Nota Treasury Ede 2025

De gemeenteraad van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, dd. 2 september 2025, zaaknummer 490254;

gelet op artikel 19 van de “Financiële verordening ex artikel 212 gemeentewet”;

besluit vast te stellen de “Nota Treasury Ede 2025”.

Artikel 1 Begripsbepalingen

College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.

 

Financiële derivaten: Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde wordt bepaald door één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices.

 

Financiële onderneming: Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van bank mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen en die voldoet aan de eisen van de RUDDO.

 

Financiering: Het aantrekken van externe leningen voor een periode van zowel korter als langer dan één jaar, alsmede kredietfaciliteiten bij banken.

 

Kasgeldleningen: Aangetrokken of uitgezette leningen met een looptijd van korter dan één jaar tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage.

 

Kasgeldlimiet: Een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar - zoals gedefinieerd in artikel 3 en 4 van de Wet fido - waarmee een maximum wordt gesteld aan de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal - berekend op basis van de standen van de eerste dag van elke maand - waarmee het renterisico op de rente typische kortlopende financiering wordt beperkt.

 

Kredietrisico: Het risico dat een geldnemer de betalingsverplichtingen niet kan nakomen.

 

Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van geld voor een periode tot 1 jaar.

 

Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd en zo actueel mogelijk overzicht van alle geprognosticeerde inkomsten en uitgaven, ingedeeld naar aard en tijdseenheid.

 

Liquiditeitsrisico: Het risico dat niet aan de financiële verplichtingen voldaan kan worden omdat onvoldoende financiering beschikbaar is.

 

Onderhandse lening: Een onderhandse lening is een lening met een contractuele en rente typische looptijd langer dan 1 jaar (met fixe, lineaire of annuïtaire aflossing), waarbij een geldnemer geld leent van een geldgever en waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld. 

 

Openbare lichamen: Nederlandse provincies, gemeenten, waterschappen, lichamen met rechtspersoonlijkheid ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen en door de verantwoordelijke ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen.

 

Overtollige liquide middelen: Alle middelen die de gemeente korte of langere tijd niet nodig heeft voor het doen van uitgaven.

 

Rating: Een oordeel over de kredietwaardigheid van een organisatie, bedrijf, financiële onderneming of land, die de kans en waarschijnlijkheid weergeeft dat financiële verplichtingen niet kunnen worden nagekomen.

 

Renterisico: Het risico van ongewenste veranderingen van de rentelasten, rentebaten of (financiële) resultaten van de gemeente door wijzigingen in de rentetarieven voor leningen of uitzettingen.

 

Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang jaar - zoals gedefinieerd in artikel 5 en 6 van de Wet fido - waarmee het renterisico op de vaste schuld wordt beperkt.

 

Rente typische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een lening of uitzetting, waarin op basis van de voorwaarden sprake is van een bij het aangaan van de lening of uitzetting overeengekomen rentevergoeding.

 

Rentevisie: Verwachtingen over de renteontwikkeling waarop renteramingen worden gebaseerd en op basis waarvan besluiten over financieringen en uitzettingen worden genomen.

 

RUDDO: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.

 

Schatkistbankieren: Het verplicht uitzetten van overtollige middelen in ’s Rijksschatkist op een rekening bij het ministerie van Financiën, op grond van artikel 2 van Wet fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

 

Treasurer: De in het Besluit Uitvoering Treasury van de gemeente aangegeven functionaris die binnen de organisatie van de gemeente en de daarvoor in het besluit aangegeven taken van de Treasury functie uitoefent.

 

Treasury functie: Alle activiteiten, taken en werkzaamheden die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, zoals benoemd in het Besluit Uitvoering Treasury Ede.

 

Tussenpersonen: Partijen die - tegen vergoeding - optreden als professionele intermediair of bemiddelaar voor geldnemers en geldgevers voor het aantrekken van leningen of het uitzetten middelen in de vorm van kasgeldleningen of onderhandse leningen.

 

Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Hieronder vallen geen door de gemeente verstrekte leningen op basis van de Verordening leningen en garanties Ede.

 

Wet fido: Wet financiering decentrale overheden.

Artikel 2 Doelstellingen Treasury functie

De doelstellingen van de treasury functie zijn:

  • 1.

    Tijdig aantrekken van voldoende financiering.

  • 2.

    Verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.

  • 3.

    Beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.

  • 4.

    Minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

  • 5.

    Optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van Wet fido en RUDDO, respectievelijk de limieten en richtlijnen van deze nota.

  • 6.

    Informeren en rapporteren over de financiële positie van de gemeente en geven van advies bij financiële activiteiten, financieringsaspecten en het beheersen van financiële risico’s, waaronder het afgeven van garanties en het verstrekken van leningen door de gemeente.

  • 7.

    Bewaken van de schuldpositie van de gemeente en indien nodig acties ondernemen binnen de gestelde en wettelijke interne kaders.

Artikel 3 Renterisicobeheer

  • 1.

    De ingangsdatum, contractuele looptijd, rente typische looptijd en omvang van nieuwe financiering of uitzettingen wordt gebaseerd op de bestaande financiële positie van de gemeente en de liquiditeitenplanningen.

  • 2.

    Bij het bepalen van de rente typische looptijd en het renteniveau van financieringen en uitzettingen wordt rekening gehouden met de op dat moment actuele rentestand en de ramingen van de rente voor financieringen en uitzettingen in de begroting.

  • 3.

    Binnen de wettelijke kaders streeft de gemeente naar spreiding van de contractuele looptijden, rente typische looptijden, aflossingen en renteherzieningen van financieringen en uitzettingen in de tijd.

  • 4.

    De gemeente maakt geen gebruik van financiële derivaten.

  • 5.

    Renteramingen voor financieringen en uitzettingen worden mede gebaseerd op de rentevisie van gezaghebbende financiële instellingen, zoals de huisbankier, onder inwinnen van advies van de Treasury commissie.

  • 6.

    Bij het nemen van besluiten over het afsluiten van financiering, het doen van uitzettingen en andere transacties om renterisico’s te beheersen of sturen wordt niet gespeculeerd op rentestijgingen of rentedalingen op basis van een eigen rentevisie.

  • 7.

    De Treasury commissie heeft een adviserende rol bij het bepalen en actualiseren van de rentevisie en de renteramingen voor de begroting, Kaderbrief of Perspectiefnota en het bepalen of herijken van het renteomslag percentage.

Artikel 4 Liquiditeitsrisicobeheer

  • 1.

    Het liquiditeitsrisico wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau, rekening houdend met de liquiditeitenplanning, zo veel als mogelijk op elkaar af te stemmen.

  • 2.

    De werkelijke ontwikkeling van de liquiditeit wordt dagelijks gevolgd en verwerkt in een maandelijks geactualiseerde liquiditeitenplanning.

  • 3.

    Het liquiditeitsrisico wordt beheerst door de treasury- en financieringsacties te baseren op een liquiditeitenplanning voor het lopende jaar en een globale doorkijk voor minimaal de drie jaren daarna.

  • 4.

    De liquiditeitenplanning is de basis voor het aantrekken van financiering en het uitzetten van overtollige middelen en het bepalen van de omvang, contractuele looptijd en rente typische looptijd daarvan.

Artikel 5 Valutarisicobeheer

  • 1.

    Betalingen, ontvangsten, financiering, aanhouden van bankrekeningen, uitzettingen en verstrekken van garanties en leningen geschieden in euro’s.

  • 2.

    Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt betaald in buitenlandse valuta.

Artikel 6 Tussenpersonen

Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en tevens over een voor hun dienstverlening aan de gemeente vereiste geldige vergunning te beschikken.

Artikel 7 Integrale financiering

  • 1.

    De gemeente hanteert het systeem van integrale financiering.

  • 2.

    Alleen bij uitzondering kan de raad, op basis van een voorstel van het college en onder advies van de Treasury commissie, gemotiveerd tot het aantrekken van financiering voor een specifieke investering of project besluiten.

  • 3.

    Het aantrekken van financiering met als enig doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten is niet toegestaan.

  • 4.

    De rentelasten worden aan de taakvelden toegerekend met behulp van de omslagrente, zodat inzicht is in de volledige kosten van de taakvelden in overeenstemming met de daarvoor geldende wet- en regelgeving.

Artikel 8 Onderhandse leningen

  • 1.

    Onderhandse leningen worden alleen aangegaan met financiële ondernemingen die voldoen aan de eisen van de RUDDO en bij andere Openbare lichamen, met uitzondering van de Provincie Gelderland.

  • 2.

