Gemeenteblad van Achtkarspelen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 474330 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 474330 | beleidsregel |
Beleidsregels in aanmerking te nemen middelen Participatiewet 2026
Op 22 april 2021 is in de gemeenteraad een motie “Vrijstellingsgrens giften voor mensen in de bijstand” aangenomen. De strekking van de motie was om ten aanzien van bijstandsgerechtigden een maximaal bedrag € 1200 per jaar aan giften vrij te laten en de cliënten tevens te ontslaan van de verplichting om van dergelijke giften melding te maken en te bewerkstelligen dat er contactmomenten met cliënten komen, waarbinnen eventueel ontvangen giften zouden kunnen worden besproken. Aanleiding voor deze motie was de landelijke commotie rondom giften in de bijstand (boodschappenaffaire gemeente Wijdemeren).
Vanwege de uitspraak van de CRvB in deze zaak, waarin werd uitgesproken dat giften in de vorm van boodschappen niet tot giften als bedoeld in de Participatiewet mogen worden gerekend, maar als bijdragen die leiden tot besparingen op de bijstand. Om deze reden was de motie niet uitvoerbaar en is met de raad overeengekomen dat de ontwikkelingen binnen de Participatiewet zouden worden afgewacht.
Nu de nieuwe Participatiewet in balans naar verwachting per 1 januari 2026 van kracht zal worden en hierin duidelijke bepalingen staan omtrent de vrijlating van giften, maar óók van bijdragen die leiden tot besparingen op de bijstand (zoals giften in natura (bijvoorbeeld boodschappen)) tot een totaalbedrag van € 1200 per kalenderjaar (peiljaar 2026) en gemeenten hierop mogen anticiperen, is er nu gelegenheid om dit door middel van beleidsregels nader in te kleden. Hiermee wordt dan na ruim drie jaar alsnog aan de eerdergenoemde motie tegemoetgekomen.
Aangezien giften en bijstandsbesparende bijdragen een onderdeel zijn van het veel bredere middelenbegrip zijn in deze beleidsregels ook andere elementen uit het middelenbegrip, die een nadere uitwerking kunnen gebruiken, opgenomen.
Met deze beleidsregels wordt hierin voorzien.
Deze beleidsregels gelden zowel voor de vaststelling van het recht op algemene bijstand als bijzondere bijstand en minimaregelingen.
Artikel 3: saldo contanten en lopende rekening
Van het saldo van de contanten en de lopende rekening wordt bij aanvraag geen bedrag vrijgelaten in verband met lopende uitgaven. Het saldo telt voor de vermogensbepaling mee. Een negatief saldo op de lopende rekening moet als schuld worden aangemerkt en telt daarom mee bij de vaststelling van het vermogen.
Artikel 5: vaststelling vermogen bij verhuizing uit andere gemeente
Bij verhuizing van een belanghebbende uit een andere gemeente wordt, mits de onderbreking van de bijstand korter is dan 30 dagen én de individuele omstandigheden qua woon- en samenlevingssituatie van de belanghebbende exact hetzelfde blijven, ten aanzien van de vaststelling van het vermogen de gegevens van de gemeente van vertrek overgenomen.
Artikel 6: vaststelling vermogen bij wijziging leefvorm
Bij een wijziging leefvorm wordt het vermogen voor de belanghebbende die een bijstandsuitkering blijft ontvangen per de datum van de wijziging van de leefsituatie opnieuw vastgesteld.
Een incidentele financiële gift voor een specifieke bestemming wordt vrijgelaten als deze dient voor kosten waarvoor de belanghebbende, zonder de gift, op een vergoeding via de bijzondere bijstand om niet of een Wmo-voorziening zou zijn aangewezen, tenzij de belanghebbende de voorgaande drie jaren voor deze kosten heeft kunnen reserveren of in staat is om de komende drie jaren op een geldlening af te lossen.
Zodra de gift(en) en/of de bijdrage(n) als bedoeld in het derde lid meer bedragen/bedraagt dan € 1200 per kalenderjaar, dan moet de belanghebbende onverwijld melding maken door middel van een wijzigingsformulier en wordt het meerdere aangemerkt als middel, als bedoeld in artikel 31 van de wet, tenzij het meerdere vanuit bijstandsoptiek als verantwoord kan worden beschouwd.
Ontvangsten als gevolg van een prijs in een loterij worden tot een maximumbedrag van € 1200 per kalenderjaar vrijgelaten. Het meerdere wordt aangemerkt als vermogen. De kosten van verwerven van de prijs (w.o. de kosten van de loten) worden niet op het bedrag van de gewonnen prijs in mindering gebracht.
In afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel kan bij de vermogensvaststelling in incidentele gevallen de (meer)waarde van motorvoertuigen buiten beschouwing worden gelaten als het motorvoertuig/de motorvoertuigen onmisbaar is/zijn in verband met werk en/of invaliditeit en verkoop van het motorvoertuig in redelijkheid niet kan worden gevergd.
