Gemeenteblad van Sluis
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sluis | Gemeenteblad 2025, 476827 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sluis | Gemeenteblad 2025, 476827 | beleidsregel |
Beleidsregels Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (1ste herziening)
Voor aanvragen voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan van rechtswege hanteren Burgemeester en wethouders de in dit artikel 3 genoemde regels bij het verlenen van een omgevingsvergunning conform en verwijzend naar artikel 5.1 lid 1 sub a onder de Omgevingswet en artikel 8.0a lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving juncto voor gevallen uitwerkt in de voorliggende beleidsregels.
Wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit toeziet op één van de activiteiten genoemd onder artikel 3.3 specifiek beoordelingskader dient uitsluitend gemotiveerd te worden hoe voldaan wordt aan het kader volgend uit artikel 3.2 en 3.3 van deze beleidsregel.
3.2. Algemeen beoordelingskader
De volgende voorwaarden gelden voor alle gevallen (zie ook bijlage D: Voorbeeld opzet Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving):
Bij ieder verzoek dat in strijd is met het omgevingsplan en valt onder de gevallen uitwerkt in de voorliggende beleidsregels, wordt onderzocht of een wijziging wordt voorbereid en in welk stadium dit plan zich bevindt. In de afweging wordt meegenomen of het verzoek zal passen binnen de wijziging van het omgevingsplan en geanticipeerd kan worden op de nieuwe situatie. Op het moment dat de wijziging van het omgevingsplan ter inzage is gelegd, kan in de motivering van de vergunning daarnaar worden verwezen.
de vormgeving/uitvoering voldoet aan de criteria opgenomen in de welstandsnota (bij twijfel kan het plan voorgelegd worden aan de gemeentelijke adviescommissie, dan is het advies van deze commissie de afweging). Hiertoe kan iedere aanvraag om omgevingsvergunning met ruimtelijke consequenties ter goedkeuring van de gemeentelijk adviescommissie worden voorgelegd en;
4. Afweging individueel en algemeen belang
Bij ieder verzoek om af te wijken van het omgevingsplan van rechtswege wordt onderzocht hoe het individuele belang van de aanvrager zich verhoudt tot het door de gemeente te bewaken algemene belang. Hierbij spelen aspecten als openbare orde, veiligheid (waaronder brandveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid), leefbaarheid, landschapsschoon en natuur een rol.
5. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid
Bij de beoordeling van ieder verzoek om af te wijken van het omgevingsplan van rechtswege wordt rekening gehouden met de beginselen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Juist omdat het bij dergelijke verzoeken gaat om een individuele concrete situatie in tegenstelling tot de integrale ruimtelijke benadering bij een wijziging van een omgevingsplan van rechtswege wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de consequenties van het verzoek voor de omgeving en omwonenden. De effecten voor de aangrenzende percelen dienen voor zover mogelijk in beeld te worden gebracht.
6. Economische uitvoerbaarheid- nadeelcompensatie
Artikel 4:126 Awb regelt het recht op nadeelcompensatie. Het bepaalt in het eerste lid: Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe.
Het gaat hierbij niet alleen om schade veroorzaakt door besluiten, regels en maatregelen zelf waaronder ook beleidsregels en algemeen verbindende voorschriften vallen, maar ook om schade veroorzaakt door feitelijke handelingen van de gemeente Sluis. Het feitelijk handelen moet toe te rekenen zijn aan het besluit of de maatregel die eraan voorafgaat.
Nadeelcompensatie zoals bedoeld in artikel 15.1 onder de Omgevingswet, is indirecte schade (schade door activiteiten in de omgeving) in de vorm van waardedaling van een onroerende zaak die veroorzaakt wordt door het vaststellen, verlenen, stellen, treffen of, voor zover van toepassing, wijzigen of intrekken van een omgevingsvergunning.
