Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 ‘Samen de schulden te lijf in Albrandswaard’

 

Hoofdstuk 1: De aanleiding voor dit beleidsplan

1.1 Inleiding

Anno 2025 hebben nog steeds veel huishoudens financiële zorgen of problematische schulden waar ze niet zelfstandig uitkomen. Ook in onze gemeente Albrandswaard staan we voor de uitdaging om meer inwoners die hier tegenaan lopen te bereiken en passende schuldhulpverlening te bieden.

 

Met de huidige schuldhulpverlening hebben we al een goede basis gelegd en daar bouwen we met dit herijkte Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-20230 op voort. Voor de herijking hebben we rekening met nieuwe ontwikkelingen, nieuwe inzichten uit recente onderzoeken en de geleerde lessen vanuit onze uitvoeringspraktijk. Met gerichte activiteiten zorgen we de komende jaren voor een meer effectieve schuldhulpverlening.

 

In dit hoofdstuk lichten we de landelijke ontwikkelingen kort toe om vervolgens in hoofdstuk 2 in te zoomen op de huidige situatie in de gemeente Albrandswaard, inclusief de visie, de beleidskeuzes en speerpunten voor het nieuwe beleid. Het afsluitende hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de financiën waarmee het nieuwe beleid wordt bekostigd.

 

1.2 Het wettelijk kader en landelijk beleid

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) als wettelijk kader

 

De Wgs bestaat al sinds 2012. De Wgs verplicht gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden. De wijze waarop gemeenten dit doen mogen ze zelf bepalen, inclusief de keuze om schuldhulpverlening zelf uit te voeren of (deels) uit te besteden. Wel moeten gemeenten eens in de vier jaar een beleidsplan vaststellen, waarin onder andere aandacht is voor de kwaliteit van het aanbod en de monitoring. De Wgs is per 1 januari 2021 flink gewijzigd met als doel (het risico op) schulden effectiever aan te pakken en de schuldhulpverlening toegankelijker te maken. De wetswijzigingen brengen met zich mee dat:

  • Gemeenten de wettelijke taak hebben gekregen om invulling te geven aan vroegsignalering. Dit doen ze op basis van verkregen signalen van betalingsachterstanden bij inwoners.

  • Er een juridische grondslag is voor uitwisseling van persoonsgegevens. De uitwisseling van persoonsgegevens is noodzakelijk voor de uitvoering van vroegsignalering, maar ook voor het besluit over de toegang tot schuldhulpverlening en voor het opstellen van het plan van aanpak wanneer een inwoner eenmaal is toegelaten tot de schuldhulpverlening.

Dit beleidsplan is voornamelijk gebaseerd op de Wgs omdat dit de kaderwet is voor de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening.

 

Het landelijke beleid

Het huidige kabinet Schoof I heeft de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van het vorige kabinet Rutte IV voortgezet. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Het programma is grotendeels gebaseerd op de uitkomsten van het rapport Interdepartementale Beleidsonderzoek ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Het kabinet wil bij de verdere uitwerking van dit programma het aantal inwoners met (problematische) schulden terugdringen en heeft hiervoor de volgende doelen geformuleerd:

  • Het voorkomen dat mensen problematische schulden krijgen;

  • Het verder verbeteren van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening;

  • zorgen dat mensen met schulden hier zo snel mogelijk uit komen.

Het terugdringen van de schuldenproblematiek vereist een landelijke aanpak waar de rijksoverheid ook een verantwoordelijkheid in draagt. We herkennen en onderstrepen bovenstaande drie doelen. Vanuit dit beleidsplan sluiten we daarop aan.

 

De elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening

Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (in vervolg: VNG), branchevereniging NVVK en Divosa hebben in juli 2024 een gezamenlijk plan ondertekend om de schuldhulp in Nederland te verbeteren. Dit plan introduceert een ‘basisdienstverlening’ die zorgt voor een uniforme, toegankelijk schuldhulp in alle gemeenten. Deze basisdienstverlening bestaat uit meerdere elementen die gemeenten en in geval van uitbesteding gecontracteerde schuldhulpaanbieders moeten doorvoeren. Enkele elementen van de basisdienstverlening zijn het standaard inzetten van een saneringskrediet wanneer inwoners een minnelijk schuldregelingstraject ingaan en het bieden van persoonlijke begeleiding en nazorg.

 

Binnen onze schuldhulpverlening zijn een aantal elementen al geïntegreerd. De overige elementen maken deel uit van dit meerjarige beleidsplan, waarbij we kiezen voor een geleidelijk zorgvuldige implementatie.

