Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de nadere regels voor subsidiëring duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties in Amstelveen 2026

Zaaknummer Z25- 116136 / D25-350216

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;

gelezen het advies van Sociale Samenleving van 30 september 2025;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Amstelveen 2023;

besluiten vast te stellen de:

Nadere regels voor subsidiëring van duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties in Amstelveen 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    algemene subsidieverordening: de vigerende Algemene subsidieverordening Amstelveen;

  • b.

    amateursport: sport die voldoet aan de voorwaarden van artikel 4;

  • c.

    amateursportorganisatie: een stichting of vereniging met als hoofddoel het faciliteren van amateursport door het aanbieden van amateursport of het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie en statutair gevestigd is in Amstelveen;

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen;

  • e.

    sportaccommodatie: voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport en gelegen op Amstelveens grondgebied.

Artikel 2 Doelstelling

Deze nadere regels zijn bedoeld om duurzaamheidsinvesteringen in amateursportaccommodaties te stimuleren en daarmee ook via de sportvereniging voeding te geven aan de bewustwording.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze nadere regels wordt uitsluitend verstrekt voor aanvragen voor duurzaamheids- en toegankelijkheidsinvesteringen in sportaccommodaties. Amateursportorganisaties kunnen (extra) subsidie aanvragen om hun sportaccommodatie te verduurzamen en daarmee voor te sorteren op de toekomst.

Artikel 4 Amateursport

Amateursport in de zin van deze regeling voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de beoefening wordt bevorderd of georganiseerd door een van de leden opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of door een van de deelnemende organisaties van het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS);

  • b.

    de sport wordt beoefend door personen, op alle niveaus en is toegankelijk voor een breed publiek;

  • c.

    de sport richt zich op lokale gebruikers;

  • d.

    de sport wordt niet beoefend in loondienst of in opdracht, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht is opgesteld tussen een sportbeoefenaar en een amateursportorganisatie; en

  • e.

    de sport wordt niet ingezet voor zorg of revalidatie.

Artikel 5 Berekening van de subsidie en de selectie- en toetsingscriteria

De subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de kosten van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 7, inclusief btw. Dit is ongeacht eventuele andere subsidieaanvragen die aanvrager gedaan heeft of gaat doen.

Artikel 6 Aanvrager

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    de aanvrager is een amateursportorganisatie en statutair gevestigd in Amstelveen, dan wel heeft Amstelveen tot haar verzorgingsgebied (minimaal 50% van de jeugdleden zijn woonachtig in Amstelveen);

  • b.

    de aanvrager is eigenaar van de sportaccommodatie;

  • c.

    de aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van een door het college vastgesteld formulier.

Artikel 7 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie wordt alleen verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in Bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond bedraagt per subsidiejaar € 100.000,--.

  • 2.

    Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen.

Artikel 9 Bevoegdheid van het college

Het college besluit met in achtneming van de Algemene subsidieverordening en deze nadere regels over het verstrekken van subsidies voor subsidiabele activiteiten in sportaccommodaties.

Hoofdstuk 2 Subsidieverstrekking

Artikel 10 Subsidieverlening

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt ingediend vóórafgaand aan de duurzaamheidsinvestering(en).

  • 2.

    De duurzaamheidsinvestering waarvoor subsidie is aangevraagd moet binnen 6 maanden, nadat de subsidieverlening is toegekend, worden gestart.

Artikel 11 Subsidievaststelling

  • 1.

    De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 6 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten ingediend.

  • 2.

    Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door het college vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3.

    De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van (een) factu(u)r(en) en betaalbewijzen voor de subsidiabele activiteiten op naam van de subsidieontvanger.

  •  

Artikel 12 Weigeringsgronden

  • 1.

    Subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien:

    a. de doelstelling of activiteiten van de subsidieaanvrager, dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren of op zullen leveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ook, of,

    b. binnen de organisatie van de subsidieaanvrager of binnen de activiteiten waarvoor de aanvrager (mede-)verantwoordelijkheid draagt, discriminatie als omschreven onder a. plaatsvindt of zal plaatsvinden, en de aanvrager ter voorkoming of beperking hiervan niet die maatregelen treft welke onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid van de aanvrager mogen worden verwacht.

  • 3.

    Onder discriminatie, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze bepaling niet begrepen het onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand of om participatie van groepen te bevorderen.

Artikel 13 (Nadere) verplichtingen aan de subsidie

  • 1.

    De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gesubsidieerde sportaccommodaties gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijven voor de amateursport voor lokale gebruikers.

  • 2.

    De subsidieontvanger verplicht zich om te voldoen aan een veilig sportklimaat, een rook- en vapevrije sportaccommodatie en een gezonde sportkantine (als deze laatste onderdeel vormt van de sportaccommodatie).

  • 3.

    Indien niet aan de verplichting in lid 1 wordt voldaan, doet de subsidieontvanger onverwijld melding daarvan aan het college.

  • 4.

    Het college kan bij de verlening van een subsidie (nadere) verplichtingen opleggen.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende afwijken van deze nadere regels, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard zouden leiden.

