Gemeenteblad van Westerkwartier
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerkwartier | Gemeenteblad 2025, 474659 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerkwartier | Gemeenteblad 2025, 474659 | beleidsregel |
Voor u ligt het geactualiseerde Duurzaamheidsbeleid van de gemeente Westerkwartier: het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030. Dit is een concrete uitwerking van de richting die het Coalitieakkoord 2022-2026 geeft aan duurzaamheid en het streven naar een duurzaam energiesysteem.
Het voorliggend, geactualiseerde beleidsstuk is geënt op het Klimaatakkoord (en afspraken die doorlopen tot 2030) met de nadruk op het reduceren van CO2-uitstoot. Daarnaast is het beleid gebruikt als basis voor het programmaplan duurzaamheid met een looptijd tot 2030 dat het college september 2024 heeft vastgesteld. Qua looptijd loopt het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 weer gelijk met het programma en organiseren we qua beleid continuïteit voor de komende jaren.
1.1 Korte terugblik op afgelopen periode
In september 2020 werd het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 vastgesteld. Dit was de eerste beleidsnota op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Westerkwartier. Hieraan hebben we met veel inzet enthousiasme en uitvoering gegeven. Op basis van de evaluatie van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 (zie bijlage 2) wordt een beeld gegeven van de activiteiten die in het Westerkwartier hebben plaatsgevonden.
Op dit moment, anno 2025, zijn we nog niet klaar zijn met onze klimaatopgave voor 2030. En de urgentie om de CO2-uitstoot te verminderen is onverminderd groot. Ten opzichte van vijf jaar geleden is het belang van verduurzaming en de energietransitie nog steeds groot voor de leveringszekerheid en energieonafhankelijk. De beleidsevaluatie laat zien dat we goed onderweg, maar nog ruim een derde van onze opgave moeten realiseren voor 2030.
Daarom zetten we ons huidige beleid de komende jaren beleidsarm voort: het Duurzaamheidbeleid 2025-2030. Het vertrekpunt is het coalitieakkoord 2022-2026: “in de komende periode gaan we verder met het uitvoeren van het beleid dat in de afgelopen periode is vastgesteld.”
Aan veel opgaven werken we onverminderd verder. Denk bijvoorbeeld aan het na-isoleren van grote hoeveelheden woningen en het warmtenet Marum. Tegelijkertijd worden er in dit stuk ook andere accenten gelegd: een meer decentraal energiesysteem is de toekomst. De lokale opwek van hernieuwbare energie wordt vergroot, en zoveel mogelijk lokaal verdeeld binnen energiehubs en energiegemeenschappen. Het tegengaan van netcongestie en de omvangrijke operatie van het verzwaren van het elektriciteitsnet in onze gemeente spelen hierin ook een factor.
Eerder al in 2020 hebben we aangegeven dat de opgaven zo groot zijn dat we denken in ruimere termijnen dan normaal, met een horizon van 2030 en 2050. De scope van het eerdere beleid blijft ongewijzigd. De dwarsverbanden met andere beleidsterreinen, zoals het sociaal beleid, zijn gelegd, indien dit voor het bereiken van de energie- en klimaatdoelen noodzakelijk is.
1.2 Totstandkoming Duurzaamheidsbeleid en deelvisies
Op basis van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 zijn afgelopen jaren twee deelvisies ontwikkeld: die Visie Hernieuwbare Elektriciteit en de Transitievisie Warmte. Beide documenten zijn op 1-op-1 meegegaan in de Regionale Energiestrategie Groningen (RES). Door uitvoering te geven aan deze beleidsvisies, geven we invulling aan regionale afspraken tot en met 2030 en daarna.
De Visie Hernieuwbare Elektriciteit is medio 2025 geëvalueerd en nog steeds actueel. Daarbij opmerkend dat netverzwaring noodzakelijk is om nieuwe projecten te kunnen aansluiten. Deze Visie Hernieuwbare Elektriciteit is nu opgenomen in het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030. Daarnaast is een nieuw beleidskader over netcongestie toegevoegd.
Ook de Transitievisie Warmte is als onderdeel van het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 nu bijgevoegd. De afgelopen jaren is er veel nieuwe wet- en regelgeving geïntroduceerd in het kader van de energietransitie, waaronder ook op het gebied van de warmtetransitie. Voor dit document geldt dat we hieraan opvolging gaan geven vanaf 2026 met een Warmteprogramma. Dit programma is straks een verplicht programma onder de Omgevingswet.
1.3 Duurzaamheidsbeleid 2025-2030
Het voorliggend document is een beleidsarme, geactualiseerde versie van het eerdere Duurzaamheidsbeleid. De doelen, kaders en opzet van het beleid zijn nog steeds up-to-date. De teksten van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 zijn op onderdelen geactualiseerd en op veel plekken ingekort, daar waar teksten verouderd of achterhaald waren. Wanneer er sprake is van een nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025, wordt dit expliciet toegelicht.
Tot slot is ook een volledig nieuw hoofdstuk opgenomen over netcongestie (zie hoofdstuk 3.3.1). Ook is tekst toegevoegd over keuzes die we moeten gaan maken ten aanzien van een mogelijk gemeentelijke warmtebedrijf.
We definiëren enkele kaders (zie overzichtsfiguur hoofdstuk 2) waarbinnen we een ontwikkeling naar duurzame gemeenschappen in gang willen zetten. Daarbij wordt steeds vaker op onderdelen over de volle breedte samengewerkt tussen inwoners, bedrijven en kennisinstellingen. Op verschillende beleidsterreinen trekken we zoveel mogelijk samen op, ook met de andere gemeenten en de provincie. Goede voorbeelden van regionale samenwerking zijn pMIEK, RES Groningen, het Warmtehuis en Nij Begun.
In het volgende hoofdstuk gaan we kort in op de opzet van het beleid en presenteren we de overzichtsfiguur van het document. De beleidsvelden waarop wij ons duurzaamheidsbeleid gaan voeren staan in hoofdstuk 3. Dit is de kern van het document; we geven met geactualiseerde informatie aan wat wij de komende jaren willen bereiken. In hoofdstuk 4 besteden we aandacht aan de financiële onderbouwing van het duurzaamheidsbeleid. Vervolgens gaan we in op communicatie en participatie. Tot slot bespreken we in hoofdstuk 6 beleidsuitvoering, het Programmaplan en hoe we de voortgang gaan monitoren.
2 Hoofdopzet Duurzaamheidsbeleid
In het eerdere Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 hebben we een uitgebreide omschrijving gegeven over hoe het beleid is vormgegeven: op basis van de structuur van een Griekse tempel. Deze opbouw is ongewijzigd in het geactualiseerde beleid. Met de geactualiseerde overzichtsfiguur (zie figuur 2.2) wordt in één oogopslag duidelijk wat onze centrale doelstelling is, hoe we dat willen bereiken, wat onze thema’s en speerpunten zijn en waaruit het fundament bestaat.
In het beleid sluiten we aan bij internationale afspraken en het nationale klimaatakkoord (zie bijlage 1). Onze centrale doelstelling is daarvan afgeleid: Het realiseren van een duurzame samenleving in het Westerkwartier, waarin invulling wordt gegeven aan ons deel van de (inter)nationale klimaatdoelen: 55% CO2 reductie in 2030 en volledig CO2 neutraal in 2050.
Natuurlijk laat een duurzame samenleving zich breder formuleren dan alleen de CO2-doelstelling. Er zijn veel verschillende Global Goals. De reikwijdte van het voorliggend document richt zich alleen op klimaatmitigatie en bestaat uit maatregelen bedoeld om de omvang of snelheid van opwarming van de aarde te beperken. Hiervoor is een vermindering nodig van de door mensen veroorzaakte emissies van broeikasgassen, met name koolstofdioxide (CO2). Dit doen we bijvoorbeeld door het energieverbruik in de gebouwde omgeving terug te dringen.
Ook klimaatadaptatie wordt benoemd in dit beleid. Met klimaatadaptatie wordt bedoeld dat wij onze samenleving moeten aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Binnen het thema duurzaam ondernemen gaan we ook in op het verduurzamen van onze ondernemingen door klimaatbewust omgegaan met grondstoffen en afval (circulaire economie). Ook dit levert CO2-reductie op.