 

De VNG routekaart financiële zorgen als houvast voor gemeenten

De VNG heeft in 2024, om gemeenten optimaal te ondersteunen in het schuldhulpverleningsproces, De Routekaart Financiële Zorgen geïntroduceerd. De routekaart biedt gemeenten een basis voor de integrale uitvoering voor schuldhulpverlening. Vanaf bewustwording, vroegsignalering, het regelen van schulden, de begeleiding en de nazorg.

 

De routekaart biedt concrete handvatten om capaciteit en middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaring te delen en op gelijke basis te werken. De routekaart geeft houvast, gebaseerd op wat vanuit inwonersperspectief als ideaal gezien wordt. De elementen van de basisdienstverlening zijn ook meegenomen in de routekaart, alsook een specifiek Spoor voor de doelgroepen jongeren en ondernemers.

 

Voor de uitvoering van dit voorliggend beleidsplan, maken we zoveel mogelijk gebruik van deze routekaart.

 

1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein

Het beleidsveld schuldhulpverlening valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Dit beleidsplan draagt in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma:

  • -

    Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen;

  • -

    Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen;

  • -

    Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om;

  • -

    Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond;

  • -

    Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen.

Hoofdstuk 2: Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren

2.1 De huidige situatie: de schuldhulpverlening in Albrandswaard

Wij bieden al decennia lang schuldhulpverlening aan onze inwoners, voorheen deden we dat vanuit de BAR organisatie en sinds de ontvlechting vanuit onze gemeente. Voor de doorontwikkeling van ons bestaand beleid ligt er een solide basis om op voort te bouwen.

 

De Wgs biedt gemeenten de mogelijkheid om schuldhulpverlening in zijn geheel of gedeeltelijk uit te besteden. Als gemeente Albrandswaard voeren wij de onderdelen preventie, vroegsignalering en de eerste fase van schuldhulpverlening zelf uit. Onder de eerste fase valt onder andere het voeren van de intakegesprekken en het bieden van lichte ondersteuning aan inwoners met (beginnende) schulden die nog te overzien zijn. In deze fase schakelen we desgewenst via De Vraagwijzer een Schuldhulpmaatje in die inwoners aanvullende ondersteuning kunnen bieden. Inwoners met problematische schulden die een intensievere traject behoeven, de zogenaamde tweede fase, dragen we warm over aan Kredietbank Nederland. Kredietbank Nederland is de gecontracteerde partij die namens de gemeente Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht de tweede fase van schuldhulpverlening uitvoert. Het belangrijkste product dat in deze fase wordt aangeboden is het minnelijke schuldhulpverleningstraject, het zogenaamde Msnp-traject.

 

Het Msnp-traject vangt aan nadat de stabilisatiefase is afgerond. Dat wil zeggen nadat inzicht en overzicht is verkregen over de financiële situatie van de inwoner. Met het inzicht en overzicht wordt duidelijk welke financiële ruimte, oftewel afloscapaciteit, de inwoner heeft om toch een gedeelte van zijn schulden af te lossen. Op basis hiervan doet de Kredietbank Nederland aan de schuldeisers een betalingsvoorstel met finale kwijting, inclusief bijbehorend begeleidingstraject zoals de elementen van de Basisdienstverlening voorschrijven. Als de schuldeisers akkoord zijn met het voorstel, start het Msnp-traject waarin de inwoner gedurende 18 maanden, conform het betalingsvoorstel, zijn betalingsverplichting nakomt. Na de 18 maanden wordt de restantschuld kwijtgescholden en kan de inwoner met een schone lei beginnen.

 

De grootte van de schuldenproblematiek & het bereik

Volgens cijfers van CBS kampen 700.000 huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Voor de gemeente Albrandswaard gaat het om circa 780 huishoudens. Hiermee zijn niet alle huishoudens met financiële zorgen in beeld, omdat de cijfers beperkt zijn tot geregistreerde schulden die bekend zijn bij overheidsinstanties zoals de Belastingdienst en CJIB. Het daadwerkelijk aantal inwoners met financiële zorgen, al dan niet problematisch, is hoogstwaarschijnlijk groter.

 

In onze gemeente meldden zich in 2024 106 inwoners bij schuldhulpverlening. Dit is exclusief de mensen die wij proactief via vroegsignalering benaderen. Hoewel het aantal aanmelders in vergelijking met voorgaande jaren is toegenomen, is er op basis van CBS cijfers een groot potentieel aan inwoners die wij (nog) niet bereiken. Het (tijdig) bereiken van meer inwoners met financiele zorgen is één van de speerpunten in dit nieuwe beleid.

 

2.2. Het nieuwe beleid: de visie, beleidsdoelen, beleidskeuzes en speerpunten

De afgelopen jaren is er ontzettend veel gebeurd wat gevolgen heeft (gehad) voor schuldhulpverlening die gemeenten moeten bieden. Deze ontwikkelingen zijn in paragraaf 1.2 uitgebreid toegelicht. Deze ontwikkelingen, aangevuld met de couleur locale in Albrandswaard zijn aanleiding om het bestaande beleid te actualiseren. In deze paragraaf komen de visie, de beleidskeuzes en de doelen aanbod.

