Gemeenteblad van Urk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2025, 477869 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Urk | Gemeenteblad 2025, 477869 | beleidsregel |
Beleidsplan Samen naar buiten - Spelen, sporten en ontmoeten in de openbare ruimte 2025-2035
op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 15 juli 2025
gezien het advies van commissie Wonen, Werken & Veiligheid d.d. 10 september 2025
In te stemmen met het voorstel om hiervoor €25.000,- te dekken vanuit het budget burgerparticipatie (kostenplaats 1560604), € 74.000,- te dekken vanuit het budget voor spelen (kostenplaats 1580700) en het resterende deel t.w.v. €24.000,-te dekken vanuit incidenteel beschikbaar zijnde middelen (externe cofinanciering).
Inleiding – Waarom nieuw speelbeleid?
Dit is het beleidsplan voor de openbare speel- en sportruimte in de buitenruimte van de gemeente Urk voor de periode 2025-2035. De gemeente heeft besloten tot het opstellen van dit nieuwe beleidsplan, omdat zij het belangrijk vindt dat er voldoende en goede openbare speel- en sport- en ontmoetingsplekken zijn voor haar bewoners. Tevens willen we nieuwe en duidelijke afspraken maken met partners zoals onze scholen en buurtverenigingen om samen te kunnen werken aan het verbeteren van het openbare speel- en sportaanbod in de buitenruimte.
Een goed beleidsplan voor de openbare speel- en sportruimte is belangrijk om de kwaliteit van de speelplekken en -toestellen, nu en in de toekomst, te waarborgen.
In dit beleidsplan staan richtlijnen voor de toekomstige (her)inrichting en uitvoering van alle speel- en sportplekken in de buitenruimte in beheer van de gemeente. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte (parken, natuurgebieden, hofjes, pleinen en straten). Niet-openbare voorzieningen zoals de sportverenigingen, vallen niet binnen dit beleid.
In 2025 is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de openbare speelruimte op Urk. Hierbij is zowel gekeken naar de huidige situatie als naar de waardering en behoefte vanuit de samenleving. Het onderzoek bestond uit:
De onderzoeksresultaten (zie bijlage 1 voor een samenvatting) vormen de basis voor dit beleidsplan. Na goedkeuring van dit beleidsplan wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin de exacte planning, benodigde budgetten en voorgestelde ingrepen op speelplekniveau worden opgenomen.
In dit document wordt meestal gesproken over speelplekken en speelruimte. Hiermee bedoelen wij zowel sport- als speelplekken of een combinatie van beide.
Om te kunnen bepalen welke aanpak nodig is om de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte op Urk te verbeteren, is het belangrijk om te bepalen waar we nu staan, welke visie we als gemeente hebben en welke kansen we zien. Dit hoofdstuk omschrijft dit én de keuzes die gemaakt zijn om tot dit nieuwe beleidsplan te komen.
Op Urk liggen 84 plekken met 464 speel- en sporttoestellen zoals een glijbaan, wip of kabelbaan. De plekken zijn van verschillend formaat: van een grote plek met aantrekkingskracht voor de hele wijk tot een enkel trapveldje.
Er zijn zo’n 60 buurtverenigingen actief in de gemeente. Een klein deel hiervan werkt mee aan het beheer van een speelplek.
Beoordeling huidig speellandschap
Het uitgevoerde onderzoek naar de huidige situatie op Urk laat de volgende resultaten zien:
In bijlage 1 wordt verder ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek.
Huidige budgetten zijn te klein: Er zijn jaarlijkse budgetten voor het onderhouden en vervangen van het speelruimteareaal beschikbaar. Deze budgetten zijn echter te summier om de vervanging van verouderde toestellen goed uit te kunnen voeren. Tot op heden is dit opgevangen door levensduurverlengend onderhoud uit te voeren. Dit is echter niet veel langer meer mogelijk omdat de maximale levensduur van toestellen bereikt is.
Aanschaf door buurtverenigingen: Buurtverenigingen schaffen regelmatig zelf speeltoestellen, ondergronden en straatmeubilair aan. Deze extra voorzieningen zijn positief voor de kinderen en andere bewoners uit de buurt maar zorgen er ook voor dat het beheren en vervangen van deze locaties erg kostbaar is. De gemeentelijke budgetten zijn niet groot genoeg om deze kosten op te kunnen vangen.
Gemeente Urk en haar partners werken samen aan een gezonde, veilige en kansrijke leefomgeving. Spelen en sporten dragen bij aan een positiever mentaal welbevinden. Daarom streven we naar een speelruimte die niet alleen bijdraagt aan de motorische, sociale, creatieve en emotionele ontwikkeling van kinderen, maar ook aan de gezondheid en het welzijn van alle inwoners. Een goed ingerichte openbare speel- en sportruimte stimuleert fysieke activiteit, wat essentieel is voor het voorkomen van chronische ziekten en het bevorderen van de mentale en fysieke gezondheid. Daarnaast bevordert het de sociale cohesie door ontmoetingsplekken te creëren waar mensen van alle leeftijden kunnen samenkomen. Groene en goed ingerichte speelruimtes dragen ook bij aan een klimaatbestendige en leefbare buurt, wat de algehele kwaliteit van leven verhoogt.
We vinden het daarnaast belangrijk dat inwoners en buurtverenigingen betrokken worden bij de inrichting van de openbare ruimte. Hiermee wordt er beter aangesloten op de wensen van inwoners en wordt het gebruik groter.
