Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 477060 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2025, 477060 | beleidsregel |
Kadernota Subsidiebeleid Maastricht 2025
DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,
gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 22 april 2025, Afdeling Juridische Zaken, registratienummer 2025.01394;
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
Voor u ligt de Kadernota subsidiebeleid 2025 - 2028 van de gemeente Maastricht. Dit subsidiekader is geschreven vanuit de vraag hoe wij als gemeente zo goed mogelijk op een efficiënte, effectieve en integere wijze onze subsidiemiddelen inzetten. Het opstellen van een kadernota is een van de aanbevelingen van de Rekenkamer Maastricht. Daarnaast ontbreekt het inzicht en overzicht van alle verstrekte subsidies en hebben we nog onvoldoende zicht op het realiseren van maatschappelijke doelen.
Na de reorganisatie van het domein bedrijfsvoering is een centraal gepositioneerd team subsidies verantwoordelijk gemaakt voor het rechtmatig en doelmatig verstrekken van subsidies, zijn alle oude openstaande subsidies afgewikkeld en zijn diverse subsidieregelingen verbeterd en vele nieuwe regelingen opgesteld. Subsidies worden vanaf 2025 allemaal op een gestandaardiseerde wijze in het nieuwe workflowsysteem netjes afgewikkeld.
Met de voorliggende kadernota, inclusief de daarbijbehorende beleidsregel is het gemeentelijk subsidiebeleid en instrumentarium geactualiseerd en vastgelegd. Daarmee is ook uitvoering gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer.
Ik spreek mijn vertrouwen uit dat de gemeente Maastricht met dit instrumentarium de komende jaren vooruit kan en zorgt voor een rechtmatige, doelmatige en effectieve subsidieverstrekking.
1.1 Subsidies gemeente Maastricht
De algemene doelstelling van het subsidiebeleid in Maastricht is: organisaties en inwoners in staat stellen om met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van gemeentelijke beleidsdoelen, die zonder subsidie niet of niet geheel worden gerealiseerd. Jaarlijks verstrekt de gemeente Maastricht circa € 60 mln. aan subsidies. Maastricht kent een rijke schakering van professionele en vrijwillige organisaties op het gebied van onder meer openbare orde, werk en inkomen, sport, duurzaamheid, economie, zorg, gezondheid, integratie, cultuur en onderwijs. Deze organisaties kunnen met hun activiteiten bijdragen aan de realisatie van de maatschappelijke doelen die de gemeente Maastricht voorstaat en die van belang zijn voor haar inwoners. Ook natuurlijke personen kunnen bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke doelen, bijvoorbeeld op het gebied van kunst in de openbare ruimte en leefomgeving (bijvoorbeeld Burgerbegroting).
Ten aanzien van de reikwijdte van deze kadernota geldt dat het hierin geformuleerde subsidiebeleid beperkt is tot de circa € 60 mln. aan subsidies die de gemeente Maastricht jaarlijks verstrekt. Het beleid ten aanzien van leningen en garantstellingen, die als subsidie aangemerkt moeten worden, maakt geen onderdeel uit van deze kadernota. Dit beleid is beschreven in het Treasurystatuut Gemeente Maastricht (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR697997/).
1.2 Waarom een kadernota subsidiebeleid
Met deze kadernota subsidiebeleid wordt voor het eerst in één document het algemene en overkoepelende beleid voor subsidieverstrekking in de gemeente Maastricht vastgelegd. Het geeft de kaders en daarmee de doelstellingen en uitgangspunten weer van het Maastrichtse subsidiebeleid. Hiermee maken we het Maastrichtse subsidiebeleid helder, inzichtelijk en transparant voor alle organisaties en inwoners van Maastricht. Eerder beschikte Maastricht niet over een overkoepelend gemeentelijk subsidiekader.
Bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke doelstellingen
Met de kadernota subsidiebeleid wordt beoogd dat het subsidiekader bijdraagt aan de realisatie
van de volgende gemeentelijke doelstellingen (los van de beleidsinhoudelijke doelstellingen):
Opvolgen van de aanbevelingen van de rekenkamer
In 2021 heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar het gemeentelijk subsidiebeleid en hierover een
rapport uitgebracht . Het opstellen van deze kadernota is één van de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport. De inhoud van de kadernota geeft ook invulling aan de overige aanbevelingen. Een schematisch overzicht van hoe uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer is opgenomen in bijlage 1.
De gemeente Maastricht wil subsidies zo rechtmatig, efficiënt en effectief mogelijk inzetten zodat subsidies optimaal bijdragen aan het realiseren van de beoogde maatschappelijke en gemeentelijke doelen. Vanaf 2025 en zoveel eerder als mogelijk worden de kaders genoemd in de kadernota consequent toegepast. Samengevat:
2 Hoe ziet het wettelijk kader voor subsidieverstrekking eruit?
De Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Algemene subsidieverordening (Asv), specifieke subsidieverordeningen en subsidieregelingen vormen samen de wettelijke basis om subsidie te verstrekken.
Allereerst de vraag ‘wat is een subsidie precies?’ Artikel 4:21 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geeft de volgende definitie: “Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.”
Deze definitie geeft een viertal karakteristieken van subsidie:
Als een financiering voldoet aan deze criteria voor een subsidie, dan ís het een subsidie. Ongeacht de naam die aan de financieringsvorm is gegeven, zoals bijdrage, garantstelling, lening, sponsoring etc..
2.2 Wat zijn de algemene regels op basis van de Algemene wet bestuursrecht?
De Awb bepaalt grotendeels het wettelijk kader van het subsidiebeleid. Voor subsidieverstrekking is altijd een wettelijke grondslag nodig: “Een subsidie wordt slechts verstrekt op basis van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt” (artikel 4:23 lid 1 Awb). Voor gemeenten is dit wettelijk voorschrift een subsidieverordening of een subsidieregeling.
