Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur Maastricht inzet op het bieden van financiële ondersteuning voor Maastrichtse gecertificeerde voorschoolse voorzieningen dan wel organisaties voor primair onderwijs, zodat zij kinderen met een risico op (taal)achterstand kunnen ondersteunen en begeleiden, door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026.

Artikel 1. Definities

  • -

    ASV: algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • -

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;

  • -

    Doelgroeppeuter: een kind tussen 2 en 4 jaar dat een (verhoogd risico heeft op) ontwikkelingsachterstand kan hebben op het gebied van taal of in de bredere ontwikkeling;

  • -

    Doelgroepdefinitie: kenmerken die door de overheid worden gebruikt om te bepalen welke kinderen het meeste risico lopen op een taal- of ontwikkelingsachterstand, desgewenst aangevuld met lokale criteria;

  • -

    GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst. De GGD voert de inspecties uit in de voorschool op basis van de Wet Kinderopvang een indien aanwezig aanvullend gemeentelijke criteria;

  • -

    Gecertificeerde voorschoolse voorziening: een locatie voor kinderopvang plaatsvindt die voldoet aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving;

  • -

    IKC: Integraal Kindcentrum, waar kinderen van 0 tot 13 jaar terecht kunnen. In het kindcentrum zijn onderwijs, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuteropvang samengevoegd, waar van toepassing aangevuld door organisaties voor welzijnswerk, jeugdhulp of zorg;

  • -

    JGZ: jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar, oftewel het consultatiebureau, waar jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen verantwoordelijk zijn voor de beoordeling en afgifte van een VVE-indicatie;

  • -

    Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming voor ouders in de kosten van de kinderopvang op basis van bepaalde voorwaarden, uitgekeerd aan de ouders door het Rijk;

  • -

    Kleine zaal; een locatie waar VVE wordt aangeboden met een structureel laag aantal doelgroeppeuters;

  • -

    OAB: onderwijsachterstandenbeleid;

  • -

    Peutermonitor: de gemeente monitort het bereik en toeleiding in de Peutermonitor;

  • -

    Reguliere peuter: een peuter zonder VVE-indicatie;

  • -

    Voorschoolse educatie: een voorschool is een locatie voor kinderopvang die VVE aanbiedt. De voorschol betreft de periode 2 tot en met 4 jaar. De gemeente bepaalt welke programma’s op de voorschool gebruikt mogen worden;

  • -

    Vroegschoolse educatie: voor kleuters uit groep 1 en groep 2 van de basisschool. De basisschool is verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie;

  • -

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie;

  • -

    VVE-indicatie: een door het consultatiebureau afgegeven indicatie waarmee wordt aangegeven of de peuter een doelgroeppeuter is;

  • -

    Zware zaal; een locatie waar VVE wordt aangeboden met een gemiddelde bezetting van meer dan de helft doelgroeppeuters.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Kindgebonden voorschoolse educatie:

    Subsidie kan worden aangevraagd voor het aanbieden van voorschoolse educatie aan:

    • a.

      De peuter tussen 2,5 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) met recht op kinderopvangtoeslag;

    • b.

      De peuter tussen 2,5 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      De doelgroeppeuter tussen 2 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) met recht op kinderopvangtoeslag;

    • d.

      De doelgroeppeuter tussen 2 jaar en 4 jaar met ouder(s)/verzorger(s) zonder recht op kinderopvangtoeslag;

    • e.

      De kleuter van 4 jaar voor wie een gemeentelijk besluit tot verlenging van de kinderopvang is genomen tot een maximum van 10 weken;

    • f.

      De peuter die in een schoolvakantie 4 jaar wordt en nog niet naar school kan vóór aanvang van de betreffende vakantie en derhalve pas op de eerste dag na de schoolvakantie start op de basisschool.

  • 2.

    Locatiegebonden voorschoolse educatie:

    Subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die een extra ondersteuning leveren aan kinderen met een (taal)achterstand ten aanzien van voorschoolse educatie, bestaande uit:

    • a.

      Het extra inzetten van interne coaching op locatieniveau ter bevordering van de kennis en kunde van de medewerkers;

    • b.

      Extra (wijkgerichte) inzet op samenwerking tussen en aansluiting bij ketenpartners, om zo sneller passende ondersteuning te vinden bij de hulpvraag van de kinderen;

    • c.

      De inzet van een ambulante pedagogisch medewerker op locatieniveau met (extra) expertise ten aanzien van voorschoolse educatie ter ondersteuning van de kinderen;

    • d.

      Het inzetten van externe zorg op kindniveau voor de ondersteuning van de kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte.

  • 3.

    Vroegschoolse educatie:

    Subsidie kan worden aangevraagd voor:

    • a.

      De extra inzet van een aandachtfunctionaris VVE die aantoonbaar zorgt voor verbinding met voorschoolse voorzieningen en de samenwerking tussen de kinderopvang en het primair onderwijs;

    • b.

      Activiteitenbudget ten behoeve van het IKC in het kader van VVE, de doorgaande lijn en de bevordering van de samenwerking tussen kinderopvang en school. Het budget is bedoeld voor het IKC, dus zowel voor- als vroegschool.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1.

