Gemeenteblad van Altena
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Altena | Gemeenteblad 2025, 480120 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Altena | Gemeenteblad 2025, 480120 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening tot tweede wijziging van de Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022
De Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022 wordt als volgt gewijzigd:
JEUGDWET|WMO|PW|IOAW|IOAZ|WGS|WI
Na de melding neemt de gemeente de hulpvraag van de inwoner in behandeling. De gemeente bevestigt de melding binnen 3 dagen per brief of e-mail aan de inwoner. Ook geeft de gemeente informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner) en de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan).
De ouder(s) en/of jeugdige kunnen zelf een familiegroepsplan opstellen, waarin zij samen met hun netwerk aangeven hoe ze de opvoed- en opgroeisituatie kunnen verbeteren. En waarin zij een oplossing kunnen aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen. De gemeente informeert de ouder(s) en/of de jeugdige over deze mogelijkheid.
2.4.2 Stap 1: gegevensverzameling en het gesprek na de melding
2.4.2.3 doel en procedure gesprek
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, het effect dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Na de melding neemt een medewerker zo spoedig mogelijk contact op om een gesprek in te plannen. Het gesprek vindt bij voorkeur binnen drie weken plaats, tenzij de omstandigheden anders vereisen.
Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich. Bij een fysiek gesprek gebeurt dit met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. De inwoner heeft hiervoor zeven dagen de tijd voorafgaand aan het gesprek.
In sommige situaties zijn meerdere gesprekken nodig om het doel te bereiken.
WMO|PW|IOAW|IOAZ|WGS|WKO|AWB|WI
WMO|PW|IOAW|IOAZ|WGS|WKO|AWB|WI
JEUGDWET|WMO|PW|IOAW|IOAZ|WGS|WKO|AWB|LLV
2.5.1:Stap1b: Onderzoek en opstellen van onderzoeksverslag
De gemeente legt de uitkomsten van het onderzoek vast in het onderzoeksverslag. De jeugdige en/of ouder(s) kunnen binnen een termijn van 14 dagen hierop reageren. Ook legt de gemeente in afstemming met jeugdige en/of ouder(s) hierin afspraken vast over het bespreken van de resultaten van het onderzoeksverslag.
In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner binnen 3 dagen de hulp krijgt die nodig is. Bij een crisis waarbij sprake is van een jeugdige, wordt de benodigde hulp uiterlijk binnen 24 uur ingezet. De gemeente kan dan afwijken van de normale procedure, als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) hulp in afwachting van een onderzoek van de gemeente:
3.10 Meedoen in de samenleving
Inwoners die vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1. voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval hiervoor begeleiding aanbieden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve begeleiding (dagbesteding) en individuele begeleiding.
De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Hierbij wordt ondersteuning geboden om de zelfstandigheid te bevorderen en deelname aan de samenleving te stimuleren. Taken zoals het beheren van de financiën worden niet gezien als begeleidingstaken en dienen te worden opgepakt door het voorliggend veld of het sociale netwerk.
De gemeente kan in ieder geval de volgende hulp-op-maat aanbieden:
Respijtzorg; gericht op het ontlasten van de (pleeg)ouder die zorg levert aan jongeren met een lichamelijke, zintuiglijke en/of verstandelijke beperking, en/of een psychiatrische of somatische aandoening. De dienstverlening die gevraagd is met betrekking tot respijt betreft dag-/naschoolse opvang en logeerzorg;
Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht:
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren:
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
De gemeente verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren:
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed
5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving
Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de ondersteuning die de gemeente aan deze inwoners kan geven.
De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1 Wet langdurige zorg. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Wanneer wordt vastgesteld dat een inwoner blijvend is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht, ondersteunt de gemeente de inwoner bij het aanvragen van een Wlz-indicatie bij het CIZ. Vanaf het moment dat de Wlz-indicatie is toegekend, valt de zorg onder de verantwoordelijkheid van de Wlz.