Artikel 15 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De nadere regels voor subsidiering van duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties in Amstelveen 2024 wordt dan tegelijkertijd ingetrokken.

  • 3.

    Deze nadere regels eindigen op 31-12-2027.

  •  

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Nadere regels voor subsidiëring van duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties in Amstelveen 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2025.

De secretaris,

Bert Winthorst

De burgemeester,

Tjapko Poppens

Bijlage 1. Activiteiten die in aanmerking komen voor duurzaamheids-subsidie

Deze bijlage geeft de maatregelen waarvoor een (aanvullende) subsidie kan worden aangevraagd zoals geformuleerd in artikel 3, eerste lid, onder c van deze regeling. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie categorieën (A,C,D) die aansluiten op de Routekaart Duurzame Sport en een categorie (B) voor verbeterde toegankelijkheid:

A. duurzame energie,

B. toegankelijkheid,

C. circulariteit,

D. klimaatadaptatie.

 

A. Maatregelen duurzame energie

De maatregelen voor duurzame energie zijn onder andere overeenkomstig de maatregelen van de Energie Investeringsaftrek en voor zover zij toegepast kunnen worden op de sportaccommodaties.

Bestaande sportaccommodaties:

Sommige maatregelen zijn alleen van toepassing op bestaande sportaccommodaties. Onder bestaande sportaccommodatie wordt verstaan het renoveren van een bestaand gebouw. Gaat u deels renoveren en deels nieuwbouwen dan komen deze maatregelen alleen voor het gedeelte van de renovatie in aanmerking. U dient dan aan te tonen welk percentage bestaande bouw is en welk percentage nieuwbouw.

Energieregistratie-en bewakingssysteem (EBS):

Vanaf 2022 geldt dat maatregel A.5.1. (Energieregistratie-en bewakingssysteem (EBS) een verplicht onderdeel is van de maatregelen onder categorie A.1, A.2 en A.4 (Maatregelen energiebesparing).

1 Verlichting

1.1

Sportveldverlichting

Bestemd voor: sportveldverlichting,

en bestaande uit: LED armaturen, met een specifieke lichtstroom van ten minste 120 lm/W, EBS-systeem volgens maatregel 5.1 (eventueel) met een voorziening voor dynamische lichtschakeling (per armatuur of mast te schakelen, en/of een regelbare lichtopbrengst), (eventueel) mast en (eventueel) schakelmateriaal.

1.2

LED verlichting

Bestemd voor: verlichting in en om nieuwe en bestaande sportaccommodaties, 

en bestaande uit: LED-verlichtings-armaturen met een (eventueel uitwisselbare) LED-lichtbron en met een specifieke lichtstroom van ten minste 120 lm/W, EBS-systeem volgens maatregel 5.1.

Toelichting: losse LED-lichtbronnen, zoals LED-buizen en specifiek voor noodverlichting bestemde noodverlichtingsarmaturen, zijn uitgesloten.

2 Ventilatie, verwarming, koeling en tapwater

2.1

Warmte/koude terugwinning voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: het koelen of verwarmen van bestaande sportaccommodaties door het benutten van koude of warmte in de afzuiglucht,

en bestaande uit: warmtewisselaar met een rendement van minimaal 78%, EBS-systeem volgens maatregel 5.1, (eventueel) luchtbehandelingskast en (eventueel) kanalen.

2.2

Warmtepomp

Bestemd voor: het verwarmen van sportaccommodaties of het nuttig aanwenden van warmte voor de verwarming van tapwater in sportaccommodaties,

en bestaande uit: een elektrisch gedreven warmtepomp die opgenomen is op de ISDE Apparatenlijst, EBS-systeem volgens maatregel 5.1, (eventueel) bronsysteem, (eventueel) bodemwarmtewisselaar of grondwaterbron, (eventueel) restwarmte opslagvat, (eventueel) geïntegreerd opslagvat.

Toelichting: De warmtepomp-apparatenlijst van de ISDE kunt u hier vinden www.rvo.nl/isde). Het indicatieve subsidiebedrag op de apparatenlijst heeft betrekking op de ISDE, niet op deze regeling.

2.3

Warmteterugwinning uit douchewater

Bestemd voor: het terugwinnen van warmte uit (douche)water,

en bestaande uit: warmtewisselaar die is aangesloten op de douchewaterafvoer of douchebak met geïntegreerde douchewaterwarmtewisselaar, EBS-systeem volgens maatregel 5.1.

2.4

Adiabatische koeling

Bestemd voor: het koelen van sportaccommodaties door middel van verdampingskoeling,

en bestaande uit: een adiabatisch koelsysteem, EBS-systeem volgens maatregel 5.1.

2.5

Infrarood verwarmingspaneel met bewegingssensor en thermostaat voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: aanwezigheid gestuurde ruimteverwarming door middel van warmtestraling met behulp van infraroodpaneel, voor bijvoorbeeld kleedruimten in bestaande sportaccommodaties,

en bestaande uit: verwarmingssysteem met een infrarood verwarmingspaneel niet zijnde een warmtestraler, bewegingssensor en thermostaat, EBS-systeem volgens maatregel 5.1.

