Gemeenteblad van Rheden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rheden | Gemeenteblad 2025, 475654 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rheden | Gemeenteblad 2025, 475654 | beleidsregel |
Nota investeren, waarderen, activeren en afschrijven, 2025–2028
De gemeente Rheden investeert in bezittingen die een levensduur van langer dan een jaar hebben, zoals gebouwen, wegen en voertuigen. Deze nota is opgesteld om de kaders voor het transparant en verantwoordelijk beheren van onze investeringen vast te stellen. Voor het nemen van weloverwogen besluiten is het noodzakelijk om zicht te hebben op de complexe samenhang tussen activa, kapitaallasten, groot onderhoud, vervangingsinvesteringen, nieuwe projecten, toegekende kredieten en beschikbare financiële middelen.
Het doel van de nota is richtlijnen te bieden voor de financiële verwerking van investeringen en te voldoen aan de wettelijke vereisten zoals vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoord waaronder de notitie materiële vaste activa van 2020. Er is naar gestreefd om, in samenhang met de Financiële verordening, nota kapitaalgoederen en de nota reserves en voorzieningen, een zo eenvoudig mogelijk beleidskader op te stellen zodat de gemeente (de raad en het college) binnen de geldende wet- en regelgeving de ruimte heeft besluiten te nemen die passen bij de situatie.
Een investering betreft het aanschaffen van financiële, materiële en immateriële producten. Hieronder vallen fysieke goederen en diensten ten behoeve van het realiseren van een beoogd doel, het economische nut, het economisch nut waar heffingen tegenover staan dan wel maatschappelijke nut, waarvan de looptijd meer dan een jaar bedraagt. Onder investeringen wordt ook verstaan het aanschaffen van goederen en diensten ter vervanging van bestaande activa, dit onderwerp wordt later onder paragraaf 6 beschreven.
Onder economisch nut wordt hier verstaan investeringen in goederen of diensten die bijdragen aan het generen van inkomsten en investeringen in goederen of diensten ten behoeve van de dagelijkse bedrijfsvoering van de gemeente en/of. Bijvoorbeeld investeren in het wagenpark, computers, meubilair etc. Investeringen die via de Connectie lopen vallen hier niet onder. Onder maatschappelijk nut wordt hier verstaan investeringen in goederen of diensten ten behoeve van het realiseren van maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld het aanleggen van wegen of kinderspeelplaatsen.
Elk jaar legt het college een programmabegroting ter vaststelling aan de raad voor. In die begroting wordt het MIP (meerjarig investeringsplan) opgenomen. Bij de behandeling van de begroting kan de raad aangeven voor welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van de investering wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen, die gepland zijn in het eerstvolgende begrotingsjaar, worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd.
Bij het MIP, dan wel aparte investeringsvoorstellen moet het college aangeven wat het effect van de investering is op de kapitaallasten, de financiële positie van de gemeente Rheden en welke dekking er bestaat voor de investering. Als de raad de begroting of een individuele investering goedkeurt, dan ontstaan er zogeheten investeringskredieten. Dat wil zeggen dat het college mag investeren zolang het uitgegeven bedrag binnen het betreffende krediet valt. Mocht er binnen twee kalenderjaren nadat het krediet is toegekend geen investeringsuitgaven hebben plaatsgevonden dan vervalt het krediet.
Voor investeringen die niet in de begroting/MIP zijn opgenomen en die meer dan € 150.000,00 exclusief compensabele BTW bedragen en/of waarvan de kapitaallasten meer dan € 20.000,00 per jaar bedragen, is separaat goedkeuring van de raad nodig.
Omdat investeringen een verwachte looptijd dan wel gebruiksduur van meer dan een jaar kennen, worden investeringen op de balans geactiveerd zodat de lasten evenredig over de verwachte economische dan wel maatschappelijke levensduur worden verdeeld. Op de balans worden de investeringen onder de categorie vaste activa opgenomen.
Binnen de vaste activa kunnen we drie soorten activa onderscheiden:
Financiële vaste activa: bijvoorbeeld investeringen in aandelen, participaties en langlopende geldverstrekkingen. Waardering geschiedt tegen verkrijgingsprijs ongeacht de grootte van de financiële vaste activa. Kosten ter afsluiten van de financiële activa en eventuele (dis)agio gaan direct ten laste van de exploitatie.
Materiële vaste activa: verkrijgingen in materiële bezittingen die de gemeente langdurig gebruikt. Waardering op de balans geschiedt tegen verkrijgingsprijs als het investeringsbedrag groter is dan € 20.000,00. Investeringen kleiner dan € 20.000,00 gaan direct ten laste van de exploitatie, met uitzondering van investeringen in gronden en terreinen. Deze investeringen worden altijd op de balans gewaardeerd.