Figuur 2.2 De tempelfiguur met de drie verschillende hoofdonderdelen en bijbehorende speerpunten van het Duurzaamheidsbeleid 2025-2030.
2.3 Overige onderdelen van dit beleid
De zuilen: hoe gaan we het doen?
Wij onderscheiden drie beleidszuilen waarop wij ons duurzaamheidsbeleid baseren:
Dit onderdeel heeft betrekking op het isoleren, verduurzamen en verbeteren van woningen en gebouwen en het voorbereiden ervan op een toekomst zonder aardgas en met een zo laag mogelijk energieverbruik. In plaats daarvan fossiel aardgas moeten er voldoende mogelijkheden zijn voor betaalbare en duurzame energie. Ook mogelijkheden voor duurzame vervoersmiddelen en (publieke) laadfaciliteiten voor elektrisch rijden vallen onder dit thema.
Het werken aan een robuust elektriciteitsnetwerk is een van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren. In volgorde van belangrijk werken we daarom aan: een robuust en toekomstbestendig energiesysteem, zoveel mogelijk opwek van duurzame energie om lokaal te kunnen inzetten, een klimaatbestendige (her)inrichting van de openbare ruimte en de toepassing van energie- en klimaatinnovaties. Ook is aandacht voor de noodzakelijke aanpassingen van onze leefomgeving en om te gaan met de nu al merkbare gevolgen ervan.
Duurzaam ondernemen & circulariteit
Hier staat centraal dat we ondernemingen in het Westerkwartier willen ondersteunen bij het verduurzamen. Een circulaire economie is een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat. Dit onderdeel heeft voor ons ook betrekking op het klimaatbewust omgaan met grondstoffen, afval en afvalverwerking en op de circulaire inrichting van productieprocessen.
Noodzakelijke randvoorwaarden (fundering)
Wij beschouwen een aantal onderdelen als een noodzakelijke randvoorwaarde voor ons beleid. Het gaat hier om politiek-bestuurlijk draagvlak en maatschappelijk draagvlak, participatie, communicatie, de gemeentelijke voorbeeldrol. We geven daar ook aan welke financiële middelen beschikbaar zijn en op welke hoofdonderdelen die worden ingezet. De jaarplannen zullen binnen de kaders van de jaarlijkse begrotingsposten worden ingevuld.
Uitvoering en monitoring (architraaf)
Het maken van beleid is één; het uitvoeren ervan is twee. In hoofdstuk 6 komt aan bod hoe we ons beleid ten uitvoering gaan brengen (het Programmaplan Duurzaamheid 2024-2030) en hoe we de monitoring willen organiseren. Dit is de architraaf uit de metafoor: we leggen de verbinding tussen beleid en de uitvoering ervan en we meten het resultaat en stellen zo nodig – na evaluatie – de subdoelen bij.
Wij ondersteunen, zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, de ambitie uit het Klimaatakkoord. We streven naar een reductie van de CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. In 2050 willen wij een CO2-neutraal Westerkwartier zijn. Om een indruk te krijgen van de omvang van de doelstelling in onze gemeente, gaan we eerst in op de CO2-opgave en de meetbaarheid ervan. Vervolgens richten we ons op de thema’s en speerpunten die we per beleidszuil formuleren.
3.1 Doel, opgaven en meetbaarheid
De doelen die we met ons duurzaamheidsbeleid nastreven, geven we weer in te besparen kiloton CO2. In het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 hebben we deze werkwijze besproken, waarbij we gebruik maken van het instrument Regionale Klimaatmonitor om de CO2-uitstoot te bepalen. De Klimaatmonitor is een monitoringportaal van het Rijk dat gegevens voor de monitoring van lokaal en regionaal klimaat- en energiebeleid presenteert.
In de tussentijdse rapportages van het Duurzaamheidsbeleid is aangegeven dat we de nulmeting gebruiken die is uitgevoerd door de Regionale Klimaatmonitor voor het jaar 2010. Wij kiezen bewust voor 2010 als vertrekpunt, omdat dit ook het beginpunt was van het voeren van actief klimaatbeleid in het Westerkwartier. De CO2-uitstoot in het Westerkwartier (exclusief autosnelwegen en doorgaande vaarroutes) bedroeg in 2010 444.000 ton.
De effecten van ons duurzaamheidsbeleid over de afgelopen vijf jaar gemeten zijn opgenomen in de bijgevoegde beleidsevaluatie (zie bijlage 2).
Wat betekent het getal van 87 kton als grootheid? 1 kton (kiloton) CO2-uitstoot staat gelijk aan 1000 ton CO2-uitstoot. Ter vergelijking komt 1 kton overeen met het elektriciteitsverbruik (grijs) van 666 Nederlandse huishoudens (verbruik 2675 kWh. 1800 kWh is 1 ton, bron: Milieucentraal). Of een half jaar lang rijden door 2000 auto’s op benzine in Nederland (gem. aantal kilometer per jaar met personenauto, ca. 9.994 km, bron: CBS).
In het vorige hoofdstuk hebben we de volgende pijlers voor ons beleid benoemd: duurzaam wonen, duurzame leefomgeving en duurzaam ondernemen & circulariteit. Het is belangrijk dat er wordt op alle speerpunten binnen alle drie deze beleidsonderdelen om de opgave tot 2030 in te vullen.
Het is goed om op te merken dat ook na 2050 nog het nodige moet gebeuren. Bijvoorbeeld het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is een grote opgave tot 2050. Tot 2030 ligt een sterke nadruk op het isoleren van woningen. Nadat woningen goed geïsoleerd zijn kan ook de stap naar aardgasvrij worden gemaakt met extra reductie in CO2-uitstoot als gevolg
De komende jaren moeten we het aardgasgebruik in de gemeente Westerkwartier verder afbouwen en het energieverbruik zoveel mogelijk beperken. Dit is een gezamenlijke opgave die we moeten oppakken met onze inwoners, woningbouwcorporaties, bedrijven, instellingen en organisaties. Voor de resterende energievraag willen we zoveel mogelijk gebruik maken van hernieuwbare bronnen. Inwoners willen we zoveel mogelijk in staat stellen om zelf investeringen te kunnen doen de komende jaren.
Met duurzaam wonen bedoelen we het volgende:
Elke inwoner van de gemeente Westerkwartier moet zelf actie kunnen ondernemen in het (na-) isoleren, verduurzamen en verbeteren van zijn of haar eigen woning (3.2.1 en 3.2.2). Samen met woningcorporaties willen we voor de huurwoningen de CO2-uitstoot de komende jaren terugdringen (3.2.3) en koop- en huurwoningen voorbereiden op een toekomst zonder aardgas.
3.2.1 Energetische kwaliteit en woningisolatie
Het terugbrengen van het energieverbruik is een belangrijke voorwaarde om woningen te kunnen verwarmen met aardgasvrije technieken. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030, 1,5 miljoen gebouwen aardgasvrij moeten zijn, dit is 20% van het totaal. Vertaald naar het Westerkwartier komt dit neer op ruim 5.000 woningen en 2.000 gebouwen.
Speerpunt 1: In 2030 zijn 20% van alle woningen en gebouwen in onze gemeente aardgasvrij.
In totaal staan er ca. 26.000 woningen en 2.000 overige gebouwen in het Westerkwartier, waarvan er ruim 5.000 huurwoningen in bezit zijn van de woningcorporaties. Het aantal huurwoningen is dus een behoorlijk gedeelte van de totale woningvoorraad. Naast particulieren, verduurzamen ook de corporaties hun woningen. Zij doen dit al stapsgewijs en planmatig, waarbij we jaarlijks in prestatieafspraken de voortgang evalueren en nieuwe afspraken maken. Dit zetten we zo voort.
Financiering blijft een belangrijk onderwerp bij het verduurzamen van woningen. Naast financiering zijn er ook recent veel nieuwe mogelijkheden gekomen voor subsidie in het kader van de isolatieaanpak van Nij Begun. Volgens deze aanpak moeten in 2035 moeten alle woningen in Groningen en Noord-Drenthe volgens de standaard geïsoleerd zijn en geventileerd worden. De achterliggende gedachte is dat alle woningen daarmee ook geschikt zijn om ze op termijn aardgasvrij te maken.
