Gemeenteblad van Veenendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 483097 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 483097 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal tot vaststelling van de tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek fase I gemeente Veenendaal
Het college van de gemeente Veenendaal;
de artikelen 4:4, 4:81, eerste lid en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet;
het gewenst is beleidsregels vast te stellen hoe het college ondersteuning biedt aan huishoudens die huur- en zorgtoeslag zijn misgelopen in 2023 en 2024 door een samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen, ook wel Alleenverdienersproblematiek, fase I genoemd;
vast te stellen de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek fase I gemeente Veenendaal.
Artikel 2. Doelgroep bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek 2023 en 2024
Deze beleidsregels zijn van toepassing op het huishouden dat in toeslagenjaar 2023 of 2024:
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.
Het huishouden dat voor toeslagenjaar 2023 behoort tot de doelgroep van deze beleidsregels vraagt bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek aan in het jaar 2025 en een huishouden dat voor toeslagenjaar 2024 behoort tot de doelgroep van deze beleidsregels vraagt bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek aan in het jaar 2026.
Deze beleidsregels zijn ook van toepassing op een voormalig huishouden waarvan de personen op de datum van aanvraag niet langer fiscaal partner zijn, maar dit wel waren over een gedeelte van de toeslagenjaren 2023 of 2024. Van een voormalig huishouden heeft elk van de voormalig fiscaal partners recht op de helft van de tegemoetkoming die op basis van deze beleidsregels kan worden toegekend.
Artikel 4. Aanvraag zelfmelder
Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.
Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarvoor de bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt aangevraagd.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft op 27 september 2022 (Externe link:ECLI:NL:CRVB:2022:1952) geoordeeld dat een gemeente een echtpaar met terugwerkende kracht compensatie moest geven voor het niet ontvangen van de maximale toeslagen. Naar aanleiding van deze uitspraak werd in Gemeentenieuws SZW 2023-1 een handelingsperspectief gegeven voor gemeenten om deze doelgroep via bijzondere bijstand te compenseren voor het gemis aan zorg- en huurtoeslag, totdat een structurele landelijke oplossing gevonden is. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft voor 2028 een structurele oplossing voor de alleenverdienersproblematiek aangekondigd. Voor de periode 2025 tot en met 2027 is voorzien in een tijdelijke regeling via artikel 78gg Participatiewet die de gemeente dient uit te voeren. Voor fase I, wat betrekking heeft op 2023 en 2024, kan de gemeente getroffen gehuwden compenseren via de individuele bijzondere bijstand.
De problematiek treft gehuwden of daarmee gelijkgestelden, van wie één van de partners een loongerelateerde uitkering van het UWV ontvangt, zo mogelijk aangevuld met een uitkering op grond van de Toeslagenwet, of een uitkering vanuit een particuliere inkomensverzekering. De andere partner heeft geen of weinig inkomen. Het gezamenlijke inkomen kan ook met algemene bijstand worden aangevuld tot bijstandsniveau. Deze huishoudens ontvangen door gebrekkige afstemming van (fiscale) regelingen minder zorg- of huurtoeslag dan huishoudens die een volledige bijstandsuitkering ontvangen. De getroffen huishoudens hebben hetzelfde netto-inkomen (exclusief huur- of zorgtoeslag) op het sociaal minimum, maar een lager besteedbaar inkomen (inclusief huur- of zorgtoeslag). De getroffen huishoudens komen hiermee onder het bestaansminimum. Het vastgestelde toeslagenbedrag komt voor de betreffende huishoudens lager uit dan noodzakelijk wordt geacht om in die kosten te voorzien.
Het college kan voorzien in ondersteuning in de vorm van bijzondere bijstand voor de jaren 2023 en 2024 (ook wel: Fase I). Aangezien de problematiek het gevolg is van een reeds jarenlang bestaande samenloop van overheidsregelingen en fiscaliteit, die voor bepaalde categorieën tot een niet voorziene benadeling heeft geleid, worden die omstandigheden aangemerkt als bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet op grond waarvan een beroep kan worden gedaan op individuele bijzondere bijstand. Bij verstrekking van bijzondere bijstand wordt normaliter beoordeeld of er draagkracht is. De op grond van deze beleidsregels te verstrekken bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek komt in de plaats van gederfde toeslagen, met name de zorg- en huurtoeslag. Deze toeslagen komen immers niet volledig tot uitbetaling. De huur- en zorgtoeslag kennen veel hogere vermogensgrenzen voor een gezin dan de vermogensgrens die geldt voor gehuwden binnen de Participatiewet. Het Rijk adviseert daarom om de hoogte van de vermogensgrens van de zorgtoeslag aan te houden.
