Beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 'Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen'

Voorwoord

 

Met trots presenteer ik u het nieuwe beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030: Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen.

 

De komende jaren blijven we ons inzetten voor de inwoners van Albrandswaard die financieel kwetsbaar zijn. Of het nu gaat om mensen die tijdelijk een bijstandsuitkering nodig hebben, werkenden die door de stijgende kosten moeilijk rondkomen, of ouderen met een beperkt pensioen: iedereen verdient het om mee te kunnen doen.

 

Voor kinderen maken we ons extra hard. Geen enkel kind mag buiten de boot vallen door geldzorgen thuis. Meedoen op school, sporten, of gewoon een fiets om op naar vriendjes te gaan – dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat elk kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen, zonder dat armoede in de weg staat. Want armoede mag niet van generatie op generatie worden doorgegeven.

 

Bestaanszekerheid is niet iets wat je moet verdienen, het is een basisrecht. Natuurlijk ligt er een verantwoordelijkheid bij de rijksoverheid, maar ook wij – als gemeente – nemen onze rol serieus. We kijken verder dan alleen de financiële situatie. We bieden ondersteuning op maat, met aandacht voor de hele mens. Zo zorgen we ervoor dat iedereen kan blijven meedoen in onze samenleving.

 

Samen maken we ons sterk voor een Albrandswaard waarin iedereen meetelt. Want als iedereen mee kan doen, wordt onze samenleving als geheel sterker.

 

Mieke van Ginkel,

Wethouder

 

Hoofdstuk 1: De aanleiding voor dit beleidskader

1.1 Inleiding

Het is algemeen bekend dat armoedeproblematiek verregaande gevolgen kan hebben voor de betrokken huishoudens, maar ook voor de samenleving. Leven in armoede is meer dan alleen een geldkwestie. Het kan zorgen voor maatschappelijke uitsluiting, een verslechterde gezondheid en weinig zelfvertrouwen. En volgens de schaarste theorie hebben mensen die het financieel zwaar hebben te maken met zoveel stress dat ze niet altijd in staat zijn probleemoplossend te denken en daarnaar te handelen.

 

Anno 2025 hebben nog steeds vele huishoudens moeite om rond te komen. Voor gemeenten is het een uitdagende taak om hier tegenwicht aan te bieden. Inkomensbeleid is namelijk voorbehouden aan de landelijke overheid die daarmee verantwoordelijk is voor de hoogte van de uitkeringen, het minimumloon en de toeslagen. Gemeenten kunnen met beperkte middelen maatregelen treffen om de situatie van deze inwoners te verzachten en waar mogelijk belemmeringen wegnemen zodat ze mee kunnen doen aan de samenleving.

 

Ook in de gemeente Albrandswaard hebben we inwoners die moeilijk rond kunnen komen en die we de helpende hand willen bieden. De afgelopen jaren hebben we met het Beleidsplan Minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2020-2024 een stevige basis gelegd. We bouwen voort op deze basis en actualiseren ons beleid met als uitgangspunt een effectieve inzet van de beschikbare middelen met maximale impact voor onze inwoners.

 

Dit voorliggend beleidskader voor bestaanszekerheid heeft betrekking op de periode 2026-2030. In nauwe samenhang is het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 gelijktijdig ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

In dit eerste hoofdstuk lichten we de landelijke ontwikkelingen kort toe. Hoofdstuk 2 beschrijft de omvang van de armoedeproblematiek in Nederland en de gemeente Albrandswaard, aangevuld met de visie, ambities en beleidsmaatregelen. Hoofdstuk 3 sluit af met financiën.

 

1.2 Landelijk beleid en rol gemeenten

De afgelopen jaren, zeker na de coronapandemie, heeft armoede, dat steeds vaker wordt aangeduid met de meer omvattende term bestaanszekerheid, meer aandacht gekregen. Ook bij dit demissionair kabinet en de vorige kabinetten is dit het geval (geweest). Het Rijk is verantwoordelijk voor het bieden van bestaanszekerheid aan de Nederlandse bevolking. Dit is zo geregeld in de Grondwet. Echter, hebben landelijke maatregelen, nog niet tot grote inkeer geleid, want nog steeds leven (te) veel huishoudens in armoede. Het kabinet heeft in juni 2025 het Nationaal Programma Armoede en Schulden gelanceerd. Daarop heeft de VNG, namens gemeenten, gematigd positief gereageerd. De VNG moedigt de voortgang op dit thema, maar mist in het Programma structurele maatregelen voor het borgen van bestaanszekerheid en voor het aanpakken van de fundamentele problemen die gemeenten in de praktijk tegenkomen.