Met de volgende vier ambities willen we onze visie bereiken:
In het volgende hoofdstuk (Ambities en beleid), worden beschreven wat deze ambities inhouden en welke aanpak er nodig is om deze ambities te behalen. Deze aanpak is gebaseerd op enkele uitgangspunten;
De speelbuurt als uitgangspunt: Om te bepalen waar het huidige aanbod goed is en waar kansen liggen voor verbetering, is Urk voor dit beleidsplan opgedeeld in speelbuurten. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Binnen iedere speelbuurt kijken we naar het huidige aanbod en of deze een goede verdeling van buurtplekken en kleine speelplekken heeft én voldoende speelwaarde biedt. Dit wordt verder toegelicht in bijlage 3.
Wijzigingen in aanbod: Het is niet noodzakelijk om alle speel- en sportplekken te behouden zoals ze nu zijn. De huidige spreiding van speelplekken is juist te dicht in enkele buurten waardoor het beter is om plekken samen te voegen of om te vormen. Op basis van welke voorwaarden dit gebeurt, is te lezen in het hoofdstuk Kaders en werkwijze.
Ruimte voor DURF: Programma DURF richt zich op het voorkomen van alcohol, drugs en tabak gebruik door jongeren door een leefomgeving te vormen waarin ze gelukkig en gezond kunnen opgroeien. De openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte moet dit programma letterlijk de ruimte bieden door speel-, sport- en ontmoetingsplekken zo in te richten dat ze aantrekkelijk zijn voor jongeren en geschikt zijn voor het organiseren van activiteiten. Niet alleen vanuit programma DURF maar ook vanuit Caritas.
Meer dan het spelende kind: Dit beleidsplan richt zich op de formele speelruimte in beheer van de gemeente: de speel- en sportplekken met toestellen en richt zich daarmee voornamelijk op het spelende kind. Speel- en sportplekken worden echter ook gebruikt door andere doelgroepen: jongeren, volwassenen en senioren. Zij hebben vaak ook andere behoeften dan het spelende kind. Zij krijgen daarom ook een plek binnen onze ambities.
Om onze visie voor de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte te bereiken hebben we vier ambities opgesteld. In dit hoofdstuk lichten we toe wat deze ambities inhouden en welke ingrepen we hiervoor moeten uitvoeren.
De acties die worden voorgesteld binnen deze ambities (aanpak) sluiten aan op de resultaten uit het participatietraject en de wensen vanuit de raad. Een deel van deze acties is volledig uitvoerbaar binnen het huidige vervangingsbudget (anno 2025) en is aangegeven met een duimpje:
Andere voorgestelde acties zijn een wens en zijn op dit moment niet, of slechts deels, uitvoerbaar binnen de huidige beschikbare budgetten. Hiervoor is dus aanvullend budget nodig.
Deze ingrepen worden aangeduid met een euroteken:
Alle locatiegerichte acties zijn terug te vinden op de uitvoeringskaart in bijlage 2. Dit is een voorstel, gebaseerd op de uitkomsten uit het participatie- en onderzoektraject. Op de kaart is opgenomen welke locaties we voorstellen voor omvorming, verkleining en uitbreiding. Maar ook de locaties waar een impuls op het gebied van sport, spel, vergroening en inclusie wenselijk is.
Ambitie 1 - Een divers en uitdagend speellandschap
Verschillende leeftijden vragen om verschillende speel- en beweegmogelijkheden. In iedere buurt moet er voor een brede leeftijdsgroep een passend speelaanbod met voldoende uitdaging zijn. Ook willen we dat de spreiding van de speelplekken goed is en dat ieder kind veilig bij een geschikte speelplek kan komen. Door meer diversiteit in het speelaanbod aan te brengen worden kinderen gestimuleerd om buiten te spelen en verschillende speelplekken te ontdekken. Inrichtingskaders zorgen ervoor dat speelplekken een passende inrichting krijgen en dat het vervangen van speelplekken niet te kostbaar wordt.
Speelbuurtgerichte aanpak: De herinrichting van speelplekken wordt zo veel mogelijk uitgevoerd per speelbuurt. Bij deze herinrichting wordt rekening gehouden met (reeds aanwezige) speelwaarden op de speelplekken in de speelbuurt. Hierbij houden we ook rekening met de Schijf voor Vijf van Buitenspelen. (Zie bijlage 3 voor meer informatie over de speelbuurt en de Schijf van Vijf voor Buitenspelen)
Toepassen inrichtingskaders: Alle speelplekken bij (her)inrichting voldoen aan de kaders voor inrichting. Deze kaders houden rekening met een inrichting die past bij de beoogde doelgroep. Deze kaders gelden voor zowel de gemeente als voor externe partijen die bij uitvoering betrokken zijn (o.a. de buurtverenigingen). In bijlage 4 staan de inrichtingskaders van de verschillende typen speelplekken.
Verbeteren spreiding: In speelbuurten waar de spreiding van de speelplekken niet goed is (te weinig of juist te veel plekken), wordt kritisch gekeken naar het netwerk. Om dit netwerk te verbeteren zullen speelplekken aangelegd of opgewaardeerd worden maar ook verkleind of omgevormd.
Aanleggen speelroutes: In wijken met weinig of moeilijk te vinden speelplekken gaan we speelroutes aanleggen die speelplekken met elkaar verbinden.
Als in omliggende speelplekken al schommels staan, kan een slingertouw een geschikt alternatief zijn.
Een speelroute bevat elementen die spel en beweging stimuleren. De route verbindt verschillende speelplekken en schoolpleinen met elkaar.
Ambitie 2 - Speel-, sport- en ontmoetingsruimte voor jong tot oud
De openbare ruimte is van iedereen en wordt zo ingericht dat deze uitnodigt om te spelen en bewegen; van jong tot oud. Op onze speel-, sport- en ontmoetingsplekken wordt dit zichtbaar door het sportaanbod meer divers te maken én door plekken groen en multifunctioneel in te richten.