Randvoorwaarden: Infraroodpaneel wordt geregeld middels bewegingssensor EN thermostaat.

3 Bouwkundig

3.1

HR-glas voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: beglazing in buitengevel- of dakconstructies van bestaande sportaccommodaties,

en bestaande uit: meervoudig glas met een vacuüm of gasgevulde spouw of panelen in het kozijn met een warmte-doorlatingscoëfficiënt met een maximale U-waarde (W/m2K) van 0,8 of een isolerende deur, (eventueel) een kozijn.

 

Alleen glazen, panelen of deuren die op de ISDE-Meldcodelijst Hoogrendementsglas staan mag worden toegepast.

 

Toelichting: De Meldcodelijst Hoogrendementsglas van de ISDE kunt u hier vinden:  www.rvo.nl/isde) . Het indicatieve subsidiebedrag op de ISDE maatregelenlijst heeft betrekking op de ISDE, niet op de ze regeling .

3.2

HR-glas voor nieuwe sportaccommodaties

Bestemd voor: beglazing in buitengevel- of dakconstructies van nieuwe sportaccommodaties,

en bestaande uit: meervoudig glas met een warmtewerende coating en/of gasgevulde spouw met een warmte-doorlatingscoëfficiënt van maximaal 0,7 W/m2K.

3.3

Isolatie wand, vloer, dak voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: de verbetering van de isolatie van bestaande vloeren, daken, plafonds of wanden van ruimten,

en bestaande uit:

a. isolatiematerialen op het dak waarbij de warmteweerstand van het totaal aan isolatiematerialen (Riso,tot) ten minste 6,3 m2K/W bedraagt; of

b. isolatiematerialen voor vloer of wand waarbij de warmteweerstand van het totaal aan isolatiematerialen (Riso,tot) ten minste 4 m2K/W bedraagt.

Het maximale investeringsbedrag dat in aanmerking komt voor deze maatregel bedraagt € 25 per m2 isolatie per toename van de R met 1,0 m2K/W.

Alleen isolatiematerialen die op de ISDE Maatregelenlijst isolatie staan mogen worden toegepast.

Kiest u bij het type isolatiemaatregel vloerisolatie, spouwmuurisolatie of dakisolatie, voor lokaal gespoten PIR of PUR? Dan moet dit zijn aangebracht met een HFK-vrij blaasmiddel.

Toelichting:

De maatregelenlijst Isolatie van de ISDE kunt u hier vinden:  www.rvo.nl/isde)Het indicatieve subsidiebedrag op de ISDE maatregelenlijst heeft betrekking op de ISDE, niet op deze regeling.

4 Duurzame energieopwekking

4.1

Zonnecollectorsysteem

Bestemd voor: het verwarmen van water of lucht,

en bestaande uit: een zonnecollector, regeleenheid, EBS-systeem volgens maatregel 5.1 en (eventueel) (rest)warmtebuffer.

4.2

PV (fotovoltaïsche) of PVT (fotovoltaïsche thermische) panelen

Bestemd voor: het verwarmen van water of lucht of opwekking van elektrische energie uit zonlicht met behulp van zonnecellen,

en bestaande uit: 

a. panelen met fotovoltaïsche zonnecellen of een samenstelling van zonnewarmtecollector en panelen met fotovoltaïsche zonnecellen met een gezamenlijk piekvermogen van ten minste 15 kW en maximaal 100 kW, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van 3*80 A of minder, (eventueel) stroom/spanningsomvormer. Inclusief vervanging van bestaande dakisolatie (minimaal het dakoppervlak onder de PV / PVT panelen en vervanging van bestaande dakbedekking.

 

b. panelen met fotovoltaïsche zonnecellen of een samenstelling van zonnewarmtecollector met panelen met fotovoltaïsche zonnecellen met een gezamenlijk piekvermogen van ten minste 15 kW en maximaal 100 kW, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van 3*80 A of minder, (eventueel) stroom/spanningsomvormer. Inclusief een opslagsysteem voor elektriciteit, zoals genoemd in 4.3.

4.3

Energieopslag

a. Opslag zelfopgewekte duurzame energie

Bestemd voor: de opslag van zelfopgewekte duurzame energie

en bestaande uit: een accu of batterij, regeltechniek en een verdeelstation. De kosten voor veiligheidsmaatregelen komen niet in aanmerking.

b. Opslag zelfopgewekte duurzame energie en uitwisseling met andere percelen

Bestemd voor: de opslag van zelfopgewekte duurzame energie en energieopslag voor en uitwisseling met andere percelen

en bestaande uit: een accu of batterij, regeltechniek en een verdeelstation. De kosten voor veiligheidsmaatregelen en kosten buiten het eigen perceel komen niet in aanmerking.