 

Landelijke partijen bepleitten bij de rijksoverheid al een langere tijd om ingrijpende structurele maatregelen die meer effect sorteren. Deze maatregelen worden grotendeels gemist in het gelanceerde Programma. Zo hebben de VNG, UWV en SVB in een verklaring bestaanszekerheid die in 2024 werd gepubliceerd gevraagd om stevige hervormingen, onder de volgende vier pijlers:

  • Zorg voor voldoende inkomen om van te kunnen leven.

  • Investeer in werk en werkzekerheid.

  • Zorg voor een zeker en voorspelbaar inkomen.

  • Zorg voor begrijpelijke rechten en plichten en eenvoudige toegang

  • De basis op orde en maatwerk als het echt nodig is.

Aanvullend op deze verklaring, zijn er tal van onderzoeken geweest die inzoomen op het belang van bestaanszekerheid en het gegeven dat deze lang niet voor alle mensen een vanzelfsprekendheid is.

 

Zo ondersteunt het onderzoek Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid van het Instituut voor Publieke Economie (2025) de oproep dat het rijk zo snel mogelijk verantwoordelijkheid moet nemen om landelijk de basis op orde te brengen. Als de basis op orde is kunnen gemeenten zich meer dan nu richten op het benodigde en aanvullende maatwerk in plaats van het opvullen van de lancunes van het landelijke beleid.

 

In de huidige situatie blijven gemeenten noodgedwongen de lancunes opvullen en compensatie en verzachting bieden aan inwoners die niet of nauwelijks rond kunnen komen. Ook een deel van onze inwoners heeft hiermee te maken. Zij leven in het nu en kunnen niet wachten tot de rijksoverheid over de brug komt met ingrijpende maatregelen die voor hen wel het verschil zal maken. Een stevig lokaal beleid bestaanszekerheid, zoals voorgesteld in dit beleidskader, blijft daarom hard nodig.

 

1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein

Het beleidsveld schuldhulpverlening valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Dit beleidsplan draagt in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma:

  • -

    Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen;

  • -

    Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen;

  • -

    Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om;

  • -

    Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond;

  • -

    Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen.

Hoofdstuk 2: Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren

2.1 De omvang van armoedeproblematiek in Nederland en Albrandswaard

In Nederland wordt de hoogte van het inkomen gebruikt om de omvang van potentiële armoede binnen een land of gemeente weer te geven. Waar voorheen landelijke organisaties zoals het CBS, SCP en het Nibud een eigen meting van armoede hanteerden met als gevolg verschillende armoedecijfers, hebben zij sinds 2024 de handen ineen geslagen en gezamenlijk een methodiek ontwikkeld om de armoede in Nederland te meten. Armoede wordt in deze meting als volgt gedefinieerd: Een huishouden beschikt na het betalen van de daadwerkelijke lasten aan wonen, energie en basiszorg over te weinig geld voor de minimaal noodzakelijke uitgaven aan overige levensbehoeften.

 

Op basis van deze methodiek leefden in Nederland in 2023 540.000 mensen in armoede wat neerkomt op 3,1% tegen 3,4% in 2022. Bijna 1,2 miljoen mensen behoorden volgens deze meting niet tot de allerarmsten maar hadden zij niet of nauwelijks een vermogensbuffer om financiële tegenvallers om te vangen. Op basis van deze meetmethodiek zou het in onze gemeente gaan om 1,9% inwoners die in armoede leven. Dat is weliswaar relatief gezien minder dan de landelijke 3.1%, maar geeft nog steeds aanleiding om hier maatregelen voor te treffen.