Meer diversiteit aanbrengen in het sportaanbod: Op speel- en sportplekken kiezen we vaker voor moderne en alternatieve sportmogelijkheden zoals skaten, basketbal, jeu de boules en Urban Sports. Hiermee wordt het aanbod ook aantrekkelijker voor oudere doelgroepen.
Creëer groene speelplekken: Bij (her)inrichting kiezen we zo veel mogelijk voor natuurlijke ondergronden i.c.m. Tiger Mulch en het toevoegen van bomen en (bespeelbaar) groen. Dit is goed voor het klimaat en vergroot de verblijfswaarde van de speel- en sportplekken.
Meer ruimte voor ontmoeting: Op alle speel- en sportplekken gaan we meer ruimte voor ontmoeting bieden. Met meer zitgelegenheid, schaduw en kleurrijk groen zorgen we voor plekken waar ook ouders, verzorgers en ouderen graag verblijven en zo elkaar vaker zullen ontmoeten.
Aanleggen vier multifunctionele gemeenteplekken: Het Wilhelminapark, het Speelbos en twee nog nader te bepalen locaties, krijgen een inrichting die zich richt op een brede doelgroep (van 0 tot 100) en een combinatie biedt van spel, sport en ontmoeting.
We vergroten het aanbod voor jongeren (12+): Er worden 2 jongerenplekken aangelegd die een combinatie van sport en ontmoeting bieden. Daarnaast worden er, waar mogelijk en gewenst, sportvoorzieningen toegevoegd aan wijk- en buurtplekken die ook aantrekkelijk zijn voor jongeren (bijv. Calisthenics of 3x3 basketball).
Groene, multifunctionele locaties zijn aantrekkelijk voor een brede doelgroep en bieden ruimte om elkaar te ontmoeten en samen te spelen en sporten.
Een ontmoetingsplek met goede sportvoorzieningen stimuleert jongeren om meer te bewegen.
Ambitie 3 - Een inclusieve speel- en sportruimte
Iedereen is welkom in onze openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte. Ook inwoners met een lichamelijk en/of geestelijke beperking. Locaties moeten toegankelijk zijn en op de multifunctionele locaties ligt de nadruk op een inclusieve inrichting. Activiteiten die zich richten op samenspel- en sport, stimuleren het gebruik van deze toegankelijke locaties.
Oprichten inclusie/toegankelijksraad: Er zijn reeds plannen voor het oprichten van een inclusie- of toegankelijksraad. Deze raad besteedt dan ook aandacht aan het inclusiever maken van de speel-, sport- en ontmoetingsruimte. Deze raad bestaat uit (ouders van) inwoners met een beperking, welzijnswerkers en afgevaardigden van externe partners zoals de sportverenigingen en fysiotherapeuten. De raad onderzoekt welke inclusieve speel- en sport-wensen er zijn, toetst de locaties op de 100-70-50-richtlijn en zorgt dat inwoners met een beperking worden betrokken bij activiteiten en de (her)inrichting van speelplekken. Daarnaast kunnen zij het samen spelen en sporten promoten.
Jaarlijks inclusief activiteitenaanbod: In samenwerking met Caritas en de sportverenigingen, worden er jaarlijks minimaal 4 activiteiten georganiseerd die zich richten op samenspelen en -sporten. De activiteiten zijn gratis toegankelijk voor alle inwoners van Urk.
Een inclusieve inrichting van multifunctionele plekken en de grote sportplekken is de standaard: Toegankelijkheid en inclusie wordt standaard meegenomen in het ontwerp. Buurtplekken maken we (letterlijk) beter toegankelijk voor inwoners met een motorische beperking d.m.v. een brede ingang en verharde paden. Multifunctionele locaties en grote sportplekken worden inclusief ingericht waarbij we inzetten op samen spelen en sporten én rekening houden met meerdere beperkingen. Dit doen we door in te richten volgens de 100-70-50-richtlijn.
De Playgrounds hebben verstelbare basketbalpalen maar door de verhoogde ingang zijn ze (nog) niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
Inclusieve speel- en sportruimte richt zich niet alleen op kinderen maar op inwoners van alle leeftijden.
Inspiratiebeeld: Nijha & Straadbeeld
Ambitie 4 – Actieve participatie en samenwerking
Goede speel-, sport- en ontmoetingsruimte creëren we samen. De gemeente werkt samen met gemeentelijke partners om de inrichting en gebruik van de openbare speel- en sportruimte zo goed mogelijk te laten passen bij Urk en haar inwoners. Inwoners mogen ook zelf meedenken en initiatieven aandragen.
Overeenkomsten met buurtverenigingen: Buurtverenigingen zijn en blijven actief in de speeltuinen. Zij organiseren bijvoorbeeld activiteiten en/of houden de speeltuinen netjes. Verenigingen mogen ook geld inzamelen om toestellen en meubilair toe te voegen aan een speeltuin maar moeten zich hiervoor wel aan enkele afspraken en kaders houden die worden opgenomen in een overeenkomst en een stappenplan (zie hoofdstuk Kaders en werkwijze). Wanneer er geen buurtvereniging actief is, kan deze overeenkomst ook met groepjes bewoners afgesloten worden.
Gemeentebreed komen er richtlijnen voor de participatie: Deze zijn per type locatie opgenomen in de inrichtingskaders in bijlage 4.
Het volgen van een stappenplan voor initiatieven: Door het toestaan van initiatieven op of rondom speel- en sportplekken wordt de betrokkenheid en het eigenaarschap van bewoners vergroot. Betrokken bewoners en buurtverenigingen blijven hierdoor aangemoedigd om taken op zich nemen in aanleg, beheer en organisatie. Hierbij is wel van belang dat eventuele nieuwe speel- of sportvoorzieningen worden opgenomen in het beheerprogramma. Op pagina 14 is een stappenplan voor initiatieven opgenomen.