De enige subsidies die buiten deze verordeningen/subsidieregelingen om verstrekt kunnen worden zijn de subsidies genoemd in artikel 4:23 lid 3 Awb. Dat zijn:
2.3 Algemene subsidieverordening Maastricht (Asv)
In de Asv staan de algemene regels voor het verstrekken van subsidie. De Asv beschrijft de algemene randvoorwaarden waarbinnen subsidievertrekking kan plaatsvinden. Deze verordening geeft regels voor onder meer de bevoegdheden, de aanvraagtermijn, de gegevens die moeten worden ingediend bij de aanvraag, de weigeringsgronden en bepalingen over de verantwoording van de subsidie. Met deze regelgeving beoogt de gemeente subsidieverstrekking transparant, uniform en efficiënt te kunnen uitvoeren. In de afzonderlijke subsidieregelingen staat vermeld voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt en kunnen nadere specifieke voorwaarden en criteria worden opgenomen. In de Asv zijn de kaders zoals geformuleerd in hoofdstuk 3 van deze kadernota verwerkt.
2.4 Uitwerking in een subsidieregeling in beginsel vereist
Voor het verstrekken van subsidie moet de Asv meestal (behoudens de wettelijke uitzonderingsgevallen) verder worden uitgewerkt in een subsidieregeling. Alleen op die manier kan een subsidie gedetailleerd worden vormgegeven en worden bereikt dat voor alle belanghebbenden dezelfde regels gelden.
In een subsidieregeling wordt ten minste vastgelegd wie voor welke activiteiten subsidie kan aanvragen, welk(e) beleidsdoel(en) worden nagestreefd en aan welk maatschappelijk beleidsdoel de subsidie bijdraagt. Verder kan een subsidieregeling specifieke eisen bevatten die gelden voor de subsidieaanvraag, specifieke weigeringsgronden of verplichtingen voor de aanvrager, de beschikbare middelen en de wijze waarop deze worden verdeeld en de subsidieverantwoording. Dit wettelijk voorschrift geldt naast de algemene eisen die al van toepassing zijn op grond van de Awb en de Asv.
2.5 Specifieke subsidieverordeningen
Naast de Asv kunnen ook specifieke subsidieverordeningen door de raad worden vastgesteld. Dit gebeurt wanneer de beoogde subsidieverstrekking, het proces of de vereisten op een bepaald beleidsterrein te veel afwijken van de regels die in de Asv zijn neergelegd, of wanneer de wetgever dat vereist. In dat geval gelden de regels van die specifieke verordening en niet die van de Asv.
Naast de bovenstaande nationale regelgeving, zijn ook enkele onderdelen van het Europees recht relevant voor subsidieverstrekking. Specifiek gaat het om de regels voor staatssteun. Staatssteun is alleen rechtmatig als zij past binnen de Europese regels. Subsidieregelingen (en ook subsidieaanvragen) worden hieraan getoetst.
2.7 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) zijn gedragsregels die een bestuursorgaan moet hanteren bij subsidieverstrekking. Er zijn materiële geschreven en ongeschreven abbb die toezien op de rechtmatige inhoud van een besluit en formele geschreven en ongeschreven abbb die toezien op de rechtmatigheid van de besluitvormingsprocedure. Subsidieverstrekking en subsidieregeling worden altijd getoetst aan de abbb. Voorbeelden van deze abbb zijn onder andere het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel.
3 Het Maastrichtse Subsidiekader
Om de ambities geformuleerd in paragraaf 1.3 waar te maken, hanteren we in aanvulling op het wettelijk kader voor subsidieverstrekking een aantal specifieke Maastrichtse kaders die als uitgangspunt dienen. Deze zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt.
De gemeente Maastricht werkt op basis van één subsidieproces. Hiermee maken we subsidiesystematiek eenvoudiger, uniform en meer gericht op resultaat. Dit betekent in de eerste plaats dat voor zoveel mogelijk subsidies een subsidieregeling wordt opgesteld. Om uniformiteit te bevorderen in alle subsidieregelingen op basis van de Asv wordt verplicht gewerkt met een model subsidieregeling (het zogenoemde VNG-model). Naast uniformiteit maakt het model het opstellen van nieuwe subsidieregelingen eenvoudiger. Nog niet alle regelingen die al bestonden voor de reorganisatie zijn aangepast naar dit model.
Het model zorgt ervoor dat in alle nieuwe subsidieregelingen:
|
In alle nieuwe Maastrichtse subsidieregelingen staat het doel van de subsidie (concreet en meetbaar), de kosten die voor subsidie in aanmerking komen en de maximaal beschikbare subsidie. |
Een activiteit wordt slechts éénmaal per subsidieperiode door de gemeente gesubsidieerd.\
In de praktijk merken we op dat er in verschillende procedures tegelijkertijd subsidie wordt aangevraagd voor eenzelfde activiteit. Meestal komt dit door onzekerheid of een subsidie wordt verleend, waardoor er meerdere paden worden behandeld. De gemeente ziet erop toe dat een activiteit slechts éénmaal per subsidieperiode door de gemeente wordt gesubsidieerd. Het kan wel zo zijn dat een activiteit meerdere jaren achter elkaar wordt gesubsidieerd. Dat wordt per subsidieperiode (normaliter een jaar) bekeken.
Checks and balances in het proces van subsidieverstrekking
Na het vaststellen van een subsidieregeling door het college bewaken de beleidsafdelingen de inhoud, het budget en de te bereiken doelen. De afdelingen zijn eigenaar van de subsidieregeling. Het Team Subsidies vervult een centrale adviserende, controlerende en ondersteunende rol in het subsidieproces. Dit betekent dat alle subsidies via het Team Subsidies worden verleend en vastgesteld.