    Voor het afsluiten van onderhandse leningen wordt gelijktijdig - direct of via tussenpersonen - offerte opgevraagd bij minimaal drie verschillende partijen, waaronder BNG Bank. Op basis van de uitgebrachte offertes wordt de meest voordelige offerte gekozen. De offerteaanvraag, de offertes en de beoordeling van de offertes wordt schriftelijk vastgelegd en gearchiveerd.

Artikel 9 Kortlopende financiering

  • 1.

    Kasgeldleningen worden alleen aangegaan met financiële ondernemingen die voldoen aan de wettelijke eisen en bij andere Openbare lichamen, met uitzondering van de Provincie Gelderland.

  • 2.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende financiering zijn: daggeld, kasgeldleningen en rekening-courant krediet(en) bij bank(en).

  • 3.

    Voor het afsluiten van kasgeldleningen wordt gelijktijdig - direct en/of via tussenpersonen - offerte opgevraagd bij minimaal drie verschillende partijen, waaronder BNG Bank. Op basis van de uitgebrachte offertes wordt de meest voordelige offerte gekozen. De offerteaanvraag, de offertes en de beoordeling van de offertes wordt schriftelijk vastgelegd en gearchiveerd.

Artikel 10 Uitzetten overtollige liquide middelen

  • 1.

    Het uitzetten van liquide middelen vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het verplicht Schatkistbankieren.

  • 2.

    Kasgeldleningen en onderhandse leningen worden alleen uitgezet bij financiële ondernemingen die voldoen aan de wettelijke eisen en bij Openbare lichamen, met uitzondering van de Provincie Gelderland.

  • 3.

    Toegestane instrumenten bij het doen van uitzettingen zijn: rekening-courant bij banken, spaarrekeningen bij banken, deposito’s bij banken of schatkistbankieren, fixe vastrentende onderhandse leningen, kasgeldleningen.

  • 4.

    Voor het doen van uitzettingen in de vorm van vastrentende onderhandse leningen of kasgeldleningen wordt - direct of via tussenpersonen - bij minimaal twee verschillende partijen offerte opgevraagd, waaronder BNG Bank.Op basis van de uitgebrachte offertes wordt de beste offerte gekozen. De offerteaanvraag, de offertes en de beoordeling van de offertes wordt schriftelijk vastgelegd en gearchiveerd.

Artikel 11 Betalingsverkeer en geldstroombeheer

  • 1.

    Het betalingsverkeer van de gemeente wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij één bank - binnen een saldo- en rentecompensatie circuit van bankrekeningen - die voldoet aan de geschiktheidseisen en door de gemeente gehanteerde maatstaven.

  • 2.

    Om de continuïteit van het betalingsverkeer en liquiditeitenbeheer te waarborgen kan de gemeente gebruik maken van bankrekeningen bij meerdere banken.

  • 3.

    Voor banken waar betaalrekeningen worden aangehouden geldt:

    • a.

      De contractuele afspraken en condities worden tenminste ééns in de vier jaar opnieuw beoordeeld.

    • b.

      Zij dienen hun statutaire zetel in Nederland te hebben.

    • c.

      Zij dienen zelf tenminste een A-rating te hebben, afgegeven door tenminste twee gezaghebbende ratingbureaus.

    • d.

      Als de rating van een bank tijdens de looptijd van de afgenomen financiële diensten daalt of dreigt te dalen tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal beoordeeld worden of de relatie dient te worden beëindigd.

  • 4.

    Transacties worden niet in contant geld afgewikkeld, tenzij er geen alternatief is.

  • 5.

    Het aanhouden van contant geld wordt vermeden zoveel als enigszins mogelijk is, rekening houdend met lid 6 van dit artikel.

  • 6.

    Het is mogelijk om zowel elektronisch als contant te betalen voor diensten van de gemeente.

Artikel 12 Administratieve organisatie en interne beheersing

  • 1.

    De administratieve organisatie en interne beheersing waarborgen dat:

    • -

      De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • -

      De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

  • 2.

    Bij de uit te voeren treasury activiteiten is taak- en functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • -

      Bij iedere transactie voor het afsluiten van financiering of het uitzetten van liquide middelen, met uitzondering van de dagelijkse en geautomatiseerde mutaties vanwege het wettelijk verplichte Schatkistbankieren, wordt het vierogen principe toegepast.

