vijf jaar een overgangsperiode toestaan.

  • 2.

    Wanneer sprake is van twee uitkeringsgerechtigden uit verschillende gemeenten, dient iedere uitkeringsgerechtigde een aanvraag in bij het college van de gemeente waar de uitkering wordt ontvangen.

  • 3.

    Een overgangsperiode moet vóór aanvang van het samenwonen worden aangevraagd. De uitkeringsgerechtigde kan niet met terugwerkende kracht een beroep doen op de overgangsperiode.

  • 4.

    De overgangsperiode begint niet eerder nadat het college schriftelijk toestemming heeft gegeven.

  • 5.

    Een overgangsperiode is drie maanden.

  • 6.

    Tijdens de overgangsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving op het moment van de aanvraag van de overgangsperiode, behalve als deze norm wijzigt door andere omstandigheden dan het samenwonen.

Artikel 3 Voorwaarden voor toekenning overgangsperiode

  • 1.

    Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(en) aan of ze mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft.

  • 2.

    Partners hebben niet eerder een gezamenlijk hoofdverblijf gehad.

  • 3.

    Beide partners of belanghebbenden houden hun eigen woonadres aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in BRP.

  • 4.

    Wanneer sprake is van twee uitkeringsgerechtigden uit verschillende gemeentes, bestaat alleen recht op een overgangsperiode wanneer beide colleges een overgangsperiode toestaan.

  • 5.

    Als de andere uitkeringsgerechtigde van zijn/haar college een kortere overgangsperiode wordt toegestaan, hanteert het college deze kortere periode.

  • 6.

    Beide partners of belanghebbenden moeten naast de toestemming van het college zelf zorgdragen voor toestemming van andere betrokken instanties voor zover van toepassing zoals, maar niet uitsluitend:

    • de woningeigenaar/eigenaren als de partners of belanghebbenden dit niet zelf zijn;

    • het college van een andere gemeente, omdat één van de partners of belanghebbenden uitkeringsgerechtigd is in een andere gemeente.

  • 7.

    Als één van de partners/belanghebbenden tijdens de overgangsperiode langer dan 28 dagen aaneengesloten niet zijn hoofdverblijf heeft op het adres van de overgangsperiode, eindigt het recht op de overgangsperiode na de genoemde 28 dagen. Als de beide partners weer hun hoofdverblijf op het adres van de overgangsperiode hebben, dan kan het recht op de overgangsperiode voor de resterende periode opnieuw ingaan, waarbij de periode van afwezigheid van één van de partners meetelt voor de overgebleven periode.

Artikel 4 Uitsluitingsgronden

Geen overgangsperiode wordt verleend als:

  • 1.

    er al sprake is of is geweest van een rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet, IOAW of IOAZ;

  • 2.

    de belanghebbenden/de partners al voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap;

  • 3.

    één van de belanghebbenden/partners in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de overgangsperiode al gebruik heeft gemaakt van de overgangsperiode;

  • 4.

    de uitkeringsgerechtigde een tweede of volgende aanvraag voor een overgangsperiode doet met een partner, waarmee eerder een overgangsperiode is toegestaan;

  • 5.

    als partners in een relatie ouder-kind tot elkaar staan of broer(s) en/of zus(sen) van elkaar zijn;

  • 6.

    uit de relatie van aanvragers een kind is geboren of erkenning is geweest van een kind van de één door de ander;

  • 7.

    als aanvragers zich van beide kanten verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding volgens een geldend samenlevingscontract;

  • 8.

    er sprake is (of is geweest) van kostgangerschap of onderhuur (van aanvragers) of een inwoonsituatie;

  • 9.

    aanvragers zijn thuiswonend bij ouders of verzorgers.

Artikel 5 Toestemming intrekken

Het college kan op ieder moment de toestemming voor een overgangsperiode intrekken als blijkt dat de belanghebbenden niet (langer) aan de voorwaarden voldoen, of wel onder een van de uitsluitingsgronden vallen.

Artikel 6 Hardheidsclausule

In gevallen, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze nadere regels worden genoemd “Beleidsregels overgangsperiode Participatiewet gemeente Waddinxveen”

 

Deze nadere regels treden in werking een dag na publicatie.

Aldus vastgesteld op 28 oktober 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen,

Mevr. J. van Vught

Gemeentesecretaris

Dhr. E.J. Nieuwenhuis

Burgemeester

Toelichting  

Algemeen

De Algemene bijstandswet (Abw) bood tot de invoering van de nieuwe Wet Werk en Bijstand (WWB) in 2004 de mogelijkheid van een zogenaamde overgangsperiode of kennismakingsperiode. Als een uitkeringsgerechtigde met een nieuwe partner ging samenwonen, kon de bijstandsuitkering drie maanden ongewijzigd worden voortgezet. Deze situatie deed zich vaak voor bij alleenstaande ouders met minderjarige kinderen waar samenwonen met een nieuwe partner een ingrijpende gebeurtenis was.

