Subsidieregeling financiële en materiele gelijkstelling onderwijs Zaanstad 2025

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad

 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd:

1. Artikel 147 Gemeentewet;

2. Algemene wet bestuursrecht;

3. Algemene subsidie Verordening Zaanstad.

 

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Zaanstad;

  • b.

    Basisschool: een school waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs;

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

  • d.

    Feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld;

  • e.

    Schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;

  • f.

    School voor speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

  • g.

    School voor voortgezet onderwijs: een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • h.

    School voor voortgezet speciaal onderwijs: een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

  • i.

    Speciale school voor basisonderwijs: een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij althans gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen;

  • j.

    Voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening;

  • k.

    aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening (tijdelijk) wordt aangevuld;

 

Artikel 2 Reikwijdte en doel regeling en subsidiecriteria

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van voorzieningen en aanvullende voorzieningen aan schoolbesturen zoals genoemd in de bijlagen behorende bij deze regeling.

 

Artikel 3 Aanvullende voorziening

  • 1.

    Het college kan bepalen dat de regeling tijdelijk wordt aangevuld met een aanvullende voorziening.

  • 2.

    Het college stelt de toekenningscriteria vast waaraan een schoolbestuur moet voldoen om in aanmerking te komen voor een aanvullende voorziening.

 

Artikel 4 Toepassing Algemene subsidieverordening

De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

 

Artikel 5 Subsidieplafond, verdelingsregels en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    De subsidieregeling heeft een subsidieplafond. Dit subsidieplafond is gelijk aan het bedrag dat per voorziening jaarlijks door de raad beschikbaar wordt gesteld in de begroting.

  • 2.

    Het college kan voor een voorziening of aanvullende voorziening een subsidieplafond vaststellen en bepalen hoe het beschikbare geld wordt verdeeld.

  • 3.

    Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend.

 

Artikel 6 Aanvraag

  • 1.

    Het schoolbestuur dat een voorziening in natura of subsidiebedrag aanvraagt, dient de aanvraag daartoe in voor de in de betreffende voorziening bepaalde datum. Een uiterste indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven.

  • 2.

    De aanvraag vermeldt:

    • a.

      naam en adres van het schoolbestuur;

    • b.

      de dagtekening;

    • c.

      de gewenste voorziening;

    • d.

      de naam van de school en de onderwijssoort; en

    • e.

      een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria.

  • 3.

    In de voorziening kunnen aanvullende eisen worden gesteld.

OF: De subsidieaanvraag wordt met een aanvraagformulier ingediend.

 

Artikel 7 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist uiterlijk op 31 november van het jaar waarin de volledige subsidieaanvraag is ontvangen.

  • 2.

    Het college kan de termijn van acht weken met vier weken (13 weken = ASV) verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van acht weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan.

 

Artikel 8 Weigeringsgronden

Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:

  • 1.

    de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening;

  • 2.

    niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria;

  • 3.

    door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

 

Artikel 9 Verbod tot vervreemding

Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur.

 

Artikel 10 Informatieverstrekking

Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde op grond van deze verordening.

 

Artikel 11 Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van de regeling betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

 

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college is bevoegd in de regeling van een voorziening of aanvullende voorziening af te wijken van de ASV en van deze verordening, als daaraan vasthouden voor de aanvraag of verstrekking van een voorziening gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

 

Artikel 13 Citeertitel; inwerkingtreding

  • 1.

    De regeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling financiële en materiële gelijkstelling onderwijs Zaanstad 2025.

  • 2.

    De regeling treedt de dag na bekendmaking in werking.

 

 

 

 

 

 

 

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 28-10-2025.

burgemeester

secretaris

Bijlagen:

 

Voorziening 1 Natuur-inclusief Bouwen

 

I Aanduiding van de voorziening

Vergroten van de biodiversiteit: Dit betekent dat er maatregelen worden genomen om de verscheidenheid aan plant- en diersoorten in de regio te behouden en te vergroten.