    • -

      Van iedere afgesloten transactie (opgenomen en uitgeleend geld - o/g en u/g) worden, met uitzondering van de dagelijkse en geautomatiseerde mutaties vanwege het wettelijk verplichte Schatkistbankieren, de offerteaanvraag, de ontvangen offertes en de beoordeling daarvan vastgelegd en gearchiveerd.

    • -

      De uitvoering en de controle van transacties geschieden door verschillende functionarissen;

    • -

      De uitvoering en de registratie van transacties in de financiële administratie geschiedt door verschillende functionarissen.

  • 3.

    Financiële ondernemingen en Openbare lichamen sturen de bevestiging van iedere afgesloten transactie naar de financiële administratie van de gemeente.

Artikel 13 Besluit uitvoering Treasury

Ter uitwerking van Hoofdstuk 6 artikel 25 van de Financiële verordening ex artikel 212 gemeentewet van de gemeente legt het college in een Besluit Uitvoering Treasury voor adequate uitvoering van de Treasury functie en de daarmee samenhangende taken onder meer het volgende vast:

  • -

    Plaats van de Treasurer binnen de gemeentelijke organisatie;

  • -

    Eenduidige verdeling van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie en de organisatieonderdelen voor de uitvoering van de treasury taken;

  • -

    Specifieke mandaten voor het aangaan van financiële verplichtingen bij de uitvoering van de treasury taken.

Artikel 14 Treasury commissie

  • 1.

    De gemeente kent een Treasury commissie.

  • 2.

    De Treasury commissie bestaat uit: portefeuillehouder Financiën, manager afdeling F&C, concerncontroller, medewerker F&C die de functie van Treasurer vervult, medewerker treasury BA en een extern deskundige.

  • 3.

    De rol, taken en het functioneren van de Treasury commissie zijn beschreven in het Besluit Uitvoering Treasury Ede 2025.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    De Nota Treasury Ede 2017 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze nota treedt in werking op 1 november 2025.

  • 3.

    Deze nota wordt aangehaald als: Nota Treasury Ede 2025.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 9 oktober 2025, zaaknummer 490254.

De raad voornoemd,

M.L. Engelsman

de griffier,

mr. L.J. Verhulst

de voorzitter.

Toelichting Nota Treasury Ede 2025

Algemeen

De Financiële verordening gemeente Ede draagt het college op om periodiek een Nota Treasury aan de raad aan te bieden. Vervolgens stelt de raad die nota vast. Artikel 19 lid 1 van de Financiële verordening bepaalt het zo: ”De raad stelt periodiek een nota Treasury vast met daarin opgenomen de regels voor het aantrekken en uitzetten van gelden.”

 

Administratieve organisatie: de uitgangspunten van het treasury beleid en het uitvoeren van de treasury functie binnen de gemeente worden door de raad in deze nota vastgelegd. De uitwerking wordt door het college vastgelegd in een Besluit Uitvoering Treasury Ede. Dit maakt eventuele aanpassingen bij het uitvoeren van de treasury functie binnen de organisatie van de gemeente eenvoudiger.

 

Wettelijke kaders

De gemeente voert haar taken en bevoegdheden uit op basis van wettelijke grondslagen en zorgt ervoor dat al het handelen gebaseerd is op alle daarvoor geldende wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor het uitvoeren van de treasury functie en alle daarmee samenhangende taken zoals benoemd en beschreven in deze nota en het Besluit Uitvoering Treasury Ede.

 

De voor de treasury functie van de gemeente relevante Nederlands en Europese wet- en regelgeving omvat onder meer: de Gemeentewet; de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido); de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO); de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); de Wet (verplicht) Schatkistbankieren; de Europese regels voor staatssteun.

 

Niet alle uit de wet- en regelgeving voortvloeiende kaders en eisen zijn expliciet benoemd in deze nota en Besluit Uitvoering Treasury Ede, zoals de Kasgeldlimiet en de Renterisiconorm. De Kasgeldlimiet en de Renterisiconorm zijn onderdeel van de voorgeschreven informatie in de Paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening en maken daarmee ook deel uit van de kaders voor de treasury functie van de gemeente.

 

Afstemming met P&C-Cyclus

De uitvoering van het treasury beleid wordt ingepast in de planning- en controlcyclus. Die cyclus is stevig verankerd in de praktijk van de organisatie. Het meenemen van het treasury beleid in deze cyclus zorgt voor een goede borging van de treasury activiteiten.

