Beleids- en Subsidieregeling BSO plusopvang 2026

Voor u ligt het nieuwe beleidskader voor de Rotterdamse BSO plusopvang (4-13 jaar).

Het document is als volgt opgebouwd:

  • I.

    Voorwoord

  • II.

    Aanleiding

  • III.

    Introductie beleidskader BSO Plus

  • IV.

    Kernactiviteiten BSO plusopvang en eisen voor subsidiëring

  • V.

    Aanvraag subsidieverlening en weigeringsgronden BSO plusopvang

  • VI.

    Kinderdoelgroep BSO plusopvang

  • VII.

    Subsidieverplichtingen

  • VIII.

    Het werkproces: zorgvuldige intake

  • IX.

    Aanvullende jeugdhulpexpertise

  • X.

    Kwaliteitsbewaking; inspectiekader

  • XI.

    Financiële paragraaf

  • XII.

    Verantwoordingseisen

Dit Beleids- en subsidiekader treedt behoudens de in de Svr 2014 opgenomen subsidieaanvraagtermijnen voor eenmalige en jaarlijkse subsidies in het voorafgaande jaar, in werking op 1 januari 2026.

 

I. Voorwoord

In Rotterdam groeit elk kind op met de kans om zich te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Voor sommige kinderen is die kans echter niet vanzelfsprekend. Kinderen met een extra zorg- of ondersteuningsbehoefte lopen vaak tegen uitdagingen aan in de reguliere buitenschoolse opvang (BSO). Zij hebben baat bij een kleinere groepsgrootte, meer structuur en professionele begeleiding die aansluit bij hun specifieke behoeften. Om deze kinderen en hun ouders te ondersteunen, bestaat in Rotterdam de BSO plusopvang.

BSO plusopvang is een gespecialiseerde vorm van buitenschoolse opvang voor kinderen met bijvoorbeeld ontwikkelingsproblematiek, gedragsstoornissen of een beperking. Aanvullend op de reguliere BSO biedt BSO plusopvang een veilige en voorspelbare omgeving, waarin pedagogisch medewerkers met specifieke expertise deze kinderen op de juiste manier begeleiden. Dit voorkomt dat zij tussen wal en schip vallen en draagt bij aan hun sociale en emotionele ontwikkeling.

Omdat er geen landelijke wettelijke kaders of financiering voor BSO plusopvang bestaan, heeft het college van Rotterdam het initiatief genomen om uit eigen middelen een subsidiebudget beschikbaar te stellen. Dit onderstreept het belang dat het college hecht aan inclusieve opvang en gelijke kansen voor alle kinderen. Door te investeren in BSO plusopvang zorgt Rotterdam ervoor dat deze kwetsbare kinderdoelgroep niet buiten de boot valt, maar juist de ondersteuning krijgt die nodig is om zich optimaal te ontwikkelen, ook buiten schooltijd. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de volgende subsidiedoelgroep: bij de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtspersonen die BSO plusopvang bieden.

II. Aanleiding

De laatste jaren hebben aanbieders van BSO plusopvang bij de gemeente urgente signalen afgegeven over de toenemende zorgzwaarte binnen de gespecialiseerde kinderopvang voor kinderen van 0-13 jaar. Voor de BSO plusopvang is deze zorgzwaarte ontstaan door een verschuiving binnen de BSO plusopvang kinderdoelgroep, waarbij steeds meer vraag is naar BSO plusopvang voor kinderen uit het speciaal onderwijs (SO). Het gaat met name om cluster 3-leerlingen (leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke leerlingen) en cluster 4-leerlingen (leerlingen met ernstige gedragsproblemen of ernstige psychiatrische stoornissen). Deze kinderen hebben intensievere begeleiding nodig en stellen hogere eisen aan groepsgrootte, dagindeling en de expertise van pedagogisch medewerkers. Daarnaast wordt een groeiend aantal kinderen met zeer complexe problematiek aangemeld, waarvoor de huidige BSO plusopvang niet is toegerust. Met name kinderen uit cluster 4 met de zwaarste zorgbehoefte kunnen binnen de bestaande kaders niet altijd adequaat worden opgevangen, omdat de vereiste expertise veelal ontbreekt.

