Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard;

gelet op de artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030,

 

besluit:

 

vast te stellen, de navolgende Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    De begripsbepalingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze regeling worden gebruikt.

  • 2.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a)

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • b)

      De Wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

    • c)

      Wsnp: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;

    • d)

      Besluit: besluit in het kader van schuldhulpverlening op basis van een beschikking, als bedoeld in artikel 4a van de Wet;

    • e)

      College: het college van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard;

    • f)

      Inwoner: persoon die in de Basisregistratie Personen (BRP) in de gemeente Albrandswaard is ingeschreven;

    • g)

      Verzoeker: inwoner die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening;

    • h)

      Cliënt: inwoner aan wie op grond van de Wet schuldhulpverlening wordt gegeven;

    • i)

      Zelfstandig ondernemer: inwoner die eigenaar is van een eenmanszaak of vennootschap onder firma; zijnde natuurlijke personen die voor eventuele (zakelijke) schulden privé aansprakelijk zijn.

    • j)

      NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de branchevereniging voor schuldhulpverlening;

    • k)

      Schuldhulpverlening: als bedoeld in artikel 1 van de Wet;

    • l)

      Vroegsignalering: het in beeld krijgen van inwoners met betalingsachterstanden, op basis van ontvangen signalen van schuldeisers, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b van de Wet, en hen vervolgens een aanbod doen tot een eerste gesprek, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet;

    • m)

      Aanvraag: verzoek om – of het accepteren van – een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet;

    • n)

      Plan van aanpak: plan van aanpak voor de schuldhulpverlening dat zich specifiek richt op cliënt, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet;

    • o)

      Nieuwe schuld: een betalingsverplichting of betalingsachterstand die is ontstaan na de toelatingsbeschikking en die betrekking heeft op de periode na toelating tot schuldhulpverlening;

    • p)

      Problematische schuldensituatie: situatie waarin te voorzien is dat cliënt de schulden niet zelfstandig en ook niet binnen een termijn van 36 maanden, volledig kan afbetalen, conform de geldende gedragscode van NVVK;

    • q)

      Uitvoerder: de gecontracteerde organisatie, die in opdracht van de gemeente Albrandswaard, conform de beleidsvrijheid die artikel 3a van de Wet toestaat, een deel van de activiteiten van schuldhulpverlening uitvoert.

Artikel 2 Doelgroep

Alle inwoners die zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening of die in het kader van vroegsignalering, door de gemeente of in opdracht van de gemeente, zijn benaderd met een hulpaanbod. Zelfstandige ondernemers, zijnde natuurlijke personen die voor eventuele (zakelijke) schulden privé aansprakelijk zijn, behoren ook tot de doelgroep.

Artikel 3 Aanbod vroegsignalering

  • 1.

    Een aanbod tot schuldhulpverlening kan zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen. Het college beoordeelt, op basis van bestaand beleid, de wijze waarop het ontvangen vroegsignaal wordt opgevolgd en welke ondersteuningsaanbod aan de doelgroep wordt geboden.

Artikel 4 Aanbod schuldhulpverlening

  • 1.

    De aanvraag voor schuldhulpverlening is vormvrij. De aanvraag door verzoeker kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan. Het college besluit vervolgens over de aanvraag van verzoeker.

  • 2.

    In geval van toelating tot schuldhulpverlening, doet het college de cliënt een aanbod voor schuldhulpverlening, voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

  • 3.

    Tot het aanbod schuldhulpverlening behoren onder andere de volgende producten en diensten: Adviesgesprekken, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en nazorg, eventueel aangevuld met één of meer begeleidingsproducten, zoals financiele begeleiding of budgetbeheer.

  • 4.