 

Concreet betekent dit - zoals bepaald in Artikel 19 lid 2 van de Financiële verordening - dat bij de programmabegroting en de programmarekening het college in de paragraaf financiering verslag doet van: de kasgeldlimiet, de renterisico norm, de omvang en samenstelling van het vreemd vermogen, de omvang en samenstelling van de uitzettingen, de liquiditeitspositie, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar, een rentevisie en de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

 

Toelichting artikelen

Hierna volgt een toelichting op artikelen van de Nota Treasury Ede 2025. Niet alle artikelen worden toegelicht. Er is gekozen voor toelichting bij de artikelen die minder voor zich spreken en meer specialistisch en technisch van aard en inhoud zijn.

 

Artikel 2 Doelstellingen Treasury functie

Artikel 2 lid 1

In de eerste plaats dient de treasury functie ervoor te zorgen dat de gemeente duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities. De treasury functie dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige liquide middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel en tenminste marktconform te zijn.

 

Artikel 2 lid 2

De gemeente loopt financiële risico’s, zoals: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, kredietrisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken en helpen beheersen. In de artikelen 2 tot en met 5 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

 

Artikel 2 lid 3

De derde doelstelling van de treasury functie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren.

 

Artikel 2 lid 4

De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat en streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. Optimaliseren van renteresultaten heeft niet alleen betrekking op rendement over belegd vermogen – binnen de perken van het verplicht Schatkistbankieren - maar ook op de verhouding kort geld/lang geld en de vraag wanneer eigen middelen worden ingezet. De prioriteiten van de treasury functie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasury functie heeft immers géén winstoogmerk. Binnen het risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido, de RUDDO en deze nota Treasury dient te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

 

Artikel 2 lid 5

De treasury functie kan van belangrijke toegevoegde waarde zijn als in een vroegtijdig stadium meegedacht of geadviseerd kan worden over vraagstukken die voortkomen uit of samenhangen met financiële activiteiten, financieringsaspecten en het beheersen van financiële risico’s, waaronder het afgeven van garanties en het verstrekken van leningen door de gemeente.

 

Artikel 3 Renterisicobeheer

Algemeen

Bij het uitvoeren van de treasury functie dient prudent te worden gehandeld. Met de Wet fido, de RUDDO en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader ingevuld. Uitgangspunt is hierbij dat het nemen van overmatige risico's teneinde extra inkomsten te kunnen genereren nadrukkelijk niet is toegestaan. Bancaire activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn verboden.

 

Gecombineerd met de prudente houding ten opzichte van het omgaan met risico’s is het uitgangspunt dat de rentevisie en de renteramingen van de gemeente gebaseerd zijn op de huidige rentestanden.

 

Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen door grote bedragen waarover jaarlijks renterisico wordt gelopen. Daarvoor zijn de in Wet fido de Kasgeldlimiet en de Renterisiconorm opgenomen waaraan de gemeente gehouden is. De omvang van de Kasgeldlimiet en de Renterisiconorm zijn onderdeel van de voorgeschreven informatie in de Paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening.

 

Kasgeldlimiet

Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet stelt een grens aan het renterisico op de korte schuld. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn omdat fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten in een jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, Ufdo).

 

Volgens artikel 4 lid 1 van de Wet fido mag de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam de kasgeldlimiet niet te overschrijden. Artikel 4 lid 2 Wet fido geeft echter wel enige ruimte. De kasgeldlimiet mag maximaal twee kwartalen achter elkaar overschreden worden. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de gemeente de provincie als toezichthouder daarvan op de hoogte worden gebracht en moet daarbij aangegeven worden hoe de gemeente weer binnen de kasgeldlimiet gaat komen.

 

Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rente typische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal van enig jaar (zie Wet fido artikel 6 en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).

 

Bij het bepalen van de looptijd en aflossing van nieuwe af te sluiten leningen wordt rekening gehouden met de renterisiconorm en gelijkmatige spreiding van aflossingen over toekomstige jaren.

 

Artikel 3 lid 1,2 en 3

Door spreiding aan te brengen in de rente typische looptijd (de periode dat de rente vast is) en daarmee de aflossingen en renteherzieningen van leningen, wordt de invloed van een rentedaling of rentestijging op de renteresultaten gespreid over de jaren en binnen het jaar. Een voorwaarde voor goede spreiding is dat in de liquiditeitenplanning een voldoende lange horizon beschikbaar is.