Alle schoolpleinen worden officieel openbaar: De hekken van nagenoeg alle schoolpleinen zijn op dit moment altijd geopend waardoor kinderen daar mogen spelen. We streven naar een overeenkomst met alle scholen waarmee alle schoolpleinen (en mogelijk ook de pleinen van de kinderopvang) formeel openbaar worden. Hier komt een financiële vergoeding tegenover te staan om de extra beheer- en vervangingskosten op te vangen.
Om te kunnen werken aan de ambities en acties uit het vorige hoofdstuk, is het van belang dat er duidelijke kaders worden opgesteld. Daarnaast is het ook belangrijk dat er een eenduidige werkwijze is die door iedere betrokkene binnen de gemeente wordt gevolgd. Door deze vast te leggen in dit beleidsplan, werken we gezamenlijk aan een betere openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte.
Herinrichting op buurt- en plekniveau
In de uitvoering is het waardevol om speelplekken in één keer volledig op te pakken en waar mogelijk meerdere tegelijkertijd, in plaats van toestellen en bijbehorende (val)ondergronden, één-op-één te vervangen. Daarmee wordt de relevantie voor bewoners om mee te denken vergroot én ontstaan er mogelijkheden om een plek echt een andere inrichting te geven en ingrepen uit te voeren die bijdragen aan het realiseren van de beleidsambities. Ook op buurtniveau wordt aangeraden ingrepen tegelijkertijd op te pakken. Hierdoor kunnen ingrepen beter op elkaar worden afgestemd, wat resulteert in lagere vervangings- en onderhoudskosten.
Wanneer het door beperkte budgetten niet mogelijk is om de plekken in één keer volledig op te pakken, worden de toestellen (en bijbehorende ondergronden) één op één vervangen wanneer deze zijn afgekeurd en niet meer te herstellen zijn (of de herstelkosten te hoog zijn).
Wanneer het gaat om een toestel op een speelplek die wordt omgevormd of verkleind, kan ervoor gekozen worden het toestel (en bijbehorende ondergrond) te verwijderen en niet te vervangen.
Op Urk zijn verschillende type speel- en sportplekken te vinden. In bijlage 4 zijn per type locatie kaders te vinden die bepalen hoe de inrichting van de locaties eruit moet zien en wat het bijbehorende richtbedrag is. Gemeente en buurtverenigingen moeten zich houden aan deze kaders.
Diversiteit in speel- en sportwaarden
Om de diversiteit in het speel- en sportaanbod te vergroten gaan we meer rekening houden met het aanbod in de gehele speelbuurt. Zowel bij het vervangen van een los toestel, als bij de (her)inrichting van een complete plek, wordt gekeken naar de speel- en sportwaarden op de omliggende speel- en sportplekken. Nieuwe toestellen moeten een aanvulling zijn op dit aanbod.
Combineren van toestellen en speelaanleidingen
Om nog meer diversiteit in het aanbod aan te brengen, werken we met een combinatie van speel-/sporttoestellen en (natuurlijke) speelaanleidingen. Hierbij kan men denken aan stapstammen, klimboomstammen, speelkeien en pleinplakkers. Deze aanleidingen zijn vaak eerder aan vervanging toe dan de reguliere toestellen. Hierdoor ontstaat ruimte om na enkele jaren de speelplekken een impuls te geven omdat er nieuwe en andere speelaanleidingen geplaatst worden. Een andere manier om meer diversiteit aan te brengen is door bespeelbaar groen aan te leggen op en langs de speelplekken. Kies hiervoor sterke planten en meerstammige boomsoorten.
Door het plaatsen van meer zitgelegenheid, schaduw en kleurrijk groen, op en naast onze speel- en sportplekken stimuleren we ontmoeting en vergroten we de verblijfswaarde. Bankjes en andere zitgelegenheden worden (deels) in de schaduw geplaatst. Op buurt- en centrale wijkplekken kiezen we vaker voor picknickbanken. In de volgende paragraaf gaan we verder in op het vergroenen van de openbare speel- en sportruimte.
Jongerenplekken worden specifiek voor (en samen met) jongeren ingericht en bieden altijd een combinatie van zitgelegenheid (bij voorkeur overdekt) en een sportvoorziening.
Een groene speelruimte levert een noodzakelijke bijdrage aan de bespeelbaarheid, leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en vergroot de diversiteit van het speelaanbod. Om die reden is het streven om minimaal 50% van een speelplek groen in te richten (natuurlijke ondergrond en beplanting). Dit groen is kleurrijk en voor minimaal 25% bespeelbaar.
Voor de bomen op de speelplekken hanteren we de landelijke richtlijn van het Norminstituut Bomen met minimaal 2,2 m³ boomkroonvolume (BKV) per m² landoppervlak.
Bomen en beplanting op en bij speelplekken zorgen niet alleen voor aangename plekken in hete zomers maar het bieden ook extra kansen voor nieuwe speelvormen- en omgevingen. Doorvrije beplanting en meerstammige bomen stimuleren spelen in het groen. Ook wadi’s (voor opvang van overtollig regenwater) kunnen voor extra speelwaarde op een speelplek zorgen. Vanwege veiligheid en onderhoud mogen er geen speeltoestellen in deze wadi’s geplaatst worden maar er kan wel gewerkt worden met speelaanleidingen zoals zwerfkeien.