 

Tegelijkertijd heeft het gemeentelijke jeugdbeleid zich gericht op het gezond, veilig en kansrijk opgroeien. We willen voor meer kinderen vroeg een positief perspectief versterken en problematiek beperken. Op de gebieden talentontwikkeling, veiligheid en gezondheid willen we voor meer kinderen meetbaar resultaat boeken. Daarom zetten we in op beschermende- en risicofactoren. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat preventie loont. We maken met het jeugdbeleid dan ook een ‘beweging naar voren’. Zoals tevens beoogd wordt met de transformatie van de jeugdhulp; van zware en dure zorg naar lichte en gerichte hulp. Meer expertise van de jeugdhulp willen we verplaatsen naar de kinderopvang en het basisonderwijs om daar het gewone opgroeien en opvoeden te versterken.

 

In reactie op de signalen van de BSO plusopvang over een te grote zorgzwaarte heeft de gemeente het initiatief genomen om samen met de aanbieders en relevante samenwerkingspartners een brede analyse te maken van de knelpunten en mogelijke oplossingen. Dit heeft geleid tot de pilot Passende BSO (PBSO), waarbij een verkenningsronde langs scholen en kinderopvang leidde tot het advies om een vorm van passende BSO aan te bieden aan kinderen op cluster 3 en cluster 4 scholen voor speciaal onderwijs in Rotterdam waar onderwijs, opvang en jeugdhulp samenwerken. In het schooljaar 2019/2020 vonden deze pilots plaats met een drietal aanbieders die daarbij samenwerkten met SO-scholen. De coronapandemie is van invloed geweest op de uitkomsten en successen van deze pilots. In 2024 hebben er enkele werksessies plaatsgevonden met de actuele aanbieders BSO plusopvang in Rotterdam om waar nodig signalen te actualiseren en in gezamenlijkheid na te denken over oplossingsrichtingen.

 

De opgedane inzichten uit deze pilots vormen samen met de opgehaalde input uit de werksessies met de aanbieders de belangrijkste basis voor de actualisatie van het beleidskader BSO plusopvang, waarmee een kwalitatief sterke en duurzame opvangvorm voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte wordt nagestreefd.

III. Introductie beleidskader BSO Plus

Het college wil investeren in een sterke pedagogische basis waarmee een adequaat opvoedkundig klimaat in het gezin, de kinderopvang, school en buurt wordt bevorderd. De ambitie is om het ontstaan van problemen bij (jonge) kinderen, de verergering van (beginnende) problemen en de terugval naar eerdere problemen te voorkomen. Daarom stuurt het college op de inzet van interventies met bewezen, duurzame effecten. Met de realisatie van BSO plusopvang wordt bewust gekozen voor een veilige, stimulerende en pedagogisch verantwoorde opvangomgeving waarin kinderen hun vrije tijd kunnen invullen. De BSO plusopvang is geen behandelvoorziening, maar een gespecialiseerde opvang waar structuur, begeleiding en een passend activiteitenaanbod voor de kinderdoelgroep centraal staan. Dit vereist een methodische en integrale aanpak, ondersteund door specialistische expertise en samenwerking met jeugdhulp. Daarnaast biedt de BSO plusopvang na schooltijd ontlasting voor gezinnen die te maken hebben met zorgvragen, waardoor andere vormen van ondersteuning of jeugdhulp mogelijk kunnen worden voorkomen. De veilige en stimulerende omgeving draagt bij aan de ontwikkeling en het welzijn van het kind. Bovendien vergroot de BSO plusopvang de mogelijkheden voor ouders met een kind met een zorgvraag om (meer) te werken en daarmee hun financiële stabiliteit en bestaanszekerheid te versterken.

 

De aanbieders BSO plusopvang zijn gehouden aan de Wet kinderopvang. Derhalve geldt het reguliere wettelijke toezichtkader voor kinderopvang voor alle locaties en voert de GGD (inspectie KO) de inspectie-onderzoeken uit.

