Artikel I Nadere regels
- A.
In hoofdstuk 3 Jeugd en onderwijs komt na paragraaf 3.23 aansluitend op artikel 3:131 een nieuwe paragraaf luidende als volgt:
Paragraaf 3.24 Subsidieregeling Naschoolse opvang plus
Artikel 3:132 Begripsbepaling
In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 van de Nadere regels subsidie gemeente Groningen de volgende begripsbepalingen:
- a.
NSO+: Naschoolse opvang plus.
- b.
Naschoolse opvang: Opvang die in overeenstemming is met de kinderopvang zoals geregeld in de Wet kinderopvang.
- c.
Cluster 3 onderwijs: Een vorm van speciaal onderwijs voor leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking.
- d.
Jeugdhulpaanbieder: Is een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent en een financiële relatie heeft met de gemeente, een en ander in het kader van de Jeugdwet.
- e.
Kinderopvanginstelling: Is een georganiseerde voorziening waar jonge kinderen met een verstandelijke, en soms ook lichamelijke, beperking worden opgevangen tijdens de werk- of studieuren van hun ouders.
- f.
Monitoringssysteem: Een systematische manier waarop een kinderopvanginstelling de kwaliteit van de opvang, het pedagogisch handelen, en de veiligheid en gezondheid van kinderen continu bewaakt, evalueert en waar nodig verbetert.
- g.
Wlz: Wet langdurige zorg.
- h.
DMO: Directie maatschappelijke ontwikkeling.
- i.
Artikel 3:133 Doel en doelgroep van de regeling
Deze subsidieregeling biedt aanvullende financiering (Jeugdwet) voor passende naschoolse opvang aan leerlingen van 4 tot en met 14 jaar zittende op de Van Lieflandschool en/of De Wingerd in Groningen, evenals toekomstige instellingen waar cluster 3-onderwijs wordt aangeboden. Het betreft kinderen met een verstandelijke en soms ook lichamelijke beperking. Hiermee wordt kansengelijkheid gecreëerd voor deze kinderen en de gezinnen waarin zij opgroeien.
Artikel 3:134 Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verlenen aan een kinderopvanginstelling die naschoolse opvang duidelijk ten doel heeft gesteld en hiermee passende naschoolse opvang biedt. Het gaat hierbij om het bevorderen van (sociale) ontwikkeling, integratie, vrijetijdsbesteding, sociale vaardigheden, het hebben van en/of ondersteunen bij sociale contacten. Het gaat in deze subsidieregeling derhalve om een aanvullende subsidie. Het hoofdbestanddeel van de naschoolse opvang plus wordt gefinancierd vanuit de Wko, via onder meer eigen bijdragen en kinderopvangtoeslagen door de ouders.
Artikel 3:135 Subsidieaanvrager
Subsidie kan worden aangevraagd door een kinderopvanginstelling die bekend is met de doelgroep en beschikt over uit de praktijk gebleken ervaring, ook wat betreft de coördinatie en samenwerking met de daartoe geschikte jeugdhulpaanbieder(s).
Artikel 3:136 Subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de subsidie vanuit deze subsidieregeling gelden voor de kinderopvanginstelling de volgende subsidievoorwaarden:
- 1.
Het bieden van passende naschoolse opvang voor kinderen van 4 t/m 14 jaar die speciaal onderwijs cluster 3 volgen, als ook voor kinderen die een Wlz-indicatie hebben en extra zorg nodig hebben.
- 2.
Opvang moet structureel geschikt zijn voor minimaal 8 kinderen voor tenminste 6 maanden aaneengesloten.
- 3.
Te beschikken over een monitoringssysteem ter verrekening van subsidie aan de deelnemende regiogemeenten.
Artikel 3:137 Aanvraag
Aanvragen voor subsidie kunnen, in afwijking van artikel 7 van de ASV gemeente Groningen, worden ingediend voor 1 november voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. De aanvraag dient te bestaan uit een activiteitenplan en een financiële begroting.
Artikel 3:138 Beoordeling subsidieaanvraag
Binnen 8 weken wordt de subsidieaanvraag beoordeeld door een team van deskundigen bestaande uit tenminste een inhoudelijk beleidsmedewerker, contractmanager en financieel adviseur van de gemeente (DMO), geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college. De subsidie wordt slechts aan één kinderopvanginstelling verstrekt.
Artikel 3:139 Subsidieplafond
Voor de in artikel 3:134 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het in de begroting hiervoor opgenomen bedrag.
Artikel 3:140 Duur en inwerkingtreding
Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
Artikel 3:141 Bevoegdheid college en slotbepaling
In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van de voorgaande bepalingen.