Omvormen en samenvoegen van speelplekken
In wijken waar veel speelplekken dicht bij elkaar liggen gaan we speelplekken samenvoegen. Dit houdt in dat 2 speelplekken samengevoegd worden tot één grotere speelplek of dat we kleine speelplekken omvormen naar locaties zonder speeltoestellen. Kinderen worden zo gestimuleerd om naar andere speelplekken te gaan waardoor de kans groter is dat ze andere kinderen tegenkomen. Dit komt het samenspelen ten goede.
Om te bepalen welke plekken in aanmerking komen voor samenvoegen of omvormen, kijken we naar naast de hoeveelheid speelplekken in een speelbuurt ook naar de afstand tot andere speelplekken én het aanbod op omliggende speelplekken. Er moeten meerdere speelplekken op minder dan 200 meter afstand van elkaar liggen én op andere speelplekken in de speelbuurt voldoende speelaanbod zijn. Dit laatste houdt in dat er aantrekkelijke speelplekken zijn met meerdere speltypen (schommelen, balspel, klimmen, etc.) voor verschillende leeftijdsgroepen. Wanneer het speelaanbod te beperkt is (te weinig speelwaarden), worden één of twee locaties in de speelbuurt uitgebreider ingericht.
Bij het omvormen van speelplekken blijft de ruimte wel behouden en wordt deze, in overleg met de buurt, opnieuw ingericht. Dit kan met enkele speelaanleidingen zoals een klimboomstam of pleinplakkers, maar de locatie kan ook een andere functie krijgen zoals een ontmoetingsplek voor de buurt of een pluktuin. Het budget dat vrijkomt door speelruimte om te vormen, wordt ingezet op omliggende speelplekken.
In de uitvoeringskaart in bijlage 2 wordt een voorstel gedaan voor de locaties die omgevormd of samengevoegd worden.
Verkleinen en vergroten van speelplekken
Naast het omvormen of samenvoegen van speelplekken, wordt ook voorgesteld om enkele plekken te verkleinen of te vergroten. Het verkleinen van plekken gebeurt in wijken waar meerdere buurtplekken op minder dan 400 meter afstand van elkaar liggen. In dat geval wordt een buurtplek bij herinrichting, ingericht als kleine speelplek.
Het vergroten van speelplekken gebeurt als er in een speelbuurt geen of te weinig buurtplekken aanwezig zijn. Een kleine, centraal gelegen, speelplek met voldoende ruimte, wordt dan ingericht als buurtplek. Dit gebeurt altijd in overleg met omwonenden.
Ook voor de aanleg van de centrale wijkplekken heeft het de voorkeur om een bestaande plek te vergroten. Deze speelplek moet wel voldoende ruimte bieden, centraal liggen, goed bereikbaar zijn en op voldoende afstand van omringende woningen liggen om overlast te voorkomen.
Soms is het wenselijk om een nieuwe plek aan te leggen. Dit kan een speel- of sportplek zijn maar ook een jongerenplek of speelroute. De locatie en inrichting wordt altijd afgestemd met omwonenden en de beoogde doelgroep. Wel hanteren we daarbij altijd de inrichtingskaders uit bijlage 4.
Voor de aanleg van nieuwe locaties zijn (ten tijde van het schrijven van dit beleidsplan) geen financiële middelen beschikbaar. De benodigde budgetten moeten als losse investering worden aangevraagd. In het geval dat de nieuwe plek een initiatief is vanuit bewoners of een buurtvereniging, wordt verwacht dat zij zelf (grotendeels) de benodigde budgetten regelen.
De betrokkenheid van de buurt in de gemeente Urk is groot. Op een gedeelte van de speelplekken werken buurtverenigingen mee aan het beheer. Zij organiseren o.a. activiteiten, verrichten klein onderhoud en/of houden de speelplekken netjes. Veel buurtverenigingen zamelen ook geld in voor de aanschaf van extra toestellen, ondergronden en meubilair. Op dit moment is er nog geen formele taakverdeling tussen gemeente en buurtverenigingen. We werken toe naar de volgende taakverdeling:
De gemeente Urk vindt het belangrijk om helder te communiceren over haar beleid en de uitvoering. Wanneer er ingrepen zullen plaatsvinden zal de gemeente de betrokken buurtvereniging(en) daarvan via de mail en/of via de wijkbeheerder op de hoogte stellen. De buurtverenigingen zijn verantwoordelijk voor het up-to-date houden van de gegevens van de contactpersoon.
Wanneer de buurtverenigingen contact willen met de gemeente over zaken zoals de aanschaf van nieuwe toestellen of het doorgeven van schade, nemen zij contact op met de wijkbeheerder. De wijkbeheerder stemt vervolgens intern af met de afdeling Beheer en/of Spelen over de benodigde acties.
Het blijft toegestaan voor buurtverenigingen om geld in te zamelen voor de aanschaf van extra toestellen, ondergronden en meubilair. Zij volgen daarvoor het stappenplan uit bijlage 6. De verenigingen moeten zich hierbij aan de volgende kaders houden:
De plaatsing van toestellen, ondergronden en meubilair moet altijd goedgekeurd worden door de gemeente. Zij kijken of deze voldoen aan de vorige twee punten. Wanneer deze niet voldoen kan de aanschaf en plaatsing afgekeurd worden. Ook wanneer een speelplek verkleind of omgevormd wordt kan de gemeente de keuze maken om de plaatsing van een extra toestel niet toe te staan.
We adviseren buurtverenigingen om jaarlijks 4% van de aanschaf-waarde van de extra toegevoegde toestellen en ondergronden, apart te zetten voor de beheer en onderhoudskosten. De gemeente kan jaarlijks aanspraak maken op dit gereserveerde budget om hoge beheer- en onderhoudskosten aan deze toestellen en ondergronden op te vangen.