    Het ondersteuningsaanbod dat het college aan cliënt aanbiedt, is maatwerk en is van meerdere factoren afhankelijk. Bij de afweging welke ondersteuningsaanbod het meest geschikt is voor de cliënt, weegt het college onder andere de volgende factoren mee:

    • a)

      of er sprake is van een crisissituatie;

    • b)

      of er sprake is van (problematische) schuldensituatie dan wel risico op het ontstaan van schulden die met schuldhulpverlening voorkomen kunnen worden;

    • c)

      of cliënt tot een specifieke doelgroep behoort, zoals jongeren of zelfstandige ondernemers;

    • d)

      of er sprake is van problematiek op andere leefgebieden;

    • e)

      wat de psychosociale situatie van de cliënt is;

    • f)

      wat de houding en het gedrag van de cliënt (motivatie) zijn;

    • g)

      het perspectief op het bereiken van financiële zelfredzaamheid bij de cliënt.

  • 5.

    Het aanbod wordt vastgelegd in een (voorlopig) plan van aanpak dat onderdeel uitmaakt van de toekenningsbeschikking die het college naar de cliënt verstuurt.

  • 6.

    De schuldhulpverlening wordt uitgevoerd door de gemeente en/of uitvoerder, conform de geldende gedragscode van de NVVK en in aansluiting op de landelijk vastgestelde elementen van de basisdienstverlening.

Artikel 5 Wacht- en doorlooptijden

  • 1.

    Indien een inwoner die behoort tot de doelgroep van deze beleidsregel zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening, vindt als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Wet, binnen 4 weken het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.

  • 2.

    Indien sprake is van een bedreigende situatie, vindt als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Wet, binnen 3 werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.

  • 3.

    Conform de Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2021 verstuurt het college binnen 8 weken, na de dag van het eerste gesprek, een beschikking naar de verzoeker.

Artikel 6 Verplichtingen voor cliënt

  • 1.

    De inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 6 van de Wet en de medewerkingsplicht, als bedoeld in artikel 7 van de Wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.

  • 2.

    De inlichtingenplicht houdt in ieder geval in het aanleveren van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en/of het melden van wijzigingen in de financiële situatie, woonsituatie of gezinssituatie.

  • 3.

    De medewerkingsplicht houdt in dat cliënt medewerking verleent die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Hieronder wordt onder andere verstaan:

    • a)

      het nakomen van gemaakte afspraken in het kader van schuldhulpverlening, waaronder de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst en het Plan van aanpak;

    • b)

      het aanvaarden van en actief deelnemen aan de ingezette producten of diensten, die voortvloeien uit het Plan van aanpak of die gedurende het schuldhulpverleningstraject naar het oordeel van het college benodigd zijn om schulden te voorkomen, op te lossen en/of financiële zelfredzaamheid te vergroten;

    • c)

      geen nieuwe schulden aangaan na toelating tot schuldhulpverlening die het nakomen van aflossingsverplichtingen aan bestaande schuldeisers in de weg staan;

    • d)

      zoveel mogelijk afloscapaciteit creëren door het verruimen van inkomen, inzetten van beschikbaar vermogen en minimaliseren van uitgaven, en deze afloscapaciteit gebruiken ter afbetaling van de schulden;

    • e)

      Het verwerven van inkomsten naar de volledige arbeidscapaciteit, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van cliënt gevraagd kan worden;

    • f)

      De cliënt betaalt alle lopende rekeningen (huur, energievoorschot, zorgverzekering, etc.) op tijd;

    • g)

      De cliënt meldt alle schulden en eventueel vergeten schulden zo spoedig mogelijk bij het college;

  • 4.

    De cliënt blijft ook gedurende het schuldhulpverleningstraject zelf verantwoordelijk voor zijn financiële situatie.

Artikel 7 Weigering

  • 1.

    Het college kan, op basis van artikel 3, lid 2 en 3 van de Wet en op basis van overige bepalingen in deze beleidsregels, besluiten tot het weigeren van schuldhulpverlening indien:

    • a.

      Verzoeker niet tot de doelgroep behoort, zoals genoemd in artikel 2 van deze beleidsregels;

    • b.