De omvang van schade wordt bepaald door de nieuwe feitelijke situatie met de oude feitelijke situatie te vergelijken. Of er daadwerkelijk schade is en hoe hoog deze uiteindelijk blijkt te zijn, is op voorhand niet voorzienbaar. De gemeente Sluis hanteert het principe dat de veroorzaker van die eventuele schade deze dient te vergoeden. Het is tenslotte niet redelijk om die schade op de maatschappij af te wentelen.
Daarom sluit de gemeente bij de aanvraag omgevingsvergunning een nadeelcompensatie- overeenkomst met de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling (zie bijlage E). Dit om de eventuele schade op deze initiatiefnemer te verhalen. De overeenkomst dient bij de aanvraag omgevingsvergunning afgesloten te worden (dus voor vergunningverlening). Met deze overeenkomst is dan de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij op voorhand vaststaat dat er geen sprake kan zijn van nadeelcompensatie. In die gevallen kan het college afzien van het sluiten van een nadeelcompensatie overeenkomst.
Er wordt geen medewerking verleend aan een verzoek om mee te werken aan een afwijking van het omgevingsplan indien:
Aanvullend op de algemene regels geldt dat in principe alleen aan een vergunningsaanvraag wordt meegewerkt als ook wordt voldaan aan de van toepassing zijnde specifieke regels.
Voor gevallen uitwerkt in de voorliggende beleidsregels (artikel 3.3. lid 1 tot en met 10) worden in de volgende paragrafen de specifieke regels opgenomen. Deze tekst geeft de uiterste grenzen aan waarbinnen afgeweken kan worden. Vervolgens worden de te hanteren specifieke regels benoemd. Dit is de invulling die de Gemeente Sluis geeft aan de mogelijkheden die de wet biedt.
Voor een omschrijving van de in deze beleidsregels gehanteerde begrippen wordt verwezen naar bijlage A van deze beleidsregels.
Voor zover in bijlage A van deze beleidsregels niet of onvoldoende is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip dient er gebruik gemaakt te worden van de begripsbepalingen van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Voor zover in het omgevingsplan niet of onvoldoende is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, wordt aansluiting gezocht bij de begripsbepalingen die zijn opgenomen in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit.
Artikel 3.3 lid 1 Duurzaamheid A. Installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling
Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Electriciteitswet 1998 komt in aanmerking voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
Een afwijking is mogelijk indien voldaan wordt aan onderstaande criteria:
ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege;
medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. Daarnaast worden de afspraken over de aanleg, het Beheer en het onderhoud van de landschappelijk inpassing in de vergunningvoorwaarden opgenomen;
B. Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren
Een installatie bij een agrarische bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens bijlage Aa behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen komt in aanmerking voor het verlenen van een omgevingsvergunning.
Een afwijking is mogelijk indien voldaan wordt aan onderstaande criteria:
ter plaatse van de uitbreiding wordt voorzien in een adequate landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 10 m; op basis van een landschapsplan, opgesteld door een gecertificeerde landschapsarchitect of goedgekeurd door de landschaps- en natuurdeskundige, kan volstaan worden met een landschappelijke inpassing waarbij voldaan wordt aan de 'Richtlijn landschappelijke inpassing gemeente Sluis' zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege;
medewerking wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. Daarnaast worden de afspraken over de aanleg, het Beheer en het onderhoud van de landschappelijk inpassing in de vergunningvoorwaarden opgenomen;
C. Windturbine tot maximaal 21 meter
Windturbines zijn in het omgevingsplan Sluis bij meerdere gebruiksactiviteiten, voor zover gelegen in het buitengebied, onder voorwaarden toegestaan.
Binnen deze gebruiksactiviteiten mag per bouwvlak één windturbine van maximaal 15 meter gerealiseerd worden. De bouwhoogte van deze windturbines wordt gemeten vanaf het peil tot aan het uiteinde of de tip van de rotor in de hoogste stand.