In het proces over de aanvraag wordt de betrokken beleidsmedewerker geadviseerd door het team subsidies over de subsidieverplichtingen en de wijze van verantwoording welke worden vastgelegd in de subsidiebeschikking. Daarnaast controleert een financial controller van de afdeling Financiën op het aanspreken van de juiste budgetten zodat niet de subsidie wordt verstrekt uit andere budgetten dan de budgetten die in het subsidie-workflowsysteem vooraf zijn vastgelegd. Alle handelingen die worden uitgevoerd tijdens het aanvraag- of verantwoordingproces worden vastgelegd. Op deze manier kan altijd nagegaan worden wie wanneer welke handeling of wijziging heeft verricht, of welk advies is verstrekt. Zowel het team Subsidies als de financieel controllers en de juristen zijn buiten de directe hiërarchische lijn van de betrokken beleidsafdeling georganiseerd (functiescheiding).
Integriteit gaat over eerlijkheid, over moreel de juiste keuzes maken en over transparant zijn in je handelen, maar ook betrouwbaar en aanspreekbaar zijn over wat je doet en waarom je iets doet. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat wij ieders rechten en (collectieve) belangen op een zorgvuldige manier behartigen. Integriteit is een belangrijk begrip in het subsidiebeleid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de integriteitsaspecten voor bestuurders, ambtenaren en subsidieaanvragers.
Voor zover de bevoegdheid subsidie te verstrekken is gemandateerd, worden subsidiebesluiten niet door één persoon genomen. Op elke verlening, vaststelling of weigering wordt minimaal het vier-ogenprincipe toegepast. Indien daar aanleiding toe is, wordt bij de beoordeling van subsidieaanvragen gebruik gemaakt van een interne of externe (advies)commissie met de benodigde deskundigheid en afstand.
Bij aanvraag van een subsidie of het indienen van een verantwoording wordt sterker de nadruk gelegd op het expliciet aangeven dat alle gegevens naar waarheid worden ingediend. Subsidieregelingen die zich daarvoor lenen vereisen specifieke bewijzen en/of verklaringen van derden zoals een onafhankelijk accountant.
Indien nodig wordt gebruik gemaakt van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). Op basis van deze wet kan een subsidie worden geweigerd of ingetrokken voor zover er een ernstige mate van gevaar is dat erop wijst dat de subsidie wordt misbruikt voor het benutten van crimineel vermogen of het plegen van strafbare feiten. Er dient een duidelijk verband te zijn tussen de te verlenen subsidie enerzijds en de strafbare feiten anderzijds.
De gemeente Maastricht vindt transparantie een belangrijk uitgangspunt bij subsidieverstrekking. Transparantie betekent dat voor iedereen duidelijk moet zijn welke subsidies beschikbaar zijn en wat het subsidiebeleid is. Het betekent ook dat voor iedereen inzichtelijk moet zijn aan wie hoeveel subsidie is verstrekt en waarvoor. Met deze kadernota wordt het Maastrichtse subsidiebeleid helder en inzichtelijk gemaakt. Met het vaststellen van subsidieregelingen wordt voor iedereen duidelijk voor welke activiteiten en doelgroepen subsidie beschikbaar is. De subsidieregelingen worden gepubliceerd opwww.overheid.nl en de gemeentelijke website.
Om inzichtelijk te maken welke subsidies zijn verstrekt aan wie, beschikt Maastricht over een subsidieregister dat staat gepubliceerd op https://subsidieregister.maastricht.nl.Dit subsidieregister geeft een overzicht van de subsidiedoelen, subsidieregelingen, verleende soorten subsidies, inclusief de vastgestelde bedragen. Het geeft een overzicht van de subsidies die zijn verstrekt vanaf Q2 2024. De website heeft een dynamisch karakter, waarbij het register elk kwartaal wordt geactualiseerd. Als duidelijk is geworden wat in het kader van de Wet open overheid (Woo) van subsidies actief moet worden geopenbaard, wordt (de werkwijze m.b.t.) dit register hierop aangepast.
Informatie over Maastrichtse subsidies op de gemeentelijke website
Op de website (https://subsidies.gemeentemaastricht.nl/) is een nadere uitleg te vinden over de stappen bij subsidieverlening, evenals links naar relevante juridische documenten zoals de Asv en de subsidieregelingen. Wanneer een potentiële aanvrager de website raadpleegt, wordt direct duidelijk welke subsidiemogelijkheden er zijn, of de termijn voor die subsidie nog openstaat, aan welke voorwaarden dient te worden voldaan en of, indien van toepassing, het subsidieplafond al is bereikt.
De gemeente Maastricht wil maatschappelijke organisaties en haar inwoners optimaal in staat stellen om met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van gemeentelijke beleidsdoelen.
Digitale interactie met subsidieaanvragers en -ontvangers
De belangrijkste verbetering die in het subsidieproces in de afgelopen Jaren is aangebracht is digitalisering van het hele werkproces inclusief de interactie met subsidieaanvragers en -ontvangers. Digitalisering van de interacties draagt bij aan gebruiksvriendelijkheid voor subsidieaanvragers en –ontvangers. Via het digitale portaal kunnen alle aanvragen en verantwoordingen worden ingediend en kan informatie over de voortgang van de afhandeling worden verstrekt. Dit digitale portaal is operationeel vanaf 2 april 2024.
|
We vragen niet meer verantwoording dan nodig is om de rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidie voldoende te borgen. |
Alleen verantwoorden wat nodig is (evenredigheidsbeginsel)
Het uitgangspunt is dat de subsidieontvanger niet meer gegevens hoeft in te dienen bij de verantwoording dan nodig is om een rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidiegelden voldoende te borgen. Bij het opstellen van nieuwe subsidieregelingen stelt het college vast welke wijze van verantwoorden voor die regeling voldoende is en welke gegevens moeten worden overgelegd. De wijze van verantwoording wordt in de subsidieregeling en/of de verleningsbeschikking vastgelegd.