De ontwikkelingen in het kader van Nij Begun moeten in het Westerkwartier goed worden geïmplementeerd. Dit wordt de komende periode gedaan met een integrale aanpak, die rekening houdt met alle beschikbare budgetten van diverse overheden, waaronder het budget vanuit het Nationaal Isolatieprogramma. De Isolatieaanpak Westerkwartier (IAW) is een overkoepelende, integrale aanpak met daarin alle mogelijkheden verwerkt waarbij we het zo goed mogelijk helpen van de inwoner centraal stellen.
In het Westerkwartier hebben we in het kader van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 een zelfvoorzienend fonds ingesteld: het Fonds Westerkwartier. Dit fonds heeft inmiddels een omvang van 11,85 mln. Daarmee worden aantrekkelijke leningen verstrekt aan starters op de woningmarkt, ouderen die langer thuis blijven wonen en het verduurzamen van bestaande woningen. Dit fonds wordt goed gebruikt en zetten we de komende jaren voort (zie hoofdstuk 4).
We hebben in 2030 20% van alle woningen en gebouwen in onze gemeente aardgasvrij gemaakt en in 2035 alle woningen geïsoleerd tot de standaard.
We helpen onze inwoners met het benutten van de mogelijkheden van Nij Begun Maatregel 29. Daarbij denken we na over een overkoepelende, integrale aanpak hoe we alle woningen tot de standaard kunnen isoleren en ventileren in 2035 (de doelstelling van Maatregel 29). Daarbij werken we nader uit hoe we onze inwoners zo goed mogelijk kunnen gaan ondersteunen. Dit noemen we de Isolatieaanpak Westerkwartier.
Voor een succesvolle energietransitie is voorlichting en ondersteuning een belangrijke randvoorwaarde en vaak een eerste stap. Wonen in een goed geïsoleerd huis heeft voor inwoners meerdere voordelen: het draagt bij aan het verlaagt de woonlasten. Anderzijds draagt energiebesparing in belangrijke mate bij aan het klimaatdoel waar we met zijn allen aan werken.
Wij zetten voor de komende periode in op effectieve voorlichting. Wij zien dit als één van de fundamenten van ons duurzaamheidsbeleid, zie ook hoofdstuk 4. In relatie tot voorlichting zijn er meerdere onderwerpen die aandacht vragen:
Speerpunt 2: Wij voeren de isolatieaanpak Westerkwartier volledig uit en in 2035 alle woningen geïsoleerd tot de standaard.
Hieronder onderscheiden we de twee belangrijkste vormen van voorlichting:
Beide voorlichtingsvormen (individueel en aan groepen) vinden in de praktijk vaak naast elkaar plaats. Afgelopen vijf jaar hebben we ervaring op gedaan, met welke vormen goed werken. Voor voorlichting gaan we de komende jaren werken volgens de Isolatieaanpak Westerkwartier. Dit doen we door zoveel mogelijk samenhang te creëren tussen in het aanbod, dat ‘aan de achterkant’ wordt gefinancierd vanuit verschillende programma’s waaronder Nij Begun en het Nationaal Isolatieprogramma.
Het energieloket blijft de komende jaren als onafhankelijk loket een belangrijke rol vervullen om woningeigenaren verder te helpen bij het verduurzamen van de woning. Steeds meer inwoners weten hun weg te vinden naar het energieloket en de handige achtergrondinformatie over het verduurzamen van de woning. Dit digitale loket zetten we als gemeente de komende jaren voort en hiervoor reserveren we jaarlijks middelen.
We organiseren voorlichting samen met energiecoöperaties, met hulp van de Groninger Energie Koepel (GrEK), de Natuur- en Milieufederatie (NMF) en het energieloket. In onze gemeente zijn veel energiecoöperaties en lokale werkgroepen actief met het thema energiebesparing. Deze initiatieven ondersteunen wij actief, onder andere vanuit de dorpsisolatieaanpak. Ook zetten we de bestaande subsidieregeling energiecollectieven voort, zodat groepen inwoners zelf initiatieven kunnen ontplooien (zie hoofdstuk 5). De gemeente is dus lang niet automatisch in alle gevallen de partij die bijeenkomsten initieert. Waar nodig en mogelijk sluiten we als gemeente aan en leggen we de verbinding met het ondersteuningsaanbod van de Isolatieaanpak Westerkwartier.
Wij hebben de isolatieaanpak Westerkwartier volledig uitgevoerd.
Speerpunt 3: We bestrijden energiearmoede in onze gemeente.
Huishoudens met energiearmoede hebben moeite om de energierekening te betalen. Deze groep heeft vaak een lager inkomen, waarvan een relatief groot aandeel wordt besteed aan energielasten. De oorzaak hiervoor kan divers zijn, de woning kan bijvoorbeeld van lage energetische kwaliteit zijn, maar er kunnen ook andere onderliggende oorzaken zijn zoals bijvoorbeeld schulden.
Het coalitieakkoord 2022-2026 benoemt deze problematiek: “Daarom zetten we in op een integrale aanpak waarbij de focus niet alleen ligt op het uit de armoede halen.” In het Westerkwartier is sinds 2018 het Armoedepact van kracht. Gezamenlijk met meer dan 10 sociale partners (zoals de Voedselbank, Stichting Humanitas en Stichting Leergeld) werkt de gemeente actief aan armoedebestrijding en de inzet van verschillende instrumenten op dit gebied.
Ten opzichte van de afgelopen vijf jaar hebben we steeds meer inzicht in energiearmoede gekregen, maar ook dat deze groep in onze gemeente groter is dan we aanvankelijk dachten. Uit onderzoek van TNO is gebleken dat in 2024 bij circa 1.700 huishoudens in het Westerkwartier sprake is van energiearmoede. Van de doelgroep woont 70% in een sociale huurwoning, 15% huurt particulier en 15% heeft een koopwoning. Bij de helft van deze groep is sprake van een lage(re) energetische kwaliteit van de woning.
Gelet op grote percentage huurders is het van belang om samen te werken met woningcorporatie Wold & Waard. Jaarlijks maken we met de woningcorporatie prestatieafspraken. In deze afspraken moet aandacht zijn voor het bestrijden van energiearmoede. Afgelopen jaar hebben we dit gedaan door kleine energiebesparende maatregelen bij huurders aan te bieden om zo de energierekening omlaag te krijgen, maar ook door samen met onze sociale partners onderliggende oorzaken van energiearmoede aan te pakken. Deze aanpak zetten we onverminderd voort.
Ook woningeigenaren ondersteunen we met aantal financiële beleidsinstrumenten in het kader van de Isolatieaanpak Westerkwartier (zie 3.2.4). Daarbij leggen we ook de relatie met Nij Begun en de mogelijkheid voor volledige financiering.
Vanuit Nij Begun zijn tot en met 2035 middelen beschikbaar voor onze inwoners om de woning te isoleren, voor de laagste inkomens worden de kosten volledig vergoed. Wij zijn van plan om binnen onze Isolatieaanpak Westerkwartier hier de juiste en passend ondersteuning te bieden door bijvoorbeeld het financieren van verduurzaming tegen een verlaagde rente met het Fonds Wonen Westerkwartier. Voor inkomens onder de € 60.000,- per jaar is het daarnaast ook mogelijk om via het Nationaal Warmtefonds renteloos te lenen.
We gaan de komende jaren voorlichting en hulp in het kader van integraal armoedebeleid uitbreiden met ondersteuning op energiebied (adviesgesprek of hulp). Wij sluiten aan bij de behoefte en leggen koppelingen met andere vraagstukken, zoals mobiliteit en langer thuis wonen. Voor inwoners in huurwoningen kan gedacht worden aan initiatieven om op korte termijn lastenverlichting te organiseren. Daarbij leggen we bijvoorbeeld de relatie met zonne-energieprojecten waarbij minima zonder investering kunnen participeren, zoals de zonnecarport in Zuidhorn.
Wij werken het ondersteuningsaanbod energiearmoede voor huurders en woningeigenaren verder uit.
Speerpunt 4: Wij stellen de toekomstige warmtevoorziening voor alle panden nader vast in het warmteprogramma en geven hieraan uitvoering met (pilot)projecten.