Door middel van het geldende beleid omtrent duurzaamheid wordt mogelijk gemaakt dat windturbines tot maximaal 21 meter hoogte gerealiseerd kunnen worden, gemeten op dezelfde manier als omgevingsplanmatig is vastgelegd.
Een afwijking is mogelijk indien voldaan wordt aan onderstaande criteria:
A. Bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom in het voorerfgebied
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan, mits voor zover gelegen buiten de bebouwde kom en er wordt voldaan aan de volgende eisen:
Voor onderstaande specifieke gevallen van bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom in het voorerfgebied gelden de volgende regels:
B. Bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom in het voorerfgebied
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding ervan, mits voor zover gelegen binnen de bebouwde kom en er wordt voldaan aan de volgende eisen:
C. Bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom in het achtererfgebied
Bovenstaande specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor bebouwing in aanmerking komen.
D. Bijbehorende bouwwerken buiten de bebouwde kom in het achtererfgebied
Bovenstaande specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor bebouwing in aanmerking komen.
E. Een uitbreiding van het hoofdgebouw binnen en buiten de bebouwde kom
Uitbreiding van het hoofdgebouw MITS:
a) de inhoud van een woning ten hoogste 1000 m³ bedraagt, mits de woning stedenbouwkundig goed past in de omgeving;
b) de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt;
c) bij vrijstaande woningen de afstand van alle gebouwen op het perceel tot de zijdelingse perceelsgrens aan ten minste één zijde minimaal 3 meter bedraagt;
d) de goothoogte en bouwhoogte voldoen aan de bouwregels voor een hoofdgebouw volgend uit het omgevingsplan voor het desbetreffende perceel;
e) de oppervlakte van de uitbreiding niet meer dan 150 m² bedraagt.
Bovenstaande specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor bebouwing in aanmerking komen.
F. Een uitbreiding van een recreatiewoning op een verblijfsrecreatief terrein
Bovenstaande specifieke beleidsregels gelden (in principe) voor gronden die voor bebouwing in aanmerking komen.
G. Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Een afwijking van het omgevingsplan is alleen mogelijk voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk die voldoen aan de volgende eisen:
De categorie ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ ziet op een veelheid aan bouwwerken waarvoor niet in algemene zin beleidsregels zijn op te stellen. Daarom zijn voor bepaalde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waar regelmatig aanvragen voor binnenkomen specifieke beleidsregels opgesteld.
Voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvoor geen specifieke beleidsregels zijn opgesteld zal per aanvraag worden beoordeeld of afwijken van het omgevingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is.
Voor onderstaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn specifieke beleidsregels opgenomen:
Voor een boomhut geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter.
Voor erfafscheidingen hoger dan 1,25 meter voor de voorgevelrooilijn wordt niet afgeweken, met uitzondering op gronden waar de gebruiksactiviteit bedrijf toegekend is.
Voor een overkapping kan een afwijking van het omgevingsplan worden verleend als voldaan is aan de criteria voor overkappingen, zoals opgenomen in de op dat moment geldende welstandsnota van de gemeente Sluis.
Voor pinboxen / stand alone kan eenafwijking van het omgevingsplan verleend worden als voldaan wordt aan de algemene criteria zoals opgenomen in de op dat moment geldende welstandnota van de gemeente Sluis.
Voor het verkopen van (zelf geteelde, verbouwde of bewerkte) land- en tuinbouwproducten alsmede streekproducten op een agrarisch bouwvlak of in de directe nabijheid hiervan (indien het bouwvlak niet goed te bereiken is voor bezoekers) kan afgeweken worden mits wordt voldaan aan;
H. Dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw
Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw komen in aanmerking.