De gemeente kan elke euro subsidie maar één keer uitgeven en dat vereist een efficiënte en doelmatige besteding. Dit vraagt om een onderbouwde keuze voor de inzet van een subsidie, een duidelijk afbakening van de subsidiabele kosten en het verbinden van consequenties aan de uitkomsten van evaluaties.
|
Voor ieder beleidsdoel wordt een afweging gemaakt welk instrument het meest geschikt is om het beoogde doel te realiseren. |
Voor ieder beleidsdoel moet een afweging worden gemaakt welk financieringsinstrument, subsidie of inkoop, het meest geschikt is om het beoogde doel te realiseren, tenzij de gemeente besluit het beleidsdoel zelf uit te voeren.
Als een financiering voldoet aan de criteria van art. 4:21 lid 1 Awb dan ís het een subsidie, ongeacht de naam die eraan is gegeven, zoals lening, bijdrage, garantstelling, etc. Wanneer een ‘subsidie’ voldoet aan de criteria van de ‘overheidsopdracht’/inkoop, dan valt het onder inkoop. In procedures zal een rechter toetsen aan onder andere de regels voor inkoop/aanbesteding en de Awb. In de praktijk is het vaak lastig te beoordelen of sprake in van subsidie of inkoop. Er bestaat namelijk een grijs gebied waarbij een keuze moet worden gemaakt voor ‘subidie’ of ‘inkoop’.
Op de zogenaamde Verwervingstafel kunnen door (beleids)medewerkers van de gemeente casussen worden ingebracht, indien er twijfel is of er sprake is van subsidie of inkoop. Hierbij zijn juristen van de Teams Inkoop en Subsidies betrokken. Gezamenlijk wordt dan gekeken wat de juiste/beste optie is in het specifieke geval. In bijlage 2 staan de verschillen tussen inkoop en subsidie en is een afwegingskader opgenomen. Dit afwegingskader wordt gemeentebreed gebruikt voor een onderbouwde instrumentkeuze.
|
Uitsluitend de noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte kosten voor de gesubsidieerde activiteit(en) die bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke doelen worden gesubsidieerd. |
Afbakening van subsidiabele kosten
De gemeente verstrekt in beginsel alleen subsidie voor de noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte kosten voor de gesubsidieerde activiteit(en) die bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke beleidsdoelen. Inkomsten uit de subsidiabele activiteit, zoals bijdragen van derden, worden in mindering gebracht op de kosten, tenzij in de subsidieregeling anders is bepaald.
In alle nieuwe subsidieregelingen wordt invulling gegeven aan ‘de noodzakelijk en redelijkerwijs gemaakte kosten’ door zo concreet mogelijk te omschrijven en af te bakenen welke kosten voor subsidie in aanmerking komen (subsidiabele kosten) en welke kosten niet.
In iedere subsidieregeling moet worden bepaald in hoeverre BTW van de subsidieontvanger in aanmerking komt voor subsidie. Hoofdregel daarbij is dat de gemeente geen BTW subsidieert, die door de subsidieontvanger in aftrek kan worden gebracht op basis van de Wet op de omzetbelasting 1968, dan wel gecompenseerd kan worden op basis van de Wet op het btw-compensatiefonds.
Daarnaast moet in iedere subsidieregeling worden bepaald of er en ‘zo ja’ welke loonkosten in aanmerking komen voor subsidie. Wanneer bij de bepaling van subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, geldt daarvoor de in de subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. De uurtarieven worden bepaald aan de hand van uniforme kostenbegrippen. De subsidieregeling geeft inzicht in de tarieven en kostenbegrippen. Dit tarief is in beginsel van kracht bij de bepaling van de subsidiabele kosten.
Voorts kunnen staatssteunregels voorwaarden bevatten over welke kosten voor steun in aanmerking komen. Daar wordt vooraf aan getoetst.
Consequenties verbinden aan evaluatie
Subsidieregelingen moeten minimaal eenmaal in de vijf jaar worden geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid. Wanneer uit de evaluatie blijkt dat de subsidie niet doelmatig is, of het doel dat met subsidie wordt nagestreefd niet langer financiële ondersteuning behoeft, moet de subsidieregeling worden gewijzigd of ingetrokken. Bij een evaluatie van de effecten kijken we niet alleen naar de vooraf bepaalde indicatoren, maar wordt ook bepaald welke overige factoren van invloed kunnen zijn geweest op het effect. Bij het vaststellen van de subsidie wordt zowel gekeken naar de mate waarin de beoogde effecten zijn gerealiseerd als in hoeverre dit aan de uitgevoerde activiteiten of aan externe factoren kan worden toegeschreven.
Bij het opstellen van nieuwe subsidieregelingen moet worden nagegaan of de betreffende subsidie ook kan bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, social return, inclusie, diversiteit en toegankelijkheid van activiteiten voor mensen met een beperking. Is dit mogelijk dan kunnen aan deze subsidie ‘extra’ verplichtingen worden verbonden ter bevordering van die doelstelling(en). Deze extra verplichtingen kunnen alleen betrekking hebben op de middelen waarmee of de wijze waarop de gesubsidieerde activiteit wordt uitgevoerd. Bovendien moeten deze verplichtingen redelijk zijn voor de subsidieontvanger en in verhouding staan tot de subsidie.
Maastricht wil alle mogelijkheden benutten om duurzaamheid te bevorderen. We dagen stichtingen, bedrijven en Maastrichtenaren uit om een bijdrage te leveren aan het verduurzamen van onze gemeente (groene daken, beperken van verharding etc.). Daarom wordt bij alle nieuwe of aan te passen subsidieregelingen nagegaan of aan de subsidie ‘extra’ verplichtingen kunnen worden verbonden ter stimulering van duurzaamheid.