 

Ter voortzetting van het beleid van voorgaande jaren, houden we in onze gemeente rekening met inwoners die op papier niet tot de allerarmsten behoren, maar door gestegen kosten wel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn onder andere werkenden met een laag inkomen, oftewel werkende armen die niet of nauwelijks een vermogensbuffer kunnen opbouwen. Voor de doelgroep minima houden we daarom vast aan de inkomensgrens van 120% van het sociaal. Op basis hiervan behoort 5,1% van de inwoners van onze gemeente tot deze doelgroep, wat neerkomt op circa 700 huishoudens, met in totaal circa 1.300 volwassenen en 300 kinderen. In vergelijking met voorgaande jaren is dit aantal stabiel gebleven (bron: opendata CBS)

 

2.2. Het nieuwe beleid: visie, beleidsdoelen, ambities en beleidsmaatregelen

Het voorliggend beleid is deels een voortzetting van bestaande maatregelen en deels een wijziging of aanvulling met (nieuwe) maatregelen. Deze paragraaf beschrijft de visie en beleidsdoelen voor komende jaren, aangevuld met ambities en concrete beleidsmaatregelen.

 

Visie & beleidsdoelen

We vinden het belangrijk dat alle inwoners uit onze gemeente over de noodzakelijke levensbehoeften kunnen beschikken en dat alle inwoners naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving. Inwoners die ondanks hun inspanningen daar (tijdelijk) niet of onvoldoende in slagen, komen we tegemoet met gerichte maatregelen. Daarbij hebben we niet alleen aandacht voor geldgebrek, want bestaanszekerheid gaat bijvoorbeeld ook over toegankelijke gezondheidszorg, een dak boven je hoofd en gelijke onderwijskansen.

 

Het minimabeleid waar dit beleidskader betrekking op heeft valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Met dit beleidskader dragen we in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma:

  • -

    Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen;

  • -

    Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen;

  • -

    Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om;

  • -

    Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond;

Aanvullend op deze beleidsdoelen, streven we ernaar om de deelname van kinderen aan activiteiten op het gebied van sport, cultuur en educatie ter verhogen. Hiervoor hebben we het Kindpakket beschikbaar. Kinderen zijn de generatie van de toekomst, door hen nu tegenmoet te komen, investeren we in het verbeteren van hun toekomstperspectief en verkleinen we het risico op intergenerationele armoede. Dit sluit ook aan bij het advies van de Kinderombudsman.

 

De ambities en beleidsmaatregelen

Voor de realisatie van bovenstaande doelen hebben we hieronder in blauwe kaders ambities geformuleerd met daaronder telkens een toelichting.

 

Ambitie 1: Armoede is meer dan alleen een geldkwestie. We zetten in op bestaanszekerheid voor alle inwoners, door domeinoverstijgend samen te werken met interne afdelingen en externe partners bundelen we onze krachten en maken we het verschil.

 

Bestaanszekerheid omvat meer dan alleen het beschikken over voldoende geld voor het levensonderhoud. Het gaat ook om toegankelijk onderwijs, waarin kinderen die het thuis financieel moeilijk hebben, ook kunnen beschikken over de noodzakelijke benodigdheden, in eerste instantie vanuit het onderwijsveld, en waar mogelijk ondersteunend vanuit de gemeente. Het gaat om een toegankelijke gezondheidszorg, waar we deels in tegemoet komen door een gemeentepolis aan te bieden. En het gaat over het meedoen van alle overige inwoners in de breedste zin van het woord. En hiervoor is het nodig dat inwoners gestimuleerd worden om mee te doen naar vermogen.

 

De komende jaren gaan we, aanvullend op de maatregelen vanuit dit beleidskader, ook vanuit andere beleidsterreinen aandacht hebben voor bestaanszekerheid. Concreet betekent dit dat wanneer we vanuit andere beleidsterreinen bezig zijn met beleids- en uitvoeringsplannen, ook verkennen hoe andere beleidsterreinen kunnen bijdragen aan het armoedevraagstuk. Met de diverse interne afdelingen, ketenpartners en maatschappelijke organisaties zorgen we voor een integrale aanpak waarbij we elkaars expertise weten in te zetten en elkaar versterken.

 

In het Integraal Beleid Sociaal Domein van de gemeente Albrandswaard staat het volgende geformuleerd: “Samen met inwoners en maatschappelijke partners wil de gemeente werken aan een vitale en gelukkige samenleving waarin iedereen mee kan doen. Voor inwoners die (tijdelijk) hulp en ondersteuning nodig hebben is een vangnet aanwezig.” Met dit beleidskader sluiten we daar op aan.

 

Ambitie 2: We maken armoede en schulden bespreekbaar via een doorlopende communicatie-campagne. Hiermee bereiken we inwoners die nog niet in beeld zijn maar wel hulpbehoevend.