Hier bovenop is de BSO plusopvang gehouden aan bijzondere voor die kindplaatsen geldende extra kwaliteitseisen. Deze richten zich vooral op de specifieke extra ontwikkelingsstimulering, een veilige buitenschoolse speelomgeving die moet worden gerealiseerd voor elk individueel kind en de kwaliteit van de pedagogische praktijk.

Voor de realisatie van verdiepend onderzoek naar deze extra kwaliteitseisen voor de BSO plusopvang worden door de gemeente op dit moment de noodzakelijke voorbereidingen getroffen. Deze zullen uitmonden in een extra kwaliteitskader voor verdiepend toezicht op de BSO plusopvang.

Tot die tijd wordt het aanbod BSO plusopvang door de relevante beleidsafdeling nauwgezet gemonitord.

IV. Kernactiviteiten BSO plusopvang en eisen voor subsidiëring;

Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden voor de volgende activiteiten:

  • -

    kleinschalige en gestructureerde opvang: Want kinderen die gebruik maken van BSO plusopvang hebben vaak behoefte aan een rustige en voorspelbare omgeving. Daarom werkt BSO plusopvang met kleinere groepen dan reguliere BSO, zodat er voldoende individuele aandacht is. Duidelijke dagstructuren en vaste routines zorgen voor een veilige en stabiele opvangsituatie.

  • -

    de levering van (individueel) maatwerk in kleinere groepen met extra gestructureerde pedagogiek en didaktiek. Waarmee het kind zowel in de groep als individueel maximaal wordt toegerust en gestimuleerd.

  • -

    inzet van gedragsdeskundige expertise vanuit jeugdhulp, aanvullend op de expertise van de BSO plusopvang.

Niet subsidiabel zijn activiteiten voor kinderen met ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblematiek waarbij de opvangomgeving niet toereikend is, of kinderen met een zorgbehoefte die om de volgende redenen intensieve specialistische of medische begeleiding nodig hebben waarvoor de BSO plusopvang niet gekwalificeerd is:

  • -

    het kind kan niet (meer) in een groep functioneren;

  • -

    het kind vraagt continue individuele aandacht;

  • -

    de veiligheid van het kind of die van de groep is/zijn niet meer gegarandeerd;

  • -

    het gedrag van het kind vereist een (specifieke therapeutische) behandelsetting;

  • -

    Bij het kind domineert medische problematiek.

De subsidiabele activiteiten voldoen aan de volgende eisen:

  • -

    Een groep BSO plusopvang bestaat uit maximaal 12 kinderen onder begeleiding van twee pedagogisch medewerkers. Beide gediplomeerde professionals begeleiden dagelijks samen continu de groep, gedurende de gehele opvangtijd. Beide pedagogische medewerkers zijn tenminste opgeleid op MBO-niveau met aantoonbaar passende ruime ervaring met de kinderdoelgroep of op HBO-niveau.

    Voor deze kinderdoelgroep is kennis van en ervaring met de kinderdoelgroep het meest cruciale element voor kwalitatieve opvang, dat bij voorkeur wordt gevonden bij tenminste één pedagogische medewerker met een passende HBO-opleiding en affiniteit met kinderopvang. Indien noodzakelijk kan de organisatie kiezen voor twee MBO’ers met de juiste passende en ruime ervaring met de kinderdoelgroep, waarbij de kwaliteit van de opvang het uitgangspunt moet zijn en blijvend moet kunnen worden gegarandeerd. Het belang van de kinderen op de BSO plusopvang, de kwaliteit van de opvang en de veiligheid van de groep worden ondanks de krapte op de arbeidsmarkt centraal gesteld bij de samenstelling van de teams van pedagogisch medewerkers op locatie.

  • -

    Gebruikmaken van een aantoonbaar effectieve methodiek. Deze methodiek is leidend voor de dagstructuur en handelingswijze richting de kinderen in de BSO plusopvang. De pedagogisch medewerkers moeten vaardig zijn in het gebruik van de methodiek en worden hierin blijvend getraind en ondersteund.

  • -

    Onderdeel van deze effectieve methodiek is de realisatie van een hoogwaardige speel- en leeromgeving, specifiek gericht op de ontwikkelbehoeften van de kinderdoelgroepkinderen.