Social return is een aanpak om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een verplichting tot social return is alleen mogelijk wanneer personele lasten onderdeel zijn van de subsidiabele kosten.
Toegankelijkheid van activiteiten
Alle activiteiten die de gemeente Maastricht subsidieert dienen, binnen de mogelijkheden die redelijk zijn voor de subsidieontvanger, ook toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking.
Maastricht wil alle mogelijkheden benutten om inclusie en diversiteit te bevorderen. We dagen stichtingen, bedrijven en Maastrichtenaren uit een bijdrage te leveren aan een inclusieve Maastrichtse samenleving. Bij alle nieuwe of aan te passen subsidieregelingen wordt bewust nagegaan of aan de subsidie ‘extra’ verplichtingen kunnen worden verbonden ter bevordering van inclusie en diversiteit.
3.7 Algemene weigeringsgronden
Subsidie wordt alleen verstrekt voor activiteiten die ten goede komen aan het verwezenlijken van gemeentelijke beleidsdoelen. Subsidieverstrekking moet altijd passen binnen het beleid van de gemeente. Hieronder worden twee algemene gronden om subsidie te weigeren toegelicht.
Activiteiten in strijd met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde
De gemeente Maastricht vindt dat organisaties die activiteiten verrichten die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde niet voor een subsidie in aanmerking komen. Een subsidie mag niet bijdragen aan ongewenste maatschappelijke activiteiten, waaronder in ieder geval discrimineren en haatzaaien worden verstaan.
Subsidie wordt alleen verstrekt voor redelijkerwijs te maken kosten. Dat betekent onder andere dat subsidie kan worden geweigerd wanneer de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden – hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden – kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken (artikel 9 lid 3 sub b Asv). Niet bij elke subsidie is het wenselijk om deze weigeringsgrond toe te passen. Als de uitvoering van de te subsidiëren activiteiten belangrijk is voor de gemeente en het de inschatting is dat zonder subsidie de activiteiten niet of in mindere mate worden uitgevoerd, ligt het voor de hand om het eigen vermogen (deels) buiten beschouwing te laten. Voorbeelden zijn een subsidie ter stimulering van maatschappelijke doelen als duurzaamheid of van economische ontwikkeling.
Deze weigeringsgrond kan bijvoorbeeld wel van belang zijn bij grotere, vaak meerjarige, subsidies in de exploitatielasten en bij subsidies die bedoeld zijn bepaalde activiteiten mogelijk te maken voor mindervermogenden. Bij de vermogenstoets wordt gekeken of de aanvrager voldoende eigen vermogen heeft om de activiteiten zelf geheel of gedeeltelijk uit te betalen. Bij de berekening van het eigen vermogen van rechtspersonen worden, naast het in de jaarrekening vermelde eigen vermogen, ook bestemmingsreserves en voorzieningen betrokken die naar het oordeel van de gemeente niet noodzakelijk zijn.
Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 21 oktober 2025.
De Griffier,
P. Peeters
De Voorzitter,
W.A.G. Hillenaar
4. Wie geeft uitvoering aan de kadernota?
In dit hoofdstuk worden de verschillende rollen en verantwoordelijkheden beschreven van bestuur en gemeentelijke organisatie bij het subsidieproces.
4.1 Kaderstellende rol raad versus uitvoering college
De gemeenteraad stelt de algemene kaders voor het subsidiebeleid en subsidieverordeningen vast en stelt gelden beschikbaar voor de uitvoering van het subsidiebeleid. In algemene zin controleert de raad het college op de uitvoering van het gemeentebeleid, en dus ook het subsidiebeleid.
Het college geeft uitvoering aan het subsidiebeleid enerzijds door het stellen van nadere regels (subsidieregelingen) en nader beleid (beleidsregels) anderzijds als bestuursorgaan dat subsidies formeel verleent en vaststelt. De praktische uitvoering is voor een groot deel gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. Het college blijft eindverantwoordelijk voor de uitvoering van het subsidieproces en dus ook voor het zorgvuldig beleggen van het proces binnen de ambtelijke organisatie. Tot slot neemt het college zelf een besluit over het verstrekken van incidentele subsidies (art. 4.23 lid 3 sub d Awb).
4.2 Wat doet de ambtelijke organisatie?
Het college heeft de feitelijke subsidieverstrekking voor een groot deel gemandateerd binnen de gemeentelijke organisatie. Mandaat is bedoeld voor vaak terugkerende gevallen. Op die manier wordt het besluitvormingsproces rondom individuele subsidies versneld. Het college blijft echter eindverantwoordelijk voor een goede uitvoering van het subsidieproces en daarmee voor toepassing van de Asv (of specifieke verordening) en toepassing van het merendeel van de in deze nota opgenomen kaders.
In onderstaande tabel is uitgewerkt hoe de beschrijving van formele rollen en verantwoordelijkheden zich vertaalt naar de drie basiselementen van het proces van subsidieverlening (aanvraag, verlening en vaststelling).
Het team Subsidies vervult in de gemeente een centrale adviserende, controlerende en ondersteunde rol in het subsidieproces. De adviserende functie heeft betrekking op het opstellen van subsidieregelingen, op de subsidieverlening en –vaststelling per gesubsidieerde instelling en op preventief en reactief onderzoek (scans naar de financiële gezondheid van instellingen en bij vermoedens van oneigenlijk gebruik van subsidies). Een afzonderlijke kwaliteitsmedewerker stelt rapportages op en dashboards samen ten behoeve van stakeholders/subsidieregeling-eigenaren. De ondersteunende functie heeft vooral betrekking op het beheren van informatie op de website www.maastricht.nl/subsidies, de centrale brievenbus/vraagbaak, coördinatie en publicatie van het subsidieregister, configureren van subsidieregelingen in het systeem, up to date houden van de website en het workflowsysteem en het geven van trainingen aan medewerkers en externe subsidieaanvragers.