Aan deze mogelijkheid wordt volledig toepassing gegeven op voorwaarde dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
I. Bouwen nabij de gebruiksactiviteit Verkeer
Er kan afgeweken worden voor het bouwen van een gebouw of overkapping binnen een afstand van 20 en/of 40 meter tot de gebruiksactiviteit Verkeer, met in achtneming van het volgende:
Er kan afgeweken worden voor de bouw van een aan- of uitbouw of bijgebouw op een kleinere afstand tot of in de perceelsgrens, mits verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
K. Overkapping ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren
In afwijking van het omgevingsplan kan er per weiland, wei of weide één overkapping ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren gerealiseerd worden mits het dakoppervlak ten hoogste 15 m² bedraagt en de overkapping niet hoger dan 3 meter is.
De overkapping kan niet gerealiseerd worden ter plaatse de gebruiksactiviteit ‘Natuur’.
Artikel 3.3 lid 3 Bedrijvigheid A. Aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Deze afwijking is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
Artikel 3.3 lid 4 Herinrichting openbaar gebied A. Niet ingrijpende herinrichting
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het omgevingsplan voor het gebruiken van gronden voor niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied.
Een afwijking is mogelijk voor onderstaande niet-ingrijpende herinrichtingen:
B. een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening moet voldoen aan de volgende eisen:
Artikel 3.3 lid 5 Antenne-installatie
Afwijking van het vigerende omgevingsplan voor een antenne-installatie is mogelijk, indien voldaan is aan de criteria voor antennemasten zoals opgenomen in de op dat moment geldende welstandsnota en voorts onder de volgende voorwaarden:
per concrete aanvraag om af te wijken van het omgevingsplan moet een goede afweging gemaakt worden waar exact de mast, met het oog op landschappelijke inpassing, het beste geplaatst kan worden en welke hoogte van de mast hierbij passend is (mede afhankelijk van de hoogte van bouwwerken in de directe omgeving). De gemeentelijke adviescommissie brengt hier advies over uit;
Artikel 3.3 lid 6 Huisvesting A. Individuele personen (max 4)
Afgeweken kan worden voor het gebruik van een woning voor het huisvesten van een huishouden. Medewerking aan deze afwijking kan worden verleend indien wordt voldaan aan onderstaande:
B. Individuele personen (max 10)
Afgeweken kan worden voor het gebruik van een woning in strijd met het begrip ‘woning’ voor de huisvesting van maximaal 10 personen. Medewerking aan deze afwijking kan worden verleend indien wordt voldaan aan onderstaande:
indien mogelijk op het eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt geboden en indien op eigen terrein geen ruimte is voor parkeergelegenheid, dan dient in de nabijheid van de eigen woning ruim voldoende openbare parkeergelegenheid te zijn, zodanig dat de activiteiten geen parkeeroverlast bezorgen;
C. Tijdelijke werknemers binnen de bebouwde kom – reguliere woning
Medewerking aan deze afwijking kan worden verleend indien wordt voldaan aan onderstaande:
D. Tijdelijke werknemers binnen bebouwde kom – omzetten leegstand object
Medewerking aan deze afwijking kan worden verleend indien wordt voldaan aan onderstaande:
voor bestaande complexen zoals zorgcomplexen, logiesgebouwen of daarmee gelijk te stellen bebouwing geldt als maximum aantal personen de capaciteit waarvoor het gebouw van origine is ontworpen en de normering van de Stichting Normering Flexwonen. (zie bijlage 1 van de beleidsnotitie tijdelijke huisvesting tijdelijke werknemers). Hiertoe dient getoetst te worden aan hetgeen het vigerende omgevingsplan toestaat;
Artikel 3.3 lid 7 Bed and Breakfast in een woning
Medewerking aan deze afwijking kan verleend worden indien wordt voldaan de volgende voorwaarden:
Het vestigen van horeca is uitgesloten met uitzondering van het op dat moment geldende horecabeleid voor de kern Sluis. Voor de kern Sluis geldt onderstaande:
Artikel 3.3 lid 9 Wijzigen gebruik van rijks- en gemeentelijke monumenten
Voor het wijzigen van het gebruik van bouwwerken geldt dat per aanvraag beoordeeld wordt of afwijken van het Omgevingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is. Het centrale uitgangspunt is dat de activiteit niet mag leiden tot onevenredige hinder voor de omgeving. Als algemeen uitgangspunt geldt daarom dat geen hinder en parkeeroverlast optreedt door wijziging van de functies.