In de latere wetgeving is de mogelijkheid van een overgangsperiode niet meer duidelijk genoemd. Maar dit wil niet zeggen dat er geen behoefte meer is om de overgang naar samen te wonen rustig te laten verlopen. In de praktijk levert de stap om te gaan samenwonen nog steeds een drempel voor sommige bijstandsgerechtigden. Er ontstaat een situatie waarin officieel nog niet samenwonen, maar eigenlijk bijna wel en waarbij fraude/oneigenlijk gebruik lastig aan te tonen is. Dit geeft mensen stress en legt meteen al druk op de geliefden. Door het opnieuw invoeren van de overgangsperiode proberen gemeenten de overgang makkelijker te maken en het grijze gebied rondom fraude/oneigenlijk gebruik te voorkomen.

 

De situatie van inwoners met een IOAW- of IOAZ-uitkering is bijna gelijk aan de situatie van mensen met een Participatiewet-uitkering. De IOAW en IOAZ bieden officieel niet de mogelijkheid om met de bijstand rekening te houden met de omstandigheden van de degene die er belang bij hebben. Omdat de verschillen tussen de wetten heel beperkt zijn, worden voor de overgangsperiode IOAW- en IOAZ-gerechtigden op dezelfde manier behandeld als Participatiewet-gerechtigden.

 

Doel

Het doel van de overgangsperiode is om mensen rustig de overstap te laten maken naar duurzaam samenwonen, zonder dat dit in de eerste drie maanden gevolgen heeft voor de uitkering. Dat geeft mensen de kans om hun eigen woonruimte aan te houden en bij beëindiging van de samenwoning terug te gaan naar de oude situatie. Op die manier wordt de stap om te gaan samenwonen minder groot voor mensen met een uitkering.

 

Artikelen

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel worden begrippen uitgelegd. Wanneer een begrip niet is uitgelegd, staat hieronder in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht wat het betekent.

 

Artikel 2 Overgangsperiode

Lid 1

Als een overgangsperiode nodig is, dan kan iemand een aanvraag doen.

 

Een overgangsperiode wordt één keer per vijf jaar toegestaan. Voorkomen wordt dat de overgangsperiode een ‘goedkope’ manier is om het (gezins)inkomen te verhogen. Als de uitkeringsgerechtigde een langere periode afhankelijk is van een uitkering, dan is het toegestaan dat er na een periode van vijf jaar nog een keer een beroep gedaan kan worden op een overgangsperiode als dat nodig is.

 

Bij de voorwaarden in artikel 3 staat dat niet nog een keer een overgangsperiode wordt toegestaan met dezelfde partner.

 

Lid 2

Willen twee uitkeringsgerechtigden gaan samenwonen? Dan doet iedere uitkeringsgerechtigde apart een aanvraag bij zijn eigen gemeente waar zij/hij woont. Ook als er maar één uitkeringsgerechtigde is, is een overgangsperiode mogelijk. Het enige verschil is dat de andere persoon geen uitkeringsgerechtigde is.

 

Lid 3

Een overgangsperiode moet vóór de start van het samenwonen worden aangevraagd. En kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd. Het college kan alleen vooraf vaststellen of zij aan de voorwaarden van een overgangsperiode voldoen. Als bijvoorbeeld blijkt dat de belanghebbenden al bij een handhavingsonderzoek is betrokken over samenwoning. Dan is het niet mogelijk om een overgangsperiode met terugwerkende kracht toe te kennen. De belanghebbende had al eerder aan de inlichtingenplicht moeten voldoen en de samenwoning op tijd te melden.

 

Lid 6

Tijdens de toegekende overgangsperiode houdt de uitkeringsgerechtigde de norm (Participatiewet) of grondslag (Ioaw/z) die de uitkeringsgerechtigde ontving vóór de datum van toekenning van de overgangsperiode.

 

Alleen als deze norm/grondslag wijzigt door andere situaties dan het samenwonen, wordt de norm of grondslag aangepast. Dit kan dus ook gebeuren als er iemand komt (in)wonen in de tijdelijk leegstaande woning. Dan kunnen de woonkosten worden gedeeld. En geldt de kostendelersnorm.

 

Artikel 3 Voorwaarden voor toekenning overgangsperiode

 

Lid 1

Ook als de partner geen uitkering ontvangt, vult hij of zij het aanvraagformulier ook in. Hierdoor weten wij zeker dat beide partners instemmen met het samenwonen en dat het ook echt om samenwonen gaat.