  • -

    Actieve realisatie van ouderbetrokkenheid, vanaf de aanmelding, bij de ontwikkeling van hun kind en het organiseren en inzetten van ambulante hulp (of opvoedingsondersteuning) op BSO-locatie of thuis.

  • -

    Snelle, effectieve samenwerking met andere aanbieders BSO plusopvang, netwerkpartners, specialistische jeugdhulp, scholen en gemeente.

  • -

    Opstelling, uitvoering en monitoring van een individueel pedagogisch/didactisch maatwerkplan voor elk kind. Hierin zijn in ieder geval de concrete ontwikkeldoelen en een stappenplan met tijdpad opgenomen.

  • -

    Structurele deskundigheidsbevordering en coaching van de medewerkers door de eigen organisatie en aanvullend door een gedragsdeskundige vanuit de jeugdhulp.

  • -

    De uitvoering van het totale aanbod BSO plusopvang en de kwaliteits- en beleidsontwikkeling worden door de aanbieders gezamenlijk voortgezet en op basis van intensieve samenwerking met het college gerealiseerd.

  • -

    Pro-actieve deelname aan beleidsontwikkeling, -onderzoek, -monitoring en effectonderzoek wanneer dit door het college of andere organisaties die door het college worden ingezet wordt gevraagd.

  • -

    Continue betrouwbare, kwalitatieve en kwantitatieve rapportage en verantwoording. Hiertoe behoren ook transparante, eenduidige cijfers over in ieder geval: aanmelding, plaatsing, bezettingsgraad, uitstroom, wachtlijsten en een inhoudelijke toelichting en duiding.

V. Aanvraag subsidieverlening en weigeringsgronden BSO plusopvang

Een aanvraag voor een subsidie BSO Plus wordt digitaal ingediend via het subsidieportaal op https://www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier en aanlevering van de vereiste documenten.

 

Subsidie kan alleen worden verleend aan BSO Plusorganisaties en locaties binnen de gemeente Rotterdam.

 

Subsidieverlening kan worden geweigerd:

 

  • -

    als het totaal beschikbare budget Kinderopvang/BSO Plus van het college in het actuele jaar hiervoor niet toereikend is.

  • -

    als een groep bij aanvraag van de subsidie gemiddeld per week op locatieniveau minder dan vijf kinderen telt of als in het voorgaande subsidiejaar de gemiddelde bezetting per week op locatieniveau minder dan vijf kinderen betrof en niet kan worden aangetoond dat deze situatie ten opzichte van het voorgaande jaar is verbeterd.

  • -

    als de subsidieaanvraag betrekking heeft op een kindercentrum waarvoor voor het eerst subsidie wordt aangevraagd en op het moment van de subsidieaanvraag voor het vorige of lopende kalenderjaar sprake is van een formeel herstellend dan wel formeel bestraffend handhavingstraject in situaties waarbij de overtredingen naar het oordeel van de toezichthouder niet of niet volledig zijn hersteld, zoals bedoeld in de Nalevingstrategie kwaliteit kinderopvang gemeente Rotterdam. Hierbij wordt gebruik gemaakt van handhavingsinstrumenten zoals last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, exploitatieverbod, dan wel bestuurlijke boete. Deze middelen kunnen worden ingezet in verband met geconstateerde overtredingen van de Wet Kinderopvang op het domein Pedagogisch klimaat dan wel het domein Personeel en groepen.

  • -

    als de subsidieaanvraag betrekking heeft op een kindercentrum waarvoor voor het vorige kalenderjaar subsidie is verleend en waarvoor op het moment van de subsidieaanvraag voor het volgende kalenderjaar sprake is van een formeel herstellend dan wel formeel bestraffend handhavingstraject met gebruikmaking van de eerdergenoemde handhavingsinstrumenten in situaties waarbij de overtredingen naar het oordeel van de toezichthouder niet of niet volledig zijn hersteld.

  • -

    als de subsidieaanvraag betrekking heeft op de opvang van kinderen met ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblematiek waarbij de opvangomgeving niet toereikend is, of kinderen met een zorgbehoefte die om de volgende redenen intensieve specialistische of medische begeleiding nodig hebben waarvoor de BSO plusopvang niet gekwalificeerd is:

    • -

      het kind kan niet (meer) in een groep functioneren.