Medewerking kan enkel verleend worden indien het bouwwerk aangewezen is als rijksmonument of (ander) monument in het omgevingsplan of anderszins door een bevoegd gezag is aangeduid als rijks- en/of gemeentelijke monument.
Medewerking kan verleend worden indien aan de algemene regels (zie artikel 3.2) wordt voldaan en de overwegingen om af te wijken zorgvuldig worden onderbouwd.
Wijzigen van het gebruik waaraan geen afwijking kan worden verleend op basis van deze beleidsregels:
Artikel 3.3 lid 10 Tijdelijke afwijkingen
De onderstaande afwijkingen zijn toegestaan voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Het centrale uitgangspunt is dat de activiteit niet mag leiden tot onevenredige hinder voor de omgeving.
A. Plaatsen van een tijdelijke woonunit/ stacaravan of realiseren tijdelijke woning in bestaand bijgebouw vanwege (ver)bouwactiviteiten
Medewerking aan deze afwijking kan worden verleend indien wordt voldaan aan onderstaande:
B. Andere tijdelijke afwijkingen
Voor wijzigen gebruik van gronden of bouwwerken, waarvoor geen beleidsregels zijn opgesteld zal per aanvraag worden beoordeeld of afwijken van het omgevingsplan noodzakelijk en aanvaardbaar is.
Indien medewerking wordt verleend, dient de aanvrager duidelijk te motiveren hoelang de tijdelijkheid gaat duren. Dit om te voorkomen dat standaard een tijdelijk ander gebruik ontstaat voor de duur van ten hoogste tien jaar. Het centrale uitgangspunt is dat de activiteit niet mag leiden tot onevenredige hinder voor de omgeving.
Ander gebruik van gronden of bouwwerken wordt niet toegestaan bij de activiteit Recreatie / Verblijfsrecreatie. Kwaliteitscriteria hiervoor zijn vastgelegd in het geldende omgevingsplan zijn leidend.
Medewering aan deze afwijking kan worden verleend indien aan de algemene regels wordt voldaan met dien verstande dat:
Hier geldt bij de besluitvorming een zwaardere motiveringseis (een nadere Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving).
Oostburg, 28 oktober 2025
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS
De secretaris, De burgemeester,
S.I. de Kievit - Minnaert mr. M.M.D. Vermue
Een dienstverlenend beroep op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied.
Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Logies met ontbijt; het verhuren van één of meerdere kamers in een woning en het aanbieden van een ontbijt, waarbij de woonfunctie in overwegende mate in stand blijft.
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Een speelhut gebouwd op of rond een boom en gebouwd op een afstand boven de grond.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bruto vloer oppervlak: het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen.
Hoogste punt van een schuin dak.
Laagste punt van een schuin dak.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover het omgevingsplan van rechtswege van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of van de openbare ruimte.
Een ondergeschikte toevoeging aan de voorgevel op de begane grond.
Elk bouwwerk dat voor mensen een toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.
Gemeentelijke adviescommissie:
Voorheen commissie ruimtelijke kwaliteit
Commissie die op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota de gemeente helpt bij het regisseren en organiseren van de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de omgeving door te toetsen aan de toets redelijke eisen van welstand.
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige gebruiksactiviteit van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die gebruiksactiviteit het belangrijkst is.
Een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of bedrijfsmatig verstrekken van nacht
Een samenlevingsverband dat wordt gevormd door één of meerdere personen die: eerstegraads familie van elkaar zijn, aangevuld met ten hoogste 2 individuele personen; een woongroep bestaande uit ten hoogste 4 personen die continu een eenheid vormt; ten hoogste 4 individuele personen.