 

Artikel 3 lid 4

Financiële derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Financiële derivaten kennen een breed toepassingsgebied en kunnen onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

 

De Wet fido stelt dat financiële derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. De voor gemeenten wettelijk toegestane derivaten zijn: de rentecap, de renteswap (payer swap, receiver swap, forward starting swap) en de swaption.

 

Aan het gebruik van financiële derivaten zelf kleven aanzienlijke financiële risico’s, zoals onder meer in de Vestia-affaire is gebleken. Daarom kiest de gemeente er bewust voor het gebruik van financiële derivaten - ondanks dat deze wettelijk zijn toegestaan - uit te sluiten. Reden is de (mogelijke) complexiteit en risico’s van financiële derivaten en de benodigde kennis en expertise over het gebruik van dergelijke instrumenten.

 

Artikel 3 lid 5 en 6

Hier wordt bedoeld dat bij het nemen van besluiten het afsluiten van financiering, het doen van uitzettingen en andere transacties om renterisico’s te beheersen of sturen niet welbewust en actief wordt uitgegaan, en daarmee gespeculeerd, op de aanname dat de rente zeker zal gaan stijgen dan wel dalen. Daarmee wordt namelijk bewust het risico geaccepteerd dat de rente zich in werkelijkheid anders ontwikkeld. Onzekerheden in de ontwikkelingen van de rente worden beheerst door spreiding van de renterisico’s zoals bedoeld in lid 3 en vanwege de wettelijk bepaalde kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

 

De gemeente stelt een eigen rentevisie op in de vorm van renteramingen in het kader van de begroting, Kaderbrief of Perspectiefnota en voor het bepalen van de het renteomslag percentage voor zowel de korte als de lange financiering. De renteramingen worden mede gebaseerd op de rentevisie van financiële instellingen, waaronder de huisbank en externe specialisten.

 

Gecombineerd met de prudente houding ten opzichte van het omgaan met risico’s is het uitgangspunt dat de rentevisie van de gemeente gebaseerd is op de huidige rentestanden. Dat betekent dat de gemeente aanneemt dat alle bekende relevante factoren die mede de rente bepalen verdisconteerd zijn in de huidige rentestanden.

 

Bij het nemen van besluiten over het afsluiten van financiering, het doen van uitzettingen en andere transacties om renterisico’s te beheersen of sturen, wordt de op dat moment geldende marktrente als genomen en er wordt niet gespeculeerd op rentestijgingen of rentedalingen. Bij het aantrekken van financiering wordt gekeken naar de omvang en looptijd van de financieringsbehoefte in combinatie met de op dat moment geldende rentetarieven in relatie tot de renteramingen in de begroting en inachtneming van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet.

 

Artikel 3 lid 7

De Treasury commissie adviseert over de te hanteren rentepercentages voor voorziene nieuwe externe korte en lange financiering, herfinanciering aflossingen van bestaande leningen en renteherzieningen van bestaande leningen in zowel de begroting, de Perspectiefnota als het bepalen of herijken van het renteomslag percentage.

 

De Treasury commissie stelt niet het te hanteren renteomslag percentage vast. Dat gebeurt op voorstel van het college door de raad.

 

De renteramingen worden mede gebaseerd op de rentevisie van financiële instellingen, waaronder de huisbank en externe specialisten.

 

Artikel 4 Liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente moet voorkomen dat niet tijdig aan betalingsverplichtingen kan worden voldaan. Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin alle toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente als geheel zijn geraamd.

 

In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot belang dat de betrokken afdelingen en functionarissen die de treasury functie uitoefenen juist, tijdig en volledig wordt geïnformeerd door of informatie verzamelen bij de divers afdelingen over de financiële vertaling van hun voorgenomen activiteiten.

 

Artikel 5 Valutarisicobeheer

Bij verzoeken tot betalingen in andere valuta dan in Euro’s zal per geval, met inachtneming van de specifieke situatie en omstandigheden - mede in overleg tussen F&C en BA en de afdeling(en) waar het verzoek betrekking - bepaald worden of sprake van een uitzonderlijk geval wat betaling in andere valuta dan in Euro’s rechtvaardigt.