    • -

      het kind vraagt continue individuele aandacht.

    • -

      de veiligheid van het kind of die van de groep is/zijn niet meer gegarandeerd.

    • -

      het gedrag van het kind vereist een (specifieke therapeutische) behandelsetting.

    • -

      Bij het kind domineert medische problematiek.

Het college stelt de houder in de gelegenheid aan te tonen welke inspanningen tot herstel van eerder geconstateerde overtredingen worden verricht en betrekt dit in de beoordeling van de subsidieaanvraag. Als de subsidieverlening eerder is geweigerd en de GGD oordeelt dat de geconstateerde overtredingen volledig zijn hersteld dan kan voor het daaropvolgende kalenderjaar een nieuwe aanvraag worden ingediend..

VI. Kinderdoelgroep BSO plusopvang

De kinderdoelgroep BSO plusopvang omvat Rotterdamse kinderen van 4 tot 13 jaar, die vanwege hun zorg- of ondersteuningsbehoeften niet kunnen deelnemen aan de reguliere buitenschoolse opvang en die vallen onder de volgende genoemde indicaties:

 

  • a.

    Kinderen met een ontwikkelingsachterstand op één of meerdere gebieden die met intensieve, specifieke ontwikkelingsstimulering in een kleine groep profiteren van extra gestructureerde pedagogiek en didaktiek.

  • b.

    Kinderen met (gedrags)problemen die vóór de plaatsing geen behandelindicatie jeugdhulp hebben en die kunnen profiteren van de kleinere groepen, voorspelbaarheid, structuur en gespecialiseerde begeleiding op de BSO plusopvang.

Als het kind geen specifieke ontwikkelingsachterstanden of (gedrags)problemen heeft, past het in de reguliere kinderopvang.

VII. Subsidieverplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

 

  • 1.

    Groepsgrootte

     

    Maximaal twaalf kinderen per groep.

  • 2.

    Ratio pedagoog-kind

     

    Eén pedagogisch medewerker op maximaal zes kinderen; twee pedagogisch medewerkers vanaf zes tot maximaal 12 kinderen.

     

    De aanwezige pedagogisch medewerkers zijn te allen tijde passend ervaren en geschoold conform de gestelde eisen in het beleidskader, waardoor de kwaliteit van de buitenschoolse opvang voortdurend kan worden gegarandeerd.

  • 3.

    Personeel

     

    • Zorgcoördinator: 1,5 uur per week per kind

  • Taken zijn in ieder geval: intake afnemen bij nieuwe aanmeldingen, opstellen en beheren van het begeleidingsplan van het individuele kind, continue samenwerking en afstemming met betrokken hulpverleners organiseren en beheren, tussentijdse evaluatiegesprekken met ouder(s) voeren over de voortgang van het kind op de BSO plusopvang, eindgesprekken met ouder(s) voeren bij afronding van plaatsing en het organiseren van een hoogwaardige overdracht naar de eventuele vervolgplek van het kind, deelnemen aan wijknetwerkbijeenkomsten, adviseren reguliere BSO, samenwerken met de aan BSO plusopvang toegevoegde gedragsdeskundige Jeugdhulp.

     

    • Pedagogische of psychologische ondersteuning aan de groep: maximaal 1,5 uur per week.

  • Een gedragsdeskundige met jeugdhulpexpertise die het team op alle aspecten van BSO plusopvang ondersteunt en mede zorg draagt voor het trainen van de pedagogisch medewerkers in omgaan met escalatiemomenten en in inhoudelijke kennis over de problematiek van de kinderdoelgroep BSO plusopvang, die intervisie kan bieden en de effectiviteit van de methodiek kan monitoren en kan ondersteunen bij hoe de medewerkers de methodiek gebruiken.

     

    • Structurele deskundigheidsbevordering is georganiseerd binnen/door de eigen organisatie; in afstemming kan gebruik worden gemaakt van de beschikbare expertise van de gedragsdeskundige jeugdhulp.

  • 4.