      Verzoeker, vanwege in de persoon gelegen factoren, niet in staat is een schuldhulpverleningstraject te volgen;

    • c.

      Uit houding en gedragingen van verzoeker ondubbelzinnig blijkt dat cliënt zijn beschikbare middelen niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden, dan wel anderszins niet wil meewerken aan zijn schuldhulpverleningstraject;

    • d.

      Verzoeker fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft én de verzoeker in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate van opzet, de ontstaansdatum van de schuld, boete of maatregel en de mate van verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden van cliënt.

    • e.

      Indien minder dan 3 jaar, voorafgaand aan de dag waarop een verzoek tot schuldhulpverlening is ingediend, door de inwoner een minnelijk (Msnp) of wettelijk (Wsnp) schuldhulpverleningstraject succesvol is doorlopen.

    • f.

      Indien minder dan 3 jaar, voorafgaand aan de dag waarop het verzoek door tot schuldhulpverlening is ingediend, een traject schuldregeling (minnelijk en/of wettelijk) vroegtijdig door toedoen van de inwoner is beëindigd.

  • 2.

    Het college kan, na weigering, in bepaalde situatie alsnog toegang tot schuldhulpverlening verlenen, bijvoorbeeld in situatie waarbij cliënt belemmeringen zoals genoemd in 1b en 1c heeft kunnen wegnemen. Dit is altijd ter beoordeling aan het college.

  • 3.

    Weigering van toegang tot schuldhulpverlening gaat altijd gepaard met een beschikking, als bedoeld in artikel 4a van de Wet.

Artikel 8 Beëindiging

  • 1.

    Een schuldhulpverleningstraject eindigt van rechtswege in geval van overlijden van cliënt.

  • 2.

    Het college besluit tot beëindiging van een schuldhulpverleningstraject:

    • a.

      bij het succesvol afronden van een schuldhulpverleningstraject;

    • b.

      indien cliënt zelf verzoekt om beëindiging van een schuldhulpverleningstraject.

  • 3.

    Het college kan besluiten tot beëindiging van een schuldhulpverleningstraject:

    • a.

      Indien cliënt de voor de voortzetting van zijn schuldhulpverleningstraject van belang zijnde gegevens of gevraagde bewijsstukken niet (tijdig) of onvolledig heeft verstrekt en dit de cliënt te verwijten valt;

    • b.

      Indien cliënt niet voldoet aan het schuldhulpverleningstraject verbonden voorwaarden of verplichtingen, zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels;

    • c.

      Indien cliënt na aanvang van het schuldhulpverleningstraject nieuwe schulden heeft gemaakt, zonder vooraf toestemming te hebben gevraagd en verkregen;

    • d.

      Indien cliënt anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het schuldhulpverleningstraject;

    • e.

      Indien tijdens het schuldhulpverleningstraject blijkt dat cliënt niet langer tot de doelgroep behoort dan wel aan het licht komt dat één van de weigeringsgronden zoals artikel 7 alsnog van toepassing zijn op cliënt.

    • f.

      verzoeker verhuist naar een andere gemeente, tenzij er sprake is van een lopende schuldregelingstraject;

    • g.

      de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer) passend of noodzakelijk is.

  • 4.

    Het college stelt cliënt, alvorens tot beëindiging als bedoeld in het vorige lid te besluiten, in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn te reageren om het verzuim te herstellen dan wel te reageren op hetgeen is geconstateerd.

Artikel 9 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1.

    Het college kan op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op alle omstandigheden, gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels ten gunste van de cliënt, indien onverkorte toepassing daarvan leidt tot onredelijke of disproportionele gevolgen of als zeer dringende redenen daartoe noodzaken.

  • 2.

    In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college via bestuurlijke besluitvorming.

Artikel 10 Klachtenprocedure

  • 1.

    Op klachten is de klachtenprocedure van de gemeente van toepassing.