Tijdens het doorlopen van het stappenplan hebben de buurtverenigingen contact met de wijkbeheerder. De wijkbeheerder stemt het plan/initiatief intern af met de afdeling Spelen. Zij moeten goedkeuring geven voordat de buurtverenigingen verder mogen met de volgende stappen.
Om de spreiding van de speelplekken op Urk te verbeteren zullen een aantal speel- en sportplekken worden verkleind of omgevormd. Wanneer deze locaties in beheer zijn van een buurtvereniging zal de vereniging hiervan op de hoogte worden gesteld. Samen met de vereniging wordt dan gekeken hoe de nieuwe inrichting eruit kan zien.
Pleinen van scholen en kinderopvang
Scholen (basisonderwijs en voortgezet onderwijs) en kinderopvang geven aan positief te staan tegenover het openstellen van hun pleinen. Schoolpleinen zijn bekende en daarmee belangrijke speel, sport- en ontmoetingsplekken in de buurt en zullen in veel gevallen als buurtplek fungeren. Wanneer de pleinen onderdeel worden van de formele openbare speel- en sportruimte wordt het mogelijk om omliggende buurtplekken te herinrichten als kleine speelplekken.
Bij herinrichting van de schoolpleinen, blijven de school de belangrijkste stem hebben bij de keuze voor toestellen, ondergronden en andere inrichtingselementen. Omdat de pleinen als buurtplek gaan fungeren, is de gemeente wel betrokken bij het ontwerp- en inrichtingsproces en heeft het recht om bepaalde keuzes tegen te houden. Bijvoorbeeld het plaatsen van toestellen of ondergronden die vandalismegevoelig zijn of veel structureel onderhoud nodig hebben.
Bij het openstellen van de pleinen is het noodzakelijk dat er een overeenkomst wordt opgesteld waarin o.a. de verdeling van de beheer- en vervangingskosten, aansprakelijkheid en de taakverdeling tussen scholen en gemeente worden vastgelegd. Er zal nader onderzoek gedaan moeten worden om deze afspraken verder uit te werken tot een juridische overeenkomst.
Voldoende openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte is van groot belang. Het is de plek waar bewoners elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten en samen kunnen spelen en bewegen. In nieuwbouwwijken staat deze ruimte echter onder druk. We gaan waarborgen dat er ook in de toekomst voldoende (groene) ingerichte openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte is in alle wijken van de gemeente. We leggen daarom enkele verplichte kaders vast voor de inrichting van de openbare ruimte in onze nieuwbouwwijken. Deze zijn te vinden in bijlage 5.
Activiteiten voor alle inwoners
Urk heeft een sterk activiteitenprogramma. Caritas organiseert (in combinatie met andere organisaties binnen Urk) veel activiteiten voor kinderen en jongeren op het gebied van sport, spel en mentaal welzijn (o.a. Programma DURF!). We blijven dit stimuleren en houden bij de (her)inrichting van onze centrale speel- en sportplekken rekening met deze activiteiten. Bijvoorbeeld door behouden van voldoende vrije ruimte en door sportvoorzieningen aan te leggen die een hoge gebruiksdruk aankunnen.
Buurtverenigingen en individuele inwoners kunnen initiatieven aandragen voor de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte. Zoals de aanleg van een speelplek of kabouterpad of het plaatsen van een nieuw speeltoestel.
Voor het plaatsen van nieuw toestellen, ondergronden of straatmeubilair wordt het stappenplan uit bijlage 6 gevolgd. Voor andere initiatieven gebruikt men het stappenplan op de volgende pagina.
Wanneer een bewoner een initiatief wil aandragen in een buurt waar een buurtvereniging actief is, moet de bewoner de aanvraag in samenwerking met de buurtvereniging indienen.
Bij ieder initiatief is het belangrijk dat er voldoende draagvlak is onder bewoners en bij de gemeente. Initiatiefnemers zijn in bijna alle gevallen zelf (grotendeels) verantwoordelijk voor het inzamelen van voldoende financiële middelen. De gemeente draagt bij door grond beschikbaar te stellen en/of advies te geven.
Om speel- en sportplekken te creëren die passen bij de bewoners van Urk wordt actief ingezet op participatie. Buurtverenigingen en andere belanghebbenden worden op de hoogte gesteld van de plannen en kinderen, jongeren, volwassenen en senioren worden actief en tijdig meegenomen in het ontwerpproces. Hierbij moeten wel de kaders vooraf al duidelijk zijn. Waar kan over meegedacht worden? En wat is er bijvoorbeeld gezien het budget mogelijk? Door een goede participatie is niet alleen maatwerk mogelijk (wat is er nodig), maar is de betrokkenheid en het gebruik na realisatie over het algemeen beter. Bewoners kunnen ook na de aanleg, indien mogelijk en gewenst, een actieve rol spelen. Bijvoorbeeld bij het onderhoud van een speelplek of het bijhouden van de pluktuin.
De participatie gebeurt, waar mogelijk, door middel van bijeenkomsten op locatie. Indien dit niet mogelijk is zal de gemeente online mogelijkheden aanbieden. In de inrichtingskaders in bijlage 4 staat opgenomen welke participatievorm wordt ingezet en wie wordt uitgenodigd.
De gemeente vindt het belangrijk om goed met bewoners te communiceren over de aankomende veranderingen. Wijzigingen in de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte wordt centraal aangekondigd in de lokale media en inwoners in de omgeving van de speelplek krijgen een brief.
Naast een participatietraject over de uitvoering zelf (planvorming), is het belangrijk om bewoners (kinderen en volwassenen) ook goed voor te lichten over hoe de speelruimte beoordeeld wordt en hoe de keuze tot stand is gekomen. Dit is vooral van belang bij het samenvoegen van locaties.