Werken aan klimaatadaptatie: Dit houdt in dat er initiatieven worden genomen om de regio beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden en stijgende zeespiegels. Het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen van de gemeente Zaanstad helpt bij het voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en de bovengenoemde plannen, ambities en convenanten door duidelijke richtlijnen en criteria te bieden voor duurzame en natuur inclusieve bouwprojecten.

De gemeente en de maatschappelijke organisaties hebben elkaar nodig om het maatschappelijk vastgoed natuur inclusief te ontwikkelen en daarmee een voorbeeldfunctie te vervullen en de gezamenlijke doelen te bereiken.

De gemeente stelt hiervoor jaarlijks (tot en met 2027) € 60.000,- beschikbaar.

 

II Indieningsdatum

Uiterlijk 1 augustus.

 

III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

De toekenning vindt plaats uiterlijk 1 december van het hetzelfde jaar als de aanvraag is ingediend.

 

IV Doelgroep en toekenningscriteria

IVa Schoolsoort

De aanvraag kan worden ingediend door alle schoolsoorten zoals benoemd onder Artikel 1.1. Daarnaast is de regeling van toepassing op MV voorzieningen die in opdrachtgeverschap door de gemeente Zaanstad worden uitgevoerd.

IVb Overige criteria op basis waarvan het schoolbestuur van een school in aanmerking komt voor een voorziening:

De regeling geldt zowel voor bestaande MV als voor projecten in uitvoering.

De gemeente bepaalt de verdeling welk deel van het budget ten gunste van bestaande MV komt en welk deel wordt aangewend bij lopende projecten.

 

Regeling voor bestaande MV:

  • Deze gebouwen mogen niet op de nominatie staan om te worden vervangen gedurende een periode van 10 jaar.

  • Op aanvraag.

  • Aanvragen dienen te worden onderbouwd met offertes.

  • Als er meer aanvragen zijn dan budget, worden de toekenningen willekeurig verdeeld onder de geldige aanvragen.

  • Maximaal uit te keren vergoeding €5.000,- per locatie per jaar. Om zodoende maximaal 3 bestaande gebouwen natuur inclusiever te maken. Van dit bedrag mag maximaal € 1.000 worden besteed aan (ecologisch) advies.

  • Een tweede aanvraag voor eenzelfde gebouw komt onderaan de aanvraagstapel. Om zodoende zoveel mogelijk MV gelegenheid te bieden deel te kunnen nemen aan deze regeling.

  • Alleen maatregelen die zijn genoemd in de ‘Maatregelencatalogus Puntensysteem natuur inclusief bouwen’ komen in aanmerking voor toekenning. En er dient minimaal één kraamkast voor de vleermuis te worden aangebracht om de duurzame instandhouding van deze soort te waarborgen. Indien hier vanaf wordt geweken moet de maatregel worden besproken met een ecoloog van de gemeente.

  • De maatregelen dienen in het jaar van toekenning in opdracht zijn gegeven.

  • Na uitvoering van de maatregelen dient de aanvrager de gemaakte kosten te verantwoorden door middel van foto’s en facturen.

  • Uitbetaling van het toegekende budget is 100% bij toekenning. Bij onderbesteding wordt het te veel uitgekeerde bedrag teruggevorderd. Bij overbesteding is geen recht op aanvullend budget.

 

Regeling voor lopende projecten MV:

  • Alleen gebouwen waarvoor de omgevingsvergunningaanvraag is gepland in het jaar van toekenning komen in aanmerking voor toekenning.

  • Eigenaren kunnen hun gebouwen aanmelden, aanmeldingen moeten worden onderbouwd met een raming.

  • De gemeente bepaalt aan de hand van de hoogste toegevoegde natuurinclusieve waarde welke panden budget krijgen toegekend.

  • Alleen maatregelen die zijn genoemd in de ‘Maatregelencatalogus Puntensysteem natuur inclusief bouwen’ komen in aanmerking voor toekenning. En er dient minimaal één kraamkast voor de vleermuis te worden aangebracht om de duurzame instandhouding van deze soort te waarborgen. Indien hier vanaf wordt geweken moet de maatregel worden besproken met een ecoloog van de gemeente.