Toelichting: Alternatieven naast Lithium-Ion als opslagmedium zijn bijvoorbeeld:

a. Zout(water),

b. Water,

c. Gesteente,

d. Staalslakken, of

e. Phase Change Material (PCM)

4.4

Zonnewarmtecollector voor sportvelden

Bestemd voor: het verzamelen van warmte door middel van een collectorsysteem onder sportvelden voor het gebruik van het verwarmen van water of lucht,

en bestaande uit: Zonnewarmtecollector systeem onder sportvelden, regeleenheid, warmtebuffer, EBS-systeem volgens maatregel 5.1 en (eventueel) koppeling aan water of verwarmingsinstallatie.

5 Energieregistratie-en bewakingssysteem (EBS)

5.1

Slimme meter met een energieverbruiks-manager/EBS voor elektriciteit, aardgas (a.e.) en/of warmte.

Bestemd voor: het (realtime) monitoren en visualiseren van het energiegebruik van gas en elektriciteit en eventueel opgewekte energie ten behoeve van verbeterd energiegebruik,

en bestaande uit: slimme meter geïnstalleerd door erkende installateur, beeldscherm voor publieke visualisatie en (eventueel) energiemanagementsysteem met rapportagefunctie (voor een overzicht van het energieverbruik per dag, week en jaar).

Randvoorwaarden: publieke visualisatie is een verplicht onderdeel van deze maatregel.

 

B. Maatregelen toegankelijkheid

Op 14 juli 2016 is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in Nederland in werking getreden. Het doel van dit verdrag is de positie van mensen met een beperking versterken. Hiervoor is het ook van belang dat zij niet belemmerd worden om sportieve activiteiten te ondernemen, doordat sportaccommodaties niet goed toegankelijk zijn.

Tot deze maatregelen is gekomen in samenwerking met de sportsector, vertegenwoordigers van de betreffende doelgroepen en bouwkundig experts. Voor de geselecteerde maatregelen is gekozen omdat zij tot verregaande verbetering van de toegankelijkheid van de sportaccommodatie voor de doelgroepen leiden. Het kan bij alle maatregelen gaan om nieuwbouw of renovatie van bestaande accommodaties. Daarnaast zijn onderstaande maatregelen omvangrijk in kosten. De investering in deze maatregelen is, zeker voor kleinere verenigingen en stichtingen, nu vaak een drempel. Door subsidie te verstrekken voor deze maatregelen hoopt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een extra stimulans te geven om onderstaande investeringen in toegankelijkheid te doen.

Toegankelijkheidsmaatregelen worden enkel aanvullend gesubsidieerd als deze voor het eerst worden gerealiseerd. Onderhoud aan of vervangen van bestaande voorzieningen wordt niet aanvullend gesubsidieerd.

1

Automatische deur

Randvoorwaarde:

• Netto vrije doorgangsbreedte ≥ 0.85m, gemeten bij 90° geopende deur. (of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Netto vrije doorgangshoogte ≥ 2.10m.

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m. Uitvoering

• Afstelling automatische deuropening en -sluiting gebaseerd op loopsnelheid van 0,5m/s.

• Op de vloer ter plaatse van het draaivlak van de deur een attentiemarkering of afwijkende kleurstelling (contrastwaarde ≥ 30).

• Bediening door middel van sensor en/of drukknop:

• Drukknop direct in de looproute vrij benaderbaar, geheel buiten draaivlak van automatische deur.

• Bedieningshoogte tussen 0.90m en 1.20m+, plaatsing ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

• Bedieningsknop is duidelijk herkenbaar: voelbaar (reliëf) en zichtbaar (contrastwaarde ≥ 30).

• Bedieningsknop ook met verminderde hand-/armfunctie bedienbaar:

• minimale afmeting 0.08 x 0.08m; maximale bedieningsweerstand ≤30 Newton.

2

Toegang sportrolstoelen

Maatregel heeft betrekking op deuren. Uitvoering:

• Netto vrije doorgangsbreedte ≥ 1.20m.

• Netto vrije doorgangshoogte ≥ 2.10m.

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

• Bediening (deurontgrendeling) tussen 0.90m en 1.20m+.

• Bedieningskracht (inclusief eventuele dranger) op de kruk ≤ 30 Newton.

De vrije doorgang ≥ 1.20m is vanuit een rolstoel zelfstandig te creëren. Indien een toegang bestaat uit twee (ongelijke) deurdelen, dan gelden de bedieningseisen voor beide deurdelen (dus óók voor de ontgrendeling van het tweede deurdeel).

3

Lift

Randvoorwaarde:

• De lift maakt onderdeel uit van de primaire route tussen entree, kleed-/sanitaire ruimten en sportruimte.

• Netto vrije doorgangsbreedte in de route ≥ 1.20m.

• Overige hoogteverschillen in de route ≤ 0.02m.

Uitvoering Lift:

• Kooibreedte ≥ 1.10m (of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Kooidiepte ≥ x 2.20m (≥ x 1.50m bij plateaulift) (beschikbare inrijdiepte). Noot:

Kooiafmeting eventueel afgestemd op vervoer van sportinventaris.

• Vóór lifttoegang vrije opstelruimte: ≥ 1.50 x 1.50m.