 

Voor het bespreekbaar maken van armoede en schulden zetten we een doorlopende communicatiecampagne op, waarbij we aansluiten op bestaande events. We leggen geschikte momenten in het jaar vast waarin aandacht is voor de thema’s armoede en schulden. Voorbeelden hiervan zijn: De jaarlijkse week van het geld in maart, de dag tegen de armoede in oktober, de aanvang van het schooljaar enzovoort. We passen een communicatiekalender toe waarin we deze momenten als reminder vastleggen en koppelen daar een communicatie-uiting of activiteiten aan vast.

 

Ambitie 3: Alle inwoners doen naar vermogen mee, met hierbij extra aandacht voor kinderen, werkenden met een laag inkomen. Geldgebrek mag in geen enkele levensfase een belemmering vormen om mee te kunnen doen.

 

Een belangrijk beleidsmaatregel voor het bevorderen van participatie betreft onze minimaregelingen. De minimaregelingen bieden enerzijds verzachting en compensatie, zodat niemand onder het bestaansminimum komt. Anderzijds vormen ze een stimulans, zodat alle inwoners mee kunnen doen aan activiteiten die bijdragen aan sociale ontmoeting, zelfontplooiing, culturele vorming en sportieve opvoeding. Onderstaande tabellen bevatten een overzicht van bestaande minimaregelingen die ongewijzigd worden voortgezet en minimaregelingen die per 1 januari 2026 worden aangepast of helemaal nieuw zijn, inclusief toelichting.

 

Voor de genoemde vermogenstoetsing wordt aangesloten bij de definitie conform artikel 34 van de Participatiewet. Het gaat onder andere om spaargelden en andere waardevolle bezittingen. In 2025 geldt voor alleenstaanden een maximaal vermogen van € 7.770 en voor gehuwden/samenwonenden € 15.540. Voor wat betreft de overwaarde op een woning geldt een uitzondering, deze mag maximaal € 65.500 bedragen. Voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen gelden afwijkende bedragen die landelijk zijn bepaald. Voor alleenstaande gaat het om maximaal € 3.700 en voor gehuwden/samenwonenden € 4.900.

 

Tabel 1: de ongewijzigde minimaregelingen

 

Soort regeling

Inkomensgrens t.o.v. wettelijk sociaal minimum

Toelichting

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Tot 100%. Dit is de maximaal toegestane inkomensgrens met vermogenstoets. Dit is landelijk beleid dat geen ruimte laat voor verdere verruiming.

Ongewijzigd

Individuele bijzondere bijstand

Tot 120% met vermogenstoets.

Ongewijzigd

Individuele inkomenstoeslag

Minimaal 3 jaar tot 120 % met vermogenstoets. Alleenstaand: € 450, Alleenstaande ouder: € 575 en paar: € 682

Ongewijzigd

Tegemoetkoming Eigen Risico zorgkosten

Tot 120% met vermogenstoets.Maximaal € 200 per volwassene per jaar.

Ongewijzigd

Meedoen volwassenen

Tot 120% met vermogenstoets. Maximaal €150 per volwassene per jaar.

Ongewijzigd

Gratis OV voor 60+ via RET

Tot 120%.

Ongewijzigd

 

Argumentatie: Gratis OV kan zowel voor het individu als voor de samenleving een grote maatschappelijke meerwaarde hebben. De inwoners worden hiermee in de gelegenheid gesteld om te participeren. Met de vervoerder gaan we in de 2de helft van 2025 in onderhandeling over hernieuwde afspraken voor 1-1-2026 en verder.

Meedoen Kindpakket

Tot 120% met vermogenstoets: 4 t/m 11 jaar €350 en 12 t/m 17 jaar €450.

Ongewijzigd

 

Argumentatie: De minima effectenrapportage laat zien dat voor ouder(s) met kinderen de bedragen nog steeds toereikend zijn, uitgaande van de Nibud normbedragen voor het meedoen van kinderen.

 

Tabel 2: de minimaregelingen die worden aangepast of geheel nieuw beleid zijn

 

Soort regeling

In huidig beleid: Inkomensgrens t.o.v. wettelijk sociaal minimum

Voorgestelde wijziging in dit voorliggend beleidskader, inclusief toelichting

Eventuele bijkomende kosten of te realiseren besparingen

Collectieve zorgpolis minima

Tot 130%, zonder vermogenstoets. De gemeente draagt bij aan de premie van de pakketten.