  • De maatregelen moeten worden verwerkt in de vergunningaanvraag documenten. De vergunningaanvraag wordt gedaan in het jaar of het jaar volgend op het jaar van toekenning.

  • Alleen maatregelen die in het gebouw of op het kavel zijn verwerkt komen in aanmerking voor toekenning.

  • Na uitvoering van de maatregelen dient de aanvrager de gemaakte kosten te verantwoorden door middel van foto’s en facturen.

  • Het budget wordt bij toekenning toegevoegd aan het investeringsbudget voor het project. Bij onderbesteding wordt het te veel toegekende budget teruggevorderd. Bij overbesteding is geen recht op aanvullend budget.

 

V Hoogte van de subsidie

Het gehele beschikbare budget ad € 60.000,- (plafondbedrag) wordt aangewend ten behoeve van natuur inclusieve maatregelen.

  • Voor bestaande voorzieningen is een budget beschikbaar van € 5.000 per voorziening en een totaal maximaal van €15.000,- per jaar conform de regeling voor bestaande MV.

  • Voor lopende projecten is een budget beschikbaar van € 15.000 [er voorziening en een totaal maximum van € 45.000,- per jaar conform de regeling lopende projecten MV.

 

Voorziening 2 Vergroening schoolpleinen

I Aanduiding van de voorziening

Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie: ‘We vergroenen schoolpleinen die daarmee meer koelte bieden op warme dagen.’ Zaanstad heeft de ambitie om schoolpleinen te vergroenen. Niet alleen de openbare ruimte moet vergroend worden voor voldoende koelte tijdens warme dagen. Ook op terreinen van derden is het nodig dat er voldoende koelte wordt gerealiseerd. Het gemeentelijk bomenbeleidsplan heeft de ambitie om te komen tot 30% kroonbedekking op ontmoetingsplekken. En schoolterreinen zijn ontmoetingsplekken, zowel tijdens als buiten schooltijden. De schoolpleinen zijn na schooltijd vaak in gebruik als speelterrein voor de buurt. Het verwijderen van verharding en planten van bomen en struiken op schoolpleinen zorgt ook voor tijdelijke waterberging.

Kansen voor educatie: De volwassenen van morgen leren over de waarde van groen en natuur. Een groen schoolplein is een lesplaats voor buitenlessen (voor bijna alle vakgebieden). De leerstof beklijft beter (bewegend leren, plezier). Bijdrage aan een betere concentratie bij kinderen. Een onderdeel kan ook zijn voedseleducatie / moestuinieren.

Kansengelijkheid: Een groen schoolplein is een plek voor socialisatie en ontspanning (pauzes, ontmoeting). Het levert een bijdrage aan welbevinden (vermindering van gedragsproblemen).

Gezondheid: Een groen schoolplein is een plek voor spel, sport & bewegen (motorische ontwikkeling, omgaan met risico’s, tegengaan overgewicht, samenspelen). Onderzoek wijst uit dat opgroeien met de natuur gezond is voor de ontwikkeling en het immuunsysteem.

Biodiversiteit, flora en fauna: Bomen, struiken en bloemen op een groen schoolplein bieden leefmogelijkheden voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Als ook een poel of ander water wordt toegevoegd, geldt dit nog meer. Voor de kinderen is het daarmee ook een vind- en ontdekplaats van natuur

 

II Indieningsdatum

Een aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.

 

III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend

De voorziening wordt één keer per school (locatie of dislocatie) toegekend.

 

IV Doelgroep en toekenningscriteria

De aanvraag moet bijdragen aan de doelen van de gemeente zoals omschreven onder ‘Aanduiding van de voorziening’. Concreet wordt gevraagd om een plan te overleggen dat voldoet aan de onderstaande elementen:

  • Er is veel groen, in de vorm van zowel speelgroen (verstopplekken), educatief groen (onderzoek, biologielessen) als eet- en ruikgroen (fruit, kruiden en/of bloemen).