  • 2.

    Klachten worden afgehandeld door de gemeente in samenspraak met de uitvoerder.

  • 3.

    In afwijking van het vorige lid kan een klacht geen betrekking hebben op:

    • a)

      een besluit van het college waartegen aanvrager of belanghebbende een bestuursrechtelijk bezwaarschrift kan of had kunnen indienen bij het college; of

    • b)

      een aansluitend besluit van het college op een bezwaarschrift; of

    • c)

      een aansluitend besluit van de bestuursrechter in beroep of hoger beroep.

Artikel 11 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie.

  • 2.

    De ‘Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2023 worden ingetrokken.

Artikel 12 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026’.

 

Aldus besloten door het college van Burgemeester en wethouders d.d. 2 september 2025,

de secretaris,

mr. drs. F.P. van der Linden

de burgemeester,

drs. C. Pille

TOELICHTING  

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Begrippen die in onderhavige regeling worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de wet. Daarom worden bepaalde begrippen niet opnieuw gedefinieerd. Waar bepaalde begrippen wel nadere definiëring behoeven zijn deze opgenomen in dit artikel.

 

Lid 2 onder o: nieuwe schulden. Niet alle schulden die tijdens een traject voor het eerst binnenkomen zijn aan te merken als nieuwe schulden. Een schuldhulpverleningstraject mag daarom niet zonder meer worden beëindigd. Er dient altijd een belangafweging te worden gemaakt. Hierbij moet in de belangenafweging naast een beoordeling van de gevolgen voor de schuldeisers en de mate van verwijtbaarheid van belanghebbende eveneens worden nagegaan of de beëindiging tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid zal leiden.

 

Schulden bij de Belastingdienst worden niet als nieuwe schuld aangemerkt als ze zijn ontstaan door terugvordering van toeslagen die voor de aanvang van het traject schuldregeling zijn verstrekt, en de reden van de terugvordering niet is gelegen in het handelen of nalaten van de belanghebbende na de start van het traject. Ook een eindafrekening van de energiemaatschappij of waterbedrijf wordt normaliter niet aangemerkt als een nieuwe schuld omdat hiervoor geldt dat het voor een afnemer van energie of water op voorhand niet altijd duidelijk is of hij moet bijbetalen of geld terugkrijgt.

 

Artikel 2 Doelgroep

Een voorwaarde is dat de inwoner bij een gemeente staat ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens. Dit volgt uit artikel 1 Wgs. Ook moet sprake zijn van een rechtmatig verblijf in Nederland. Dit volgt uit artikel 3 lid 4 Wgs. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen waaronder zelfstandige ondernemers. Schuldhulpverlening aan zelfstandige ondernemers vereist een bepaalde expertise omdat de afwikkeling van dergelijke schuldendossiers complex van aard zijn vanwege de verwevenheid in de privé situatie en de zakelijke kant. De specialistische schuldhulpverlening dient daarnaast te beoordelen of de onderneming levensvatbaar is en afhankelijk daarvan wordt passende ondersteuning geboden. Grofweg zijn er twee oplossingsrichtingen:

  • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) in geval van levensvatbaarheid van de onderneming;

  • Schuldhulpverlening of beëindigen van de onderneming indien deze niet meer levensvatbaar is.

De hulp aan zelfstandige ondernemers wordt, indien nodig, in opdracht van de gemeenten door een externe uitvoerder geboden. Ondernemers met zakelijke schulden voortvloeiend uit Bv’s, Holdings of andere rechtsvormen waar geen privé aansprakelijkheid voor geldt komen niet in aanmerking voor schuldhulpverlening.

 

Artikel 3 vroegsignalering

Het college ontvangt van de vier vaste laten partners (verhuurder, zorgverzekeraar, water- en energieleveranciers) signalen van betalingsachterstanden van onze inwoners. Dit kunnen enkelvoudige of meervoudige (gecombineerde) signalen zijn. Een enkelvoudige melding betreft één signaal van één signaalpartner. Een meervoudig signaal kan twee maanden achterstand betreffen bij één signaalpartner, of één maand betalingsachterstand bij meerdere signaalpartners.