 

De visie

We vinden het belangrijk dat inwoners uit onze gemeente volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Tegelijkertijd weten we uit diverse onderzoeken dat schuldenproblematiek een belemmering kan zijn voor mensen om te participeren. Schuldenproblematiek kan namelijk voor flinke stress zorgen. Het aanpakken van schulden is daarnaast niet alleen goed voor het individu, maar ook voor de maatschappij als geheel omdat hiermee grotere kosten bespaard kunnen worden. We zetten daarom, conform de elementen van de basisdienstverlening, stevig in op een goede toegankelijke schuldhulpverlening voor onze inwoners met een hulpvraag, waarbij het voorkomen en vroegtijdig signaleren van schulden nog meer prioriteit krijgt. Daarnaast zetten we in op een integrale aanpak omdat schuldenproblematiek vaak gepaard gaat met problematiek op andere terreinen.

 

De beleidsdoelen

Met dit beleidsplan versterken we de komende jaren onze schuldhulpverlening. De landelijke afspraken over het toewerken naar een basisdienstverlening in de schuldhulpverlening en de Routekaart financiële zorgen van de VNG bieden hiervoor de handvatten. We stellen de volgende beleidsdoelen voor:

  • We bereiken meer inwoners met financiële zorgen/problematische schulden, enerzijds via het toegankelijker maken van onze schuldhulpverlening en anderzijds via het inzetten van een proactieve schuldhulpverlening.

  • We voorkomen via preventie en vroegsignalering verdere escalatie van beginnende betalingsachterstanden.

  • We maken schulden bespreekbaar door het inzetten van een doorlopend communicatiecampagne en schuldenoffensief gericht op het doorbreken van het taboe en schaamte.

Deze beleidsdoelen gaan gepaard met onderstaande beleidskeuzes en speerpunten, met waar van toepassing, een vertaling naar concrete activiteiten.

 

De beleidskeuzes

 

Beleidskeuze 1: We continueren de komende jaren de huidige constructie waarbij we fase 1 van schuldhulpverlening zelf uitvoeren en fase 2 uitbesteden aan een externe aanbieder.

 

De Wgs is, zoals toegelicht in paragraaf 1.2, een kaderwet die gemeente verplicht schuldhulpverlening aan te bieden door deze zelf uit te voeren of aan een extern partij uit te besteden. Wij voeren nog steeds een deel van de schuldhulpverlening zelf uit en een deel besteden we uit aan Kredietbank Nederland. De onderdelen die wij uitvoeren zijn preventie, vroegsignalering en de eerste fase van de schuldhulpverlening. De eerste fase betreft de aanmeldingen, de intakegesprekken en het bieden van lichte ondersteuning aan inwoners met eenvoudige schulden. Inwoners met problematische schulden die een meer intensief traject behoeven dragen we over aan Kredietbank Nederland, de externe schuldhulpaanbieder die namens gemeenten Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht de uitvoering verricht. Hieronder beargumenteren we het behoud van deze gedeeltelijke uitbesteding.

  • 1.

    We bezitten als gemeente Albrandswaard (nog) niet de kennis en expertise om de gehele schuldhulpverlening zelf uit te voeren. Daarnaast zou een algehele uitvoering van schuldhulpverlening betekenen dat we deskundig personeel moeten aantrekken wat in deze tijden van schaarste niet opportuun is. Naast personeelsschaarste brengt het extra (personeels)kosten met zich mee en andere bijkomende investeringen zoals o.a. de aanschaf en/of aanpassing van administratie- en registratiesystemen en de benodigde certificering via de branchevereniging NVVK.

  • 2.

    Kredietbank Nederland is als gerenommeerde en gecertificeerde organisatie in de schuldhulpverlening goed aangehaakt op de landelijke ontwikkelingen en beter in staat om daarop te anticiperen. Als gemeente Albrandswaard zijn we daarbij gebaat. Voorbeelden van ontwikkelingen zijn: het meer inzetten van saneringskredieten in plaats van schuldbemiddelingen, aansluiten op landelijke innovaties zoals het Collectief schuldenregelen en het digitale Schuldenknooppunt.

  • 3.

    Kredietbank Nederland biedt, aanvullend op de Msnp-trajecten, ook budgetbeheer en verstrekt saneringskredieten. Dit zijn producten die wij niet in huis hebben terwijl deze nodig zijn in het ondersteunen van inwoners naar een schuldenvrije toekomst.

  • 4.