    Omvang plaatsing

     

    • -

      Indien de ouder(s) kinderopvangtoeslag ontvangt: de maximale omvang van plaatsing is gebaseerd op de vraag en financiële mogelijkheden van ouder(s).

    • -

      Indien het kind geplaatst wordt op basis van een SMI+ indicatie, vindt de plaatsing qua duur en omvang plaats conform het door het college afgegeven SMI+ besluit.

  • 5.

    Pedagogisch-didactisch materiaal benodigd voor de gesubsidieerde activiteiten

     

    Er zijn voor elke specifieke ontwikkelingsbehoefte van de kinderen extra spel- en leermiddelen gericht op de typerende ontwikkelingsdoelen van die kinderen.

  • 6.

    Binnen- en buitenruimten

     

    De binnen- en buitenruimten waarvan gebruik wordt gemaakt door de kinderen van de BSOplus-aanbieder, zijn structureel aangepast aan de specifieke ontwikkelingsbehoeften van de kinderen en stimuleren voortdurend hun ontwikkeling.

  • 7.

    Monitor

     

    Elke aanbieder BSO plusopvang, waarvan ook elke locatie, voert een structurele monitoringscyclus uit, gericht op elk kind en de eigen kwaliteit van de opvang(voorziening).

     

    Onderdeel hiervan is in ieder geval een effectief observatiesysteem en continue, betrouwbare, kwalitatieve en kwantitatieve rapportage en verantwoording. Hiertoe behoren transparante, eenduidige cijfers over in ieder geval: aanmelding, plaatsing, bezettingsgraad, uitstroom, wachtlijsten en een inhoudelijke toelichting en duiding.

  • 8.

    Samenwerking

     

    Elke aanbieder BSO plusopvang ontwikkelt en realiseert samenwerkingsafspraken met scholen en benodigde partijen zoals het wijkteam of betrokken hulpverlening bij het gezin.

     

    Ook moet elke aanbieder pro-actief meewerken aan beleidsontwikkeling, onderzoek, monitoring en effectonderzoek wanneer dit door het college wordt ingezet.

  • 9.

    Pedagogisch-didactisch beleid

     

    Elke aanbieder BSO plusopvang en daarvan ook elke locatie is in het bezit van een pedagogische visie en een pedagogisch-didactisch beleidsplan en voert dat nauwgezet uit.

     

    Elke locatie werkt met elk individueel kind op basis van een begeleidingsplan dat op vaste momenten gedurende de plaatsing wordt geëvalueerd en besproken met de ouders en mits hiertoe toestemming van de ouders is verkregen, met eventuele externe samenwerkingspartners zoals. CJG, Wijkteam of andere betrokken hulpverleners bij het gezin.

     

    Elke locatie en elke groep heeft op wetenschappelijke inzichten gebaseerde ruimtes en extra ontwikkelingsmateriaal bedoeld voor de specifieke kinderdoelgroep op die locatie of in die groep.

  • 10.

    Ouders

     

    Ouders worden met ingang van de dag van de plaatsing van het kind steeds pro-actief en planmatig betrokken bij de extra hulp en ondersteuning aan het kind, in de vorm van regelmatige gesprekken over het kind en ook in de vorm van overdracht van kennis over hun kind en begeleidingsdoelen.

VIII. Het werkproces: zorgvuldige intake

Voor elk kind dat wordt aangemeld voor BSO plusopvang wordt door de betreffende organisatie dan wel locatie een intake gedaan. Hierin wordt bepaald of het kind past op de BSO plusopvang en wordt relevante informatie over de achtergrond en problematiek van het kind verzameld en wordt er met inachtneming van de geldende privacyregels op grond van de AVG contact gelegd met school en eventuele betrokken hulpverlening. Er worden bovendien ook plaatsingsafspraken gemaakt en begeleidingsdoelen opgesteld. Bij dit intakegesprek sluiten mits aan de privacy-vereisten is voldaan, vanuit de BSO plusopvang in ieder geval een pedagogisch medewerker, zorgcoördinator en indien nodig, de locatiemanager aan. Bij het gezin betrokken hulpverlening kan worden uitgenodigd voor het intakegesprek.