 

Artikel 6 Tussenpersonen

Het gebruik van tussenpersonen (ook wel intermediairs of geldmakelaars) is zeer gebruikelijk en is ook de bestaande praktijk bij de gemeente Ede. Tussenpersonen kunnen vragende en aanbiedende marktpartijen bij elkaar voor zowel kasgeldleningen als onderhandse leningen. Daarnaast heeft de gemeente ook zelf directe contacten met banken zonder de inbreng van tussenpersonen. Als via tussenpersonen transacties worden afgesloten, wordt daarvoor door hen een vergoeding (ook wel commissie of courtage) berekend aan de gemeente. Een tussenpersoon bemiddelt uitsluitend, de geldstromen lopen altijd rechtsreeks tussen de geldgever en geldnemer.

 

Tussenpersonen die bemiddelen bij het afsluiten of uitzetten van financiering en uitzettingen dienen te beschikken over een geldige vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor het bemiddelen in krediet, zoals bedoeld in artikel 2:80 van de Wet op het financieel toezicht (Wft)." Daardoor moeten tussenpersonen voldoen aan de eisen van de Wft en de gedragscode van de AFM. Doel daarvan is borging van professionaliteit, vakbekwaamheid, integriteit, transparantie en voldoen aan de regels rondom informatieverstrekking en zorgplicht.

 

Artikel 7 Integrale financiering

Artikel 7 lid 1

Integrale financiering houdt in dat niet voor iedere investering of project apart financiering wordt afgesloten, maar dat de totale financieringsbehoefte van de gemeente als geheel - gebaseerd op alle inkomsten en uitgaven van de gemeente, inclusief alle inkomsten en uitgaven van investeringen en projecten - wordt ingevuld met eigen middelen van de gemeente en benodigde externe financiering.

 

Integrale financiering wordt ook wel ‘totaalfinanciering of ‘balansfinanciering’. Dit is de gebruikelijke vorm voor gemeenten en de bestaande praktijk bij de gemeente Ede.

 

Artikel 7 lid 2

Het aantrekken van financiering voor een specifieke investering of project wordt ook wel ‘projectfinanciering’ genoemd.

 

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft richtlijnen voor hoe decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) moeten omgaan met financiën, waaronder projectfinanciering. Projectfinanciering kan te maken hebben met onder andere beleidsmatige, financiële en organisatorische overwegingen.

 

Bij een uitzonderlijk raadsvoorstel voor het afsluiten van projectfinanciering dient uitgebreid en overtuigend gemotiveerd en onderbouwd te worden wat de overwegingen zijn om hiervoor te kiezen en moet aangegeven worden wat zowel de voor- als nadelen zijn in vergelijking met integrale financiering en waarom projectfinanciering noodzakelijk is.

 

Artikel 8 Onderhandse leningen

Artikel 8 lid 1

Gemeenten mogen alleen financiële transacties aangaan met financiële ondernemingen die gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus en die zelf beschikken over ten minste een A-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus.

 

In de Wet fido is geregeld dat Openbare lichamen - zoals gemeenten - uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, liquide middelen kunnen uitzetten of garanties kunnen verlenen.

 

De Wet fido staat - naast het verplicht Schatkistbankieren - wel toe dat Openbare lichamen hun liquide middelen in de vorm van leningen mogen uitzetten bij andere openbare lichamen - zoals andere gemeenten of provincies) - behalve aan andere openbare lichamen waarmee een financiële toezicht relatie bestaat. Dat betekent dat provincies geen geld mogen lenen aan of van gemeenten waarvan zij met het financiële toezicht zijn belast. Dit verbod is expliciet bedoeld om belangenverstrengeling te voorkomen en om het onafhankelijk financieel toezicht te waarborgen. Dat houdt voor de gemeente Ede in dat geen liquide middelen mag uitzetten bij of leningen aangetrokken mogen worden bij de Provincie Gelderland.

 

Artikel 8 lid 2

Besluiten voor het aangaan van transacties worden genomen op basis van vergelijking van de verkregen offertes. Bij het kiezen van de ‘meest voordelige offerte’ wordt onder meer rekening gehouden met: rentepercentage voor de lening, de vergoeding aan betrokken tussenpersonen, contractuele voorwaarden en andere condities.

 

Als de omstandigheden het niet toestaan om het minimaal vereiste aantal offertes op te vragen kan worden volstaan met minder offertes, onder toelichting op de omstandigheden die daartoe hebben geleid.

 

Als slechts één offerte verkregen kan worden wordt de marktconformiteit daarvan beoordeeld (zo nodig met inbreng van een externe deskundige).