    We zijn als gemeente gehouden aan de lopende overeenkomst, zoals we die in samenwerking met de gemeenten Ridderkerk en Barendrecht hebben gesloten met Kredietbank Nederland.

  • 5.

    Kredietbank Nederland is als grote aanbieder, met rekening houdend met de genoemde punten 1, 2, 3 en 4, beter in staat om de continuïteit te waarborgen, ook met het oog op de voortdurend veranderende wet- en regelgeving op het gebied van schulden.

De huidige constructie van gedeeltelijke uitbesteding kan voor de lange termijn wellicht een opmaat zijn naar een toekomstige situatie waarin de gemeente Albrandswaard het gehele traject van schuldhulpverlening zelf uitvoert. Dit moet te zijner tijd worden getoetst. De evaluatie van dit beleidsplan over 4 jaar, zou een geschikt moment kunnen zijn om dit scenario opnieuw te toetsen.

 

Beleidskeuze 2: We houden fase 1 van de schuldhulpverlening toegankelijk voor inwoners die zich opnieuw met een hulpvraag melden nadat ze eerder al geholpen zijn. Inwoners kunnen daarentegen wel worden geweigerd voor fase 2 van schuldhulpverlening (waaronder het Msnp-traject) indien zij zich binnen met een tijdsbestek van 3 jaar opnieuw melden nadat ze succesvol een Mspn-traject hebben doorlopen of wanneer door hun toedoen een eerder traject vroegtijdig werd beëindigd.

 

De Wgs (artikel 3 lid 2) biedt gemeenten de ruimte om eigen beleid te bepalen in het wel of niet toelaten van inwoners die zich (binnen een bepaald tijdsbestek) opnieuw met een hulpvraag hebben gemeld. Als nieuw beleidslijn hanteren we het uitgangspunt dat inwoners niet bij voorbaat worden uitgesloten bij een hernieuwde aanvraag voor schuldhulpverlening. Fase 1 van schuldhulpverlening, blijft voor alle inwoners toegankelijk, ook wanneer een inwoner eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening. Fase 2 van de schuldhulpverlening kan in de volgende twee situaties worden geweigerd, waarbij de inwoner een afwijzingsbeschikking ontvangt:

  • Indien minder dan 3 jaar voorafgaand aan de dag waarop een verzoek tot schuldhulpverlening is ingediend door de inwoner een minnelijk (Msnp) of wettelijk (Wsnp) schuldhulpverleningstraject succesvol is doorlopen.

  • Indien minder dan 3 jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek door tot schuldhulpverlening is ingediend in fase 2 een traject schuldregeling (minnelijk en/of wettelijk) vroegtijdig door toedoen van de inwoner is beëindigd.

We behouden de mogelijkheid om op basis van individueel maatwerk hiervan af te wijken en toch toegang tot fase 2 van schuldhulpverlening te verschaffen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de inwoner door onvoorziene omstandigheden die niet aan hem/haar zijn toe te schrijven in een problematische schuldensituatie terecht is gekomen. Dit is ter beoordeling aan de gemeente.

 

Beleidskeuze 3: Schuldhulpverlening willen we in principe toegankelijk houden voor alle inwoners. In geval van fraude zal er echter een weloverwogen keuze over toelating tot schuldhulpverlening door het college worden genomen.

 

Net als bij recidive biedt de Wgs gemeenten de beleidsvrijheid om schuldhulpverlening te weigeren in het geval de betreffende inwoner fraude heeft gepleegd. Het betreffende artikel 3 lid 3 van Wgs luidt als volgt:

 

Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een inwoner fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die inwoner in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.

 

We behouden de huidige beleidslijn over het al dan niet toelaten van inwoners die fraude hebben gepleegd. De schuldhulpverlening blijft toegankelijk voor alle inwoners van de gemeente Albrandswaard. Niemand wordt bij voorbaat uitgesloten. Ook wanneer het inwoners betreft die fraude hebben gepleegd houden we de deur open. Alleen bij hoge uitzondering kunnen we op basis van de kan-bepaling de toegang weigeren, bijvoorbeeld wanneer sprake zou zijn van opzet of grote mate van verwijtbaar. Een eventuele afwijzing zal altijd gepaard gaan met een beargumenteerde onderbouwing aan de inwoner middels een afwijzingsbeschikking.

 

Beleidskeuze 4: Voor de minnelijke schuldregelingen maken we standaard gebruik van saneringskredieten, ook bij geen afloscapaciteit. Saneringskredieten bieden in verreweg de meeste gevallen zowel inwoner als voor schuldeisers meer voordelen dan schuldbemiddeling.