Artikel 5.3.1 lid 2 en lid 3, sub b komen te luiden:
5.3 Zelfstandig en veilig wonen
Artikel 5.3.3, lid 3 komt te luiden:
Artikel 6.4, lid 3, komt te luiden:
Ingeval er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, waardoor de leerling later begint of eerder klaar is, kan de gemeente besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van maximaal twee lesuren, om ritten van leerlingen maximaal te kunnen combineren.
Artikel 6.5.4, lid 3 t/m 5 komen te vervallen. En lid 2 komt te luiden:
6.5.4 Vervoersvoorziening naar stageadres
Artikel 6.6.1, lid 1; lid 2, sub c en d en lid 5 komen te luiden:
Artikel 6.6.2 lid 1 en 2 komen te luiden:
Bijzondere regeling vervoer naar de basisschool
Is het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar hoger dan de drempel genoemd in de WPO artikel 4, 7e lid (Wet Primair Onderwijs) (drempelbedrag) en gaat de leerling naar een school voor BO? Dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (de “eigen bijdrage tot 6 kilometer”).
Is de reisafstand meer dan 20 kilometer en gaat de leerling naar een BO-school ? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (de “eigen bijdrage voorbij 20 kilometer”). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van deze eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het jaarinkomen van de ouders in het peiljaar:
Artikel 6.8 lid 1 en 2 komen te luiden:
6.9 Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening voor aangepast vervoer, kan de gemeente na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het aangepast vervoer. Dit kan onder andere betrekking hebben op de aanschaf van een vervoermiddel
Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan de gemeente na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.
Artikel 7.4.1. komt te luiden:
Artikel 7.5 Studietoeslag wordt ingetrokken.
Artikelen 7.6, 7.7, 7.8, 7.9 en 7.10 komen te luiden:
7.7 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten
7.7.2 Inhoud activiteitenfonds
Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente wil kinderen helpen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen noemt de gemeente het Kindpakket.
De beleidsregels bevatten informatie over de doelgroep, de inkomensgrens, de uitvoerende organisatie en de activiteiten waarvoor het Kindpakket bedoeld is. Daarnaast is in de beleidsregels de aanvraagprocedure vastgelegd.
7.7 Bijdrage voor maatschappelijke activiteiten
Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. De gemeente heeft hiervoor een Activiteitenfonds. Inwoners met een laag inkomen en geen goede financiële buffer kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele, sportieve, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten. De gemeente stelt beleidsregels vast waarin de doelgroep, inkomensgrenzen en de maximale bijdrage per kalenderjaar zijn opgenomen, evenals de activiteiten waarvoor de bijdrage bestemd is. Ook de aanvraagprocedure maakt deel uit van deze beleidsregels.
Inwoners zijn niet altijd zelf in staat om een warme maaltijd te bereiden. Inwoners kunnen dan gebruikmaken van de maaltijdvoorziening van enkele maatschappelijke organisaties. Deze maaltijden voldoen aan de eisen die worden gesteld aan gezonde maaltijden. Voor inwoners met een laag inkomen die gebruikmaken van deze maaltijdvoorziening wordt de prijs van de maaltijd lager vastgesteld. De gemeente stelt beleidsregels vast waarin de doelgroep, inkomensgrenzen en de maximale bijdrage per kalenderjaar zijn opgenomen. Ook de aanvraagprocedure maakt deel uit van deze beleidsregels.
De gemeente heeft de taak om inwoners te ondersteunen bij financiële problematiek. Deze ondersteuning richt zich zowel op inwoners die te maken hebben met problematische schulden als op inwoners die (nog) geen schulden hebben, maar wel kampen met financiële zorgen.
Inwoners kunnen de gemeente verzoeken om hulp bij het verkrijgen of behouden van financieel overzicht en stabiliteit. Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die richting geven aan de wijze waarop deze ondersteuning wordt vormgegeven.
Artikel 8.5.1 lid 8 t/m 10 wordt toegevoegd, luidende:
Van formele jeugdhulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren of;
personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp’er staat voor deze werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp’er over de relevante diploma’s of werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden, of;
Artikel 8.5.5, lid 2 sub a en b en lid 4 komen te luiden:
De pgb-tarieven worden als volgt bepaald:
Jeugdhulp door een professionele hulpverlener: Deze tarieven zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder, tot een maximum van 90% van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Als het op basis van lid 1 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de passende jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht.