Bewoners worden geïnformeerd over het tijdspad voor uitvoering (welke buurt is wanneer aan de beurt), maar ook naar de mogelijkheden van spelen zonder speeltoestellen.
Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen
Speelbeleid staat niet op zichzelf, maar wordt ontwikkeld in samenhang met ander gemeentelijk beleid en landelijke ontwikkelingen.
Verschillende beleidsterreinen hebben doelstellingen die raakvlak hebben met de ambities in dit speelruimteplan. Deze doelen vormen, samen met de uitkomsten van het onderzoek, de basis voor de ambities uit dit speelbeleidsplan.
Naast gemeentelijke doelen, zijn er ook landelijk vastgelegde vereisten waar de gemeente aan moet voldoen.
In verschillende gemeentelijke beleidsstukken is gezocht naar raakvlakken met de openbare speel- en sportruimte en overlappende ambities. De volgende beleidsstukken zijn meegenomen:
De landelijke vereisten waar de gemeente aan moet voldoen:
Coalitieakkoord & College Uitvoeringsprogramma
Openbare ruimte en speelplaatsen: In samenwerking met buurtverenigingen en inwoners wordt de inrichting en het beheer van de openbare ruimte verbeterd. Daarbij is extra aandacht voor speelplaatsen.
Voldoende bovenwijkse speelplaatsen waarbij sport- en speelmogelijkheden voor verschillende gebruikers. Kleinere wijkspeelplaatsen allen voor de jongste kinderen.
Verdrag voor de Rechten van het Kind
Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is echter wel een recht. Kinderen hebben, net als volwassenen, behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd.
Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS)
Het VN Verdrag Handicap bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking, met nadruk op toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het verdrag, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, verplicht overheden om deze principes in beleid en wetgeving te integreren en de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Artikel 30 benadrukt gelijke toegang voor kinderen met een handicap tot spel, recreatie, sport en ontspanning.
In de winter van 2024/2025 geeft een onderzoek plaatsgevonden ter voorbereiding op dit beleidsplan. Samen met bewoners en ketenpartners is de speel-, sport- en ontmoetingswaarde van de openbare ruimte in kaart gebracht en beoordeeld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek benoemd. Een uitgebreid overzicht van resultaten is te vinden in het, bij dit rapport behorende, onderzoeksrapport.
Speel- en beweegscan (veldwerk)
Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is per buurt een rondgang langs de speelplekken gemaakt. De gemeente heeft momenteel 84 speel- en sportplekken in beheer. Deze speel- en sportplekken zijn beoordeeld op diverse onderwerpen zoals aanbod, ligging en inclusiviteit. Ook is er naar de bespeelbaarheid van informele speelruimte gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen. De resultaten van dit veldonderzoek zijn verder uitgewerkt in het onderzoeksrapport (externe bijlage).
Kennis en ervaringen van bewoners is onmisbaar in een speelruimteonderzoek. Door middel van een online vragenlijst is de waardering van bewoners geïnventariseerd. De informatie over de vragenlijst en het gehele onderzoek is gedeeld via de digitale kanalen van de gemeente en via de scholen, buurtverenigingen en sportverenigingen. De vragenlijst is door bijna 400 bewoners ingevuld.
Om een goed beeld te krijgen van hoe en waar kinderen in de gemeente Urk spelen en sporten zijn er met twee basisscholen wijkwandelingen uitgevoerd. Per school liep een ‘expert-panel’ van +/- 10 kinderen mee die de wijk op hun duimpje kennen. Tijdens de wandelingen zijn de speeltuintjes, grasveldjes, bosjes, pleintjes en andere plekken bezocht waar kinderen vaak spelen. Kinderen hebben verteld en laten zien hoe zij spelen, wat zij goed vinden en wat beter kan.
In samenwerking met jongerenwerk is een jongerenoverleg georganiseerd. Voorzien van speelruimtekaarten hebben jongeren gebrainstormd over hoe zij gebruikmaken van speel- en sportplekken en wat er nodig is om de openbare ruimte beter op hen af te stemmen. Aan dit overleg namen zo’n 40 jongeren deel tussen de 12 en de 20 jaar oud.
Werksessie schoolbesturen en kinderopvang
Op 14 maart 2025 is een overleg georganiseerd met verschillende schoolbesturen en kinderopvangorganisaties binnen de gemeente Urk. Tijdens dit overleg is gesproken over de rol van de schoolpleinen binnen het speel- en sportaanbod, het mogelijk openbaar stellen van de pleinen én het stimuleren van buiten spelen en sporten.
Bijeenkomst voor buurtverenigingen
Op 14 maart 2025 zijn alle buurtverenigingen binnen de gemeente uitgenodigd om aanwezig te zijn tijdens een bijeenkomst op het gemeentehuis. Tijdens deze bijeenkomst zijn zij geïnformeerd over het nieuwe beleidsplan en mochten zij meedenken over de rol van de buurtverenigingen op de speelplekken die zij beheren.
De gemeente telt 84 formele, openbare speelplekken met speel- en sporttoestellen. Het aanbod bestaat uit:
Pleinen van scholen en kinderopvang
De gemeente Urk heeft op dit moment ruim 21.000 inwoners (peildatum, november 2024). Circa 37% van alle inwoners is jonger dan 20 jaar. Aan de hand van de huidige demografische gegevens kunnen we globaal zien hoeveel kinderen en jongeren er gebruik maken van de speel- en sportplekken. Deze berekeningen houden echter geen rekening met gastouders, oppasopa's en -oma's, scholen en kdv's die van speelplekken gebruik maken. Om het gebruik van een speelplek goed te kunnen bepalen is het daarom altijd noodzakelijk om met omwonenden in gesprek te gaan.