 

Het standaard inzetten van saneringskrediet bij het saneren van schulden is een van de elementen van de basisdienstverlening en mede aanleiding om dit beleidsmatig te bestendigen. Overigens is saneringskredieten één van de producten die Kredietbank Nederland reeds inzet voor onze inwoners met problematische schulden. Dat willen we de komende jaren meer stimuleren. Door het standaard aanbieden van een saneringskrediet krijgt de inwoner meer rust en overzicht en ontvangen alle schuldeisers direct bij de start van het traject het af te lossen bedrag. Het af te lossen bedrag wordt, conform de gedragscode van de NVVK, bepaald op basis van de Vtlb berekening.

 

Naast de beleidsvrijheid voor het maken van bovenstaande keuzes, biedt de Wgs ruimte om bij de uitvoering van schuldhulpverlening extra accenten te leggen of speerpunten te benoemen. Hieronder benoemen we de speerpunten voor de komende jaren.

 

De speerpunten

 

Speerpunt 1: We voeren schuldpreventieactiviteiten uit, specifiek gericht op belangrijke life-events die voor inwoners een financiële impact kunnen hebben.

 

De komende jaren gaan we doelgerichte schuldpreventieactiviteiten inzetten, specifiek gericht op life-events, oftewel belangrijke levensgebeurtenissen die voor inwoners een financiële impact kunnen hebben. Door gericht in te zetten op de life events hulpaanbod voorzien we eerder in een ondersteuningsbehoefte, waardoor mogelijke schulden voorkomen kunnen worden. De VNG heeft voor gemeenten zestien belangrijke life-events in actiekaarten beschreven. De insteek is om vanaf 2026 elk jaar aan twee life events aandacht te besteden en daar indien passend een structurele activiteit aan te koppelen om mensen bewust te maken van de financiële impact en de hulp die wij kunnen bieden. In 2026 starten we met de life events: Ik word 18 en Ik kom in de bijstand.

 

Speerpunt 2: Hoe we de vroegsignalen oppakken richting de inwoner laten we afhangen van het type signaal/signalen per inwoner: eenvoudig of meervoudig, eenmalig of opvolgend, hoogte van het te betalen bedrag, en of inwoner wel of niet bekend is bij de gemeente.

 

Met de wijziging van de Wgs per 1 januari 2021 zijn gemeenten en vaste lasten partners wettelijk verplicht om invulling te geven aan vroegsignalering van schulden. In de praktijk betekent dit dat energiebedrijven, drinkwaterbedrijven, woningverhuurders en zorgverzekeraars signalen van betalingsachterstanden aan gemeenten moeten doorgeven. Dit gebeurt nadat ze zelf pogingen hebben ondernomen om met hun klanten in contact te komen. Na ontvangst van de signalen zijn gemeenten verplicht om de betreffende inwoners een hulpaanbod te doen. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf te bepalen hoe zij op basis van de signalen de inwoners benaderen voor een hulpaanbod. Dat kan op verschillende manieren namelijk schriftelijk (per brief of kaart), digitaal (per e-mail), telefonisch of via een huisbezoek. Een combinatie van deze opties is ook mogelijk. De komende jaren zetten we de vroegsignalering voort, waarbij we:

 

De wijze en de intensiteit waarop we de inwoner benaderen laten we afhangen van het type signaal/signalen. Bij meervoudige signalen over één maand, dat wil zeggen bij signalen van achterstanden bij meerdere vaste lasten partners, bij opvolgende signalen over meerdere maanden bij dezelfde inwoner en bij huurachterstanden van twee maanden of langer, zetten we meer op persoonlijk contact eventueel aangevuld met huisbezoeken. Bij minder urgente signalen, zoals een enkelvoudig signaal met een laag bedrag, kan worden volstaan met een brief of mail. Het afleggen van meer huisbezoeken is mede afhankelijk van de beschikbare personele capaciteit.

 

De komende jaren blijven we de inzet op vroegsignalering monitoren en de mogelijkheid open houden om onze aanpak bij te stellen indien nodig. En we verkennen de mogelijkheid om het wijkteam een rol te geven bij de uitvoering van vroegsignalering zodat we meer slagkracht hebben.

 

Speerpunt 3: We zorgen voor een doorlopende communicatiecampagne om het taboe en schaamte rondom te schulden te doorbreken en meer inwoners met financiële zorgen te bereiken.

 

Diverse onderzoeken laten zien dat financiële zorgen kunnen leiden tot stress en schaamte, waardoor veel inwoners niet tijdig hulp vragen en zich veel later aanmelden wanneer de beginnende schulden al zijn geëscaleerd. De komende jaren zorgen we voor een doorlopende communicatiecampagne om financiële zorgen bespreekbaar te maken met als doel meer inwoners te bewegen hulp te vragen. We hebben hier ook aandacht voor laaggeletterden/anderstaligen en inwoners die niet digitaal vaardig zijn. Bij deze campagne betrekken we relevante stakeholders, zoals de bibliotheek Aanzet, het Taalhuis, werkgevers, welzijnsorganisaties en woningcorporaties. We maken gebruik van deze vindplaatsen en de aanwezige expertise van professionals en vrijwilligers die de doelgroep kunnen bereiken en verder kunnen helpen.