4.4 Overige relevante functies/rollen
Onafhankelijk toezicht vindt eveneens plaats door Concerncontrol. De rol van concerncontrol is tweeledig: vanuit de wettelijke controletaak van de jaarrekening en onderzoek op specifiek verzoek van het college of de raad.
Bij de wettelijke controle van de jaarrekening wordt de financiële rechtmatigheid en de getrouwheid van de jaarrekening gecontroleerd. Zoals het naleven van relevante wet- en regelgeving, het Misbruik en Oneigenlijk beleid (M&O) en de begrotingsrechtmatigheid. Onderdeel van deze controle zijn steekproefsgewijze reviews op de kwaliteit van de werkzaamheden van instellingsaccountants waar de gemeente in belangrijke mate op steunt voor subsidievaststellingen.
Op verzoek van het college of raad kan concerncontrol financiële reviews uit bij gesubsidieerde instellingen. In de praktijk gaat het via beleidsafdelingen van diensten, ondersteund door het team Subsidies. Bijvoorbeeld ingeval van financiële problemen of vragen ten aanzien van het naleven van subsidieverplichtingen.
De Rekenkamer Maastricht tot slot, is onafhankelijk en onderzoekt of het college de feitelijke subsidieverstrekking binnen de kaders - die door de raad zijn gesteld - uitvoert. De Rekenkamer kan nagaan
of het college het geld van de gemeente goed besteedt. Ook kan zij kijken naar de bedrijfsvoering van bijvoorbeeld een Maastrichtse welzijnsinstelling. De Rekenkamer rapporteert de uitkomsten van het onderzoek aan de Raad. Die kan dan besluiten nemen of maatregelen treffen.
Bijlage 1: Stand van zaken aanbevelingen Rekenkamer uit 2022 “Subsidiebeleid gemeente Maastricht”
|
In de raadsvergadering van 20 december 2022 heeft de raad besloten de aanbevelingen in dit rekenkamerrapport over te nemen. |
|
|
Aanbeveling is om kaderstellende beleidsdocumenten op te stellen die het subsidiebeleid van de gemeente op hoofdlijnen beschrijven (waar onder de afweging tussen outcome/output/throughput en input van de subsidie én een duidelijke beleidsregel hoe te handelen als de doelstellingen niet worden bereikt) en waarmee tevens de instrumentafweging expliciet kan worden gemaakt en deze voor te leggen aan de raad. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Met de vaststelling van deze Kadernota Subsidiebeleid (en de beleidsregel), tezamen met de huidige Asv wordt voldaan aan deze aanbeveling. Daarmee zijn de spelregels inzake de gemeentelijke subsidieverstrekking actueel, volledig en duidelijk. |
|
De aanbeveling aan de raad is om het college te verzoeken om jaarlijks verslag te doen aan de raad over het subsidiebeleid, zowel financieel (begroot, realisatie, afwijkingen) als inhoudelijk (resultaten versus doelstellingen) en deze informatie meerjarig op te laten bouwen, zodat vergelijking met eerdere jaren inzichtelijk is (gaat het beter, gaat het minder en waar komt dat door?). Laat het college naast de presentatie van de ‘harde’ feitelijke informatie (zowel financieel als inhoudelijk) ook duiding geven aan deze informatie. Vraag dit bij voorkeur in de vorm van een afzonderlijk verslag (en niet als onderdeel van de begroting of jaarstukken) zodat de raad hier op een gepast moment gericht aandacht aan kan besteden en ook meerjarig inzicht kan worden gedeeld. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Met de Commissie Begroten en Verantwoorden willen we afspraken maken over de wijze van verslaglegging en de frequentie daarvan. We willen dit in de loop van 2026 gaan bespreken. In de Kadernota is opgenomen dat alle regelingen om de 5 jaar geëvalueerd dienen te worden (dit staat overigens ook in art. 4:24 Awb). Op basis daarvan besluit het college over wel of niet continueren van subsidieregelingen. |
|
Aanbeveling is om een set indicatoren te ontwikkelen, afgeleid van de maatschappelijke doelstellingen uit de begroting, die als hulpmiddel kunnen dienen om de doeltreffendheid van de subsidies te kunnen monitoren, vergelijken en beoordelen. Zodoende kan worden vastgesteld wat de bijdrage van (een) subsidieontvanger(s) is aan de door de gemeente geformuleerde maatschappelijke doelstelling en of een of meer subsidieontvangers meer of minder bijdragen dan een ander. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Het is wenselijk dat bij iedere nieuwe subsidieregeling een aantal inhoudelijke indicatoren door de vakafdeling wordt bepaald, zodat de doeltreffendheid van de subsidies kan worden gemonitord. |
|
Aanbeveling is om in de werkprocessen van de subsidieverstrekking periodieke evaluatiemomenten in te bouwen waar beoordeeld wordt of met het subsidie-instrument de doelen bereikt worden. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
|
|
Aanbeveling is om bij de verdere inrichting van een centraal subsidiebureau rekening te houden met een verdere uniformering, regulering en structurering van de subsidieprocessen. Betrek hierbij de volgende punten:
|
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
De werkprocessen inzake subsidies zijn ten behoeve van het voornoemde subsidiesysteem standaard en uniform ingeregeld met de benodigde functiescheiding en beheersmaatregelen. Met accountant zijn afspraken gemaakt omtrent de te trekken steekproef. De wethouder bedrijfsvoering is en blijft overkoepelend verantwoordelijk voor het algemene subsidiebeleid (Asv) en –processen inclusief de (doorontwikkeling van) advisering, ondersteuning/administratie en bewaking hieromtrent. De inhoudelijke afdelingen en in het verlengde daarvan de portefeuillehouders zijn en blijven inhoudelijk verantwoordelijk voor de afzonderlijke en inhoudelijke subsidieregelingen en verordeningen. En dus ook voor het realiseren van de beoogde doelen en effecten. Zij stellen de regelingen op samen met de jurist van het team subsidies. De budgethouder/manager van de inhoudelijke afdeling ondertekent de verlenings- en vaststellingsbeschikkingen. Het team subsidies als uitvoeringsorganisatie draagt zorg voor een correcte, doelmatige en rechtmatige afwikkeling van de verlenings- en vaststellingsaanvragen en ontzorgt daarmee de inhoudelijke afdelingen. |