  • In plaats van speeltoestellen, zijn er zijn vaak speelaanleidingen gecreëerd zoals hoogteverschillen en boomstammen. Sommige klassiekers, zoals schommel, glijbaan en wip, zijn natuurlijk goed in te zetten.

  • Kinderen kunnen zowel met abiotische natuur (zoals zand en water), als met levende natuur spelen.

  • De speelplaats kent veel diversiteit en verscheidenheid, met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon.

  • De speelplaats lokt creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen uit.

  • De speelomgeving geeft ruimte aan natuurbeleving.

  • De speelomgeving biedt plek voor rust- en ontmoetingsplekken.

  • Er is los, natuurlijk materiaal, waar kinderen mee kunnen exploreren, vernieuwen, verbeelden en creëren (denk aan zand, takken, stenen, etc.).

  • Zoveel mogelijk paden zijn vaak niet verhard (schelpenpaadjes, boomschors, zand, halfopen straatwerk). Extra, niet noodzakelijk:

  • Een plus is als er kan worden gespeeld met water (wadi, waterpomp of vijver).

De aanvraag moet bestaan uit een ontwerp voor het schoolplein en een gedetailleerd beplantingsplan met bestellijst, plus een globaal inzicht in het toekomstige beheer en onderhoud. Bij het opstellen van het beplantingsplan moet gebruik worden gemaakt van de Beplantingslijst Zaanstad. De aanvraag wordt beoordeeld door een deskundige van de gemeente waarbij wordt getoetst op: - functionaliteit van het ontwerp - soortkeuze en kans van gezond uitgroeien van de beplanting - veiligheid: voldoet aan de wettelijke eisen voor een speelplek. In het geval van een openbare speelplek moet dit worden aangetoond, in het geval van een speelplek alleen voor de school toegankelijk toetst de gemeente dit globaal.

IVa Schoolsoort

De aanvraag kan worden ingediend door alle schoolsoorten zoals benoemd onder Artikel 1.1., waarbij binnen het jaarlijkse beschikbare budget een basisschool voorrang heeft.

 

V Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 6.000 inclusief BTW voor planten en bijkomende werkzaamheden, plus een nader te bepalen bedrag voor de aanleg van 3 bomen. Voor de bomen moet een separaat plan met begroting worden overlegd ter beoordeling. Bij akkoord wordt de subsidie binnen 30 dagen overgemaakt.

 

Toelichting Subsidieregeling financiële en materiele gelijkstelling onderwijs Zaanstad 2025

Algemeen

Deze verordening is een instrument om een gericht aanvullend (financieel) beleid te voeren met betrekking tot personele en materiële voorzieningen voor zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs. Gemeentelijke uitgaven komen zo alleen terecht bij scholen die daar, gezien de omstandigheden, ook daadwerkelijk behoefte aan hebben.

De verordening bepaalt welke voorzieningen ter beschikking worden gesteld en op welke gronden scholen hiervoor in aanmerking kunnen komen. De verordening borgt daarbij dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen openbare en bijzondere scholen als wettelijk vereist ( artikel 140 WPO; artikel 134 WEC; artikel 96g WVO).

Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie

Er is geen vorige versie van de Subsidieverordening Financiële en Materiele Gelijkstelling Onderwijs.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.1 Begripsbepaling

In dit artikel zijn een aantal definities opgenomen. Er is geen definitie opgenomen van subsidie. Wat onder een subsidie moet worden verstaan, is omschreven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: wet). Kenmerken van een subsidie zijn dat er aanspraak is op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

Artikel 1.6 Aanvullende voorziening

De meeste voorzieningen onder deze verordening zijn aangehecht als bijlage aan deze verordening. Een enkele voorziening wordt als aparte subsidieregeling vormgegeven maar heeft voor de scholen wel deze verordening als grondslag.

 

Naar boven