 

Speerpunt 4: We zorgen voor passende schuldhulpverlening aan jongeren en ondernemers met financiële zorgen. Voor ondernemers beleggen we de schuldhulpverlening en het Bbz bij één organisatie.

 

Op dit moment bereiken we te weinig jongeren en ondernemers met financiële zorgen. Daarnaast sluit de huidige schuldhulpverlening niet volledig aan op wat er nodig is om deze doelgroepen goed te kunnen bedienen.

 

Schuldhulpverlening aan ondernemers en de uitvoering van het Bbz gaan we vanaf 2026 beleggen bij één organisatie met expertise en ervaring in het bieden van passende (schuld)hup aan deze doelgroep. We verkennen hiervoor de mogelijkheden bij o.a. Het Regionaal Bureau Zelfstandigen en het IMK. Door beide onderdelen bij één organisatie te beleggen voorkomen we versnippering en zorgen voor één loket waar de ondernemer de juiste hulp krijgt. Voor de meer lichtere ondersteuning verkennen we een samenwerking met Stichting Over Rood.

 

Het is belangrijk dat jongeren met financiële zorgen en/of schulden worden bereikt en ondersteund op een manier die bij hen aansluit. Dat houdt onder andere in dat zij zich aangesproken voelen en herkennen in de ondersteuning van gemeenten, en dat gemeenten de juiste interventies bieden om ze op weg te helpen. Daarmee zorgen we dat jongeren perspectief houden op een schuldenvrije toekomst. In 2026 brengen we in beeld hoe groot de problematiek is binnen onze gemeente, met als eerste stap het bereiken van deze doelgroep, daarbij gebruikmakend van de expertise van onder andere Jongerenwerk.

 

In Q1 2027 starten we vervolgens een kleinschalige pilot met een groep jongeren. Daarin zorgen we voor passende schuldhulpverlening door werkzame elementen die voortvloeien uit onderzoeken en best practices te implementeren in onze schuldhulpverlening. Hierbij maken we gebruik van de VNG handreiking jongeren uit de financiële zorgen. We starten met een kleine groep jongeren van maximaal 10 deelnemers en afhankelijk van de uitkomsten van deze pilot en de beschikbare personele capaciteit kunnen we de aanpak verder uitbreiden.

 

Speerpunt 5: We zorgen voor een meer laagdrempelige en toegankelijke schuldhulpverlening, om het aanmelden bij schuldhulpverlening te vergemakkelijken en het bereik te vergroten.

 

We gaan de toegankelijkheid van schuldhulpverlening verbeteren door het (online) aanmeldproces te vergemakkelijken en de inwoners de mogelijkheid te bieden zich via meerdere kanalen aan te melden zonder drempels. Met een aanmeldproces zonder drempels ontzorgen we inwoners en voorkomen we dat zij zich niet (kunnen) aanmelden of gaandeweg uitvallen. Concreet houdt dit in dat:

  • Inwoners zich vormvrij kunnen aanmelden: minimaal fysiek, telefonisch en digitaal (bijv. via e-mail).

  • Inwoners bij het aanmeldgesprek niet gevraagd wordt om papieren.

Om dit te realiseren gaan we vanaf 2026 onze communicatiekanalen aanpassen, waaronder de gemeentelijke website. Een toegankelijke laagdrempelige schuldhulpverlening is één van de elementen die behoren tot de Basisdienstverlening in de schuldhulpverlening. We houden rekening met laaggeletterden en anderstaligen en zorgen in onze communicatiekanalen en -uitingen voor eenvoudig begrijpelijk taalgebruik.

 

Speerpunt 6: We gaan de inwoners die bij ons in beeld zijn proactief benaderen met een hulpaanbod.

 

Het potentieel aan inwoners met financiele zorgen is veel groter dan het aantal dat we tot nu toe bereiken. Het bereiken van meer inwoners is voor alle gemeenten een grote uitdaging. De komende jaren gaan we daarom proactief inwoners benaderen die bij ons in beeld zijn of waarvan we weten dat zij schulden hebben. Het gaat in ieder geval om de volgende activiteiten:

  • Het benutten van de mogelijkheid om bij het CAK de zogenaamde CAK lijsten op te vragen, eventueel gespecificeerd naar leeftijd, postcodegebied, recidive of hoogte schuld. De CAK lijst bevat gegevens van inwoners die 6 maanden of langer een achterstand hebben bij de zorgverzekeraars en daardoor bij het CAK zijn aangemeld als “wanbetaler”. Aan deze inwoners kunnen we een hulpaanbod doen en hen hulp bieden de schuld op te lossen zodat ze zich weer een aanvullende verzekering kunnen afsluiten.