Warmtetransitie houdt zicht bezig met de ombouw van woningen en gebouwen naar aardgasvrij. Daarbij wordt gedacht aan individuele en collectieve oplossingen voor verwarming. Het is belangrijk om duidelijkheid te geven aan onze inwoners welke oplossingen lokaal voor handen zijn. De gemeente heeft met de in werking treding van de Wet Collectieve warmte (Wcw), als opvolger van de Warmtewet, nieuwe instrumenten en mogelijkheden, bijvoorbeeld ook om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten.
In het Westerkwartier werken we toe naar een aardgasvrije gemeente in 2050. In december 2021 stelde de raad hiertoe de Transitievisie Warmte vast. Deze visie en een evaluatie over de periode 2021-2025 zijn bijgevoegd bij dit beleid (zie bijlage 6 en bijlage 7). De afgelopen jaren is er veel nieuwe wet- en regelgeving geïntroduceerd op het gebied van de warmtetransitie. Voor de Transitievisie Warmte geldt dat we hieraan opvolging gaan geven vanaf 2026 met een Warmteprogramma. Dit is in lijn met de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (WgiW) die per 1 januari 2026 inwerking treedt.
Dit warmteprogramma beschrijft de planning voor de komende jaren en de voorkeursoplossing per buurt. Ook wordt er een actueel overzicht van alle financiële, organisatorische en juridische beleidsinstrumenten die in de gemeente Westerkwartier ter beschikking staan op het gebied van warmtetransitie. Aan dit warmteprogramma gaan we vanaf 2026 ook jaarlijkse, financiële middelen uit dit beleid verbinden (zie hoofdstuk 4.1).
Sinds 2022 is in de dorpen Midwolde, Oostwold en Lettelbert (MOL-dorpen) een proeftuin aardgasvrije wijken waar we inwoners helpen met het aardgasvrij maken van hun eigen woning. Dit project zetten we voort tot en met 2030. De komende vijf jaar hebben we hier nog rijkssubsidie voor beschikbaar (zie hoofdstuk 4). Ook werken we aan de uitbreiding van het warmtenet Marum, waarvan de huidige exploitatieafspraken in 2027 aflopen.
Daarnaast blijven we initiatieven van onderop ondersteunen om aan de slag te gaan met aardgasvrije technieken. Samen met bewoners van een of meerdere dorpen in het Middag-Humsterland gaan we de mogelijkheden benutten om groepen woningen voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Ook leggen we hier de relatie met budgetten uit het Nationaal Programma Groningen en het Transitiefonds van de provincie Groningen.
We beseffen dat de warmtetransitie de nodige uitdagingen kent en dat dit vakgebied volop in ontwikkeling is. Kennis en expertise ontwikkelen we de komende jaren met in samenwerking met andere partijen in de regio. Ook blijven we samenwerken binnen het Warmtehuis en het regionale Flexteam Warmte om capaciteit, kennis en kundige uit te wisselen met onze buurgemeenten.
Wij stellen de toekomstige warmtevoorziening voor alle panden nader vast in het warmteprogramma en geven hieraan uitvoering met (pilot)projecten.
Een aantal grote warmteprojecten waaronder de Proeftuin MOL-dorpen en (de voorbereiding van) de uitbreiding van het warmtenet in Marum zetten we voort. Samen met onze inwoners zetten we in op de verdere stappen naar aardgasvrije technieken. We stellen hiervoor in 2026 een Warmteprogramma conform de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (WgiW).
3.2.5 Gemeentelijk warmtebedrijf
Op termijn gebruiken we geen aardgas meer voor het verwarmen van alle gebouwen in onze gemeente. Inwoners en bedrijven hebben groot belang bij voldoende duidelijkheid over het alternatief voor aardgas in hun dorp of wijk. We hebben in het warmteprogramma uitgewerkt wat de meest geschikte manieren zijn om alle panden in de gemeente aardgasvrij te gaan verwarmen.
De instrumenten om daar als gemeente invulling aan te geven zijn veranderd in de Wgiw en voor collectieve oplossingen in de Wcw. Voor dergelijke collectieve oplossingen is een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang noodzakelijk.
Speerpunt 5: Wij nemen een besluit over de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf.
Omdat onze gemeente als een van de weinige noordelijke gemeenten al een warmtenet heeft in Marum, werken we op korte termijn uit of en, zo ja, op welke manier een gemeentelijk warmtebedrijf opgericht moet worden.
Speerpunt 6: Duurzame mobiliteit stimuleren we actief en bijbehorende laadfaciliteiten faciliteren we.
De komende periode verwachten we een groeiende en veranderende laadbehoefte voor elektrisch verkeer en vervoer. In 2025 stonden er 194 openbare laadpalen in de gemeente Westerkwartier. Voor de periode 2025-2030 verwachten we opnieuw een toename in de laadbehoefte, ook bij bestelbussen en vrachtwagens in de zakelijke sector (zie bijlage 8).
Wij blijven ook de komende jaren werken aan het faciliteren van de beschikbaarheid van voor voldoende openbare laadfaciliteiten. De vastgestelde gemeentelijke Laadvisie vormt hiervoor het kader. Deze visie willen we tweejaarlijks herijken, zodat we blijvend inspelen op de groeiende laadbehoefte en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van laadinfrastructuur, waaronder ‘snelladers’. Daarnaast willen we ook het aantal semipublieke laadpalen bevorderen door bedrijven en organisaties hierin te faciliteren.
Al onze openbare laadpalen gerealiseerd op basis van de Concessie Openbare Laadpalen Groningen-Drenthe. De huidige concessie loopt af in 2027 en de komende jaren onderzoeken we hoe we deze werkwijze willen voortzetten. Daarbij nemen we ook mee hoe we moeten omgaan met ‘oude laadpalen’ uit eerdere concessies waarvan de exploitatietermijn is verstreken. De techniek verbetert zich snel. Waar mogelijk zetten we de meest moderne technologie in.
Elektrische deelauto’s zien we als een laagdrempelige manier voor inwoners om kennis te maken met elektrisch rijden. Daarnaast kan deelmobiliteit de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de regio verbeteren.
Afgelopen jaren is onze gemeente ervaring opgedaan met deelmobiliteit. Op dit moment staan er deelauto’s in de dorpen Zuidhorn en Grijpskerk. Dit willen we de komende jaren verder uitbreiden. Samen met de Provincie Groningen werken aan het programma Deelmobiliteit. We verwachten dus in een groeiend aantal dorpen dat bewoners deelauto’s gebruiken als alternatief voor het bezit van een eigen (tweede of derde) auto. Voor bezoekers van onze gemeente, kunnen deelauto’s en deelfietsen een goede optie zijn voor de laatste kilometers naar de eindbestemming.
Tot slot werken we aan het bevorderen van het fietsverkeer. Een onderdeel daarvan zijn de doorfietsroutes. Dit zijn brede en comfortabele fietspaden tussen dorpen en steden, met weinig of geen verkeerslichten en waar de fietser zoveel mogelijk voorrang heeft op kruispunten. De doorfietsroute vanuit Zuidhorn naar Groningen is al een aantal jaren in gebruik en in 2026 verwachten we dat ook de doorfietsroute vanuit Leek naar Groningen gereed is. Ondertussen onderzoeken we nog steeds mogelijkheden voor een betere fietsverbinding van Leek naar Zuidhorn.
Duurzame bereikbaarheid van onze regio
In het openbaar vervoer worden stappen gezet met de elektrificatie van bussen verbindingen. We dringen bij het OV-bureau ook aan op plattelandsbussen rijdend op waterstof.
3.2.7 Eigen gebouwen, bedrijfsvoering en gemeentelijk wagenpark
Het Coalitieakkoord 2019-2022 benoemt de duurzame voorbeeldfunctie van de gemeente: “We geven als gemeente het goede voorbeeld. Dat betekent dat de gemeente voor zichzelf alleen duurzaam bouwt en dat we de bestaande gemeentelijke gebouwen, de openbare verlichting en het gemeentelijk wagenpark verder verduurzamen.”
Speerpunt 7: In 2030 is de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed met 55% gereduceerd ten opzichte van 2020 en beschikken we over een fossielvrij wagenpark.