Huisvesting van tijdelijke werknemers:
Het bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor één of meerdere nachten) aanbieden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft, waarbij geen sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en onderlinge verbondenheid, ongeacht of tijdelijke werknemers hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen.
De ingebruikname van de woning vindt plaats nadat de bouwfase voorbij is.
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.
Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
Het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten anders dan een aan-huis-gebonden beroep, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning worden uitgeoefend, waarbij de woonfunctie als primaire functie behouden en herkenbaar blijft.
Gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf.
Gebruiksfunctie voor het bieden van tijdelijk onderdak aan personen.
Een aan de gevel van een gebouw aangebracht, niet op de grond rustend of anderszins ondersteund (uitschuifbaar) afdak.
Nota waarin de door de gemeenteraad vastgestelde criteria zijn genoemd, die de gemeentelijke adviescommissie als toetsingskader hanteert.
Een wooneenheid zonder een eigen toegang, eig
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Een vrijstaand bouwwerk geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte constructie vormt met maximaal één wand.
Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt.
(Ook bekend als wel ‘schuilstal’)
Een overdekte ruimte die met de grond verbonden is en die uitsluitend mag worden benut voor het laten schuilen van dieren tegen weersinvloeden, waarbij het dier vrij in en uit kan lopen zonder menselijk ingrijpen. Opslag is niet toegestaan, tenzij het gaat om de opslag van voer en stro. Een zeecontainer wordt niet aangemerkt als schuilstal.
Onafhankelijk functionerend, op zichzelf werkende pin box.
Werknemers bij verblijf tot vier maanden (buitenlandse werknemers die van plan zijn om gedurende een half jaar te minste twee-derde van hun tijd in Nederland te verblijven).
De door de Stichting Normering Flexwonen opgestelde reguliere norm voor de huisvesting van tijdelijke werknemers zoals opgenomen op haar website www.normeringflexwonen.nl.
Tijdelijke woonunit/stacaravan:
Een tijdelijke (prefab) verplaatsbare unit met een woonfunctie.
Economisch actieve personen die voor een bepaalde tijd werkzaam zijn in een betaalde activiteit, terwijl hij/ zij haar hoofdverblijf elders voert. Hij/zij doet dit op eigen initiatief en op vrijwillige basis.
Het in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven op dat adres in de basisregistratie personen (BRP).
Een zodanige aanpassing dan wel renovatie van het bestaande gebouw, reeds aanwezig op het desbetreffende perceel, dat enkel het bestaande casco wordt benut.
Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.
Zoals gedefinieerd in het Omgevingsplan op de planlocatie.
Een weiland, wei of weide is een stuk open grasland dat gebruikt wordt om vee te laten grazen.
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst
Voor woondoeleinden aangewezen bouwvlak op grond van het omgevingsplan van rechtswege
Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding
Een wooneenheid met een eigen toegang, eigen keuken en toilet.
De grens van een perceel, aan de zijkant van een woning (die voor- en achterzijde van het perceel verbindt).
Voor zover in deze beleidsregels niet is voorzien in een omschrijving van een bepaald begrip, gelden de begripsbepalingen van het omgevingsplan van gemeente Sluis.
Bij toepassing van deze beleidsregels wordt gemeten overeenkomstig de bepalingen in het omgevingsplan gemeente Sluis zoals deze geldt op het moment van de aanvraag.
Bijlage C: Voorbeeld opzet Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving
• Doel van de Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFlo).
• Vigerend beleid rijk, provincie en regio.
• Vigerend gemeentelijk beleid.
• Geldend omgevingsplan en functies
• Rijks-, provinciaal en regionaal beleid.
5. Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving project.
• Evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
• Resultaten relevante onderzoeken.
• Beschrijving gevolgen project:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-476827.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.