We prioriteren de meldingen conform bestaand beleid en afhankelijk van de prioritering nemen we contact op met de inwoner via brief, e-mail, telefoon of huisbezoek. Het staat de inwoner vrij om in te gaan op ons aanbod. Een aanbod tot schuldhulpverlening kan mondeling of schriftelijk tot stand komen.

 

Artikel 4 Aanbod schuldhulpverlening

Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht de cliënt een duurzame oplossing te bieden en de cliënt financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In lid 3 worden voorbeelden genoemd van producten en diensten die ingezet kunnen worden naar gelang de situatie van de client en ter beoordeling van het college. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling, schuldregeling zonder afloscapaciteit of nazorg.

 

Schuldhulpverlening gaat echter verder dan alleen het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en blijft en er sprake is van structureel financieel gezond gedrag zodat kans op herhaling wordt voorkomen. Daarom is in lid 3 ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten kan bestaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomens verhogende voorzieningen wordt verstaan. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten en het bieden van een vorm van budgetbeheer.

 

Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit het gesprek met cliënt kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat cliënt ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding. Bij flankerende hulp vindt afstemming en samenwerking plaats tussen de schuldhulpverlener de betrokken professionals voor de andere leefgebieden.

 

In lid 4 is wel geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de cliënt, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort.

 

In lid 6 is opgenomen dat de geboden schuldhulpverlening voldoet aan de gedragscode van de NVVK en aan de landelijk vastgestelde elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening. De elementen van de basisdienstverlening betreft bestuurlijke afspraken zoals overeengekomen door VNG, NVVL, ministerie van SZW en Divosa. De basisdienstverlening heeft ten doel in elk gemeente en kwalitatief goede schuldhulpverlening te bieden die toegankelijk is en die uit minimaal dezelfde elementen bestaat.

 

Artikel 5 Wacht- en doorlooptijden

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 6 Verplichtingen voor cliënt

Dit artikel behoefte geen toelichting.

 

Artikel 7 Weigering

Lid 1 onderdeel b: hiermee wordt bedoeld factoren die in de persoon zijn gelegen die belemmerend werken tijdens een schuldhulpverleningstraject. Dit kan bijvoorbeeld een (nog niet onder behandeling zijnde) verslaving zijn, of verkwisting.

Lid 1 onderdeel c: het gaat om gedragingen waaruit blijkt dat cliënt niet wil meewerken aan het schuldhulpverleningstraject. Dit kunnen mondelinge dan wel schriftelijke uitingen zijn van weigering of uitingen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat cliënt onvoldoende gemotiveerd is.

Ook kunnen er situaties bestaan waarin hij zijn beschikbare middelen niet wil gebruiken ter delging van de schulden. Dit betreft de situatie waarin cliënt niet noodzakelijke uitgaven doet of weigert zijn uitgavenpatroon aan te passen, dan wel naar vermogen inspanningen te verrichten om het inkomen te verhogen.

 

Een weigeringsbesluit betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb).

 

Artikel 8 Beëindiging

Leden 1 en 2: de beëindigingsgronden onder voorgenoemde leden behoeven geen nadere toelichting.

Lid 3: onderdelen a tot en met g beschrijven situaties die tot een voortijdige beëindiging van schuldhulpverlening kunnen leiden.

 

Een beëindigingsbesluit betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb).

 

Artikel 9 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen ten gunste van de cliënt af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Het gebruiken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als regel. In het besluit moet duidelijk worden aangegeven waarom in een bepaalde situatie wordt afgeweken van de geldende beleidsregel.

 

Artikel 10 Klachtenprocedure

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 12 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Naar boven