Afgelopen periode hebben we een grote groep gebouwen in ons gemeentelijk vastgoed verduurzaamd. Daarin maakten we onderscheid tussen fase 1 van ons plan (korte termijn, wettelijke maatregelen) en de middellange termijn richting 2035 (fase 2). Onze plannen in fase 1 zijn afgelopen vijf jaar uitgevoerd, waaronder veel vervangingen naar led-verlichting.
De komende vijf jaar gaan we verder met fase 2 aan de slag. Dit doen we door in 2025 en 2026 te werken aan het instrument portefeuilleroutekaart. Deze routekaart brengt voor circa 19 gebouwen per locatie het te verkiezen duurzame ambitieniveau in beeld, samen met bijbehorende investeringen in verschillende uitvoeringsscenario’s. De portefeuilleroutekaart beschouwen we als leidend voor onze uitvoering de komende jaren.
Behalve onze eigen gebouwen ondersteunden we dorpshuizen op basis van het Dorpshuizenbeleid. Dit beleid zetten we voort, net als de financiële instrumenten, waaronder een rentekorting voor dorpshuizen op een geldlening bij de Provincie Groningen. Voor dit onderdeel leggen we ook de relatie met de middelen vanuit Nij Begun.
In het gemeentelijk wagenpark kunnen we nog een verduurzamingsslag slaan. Wij werken aan vervangingsprogramma voor fossielvrij wagenpark. Daarbij wordt ook geregeld dat wij bij vervanging van machines en materieel deze elektrificeren.
In 2025 is een keuze gemaakt welke gemeentelijke panden energieneutraal worden. In 2030 is de CO2-uitstoot van het gemeentelijk vastgoed en maatschappelijk vastgoed met 55% gereduceerd en in 2035 zijn energieneutrale gebouwen gereed. Op logische momenten vervangen we ons wagenpark.
Een nieuw en belangrijk hoofdonderdeel in dit gedeelte is het beleid het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Het hoofdstuk duurzame leefomgeving begint bij het werken aan een robuust en toekomstvast elektriciteitsnet.
Dit is nodig voor tal van andere activiteiten in onze gemeente: de energietransitie en netcongestieproblematiek, klimaatadaptatie, de warmtetransitie, de mobiliteitsopgave, de woningbouwopgave en de economische ontwikkeling. Een elektriciteitsnetwerk met voldoende transportcapaciteit is een randvoorwaarde voor deze ontwikkeling waarbij we situaties van netcongestie zoveel mogelijk willen voorkomen.
In volgorde van belangrijkheid gaan we eerst in op alle werkzaamheden voor het verzwaren van het elektriciteitsnet (3.3.1). Bij elke ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente speelt ook een energiecomponent, waaraan we ruimte aan geven. Vervolgens gaan we in op het creëren van hernieuwbare energiebronnen (3.3.2). Ook hier geldt het belang van netverzwaring om projecten tijdig te kunnen aansluitingen.
Vervolgens gaan we in op het aanpassen aan klimaatverandering (3.3.3). Klimaatadaptatie vraagt de nodige ruimte. In samenwerking met partners willen we komende periode enkele energie- en klimaatinnovaties beproeven (3.3.4). Bij de (her)inrichting van nieuwe en bestaande gebieden passen we klimaatvriendelijke ontwerpprincipes toe (3.3.5).
Om allerlei opgaven in onze gemeenten mogelijk te maken, is het nodig om netcongestie te bestrijden. Daarom is het belangrijk om de netbeheerder te faciliteren om in het tijdsbestek van een paar jaar het bestaande net te gaan uitbreiden. Hieronder beschrijven we op wat we beschouwen als een gewenste ontwikkeling op dit vlak.
Op alle netwerkniveaus moet een uitbreidingen plaatsvinden. We hebben daarom bijgevoegd welke type stations er tussen nu 2030 moeten komen, de aantallen en de werkzaamheden voor de gemeente:
Alle bovengenoemde ontwikkelingen hebben ruimtelijke consequenties. Deze zijn per type station in bijlage 9 beschreven. Daarnaast wordt er in de komende periode ook een nieuwe hoogspanningsverbinding (380 kV) van Vierverlaten naar Ens door ons gebied aangelegd.
Speerpunt 8: Wij nemen alle ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om netcongestie te verminderen.
Om deze grote opgave uit te voeren is het nodig om op een dusdanig efficiënte manier te werken dat we de noodzakelijke versnelling mogelijk maken. De gemeente en de netbeheerder moeten samen een snelle uitvoering van netuitbreidingen doorlopen, slimmer gebruik van het bestaande net en het gezamenlijk programmeren van uitbreidingen. Uiterlijk in 2030 willen we hiertoe de ruimtelijke procedures hebben doorlopen.
Wij nemen alle ruimtelijke maatregelen die nodig zijn om netcongestie te verminderen. Dit streven geven we op manier vorm, waarbij we rekening houden met de eigen rollen en belangen van zowel de gemeente Westerkwartier als de netbeheerder in dit proces.
De komende jaren maken we de omschakeling naar een duurzame energiehuishouding. In het Westerkwartier groeit het elektriciteitsverbruik. Dit komt doordat we steeds meer elektrisch rijden, onze woningen elektrisch verwarmen en elektrisch koken in plaats van met aardgas. Deze stroom wordt in toenemende mate lokaal geproduceerd.
De Visie Hernieuwbare Elektriciteit (2020) beschrijft de veranderruimte voor zon- en windenergie in onze gemeente. Medio 2025 is de Visie Hernieuwbare Elektriciteit geëvalueerd (zie bijlage 3). De visie is nog steeds actueel, maar is in sterke mate ingehaald door netcongestie. We integreren de kaders van de Visie Hernieuwbare Elektriciteit nu in dit beleidsdocument onder de conditie dat nieuw beleid wordt toegevoegd over de verzwaring van het elektriciteitsnet (zie 3.3.1).
Figuur 3.1 De vier verschillende ruimtelijke schaalniveaus met veranderruimte voor zon- en windenergie vormen het ruimtelijk kader afkomstig uit de Visie Hernieuwbare Elekriciteit
Ook de komende jaren geeft de gemeente Westerkwartier uitvoering aan haar lokale beleid en inzetten op kleinschalige initiatieven. Hiermee wordt een bijdrage aan Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0). Het Westerkwartier levert een belangrijke bijdrage door over acht tot tien jaar bijna de helft van onze elektriciteitsvraag duurzaam op te wekken op ons eigen grondgebied. De ambitie in de RES Groningen is om als regio in 2030 5,7 TWh per jaar te produceren (RES Groningen, 2020). Dit betekent dat de energieregio zelfvoorzienend wordt qua elektriciteitsbehoefte
Speerpunt 9: In 2030 wekken we 0,35 TWh per jaar aan duurzame elektriciteit op, zoveel mogelijk in lokaal eigendom.
We stimuleren op het gebied van hernieuwbare elektriciteit actief de projecten uit de RES 1.0-lijst. Deze lijst omvat het overzicht van alle initiatieven die ruimtelijk worden begeleid door de gemeente Westerkwartier en bekend zijn in het kader van de RES Groningen. De gemeente vervult een faciliterende, toetsende en stimulerende rol om initiatieven verder te helpen.
Een zonnepark wordt altijd tijdelijk vergund en voor de periode van maximaal 30 jaar. Op het moment dat de vergunning van een zonnepark afloopt, worden de locatie in oorspronkelijke staat teruggebracht en kan worden nagedacht over een eventuele andere invulling van de locatie.
Over de rol die wij als gemeente zelf spelen geldt allereerst dat wij vanuit de verantwoordelijkheid voor een goede leefomgeving randvoorwaarden stellen. Bij elk initiatief geldt dat dit passend moet worden gemaakt binnen de kaders van de Visie Hernieuwbare Elektriciteit. Dit betekent dat we betrokken zijn bij initiatieven en vooraf heldere afspraken maken over de procesparticipatie en financiële participatie. De hierin ontwikkelde maatwerkmethode zetten we voort.
Daarnaast streven we ernaar om initiatieven zoveel mogelijk in lokaal eigendom te ontwikkelen. Als er bij een project geen lokale gegadigden zijn, geldt er dat er een gebiedsfonds voor de omgeving moet worden ingesteld. De bedragen zijn opgenomen in de Visie Hernieuwbare Elektriciteit (bijlage 4). Tegelijkertijd merken we dat de ontwikkelingen snel gaan, huidige subsidies worden afgebouwd, de businesscases veranderen en passen daar waar nodig financieel maatwerk toe. Deze afspraken leggen we bij vergunningverlening vast in de vorm van een anterieure overeenkomst.