    Subsidie voor de Kindgebonden voorschoolse educatie en de Locatiegebonden voorschoolse educatie kan worden aangevraagd door het bestuur van een gecertificeerde kinderopvangaanbieder in de gemeente Maastricht die voldoet aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving.

  • 2.

    Subsidie voor de vroegschoolse educatie kan worden aangevraagd door het bevoegd bestuur van een onderwijsstichting of een vereniging van het primair onderwijs in gemeente Maastricht.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de activiteit zoals bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de tarieven vast voor de berekening van de subsidie voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.

  • 3.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • b.

      kosten die reeds gesubsidieerd of gefinancierd worden vanuit een andere subsidie- of inkooprelatie met de gemeente Maastricht.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de tarieventabel zoals in bijlage 1 bij deze regeling gevoegd.

  • 2.

    In het geval van een aanvraag van gecertificeerde voorschoolse voorzieningen of organisaties voor primair onderwijs, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen, zoals bedoeld in art. 9 lid 2, wordt de subsidie verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd vanaf de datum die – in geval van een voorschoolse voorziening – door het Landelijk Register Kinderopvang als registratiedatum is opgenomen of vanaf de openingsdatum van de school – in geval van een organisatie voor primair onderwijs.

Artikel 7. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verdeling van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen.

  • 2.

    De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in artikel 3.

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

Artikel 8. De aanvraag

  • 1.

    De aanvraag om een subsidie Kindgebonden voorschoolse educatie dient:

    • a.

      inzichtelijk te maken voor hoeveel peuters subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      inzichtelijk te maken of deze peuters wel of geen doelgroeppeuters zijn en wel of geen ouder(s)/verzorger(s) hebben met recht op kinderopvangtoeslag.

  • 2.

    De aanvraag om een subsidie Locatiegebonden voorschoolse educatie dient:

    • a.

      inzichtelijk te maken hoe de activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      inzichtelijk te maken hoe de activiteiten aansluiten bij de Nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2027.

  • 3.

    De aanvraag om een subsidie Vroegschoolse educatie dient:

    • a.

      inzichtelijk te maken hoe de activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      inzichtelijk te maken hoe de activiteiten aansluiten bij de Nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2027;

  • 4.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 9. Aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv, wordt een aanvraag om subsidie uiterlijk 1 november voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kunnen gecertificeerde voorschoolse voorzieningen of organisaties voor primair onderwijs, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen, eenmalig een subsidieaanvraag indienen op een later moment.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid wordt voor een aanvraag voor kalenderjaar 2026 een termijn gehanteerd van uiterlijk 1 februari 2026.

Artikel 10. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist uiterlijk 31 december van het jaar waarin de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt voor kalenderjaar 2026 dat het college uiterlijk 1 april 2026 beslist.

Artikel 11. Aanvullende weigeringsgronden

Subsidieverlening kan worden geweigerd als:

  • a.

    voor de activiteit reeds subsidie is verleend door het college;

  • b.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

  • c.

    […].

Artikel 12. Verplichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

Artikel 13. Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    In afwijking van de Asv dient de aanvrager voor 1 juni na het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    Bij subsidies van meer dan €75.000,- overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk registeraccountant.

Artikel 14. Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 15. Slotbepaling

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Maastricht 2026.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Maastricht in hun vergadering van 28 oktober 2025.

De Secretaris,

G.J.C. Kusters

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

Bijlage 1: Tarieventabel VVE 2026

 

Deel I: subsidies voor de voorschool

 

Aanvrager (conform artikel 4 lid 1): het bestuur van een gecertificeerde kinderopvangaanbieder in de gemeente Maastricht die voldoet aan de wettelijke vereisten opgenomen in de Wet Kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en alle hieruit voortvloeiende regelgeving.

 

Onderdeel

Aantal uren per kalenderjaar

Uurprijs

Totaal per VE locatie

HBO-eis in de voorschool (op basis van cao schaal 9)

10 uur per doelgroeppeuter

€58,09

PM

Basisbudget passende ondersteuning – Coaching on the Job (op basis van cao schaal 7)

160 uur per locatie

€48,09

PM

Basisbudget passende ondersteuning – Logopedie (op basis van cao schaal 9)

8 uur per 10 doelgroeppeuters (2,5-4 jaar)

€58,09

PM

Basisbudget passende ondersteuning – Scholingsbudget

n.v.t.

n.v.t.

€1500,00 per jaar

Subsidie zware zalen (op basis van cao schaal 6)

320

€43,72

€13.990,40 per jaar

Subsidie kleine zalen (op basis het subsidiabel uurtarief van een doelgroeppeuter)

640

€13,49

Maximaal €43.168,00

 

Deel II: subsidies voor de vroegschool

 

Aanvrager (conform artikel 4 lid 2): het bevoegd bestuur van een onderwijsstichting of een vereniging van het primair onderwijs in gemeente Maastricht.

 

Onderdeel

Aantal uren per kalenderjaar

Uurprijs

Totaal per kindcentrum

Aandachtsfunctionaris in de vroegschool (op basis van cao schaal 9)

40

€58,09

€2323,60

Activiteitenbudget

n.v.t.

n.v.t.

€500,00

Naar boven