Verordening tot wijziging van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vught 2015

De raad van de gemeente Vught;

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21.01.2025

 

Overwegende

  • -

    dat de raad heeft besloten dat de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor individuele inkomenstoeslag verhoogd is naar 130 % van de bijstandsnorm;

  • -

    dat de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vught 2015 hiervoor moet worden aangepast;

Besluit vast te stellen:

 

De Verordening tot wijziging van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vught 2015

Artikel I Wijzigingen

A. Artikel 1 Begrippen komt te luiden als volgt:

 

Artikel 1 Begrippen

  • 1.

    Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      inkomen:

      • 1°.

        totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen als ‘de referteperiode’, en;

      • 2°.

        de algemene bijstand;

    • b.

      peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt;

    • c.

      referteperiode: periode van 3 jaar voorafgaand aan de peildatum;

    • d.

      ten laste komend kind: het kind als bedoeld in artikel 4, aanhef, en onderdeel e, van de Participatiewet.

B. Artikel 2. Indienen verzoek komt te luiden als volgt:

Artikel 2. Indienen verzoek

Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier

 

C. Artikel 3. Langdurig, laag inkomen komt te luiden als volgt:

Artikel 3. Langdurig laag inkomen

Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als hij gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 130 % van de bijstandsnorm.

 

D. Artikel 5. Hoogte van de individuele inkomenstoeslag komt te luiden als volgt:

Artikel 5. Hoogte van de individuele inkomenstoeslag

  • 1.

    Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per twaalf maanden:

    • a.

      € 505 voor een alleenstaande;

    • b.

      € 644 voor een alleenstaande ouder

    • c.

      € 718 voor gehuwden.

  • 2.

    Wanneer een belanghebbende binnen de referteperiode, de inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening, slechts in beperkte mate overschrijdt (de zgn. “meerinkomsten”), dan is in afwijking van het bepaalde in artikel 3 toch sprake van langdurig laag inkomen en stelt het college de hoogte van de individuele inkomenstoeslag vast onder aftrek van deze meerinkomsten.

  • 3.

    Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Hierbij moet worden voldaan aan de eis dat het inkomen gedurende de referteperiode niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 4.

    Als één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de Participatiewet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op individuele inkomenstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Hierbij moet worden voldaan aan de eis dat het inkomen gedurende de referteperiode niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 5.

    Als in een gezin sprake is van één of meer jongeren van 18 tot 21 jaar, die op grond van leeftijd zijn uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, wordt de situatie van de overgebleven aanvragers behandeld conform het bepaalde in artikel 32, lid 3 en 4 van de Participatiewet. Hierbij moet worden voldaan aan de eis dat het inkomen gedurende de referteperiode niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  • 6.

    Voor toepassing van dit artikel is de situatie op de peildatum bepalend.

  • 7.

    De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen het wettelijk minimumloon per 1 januari van dat jaar en het wettelijk minimumloon van het daar aan voorafgaande jaar.

  • 8.

    Bij de jaarlijkse aanpassing zoals genoemd in lid 6 worden de bedragen afgerond op hele euro’s waarbij bedragen tot 50 eurocent naar beneden worden afgerond en bedragen vanaf 50 eurocent naar boven.

E. Artikel 8a Overgangsrecht komt te luiden als volgt:

Artikel 8a Overgangsrecht

Voor een alleenstaande met een inkomen tussen 130% van de bijstandsnorm en 110% van het wettelijk minimumloon gelden tot 1 januari 2026 de bepalingen van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Vught 2015, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze verordening, als toepassing van die regeling gunstiger is voor de alleenstaande dan deze regeling.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2024

Aldus besloten door de raad van de gemeente Vught

In zijn openbare vergadering van 13.03.2024

de waarnemend griffier,

M.M. Penders

de voorzitter,

R.J. van de Mortel

Naar boven