  • Het proactief benaderen van inwoners met een bijstandsuitkering waar beslag op ligt en inwoners die bij de gemeente een schuld hebben openstaan vanwege niet betalen van gemeentelijke vorderingen, zoals de lokale belastingen.

In 2026 treffen we de voorbereidingen zodat we in Q1 2027 kunnen starten met bovenstaande activiteiten. De voorbereidingen betreffen onder andere het vragen van andere gemeenten naar hun ervaringen, het leggen van contacten met het CAK en het maken van werkafspraken over de omgang van verkregen gegevens. Bij beide activiteiten beginnen we met kleine aantallen en bouwen we dat op verder op.

 

Speerpunt 7: Het aanpakken van schulden is een gezamenlijke verantwoordelijkheid waar ook andere beleidsterreinen aan kunnen bijdragen. We gaan daarom meer samenwerken met interne afdelingen en externe organisaties om aanvullend op schuldenproblematiek ook hulp te bieden op andere leefgebieden.

 

Bij het (door)ontwikkelen van beleid voor schuldhulpverlening is het van groot belang dat gemeenten aandacht hebben voor problematiek op andere leefgebieden, zeker wanneer het urgente problematiek betreft die een oplossing voor schuldenproblematiek in de weg staat. De Wgs spreekt dan ook van het bieden van een integrale schuldhulpverlening. Andersom geldt dat andere beleidsterreinen, zoals de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet, kansen bieden voor het (her)inrichten van een integrale dienstverlening met aandacht voor schulden. Met het herijkte beleid gaan we nauwer samenwerken met aanpalende beleidsterreinen om integraal hulp te kunnen bieden aan inwoners met multiproblematiek. Dat doen we volgens dit stappenplan:

 

Stap1: We inventariseren welke beleidsterreinen impact (kunnen) hebben op de (schuld)hulpverlening aan inwoners met multiproblematiek en vice versa.

 

Stap 2: De volgende stap is om samen met de beleidscollega’s te verkennen welke beleidsdoelstellingen kunnen bijdragen aan het signaleren, voorkomen en/of oplossen van schuldenproblematiek en welke concrete afspraken hierover kunnen worden gemaakt.

 

Stap 3: Na de verkenning is de volgende stap om intern binnen de gemeente, en eventueel met externe partners, na te gaan wat er nodig is om de integraliteit vanuit beleidsdoelstellingen om te zetten in concrete acties en samenwerkingsafspraken.

 

De uitvoering van dit speerpunt is een doorlopende activiteit en een gezamenlijke verantwoordelijkheid van meerdere beleidsterreinen.

 

Speerpunt 8: De komende jaren zorgen we voor een zorgvuldige geleidelijke implementatie van de alle elementen van de basisdienstverlening, op basis van beschikbare personele capaciteit en de nieuw ontvangen middelen vanuit het Rijk via de meicirculaire 2025.

 

De elementen van de basisdienstverlening, zoals benoemd in paragraaf 1.2 zijn het uitgangspunt voor de wijze waarop gemeenten de schuldhulpverlening vorm moeten geven. Een aantal elementen maken al deel uit van onze schuldhulpverlening en een aantal nog niet, ook omdat deze nog landelijk uitgewerkt dienen te worden. Bij het doorontwikkelen en versterken van onze schuldhulpverlening nemen we de elementen van de basisdienstverlening als uitgangspunt. Dit doen we geleidelijk op basis van beschikbare personele capaciteit. We maken hiervoor gebruik van het éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire van 2025 hebben ontvangen. Dit geld voegen we per 2026 toe aan onze budgetten voor schuldhulpverlening.

 

2.3. Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht

Dit geactualiseerde beleid is aan voorkant goed doordacht op basis van de huidige kennis van zaken. We weten dat het schuldendomein de afgelopen jaren continue in beweging geweest met nieuwe ontwikkelingen die snel opvolgen en dat blijft voorlopig het geval. Dit beleidsplan gaan we tussentijds na twee jaar op hoofdlijnen evalueren. We behouden de ruimte, om indien nodig, de activiteiten bij te stellen. Dat doen we alleen wanneer onvoorziene ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht hier aanleiding voor vormen.

 

2.4. Cijfers en monitoring

 

Speerpunt 9: We nemen deel aan het project DDAS, waarmee we de komende jaren via het CBS kosteloos data ontvangen om ons beleid te kunnen monitoren.