Voorstel tot wijziging: De inkomensgrens wordt verlaagd tot 120% met vermogenstoets.

 

Argumentatie: We willen de middelen gerichter inzetten voor de beoogde doelgroep minima en we hanteren met 120% een uniforme grens voor alle regelingen. De impact n.a.v. bijstelling tot 120% is zeer gering, omdat uit een steekproef geen deelnemers naar voren komen met een inkomen tussen 120% en 130%. Het landelijke BSENF dat zicht heeft op de deelnemers aan collectieve gemeentepolissen bij gemeenten bevestigt dit beeld.

De invoering van de vermogenstoets heeft daarentegen wel impact voor naar verwachting circa 10% van de huidige deelnemers.

Indicatieve besparing: € 19.000 per jaar. Hierbij is uitgegaan van circa 10% van de huidige deelnemers die vanwege vermogenstoets niet meer in aanmerking zouden kunnen komen. 

Meedoen schoolkosten

Tot 120% €250 per kind in brugklas per jaar. Het bedrag is €175 per kind per schooljaar in VO na brugklas.

Voorstel tot wijziging: deze regeling per 1-1-2026 laten vervallen.

 

Argumentatie:

Het Kindpakket kan ook in deze kosten voorzien. We voorkomen een stapeling regelingen.

De impact is zeer beperkt omdat het aantal gebruikers zeer gering is. Bovendien wordt tegenwoordig veel schoolmateriaal al beschikbaar gesteld via scholen.

Indicatieve besparing: € 3.000 per jaar.

Gratis Zwemlessen voor kinderen vanaf 5 jaar

Tot 120% met vermogenstoets.

Nieuw beleid. 

Argumentatie:

Kinderen moeten zwemvaardig zijn om zich te kunnen redden in wateren. Met deze nieuwe regeling komen we tegemoet aan de eerder uitgesproken wens van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard. De aantallen instromende kinderen op jaarbasis is mede afhankelijk van de beschikbare plekken in het lokale zwembad. Met het zwembad en/of zwemverenigingen worden afspraken gemaakt, met als streven de start van de lessen vanaf het nieuwe schooljaar 2026/2027.

De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de aantallen instromende kinderen en de beschikbare plekken. Voor diploma A, B en C worden de oplopende kosten geraamd op € 18.000 per jaar.

Toetsen op rechtmatigheid door invoering inkomens- en vermogenstoets voor gerichte toekenning van de regelingen.

Voorstel tot wijziging: toepassen van toetsing op rechtmatig.

 

Argumentatie:

Op dit moment vindt zeer beperkt toetsing plaats, waardoor vooraf niet duidelijk is of de regelingen toekomen aan de beoogde doelgroep minima. De toetsing op rechtmatigheid is niet vanwege wantrouwen richting de inwoner, maar om het bieden van duidelijkheid. Door toetsing vooraf voorkomen we het risico op terugvordering bij inwoners die ten onrechte een aanvraag indienen.

De toetsing zal aselect plaatsvinden op basis van een vooraf vastgesteld methodiek.

Indicatieve besparing: € 8.000 per jaar.

 

Ambitie 4: We zorgen met gerichte activiteiten voor een “armoedeoffensief” om het bereik van de minimaregelingen onder de doelgroep minima te vergroten.

 

We zorgen voor een armoedeoffensief met als streven het vergroten van het bereik van de minimaregelingen onder de doelgroep minima. Hiervoor zetten we de volgende maatregelen:

  • -

    De digitale informatie over de minimaregelingen is gebundeld op één gemeentelijk webpagina die makkelijk vindbaar en toegankelijker is voor de inwoners.

  • -

    We maken optimaal gebruik van communicatiekanalen en vindplaatsen van onze partners en andere relevante partijen om de minimaregelingen onder de aandacht te brengen.

  • -

    We werken samen met vrijwilligers, ambassadeurs, sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen om onze minimaregelingen onder de aandacht te brengen.

  • -

    We zorgen voor een jaarlijkse voorlichtingsbijeenkomst waarop we onze partners informeren over de minimaregelingen.

  • -

    We versimpelen de aanvraagprocedure voor minimaregelingen.