|
Aanbeveling is om een subsidieregister te ontwikkelen dat voor iedereen (raad, burgers, bedrijven, instellingen) inzichtelijk maakt welke subsidies door de gemeente worden verstrekt en voor welke activiteiten. Het verdient daarbij de voorkeur dat de informatie op een zodanige manier wordt gepresenteerd dat deze ook be- en verwerkt kan worden. De rekenkamer verwijst hierbij ook naar de op 1 mei 2022 in werking tredende Wet open overheid (Woo) die de mogelijkheid geeft om de informatie over beschikkingen inzake subsidies aan anderen dan natuurlijke personen openbaar te maken in een voor personen elektronisch raadpleegbaar overzicht. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Om inzichtelijk te maken welke subsidies verstrekt zijn aan wie, beschikt Maastricht over een subsidieregister dat staat gepubliceerd op https://subsidieregister.maastricht.nl . Het geeft een overzicht van subsidies die zijn verstrekt vanaf Q2 2024. De voorwaarden van de Woo omtrent het openbaren van subsidies zijn nog niet definitief vastgesteld. Ook is de ingangsdatum voor deze categorie nog niet bekend. Wij blijven de landelijke ontwikkelingen volgen. Als de criteria bekend zijn, zullen we hiermee aan de slag gaan. |
|
Aanbeveling is om een overzichtelijke ‘subsidie-pagina’ op de website te maken en ervoor te zorgen dat deze goed vindbaar is met voor de hand liggende zoektermen. Gelet op de informatiebehoefte van mogelijke subsidie-aanvragers en met het oog op transparantie voor de burger pleit de rekenkamer er voor om de op te zetten subsidiepagina, al dan niet stapsgewijs, te verbreden zoals in dit onderzoek geschetst. |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Er is een inmiddels een gemeentelijke website actief waarop alle actieve subsidieregelingen en verordeningen zijn gepubliceerd. Voor alle aanvragers wordt duidelijk ‘of en zo ja’ onder welke voorwaarden men in aanmerking komt voor subsidies. Aangevraagde subsidies kunnen worden gevolgd met een eigen ‘mijn subsidie’ portal. |
|
Aanbeveling is om, als onderdeel van het verbetertraject, een procedure uit te werken die belangenverstrengeling en misbruik rond subsidieverstrekking zoveel mogelijk uitsluit en dit op alle niveaus te betrekken: ambtenaren, collegeleden, raadsleden en subsidie-aanvragers. Stel daarbij duidelijke regels en criteria op, publiceer dit duidelijk vindbaar voor de buitenwereld en leg hier verantwoording over af (transparantie). |
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Ten aanzien van deze aanbevelingen kunnen we opmerken dat in de nieuwe werkprocessen functiescheiding en beheersmaatregelen/controls zijn doorgevoerd. Daarmee wordt het risico verkleind. Voor ambtenaren en politici gelden aanvullend integriteitsvereisten en gedragscode. Voor subsidieaanvragers is ook expliciet in de Kadernota opgenomen dat de wet Bibob kan worden toegepast. |
|
|
|
Mate van opvolging door het college (stand 4e kwartaal 2024) |
Bij de inrichting en de implementatie van het subsidie-workflowsysteem met bijbehorende werkprocessen worden de subsidiedossiers eenduidig aangelegd waarbij alle informatie rondom aanvraag, verlening en vaststelling inclusief afwegingen, overwegingen en goedkeuringen zijn vastgelegd in het dossier en archiefwetwaardig gearchiveerd. |
Bijlage 2: Beleidsregel Subsidies gemeente Maastricht 2025
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Meldingsplicht: de plicht van de subsidieontvanger om bij burgemeester een wethouders te melden, indien aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het doel van de Wet Bibob is het voorkomen dat strafbare activiteiten door de overheid worden gefaciliteerd en/of dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt gebruikt. Deze wet voorziet in de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen te screenen aan de hand van een Bibob-toets en voorziet in een mogelijke weigerings- wijzigings- en intrekkingsgrond om crimineel misbruik te voorkomen.
Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies waarop de Asv van toepassing is.
Artikel 3. Afwegingskader subsidie of inkoop
Indien er discussie ontstaat naar aanleiding van het advies van de Verwervingstafel, dan zullen de (team)managers van het betrokken vakinhoudelijke team en de teams Subsidies en Inkoop in overleg treden om zodoende samen een uitkomst (uitvoeringsrichting) te bepalen. Indien deze managers het niet eens zijn, dan heeft de vakinhoudelijke manager de beslissende stem, vanwege diens verantwoordelijkheid voor de inhoud.
Hoofdstuk 2: Bevoorschotting en uitbetaling
Artikel 5. Bevoorschottingssystematiek en uitbetaling
De volgende categorieën zijn in dit kader te onderscheiden:
Subsidies van meer dan € 5.000,00
tot en met € 75.000,00 Bij subsidies van meer dan € 5.000,00 tot en met € 75.000,00 wordt bij de subsidieverleningsbeschikking in beginsel een voorschot verleend van 90%. Indien er in de subsidieregeling of de verleningsbeschikking andere afspraken staan (andere procentuele hoogte van het voorschot of andere bevoorschottingstermijnen), worden deze aangehouden.