 

Voor de monitoring van het herijkte beleid blijven we voorlopig gebruik maken van onze cijfers en de verantwoordingscijfers van Kredietbank Nederland. Daarmee zien we onder andere hoeveel inwoners zich melden voor schuldhulpverlening, hoeveel minnelijke traject er gestart worden, de uitval en positieve uitstroom. Op den duur, naar verwachting vanaf 2026, ontvangen alle aangesloten gemeenten vanuit het CBS objectieve betrouwbare (vergelijkings)data. Hiervoor is een landelijk project opgestart, genaamd DDAS waar gemeenten zich bij aan kunnen sluiten. Door aan te sluiten voorziet het CBS gemeenten op een uniforme manier van objectieve betrouwbare cijfers. Hiermee wordt er periodiek inzicht verkregen in de voortgang en kwaliteit van schuldhulpverlening. In navolging van ruim 300 andere gemeenten, sluiten wij ons ook aan op het project DDAS. DDAS is eveneens één van de elementen van de basisdienstverlening waar we aan voldoen.

Hoofdstuk 3 financiën

Onderstaand tabel biedt een overzicht van eventuele bijkomende kosten en de benodigde uitbreiding van de personele capaciteit voor de uitvoering van nieuwe activiteiten behorende bij de speerpunten van dit beleidsplan.

 

Eventuele bijkomende kosten

Eventuele uitbreiding personele capaciteit

Beleidskeuze 1 t/m 4

Bestaand formatie

Speerpunt 1 en 2

Bestaand formatie

+ Uitbreiding personele capaciteit vereist, te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting

Speerpunt 3 en 5

Bestaand formatie, aangevuld met een jaarlijkse activiteitenbudget voor extra communicatieve activiteiten van jaarlijks € 5.000. Te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting, inclusief het nieuw éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire 2025 hebben ontvangen.

Speerpunt 4

Voor ondernemers: In 2026 € 15.000 oplopend naar € 30.000 voor de daarop volgende jaren. Deze bedragen zijn indicatief op basis van instroom ondernemers. Te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting, inclusief het nieuw éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire 2025 hebben ontvangen. 

 

Voor opstart pilot jongeren:

De pilot vereist opstartkosten en extra personele capaciteit, gebruikmakend van de kennis/expertise van het Jongerenwerk. Te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting, inclusief het nieuw éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire 2025 hebben ontvangen.

Voor jongeren: extra personele capaciteit vereist, te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting.

Speerpunt 6

Bestaand formatie

Speerpunt 7

Bestaand formatie

Speerpunt 8

Het verder versterken van de schuldhulpverlening op basis van de landelijk vastgestelde elementen van de basisdienstverlening, zoals het ontwikkelen van een aanbod dat toegespitst is op specifieke doelgroepen zoals jongeren en het toegankelijker en laagdrempelig maken van de (online) aanmeldmogelijkheden voor schuldhulpverlening. Te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting, inclusief het nieuw éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire 2025 hebben ontvangen.

Speerpunt 9

Mogelijke (eenmalige) aanpassing/uitbreiding van softwaresysteem. Te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting, inclusief het nieuw éénmalig budget van € 17.600 dat we via de meicirculaire 2025 hebben ontvangen.

Extra werkzaamheden voor Kredietbank Nederland om namens gemeente Albrandswaard voor fase 2 aan te sluiten op DDAS

 

Voor de uitvoering van dit beleidsplan maken we gebruik van de reeds gereserveerde middelen in de begroting, zoals in onderstaand tabel weergegeven. De huidige budgetten bieden ruimte om de bijkomende kosten van €20.000 a €35.000 te dekken (speerpunten 3, 4 en 5). Voor de uitbreiding van personele capaciteit (speerpunten 1, 2 en deels 4) gaat het om een bedrag van circa € 30.000, te dekken vanuit bestaande middelen in de begroting. Voor de middelen in de begroting betrekken we, vanwege de samenhang tussen schuldhulpverlening en het minimabeleid, het totale budget dat is gereserveerd voor beide beleidsterreinen.

 

Voor het doorontwikkelen en verbeteren van de schuldhulpverlening, conform de landelijke afspraken rondom de elementen van de basisdienstverlening, heeft het Rijk via de meicirculaire van 2025 eenmalige middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor het jaar 2025. Voor de gemeente Albrandswaard gaat het om een bedrag van € 17.600. Het is niet haalbaar om dit geld al in 2025 te besteden. Om die reden overhevelen we dit bedrag naar 2026 en voegen we het toe aan de bestaande budgetten van schuldhulpverlening (zie onderstaand tabel).

 

Budget voor schuldhulpverleningsbeleid

 

Bedrag 2026

Bedrag 2027

Bedrag 2028

Bedrag 2029

Bedrag 2030

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

+ € 17.600

Naar boven