  • -

    We brengen minimaregelingen proactief onder de aandacht bij minima die ons in beeld zijn en kennen deze automatisch toe. De automatische toekenning geldt voor de Meedoenregeling en Individuele Inkomenstoeslag, gebruikmakend van de ruimte die de wettelijke kaders (gaan) bieden. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans dat al door de Tweede Kamer is aangenomen en in de 2de helft van 2025 nog langs de Eerste Kamer moet, maakt het mogelijk om de Individuele Inkomenstoeslag ambtshalve toe te kennen, dus zonder dat de inwoner deze hoeft aan te vragen. Dit helpt om het niet-gebruik van deze regeling verder terug te dringen. Daarnaast vermindert het de administratieve lasten voor gemeenten, omdat ze nu niet nogmaals een aanvraag hoeven te controleren.

Ambitie 5: We zorgen voor een meer doelgerichte en efficiënte inzet van onze beperkte armoedemiddelen, zodat we met minimale middelen maximale impact kunnen bereiken.

 

We hebben beperkte middelen die we kunnen besteden en tegelijkertijd staan we voor de uitdaging om de komende jaren kritisch te kijken naar onze gemeentelijke uitgaven. Hiervoor zijn ombuigingsvoorstellen met de raad gedeeld. De komende jaren zorgen we voor een doelgerichte en efficiënte inzet van onze beperkte armoedemiddelen, zodat we met minimale middelen maximale impact kunnen bereiken. Dit betekent dat we alle (aflopende) contractuele afspraken met externe partners kritisch beoordelen op de meerwaarde. Dit geldt ook voor nieuwe (subsidie)verzoeken en nieuwe activiteiten. Daarin wegen we af of dit gekwalificeerd wordt als een wettelijke/gemeentelijke taak en welke impact dit heeft voor onze minimadoelgroep.

 

Op basis van deze afweging stoppen we per 2027 met de jaarlijkse oplevering van de armoedemonitor en de effectenrapportage door een extern bureau. En het per 1 september 2025 aflopend contract met de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) wordt niet verlengd. Beëindiging van beide producten levert een besparing op van circa €18.500.

 

2.3. Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht

Dit herijkte beleid is aan voorkant goed doordacht op basis van de huidige kennis van zaken. We behouden de komende jaren de ruimte, om indien nodig, de maatregelen bij te stellen. Dat doen we alleen wanneer landelijke (onvoorziene) ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht hier aanleiding voor vormen.

 

2.4. Cijfers en monitoring

Voor de komende jaren houden de omvang van de armoedeproblematiek via de CBS data in de gaten. En we sluiten ons aan bij het project DDAS, waarmee we de komende jaren via het CBS kosteloos meerdere data over armoede en schulden ontvangen om ons beleid te kunnen monitoren.

 

Als gemeente hebben we maar zeer beperkt invloed op hoe de ontwikkeling van de armoedecijfers. Externe ontwikkelingen, zoals landelijk inkomens-en toeslagenbeleid en de economische ontwikkelingen hebben meer invloed op de armoedecijfers. Desondanks nemen we als gemeente een belangrijke rol in. We presenteren met de genoemde beleidsmaatregelen een stevig pakket waarmee we onze inwoners verzachting en compensatie kunnen bieden zodat ze niet onder het bestaansminimum zakken en mee kunnen doen.

 

Het gebruik van onze minimaregelingen blijven we de komende jaren monitoren. Ook hier voor geldt dat we zo nodig ons beleid bijstellen als daar aanleiding voor is.

Hoofdstuk 3 financiën

Voor de uitvoering van dit herijkte beleidsplan maken we gebruik van de reeds in de begroting gereserveerde middelen voor minimabeleid (zie onderstaand tabel 3). Vanwege de samenhang met het beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030, zijn voor schuldhulpverlening de budgetten weergegeven in tabel 4. De budgetten zoals weergegeven, in combinatie met de te realiseren indicatieve besparingen van € 48.500 (zie tabel 2 en ambitie 5 in paragraaf 2.2) bieden voldoende dekking om de gratis zwemlessen voor kinderen als nieuw beleidsmaatregel te financieren.

 

Tabel 3 Minimabeleid

 

Bedrag 2026

Bedrag 2027

Bedrag 2028

Bedrag 2029

Bedrag 2030

€ 1.005.300

€ 1.005.300

€ 1.005.300

€ 1.005.300

€ 1.005.300

 

Tabel 4 Schuldhulpverleningsbeleid

 

Bedrag 2026

Bedrag 2027

Bedrag 2028

Bedrag 2029

Bedrag 2030

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

€ 85.200

+ € 17.600

Naar boven