Artikel 10: reservering uitvaartkosten
De waarde van een uitvaartverzekering (reservering uitvaartkosten) die bij overlijden in natura of in contanten uitkeert of een vermogen dat vaststaat op een termijndeposito bij een bank die alleen (tussentijds) uitkeert bij overlijden wordt niet gerekend tot het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet, mits:
Artikel 12: onvoorziene situaties
In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien beslist het college.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen op 28 oktober 2025,
de secretaris,
(dhr. Mr. M.C. de Jong)
de burgemeester,
(dhr. J.D. de Vries)
TOELICHTING BELEIDSREGELS IN AANMERKING TE NEMEN MIDDELEN PARTICIPATIEWET 2026
Dit artikel geeft aan wat onder de verschillende begrippen moet worden verstaan.
Dit artikel geeft aan dat de manier waarop met (vrijlating van) middelen wordt omgegaan voor zowel algemene bijstand als bijzondere bijstand en minimaregelingen geldt.
Dit artikel geeft duidelijkheid over de vraag wat aan contanten en bedragen op de lopende rekening voor de vermogensbepaling meetelt. Duidelijk is dat geen rekening wordt gehouden met lopende verplichtingen.
Met dit artikel wordt bepaald hoe het vermogen in een uitzonderlijke situatie als co-ouderschap, wordt vastgesteld en hoe in die situaties wordt omgegaan met inkomen en vermogen van minderjarige kinderen.
Dit artikel is feitelijk een bevestiging van de uitgangspunten van de wet, waar het gaat om de vaststelling van vermogen bij verhuizing vanuit een andere gemeente.
Hier geldt hetzelfde maar dan met het oog op een veranderde persoonlijke situatie.
In dit artikel zijn de wettelijke bepalingen van de nieuwe Participatiewet in balans omtrent giften c.a. verwerkt. Zoals blijkt worden ook bijdragen die leiden tot een besparing op de bijstand (dit onderscheid wordt tot op heden door de CRvB gemaakt) vrijgelaten. Het maximale vrijlatingsbedrag voor het totaal aan giften en bijdragen is € 1200 per kalenderjaar. Zolang de giften en bijdragen dit bedrag niet overstijgen geldt voor de belanghebbende geen verplichting om hier in het kader van de inlichtingenplicht melding van te maken.
Het is de bedoeling dat dit door de belanghebbende wordt bijgehouden.
Zodra het bedrag van € 1200 wordt overschreden moet de belanghebbende hier wel melding van maken. Vervolgens gaat het college beoordelen in hoeverre het meerdere vanuit bijstandsoptiek als verantwoord kan worden beschouwd en vervolgens vrij kan worden gelaten, danwel tot de middelen moet worden gerekend. Dit is de handelwijze zoals die in de oude Participatiewet staat.
Aanvullend op deze landelijk geformaliseerde vrijlating worden ook incidentele financiële giften voor een specifieke bestemming vrijgelaten als deze dient voor kosten waarvoor de belanghebbende, zonder de gift, op een vergoeding via de bijzondere bijstand (om niet) of een Wmo-voorziening zou zijn aangewezen. Dat geldt ook voor goederen in natura, die in het kader van bijstandsverlening noodzakelijk zijn. Te denken valt hierbij aan een huishouden met een bijstandsuitkering als inkomen, die een wasmachine of een koelkast van de ouders krijgt. Uiteraard geldt het vorenstaande niet als de belanghebbende de voorgaande drie jaren voor deze kosten heeft kunnen reserveren of in staat is om de komende drie jaren op een geldlening af te lossen. Overigens zou dat ook ten aanzien van de toekenning van bijzondere bijstand om niet een belemmering zijn geweest. Jaarlijks wordt het bedrag van de vrijlating geïndexeerd.
Naast giften en bijstandsbesparende bijdragen wordt een gewonnen prijs in een loterij tot een bedrag van € 1200 vrijgelaten. Hiervoor geldt wel dat een belanghebbende hier melding van moet maken. Tevens is bepaald dat de kosten van loten niet op de opbrengst in mindering mogen worden gebracht. Jaarlijks wordt het bedrag van de vrijlating geïndexeerd.
Ten aanzien van motorvoertuigen in relatie tot het middelenbegrip zijn in dit artikel de reeds geldende afspraken geformaliseerd.
Datzelfde geldt voor reserveringen voor uitvaartkosten.
In incidentele gevallen komt het voor dat bijstandsgerechtigden Inkomstenbelasting terugkrijgen als gevolg van betaalde hypotheekrente. In principe zijn dit middelen die in aanmerking genomen moeten worden, maar aangezien het administratief zeer ingewikkeld is om precies te bepalen welk deel van de teruggaaf betrekking heeft gehad op de betaalde hypotheekrente is hier vastgelegd dat dit vrijgelaten kan worden. De consequentie voor de betrokkenen is wel dat vervolgens geen bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag eigen woning kan worden toegekend. Een dergelijke toeslag is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van een eigen woning, waaronder onderhoudskosten. Er wordt vanuit gegaan dat een belanghebbende deze onderhoudskosten kan voldoen uit de teruggaaf.
Dit artikel geeft aan dat het college te allen tijde bevoegd is om afwijkend van, of aanvullend op deze beleidsregels kan handelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-474330.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.