De ingrepen die staan aangegeven op deze uitvoeringskaart zijn een voorstel en liggen niet vast. Op de kaart is opgenomen welke locaties we voorstellen voor omvorming, verkleining en uitbreiding. Maar ook de locaties waar een impuls op het gebied van sport, spel, vergroening en inclusie wenselijk is. De daadwerkelijke ingrepen worden bepaald in overleg met bewoners.
Om de huidige speelruimte te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen is het onderzoek opgebouwd volgens de stappen van het Speelbuurtmodel. Dit betreft zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve beoordeling van de openbare speel- en sportmogelijkheden. Om het model van de speelbuurt toe te passen kan elke speelbuurt apart doorgelicht worden aan de hand van 4 stappen:
Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn vaak barrières voor kinderen en vormen daarmee afgebakende gebieden die we speelbuurten noemen.
Binnen deze speelbuurten moet steeds worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan een goede speelruimte. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid en grootte van de speelvoorzieningen. Een speelbuurt komt soms overeen met de buurtindeling die de gemeente zelf al hanteert, maar is vaak ook iets kleiner.
In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter van hun woning speelruimte moeten kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt. In een grote speelbuurt van minstens 10 hectare moet minimaal 1 buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 300 meter waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken. Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere speelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 300 tot 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Een kleine speelplek heeft een actieradius van 150 meter.
In een kleine speelbuurt (<10 hectare) volstaat een netwerk van kleine speelplekken en is het niet nodig om te voorzien in een buurtplek. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van kleine speelplekken.
Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 200 meter van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken).
Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan is het aanvullend op de buurtplek óók nodig om in een netwerk van kleine speelplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken.
Stap 3: Schijf van Vijf voor Buitenspelen
Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweeg-/sportvormen aan te bieden.
In elke speelbuurt moet de schrijf van vijf aanwezig zijn, als deze vijf elementen aanwezig zijn binnen de speelbuurt, is er sprake van een rijk, gevarieerd aanbod. De Schijf van Vijf voor Buitenspelen bestaand uit de volgende elementen:
De traditionele speelplek: uitdagende speeltoestellen en ontmoeting.
Vieze knieën: bespeelbaar groen om lekker vies te worden.
‘t pleintje: verharde ruimte voor vrij spel, fietsen, steppen of knikkeren.
Het trapveld: ruimte voor sport, fysieke uitdaging en ontmoeting.
De speelroute: verbindende en veilige kindvriendelijke route door de buurt.
De verschillende elementen mogen verspreid worden, maar kunnen ook samenvallen op een centrale buurt- of wijkspeelplek.
Stap 4: Speelruimte per speelbuurt
Net als de speelbuurt kunnen ook de speelplekken zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context.
Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken (zie ook bijlage 4). Een kleine speelplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt.
De gemeente Urk beschikt over drie wijkplekken; Het Wilhelminapark, de Playground de Kotter en het Speelbos. Wijkplekken hebben een zeer grote aantrekkingskracht (bijzondere inrichting) of richten zich op een specifieke doelgroep (skatebaan, multi-sportkooi, natuurspeeltuin).
Verschillende typen plekken vragen om een verschillende inrichting. In deze bijlage lichten we per type locatie toe wat de kaders zijn voor de inrichting, budgetten en participatie.
Centrale wijkplek (gemeenteplek)
|
aanvulling op buurtplek, 1 op maximaal 150 meter van iedere woning |
|
|
toestellen voor 0 t/m 8 jaar, toestelaanbod in de speelbuurt moet afwisselend zijn |
|
|
voorkeur voor een groene inrichting maar een pleintje is ook mogelijk |
|
|
indien gewenst kan de plek ook een alternatieve inrichting krijgen zoals een pluk- of moestuin |
|
De gemeente Urk groeit. Er worden de komende jaren veel nieuwe woningen gebouwd en er zullen veel kinderen komen te wonen in onze (toekomstige) nieuwbouwwijken. De gemeente Urk vindt het belangrijk dat er een goed en uitdagend openbaar speel- en sportaanbod is. Ook in onze nieuwbouwwijken is dit van groot belang. De openbare ruimte staat echter onder druk. Woningbouw, parkeren en wateropslag vragen allemaal om voldoende ruimte en budget waardoor er vaak te weinig ruimte en budget overblijft voor spelen, bewegen en ontmoeten. In dit beleidsplan leggen we daarom enkele verplichte kaders vast voor de inrichting van de openbare ruimte in onze nieuwbouwwijken. Idealiter gelden deze kaders ook voor reeds bestaande wijken maar met name de ruimtelijks kaders zijn niet altijd toepasbaar binnen een bestaande wijk.
De speel-, sport- en ontmoetingsplekken moeten binnen 6 maanden, na oplevering van omliggende woningen, voltooid zijn. Wanneer er samengewerkt wordt met een buurtvereniging, mag van deze deadline afgeweken worden omdat de oprichting van een nieuwe buurtvereniging vaak enkele maanden duurt. Als alternatief kan er eventueel tijdelijke speelruimte gecreëerd worden.
Een grote speelplek moet aan de 100-70-50 richtlijn1 voldoen.
Wanneer er in een speelbuurt ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel-, sport- en ontmoetingsplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/of speltafels meegenomen.
Kaders voor beheer en vervanging
Op Urk zijn veel buurtverenigingen actief. Zij zetten zich in voor een aantrekkelijke en uitdagende speelruimte. Vaak willen zij extra toestellen, ondergronden en/of straatmeubilair plaatsen in onze speeltuinen. Het stappenplan in deze bijlage biedt hen handvatten tijdens het proces van aanvraag naar plaatsing en gebruik.
Dit stappenplan is ook te gebruiken door inwoners die zelf een aanvraag willen doen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-477869.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.