• Automatische lift deuren:

• Vrije doorgangsbreedte ≥ 0.90m (of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen)

• Vrije doorgangshoogte toegang ≥ 2.10m.

• Alle bedieningselementen in en buiten de lift (ook alarmknop en -telefoon) bereikbaar en bedienbaar tussen 0.90 en 1.20m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek (niet in nis/negge).

• Bedieningselementen duidelijk herkenbaar: voelbaar (reliëf) en zichtbaar (contrastwaarde ≥ 30).

• Geen tiptoetsbediening toepassen, dit werkt zeer verwarrend.

• Zowel binnen als buiten de lift verdiepings- en bestemmingsaanduiding Bij voorkeur gebruikmaken van zowel visuele als akoestische verdiepingssignalering.

• Minimaal aan één lange zijde een leuning tussen 0.85 en 0.95m+.

• Spiegel op achter- of zijwand van 1.00 tot 2.00m+

• (als ‘achteruitkijkspiegel’ ten behoeve van het met rolstoel of scootmobiel achterwaarts verlaten van de lift).

• Spleetbreedte tussen liftkooi en aansluitend vloerveld ≤ 0.02m.

• Stopnauwkeurigheid tussen liftkooi en aansluitend vloerveld ≤ +/- 0.02m.

• Draagvermogen ≥ 4.000N.

4

Integraal toegankelijk toilet

Randvoorwaarde:

• Toilet is voor beide seksen bruikbaar, óf beide seksen hebben een eigen integraal toegankelijk toilet.

• De toiletruimte is in elk geval vanuit de entree, de kleedvoorziening en de sportruimte obstakelvrij bereikbaar via een route met een vrije doorgangsbreedte ≥1.20m breed.

• Alle deuren in de toegangsroute ≥0.85m resp. ≥ 1.20m (zie 2. Toegang sportrolstoelen). Uitvoering:

• Vrij vloeroppervlak in de ruimte (exclusief closetpot) ≥ 1.65 x 2.20m (gemeten vanaf de eventuele voorzetwand bij een inbouwspoeling).

Illustratie toont een standaardopstelling op basis van de minimale ruimteafmetingen. Andere opstellingen zijn mogelijk mits in afgewerkte toestand ten minste onderstaande gebruiksruimten obstakelvrij beschikbaar zijn.

Gebruiksruimten

In de ruimte zijn de volgende gebruiksruimten obstakelvrij beschikbaar:

• Keermogelijkheid/draaicirkel ≥ Ø 1.50m, gemeten op 0.30m+ (onder wastafel).

• Vrije ruimte vóór toiletpot ≥ 1.20 x 1.20m.

• Opstelruimte aan één zijde van de toiletpot ≥ 0.90 x 1.20m.

• Assistentievlak aan de andere zijde van de toiletpot ≥ 0.35 x 0.70m.

• Opstelruimte voor (onderrijdbare) wastafel ≥ 0.90 x 1.20m.

• Vrije doorgang tussen toiletpot en wastafel ≥ 0.90m.

Toegang

• Vrije doorgangsbreedte ≥ 0.85m (≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

• Deur niet naar binnen toe openend.

• Aantrekbeugel: op de binnenzijde van de deur op 0.90m+ een horizontale beugel voor dichttrekken, over de volle breedte van de deur.

• Slot in geval van calamiteiten zonder unieke sleutel van buitenaf te openen (géén cilinderslot toepassen!).

• Géén deurdranger toepassen.

Toilet

• Zithoogte closetpot 0.47m+ (bovenzijde zitting).

• Voorzijde zitting 0.70m uit de (voorzet-)wand (verlengde closetpot).

• Aan weerszijden opklapbare steun (toiletbeugels):

– lengte beugels 0.90m

– hart op hart afstand beugels 0.60–0.65m (300–325mm uit hart pot) – bovenzijde beugels 0.25–0.30m+ vanaf bovenzijde zitting.

• Toiletpapierhouder in een van de armsteunen of op de muur binnen 0.65m reikwijdte, gemeten vanuit het midden van de closetpot.

Wastafel • Afmeting wastafel ≥

0.40 x 0.50m.

• Moet onderrijdbaar zijn (sifon tegen achterwand).

• Hoogte bovenzijde wastafel 0.80m+.

• Hart wastafel ≥ 0.50m vanuit inwendige hoek.

• Kraan moet ook met verminderde hand-/armfunctie bedienbaar zijn:

• voldoende lange hendel (éénhandelkraan) op maximaal 1.00m+.

Boven de wastafel (of elders in de ruimte) een vaste vlakke spiegel tegen de wand plaatsen van 1.00m tot 2.00m+. Geen kantelspiegel toepassen!

Alarminstallatie

Bediening door middel van koord op 0.35–0.40m+ rondom de gehele toiletruimte (op alle wanden).

• Koord in contrasterende kleur ten opzichte van de wand.

• Alarmmelding aan de buitenzijde van de ruimte zichtbaar en hoorbaar. Bij voorkeur gekoppeld aan melding op een continu bezette post, zoals beheerdersruimte of bar.