 

Artikel 9 Kortlopende financiering

 

Artikel 9 lid 1

Zie toelichting Artikel 8 lid 1.

 

Artikel 9 lid 3

Zie toelichting Artikel 8 lid 2.

 

Artikel 10 Uitzetten overtollige liquide middelen

 

Artikel 10 lid 1

Gemeenten zijn - net als andere Openbare lichamen - verplicht deel te nemen aan Schatkistbankieren. Dat betekent dat zij hun eventuele liquide middelen - boven een bepaald wettelijke geregeld drempelbedrag - dagelijks moeten afromen naar een rekening bij het Ministerie van Financiën. Banken faciliteren het dagelijks automatisch overboeken van gelden van en naar de rekening bij het Ministerie van Financiën.

 

Het verplicht uitzetten van overtollige middelen in ’s Rijksschatkist op een rekening bij het ministerie van Financiën is geregeld in artikel 2 van de Wet fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

 

Afhankelijk van de begrotingsomvang geldt er per gemeente een drempelbedrag dat buiten de Schatkist mag blijven. Daarboven moeten de overtollige liquiditeiten afgeroomd (overgemaakt) worden naar de rekening van de gemeente bij het Ministerie van Financiën. Het drempelbedrag wordt als volgt bepaald:

  • -

    Voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000;

  • -

    Voor gemeenten met een begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan € 3,75 miljoen (=0,75% x 500 miljoen) plus 0,2% van het deel van het begrotingstotaal boven de € 500 miljoen.

     

Het verplicht schatkistbankieren betekent in de praktijk dat aan het eind van de dag alle saldi van de bankrekeningen van de gemeente automatisch worden afgeroomd en overgemaakt naar de rekening courant van de gemeente bij het Ministerie van Financiën. Het Rijk biedt daarbij een roodstandfaciliteit: negatieve saldi aan het einde van de dag worden aangezuiverd. Een dag later wordt het geld weer teruggestuurd dan wel door het Rijk terugontvangen.

 

Voor het aanhouden van overtollige middelen bij het ministerie van Financiën wordt een rente vergoed die afhankelijk is van de looptijd van de uitzettingen. De instrumenten die het ministerie van Financiën hiervoor momenteel aanbiedt zijn: het aanhouden van middelen in de rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s.

 

Voor het uitzetten van middelen bij gemeenten en provincies wordt doorgaans een vergoeding ontvangen die overeenkomst met de op dat moment geldende rentetarieven op de geld- en kapitaalmarkt, die hoger kan zijn dan de vergoeding voor het uitzetten van overtollige middelen in ’s Rijksschatkist voor dezelfde looptijd.

 

Artikel 10 lid 2

Zie toelichting Artikel 8 lid 1.

 

Artikel 10 lid 4

Zie toelichting Artikel 8 lid 2.

 

Artikel 11 Betalingsverkeer en geldstroombeheer

 

Artikel 11 lid 1

Op het gebied van betalingsverkeer beoogt de gemeente het realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door haar af te nemen diensten. “Zo gunstig mogelijk” is een ruimer begrip dan “zo goedkoop mogelijk”.

 

Het saldo- en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente. Om interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een saldo- en rentecompensatie circuit.

 

Artikel 11 lid 3 sub a

Teneinde structuur aan te brengen in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats heeft, is opgenomen dat deze herbeoordeling minimaal eens in de vier jaar plaats moet hebben. Dit gebeurt in afstemming met de afdeling inkoop.

 

Artikel 11 lid 3 sub c

Gezaghebbende ratingbureaus zijn momenteel Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA.

 

Artikel 12 Administratieve organisatie en controle

In de nota worden de grondslagen voor de administratieve organisatie en controle vastgelegd. De nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het Besluit Uitvoering Treasury (zie artikel 13).

 

Vastlegging van de grondslagen voor de administratieve organisatie en controle in de nota is nodig omdat de Gemeentewet vereist dat de financiële organisatie bij verordening wordt geregeld. Voor een deel is dat ook al in de Financiële verordening gebeurd.

 

Artikel 14 Treasury commissie

De Treasury commissie geeft gevraagd dan wel ongevraagd advies inzake het beleid en de uitvoering van de treasury functie. Een belangrijke rol van de Treasury commissie is het helpen borgen van de kwaliteit van de besluitvorming op het gebied van treasury.

 

Naar boven