 

Lid 3

Het opzeggen van de eigen huurwoning is een aanwijzing dat er geen onzekerheid is over een toekomstige gezamenlijke huishouding. Voor dak- en thuislozen geldt dat zij geen woning kunnen aanhouden. Zij hebben wel een inschrijfadres (briefadres) bij de gemeente. Ze blijven daar ingeschreven staan, zodat de overgangsperiode ook voor deze doelgroep tijdelijk is.

 

Lid 4 en 5

Zijn er bij het samenwonen twee uitkeringsgerechtigden? Dan moeten de beide partners toestemming krijgen van hun gemeente. Als één van de gemeentes geen toestemming geeft, dan wordt een toegekende overgangsperiode alsnog ingetrokken. Het is belangrijk om deze voorwaarden goed met de uitkeringsgerechtigde (in het besluit) te communiceren.

 

Krijgt de andere uitkeringsgerechtigde van de gemeente waar hij/zij woont een kortere overgangsperiode, dan wordt deze kortere periode ook door de gemeente toegekend. Dit betekent dat een eerder afgegeven toekenning alsnog wordt aangepast en verleend.

 

Lid 7

Bij een overgangsperiode wijzigt de uitkering niet zodat de ene partner, die bij de andere partner in gaat wonen, de eigen woning kan houden. Als één van de partners (tijdelijk) de woning moet verlaten door opname in een inrichting of door detentie of langer verblijf in het buitend, dan stopt de overgangsperiode na 28 dagen. Dit sluit aan bij de periode waarmee mensen maximaal met behoud van uitkering naar het buitenland mogen, om te veel wisseling te voorkomen.

 

Artikel 4 uitsluitingsgronden

 

Lid 1

Met de uitsluitingsgronden sluit de gemeente aan bij het onweerlegbaar rechtsvermoeden over het voeren van een gezamenlijke huishouding zoals dat is beschreven in artikel 3 lid 4 van de Participatiewet. Door personen die in de periode van vijf jaar vooraf aan de aanvraag van de overgangsperiode al gebruik hebben gemaakt van de overgangsperiode, wil de gemeente niet wettelijk gebruik van de overgangsperiode voorkomen.

 

Lid 2

Ook als de belanghebbenden met elkaar gehuwd zijn of gehuwd zijn geweest, samenwonen of hebben samengewoond of al voorbereidingen hebben voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap, is een overgangsperiode niet toegestaan.

 

Lid 3

Een overgangsperiode wordt één keer per jaar vijf jaar toegestaan. Voorkomen wordt dat de overgangsperiode een ‘goedkope’ manier is om het (gezins)inkomen te verhogen.

 

Lid 5

Bloedverwanten in de eerste en tweede graad kunnen ook geen beroep doen op de overgangsperiode. In de praktijk komt het voor dat de broer/zus en zus/broer samen een huishouding voeren. Door hun familiaire relatie is een overgangsperiode voor hen niet toegestaan.

 

Lid 8

De belanghebbenden mogen ook geen commerciële relatie (onderhuur/kostganger) of inwoonsituatie (kostendeler) samen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben of hebben gehad. Men heeft dan al (voor) langere tijd samen onder één dak gewoond. Er is geen sprake van een liefdesrelatie,. Hiervoor zijn deze beleidsregels niet bedoeld.

 

Evenredigheidstoets/belangenafweging

Bij een afwijzend besluit over de overgangsperiode moet de evenredigheidstoets worden toegepast, omdat sprake is van buitenwettelijk begunstigend beleid. Het college moet tegenover het belang van de uitkeringsgerechtigde een eigenbelang bij handhaving van deze beleidsregels stellen om tot een evenwichtige belangenafweging te komen.

 

Het belang van de degene die de uitkering heeft, is om in aanmerking te komen voor een overgangsperiode om te onderzoeken of duurzaam samenwonen mogelijk is, zonder dat dit in de eerste maanden gevolgen heeft voor de uitkering.

 

Het doel van de ’Beleidsregels samenwonen Participatiewet’ staat duidelijk beschreven in de Algemene toelichting. Het belang van de gemeente is het voorkomen van verkeerd gebruik van de overgangsperiode en het voorkomen van het grijze gebied rondom fraude/oneigenlijk gebruik. Om die reden zijn er uitsluitingsgronden beschreven.

 

Het belang van de gemeente bij toepassing van de ‘Beleidsregels samenwonen Participatiewet’ weegt in principe op tegen de nadelige gevolgen van het besluit voor de uitkeringsgerechtigde. Het is altijd van belang om alle betrokken belangen in een bepaalde situatie onderzoeken.

Naar boven