• Alarm alleen uit te schakelen (resetten) in de toiletruimte zelf door middel van een afzonderlijke schakelaar op een hoogte tussen 0.70 en 1.35m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

 

 

Inrichting

• Ten minste één kledinghaak op 1.35m+.

• Alle bedieningselementen (schakelaars, spoelknop, planchet en dergelijke) tussen 0.70 en 1.35m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

• Afvalbakken, hygiënebakken, commodes en andere inrichting bevindt zich buiten de vrije gebruiksruimte

• Warmwaterleidingen en radiatoren buiten bereik van armen en benen. Radiatoren tevens buiten de beschikbare gebruiksruimte houden en zo nodig afschermen om verbranding te voorkomen of hoog (tegen plafond) plaatsen.

• Inrichtingselementen en sanitair bij voorkeur in een kleur die contrasteert met vloer en wanden.

5 Doelgroep specifieke sportvoorzieningen

5.1

Tillift voor personen

Tillift bestemd om personen met een fysieke functiebeperking in staat te stellen in en uit sportmateriaal dan wel de sportomgeving te komen. Hetzij zelfstandig, hetzij met behulp van derden.

Uitvoering:

• Hefapparaat is ten minste voorzien van een stoel/zitting die voldoende diep reikt.

• Hefapparaat staat buiten de looproute of is verplaatsbaar.

• Hefapparaat is licht bedienbaar. Elektronische bediening heeft de voorkeur.

De voorkeur gaat uit naar een systeem waaraan diverse constructies opgehangen kunnen worden: stoel, (bad)rolstoel, lig-raam of tildoek.

Specificaties en technische uitvoering mede afhankelijk van de sportomgeving (met name randafwerking).

5.2

Akoestiek

Uitvoering:

• In alle sportruimten over het gehele frequentiebereik gemiddelde nagalmtijd conform de akoestieknorm ISA-US1-BF1.

Te beoordelen aan de hand van een akoestisch rapport.

• Achtergrondgeluidsniveau Leq ≤ 40 dB (ten gevolge van installaties of andere niet met de sport verwante geluidsbronnen.

5.3

Voorziening slechthorenden

Uitvoering:

• Ringleidingsysteem voldoen aan de norm NEN 10-118/4.

Te beoordelen aan de hand van te overleggen productcertificaat van toegepaste product.

5.4

Klok

Uitvoering:

• Aan klok gekoppeld een lichtsignaal (lichtfluit) of stroboscoop.

• Aan klok gekoppeld een geluidssignaal.

5.5

Toegang

sportrolstoelen voor buitensportvelden, banen, -terreinen.

Maatregel heeft betrekking op het toegankelijk maken van buitensportvelden, banen en -terreinen door aanleg van brede toegangspaden en toegang in hekwerk.

Uitvoering:

• Netto vrije doorgangsbreedte ≥ 1.20m.

• Netto vrije doorgangshoogte ≥ 2.10m.

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

• Bediening (deurontgrendeling) tussen 0.90m en 1.20m+.

Bedieningskracht (inclusief eventuele dranger) op de kruk ≤ 30 Newton.

De vrije doorgang ≥ 1.20m is vanuit een rolstoel zelfstandig te creëren. Indien een toegang bestaat uit twee (ongelijke) deurdelen, dan gelden de bedieningseisen voor beide deurdelen (dus óók voor de ontgrendeling van het tweede deurdeel).

 

C. Maatregelen circulariteit

In de Routekaart Duurzame Sport, voor een duurzame en betaalbare sport, wordt voor de Sportsector uitgewerkt hoe zij kunnen voldoen aan de uitdagingen zoals die in het Klimaatakkoord zijn gesteld. De te behalen CO2 reductie in het Klimaatakkoord zit met name in het besparen en opwekken van energie, maar de sportsector wil haar CO2 footprint als geheel verkleinen. Circulair gebruik van materialen past hier naadloos binnen. De maatregelen in deze maatregelenlijst zijn dan ook bedoelt om het circulair gebruik van materialen binnen de sportsector te stimuleren. Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw als renovatie van bestaande bouw.

1

Hergebruikt infillzand

Bestemd voor: bestaande en nieuwe kunstgrasvelden.

Randvoorwaarden: Aantoonbaar door keuringsrapport waarin staat wat de bron van herkomst van het zand is en waaruit blijkt dat het gaat om gerecycled zand.

2

Kunststof kantplanken

Bestemd voor: bestaande en nieuwe kunstgrasvelden ter voorkoming van de verspreiding van microplastics (infill).

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecycled kunststof dat is getoetst door een onafhankelijke instantie met daarbij behorende productcertificaat.

3

Schoonloopvoorziening

Bestemd voor: een betere schoonloop- en opvangvoorziening van microplastics (infill) bij de in- en uitgang van de kunstgrasvelden ter voorkoming van verspreiding.

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecycled kunststof of (verzinkt) metaal.