IX. Aanvullende jeugdhulpexpertise

Op de BSO plusopvang wordt, aanvullend op de expertise van de BSO plusopvang zelf, extra expertise geboden in de vorm van betrokkenheid van een gedragsdeskundige jeugdhulp. Deze gedragsdeskundige is in staat om:

 

  • 1)

    de pedagogisch medewerkers te trainen in omgaan met escalatiemomenten

  • 2)

    inhoudelijke kennis over de problematiek van de kinderdoelgroep BSO plusopvang van de medewerkers van de BSO plusopvang te vergroten

  • 3)

    intervisie te bieden

  • 4)

    de effectiviteit van de methodiek te monitoren en te ondersteunen bij hoe de medewerkers de methodiek gebruiken

Deze aanvullende expertise maakt het mogelijk om een grotere groep kinderen een plek op de BSO plusopvang te bieden.

Deskundigheidsbevordering van de pedagogisch medewerkers is cruciaal in dit werkveld en is de verantwoordelijkheid van de opvangorganisatie, die hiervoor mede gebruik kan maken van de geboden expertise van de gedragsdeskundige.

De inzet van deze gedragsdeskundige wordt idealiter per groep voor 1,5 uur per week mogelijk gemaakt. De aanbieder BSO plusopvang is zelf verantwoordelijk voor het verbinden van een voor hen passende gedragsdeskundige aan de eigen organisatie en dient over deze inzet in de verantwoording te rapporteren.

X. Kwaliteitsbewaking; inspectiekader

Ouders moeten erop kunnen rekenen dat de kinderopvang van hun kind(eren) een veilige en gezonde omgeving is waarin het welbevinden van het kind centraal staat en de dagelijkse activiteiten de ontwikkeling van hun kind stimuleren; het pedagogische beleid en handelen is daarom essentieel.

 

Om dat te realiseren en de kwaliteit te kunnen waarborgen, hebben ondernemers, ouders, opleidingen en overheid ieder hun rol en verantwoordelijkheid. Alle partijen en belanghebbenden binnen de Rotterdamse BSO plusopvang worden gestimuleerd om actief hun verantwoordelijkheid te nemen in de kwaliteitsverbetering en het kwaliteitsbehoud van de BSO plusopvang. Het college werkt graag samen aan een goede opvang.

 

Rol college

 

Toezicht en handhaving zijn instrumenten van het college om te sturen op de naleving van wettelijke, minimale kwaliteitseisen in de kinderopvang. De GGD houdt toezicht door onderzoeken uit te voeren en daarvan rapport te maken en registreren in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De GGD inspecteert de BSO plusopvang op basis van het reguliere wettelijke toetsingskader KO. Op basis van afspraken tussen gemeente en GGD wordt vanaf 2026 op de BSO plusopvang tweejaarlijks verdiepend toezicht uitgevoerd waarbij samen met de aanbieder specifiek de inhoud en kwaliteit van het aanbod wordt geanalyseerd. Deze verdiepende onderzoeken hebben geen wettelijke basis. Ze bieden een monitoringsinstrument en leggen de kwaliteit van de BSO plusopvang organisaties en locaties vast. Van de BSO plusopvang organisaties wordt verwacht dat zij bij geconstateerde aandachtspunten verbetering van deze aandachtspunten actief oppakken. Bij opvolging door de toezichthouder of accounthouder BSO plusopvang moeten deze verbeteringen kunnen worden vastgesteld. Indien dit niet gebeurt, kan dit gevolgen hebben voor de verstrekte plussubsidie of toekomstige BSOplus-subsidieverstrekking aan de betreffende organisatie.

 

Daarnaast zal het college monitoren op basis van de tussen- en eindrapportages en bijbehorende stukken waarmee de aanbieders de verkregen subsidie voor het realiseren van BSO plusopvang verantwoorden.