Subsidies van meer dan € 75.000,00
Bij subsidies van meer dan € 75.000,00 kan een schema van de bevoorschotting worden opgenomen tot een maximum van 90%. De momenten van uitbetaling van de voorschotten worden dan opgenomen in de verleningsbeschikking. Indien er in de van toepassing zijnde subsidieregeling of de verleningsbeschikking andere afspraken staan, worden deze aangehouden.
Artikel 6. Aangepaste bevoorschotting
Hoofdstuk 3: Projectduurwijzigingen
Artikel 7. Te honoreren verzoeken projectduurwijziging
Bij een verzoek om een projectduurwijziging moet duidelijk zijn wat de reden is van het niet binnen de in de subsidiebeschikking opgenomen looptijd van het project kunnen realiseren van de beoogde resultaten. Verder moet duidelijk zijn binnen welke termijn realisatie van het project alsnog mogelijk is en of de oorspronkelijk met het project beoogde doelen en maatschappelijke effecten alsnog kunnen worden bereikt.
Projectduurwijzigingen worden toegestaan indien de wijziging van de geplande en in de subsidiebeschikking opgenomen looptijd niet verwijtbaar is aan de subsidieontvanger. Dit zal veelal het geval zijn indien de wijzigingen worden veroorzaakt door externe en onvoorziene, buiten de (directe) macht van de subsidieontvanger gelegen omstandigheden of actoren. Bij de afweging omtrent de mate van verwijtbaarheid zal de professionaliteit van de subsidieontvanger mee worden gewogen.
Artikel 8. Af te wijzen verzoeken om projectduurwijziging
Artikel 9. Samenloop met andere regels
Hoofdstuk 4: Sancties en handhaving
Sanctionering en/of handhaving dient een of meer van de volgende doelen te hebben:
Artikel 11. Interne controle en steekproef
Artikel 12. Integriteitsbeoordeling
Artikel 14. Preventief weigeren
Artikel 15. Intrekken of verlagen van de subsidie
Indien de subsidieontvanger zich niet aan de verplichtingen houdt die gesteld worden aan de subsidie, kan dit consequenties hebben voor het verleende c.q. vastgestelde subsidiebedrag. Het subsidiebedrag of een gedeelte hiervan kan worden teruggevorderd indien:
de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit gedeeltelijk niet realiseert, waardoor de aan de subsidie gekoppelde resultaatdoelstelling(en) gedeeltelijk niet gerealiseerd wordt/worden. In dat geval wordt de subsidie verlaagd met het kortingspercentage(s) of kortingsbedrag(en) zoals opgenomen in de verleningsbeschikking. Bij het ontbreken van een dergelijke korting, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken c.q. lager of op nihil vastgesteld, afhankelijk van de aard en de oorzaak van de afwijking (maatwerk);
de subsidieontvanger de overige verplichtingen, vastgelegd in de subsidiebeschikking, (gedeeltelijk) niet nakomt. De subsidie wordt in dat geval verlaagd met het kortingspercentage(s) dan wel kortingsbedrag(en) zoals opgenomen in de verleningsbeschikking. Bij het ontbreken van een dergelijke korting, afhankelijk van de aard en oorzaak van de afwijking, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken c.q. lager of op nihil vastgesteld (maatwerk).
In geval van (een groot vermoeden van) fraude wordt aangifte gedaan bij de politie.
Artikel 17. Citeertitel en inwerkingtreding
Bijlage 3: Afwegingskader subsidie - inkoop
Verschil tussen subsidie en inkoop
Een subsidie is een principieel andere vorm van financieren dan een overheidsopdracht (inkoop of aanbesteden). Bovendien geldt voor subsidies een ander rechtsregime dan voor inkoop. Bij geschillen zal de rechter daarom altijd nagaan of het feitelijk om een subsidie gaat of om inkoop, los van de naam die partijen aan de financiering geven. Als een ‘subsidie’ feitelijk als inkoop moet worden gezien, dan is het Burgerlijk Wetboek van toepassing, evenals de Europese aanbestedingsregels. De keuze tussen subsidie of inkoop moet daarom zorgvuldig en bewust worden gemaakt.
Eén van de belangrijkste verschillen tussen subsidie en inkoop is dat met een subsidie niet kan worden afgedwongen dat een activiteit ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Als een subsidieontvanger besluit om de gesubsidieerde activiteit niet (geheel) uit te voeren, dan is dat zijn goed recht. Hij kan aanspraak maken op geld wanneer hij de activiteiten uitvoert, maar is niet verplicht om dit (geheel of gedeeltelijk) uit te voeren. Een subsidie is namelijk vooral bedoeld om bepaalde activiteiten te stimuleren of mogelijk te maken. Wanneer de activiteiten niet (geheel) of niet conform de subsidieverlening worden uitgevoerd, wordt de subsidie lager of op nihil vastgesteld.
Bij inkoop kan de gemeente in beginsel wel nakoming eisen. Inkoop ligt daarom voor de hand wanneer de activiteit gewoon moet worden uitgevoerd en de gemeente ook nakoming wil kunnen eisen.
Hieronder staat een afwegingskader inkoop - subsidie.
Aan de hand het afwegingskader subsidie-inkoop kan worden bepaald of het financieren van bepaalde activiteiten vooral kenmerken heeft van een subsidie of van inkoop. Wanneer het financieren van een bepaalde activiteit meer kenmerken heeft van een subsidie dan van een opdracht, moet voor het instrument subsidie worden gekozen.
Afwegingskader Subsidie-Inkoop
Aan de hand van onderstaande criteria kan worden bepaald of een bepaalde activiteit of regeling meer kenmerken heeft van een subsidie of een inkoop.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-477060.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.