De gemeente stelt de tarieven voor pgb vast in nadere regels.
Bij jeugdhulp die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 8, lid 1, sub a en b Jeugdwet bedraagt het pgb de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 8ab lid 1 van de Regeling Jeugdwet, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.
Artikel 8.5.6, lid 2 en lid 3 komen te luiden:
Artikel 8.6, lid 1 en lid 5 komen te luiden:
De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat, zolang de inwoner een beschikking heeft voor deze voorziening. Gaat het om een product of overige kosten, zoals onderhoud en reparatie aan een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van de Wmo 2015.
De eigen bijdrage kan gepauzeerd worden als u langer dan zes weken geen ondersteuning-op-maat ontvangt, omdat een aanbieder niet levert. Dit geldt alleen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van een dienst. Het pauzeren van de eigen bijdrage is niet mogelijk als u een andere voorziening heeft waarvoor u een eigen bijdrage betaalt.
Artikel 9.6.1, lid 3 wordt toegevoegd, luidende:
9.6.2 Terugvordering voorziening
JEUGDWET |WMO |PW | IOAW | IOAZ | WGS | LLV | WKO | GEMEENTEWET | BURGERLIJK WETBOEK
De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 9.6.1 van deze verordening. Wmo-voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.
In Hoofdstuk 14 “Begrippen” worden in alfabetische rangschikking de volgende begrippen en de daarbij behorende omschrijvingen ingevoegd:
Budgethouder: de persoon die een pgb op grond van de Jeugdwet.
Bovengebruikelijke zorg: Wanneer een kind zich langdurig niet volgens de gewone ontwikkelingsfase ontwikkelt, hierin achter is of achterblijft of een progressieve ziekte of stoornis heeft waardoor hij/zij belemmerd wordt in de gewone ontwikkeling kan de zorg bovengebruikelijk genoemd worden en kan soms niet verwacht worden dat het opheffen van deze belemmering tot de gebruikelijke opvoeding behoort. Wij noemen de ondersteuning dan bovengebruikelijk.
Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die de jeugdige/en of ouder(s) ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
Eigen kracht: de mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van ouders om zelf, of met behulp van hun sociaal netwerk, tegemoet te komen aan de behoefte aan jeugdhulp van de jeugdige.
Financiële buffer: vermogen op of boven de vastgestelde vermogensgrens zoals opgenomen in de Participatiewet.
Individuele voorziening: een jeugdhulpvoorziening voor de jeugdige en/of ouder(s) die door het college in natura (zorg in natura) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) wordt verstrekt
Ondersteuningsplan veranderen in onderzoeksverslag
Laag inkomen: een inkomen dat gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Daarbij is er geen sprake van een goede financiële buffer.
Schoolsoort: indeling van de school naar het soort onderwijs dat er wordt gegeven. De volgende schoolsoorten worden onderscheiden:
Wettelijke vertegenwoordiger: De wettelijk vertegenwoordiger heeft het recht en de plicht als enige op te treden als belangenbehartiger van zijn of haar kind en diens belangen te verdedigen. Een minderjarige kan niet zelf vragen om een besluit of zorgindicatie. Dit dient altijd te geschieden door zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger.
WPO, WEC en WVO: de drie wetten die het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs regelen.
Zorg in natura: de hulp die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd.
In Hoofdstuk 14 “Begrippen” worden in alfabetische rangschikking de volgende begrippen en de daarbij behorende omschrijvingen verwijderd:
Basisschool: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
Dichtstbijzijnde school: school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale basisschool gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school de dichtstbijzijnde speciale basisschool in het samenwerkingsverband van de basisschool dat het kind eerst bezocht, of een andere speciale basisschool binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is.
Toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school.
In Hoofdstuk 14 “Begrippen” komt het begrip school als volgt te luiden:
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon-en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Voor hoofdstuk 7 wordt onder bijstandsnorm verstaan: de bijstandsnorm met de (reservering voor de) vakantietoelage.
School: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt op grond van de WPO, WEC of WVO.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-480120.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.