4

Gerecyclede sportvloer in sporthal (ten minste 80% gerecycled materiaal)

Bestemd voor: nieuwe sporthalvloeren of vervangen van bestaande sporthalvloeren inclusief terugname verplichting door de leverancier.

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecyclede sportvloeren dat is getoetst door een onafhankelijke instantie met daarbij behorende productcertificaat.

5

Zout(water)batterij

Bestemd voor: de opslag van duurzaam opgewekte energie die wordt gebufferd in een zout(water)batterij, en bestaande uit: zout(water)batterij en (eventuele) regeltechniek.

Randvoorwaarde: Aanwezigheid duurzame energieopwekker op eigen terrein (bijv. zonnecollectoren of pv-panelen) dient te worden aangetoond of tevens te worden aangevraagd.

6

Gerecyclede Shockpads (ten minste 80% gerecycled materiaal)

Bestemd voor: Nieuwe of het vervangen van bestaande sportveldenondervloeren (shockpads) gemaakt van 80% aantoonbaar gerecycled materiaal inclusief terugname verplichting door de leverancier.

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecyclede materiaal dat is getoetst door een onafhankelijke instantie met daarbij behorende productcertificaat.

 

D. Maatregelen klimaatadaptatie

Als gevolg van klimaatverandering nemen extremen in het weer toe met onder andere wateroverlast, extreme droogte en hittestress tot gevolg. Dit vraagt om een veerkrachtige leefomgeving die in staat is de gevolgen van deze weerextremen op te vangen, ook wel een klimaat adaptieve leefomgeving genoemd. Sportaccommodaties lenen zich gezien hun bestemming en ligging vaak uitstekend om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Denk aan wateropvang onder de sportvelden en meer groen op en rond de accommodatie, wat zorgt voor verkoeling. De maatregelen klimaatadaptatie zijn bedoeld om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op en om de sportaccommodatie te verminderen.

1

Regenwateropslagsysteem

Bestemd voor: het opvangen van regenwater van tenminste de eigen sportaccommodatie in een waterdichte opslag of waterdicht sportveld met overloop naar een infiltratiegebied niet zijnde een afwatersloot, al dan niet in combinatie met nuttige toepassing van het opgevangen regenwater,

en bestaande uit: een waterdichte opslag of waterdicht sportveld, leidingwerk met uitzondering van dak en goten, (eventueel pomp) en regeltechniek.

2

Vegetatiedak

Bestemd voor: het bufferen van regenwater en verminderen van hittestress en behorende koelvraag,

en bestaande uit: een vegetatiedaksysteem en (eventueel) irrigatiesysteem.

Toelichting: Deze maatregel kan goed gecombineerd worden met D.1 of D.3.

3

Infiltratiesysteem

1. Bestemd voor: het bufferen en infiltreren van regenwater in geperforeerde containers, waarbij het regenwater na verblijf in deze containers infiltreert in de bodem,

en bestaande uit: een geperforeerde container en al dan niet geotextiel,

2. Bestemd voor: het transporteren van regenwater naar een infiltratiesysteem of infiltreren van regenwater met geperforeerde leidingen,

en bestaande uit: geperforeerde leidingen en al dan niet geotextiel,

3. Bestemd voor: het bufferen en infiltreren van regenwater in een wadi,

en bestaande uit: een wadi,

en al dan niet de volgende onderdelen: een meetsysteem voor het meten van het grondwaterpeil en een meetsysteem voor het meten van een of meer parameters inzake grondwaterkwaliteit.

Nota van toelichting

Algemeen

In de raadsvergadering van 13 februari 2019 is de motie ‘Verduurzaming sportverenigingen’ ingediend. Een motie dat het college oproept om een subsidieregel te ontwikkelen, in lijn met het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid, om duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties te kunnen subsidiëren. Hiervoor is destijds een bedrag van maximaal € 200.000 per jaar als uitgangspunt genomen.

Voor de uitvoering is aansluiting gezocht met de aanvullende subsidie van de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties’ (BOSA).

Wijziging ten opzicht van 2025

De regeling is ten opzichte van de regeling van 2025 gewijzigd. Afgelopen jaren heeft de gemeente de subsidie voor duurzaamheidsinvesteringen aangevuld tot 1/3 (33%). In 2025 was de aanvullende BOSA subsidie 10% en subsidieerde de gemeente de resterende 23%. Omdat de BOSA regeling de komende jaren wordt afgebouwd (ook de extra duurzaamheidsinvestering verdwijnt) en sportverenigingen sinds 2025 ook aanspraak kunnen maken op de DUMAVA-regeling (Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed) is het beter een vast subsidiepercentage te hanteren dat los staat van andere subsidiemogelijkheden. Hierdoor is gekozen om een duurzaamheidssubsidie van 25% te hanteren voor duurzaamheidsinvesteringen in sportaccommodaties.

Artikelsgewijs

Artikel 1 Definities

In het eerste artikel worden begrippen gedefinieerd.