Voor een aantal onderwerpen benoemd in de evaluatie van Visie Hernieuwbare Elektriciteit (zie bijlage 3) geldt dat we aanvullende eisen gaan stellen aan nieuwe initiatieven:
Participatieplan & verslagleggingseisen bijeenkomsten
Bij initiatieven vragen we standaard om een participatieplan. Daarbij vragen we om een enkele standaard onderdelen die moeten worden vastgesteld in het participatieplan. Ook stellen we eisen aan de kwaliteit van de verslaglegging. Zie daarvoor bijlage 5.
Ecologische kwaliteit als onderdeel van de ruimtelijke inpassing
We sluiten aan bij de landelijke criteria voor natuurinclusiviteit bij zonneparken. Dit houdt in dat we medewerking verlenen aan ruimtelijke maatregelen om het betreffende zonnepark natuurinclusief te maken. Daarvoor verwijzen we naar de vernieuwde Handreiking Locatiekeuze en Ontwerp Zonneparken van de provincie Groningen.
Mogelijkheden elektriciteitsnet en energieopslag
Indien ruimte voor opslag in de vorm van een batterij wordt toegevoegd bij een nieuw of bestaand zonnepark, moet dit worden meegenomen in de landschappelijke inpassing, gerealiseerd volgens de spelregels van de Provinciale Omgevingsverordening (POV) en geplaatst binnen de hekwerken.
Daarnaast benoemen we twee belangrijke, vernieuwende aanpakken die beschreven zijn in de Omgevingsvisie Westerkwartier 2040 en de Visie Hernieuwbare Elektriciteit. Het gaat om een proef met een energielandgoed en de gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier. Bij beide projecten geldt dat we de opgave van duurzame energieproductie willen combineren met een andere opgave in het buitengebied. Voor de gebiedstransformatie Zuidelijk Westerkwartier gaan we daarvoor een relatief nieuw juridisch beleidsinstrument inzetten: een maatschappelijke tenderregeling.
In het vorige Duurzaamheidsbeleid beschreven we situaties waarin we niet uitsluiten dat we zelf initiatieven blijven respectievelijk gaan ontplooien voor de realisatie van hernieuwbare energiebronnen. Dit geldt met name in situaties waarin wij zelf gronden (of daken) in eigendom of anderszins hierover beschikking hebben. Dit kunnen soms ook gronden zijn van onze medeoverheden (waterschap, provincie). Er zijn dan drie manieren:
Voor een meer uitgebreide toelichting verwijzen we naar de oorspronkelijke tekst van het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025. Voorbeelden van projecten die in dit verband zijn of worden gerealiseerd zijn de Zonnecarport Zuidhorn (2022) en de Topsporthal Leek, die in 2027 gerealiseerd gaat worden. Samen met onze energiecoöperaties ontwikkelen we projecten waarvan de opbrengsten naar minimahuishoudens gaan. Het doel is om uiteindelijk een zo groot mogelijk aantal minimahuishoudens op een laagdrempelige manier te laten meedelen in de opbrengsten van lokale energiebronnen.
Begin 2025 telde het Westerkwartier 10 energiecoöperaties, waarvan twee coöperaties in met lokale ondernemers in oprichting. De gemeente Westerkwartier en de coöperaties organiseren samen een continue dialoog in de vorm van een Regiotafel. Wij stellen jaarlijks subsidie beschikbaar om initiatieven van (nieuwe) energiecoöperaties te ondersteunen. Wij hebben de subsidieregeling energiecollectieven Westerkwartier ingesteld. Deze subsidieregeling is in 2024 geëvalueerd en zetten we de komende jaren voort.
Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan klimaatverandering en de effecten ervan. Een van de belangrijkste gevolgen van klimaatverandering voor onze gemeente is de toegenomen kans op hevige regenbuien. De kans op overlast door water op straat maar ook door water tegen de gevel, of zelfs inpandig naar binnenstromend water kan hierdoor toenemen. Aan de hand van de klimaatstresstesten wordt inzichtelijk gemaakt op welke locaties er overlast op kan treden.
De komende jaren gaan we op systematische wijze aan de slag met klimaatadaptatie in relatie tot onze huidige gemeentelijke watertaken. “We gaan verder met het uitvoeren van het beleid welke in de afgelopen periode is vastgesteld.” Deze werkzaamheden zijn vastgelegd in het Watertakenplan voor de periode 2020 tot en met 2027. Deze zijn afgestemd met de overige partijen in de waterketen Groningen zoals het Waterschap Noorderzijlvest en het Wetterskip Fryslân.
Speerpunt 10: Wij voeren het samen met waterketenpartners het Watertakenplan 2020-2025 uit.
Binnen de gemeenten in Groningen en de kop van Drenthe wordt samen met de waterschappen, de Provincies en de waterbedrijven intensief samengewerkt. Deze samenwerking vindt plaats binnen de waterketen Groningen-Noord-Drenthe. Hiernaast participeren we als gemeente ook in de stuurgroep klimaatadaptatie.
Het doel van deze samenwerkingen is het verlagen van maatschappelijke kosten, het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van de beheertaken, het verminderen van personele kwetsbaarheid, en het versterken van duurzaamheid en innovatie. Dit wordt bereikt door investeringen op elkaar af te stemmen, kennis te delen, gezamenlijke taken uit te voeren, en de implementatie van de Omgevingswet en klimaatadaptatie beter te borgen.
Als het gaat om energie- en klimaatinnovaties maken we onderscheid tussen technische innovaties en maatschappelijke (proces) innovatie. Op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie willen we nieuwe technieken beproeven de komende periode. Vaak is de gemeente niet per se de bedenker, maar kan wel faciliteren door bijvoorbeeld een innovatie een fysieke plek te bieden.
Speerpunt 11: De gemeente Westerkwartier is een proeftuin in het Noorden als het gaat om energie- en klimaatinnovaties.
Voor het onderwerp innovatie komt het accent tegelijk steeds meer te liggen op maatschappelijke processen en nieuwe samenwerkingen. Inwoners en organisaties willen we uitdagen om met vernieuwende ideeën te komen. Binnen de Isolatieaanpak Westerkwartier en Nij Begun zien we bijvoorbeeld mogelijkheden om verschillende (regionale) partijen te verbinden om zo het effect van onze werkzaamheden te vergroten.
Verder werken we aan de bevorderen van de samenwerking tussen ondernemers op onze bedrijventerreinen. Dit zien we als een kans om nieuwe ontwikkelingen te beproeven, waaronder het uitwisselen van energie tussen ondernemers in energiehubs. Daarmee wordt de opwek en het gebruik op elkaar afgestemd. Alle energie hoeft dan niet tegelijk het overbelaste elektriciteitsnet over. En het zorgt ervoor dat de energievoorziening meer lokaal geregeld wordt.
De gemeente Westerkwartier is een proeftuin in het Noorden als het gaat om energie- en klimaatinnovaties
De gemeente initieert, begeleidt en participeert in veel ruimtelijke plannen. Tijdens het proces van totstandkoming van dit beleid is gebleken dat (nog) niet systematisch klimaatmaatregelen onderdeel uitmaken van deze ontwikkelprocessen. We zetten daarom instrumenten in om duurzaamheidsmaatregelen in alle planprocessen te integreren en we vergroten de kennis hierover binnen de gemeentelijke organisatie. Bijvoorbeeld de MPG: Milieuprestatie van gebouwen, BREEAM: Building Research Establishment Environmental Assessment Method en Duurzaam GWW: duurzame grond- weg- en waterbouw.
Speerpunt 12: Bij de (her)inrichting van gebieden en transformatie van gebieden passen we standaard klimaatvriendelijke ontwerpprincipes toe.