XI. Financiële paragraaf

De BSO plusopvang wordt bekostigd op basis van een jaarlijks door de aanbieder aan te vragen subsidie op basis van dit kader en de SVR. Deze subsidie wordt verstrekt per toegekende kindplek. Voor BSO plusopvang 4-13 jaar stelt het college een bezettingspercentage van 80% of hoger verplicht. Bij de tussentijdse rapportage en jaarlijkse verantwoording van de afgegeven subsidie wordt daarom, naast de inhoudelijke activiteiten, deze bezettingsgraad verantwoord. De kostprijs per kindplek is door bureau InnovatieNul13 vastgesteld op basis van een uitgebreide analyse van de kwaliteitseisen en kernelementen die door het college van de BSO plusopvang worden gevraagd. Deze analyse heeft geleid tot een onderbouwde kostprijs per kindplek. Met dit bedrag wordt de aanbieder gesubsidieerd voor de gevraagde kwaliteit BSO plusopvang , waaronder de inzet van pedagogisch medewerkers op de plusgroep met passende expertise, de zorgcoördinatie, de gedragsdeskundige jeugdhulp en de aanwezigheid van passend ontwikkelingsmateriaal. Daarnaast ontvangt de aanbieder deze subsidie vanwege de gederfde inkomsten als gevolg van de eis van de groepsgrootte van maximaal 12 kinderen. De kostprijs per kindplek BSO plusopvang wordt jaarlijks in Q3/Q4 door het college samen met bureau InnovatieNul13 geactualiseerd aan de hand van de nieuwe normtarieven en geldende cao binnen de sector, waardoor het college jaarlijks subsidieert op basis van actuele kosten. Het vastgestelde tarief wordt door het college gecommuniceerd aan de BSO plusopvang organisaties.

XII. Verantwoordingseisen

  • -

    Aanbieders BSO plusopvang dienen jaarlijks tenminste een inhoudelijke halfjaar- en eindrapportage in ter verantwoording van de afgegeven subsidie en bovendien bij de eindverantwoording een financieel overzicht als subsidieverantwoording.

  • -

    Halfjaarrapportage

    De halfjaarrapportage is een duidelijk inhoudelijk verslag waarin tenminste de actuele stand van zaken rondom bezetting, in- en uitstroom, uitval, doelgroep en samenwerking met diverse betrokken hulpverlening, eventuele bijzonderheden en ambities voor het tweede half jaar worden weergegeven. De bezettingsgraad van de kindplekken wordt door de aanbieder overzichtelijk weergegeven in absolute aantallen en een doorberekend percentage bezettingsgraad van de kindplekken uitgesplitst per groep, locatie en in totaal voor alle plusgroepen van de organisatie.

  • -

    Eindrapportage

    De eindrapportage bestaat uit een uitgebreid en compleet inhoudelijk verslag, waarin de aanbieder tenminste uitgebreid ingaat op de vereiste bezettingsgraad van 80% of hoger, in- en uitstroom, uitval, kinderdoelgroep, de samenwerking met diverse betrokken hulpverlening, eventuele bijzonderheden, ambities, een terugblik op de manier waarop de BSO plusopvang in dat jaar is vormgegeven en een vooruitblik naar het volgende jaar. De bezettingsgraad van de kindplekken wordt door de aanbieder overzichtelijk weergegeven in absolute aantallen en een doorberekend percentage bezettingsgraad van de kindplekken uitgesplitst per groep, locatie en in totaal voor alle plusgroepen van de organisatie.

  • -

    Elke jaarlijkse eindverantwoording wordt voorzien van een financieel overzicht. Het financieel overzicht behelst een weergave van de manier waarop het subsidiebudget is ingezet en waaraan het is uitgegeven. De werkelijke kosten en opbrengsten van de activiteit(en) worden afgezet tegenover de bij de subsidieaanvraag ingediende financiële begroting. Afwijkingen van meer dan 10% per begrotingsonderdeel worden hierin nader toegelicht.

  • -

    Afhankelijk van de hoogte van de afgegeven subsidie en conform de voorwaarden uit de subsidiebeschikking wordt bovendien gevraagd om een accountants- of Assuranceverklaring.

Dit Beleidskader BSO plusopvang 2026 treedt onder deze Citeertitel in werking met ingang van 1 januari.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 oktober 2025.

De plv. secretaris,

M.J.H. Lamers

De burgemeester,

C.J. Schouten

Naar boven