Immateriële vaste activa: gemaakte kosten voor onderzoek en ontwikkeling van eigen activa en investeringen in activa van derden. Waardering geschiedt tegen verkrijgingsprijs als het investeringsbedrag groter is dan € 20.000,00. Investeringen kleiner dan € 20.000,00 gaan direct ten laste van de exploitatie.
Bovengenoemde grensbedragen betreffen nettobedragen, waarbij eventuele bijdragen van derden in mindering zijn gebracht op het investeringsbedrag.
4 Kapitaallasten - Afschrijven
Afschrijven houdt in dat de kosten van een investering over de economische dan wel maatschappelijke levensduur van het actief evenredig over de jaren worden verdeeld. We schrijven lineair af conform de afschrijvingstermijnen zoals in de bijlage opgenomen. Het afschrijven op een actief vindt voor het eerst plaats in het begrotingsjaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik is genomen. Bij het bepalen van de totale afschrijvingslasten wordt indien mogelijk (bijvoorbeeld bij duurzame investeringen) rekening gehouden met een restwaarde.
Jaarlijks worden investeringen beoordeeld op hun resterende gebruiksduur. Investeringen waarvan de verwachte gebruiksduur korter is dan de resterende afschrijftermijn worden versneld afgeschreven. Daarnaast schrijft het BBV voor dat indien de marktwaarde van een actief lager ligt dan de boekwaarde dat er dan een inhaalafschrijving naar de marktwaarde toe plaats vindt. Vervolgens wordt er indien van toepassing afgeschreven op de resterende levensduur.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte gebruiksduur van dat actief.
Voor unieke projecten of in bijzondere situaties kan er door de raad van de afschrijvingstermijn worden afgeweken door middel van een besluit waarin de afwijking wordt onderbouwd.
Investeringen worden gefinancierd door uit eigen middelen te putten of door het aantrekken van vreemd vermogen in de vorm van leningen. Hierbij wordt de voorgeschreven rente-omslag-methode toegepast. Dit betekent dat het totaal van de rentelasten wordt omgeslagen over het geheel van de investeringen. Als rentelasten worden beschouwd:
Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten op basis van de stand van de investeringen per 1 januari van het betreffende jaar toegerekend aan de taakvelden in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is.
6 Vervangingsinvesteringen en onderhoudslasten
De meeste bezittingen van de gemeente hebben onderhoud nodig om te kunnen blijven functioneren. Sommige activa moeten op termijn vervangen dan wel gerenoveerd worden. Voor het overzicht worden hier in samenhang met de nota reserves en voorzieningen kort de verschillende soorten kosten van het onderhoud beschreven:
De kosten voor groot/periodiek onderhoud zoals het eens in de 10 jaar onderhouden van de rioleringsbuizen, het periodiek schilderen van het raamwerk etc.: omdat het onderhoud niet jaarlijks plaatsvindt, worden hiervoor egalisatievoorzieningen getroffen. Dit houdt in dat in overeenstemming met de nota reserves en voorzieningen elk jaar een evenredig deel van de verwachte kosten in de voorziening wordt gestort en de werkelijke onderhoudslasten direct ten laste van de voorziening geboekt worden.
Voorbeeld: in de meerjarenonderhoudsplanning wordt het groot onderhoud van de riolering op € 100.000,00 geschat. Het onderhoud vindt eens in de 10 jaar plaats. Per jaar wordt in de exploitatie op basis van deze meerjarenonderhoudsplanning € 10.000,00 aan egalisatiekosten geboekt, en dit betreft de jaarlijkse storting aan de voorziening. De werkelijke uitgaven groot onderhoud (in dit voorbeeld € 100.00,00) gaan direct ten laste van de voorziening.
Het budgetrecht voor groot onderhoud ligt bij het college. De verantwoording ervan vindt plaats door middel van het reguliere planning & control proces via de primaire begroting, de 1e/2e bestuursrapportage en de jaarrekening.
De renovatie- of vervangingskosten van activa zoals het opnieuw asfalteren van het wegdek, het vervangen van de rioleringsbuizen, het bouwen van een nieuw gemeentehuis: op het moment dat er sprake is van een vervanging of sprake is van onderhoud dat leidt tot substantieel kwalitatieve verbetering, dienen volgens het BBV deze kosten geactiveerd en vervolgens over de verwachte levensduur afgeschreven te worden.
Aanvullende noot: het onderscheid tussen groot onderhoud dan wel vervanging van de activa is soms moeilijk te maken. Toch, de gemaakte keuze of iets groot onderhoud dan wel vervanging is heeft invloed op de wijze van verwerking in de exploitatie. De kosten van groot onderhoud worden door middel van jaarlijkse storting in de onderhoudsvoorzieningen in de exploitatie opgenomen. Bij vervanging van investeringen worden de jaarlijkse kapitaallasten (rente + afschrijving) in de exploitatie verwerkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-475654.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.