Dit speerpunt heeft een brede reikwijdte. De uitwerking ervan is maatwerk. Waar het om gaat is in elk geval dat duurzaamheid een primaire plaats gaat innemen in ons denken over ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder daarbij uitputtend te zijn, noemen we een aantal van die ontwikkelingen, waarbij we de volgende uitgangspunten gaan hanteren:
Bij uitleglocaties voor nieuwbouw dient standaard aandacht te zijn voor duurzaamheidsaspecten en biobased bouwen: oriëntatie van woningen in relatie tot bezonning, openbare ruimte, klimaatadaptatie, mobiliteit en bouwmaterialen met een lage CO2-impact. Voor biobased bouwen houden we rekening met de mogelijkheden om dit ook vergunbaar te maken.
Bij inpassing van energiebronnen zijn ook mogelijkheden om opgaven te verbinden. Denk aan combinaties tussen waterberging, waterpijlverhoging en verminderde veenoxidatie, stikstofuitstoot, energieopwekking en bosaanplant in het Zuidelijke Westerkwartier. De provincie Groningen kent een opgave om 700 ha bos aan te planten en we hebben als gemeente een ‘65.000 bomenplan’. Bij de groei van jonge bomen wordt extra CO2-vastgelegd.
Tot slot merken we op dat ook twee grote infrastructurele projecten ruimtelijke impact hebben op onze gemeente. Het gaat om 380 kV hoogspanningsverbinding Vierverlaten-Ens en - in mindere mate - PAWOZ Eemshaven/VAWOZ. Dit zijn grote energie-infrastructuurprojecten van nationaal en internationaal belang. Wij continueren de dialoog met het Rijk, Tennet en Gasunie over deze projecten en zetten daarbij in op een hoogwaardige inpassing van deze projecten en – waar dat mogelijk is – lokale ontwikkelkansen voor de gemeente Westerkwartier.
3.4 Duurzaam ondernemen en circulariteit
Duurzaam ondernemen en circulariteit is het derde hoofdonderdeel van dit beleid. Dit hoofdstuk gaat over hoe we anders gaan ondernemen, produceren en consumeren de komende jaren en hoe we een samenleving kunnen creëren waarin afval niet meer bestaat (en hierdoor ook CO2-uitstoot wordt verminderd).
Eerst gaan we in op excellente afvalinzameling en circulariteit, vervolgens op het stimuleren van duurzaam ondernemen (3.4.2) op individueel en collectief niveau. Op dit punt is nog veel winst te halen in onze gemeente.
Via inkoopbeleid heeft de gemeente een belangrijk instrument in handen om de eerste stappen naar een duurzame, circulaire economie te gaan maken (3.4.3).
3.4.1 Van afval naar grondstof
De gemeente is vanuit de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijke rest afval. Dit wordt gefaciliteerd middels een inzamelsysteem van voornamelijk minicontainers. Om inwoners aan te moedigen zo weinig mogelijk afval aan te bieden en dit te scheiden is DIFTAR geïntroduceerd. Vanuit het principe ‘de vervuiler betaalt’ vormt dit principe een stimulans om af te beperken en beter te scheiden.
Deze vorm van inzameling levert een belangrijke bijdrage aan de landelijke VANG-doelstellingen 2025-2030. Van Afval naar Grondstof (VANG-programma) is ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen in hun transitie naar een circulaire economie . Om te komen tot kwalitatief nóg betere recycling richt het uitvoeringsprogramma VANG-HHA (huishoudelijk afval) zich in de periode 2025 – 2030 op drie belangrijke aspecten:
De gemeente wil een belangrijke bijdrage leveren om deze doelstellingen te behalen en heeft voor de periode tot en met 2030 de doelstellingen hiervoor vastgelegd in het Afvalbeleidsplan 2025-2030.
Speerpunt 13: We hebben een toekomstbestendige afvalinzameling en -verwerking.
De rol van de afvalinzameling en -verwerking is aan verandering onderhevig. Naast landelijke en Europese doelstellingen waarop gestuurd wordt spelen trends mee waaronder de veranderende arbeidsmarkt, de vergrijzing, vergaande automatisering, individualisatie en de wegwerpmaatschappij.
In het Afvalbeleidsplan 2025-2030 spelen we hierop in door twee belangrijke speerpunten te formuleren. Ten eerste zetten we in op het verbeteren van de werkwijze voor huidige huis- aan huisinzameling, waarbij het doel is om hergebruikresultaten te verbeteren. Daarnaast zetten we in op de realisatie van een nieuwe grondstoffencentrum. Beide speerpunten dragen bij aan excellente afvalinzameling -en verwerking. Het uiteindelijke doel is om - aansluitend bij de landelijke doelstellingen - in 2050 volledig circulair te zijn.
Figuur 3.2 Van een lineaire economie naar een circulaire economie
In de eerste plaats wordt gestreefd om afvalproducten te voorkomen. Indien er toch afval of restproducten ontstaan, moet dit afval weer als grondstof in de circulaire economie terechtkomen. Dit kunnen wij als gemeente niet alleen. Hiertoe gaan wij de samenwerking aan met verwerkers en inzamelaars om kringlopen van grondstoffen zo veel mogelijk te sluiten.
We hebben een excellente afvalinzameling en -verwerking in onze gemeente.
Duurzaam ondernemen wordt in onze gemeente steeds meer gemeengoed. Dit willen we komende jaren verder stimuleren. De Bedrijventerreinenvisie 2024 vormt hiervoor op dit moment de basis. Daarnaast gaan we in 2025 een Economische Visie ontwikkelen.
Kortweg maken we onderscheid tussen individuele en collectieve ondersteuning van ondernemers. Het individuele hulpaanbod voor alle ondernemers organiseren we samen met Groningen Werkt Slim. Daarnaast zijn er via de provincie Groningen diverse subsidieregelingen beschikbaar en het programma verduurzamen bedrijventerreinen (PVB Nederland).
Speerpunt 14: We voeren onze economische visie uit met aandacht voor duurzame en circulaire verdienmodellen voor ondernemers.
Nog niet alle MKB’ers hebben zonnepanelen op hun eigen dak. Wij willen ook hen stimuleren om hierin te investeren binnen de randvoorwaarden die de netbeheerder stelt. Dit helpt om te voldoen aan energiebesparingsplicht. Afgelopen jaren heeft de ODG voor ons het toezicht uitgevoerd in het kader van de Energiebesparingsplicht. Dit toezicht zetten we voort, waarbij we aandacht besteden aan het effect van dit toezicht. We maken samen met de provincie, gemeenten en ODG ook uitwerkingen voor de lange(re) termijn en treden hierover in gesprek met het Rijk.
Op basis van Bedrijventerreinenvisie zijn er ook mogelijkheden om gezamenlijk te investeren in duurzame oplossingen met mobiliteit, energie en opslag. Het streven naar een circulaire economie betekent bijvoorbeeld ook dat er meer ruimte moet komen voor verwerkers van reststromen.
We voeren onze economische visie uit met aandacht voor duurzame en circulaire verdienmodellen voor ondernemers.
Voor onze gemeente is het inzetten van duurzaam en circulair inkopen de eerste stap op weg naar een circulaire gemeente. Het nieuwe inkoopbeleid is een instrument om duurzame en circulaire producten en diensten te stimuleren en bij te dragen aan andere maatschappelijke doelstellingen.
Speerpunt 15: We geven invulling aan een nieuw duurzaam en circulair inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Om duurzaam inkopen blijvend onder de aandacht te houden is bewustwording en betrokkenheid van alle medewerkers en leidinggevenden van belang. Het is onze ambitie om vanaf 2026 ervoor te zorgen dat:
De gemeentelijke organisatie vraagt standaard bij aanbestedingseisen bij werken en infrastructurele opgaven om te conformeren aan het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Dit is een overeenkomst tussen Nederlandse overheden, brancheorganisaties en andere partijen om de uitstoot van emissies (zoals stikstof, fijnstof en CO2) in de bouwsector te verminderen.
Elk beleid kost geld. Dat geldt ook voor het Duurzaamheidsbeleid. Gelet op de grote opgave die wij gezamenlijk met de andere overheden, netbeheerders, woningbouwcoöperaties, particuliere woningbezitters, huurders, bedrijven en instellingen hebben, gaat het halen van de centrale doelstelling de komende jaren veel geld kosten.
Binnen het beleid onderscheiden we verschillende soorten financiële middelen:
De drie categorieën financiële middelen worden hieronder nog toegelicht.