Artikel 4 Amateursport

Artikel 4 beschrijft de voorwaarden waaraan amateursport moet voldoen om te kwalificeren als amateursport in de zin van deze regeling. Het gebruik van deze voorwaarden heeft mede te maken met de staatssteunregels en de keuze om binnen deze regeling alleen subsidie te verstrekken aan amateursportorganisaties die als doelstelling hebben om sportaccommodaties ter beschikking te stellen aan de amateursport voor lokale gebruikers. Organisaties die gedeeltelijk professionele sport faciliteren, maar grotendeels amateursport faciliteren én mensen kunnen zonder selectie op niveau lid worden, worden wel aangemerkt als amateursportorganisatie.

Artikel 5 Berekening van de subsidie en de selectie- en toetsingscriteria

De subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de kosten van de subsidiabele activiteiten. Er is uitgegaan van het feit dat sportorganisaties veelal meerdere subsidies aanvragen. De gemeente heeft veelal 23% gesubsidieerd ter aanvulling van de 10% extra BOSA subsidie. De voor 2026 gehanteerde 25% is dan een gelijkend subsidiepercentage.

Artikel 6 Aanvrager

Bij de aanvraag moeten de volgende stukken worden meegestuurd:

  • 1.

    Aanvraagformulier met NAW gegevens;

  • 2.

    Bankafschrift met daarop het IBAN rekeningnummer en organisatienaam;

  • 3.

    Handtekening(en) van tekenbevoegde(n)

  • 4.

    Offerte, dan wel facturen van de subsidiabele activiteiten op naam van de aanvrager.

Artikel 7 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

De totale activiteiten die in aanmerking komen voor een subsidie zijn opgenomen in een aparte bijlage. Dit zijn een verzameling van activiteiten waarvoor ook een (aanvullende) subsidieaanvraag bij de BOSA kon worden gedaan en die nu ook in de DUMAVA zijn opgenomen.

In deze regeling worden niet advieskosten, kosten voor (externe) begeleiding of accountantskosten vergoed.

Artikel 8 Subsidieplafond

Voor de verstrekking van subsidies wordt een plafond gehanteerd van € 100.000,--. De afgelopen jaren hebben geleerd dat dit bedrag voldoende moet zijn gezien de verleningen die hebben plaatsgevonden.

Als verdeelregel is gekozen voor het systeem van ‘wie eerst komt, het eerst maalt’, een verdeling op volgorde van binnenkomst van (complete) aanvragen. Indien blijkt dat in de loop van het jaar het plafond is uitgeput, zal een aanvraag moeten worden afgewezen. Indien het plafond wordt bereikt en de volgorde van binnenkomst van een aantal aanvragen niet vast te stellen is, zal voor deze (complete) aanvragen loting worden gebruikt als aanvullende verdeelmethode.

Artikel 10 Subsidieverlening

Deze subsidieregels zijn bedoeld om sportverenigingen te stimuleren om te investeren in duurzaamheid. Daarom gelden de regels voor duurzaamheidsinvesteringen die nog niet zijn begonnen. De investeringen in duurzaamheid moet echter wel binnen een half jaar plaatsvinden nadat een positieve beschikking is afgegeven. Dit om de subsidie niet nodeloos op de plank te laten liggen, terwijl een andere sportvereniging juist geen subsidie heeft kunnen krijgen omdat het subsidieplafond is bereikt. Een reële planning van de aanvrager is daarom van belang.

Artikel 11 Subsidievaststelling

Bij de aanvraag voor vaststelling moeten de volgende stukken worden meegestuurd:

  • 1.

    Aanvraagformulier tot vaststelling met NAW gegevens;

  • 2.

    Facturen voor de subsidiabele activiteiten als subsidie € 50.000,-- of minder is;

  • 3.

    Financieel overzicht / verslag vergezeld van een controleverklaring als subsidiebedrag boven de € 50.000,-- ligt;

  • 4.

    Handtekening(en) van tekenbevoegde(n);

  • 5.

    Overzicht van andere subsidies aangevraagd c.q. verkregen voor de subsidiabele activiteiten.

Artikel 12 Weigeringsgronden

De gemeente Amstelveen staat voor diversiteit. Alle Amstelveners doen mee ongeacht achtergrond, sekse, seksuele voorkeur, leeftijd, beperking, geloof of levensovertuiging en voelen zich vrij en veilig zichzelf te kunnen zijn in Amstelveen. Amstelveen is een stad voor iedereen, waarbij oog is voor diversiteit en gewerkt wordt aan inclusiviteit. De gemeente zet zich in voor een verdraagzame stad met gelijke kansen voor iedereen.

Artikel 13 (Nadere) verplichtingen aan de subsidie

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de gesubsidieerde sportaccommodaties gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijven voor de amateursport voor lokale gebruikers. Voorkomen moet worden dat sportaccommodaties gesubsidieerd worden die daarna niet voor de amateursport voor lokale gebruikers worden ingezet.

De gemeente Amstelveen staat een veilig sportklimaat, een rook- en vapevrije accommodatie en gezonde kantine voor. De subsidieontvanger conformeert zich aan deze uitgangspunten en doet alles in zijn vermogen om hieraan te (gaan) voldoen.

Naar boven