In deze beleidsregels is de keuze gemaakt om de huishoudens die bij het college bekend zijn uit te nodigen om een aanvraag te doen voor deze vorm van bijzondere bijstand (artikel 3). Het college hanteert voor het bepalen van de doelgroep de lijst met huishoudens van 2025 voor 2023 en de lijst met huishoudens 2026 voor de 2024. Het lijstwerk heeft als peildatum het jaar t-2 omdat de inkomensgegevens van dat jaar definitief zijn. De lijst van 2025 bevat dus de definitieve inkomensgegevens van de huishoudens in 2023 en de lijst van 2026 die van huishoudens in 2024. Het college heeft hierdoor zekerheid dat ze de beoogde doelgroep ondersteunt. Voor de bepaling van het forfaitaire bedrag gaan we uit van analyse van de Belastingdienst die door het Rijk wordt aangehouden voor het bepalen van de tegemoetkoming. Dit komt neer € 1.000,- per huishouden in fase II wat voor 95% van de huishoudens (ruim) voldoende zou moeten zijn. Aangezien er sprake is van een afbouw van de heffingskorting ligt het misgelopen bedrag in fase I hoger dan in fase II. Het gekozen bedrag voor fase II is daarom € 1.200,-. Het college is het met het Rijk eens dat de berekening van het exacte bedrag een omslachtig proces is dat veel vraagt van zowel de inwoner als van de uitvoerder. We kiezen daarom voor een zo eenvoudig mogelijk afhandelingsproces, waarbij de insteek is om het gezin en de uitvoering zo min mogelijk te belasten. Het college biedt op deze manier als lokale overheid tijdelijk ondersteuning voor een probleem wat door landelijke wetgeving is ontstaan.
Gemeente Veenendaal ontvangt voor deze fase budget via de decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 uit het gemeentefonds. Het handelingsperspectief is van tijdelijke aard (alleen voor de kalenderjaren 2023 en 2024), omdat de bijzondere bijstand in principe niet bedoeld is voor dit type uitkering en het college voor fase II (2025-2027) een tegemoetkoming verstrekt op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek.
II. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 3. Aanvraag op uitnodiging
De Participatiewet regelt dat bijstand schriftelijk moet worden aangevraagd. Alleen als een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, om welke reden dan ook, kan een gemeente het recht op (bijzondere) bijstand ook ambtshalve vaststellen. Aangezien het college een lijst met huishoudens ontvangt via het Inlichtingenbureau in 2025 en 2026 met de definitieve inkomensgegevens van 2023 en 2024 kan ze met grote zekerheid de beoogde doelgroep alleenverdienersproblematiek 2023 en 2024 benaderen. Het college ziet dat Veense inwoners die door deze problematiek worden geraakt hier onvoldoende zicht op hebben. Geen enkel huishouden heeft een aanvraag bijzondere bijstand hiervoor ingediend. Deze ervaring en de individuele gevolgen die de problematiek voor Veense inwoners heeft - namelijk het moeten rondkomen van een inkomen onder het sociaal minimum - rechtvaardigen de keuze om deze specifieke bijzondere bijstand toe te kennen na een verkorte aanvraag waarin gevraagd wordt om het bankrekeningnummer van het huishouden. Het gaat om een afgebakende groep op basis van lijstwerk van de Belastingdienst, waarbij de aanslagen definitief zijn. Het geldt voor een specifieke periode.
De doelgroep wordt verder beperkt tot gezinnen die daadwerkelijk in de gemeente wonen en daar ook over eigen woonruimte beschikken waarvoor commerciële huurlasten verschuldigd zijn.
Bij verstrekking van bijzondere bijstand wordt normaliter ook beoordeeld of er draagkracht uit vermogen is. De op grond van deze beleidsregels te verstrekken bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek komt in de plaats van gederfde toeslagen, met name de zorg- en huurtoeslag. Deze toeslagen komen immers niet volledig tot uitbetaling. De huur- en zorgtoeslag kennen veel hogere vermogensgrenzen voor een gezin dan de vermogensgrens die geldt binnen de Participatiewet. Daarom is in artikel 2 lid 5 bepaald dat voor wat betreft het vermogen wordt aangesloten bij de vermogensnorm die geldt voor de zorgtoeslag voor het bepalen van het recht van zelfmelders op bijzondere bijstand op grond van deze regeling. Dit wordt ook door het Rijk geadviseerd om te doen en gehanteerd in fase II.
Het college verstrekt bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek 2023, 2034 op basis van definitieve gegevens van de Belastingdienst wat als lijst door het Inlichtingenbureau aan het college wordt verstrekt. Het college hanteert dit uitgangspunt van definitieve gegevens voor fase I ook voor de beoordeling van aanvragen van zelfmelders. Daarom kan de aanvraag voor 2024 (pas) vanaf 1 januari 2026 worden ingediend.
Artikel 5. Hoogte van de tegemoetkoming
Het bedrag van €1.200,- aan uitgekeerde bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek per betrokken huishouden per toeslagenjaar is gebaseerd op de bijdrage van het Rijk voor fase II van € 1.000,-. Het Rijk hanteert dit bedrag op basis van een analyse van de Belastingdienst waarbij vermeld wordt dat dit voor 95% van de huishoudens een (ruime) compensatie is. Aangezien het gaat om een afbouw van de heffingskorting ligt het misgelopen bedrag in fase I hoger dan in fase II.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-483097.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.