Voor de komende jaren is er budget gereserveerd in de meerjarenbegrotingen tot en met 2028. De reikwijdte van dit beleidsplan is de periode 2025-2030. In onderstaand overzicht zijn alle beschikbare budgetten aangegeven en zijn de financiële jaarschijven 2029 en 2030 ook in beeld gebracht.
Toelichting gemeentelijke budget
We houden het gemeentelijke budget zoals beschikbaar was in het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025. Wel gaan we qua structureel budget terug naar €610.000 (dit was voorheen € 810.000). Daarmee brengen we het budget in lijn met het bestedingspatroon van de afgelopen jaren. Dit budget is ook het taakstellend budget voor het nieuwe beleid.
De hierboven genoemde toedeling/verdeling is een indicatie. In de jaarplannen maken we de exacte begroting. Die zijn weer gebaseerd op het programmaplan Duurzaamheid 2024-2030.
Daarnaast beschikken we voor de uitvoering van het Duurzaamheidsbeleid over doeluitkeringen van het Rijk voor specifieke taken. Die zijn hieronder genoemd in de tweede tabel. Rijksuitkeringen zetten we in voor de taken waar ze voor bedoeld zijn. De gemeentelijke middelen zetten we in voor overige delen van het beleid.
*** Dit betreffen onderwerpen waar geen aanvullende specifieke uitkeringen voor beschikbaar zijn. Deze bekostigen we uit gemeentelijke middelen. Hiermee hopen we nieuwe subsidies aan te trekken en/of investeringen bij derden te stimuleren.
Het gaat om de actueel beschikbare Rijksbedragen per 1 augustus 2025 en subsidies die op dit moment beschikbaar zijn. In veel gevallen zijn er specifieke spelregels en voorwaarden verbonden aan elke specifieke uitkering. Op basis van het programmaplan Duurzaamheid werken we dit verder uit en in onderdelen van het jaarplan per jaarschijf.
Voor de nieuwe taken in het kader van Nij Begun die op ons af gaan komen, zijn ook aanvullende budgetten beschikbaar gesteld.
Tot slot biedt de uitvoering van duurzame projecten de kans om subsidies aan te vragen. Tabel 3 hierboven laat zien welke bedragen we voor de komende jaren beschikbaar hebben. De komende periode kijken we hoe we subsidie van uitlopende programma’s, waaronder Nationaal Programma Groningen kunnen aanvragen.
Een speciaal financieel instrument behorend bij het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 is het Fonds Wonen Westerkwartier. Dit uitgangspunten en spelregels voor dit fonds zijn vastgelegd in de Verordening Fonds Wonen gemeente Westerkwartier 2021 . Dit fonds continueren we ook in elk geval de komende vijf jaar. Tijdens de raadvergadering van 11 oktober 2023 is de raad akkoord gegaan met de verhoging van de fondsomvang. Daarmee is de totale omvang van het fonds € 11,85 miljoen. We monitoren en evalueren het gebruik van het fonds en het effect ervan. Doordat geleende bedragen revolveren in dit fonds, kunnen we met stortingen weer nieuwe leningen verstrekken. Ook continueren we de eerdergenoemde mogelijkheid voor maatschappelijke organisaties in het Westerkwartier voor de jaren 2025 t/m 2027 om een rentevrije lening te krijgen via de provincie Groningen.
Investeringen eigen energiebronnen & infrastructuur
Daarnaast investeren we in eigen projecten en energiebronnen. In het Duurzaamheidsbeleid 2020-2025 is een uitgebreide toelichting gegeven en welke gevallen dit van toepassing is. Denk aan de eerder gerealiseerde daken en carports met energieopwekking voor minima en de continuïteit van onze eigen warmte-infrastructuur in de kern van Marum. Nog te nemen investeringen in eigen assets of een uitbreiding van het warmtenet in Marum zijn investeringen niet in beeld gebracht in dit financiële hoofdstuk. Hiervoor worden komende jaren separate voorstellen gedaan.
In het vorige Duurzaamheidsbeleid werd benadrukt dat het belangrijk is dat er voldoende politiek-bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is om het beleid uit te voeren. Dit blijft onverminderd van belang.
Voor komende periode willen we in alles wat doen lokale initiatieven zoveel mogelijk ondersteunen. Dat doen we door invulling te geven aan het Participatiebeleid gemeente Westerkwartier en de onder andere de Visie Hernieuwbare Elektriciteit. Op een aantal onderwerpen gaan we hieronder verder in: maatwerkondersteuning aan inwoners en bedrijven; subsidie energiecollectieven; (financiële) participatie en lokaal eigendom bij duurzame energiebronnen en communicatie over initiatieven en onze gemeentelijke voorbeeldfunctie.
5.1 Ondersteuning op maat voor inwoners en bedrijven
De ontwikkelingen rondom Nij Begun en de Isolatieaanpak Westerkwartier laten zien dat er een omvangrijke gereedschapskist beschikbaar komt met mogelijkheden om de eigen woning te verduurzamen. Afgelopen jaren hebben we ook mogelijkheden geboden aan ondernemers om zon op dak te gaan aanleggen samen met Groningen Werkt Slim. Dit zetten we voort. Uiteindelijk is de gemeentelijke werkwijze bij deze aanpakken vergelijkbaar en gericht op dat inwoners en bedrijven zelf in actie (kunnen) komen.
5.2 Subsidie energiecollectieven
In dit Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 willen we lokale initiatieven zo goed mogelijk ondersteunen. De planen van onze energiecoöperaties zijn daarin belangrijk. Energie coöperaties en groepen inwoners kunnen daarom subsidie aanvragen. Deze regeling is vastgelegd in de Subsidieregeling Energiecollectieven Westerkwartier 2024. Het streven is dat initiatieven zo zelfredzaam mogelijk zijn.
5.3 Procesparticipatie en financiële participatie
Het streven naar zoveel mogelijk lokaal eigendom bij duurzame energiebronnen, blijft uitgangspunt de komende vijf jaar. Bij de Visie Hernieuwbare Elektriciteit (zie bijlage 4) zitten een aantal vereisten waaronder het hebben van een participatieplan, verslaglegging en het vastleggen van de financiële participatie in juridische overeenkomsten. Voor het participatieplan geldt dat we voortaan een checklist hanteren voor alle toekomstige initiatieven (zie bijlage 5).
5.5 Voorbeeldfunctie: gemeentelijke organisatie
Wij vinden het belangrijk om als gemeente het goede voorbeeld te geven. In hoofdstuk 3 is bij de diverse inhoudelijke onderwerpen daarom al aangegeven wat wij als gemeente zelf gaan doen. Het vraagt verdere investeringen en inzet om daadwerkelijk een voorbeeldfunctie te vervullen in onze eigen duurzame beleidsvraagstukken. Hier communiceren we dan vervolgens over.
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de verdere uitvoering van het beleid gaan vormgeven. In hoofdstuk 2 introduceerden we eerder de centrale overzichtsfiguur: een beleidstempel. Alle onderdelen van de tempel, waaronder het uitvoeringsfundament, zijn nodig om een stevig bouwwerk te creëren.
6.1 Programmaplan Duurzaamheid 2024-2030 & monitoring
Het programmaplan Duurzaamheid 2024-2030 vormt het belangrijkste uitvoeringsdocument onder dit beleid. Dit stuk bevat de programmalijnen en activiteiten voor de uitvoeringspraktijk.
Het programma duurzaamheid plan houdt daarnaast houdt grip op de samenhang en de middelenmix van verschillende beleidsinstrumenten, de wijze van monitoring: kortom, de programmatische werkwijze zoals we die voor het thema duurzaamheid nastreven.
Monitoring van dit beleid is een belangrijk onderdeel van programmaplan Duurzaamheid.
Het mogelijk duidelijk zijn dat er in dit beleidsplan een belangrijke, sturende werking uit gaat van Nij Begun en de pMIEK. In de Energyboard Groningen wordt belangrijke besluiten genomen over de energietransitie en het energienetwerk. En er is behoefte aan samenwerking met buurgemeenten. Dit geldt in het bijzonder voor het energienetwerk in ons gebied, dat zich niet beperkt tot gemeentegrenzen. Het energienetwerk van de toekomst moeten we in gezamenlijkheid blijven vormgeven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-474659.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.